WAT HOUDT HET IN “SPREUKEN DER VADEREN” OF “ETHIEK VAN ONZE VADEREN”?

“HIJ DIE WENS EEN CHASSIED TE WORDEN MOET DE WOORDEN VAN AWOT VERWERKELIJKEN”

 

TALMOED, BAVA KAMMA 30A

 

 OVERDRACHT VAN ETHIEK

 Bovenop de Berg Sinai, tijdens de veertig dagen en nachten, onderwees G’D aan Mozes de hele Thora. De Thora was een tweedelige studie: de “Geschreven Thora”, weergegeven en opgeschreven in de Vijf Boeken van Mozes (en later inhoudelijk uitgebreid tot alle 24 boeken van de Heilige Schrift), en de “Mondelinge Thora”, een mondelinge uitleg en commentaar op de Geschreven Thora. De Mondelinge Thora werd gedurende vele generaties mondeling doorgegeven van leraar aan student. In de 2e eeuw n.d.g.j., vreesde Rabbi Jehoeda Hanasie dat de Mondelinge Thora zou worden vergeten tenzij deze werd opgeschreven. Dus stelde hij de grondbeginselen samen en verzamelde die in een zesdelig werk genaamd de Mishna.

De Mishna bevat 63 delen (traktaten) die alle gebieden van het Joods Recht bespreken: agricultuur, feestdagen, civiel en crimineel recht, huwelijkswetten, offerwetgeving, cultische rituele onreinheid, en veel meer. Een van de traktaten echter is compleet gewijd aan Joodse moraal, waarden en ethiek. Dit traktaat wordt Awot genoemd, letterlijk vertaald als “Vaders”.

 

ZOMERSTUDIE

  Het is gebruikelijk om Pirkei Awot (de “hoofdstukken van de Vaders”) te bestuderen op de Shabbatten tussen de feestdagen van Pesach en Shavoe’ot, de zeven weken van de Omertelling.

Velen volgen het wekelijkse hoofdstuk ritme gedurende de zomer maanden.

Pirkei Awot bevat zes hoofdstukken en er zijn zes Shabbatten tussen Pesach en Shavoe’ot.

Elke Shabbat, gewoonlijk na het middag Mincha gebed, bestuderen we een hoofdstuk. Nadat de Joden Egypte hadden verlaten, begon een periode van zelfverbetering en karaktervorming. Dit was cruciaal opdat zij waardig bevonden zouden worden de Thora te ontvangen op Shavoe’ot. Tijdens het Tellen van de Omer , proberen we om ons karakter te verbeteren. Om dit doel te kunnen bereiken, bestuderen we Awot, het traktaat dat is gewijd aan vroomheid, nederigheid, goedheid en ethica.

 

PROLOOG

 Velen continueren dit wekelijkse hoofdstuk ritme gedurende de zomer maanden tot aan Rosh Hashana. De zomer is algemeen een tijd waarin mensen actiever zijn, op vakantie gaan en maat al te vaak hun morele en religieuze standaard verlagen.

Het wekelijkse Awot hoofdstuk houdt ons sterk en gezond en stelt ons in staat het hoofd te bieden aan de morele uitdagingen die zich voordoen tijdens de zomermaanden.

Er is een rijkdom aan commentaren op Pirkei Awot, waarvan we er gedurende deze periode enkele zullen publiceren.

De Nederlandse tekst van Pirkei Awot is in zijn geheel afgedrukt in de siddoer,  gebedenboek, uitgegeven door het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap Amsterdam.

 

Voor het bestuderen van het wekelijkse hoofdstuk van Pirkei Awot, is het gebruikelijk om de volgende paragraaf van de Mishna te zeggen:

Sanhedrien 10,1. “Heel Israël heeft aandeel aan de wereld, die eens komen zal want er is gezegd: Alle rechtvaardigen van uw volk zullen voor eeuwig, het land van leven, in bezit houden, een stekje dat Ik plantte met eigen handen, waar Ik Mij op kan beroemen (Jesaja. 60,21).”

 Zoals kan worden verwacht zijn er vele redenen gegeven voor de keuze van deze passage als inleiding op de wekelijkse Ethische Spreuken van de Vaderen. Hier volgen er enkele:

 

Grotendeels handelen de traktaten van Pirkei Awot over intermenselijke relaties.

Iedereen groeten met een glimlach, het openen van iemands huis voor de behoeftigen, het respecteren van geleerden, etc. Dit kan soms moeilijk zijn, gezien het feit dat onze mede mensen soms ver van volkomen schijnen te zijn, of zelfs maar fatsoenlijk.

 

Ongeacht iemands uiterlijke voorkomen, “Elke Israëliet heeft een deel in de Komende Wereld…..”Dit is waarom we de studie vooraf laten gaan door een gezegde dat ieders individuele intrinsieke waarde benadrukt. Ongeacht iemands uiterlijke voorkomen, “Elke Israëliet heeft een deel in de Komende Wereld…..” omdat van “Uw volk allen rechtvaardig zijn.”

 

EPILOOG

 Na de studie van een hoofdstuk, wordt gewoonlijk de volgende Mishna passage gereciteerd:

 

Makkot 3, 16. “Rabbi Channanja ben Akasha zegt: De Heilige die geprezen wordt, wilde Jisrael verdienstelijk maken; daarom gaf Hij hen veel Thoravoorschriften. Want er is gezegd: De Eeuwige wil graag, om hem, Jisrael, de hoogste graad van overvloed  geven, de Thora steeds groter en prachtiger maken (Jesaja. 42,21).

 

Het Hebreeuwse woord voor “verdienstelijk”, lizakot, kan ook “ verbeteren, zuiverder  worden” betekenen. Als zodanig kan Rabbi Channanja’s uitspraak ook betekenen dat G’D ons de Thora gaf om ons verbeteren. En voor dat doel gaf Hij ons een omvangrijke Thora en vele mitzwot, en elke mitzwa heeft de kracht om ons op een unieke wijze te verfijnen.

 

Hoewel de hele Thora is bedoeld om ons te zuiveren, verbeteren, is dit traktaat een van de meest directe toegewijd aan dit streven.

DE SIMANIEM: DE VIJFTIEN STAPPEN NAAR BEVRIJDING IN DE PESACH SEDER

DE OPEN POORT

 Pesach is niet slechts de viering van een gebeurtenis in het verleden. Het is een openingspoort naar spirituele bevrijding die zich elk jaar manifesteert, in elke generatie. Deze indrukwekkende dag nodigt ons uit om onszelf te bevrijden van verslaving, elke gehechtheid aan kleingeestige passies, emoties, instincten, en negatief geloof. Het mag moeilijk lijken of zelfs onmogelijk om vrij te zijn van gewoonten zoals depressie of boosheid. Hoe kunnen wij de poort van Pesach passeren naar een staat van grotere vrijheid.

 FASEN VAN BEVRIJDING

 De techniek van spirituele bevrijding reveleert drie noodzakelijke fasen: “hachna’ah, onderwerping, overgeven”, “havdalah, separatie”, en ten slotte “hamtaka, zoet maken, verzachten”. Om te worden bevrijd, moeten we ons eerst bewust worden van onze slavernij en zijn bitterheid proeven, zodat we ons kunnen ‘overgeven’ aan de roep van bevrijding. Ten tweede moeten we ‘separeren’ en onszelf losmaken van wat het dan ook is dat ons verstrikt. De derde fase is een herintegratie van ons verleden, waar we de bitterheid zoet maken en verzachten en alle negativiteit veranderen in heiligheid. Hoe verhouden deze drie fasen zich tot de Pesach Seder?

 ONDERWERPING

 De fase van “onderwerping” begint in feite al voor de Seder, met bedikas chametz, het zoeken naar gist en rijsmiddelen. “Chametz”, wat rijzing veroorzaakt, symboliseert arrogantie, ego, de bron van verslaving.

Behalve dat het woord bedika zoeken betekent, kan het ook gezien worden vanuit het stamwoord boka, ‘doordringen’. We moeten trachten de arrogantie uit elk onderdeel en alle hoeken van ons leven te verbannen, door erkenning van en rekening te houden met de wijze waarop we afhankelijk worden van negatieve toestanden van zijn of waarneming. Op deze manier staan we het Licht van Bevrijding toe om de duisternis van chametz te doordringen. Wanneer de letter Chet chametz binnendringt, wordt het een letter Hei, Hei en Chet zijn gelijkvormige letters, alleen in de Hei hangt het linkerbeen in de lucht en de letters van chametz kunnen dan opnieuw gerangschikt worden tot ‘matzah’, verwijzend naar het ongerezen brood van nederigheid. Voordat we echter het niveau van matzah kunnen bereiken, moeten we afstand doen en onze chametz vernietigen. We eten geen matzah totdat we zijn begonnen met het proces van de Seder zelf.

 VAN SEPARATIE NAAR VERZACHTING

 De Seder begint met de fase van “separatie” en verplaatst ons in de fase van “verzachting”. Dit proces van verwezenlijkingen van vrijheid, bestaat uit vijftien stappen, corresponderend met de bekende simaniem of gedeelten van de Seder, de simaniem worden toegeschreven aan Rashi (Machzor Vitri 65). Het getal vijftien wordt gerepresenteerd door de letters Joed en Hei, die een Naam van G’D vormen. Net zoals G’D ons in het verleden uit Egypte heeft geleid, zo zal G’D ons door de vijftien fasen van de Seder brengen, naar een nieuw niveau van vrijheid.

 1)    Kadeish

 Kadeish betekent ‘heilig, transcendent of afgezonderd’. De handeling van het doen van Kiddoesh over wijn, markeert de separatie tussen werelds bewustzijn van doordeweekse dagen en het transcendente bewustzijn van Jom Tov. We initiëren onze reis door onszelf te separeren en te verwijderen van onze comfortabele spirituele stagnatie.  

 2)    Urchatz       

 Als we eenmaal transcendentie  geproefd hebben, kunnen we onszelf reinigen. We wassen nu onze handen, echter we doen dit zonder een bracha te zeggen. De traditionele reden voor deze wassing is dat we op het punt staan om een groente te eten gedoopt in zout water (Pesachiem. 115a) Maar in de huidige tijd zijn we niet zorgvuldig genoeg zoals mensen waren in de oude tijd om onze handen te wassen voor het eten van groenten gedoopt in zout water. Bovendien zijn we gewend om een zegen uit te spreken wanneer we onze handen wassen voor het eten van brood gevolgd door Kiddoesh, dus dit handen wassen wekt onze nieuwsgierigheid op. Waarom is dit handen wassen anders?

 

 

  1. 1.    Een reden is om de kinderen simpel op te roepen om aan de Seder  te vragen ‘waarom’ (Chak Jakkov. 463:28).
  2. 2.    Een tweede reden is dat dit een herinnering is aan de era van de Heilige Tempel, toen we op deze manier onze handen wasten.
  3. 3.    Een derde reden is dat we reeds het gedrag van vrije personen beginnen te manifesteren. Het wassen van de handen op deze wijze is van gedrag van koningen die, in tegenstelling tot slaven, de vrije tijd hebben zich grondig te reinigen.
  4. 4.    Op een dieper niveau zelfs, is het wassen zonder een zegening niet een volledig positieve handeling. We zijn nog steeds bezig ons te ontdoen van subtiele sporen van negativiteit. We kunnen geen zegening uitspreken omdat het nog steeds een pijnlijke ervaring is, onze bitterheid heeft zich nog niet verzacht.      

 Uchatz heeft de zelfde letters als rotzeach, ‘moordenaar’. Als we wassen brengen we de nog aanwezige negativiteit die aan onze handen kleeft om.

 3)    Karpas

 Als we tweemaal een bittere groente dopen in zoutwater, worden we tweemaal bewust van ons verdriet over onze slavernij. Het zoutwater is als de tranen die we uitstorten als we als we doorgaan met het tonen van spijt, bevrijden we de negativiteit die onze ziel heeft beperkt. Opnieuw, we zeggen niet een speciale over deze mitzwa, want we zijn nog niet in staat deze  deze fase te zien als een ‘zegen’, maar als iets wat we afdwingen te doen.

 4)    Yachatz

 Als we de matzah breken, realiseren we ons hoe breekbaar we zijn geworden. We verstoppen een van de gebroken stukken die de afikoman zal zijn, de ‘ woestijn’. De traditionele reden voor het verstoppen van het afikoman is omdat het een herinnering is aan het pesachoffer, dat zorgvuldig moest worden bewaarden behoed. Spiritueel verbergen we de breekbare delen van onszelf en bewaren en behoeden ze tot de tijd wanneer we ze uiteindelijk kunnen verzachten en kunnen her integreren.

 De matzah die we breken is de middelste, de tweede van de drie matzot, die gescheiden door kleedjes, op elkaar liggen en die corresponderen met de spirituele eigenschap van gevoera. Bewust worden van onze breekbare delen en nog niet reagerend, maar deze stukken bewaren voor een latere her integratie, is een handeling van gevoera, van intense sterkte en zelfbeheersing.

 5)    Magied

 Slaven hebben geen stem, zij durven zich niet uit te spreken over hun staat van ballingschap, noch over hun verlangen naar bevrijding. We bereiken nu het niveau van vrijheid waar we in staat zijn om te spreken. Wanneer we onze dromen van vrijheid kunnen verwoorden, die diep innerlijk begraven liggen, kunnen we beginnen ze te begrijpen en beginnen ze te verwerkelijken.

 In Egypte was de kracht van het spreken in verbanning (Zohar II, 25b). Pharao betekent ‘peh ra’ ‘de negatieve mond’, destructieve spraak. Tijdens de stap van magied, transformeren we ‘peh ra’ in ‘peh-sach, de ‘mond die positieve woorden spreekt’. Dit is de ware “vrijheid van spreken”: de innerlijke vrijheid hebben om de goedheid van het leven uit te drukken. Gedurende deze fase van magied, proclameren we de waarheid van onze innerlijke vrijheid en de fase van “verzachting” begint.

 6)    Rachtzah

 Op dit punt zijn we gestegen tot een staat van bewustzijn waar we in staat zijn om onze handen te wassen met een zegen. Het woord rachtzah komt van het Arameese/Talmoedische woord rachitz, ‘vertrouwen, zoals “Bei ana rachitz,” ‘Op Hem vertrouw ik.’ Nu dat we onze dromen en intenties van vrij zijn hebben uitgesproken, kunnen we werkelijk vertrouwen ervaren. We hebben vertrouwen in vrijheid. We kunnen het continuerende proces van bevrijding vertrouwen. We zijn niet langer slechts bezig met het negatieve weg te wassen, zoals we voorafgaand hebben gedaan, maar eerder ervaren we onze eigen innerlijke puurheid als vaak vanzelfsprekend  beschouwde zegen te leven.

 7-8) Motzi-Matzah

Nu spreken we de zegening van hamotzie en eten we de matzah. We zijn bereidwillig om ons deze heilige nederige onderworpen bescheidenheid eigen te maken of zoals de Zohar het uitdrukt, het “brood van vertrouwen”; het “ helende brood” (Zohar II, 41a,2: 183b). Matzah is volmaakt simpel brood, zoals de simpelheid van puur vertrouwen. We zijn helemaal klaar om heling en volkomenheid te ervaren.

 9)  Maror

Na het eten van het “brood van vertrouwen”, kunnen we terugkeren en de bitterheid van het verleden verzachten. We nemen maror, een bitter kruid en dippen dat in zoete, verzachtende charoses. Onze bitterheid heeft nu een enigszins zoete smaak, zodat we ons realiseren dat het de negativiteit van het verleden is die ons voorwaarts heeft gestimuleerd tot diep verlangen naar vrijheid. We begrijpen de positieve waarde van onze bittere ervaring en spreken er een zegen over uit.

 Het woord maror heeft de zelfde numerieke waarde, 446, als maves, ‘dood’ (Shar Hakavonot. Inyon Pesach. Deruch 6) Ofschoon we niet kunnen ontkennen dat we bij wijze van spreken dood hebben ervaren, zijn we dankbaar voor de verlossing die deze ervaring ons nu brengt en zien hoe we nog veel meer in ons leven kunnen bereiken. Nu hebben we vertrouwen in de toekomst en zelfs in het G’ddelijk Licht dat scheen in de duisternis van ons verleden.

 10)  Korech

 Op dit moment plaatsen we de ‘bitterheid van de verbanning’ in een sandwich, tussen de stukken van het ‘brood van vertrouwen’, ‘het brood van vrijheid’. We verenigen pijn en vrijheid.

 Maror representeert de yetzer hara, de inclinatie in het menselijk hart om terug te keren naar negativiteit. We plaatsen dit binnen de context van de matzah, vertegenwoordigend onze G’ddelijke dienst. Nu kunnen we dienen en tot leven komen ‘bechol levavcha’, met al onze ‘harten’ of inclinaties. We verheffen zelf de destructieve inclinatie, integreren het om te dienen in onze transcendentie en uiteindelijke bevrijding. Dood, ego en slavernij zijn nu verzacht en geabsorbeerd in een context van heiligheid.

 11)  Shoelchan Orech

 Nu is de tafel gereed. We zijn spiritueel gereed om onze maaltijd te eten, deel te hebben aan fysieke en spirituele genoegens, want alles is geïllumineerd.

 12)  Tzafoen

 Nu kunnen we het afikoman terugbrengen en eigen maken, de fragmentarische delen van ons die tzafoeni waren, ‘verstopt en verborgen’ op een eerder moment. Gewoonlijk vindt een kind het afikoman en brengt het ons (Meiri Pesachiem 109a). We winnen onze innerlijke onschuld van het kind zijn terug en zien de wereld met vreugdevolle puurheid en verwondering.

 13)  Beirach

 Yichoed gemaakt hebbend, eenmaking met elke dimensie van ons verleden, zien we nu dat alles in ons leven een bracha was, een zegen. We zegenen, we zien zegeningen en vragen dat we zelf ook een bron van zegen mogen worden.

 14)  Hallel

 Het woord Hallel betekent zowel ‘prijzen’ als ‘schijnen’. Als we dit extatisch prijzen zingen, schijnen we en reveleren we het Licht dat verborgen was in duisternis. Dit is de briljante duisternis, de nacht die helderder schijnt dan de dag.

 15)  Nirtzah

 Te slotte, alles is nirtzah, ‘geaccepteerd’, we zijn aangekomen. Alles is gedaan, alles is gezegd. Dit is een statische situatie, juister uitgedrukt, een staat van puur zijn.

 Een staat van pure stilte van woorden in de wereld van perfecte eenheid, G’ddelijke Eenheid, het uiteindelijke niveau van spirituele bevrijding.

 De volgende negenenveertig dagen van het “tellen van de Omer” heeft het vermogen om ons te helpen deze vrijheid compleet vorm te geven, deze geweldige verzachting van alle realiteit.

 CHAG SAMEACH PESACH     

 

 

    

  

   

 

 

 

                     

DE NAAM POERIEM

DE EENVOUDIGE BETEKENIS VAN DE NAAM POERIEM

 Wanneer we een bepaald doel aanleiding of omstandigheid een naam willen geven, proberen we om in zo weinig mogelijk woorden een beschrijving te geven die de functie en het nut van dit doel deze aanleiding of omstandigheid kenbaar maken. Om de volle sterkte en omvang goed te kunnen bevatten, moeten we de spirituele betekenis van deze feestdag ontvouwen, door de naam Poeriem te analyseren. Wat betekent het woord Poeriem? Poeriem is het Perzisch,  meer precies, Akkadische woord voor loterij. Het was Haman die doormiddel van het laten werpen van het lot de datum wilde vaststellen voor het ten uitvoer brengen van zijn boosaardig plan, en als zodanig, “noemden zij deze dag Poeriem, vanwege de naam poer, lot.” (Ester. 9:26) Maar waarom een feestdag, een festiviteit noemen naar een woord dat ons impliciet herinnert aan een plot dat ons kwaad berokkent.

 

MORDECHAI VERSUS HAMAN

 

Laat ons dieper doordringen tot de kern van de zaak. Twee van de hoofd figuren van het verhaal zijn  Mordechai en Haman. Het verhaal van Poeriem opent met het bepalen van de hoofdpersoon tegen de boosdoener Haman, een personifieert goedheid en kedoesha, heiligheid, de andere al het negatieve en klipa, valse energie. Elk streeft er naar om het dia metraal tegenovergestelde te bereiken: de een wil destructie, de andere verlossing; de een wil schadelijk kwaad aanrichten en vernietiging, de andere wil leven en redding.

 

De vraag is waar de kracht van destructie vandaan komt? Is het niet zo dat de gehele Schepping een manifestatie van het G’ddelijke is, van waar en hoe verkrijgt iemand toegang tot zulk afschuwelijke krachten? Hoewel we de vrijheid hebben om te kiezen zoals we willen, blijft de vraag: wat is de oorsprong van die keuze? Welk aspect binnen de wisselwerking van Schepper en Schepping laat ruimte om vrij te kunnen kiezen, te kiezen, als dat zo uitkomt voor persoonlijke destructie of de destructie van anderen?

 

HET INNERLIJKE LICHT EN HET TRANSCENDENTE

 

Om dit gegeven enigszins te kunnen doorgronden, moeten we de verhouding tussen Schepper/Schepping contempleren.

 

Als macro wordt weergeven in micro, kan een parallel worden getrokken tussen Mens en Schepping als geheel; juist zoals onze zielen ons transcendente spiritueel doordringt en tegelijkertijd ons dagelijkse existentie overtreft, zo ook is het ten aanzien van het Licht van de Schepper, die verheft, draagt en de Schepping bezielt. Er is een or makief, een omgevend Licht en er is een or penimi, gemeten en intern Licht. Het een is de energie gemanifesteerd als immanent en alles doordringend, de tastbare G’ddelijke aanwezigheid, het andere is een G’ddelijke transcendente energie die we waarnemen in alle details van de Schepping. Aan deze twee wordt gerefereerd als or memale kol almien, energie die de Schepping vult, en or sovev kol almien, de energie die het hoge omringt en omvat, een Licht dat niet kan worden vastgehouden of volledig kan worden opgenomen.

 

De wereld van wet en orde is een realiteit van memale. In dit paradigma is alles juist gedefinieerd en passend geplaatst. Memale is de wereld van dualiteit het tweevoudige: hoog en laag, rechts en links, goed en kwaad.

 

De relatief geobserveerde ordelijke vorming van het universum, die wetenschappers toestaat te onderzoeken, is een product van memale. De energie die organismen tot hun bevordering aanspoort en meer ingewikkelde maatstaven van complexiteit en diversiteit, memale. Sovev wordt als het ware niet betrokken in de opbouw van de Schepping; toch is het sovev dat verheffing geeft aan de essentie van de Schepping. Sovev is het Schepper aspect van de G’ddelijke Schepping, maar realiteit op het niveau van sovev is nog steeds “potentieel”, niet in duidelijk beeld of vorm. Vorming en verbinding vindt plaats op memale. De een creëert wezen en de andere maakt vormen. Het is extreem moeilijk om het wezenlijke te doorgronden zonder vorm; toch in het proces van scheppen van het G’ddelijke niets, verschijnt iets, een iets dat niet geïndividualiseerd noch gespecifieerd is, een ruwe wezenlijke essentie, en alleen later in een progressief proces verkrijgt deze wezenlijke essentie zijn volle vorm.

 

BOVEN HET BINAIRE, DE OORSPRONG VAN VERBORGENHEID

 

Alle verscheidenheid en subjectieve evaluaties in de wereld van sovev totaal overtreffend is “duisternis als licht.”

 

Sprekend van het primordiale licht van sovev, zei een Chassidische leraar in Jiddisch,  “Dart voe eidelkeit iz kein kli nit, iz gerabkeit kein stira nit”, “daar waar edelheid is is geen houder,  vat, grofheid is evenmin een contradictie.” Negativisme kan existeren omdat er een niveau van licht is dat is gescheiden van elke vorm van waarneming of subjectieve definitie. In de wereld van sevev zijn geen contradicties of conflicten, omdat er geen evaluatie of interpretatie is. Alles “is” eenvoudig.

 

Uit het gezichtspunt van memale, een wereld van orde, een universum van oorzaak en gevolg, veroorzaakt rechtschapenheid goedheid en nativiteit genereert zijn soort. Haman, die het archetype van kwaad representeert, de belichaming van klipa, wist intuïtief op een diep sub of super bewust niveau dat als hij destructie wilde brengen op de Joden, hij dan een kracht moest oproepen en aanwenden die verder memale, or penimi is, boven verscheidenheid, boven goed en kwaad. Hij wist dat hij een makief, een ruimte benodigde om binnen te treden, die, klaarblijkelijk, niet is geïnteresseerd in de details van de gecreëerde realiteit.

 

 WELLEKEURIG LOT

 

Haman streefde naar makif. Vanuit deze gescheiden ruimte, waar alles enkel “ is “ en zelfs de rechtvaardige kan lijden, waar niets een deterministisch paradigma hoeft te volgen van oorzaak en onvermijdelijk gevolg. Het is een wereld waar alles gelijk is en niets  meer is dan het andere.  Het werpen van een lot getuigt van het zelfde concept. In een loterij zijn alle delen gelijk. Waarom anders een loterij en niet een bewuste beslissing? Het mechanisme van een loterij gaat voorspelbaarheid en rationaliteit te boven. Voor een lot is geworpen, kan het verschillende kanten op gaan; we kunnen klaarblijkelijk niet veronderstellen dat de een beter is in het winnen van een loterij dan een andere.

Haman trok een lot, een willekeurige handeling van het gooien van een dobbelsteen om de dag van destructie van de Joden vast te stellen. Door het werpen van het lot hoopte hij het bij het transcendente aan te haken dat “boven goed en kwaad” is. Een spirituele plaats waarvan hij veronderstelde dat alles er mogelijk is en waar geen onderscheid zou zijn tussen goed en kwaad.

 

Haman wist intuïtief dar er een supra rationeel vlak was waar goed en kwaad gelijk getrokken kon worden, een sfeer waar geen morele verbindingen bestonden en goed en kwaad gelijkelijk in staat zijn om voeding te ontvangen.

 

DE VLOEK WORDT DE BRON VAN ZEGEN

 

Inderdaad, een radicale transformatie van gebeurtenissen vondplaats. Het negatieve zelf werd de bron van zegen. De poer, het lot dat was geworpen werd de bron en de reden voor hun vreugde. De oude vormen verschrompelden, zoals het woord poer van de stam porer, verkruimeld, verschrompeld, aanduidt, en een nieuwe realiteit was geboren, zo is Poeriem, van het stamwoord proe, vruchtbaar zijn, zoals in proe oe ‘revoe, “ wees vruchtbaar en vermenigvuldig”, want de uitdrukkelijke opdracht is om te procreëren. Haman wilde het Joodse Volk uitwissen, laten ophouden te bestaan, het tegendeel gebeurde proe oe ‘revoe, zij vermenigvuldigden zich, zij namen snel in aantal toe en werden zelf sterker. Dit zette zelfs een grotere verlossing in beweging, in de vorm van de terugkeer naar Israël van velen uit de Babylonische verbanning en de herbouw van de Tweede Tempel in Jeruzalem.

 

VOORBIJ ZIJN VERDER DAN GOED EN KWAAD

 

Op het diepste niveau, ontbrak bij Haman de kennis, dat in de hoogste realiteit, die voorbij is, verder is dan makief, boven oneindigheid, Essentie “de zielen van de rechtvaardigen” verkoos boven de onrechtvaardigen. Deze verkiezing houdt niet in dat rechtvaardigen invloed hebben of het Oneindige tendens kunnen kleuren, maar eerder omdat er een “verlangen” is op deze wijze te kiezen. De G’ddelijke keuze van Licht zoals het pad van rechtvaardigheid was niet een bewust, weloverwogen overdenking, maar eerder een spontane keuze.

 

Het is een keuze die is geworteld in de Essentie van het G’ddelijke, een onafhankelijke ongedwongen staat en niet omdat de handelingen beneden zonder meer de positie boven beïnvloeden en een directe wisselwerking aanmoedigen. Waarom is er keuze, radicaal kiezen? Gewoon omdat zo is.

 

 DUALITEIT BINNEN EEN CONTEXT VAN EENHEID

 

Sovev is het Oneindige Licht, memale het eindige. Hoewel er twee manifestaties zijn van De Schepper, zijn zij beide niet het G’ddelijke zelf. De “Essentie’ wordt verwoord in termen van etzem of atzmoet, pure essentie, dat wat boven eindigheid is, maar ook boven oneindigheid, en zelf boven de definitie als de oorsprong van het Oneindige Licht. Ongetwijfeld is iedere vorm van erover spreken of conceptualiseren op zichzelf een definitie. En nochtans verkiest atzmoet het verlangen naar “ de zielen van de rechtvaardigen”. Waarom? Gewoonweg omdat Het die wenst heeft. In feite is “waarom” niet een geldige vraag. “Waarom” existeert alleen in een universum van causaliteit, separatie en dualiteit, het binaire.

 

Nu wordt het duidelijk waarom de Perzische naam van Poeriem werd gekozen en waarom een naam die ogenschijnlijk het negatieve bespreekt, de essentie van de feestdag behelst. Poeriem viert de ultieme vorm van transformatie, het gaan naar de oorsprong van makief, en in plaats van toe te staan dat het negatieve neerwaarts wordt gebracht, stelt het een positieve, leven verzekerende consequentie in werking, verkozen in een realiteit van dualiteit en de mogelijkheid van tegenovergestelden van het pad van Licht en Leven.

 

HET VIEREN VAN HET VERLEDEN IN HET HEDEN

 

Leven wordt geleefd in het eeuwige heden. Wanneer we een feestdag vieren, vieren we niet slechts gebeurtissen uit het verleden, het herinneren van dingen uit het verleden, nostalgische herdenkingen en goed voelende gedachten, eerder vieren we gebeurtenissen die zich opnieuw voordoen, nu. Dat zijn dagen, zoals de rol van Ester verklaart, die nezcariem v’naasiem, herinnerd en uitgevoerd zijn. De herinnering, de zelfde G’ddelijke Kracht die toen bestond, machtigt de mirakels nu om te existeren en zelfs in een meer effectieve vorm, aangezien “ de werking van heilige aangelegenheden zijn alleen maar toenemende” Alle feestdagen worden Jom Toviem genoemd, letterlijk, goede dagen. Op de feestdag ervaren we een extra, een toenemende mate van zegeningen, geworteld in de ultieme oorsprong van alle goedheid.

 

MET ZEGENINGEN VOOR EEN GELUKKIG, BLIJ EN VERHEFFEND POERIEM

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

HEILIG GENOEGEN: DE TIKKOEN VAN HET ETEN

TOE BISHWAT EN DE VIER NIVEAUS VAN ETEN

Toe Bishwat helpt ons aan te sluiten bij het heilig eten van overheerlijk fruit van het allereerste moment van dit jaar. Deze dag geeft ons een nieuw levensbegin een keerpunt, de primaire en beslissende handeling van eten. Toe bishwat vergoedt iemands eetgewoonte voor het hele jaar. Toe Bishwat herstelt iemands eetgewoonte zozeer dat ons eten wordt zoals voor Adam en Chava voor hun spirituele veranderde status. Aangezien hun spirituele veranderde status en tekortkoming gevolg was het impulsief eten van een boom, kunnen we een spirituele verheffing en vergroting creëren door het bedachtzaam eten van vruchten in heiligheid.

De kabbalisten creëerden een eenvoudige en informele “seder ” voor Toe Bishwat die ons inwijdt in de spiritualiteit van eten. Net zoals de Pesach Seder omvat deze seder het drinken van vier bekers wijn. Men eet ook meditatief vier soorten vruchten in een progressieve vorm: 1) eerst, noten met een oneetbare schil (of klipa, representerend negativiteit) dan 2) vruchten met een zacht eetbaar buitenste, maar ook met een harde, oneetbare pit, die gesepareerd moet worden van het eetbare deel, 3) vruchten met zowel eetbaar uiterlijk als innerlijk en ten slotte 4) vruchten die slechts gewaardeerd worden voor hun aroma of extract alleen.

Evenzo zijn er vier wijze van verhouding tot voedsel, corresponderend met de vier wijzen van leven.

 

1) Te impulsief zich te buiten gaan aan voedsel, “De Weg van de Alledaagse Wereld”. Dit representeert onze tendens naar verslaving, de klipa van eten, die we moeten breken.

 

2) Te vasten of ons te separeren van buitensporige genoegens van eten. Dit is ” de weg van Zelf Rectificatie” of de klassieke leerstellingen van Moessar.

 

3)Het oefenen van” hishtavoet/ gelatenheid in relatie tot het genoegen van eten. Dit is de weg van “transcendentie”, of Kabbala. De Kabbalist Rabbi Jitzchak van Acre leert dat we een spiritueel niveau kunnen bereiken waar we zowel innerlijk als uiterlijk niet worden aangetast of getroffen door mensen, ofwel doordat zij ons beschaamd maken of ons prijzen. Het zelfde principe kan worden toegepast ten aanzien van het ervaren en de kwantiteit van voedsel.

 

4)Om genoegen te verkrijgen van de essentie van G’ddelijkheid in voedsel. ” Heilig genoegen” is het hoogste niveau van eten, want het vervuld de opdracht, “B’ chol Derachecha De’ eihoe, In al je wegen ken Hem.” Dit is de “Weg van Essentie” of Chassidoet.

 

Het is duidelijk dat het eerste niet echt een ” way of live” is, want het brengt schade toe aan de kwaliteit van het leven. De drie paden, Moessar,Kabbala,Chassidoet echter zijn elk gegronde wegen relaterend aan de fysieke wereld. In ieder persoonlijk leven, zijn deze drie paden toepasbaar op verschillende momenten, afhankelijk van de omstandigheden.  Deze paden zijn evenzo een continuüm: als we toegefelijk of afhankelijk zijn van voedsel, moeten we ons verplaatsen naar fase twee en vasten. Wanneer we ons eenmaal ons hebben losgemaakt, kunnen we ons verplaatsen naar fase drie en eten met gelatenheid. Vanuit een situatie van gelatenheid, kunnen we fase vier bereiken en waarlijk de heilige schoonheid en het wonder van voedsel appreciëren.

 

We kunnen gelatenheid praktiseren en G’D’s Aanwezigheid ondervinden…

Op het pad van Chassidoet, verenigt de Baal Shem Tov de aspecten van de paden van Moessar en Kabbala. Op dit niveau, kunnen we ons onthouden van het zelfgerichte verlangen naar voedsel en tegelijkertijd op het zelfde tijdstip heerlijke gerechten eten. We kunnen gelijkmoedigheid aanwenden en G’D’s Aanwezigheid tegelijkertijd ervaren, of de fysieke smaak aangenaam is of niet.

 

We zijn in staat heiligheid uit te spreiden in de sfeer van genoegen, omdat de oorsprong van onze zielen is gelokaliseerd in de Hemelse “Ta’ anoeg, G’ddelijk genoegen”. De Ma’ariev van Shabbat, avondgebed, noemt ons een “am medoeshei oneg, een verzadigd  volk met groot genoegen.” Ieder van ons is in staat tot dit extatische genoegen, zelfs te midden van onze wereldse noden en aangelegenheden.

 

Gedurende deze maand kunnen we onze egocentrische gehechtheid aan oppervlakkige hoeveelheid van voedsel en onze capaciteit voor diepere genoegens actualiseren. Op Toe Bishwat, als we participeren in het overheerlijke en delicate fruit, kunnen we de G’ddelijke Aanwezigheid proeven en onze grenzen van kedoesha, heiligheid, verleggen en daarmee de wereld met licht en wijsheid doordringen. Op deze wijze kunnen we beginnen de uitvloeiing van de G’ddelijk Naam te rectificeren en te vernieuwen en een vloed van rachamiem te openen in de wereld. Mogen we de dag teweeg brengen, wanneer voor alle mensen, de “ta’anoeg olam haze, genoegens van deze wereld, een zullen zijn met het diepste, ongestructureerde genoegen van het kennen van G’D, zoals Koning David het bezingt, “V’ hitaneg El Havayah, stel genoegen in de Oneindige.” (Psalm. 37-4)

 

GENOEGLIJKE TOE BISHWAT

 

 

 

 

KABBALISTISCHE MEDITATIE OP CHANOEKA LAAT ZIEN DAT VERLOSSING AFHANKELIJK IS VAN BEWUSTZIJN.

Rabbi Jitzchak Luria

 

In de volgende meditatie, introduceert de Ari aan ons de mystieke methode hoe wij, in de verdienste van Chanoeka, sublieme heiligheid neerhalen naar de lagere sferen die zelden verbonden is met dergelijk verheven goddelijk licht. Rebbe Nachman van Breslov leert dat de feestdag van Chanoeka, waarvan de naam is geworteld in het Hebreeuwse woord “chinoech”, “educatie” of “wennen”, ons stuurt in onze voortdurende worsteling met de krachten die proberen om ons van G’D te distantiëren, die van de macht van onzuivere verbeelding, of in het Hebreeuws “m’damei”, door onze imaginatieve vermogens te purificeren, zijn we in staat om de primaire kracht achter al onze negatieve karaktereigenschappen en illusies te breken. (Likoetei Halachot Chanoeka 1:1)

 

Het woord “m’damei”, waarvan de numerieke waarde (89) gelijk is aan het woord “Chanoeka”, is geworteld in de letters dalet enmem, die het Hebreeuwse woord “bloed” vormen. Bloed representeert onder andere, de negatieve krachten van oordeel, onze missie is om het verzachten. Via de 44 (de numerieke waarde van dalet, 4, en mem, 40) lichtjes die we aansteken gedurende Chanoeka (inclusief de shammes) en het opwekkende bewustzijn die zij belichamen, worden de klipot voor ons genullificeerd. [Dit is ook gerelateerd aan de traditie van verhoogd geven van liefdadigheid (“geld”) gedurende Chanoeka, want het Aramese woord voor geld is “Dami” die de zelfde stam letters deelt met “m’damei”]. Zoals wij zo duidelijk in onze tijd getuigen, dat alles lijkt te staan tussen onze huidige situatie en de complete verlossing is onze vastberadenheid en duidelijkheid van onze nationale wil. In het licht van deze inzichten, is Chanoeka, waarin we onze verlossing vieren van vreemde mogendheden die proberen ons te verleiden om onze G’D en Zijn Thora in de steek te laten, een bijzonder gunstig moment voor meditatie, vooral op het licht van de kaarsjes of olie lampjes van de Chanoeka Menora.

De mystieke meditaties die iemand moet hebben voor het aansteken van de [Chanoeka] lichtjes gaat primair om een hemelse en volledig mystieke eenwording genaamd Ner[Hebreeuws voor “kaars”]. Kortom, er zijn drie primaire aspecten van de unificatie Zeir Anpin en NoekvaHavayah [verenigd] metEh – yeh (die een numerieke waarde heeft van 47), Havayah metElo – hiem ( gelijk aan 112), en Havayah met Ado – nai (gelijk aan 91). Soms wordt één aspect verenigt, soms twee en soms alle drie, waarin het bovenstaande wordt helemaal verenigd wordt en [dan] Noekva “Ner heet “, [waarvan de numerieke waarde 250 is], gelijk aan het totaal van de zes bovengenoemde G’ddelijke Namen.

 

 

Havayah = 26
Eh-yeh
 = 21
Havayah
 = 26
Elo-him
 = 86
Havayah
 = 26
Ado-nai
 = 65 

Plus 6, voor elke naam, de kolel,
= “Ner” (250), gespeld
 noen (50), reish (200)

 

In de eerste zegen [“……Die ons heeft opgedragen het Chanoekalicht aan te steken”] wordt op alle drie [bovenstaande unificaties] gezinspeeld [in het woord “kaars”].

 

In de tweede zegen [“……..Die wonderen verricht….”], de tweede unificatie waar op gezinspeld wordt.

 

En in de derde zegen [“……Die ons leven heeft gegeven….”] de laagste van alle waarop gezinspeeld wordt.

 

De opdracht om het mirakel van Chanoeka bekend te maken vereist dat we onze menora aansteken op een plaats die zichtbaar is voor voorbijgangers en op een tijdstip niet te laat, zodat zich niemand meer op straat bevindt om het te zien. De boven genoemde termen geven aan, dat de kracht van Chanoeka zo groot is, dat gedurende de feestdag, de meest verheven hemelse niveaus van heiligheid (gerepresenteerd door de bovengenoemde unificaties van de G’ddelijke namen), zelfs toegankelijk zijn in de laagste sferen. Deze minder verheven domeinen worden gerepresenteerd door de term “marktplaats” (in het Hebreeuws, “shoek”, gerelateerd aan het woord voor “dij”, geassocieerd met de sefira van Hod. De achtste sefira van boven), een plaats die gekarakteriseerd wordt door verspreiding, disharmonie en gevoeligheid voor Externe Krachten. Chanoeka laat ons zien dat vonken van heiligheid overal zijn en biedt ons de mogelijkheid om deze vonken te verlossen, om zelfs heilig licht te laten schijnen in de sferen van duisternis.

 

CHAG ORIEM SAMÉACH – GELUKKIGE FEESTDAGEN VAN LICHT

SJEMINIE ATSERET, SIMCHAT THORA – VREUGDE DER WET

De Lubavitcher Rebbe

 Het hoofdconcept van Simchat Thora is simcha, of vreugde, zoals de naam van het feest al aanduidt. Het is van deze uitzonderlijke dag dat wij al ons geluk voor het hele jaar verkrijgen.

Alhoewel het waar is dat alle feestdagen, tot een bepaalde hoogte, geassocieerd zijn met simcha, in het bijzonder Soekkot, welke “de tijd van vreugde” wordt genoemd, brengt Simchat Thora een groter aspect van simcha dan alle andere feestdagen en is het het hoogtepunt van de simcha  van Soekkot.

 

Wat is de bron van de vreugde op Simchat Thora, en wat zet het apart van het geluk dat we ervaren van andere feestdagen? In de Zohar, parashat Pinchas, wordt gezegd dat het gebruikelijk is dat Simchat Thora een dag is van vreugde en geluk.

Dit maakt Simchat Thora anders dan de dagen van Soekkot, welke de eigenschap beschrijven van vreugde omdat zij geassocieerd zijn met de graanoogst, daar de verheven stemming van Simchat Thora een verwijzen is naar “gebruik”, omdat het komt van een plaats verder dan natuur en oogst.

 

Bovendien zou iemand misschien zeggen dat de simcha van Simchat Thora is afgeleid van het lezen van de Thora. Echter, de vreugde die het leren van Thora geeft is eveneens natuurlijk, eerder dan een gewoonte, zoals het vers zegt, “De opdrachten van G’D zijn puur, en verblijden het hart. (Psalm. 19:9)

 

Misschien komt de blijdschap van Simchat Thora van het dansen? Dansen is de G’ddelijke dienst van het accepteren van Hemels Koningschap.

Dansen verhoogt de vreugde, maar het is niet de ware grond van de simcha. Vergelijkbaar met de manier waarvan de spraak komt met het intellect en het hart, en, op het zelfde moment emoties en begrip toevoegt. Hoe dan ook, niemand zou zeggen dat de bron van emotie en begrip komt van de spraak zelf. Insgelijks, simcha inspireert tot dansen en het dansen verhoogt de simcha, maar het dansen is niet de oorsprong van de vreugde.

 

Het centrale punt van de dienst op Simchat Thora is de hakafot, wanneer we zeven keer rondlopen met de Thora, er is gezegd dat de simcha op dat moment zo groot is dat zelfs de voeten zich verheugen. Als het concept van Simchat Thora zo nauw verbonden is met dansen, waarom lezen we dan nog van de Thora?

Het antwoord ligt in het feit dat, op Simchat Thora, het Joodse Volk een hoger aspect van de Thora neer haalt vanuit de Thora zelf, een vreugde die de Thora kroont van het aspect van keter.

 

Op de feestdag van Simchat Thora (21 oktober, buiten Israël), of de samengevoegde feestdag Shemini Atseret Simcha Thora ( 20 oktober in Israël) lezen wij het afsluitende gedeelte van de Thora Wezot HaBeracha. Wanneer dit is voltooid, begint de lezer onmiddellijk met het lezen van het eerste gedeelte van de eerste parasha van de Thora, Bereeshiet, dus het einde verbinden naar een nieuw begin. Het volledige gedeelte van Parashat  Bereeshiet wordt gelezen op de Shabbat die volgt op Simchat Thora, wat betekent Shabbat 22 oktober.

 

GOED JOM TOV, SHABBAT SHALOM

 

 

              

DE KABBALA VAN SOEKOT

Wanneer wij Zijn heilige mitzwot uitvoeren, brengen we G’D’s verlangen in de openbaarheid. Doch aan de onderliggende grondslagen van G’ddelijk verordineerde handelingen ligt de verborgen Heilige G’ddelijke Gedachte. Onze gedachten worden alleen herkenbaar door spraak of handelingen. Zoals het beneden is, zo is het boven. De Gedachten van G’D zijn verborgen voor onze waarneming. Zij kunnen alleen worden herkend en begrepen wanneer Hij dit wenst. In mitzwot zelf, in de exacte woorden en de letters die woorden vormen, zijn heilige aanwijzingen verborgen, over wat er omgaat in G’D’s gedachten en waarom Hij ons oplegt deze mitzwot uit te voeren, specifiek in deze periode, de precieze mitzwot van Soekot (Loofhuttenfeest).

 

De details van de mysteries van Soekot vullen vele bladzijden in de geschriften van de Kabbalisten. Specifieke details tarten de vertaling vanwege de vele complicaties in het verklaren van de diepgaande Kabbalistische spirituele concepten. Nederlands en andere talen ontberen eenvoudig de juiste woorden die gebruikt kunnen worden om behoorlijk de esoterie van de Thora over te brengen.

 

De mysteries van het Soekotfeest kunnen worden gevonden in het woord Soeka zelf. Gespeld met de vier Hebreeuwse letters, net zoals de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ, bergt het woord Soeka in feite de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ in zich. De numerieke waarde van het woord Soeka (Samech, Vav, Kav, Hé) is 91. 91 is een heilig getal in Kabbala. De twee letters Kav en Vav in Soeka zijn numeriek gelijk aan 26. Dit is de numerieke waarde van  JOED-HÉ-VAV-HÉ waar deze Naam binnen het woord wordt verborgen. Wanneer 26 wordt afgetrokken van 91 blijft 65 over, een ander belangrijk kabbalistisch getal. 65 is de numerieke waarde van de heilige Naam Adonai. Dus samen bestaat het woord Soekot uit twee heilige Namen. Doch deze twee Namen zijn veel meer dan heilige woorden. Deze twee Namen delen een bijzondere en heilige verwantschap.

 

Adonai is de Naam die we aanwenden om G’D aan te spreken. JOED-HÉ-VAV-HÉ is de Naam zoals het is geschreven. JOED-HÉ-VAV-HÉ is in gedachten, Adonai is in spraak. Hierin ligt het mysterie. De heilige Naam JOED-HÉ-VAV-HÉ geeft het verborgen latente potentieel intrinsiek weer, terwijl de Naam Adonai een aspect van dat potentieel weergeeft. Wanneer gecombineerd, geven JOED-HÉ-VAV-HÉ en Adonai daarom de vereniging van het G’ddelijk potentieel en de manifestatie van dat potentieel weer.

 

In de sfeer van de sefirot, correspondeert de Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ met de zes sefirot (Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod en Yesod). Samen worden deze zes Zeir Anpin genoemd, Zeir Anpin, het “Kleine of Smalle Gezicht”. Zeir Anpin is het gezicht dat ongezien is in ons universum, toch is het de oorspong van alle dingen die hier gebeuren. Dit “Gezicht” van G’D is wat gezien wordt in de Hemelen. Het “Gezicht” van Zeir Anpin is gecentraliseerd op de sefira Tiferet, die het hemelse Hart en de bron is van de heilige geschreven Thora.

 

De naam Adonai daarentegen,  refereert aan de sefira Malchoet, de heilige Shechina. De Shechina wordt ook Noekva genoemd (het feminiene), de gezellin van Zeir Anpin. Het is door de Shechina/Malchoet dat Zeir Anpin hier in ons fysieke universum wordt gemanifesteerd. De Shechina is de levenskracht die tot alle vorm aspecten leidt in het fysieke universum. De Shechina is dat aspect van G’D dat aan alles dicteert wat het verondersteld is om te zijn. De Shechina is de onderliggende kracht van de natuurwetten. De Shechina creëert natuur, door als kanaal te dienen voor Zeir Anpin. Zodanig is Noekva de spreekwoordelijke gezellin van Zeir Anpin. De twee moeten in gepaste harmonie zijn omwille van de continuïteit van het universum. Zonder het -één zijn- van Zeir Anpin en Noekva zou ons fysieke universum terugkeren naar de koude primordiale soep, de leegte zonder enig leven en bewustzijn.

 

Zeir Anpin en Noekva moeten zich in een continue staat van -één zijn- bevinden om de hemelse overvloed van G’ddelijke energie te laten vloeien in ons universum. Leven is altijd vloeiend en vibrerend, zo ook de Thora. Zoals Zeir Anpin algemene vormen bepaalt van alles wat moet zijn zo voorziet Noekva de in details. Zoals het boven is, zo is het beneden. Dit is het mysterie van de geschreven en de mondelinge Thora. Zeir Anpin manifesteert de geschreven vorm van de Thora, geëtst en gegraveerd in de heilige letters. Noekva ademt in deze letters en geeft hen hun betekenis en parameters. Zoals allen die een Thoraleven leiden weten, is het onze mondelinge Thora die vorm en inhoud geeft aan de heilige geschreven Thora.  De twee tezamen zijn als man en vrouw, onvolledig zonder elkaar. Zoals het beneden is, zo is het boven.

 

In Kabbala refereert Zeir Anpin ook aan de Heilige, Geprezen zij Hij. Noekva/ Malchoet, zoals we zeiden, refereert aan G’D’s Shechina. De vereniging van Zeir Anpin en Noekva is dus een eenwording van de zeven sefirot die de Actief/ Gevende (masculien) en de Passief/Onvangende (feminien) grondbeginselen in de Schepping verenigt.

 

 

Hiernaar  wordt ook verwezen als de eenwording van de spirituele sferen van de Hemel en de fysieke sferen van de wereld. Hier in deze wereld wordt dit gemanifesteerd in de vorm van de eenwording van de geschreven en de mondelinge Thora. Dus de eenwording van de Heilige, Geprezen zij Hij en Zijn Shechina is de gehele zin van de Schepping en de reden waarom de mensheid en in het bijzonder het Joodse Volk de verplichting werd opgelegd om de mitzwot in acht te nemen. Dit diepgaande concept wordt scherpzinnig aan ons geopenbaard in de letters die het woord Soeka spellen. Dit universele concept van harmonie en continuïteit is de onderliggende “Gedachte van G’D” waanneer Hij ons opdraagt om zeven dagen in Soekot (loofhutten) te verblijven.

 

Het soekotfeest duurt zeven dagen. Deze zeven dagen corresponderen met de Sefirotische eenwording van de zes sefirot van Zeir Anpin en de Sefira Malchoet/Noekva. Deze zeven dagen verenigen de hemelse sefirot en stralen hun invloed op ons uit. Doch zoals met vele dingen in deze fysieke wereld, moet men op de juiste plaats en op de juiste tijd zijn om datgene te ontvangen wat ontvangen kan worden.

Moge G’D ons allen zegenen om te participeren in deze heilige mitzwot en deel te laten nemen in het teweegbrengen van de heilige Hemelse eenwording.

 

CHAG SAMEACH, GOED JOM TOV  


 

 

    

 

      

 

 

    

 

      

 

JOM KIPPOER GROTE VERZOENDAG

Van alle feestdagen, wordt Jom Kippoer beschouwd als de meeste heilige en sublieme. Op een eenvoudig niveau geeft Jom Kippoer de indruk een dag te zijn, opgedragen aan berouw, maar is dit werkelijk het geval? Bedenk, eerst komt Rosh Hashana, “de dag van oordeel” en dan Jom Kippoer, een dag van berouw. Is deze volgorde op enigerlei wijze zinvol:

 

Waarom zou een dag van berouw volgen op een dag die is opgedragen aan oordeel?

 

WORSTELEN met MODDER

Hoe komt de heiligste dag verstrengeld met een dag die iemands slecht handelen weergevend? Kan het zijn dat er op deze heiligste der heilige dag niets beter te bepraten valt dan al het afval dat iemand in het voorgaand jaar heeft verzameld?

 

Begrijpelijkerwijs wordt het negatieve naar boven gebracht met als doel om ons er aan te herinneren onszelf te zuiveren. Aangezien we niet kunnen vergeten en laten gaan datgene dat we ons niet herinneren en erkennen en verschuldigd zijn. Toch is het even waar “dat iemand die worstelt met een bemodderd persoon zelf wordt bemodderd.”

 

Hoewel er plaats is voor indringend bewustzijn van je negatief gedrag, zou misschien Jom Kippoer hiervoor niet juiste het moment zijn. En inderdaad is dit niet zo. Jom Kipppoer gaat niet over het verhalen, herinneren van al onze negatieve bagage, want daarvoor is de hele maand Elloel.

 

Elloel is een tijd waarin we eerlijk en grondig soulsearching doen, een zelf onderzoek en streven het verkeerde recht te zetten. Het is een periode waarin wij oprecht ons gedrag analyseren, herstellen als er schade is aangericht en ferm besluiten om onze toekomst te verbeteren. Als de maand Elloel eindigt, zijn we gereed voor Rosh Hashana, “de dag van oordeel”.

 

Wat is dan Jom Kippoer?

 

GESCHEIDEN TIJD, RUIMTE, BEWUSTZIJN

 

Dit universum bestaat uit  tijd, ruimte en bewustzijn. Er zijn drie eigenschappen ten aanzien van de Schepping; Olam, ruimte, Shana, tijd en Nefesh, ziel. Wat en waar we ook zijn, we zijn altijd op een bepaalde locatie op een bepaalde tijd en in een bepaalde staat van denken, gemoedstoestand. Deze drie zijn zo intensief met elkaar verbonden dat de ene niet kan existeren zonder de anderen; tijd en ruimte worden alleen “absoluut” wanneer een bewustzijn, een waarnemer deze als zodanig observeert.

Tijd, ruimte en bewustzijn expanderen vanuit een centraalt punt, met andere woorden, de tijdstroom, de oorsprong van ruimte, en de extensie van bewustzijn ontwikkelen zich vanuit een punt van referentie. Tijd, Ruimte, Normatief Bewustzijn functioneren in een universum van polariteit, gesepareerdheid, diversiteit en fragmentatie. In lineaire tijd is een verleden dat invloed heeft op een heden en die op zijn beurt een effect heeft op de toekomst, het zelfde geldt voor ruimte. Ruimte heeft gedefinieerde dimensies, een breedte, hoogte en diepte. De waarnemer, het bewustzijn dat tijd en ruimte op deze gefragmenteerde wijze waarneemt is juist de schepper van al deze diversiteit omdat hij slechts zijn eigen innerlijke polariteit, dualiteit en innerlijke onenigheid projecteert op het leven dat hem omringt.

 

DE EENWORDING VAN TIJD, RUIMTE, BEWUSTZIJN

 

Toch is er voor al de multipliciteit en diversiteit een centraal punt, dat één verenigd geheel is, vanwaar uit alle separatie en diversiteit voortkomt. Onmiskenbaar is het middelpunt van alle realiteit en existentie, de Schepper, maar als een manifestatie en vertegenwoordiging van deze eenheid, is er een expressie van eenheid in tijd, ruimte en bewustzijn, een punt vanwaar uit alle dualiteit voortvloeit. Er is een tijd, ruimte, ziel realiteit waarin de oneindige eenheid uitwaards begint te stromen tot in de eindige realiteit en waar de eindige separatie en oneindige eenheid verenigd en onafscheidelijk worden.

JOM KIPPOER REFLECTEERT EENHEID EN EENWORDING OP ALLE DRIE NIVEAUS, IN TIJD, RUIMTE EN BEWUSTZIJN.

 

Met betrekking tot tijd wordt aan Jom Kippoer gerefereerd als achas ba’shana, de Eenheid van het Jaar. Jaar in het Hebreeuws, shana, is een woord dat is gerelateerd aan het woord shinoei, betekenend, verandering, aangezien de vloed van de jaarlijkse cyclus getuigt van diversiteit en de verandering van de seizoenen. En te midden van deze multipliciteit, staat Jom Kippoer als achas ba’shana, het focus punt van tijd uitdrukkend, de ultieme eenheid van tijd van waaruit alle veelvoudige tijd realiteiten voortkomen.

Evenzo wordt Jom Kippoer geassocieerd met de eenheid en eenwording van ruimte. Toen de Beth Ha’mikdash, de Tempel in Jeruzalem er nog stond, was het de Hoge Priester alleen toegestaan op Jom Kippoer, de heilige ruimte van Kadosh Kadoshiem, het Heilige der Heilige te betreden. Daar stond de Ark van het Verbond op de even hashesya, de fundatiesteen, de mystieke mysterieuze rots vanwaar uit de gehele fysieke ruimte zich uitstrekte, zoals de Talmoed verhaalt. De Ark van het Verbond was fysiek zoals al het andere, een manifestatie van deze materiële existentie met fysieke eigenschappen, en toch, geplaatst in het Heilige der Heilige, nam het geen enkele ruimte in. Als men zou kunnen meten vanaf de buitenwand van de Ark in elke richting, zou de totale som van de lege oppervlakten het zelfde zijn als de totale som van de gehele ruimte van het Heilige der Heilige.

 

Paradoxaal bevatte de Ark een welomlijnde afmeting, en toch nam het op geen enkele wijze ruimte in beslag, een totale smelting, eenwording en herintegratie van dimensie in het niet dimensionale, van ruimte in het niet ruimtelijke, hoewel de Ark zelf zijn afmetingen behield en tegelijkertijd niet ruimtelijk was.

 

ONS ESSENTIËLE ZELF ONTHULLEN

 

En tenslotte en dit is zeer belangrijk, reveleert Jom Kippoer de éénheid van ons diepste zelf.

 

Helaas, hopelijk zelden, gebeurt het, dat de wijze waarop we handelen en de weerspiegeling van ons uiterlijk gedrag niet overeenkomen met ons ware innerlijke. We wijken af van ons innerlijke pad en het proces verduistert ons innerlijk Licht, en toch, doet het er compleet niet toe hoe ver of vervreemd we zijn van ons innerlijk Licht, ons innerlijk Licht kan nooit en te nimmer worden vervaagd.

 

In essentie zijn wij puur en transcendent en elke negativiteit waar we ons mee engageren of inlaten is niet wie we zijn, eerder is het wat we hebben gedaan. De essentie van wie we zijn blijft onaangetast. De consequenties van ons negatief handelen kan maar oppervlakkig penetreren en kan zichzelf met ons verbinden maar meer als een aanhangsel. Het is waar dat zij ons terneer drukken, onze belasten, onze zicht vertroebelen, maar zij heeft geen effect op het diepste oneindige deel van onszelf, de ziel, die altijd één, puur en verbonden blijft.

 

Jom Kippoer geeft ons de kracht om ons diepste, oneindige, niet dualistische zelf te bereiken. Het is een dag waarop we boven ons ego uitstijgen en volledig in de diepste bronnen van onze vrije ziel doordringen.

 

Meta historisch was Jom Kippoer gekozen als een dag van teshoeva, omdat het de oorspronkelijke dag was van vergiffenis op het moment van de geboorte van het Joodse Volk.

Slecht zes weken na de monumentale G’ddelijke ontmoeting bij de Sinaï, toen de absolute Eenheid duidelijk zichtbaar was, dansten de Oude Hebreeën rond het Gouden Kalf en proclameerden, “dit is de god die ons uit Egypte leidde”. Het verlangen om een beeld te verafgoden en te aanbidden was zo sterk en de menselijke dubbelheid behoeft aan conceptualisering en context was zo overweldigend, dat zij niet in staat waren de Sinaï gepast te assimileren.

 

Acht dagen later, na veel gebed en smeken van Mozes, verwierf en bereikte Mozes vergeving, een middel om opnieuw toegang te verkrijgen tot de hoogste niveaus, zelfs nadat men diep is gevallen. Die dag was de tiende van de zevende maand van Tishré, die dag wordt door de Thora aangeduid als Jom Kippoer.

 

Op Jom Kippoer, zegt de Talmoed, “de essentie van de dag brengt verzoening”. De dag van Jom Kippoer roept en brengt voort sublieme middelen van superioriteit die alle uiterlijkheden, dus alle negativiteit overschaduwt. Of we volledig bewustzijn zijn of niet maakt weinig verschil, zolang als we minimaal de helende kracht van de dag accepteren en zeker niet interfereren.

 

EEN DAG VAN SUPERIORITEIT, EEN TIJD VAN IMMANENTIE

 

Jom Kippoer is een dag waarop we afzien van normatieve lichamelijke behoeften. De restricties van de dag zijn niet primair bedoeld om lijden van het lichaam te veroorzaken. Als pijn veroorzaken de intentie was, zouden er veel effectievere manieren zijn om dat te bereiken. De focus hier is te bewerkstelligen dat de  normatieve fysieke sfeer wordt doorbroken. Het is een dag toegewijd aan het bereiken van transcendentie van het fysieke, als ook een transcendentie van alle negativiteiten en geringschatting.

 

Op Jom Kippoer vindt totale transcendentie plaats. Dit is een dag waar wij ons onthouden van shoven, “rust”, zoals de stam van het woord Shabbat, van eten, drinken, echtelijke relatie, zelfs van lopen en verplaatsen, gerepresenteerd door het verbod om leren schoeisel te dragen en andere lichamelijke behoeften. Er is een complete materiële transcendentie, een afzien van alle fysieke dingen. Velen hebben de gewoonte om zo veel mogelijk te staan gedurende de gebeden. Gedurende de gebeden wordt een wit lang hemd gedragen (kittel), en er wordt een witte gebedsmantel (Talliet) gedragen.

 

Het uiteindelijke terugkeren, teshoeva, is wanneer we een radicale ommekeer van ons verleden opwekken. Zelfs het negatieve verleden en ons verleden omvormen in een positieve context binnen het heden. In de Taal van de Talmoed, teshoeva van liefde verandert “koppige overtreding tot positieve goedheid”. Hoe kan dit gebeuren?

Voor de een is het juist ons voorafgaand negatief handelen dat ons heersend diep verlangen om terug te keren motiveert, en om een meer diepgaand niveau van teshoeva te bereiken. Ons negatief gedrag van het verleden kan als een springplank voorwaarts dienen naar positief gedrag in de toekomst. Dit nieuw strategisch punt is de essentie van goedheid en licht binnen de ogenschijnlijke negactiviteit en duisternis. Retroactief sprekend, de G’ddelijke goedheid in het negatief handelen is, dat het kan en vaak binnen de persoon een diepere wil opwekt om terug te keren en bewerkstelligt het dat iemand zijn handelen veranderd.

Om die reden is het woord voor “wandaad” in het Hebreeuws chet, gespeld als, chet, tet, alef. Technisch kan het woord chet geschreven worden zonder de laatste letter alef, die niet uitgesproken wordt en dus klaarblijkelijk overbodig is. En toch heeft chet een alef, de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet en de fonetische opening van alle klanken, een die de Eerste, de Ene en de Enige representeert. Mogen wij waarlijk bewust zijn van deze dag van achat ba’shana, eenheid van tijd en een verzachting van ons gehele zelf bereiken binnenin het opnieuw ontdekte zelf.

Mogen we verdienste overtreffen in de ontzagwekkende dag van Jom Kippoer en ons diepste zelf onthullen. Mag de uitwerking van onze persoonlijke innerlijke transformatie worden waargenomen en gevoeld door de hele wereld. Mogen we voor de “essentie van de dag” toestaan om ons ware teshoeva te brengen, en dat ons eigen teshoeva een teshoeva inspireert voor de hele wereld, zodat de wereld wordt geheeld en herstelt van zijn fragmentatie, versplintering en schijnbare zinloosheid.

Juda Groenteman      

  

 

   

 

 

DE KOSMISCHE ZIEL VAN ROSH HASHANA

ROSH HASHANA VERTEGENWOORDIGT VERNIEUWING VAN JE ZELF EN VAN DE WERELD

 

 

 De Dimensie Van Bewustzijn

 

Het universum is niet gebouwd in tijd en ruimte alleen; het heeft andere parameters. Zoals ruimte zich uitstrekt in drie dimensies en de tijd uitstrekt van verleden naar toekomst, zo strekt dit andere continuüm zich uit van het binnenste naar het buitenste, van de etherische essentie van zijn tot concrete realiteit die we aanraken en voelen, van simpliciteit van oneindig licht naar de chaos van onze uiterste wereld. We kunnen het de kosmische ziel noemen of de dimensie van bewustzijn. Of we kunnen gewoon zeggen dat het hele universum kan worden begrepen als een soort persoon van wie elk van ons niet meer dan een oneindig klein, microreproductie is.

 

Op paradoxale wijze drukt deze kosmische ziel zichzelf in ruimte uit door het medium van tijd. Zodat wat existeert in de ziel, existeert in tijd en wat existeert in tijd, existeert in ruimte. In de ziel is een besef, een bewustzijn en de plaats vanwaar het bewustzijnsleven zich uitbreidt, in ruimte is er het Land van Israël, een ruimte van  waaruit de hele wereld wordt gevoed. In tijd is er Rosh Hashana, een tijd van waaruit alle tijd wordt vernieuwd.

 

Dus we noemen het Rosh Hashana, letterlijke betekenis, Hoofd van het Jaar. Niet alleen een begin, een startlijn, maar een hoofd. Net zoals het hoofd het bewustzijn bevat van alles wat er gebeurt in het lichaam, zo ook is Rosh Hashana het essentiële knooppunt waardoor alle vitaliteit van een heel jaar reist

 

Ruimte, tijd en bewustzijn, op één niveau, lijken van elkaar te verschillen, met bewustzijn, handelend als een waarnemer, getuige van ruimte binnen een context van tijd. Maar op een meer diepgaand niveau, existeert tijd niet zonder ruimte en geen van twee existeert zonder een waarnemer, aangezien de waarnemer effectueert en fundamenteel creëert dat wat is waargenomen.

 

Om alleen te praten over de vernieuwing van tijd op Rosh Hashana  zonder in te gaan op de vernieuwing van ruimte en de vernieuwing van bewustzijn kan niet accuraat zijn . Als Rosh Hashana de vernieuwing van tijd is en het zenuwcentrum waardoor alle richtingen van de tijd stromen, is het ook de vernieuwing van ruimte en bewustzijn. Op Rosh Hashana is er een totale kosmische vernieuwing; en door onszelf af te stemmen op deze ontzagwekkende dag, kunnen wij hernieuwde vitaliteit bereiken op alle niveaus van ons wezen, een radicale vernieuwing in tijd, ruimte en bewustzijn.

 

VERNIEUWING VAN DE MENSHEID

 

Rosh Hashana is ook de dag van onze collectieve beoordeling, omdat het een dag is die de creatie van de mensheid viert, de Genesis van Adam. Adam representeert de kosmische mens, adam/kadmon de primordiale mens. In aanmerking nemend dat Adam de eerste mens was, kunnen alle mensen hun genen terugvoeren tot één voorvader. Zoals fysiekheid een reflectie is van de spirituele realiteit, is Adam ook onze spirituele voorvader. Adams ziel is de collectieve en universele ziel waar alle zielen uit voortkomen, een zielsoorsprong waar alle individuele zielen van zijn afgeleid.

 

Adam is dus de verpersoonlijking van heel het menselijk bewustzijn. De creatie van Adam was niet een eenmalig gebeuren, het gebeurt elke moment opnieuw, uitmondend in het centrale punt van deze vernieuwing op Rosh Hashana, wanneer een totale vernieuwing van kracht en energie van ons individueel bewustzijn plaats vind.

 

DE FUNCTIE VAN DE TEMPEL

 

Toen de Tempel stond in Yeroeshalayiem/Jeruzalem, was dit het centrum van tijd en ruimte; hernieuwd bewustzijn werd daar geboren in het zicht van de wereld. Als focuspunt van de hele ruimte, het middelpunt van waaruit alle richtingen voortvloeien, was er een constante tastbare waarneming van nieuwheid en frisheid in het domein van de Tempel. De Toonbroden werden nooit oud, zij bleven vers gebakken, zij smaakten altijd vers, zelf als zij een week tevoren waren gebakken, zoals de Talmoed aanhaalt in Chagigah. 26b.

 

De Tempel was gebouwd op de plaats waar Jacob eens had geslapen en droomde van een ladder naar de Hemel, zoals de Thora verhaalt in het Boek Genesis 28:12-18.

Toen hij wakker werd uit deze droom, proclameerde hij, “Ongetwijfeld is Hashem in deze plaats; en ik wist [realiseerde] het me niet.”Wat hem verontrustte was dat hij had geslapen op een heilige plaats. De Talmoed noemt slapen “een zestiende van dood zijn “ (Berachot 57b). Slaap is statisch, stilstaand, niettemin moet een heilige plaats levend zijn, wakker en rechtovereind staan en met enthousiasme in bewegingen zijn. Jacob was verontrust dat hij niet overeenstemde en harmonieerde met zijn bewustzijn.

 

Heden ten dagen proberen wij zijn vergissing recht te zetten door niet overdag te slapen gedurende Rosh Hashana, vooral niet voor het blazen van de Shofar, die kosmisch ontwaken representeert.

 

We proberen ook de misstap van Adam recht te zetten die, als de personificatie van de algemene ziel van de mensheid, dualiteit koos, ouderdom en uiteindelijke sterfelijkheid. In plaats daarvan proberen we ons bij de hernieuwde G’ddelijke energie stroom aan te sluiten en een hischadshoet/ vernieuwing in vitaliteit en energie in al onze aspecten van het leven te brengen.

 

KESIVA VECHASIMA, LESHANA TOVA U’METUKA, MOGEN JULLIE INGESCHREVEN EN BEZEGELD WORDEN VOOR EEN GOED JAAR.

 

JUDA GROENTEMAN

 

 

 

 

 

  

 

 

 

                                                                                                             

 

 

 

ROSH CHODESH ELLOEL

LIED VOOR ELLOEL

 

Psalm 27 begint met de woorden “De Eeuwige is mijn licht en mijn redding.” Het wordt gelezen aan het einde van de ochtenddienst gedurende de Maand Elloel vandaag, tot na Hoshana Rabba-Simcha Thora, de zevende dag van het Soekotfeest. Vers 6 van de psalm, leest: “Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding”.Heb dit vers in gedachten zodat je de woorden ziet schitteren in het analytisch licht overeenkomstig aan de Kabbala.

De Eeuwige is mijn licht en mijn redding, voor wie zou ik bang zijn? De Eeuwige is de beschutting voor mijn leven, voor wie zou ik angst hebben? Al komen, die het kwade willen, mij te na om mij tot prooi te maken, al zijn mijn verdrukkers en mijn vijanden tegen mij, dan zullen zij struikelen en vallen. Al ligt een leger in slagorde tegenover mij, is het mij niet bang te moede. Al staat een oorlog tegen mij op uitbreken, toch blijf ik vertrouwen. Een ding vraag ik van de Eeuwige, daarnaar streef ik, dat ik in het Huis van de Eeuwige mag wonen, zolang ik leef. Dat ik de lieflijkheid van de Eeuwige mag ervaren en het heiligdom weer geregeld mag bezoeken. Dat Hij mij zal beschutten onder een beschermend dak in kwade dagen, mij zal bergen in de beslotenheid van Zijn tent, mij zal plaatsen boven op een rots. ‘Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding. Hoor Eeuwige naar mijn stem! Ik roep, wees mij genadig en antwoord mij. Ik dacht bij mezelf van U te horen: ‘Zoeken jullie Mij!’ Ik zoek U toch, houdt U zich niet voor mij verborgen, wijs Uw dienaar niet af in Uw woede, mijn hulp bent U. Laat me niet los, laat me niet in de steek! God van mijn redding! Al zouden ook vader en moeder mij in de steek laten, de Eeuwige zou me tot zich nemen. Leer mij Eeuwige Uw wegen en leid mij op het juiste pad, al zijn er die op mij loeren. Lever mij niet over aan de willekeur van mijn vervolgers, die als valse getuigen optreden en met woorden van geweld van zich afblazen. Zo zou het zijn als ik niet altijd geloofd had het goede van de Eeuwige te mogen ervaren in het land der levenden. ‘Vertrouw op de Eeuwige, wees sterk en blijf moedig, vertrouw op de Eeuwige!’