DE 9e DAG VAN DE MAAND AV, DE VERBORGEN FEESTDAG

Normaal zeggen we op een vastendag, Vidoei, confessie en Tachanoen, smeekgebeden. Maar op Tish’a B’Av, de 9e dag van de maand Av, één van de treurigste dagen in de Joodse kalender, zeggen we geen enkel smeekgebed, het is alsof Tish’a B’Av op een lijn geplaatst wordt met de Feestdagen. Waarom is dit?

 

Het antwoord is dat Tish’a B’Av inderdaad wordt beschouwd als een feestdag. Alhoewel de Heilige Tempel werd verwoest op die dag, werd het Joodse Volk desalniettemin bewaard voor ondergang. G’D in Zijn Oneindige barmhartigheid stortte in plaats Zijn toorn op hout en steen [fysieke materialen waaruit de Tempel was geconstrueerd.] Dus zien we de goedheid van G’D; zelfs in een tijd van boosheid denkt Hij aan het Joodse Volk in vergevensgezindheid.

 

Bovendien is onderwezen dat de zelfde dag waarop de Heilige Tempel werd verwoest (Tish’a B’Av), de dag is dat Mashiach is geboren.

 

[In ieder generatie wordt iemand geboren die in potentie Mashiach is, dat moment vindt plaats wanneer zijn Mazal, zijn hemelse ziel, zich verenigd met zijn verwante neergedaalde aardse ziel in deze wereld.]

 

Dit bewijst dat de straf die kwam op dat tijdstip niet was vanwege haat of wreedheid, de Hemel verhoede, maar zoals een vader die een kind straft uit liefde, om hem terug te zetten op het juiste pad. (Zie Nechamat Zion op Megilat Eicha, 2:7, 3:32)      

 

 Het vasten op Tish’a B’Av Maandagavond – Dinsdag, 8-9 Augustus, 2011, 9 Av.

 

Het vasten van Tish’a B’Av verwijst naar:

 

  1. 1.    De verwoesting van de Eerste
  2. 2.    En Tweede Tempel
  3. 3.    Het decreet dat de generatie van de wildernis, die luisterden naar het onware verslag van de verkenners, niet het Land Israël konden binnengaan
  4. 4.    Verovering van de stad van Beitar na de mislukking van de Bar Kochba opstand.
  5. 5.    Verwoesting van de stad Jeruzalem door de Romeinen.

 

Hier komt bij, de verdrijving en verbanning van de Joden uit Engeland in 1290 en Spanje vanwege de inquisitie in 1492, evenzo als vele andere tragedies die plaatsvonden op Tish’a B’Av.

 

Behalve het onthouden van eten en drinken, wordt diepe rouw die dag in acht genomen, inhoudend, het zitten op lage stoeltjes of matjes op de grond en zich onthouden van wassen en het gebruik van olie, het dragen van leren schoenen en huwelijksrelaties. Zelfs het genoegen van Thorastudie is verboden, uitgezonderd de passages van berisping in Jeremia, Job, etc. en werken van Moessar  en Chassidoet die ons aanspoort tot berouw.

 

Na de avonddienst wordt Meggillat Eichat, klaagliederen gelezen, gevolgd door het reciteren van Kinot, droeve treurzang over de verwoesting van de Tempel en andere tragedies in de historie van het Joodse Volk. De ochtend Thoralezing wordt vervolgd met lange Kinot en daarna de lezing van Eichah. Dit neemt bijna de gehele morgen in beslag tot aan de middag. Vele bezoeken Joodse begraafplaatsen op Tish’a B’Av om de zielen van de doden te bewegen om barmhartigheid voor ons te bewerkstelligen.

 

Het vasten eindigt na het vallen van de avond, wanneer drie sterren zijn verschenen op woensdagavond. Vele kiezen om Kiddoesh Levanah te reciteren, “de heiliging van de Maan” na het avondgebed. 

DE DRIE WEKEN

Rabbi Tzvi Elimelech van Dinov

 

Benei Yissaschar, Tammoez/Aw, sectie 4:5

 Van de 17e van de Hebreeuwse maand Tammoez tot en met de 9e van de maand Aw, neemt de Joodse Natie traditioneel een periode van rouw in acht over een reeks gebeurtenissen die hen is overkomen gedurende deze tijd van het jaar over de generaties. Van de lasterlijke spraak van de Verkenners (in Exodus. 13,14), tot de belegering en destructie van beide Heilige Tempels in Jeruzalem, tot het begin van de Kruistochten, tot de climax van de Spaanse Inquisitie, deze drie weken karakteriseren een tijd van verschuiling van G’D’s barmhartigheid.  In de volgende leerstelling reveleert Rabbi Tzvi Elimelech van Dinov, Benei Yissaschar, enige esoterische achtergronden.

De Talmoed verklaart dat op de 15e van de maand Aw, bekend als Toe B’Aw, de ongetrouwde vrouwen van Jeruzalem uit plachten te gaan in geleende witte kleren en kringdansen in de wijngaarden.  Iedere man die geen vrouw had zou komen en een vrouw kiezen, en als zij en haar familie akkoord gingen, zouden zij worden getrouwd. De vrouw zou zeggen, Jongeman, sla je ogen op, en zie wat je koos voor je zelf. Overweeg geen schoonheid, acht familie. Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat, maar een vrouw met ontzag voor G’D, zij zal worden geprezen….” (Spreuken. 31:30)

 Zij zouden zeggen, “Jongeman, sla je ogen op…” (Taanit 30) het is de moeite waard zich te concentreren op de reden waarom wij moeten weten wat de vrouw zegt gedurende deze kringdans, en waarom zij zegt “Jongeman, sla je ogen op…”, etc.,  want was niet elke ongetrouwde man daar, en niet alleen maar jonge mannen? En waarom “sla je ogen op…”?

 Veel kan duidelijk worden gemaakt door wat ik heb uiteengezet ( betreffende de Drie Weken, 3:8), dat de 22 dagen van de periode van de Drie Weken [kunnen worden verdeeld in] 13 dagen in de maand Tammoez en 9 dagen in de maand Aw. Dit is vanwege de behoefte om de Dertien Eigenschappen van Barmhartigheid terug te brengen in de maand Tammoez door het gebeuren toen [van het breken van de Stenen Tafelen] en op de 9e Aw was de lasterlijke spraak [met betrekking tot het Land Israël, zie Numeri. 13:1-31, 14:1-19], waar Mozes de 9 Eigenschappen opriep (zie Numeri. 14:18). Tot aan de 22e dag van de Drie Weken [met andere woorden, zijn voltooiing], beschermen deze [barmhartige] eigenschappen het Joodse Volk, het was alleen dat zij waren verscholen tijdens deze 22 dagen [van tegenspoed], wat bekend staat als de “verborgen barmhartigheid”.

En daar [in 3:8] spraken wij ten aanzien van de aanduiding in het vers “Van de Eeuwige kwam dit [in het Hebreeuws ‘zot’…” (Psalm 118:23), dat het woord “zot” een acroniem is voor “Tikoenei Zeir Anpin en Arich Anpin, en de continuatie van het vers… dit is een wonder in onze ogen”, betekenend dat zij [Zeir Anpin en Arich Anpin], verborgen verhuld zijn in deze twee maanden, waaraan wordt gerefereerd als “ogen”, Tammoez het rechter oog en Aw het linker oog.

 Sefer Yetzira weidt uit en beschrijft de specifieke gedeelten van het gezicht in relatie met elk van de maanden. De maanden Tammoez en Aw zijn geassocieerd met de rechter en het linker oog.

 En in de huidige tijd vanwege ons negatief gedrag, wordt ten aanzien van deze twee maanden gezegd, “Mijn oog[en], mijn oog[en], brengen [schenken] water voort” (Klaagliederen. 1:16) (dat de zoute tranen de spirituele krachten van oordeel representeren, Etz Chaim). En in de Toekomst, de Hafthorot van Troost zal worden gelezen: “Hef uw ogen over u op en zie….” (Jesaja. 60:4), waarin G’D Zijn barmhartigheid zal gebieden en uitschenken over het Joodse Volk, dat zij hun blik verheffen [letterlijk hun “ogen”] en “rondkijken”, want telkens wanneer hun ogen zijn gevuld met tranen, want met zo veel tranen in de ogen is het onmogelijk om rond te kijken [met andere woorden, met wijde blik].

 Dit is niet het geval wanneer de ogen mooi en helder zijn, zij kunnen periferieën [met andere woorden, in het rond zien]. En dit is wat de profeet zei, in G’D’s naam “Hef uw ogen over u op en zie….”, de “ogen” refereren aan de twee maanden, Tammoez en Aw.  ( En dit is waar de Wijzen aan refereerden toen zij Taanit 24 onderwezen, dat een mogelijke bruid, iemand die wordt erkend als hebbende mooie ogen, behoeft geen verdere waardering voor schoonheid.)

 Het is al eerder onderwezen dat de Dertien Rectificaties van de Baard van Arich Anpin  de aspecten van Oudere zijn [ met andere woorden, volwassen bewustzijn], terwijl de Negen Rectificaties van de Baard van Zeir Anpin de aspecten zijn  van Jongeling [of jongeman, met andere woorden, onvolwassen bewustzijn]. En wanneer het gerectificeerd wordt [met andere woorden, volwassen,  “zich verheft”, in spiritueel formaat], wordt Zeir Anpin’s Baard, de Jongeling, volwassen en wordt Dertien Rectificaties, zoals die van Arich Anpin]. Dit is de mystieke betekenis achter het vers, “ Dan zullen de ongetrouwde vrouwen zich in hun kringdans verheugen, jeugd en oudere tezamen….”(Jeremia. 31:12)

 En dit is waarom de ongetrouwde vrouwen die uit plachten te gaan om te kunnen kringdansen op de 15e Aw specifiek uitriepen, “Jongeman, sla je ogen op”, en hier stop ik, want ik ben bang om meer te spreken, en ik heb vele aanwijzingen gegeven in deze leringen voor degene die wij zijn om te begrijpen en mag de Goede Naam [G’D] ons vergeven en mag het zijn dat onze monden niet iets zeggen [reveleren] wat niet Zijn Wil is.

 

 

 

 

,

SHAVOE’OT – WEKENFEEST 5771

Artikel I


ZEMAN MATAN THORATENOE


De dag waarop wij herdenken dat het Joodse volk de Thora kreeg.

Zou iemand tegen je zeggen dat er wijsheid is onder de volkeren, geloof het…maar als hij tegen je zegt dat er Thora onder de volkeren is, geloof hem niet. (Eicha Rabba. 2:13) Deze stelling van onze Geleerden geeft het verschil aan tussen wijsheid en Thora.

Begrip van rationele inzichten stelt fundamentele kundigheid met axiomatische veronderstellingen en de grondregels van wetenschappelijke methoden voorop. In filosofische terminologie worden deze de principes van logica genoemd. De regels van logica en axiomatische veronderstellingen dwingen het intellect tot conclusies.

Deze regels en veronderstellingen leiden inderdaad tot conclusies, maar zijn op zichzelf niet gebaseerd op enig voorafgaand principe dat dwingt deze te adopteren. Het is afhankelijk van iemands “goede wil”, als hij het er mee eens is, als hij bereid is ze te accepteren, dan zal hij ook de rationele conclusies die erop volgen accepteren. Als iemand niet bereid is om ze te accepteren, heeft iemand de optie om de regels en veronderstellingen af te wijzen en daarom zal hij ook elke hieruit voortvloeiende conclusie afwijzen.

Dit is een manier om aan te tonen dat het intellect zelf afhankelijk is van iets dat het intellect te boven gaat. Het intellect zelf voelt aan dat zijn eigen oorsprong van origine niet het intellect is. Want de fundamentele punt ten grondslag liggend aan het hele intellect, met andere woorden, axiomatische veronderstellingen, is niet overtuigd van een zuiver rationele zienswijze. Axioma’s zijn geaccepteerd omdat zij een beroep doen op het menselijke. Daarom is hun acceptatie een handeling van vertrouwen, geloof en psychologische veronderstelling of vermoeden.

Hierin ligt het verschil tussen wijsheid en Thora. Acceptatie van wijsheid is afhankelijk van iemands goede wil. Als de rationele principes aantrekkelijk voor hem zijn, zal hij die gebruiken om gevarieerde conclusies te kunnen trekken, zelfs als deze principes hem zelf niet overtuigen. Dit is compleet niet  het geval met Thora. Want Thora, zoals de term wordt geïnterpreteerd in de Zohar III:53b, betekent hora’ah [instructie]: Thora leert de mens wat verplicht is, wat gepermitteerd is, met ander woorden, de drie categorieën van issoer [wat niet is toegestaan], reshoet [de keuzemogelijkheid] en de mitzwa [de G’ddelijk verordende opdracht en heiliging]; en Thora eis dat iemand de sfeer van reshoet converteert in een mitzwa.

De Thora maakt deze instructies onafhankelijk, ondergeschikt aan menselijke instemming. De Thora leert en verlangt dat de mens hen, ongeacht zijn eigen mening en verlangens, ze moet volgen.

Dit is vervolgens de betekenis van “wijsheid is onder de volkeren, geloof het…Thora onder de volkeren, geloof hen niet”. Het concept van Wijsheid, iets dat ondergeschikt is aan iemands goede wil en goedkeuring, existeert nog onder de volkeren. Als en wanneer zij de veronderstellingen en principes van een  redenering kunnen goedkeuren, zijn zij bereid ook de conclusies te accepteren. Het concept van Thora echter, die geaccepteerd moet worden zonder enige voorafgaande instemming, met andere woorden, ongeacht of het aantrekkelijk of interessant is voor hem of goed doet of niet, bestaat niet onder de volkeren.

GOED JOM TOV, CHAG SAMEACH

 

LAG BA’OMER

LAG BA`OMER

.

De 33e dag van de omertelling in de periode tussen Pesach en Shavoeot Ijar 18, zondag 22 mei

LAG BA`OMER, herinnert ons aan gebeurtenis die de duizenden studenten van de grote geleerde Rabbi Akiva overkwam.

Zij werden getroffen door een epidemie als gevolg van respectloos gedrag onder elkaar. De epidemie stopte op Lag Ba`Omer. Daarom weten wij van Lag Ba`Omer dat het bestuderen van de Heilige Thora in goede kameraadschap, liefde en respect voor elkaar moet zijn.

Lag `Ba Omer

Herdenkt de beëindiging van de plaag onder de studenten van Rabbi Akiva; het wordt evenzo gehouden uit bijzonder respect en waardering (vooral onder chassidiem) als jaartijd, de gedenkdag van het heengaan van Rabbi Shimon Bar Yochai, die leefde in de tijd van de Romeinse overheersing van Israël en een eminent student van Rabbi Akiva was.

Hij gaf de leer van de esoterische aspecten van de Thora over aan een selecte groep studenten en was de auteur van de Zohar (Het Boek van Uitstraling).

De Zohar werd het basiswerk van Kabbala en de basis voor de filosofie en Chassidische leer in het algemeen, gefundeerd door de Baal Shem Tov (1668-1760) evenzo als Chabad Chassidisme uiteengezet door Rabbi Schneur Zalman van Laidi (1745-1813).

 

 

DE LAATSTE DAGEN VAN PESACH

FEESTMAAL VAN MASHIE’ACH

Een van de meest belangrijke elementen van Pesach, de viering van de vrijheid van het Joodse Volk, is, dat het dient als een voorbereiding voor de uiteindelijke en eeuwige verlossing door onze rechtschapen Mashie’ach [Mashiach, Messias]. (Haggada shel Pesach, Likkutei Taamin)

Zoals het vers bevestigt: “Ik zal wonderen openbaren [in de periode van de uiteindelijke verlossing] zoals in de periode van jullie uittocht van Egypte.” (Micha 7:15) In feite maakt de uittocht van Egypte alle aansluitende verlossingen, inclusief de uiteindelijke, mogelijk. (zie Sefer HaMaamariem 5708, p.164.)

Ter verduidelijking: de eerste dagen van Pesach hebben het meest betrekking op de uittocht van Egypte zelf, terwijl de laatste dagen meer verbonden zijn met de toekomstige verlossing. (Sefer HaSichot 5700, p.72) Dit is eveneens te zien in de Haftarot [Profetenlezingen na de Thoralezing] gedurende de twee laatste dagen. (Sjoelchan Aroech Admoer HaZakein, Orach Chayiem 480:5,6) De Haftara van de zevende dag Pesach is het lied van David, (Megilla 31a; Toer en Sjoelchan Aroech) aangezien die dag (en ook de achtste dag van Pesach) een verbinding is naar Mashie’ach, een nakomeling van David. En in het bijzonder ten aanzien van de Haftara op de laatste dag, welke direct spreekt over de komende Verlossing. Gedurende deze twee laatste dagen van Pesach, benadrukt Acharon Shel Pesach de laatste dag, het meest de uiteindelijke verlossing. De Haftara spreekt openlijk en uitgebreid over de komende verlossing en over de persoonlijkheid van Mashie’ach zelf, de houding van de wereld en de verzameling van Joden. (Jesaja 11: 1-3, 6-9, 11-12)

De relatie tussen Acharon Shel Pesach en de komende Verlossing werd zelfs door de Baal ShemTov naar een hoger niveau gebracht door het instellen van een speciaal derde en laatste Acharon Shel Pesach maal, genaamd “het feestmaal van Mashie’ach” omdat “deze dag is geïllumineerd door een lichtstraal van Mashie’ach.

Wat is er bijzonder aan om zoiets als de zeer verheven toekomstige Verlossing te viering met nog een extra fysieke maaltijd? Het vieren van de komende Verlossing op zo’n manier verlicht de persoon niet alleen door geest en woord (bereikt door het zeggen van de Haftara), maar evenzo zijn fysieke lichaam.

Dus dit concept is geassimileerd in het eigenlijke lichaam van de persoon zelf. Bovendien, gedenken en vieren door een maaltijd verwijst naar de heiligheid die de gehele wereld zal doordringen wanneer Mashie’ach komt. Want in die tijd “Zal zich de Glorie van de Eeuwige openbaren en al wat vlees is zal gewaar worden…….” (Jesaja 40,5)

Dit doordringen van het materiële door het spirituele wordt het best bereikt door heiliging van voedsel. Want een Jood eet zelfs een gewone maaltijd met de intentie om heiligheid in deze wereld te brengen en des te meer met betrekking tot een maaltijd op een heilige dag! Dus zeker de speciale, eenmaal per jaar, Acharon Shel Pesach“Het feestmaal van Mashie’ach” die ons in staat stelt ons te realiseren hoe al het fysieke zal worden doordrenkt met heiligheid in de tijd van de Verlossing.

Het effect van dit speciale gebeuren is natuurlijk niet beperkt tot de dag van Acharon Shel Pesach zelf, integendeel, het idee is dat het de Jood door het hele jaar moet effectueren, zodat alles wat hij doet in relatie tot de mondaine wereld doordrongen zal worden met heiligheid en spiritualiteit, net zoals de spiritualiteit die de wereld zal doordringen bij de komst van Mashie’ach.

De lering van Acharon Shel Pesach echter, is niet gelimiteerd aan iemands verhouding tot de fysieke wereld; het relateert tevens ook naar het spirituele innerlijk van elke Jood. Want het niveau van Mashie’ach is naar de essentie van elke Jood ziel. Acharon Shel Pesach stelt elke Jood in staat om deze essentie het hele jaar door te openbaren, daarbij dient hij G’D met elk element van zijn wezen.

Chag Sameach

 

PESACH 5771

REVELERENDE HANDELINGEN VAN ONZE KANT GENEREREN REVELERENDE REACTIES VAN DE SCHEPPER


Rabbi Shimon bar Jochai

De volgende sectie van de Zohar verklaart de geboden die de Israëlieten kregen opgelegd in de aanloop naar de laatste definitieve plaag, die van de dood van de mannelijke Egyptische eerstgeborenen. De Joodse mannen werd opgedragen om zichzelf te besnijden en om het Pesachlam te offeren en iets van het bloed op hun deurposten en dorpels boven de deur te smeren.

Als G’D dan Egypte doortrekt om het te treffen en het bloed aan de bovendorpel en aan de twee deurposten ziet, dan zal G’D voorbijgaan en destructieve krachten geen gelegenheid geven in jullie huizen te komen en toe te slaan. (Exodus. 12:23)

We hebben geleerd dat Rabbi Jose heeft gezegd: Dit vers levert een probleem op. Kon het zijn dat alleen wanneer Hij het bloed zag, Hij het huis zou overslaan? Moeten wij daaruit opmaken dat een teken nodig was voor G’D?

Ongetwijfeld zou G’D weten welk huis een Israëlitisch huis was en welk een Egyptisch huis zonder bloed besmeurd op de deurposten.

 

En als je antwoordt dat dit noodzakelijk was in termen van het gebod van het bloed, waarom dan moest het bloed aan de buitenkant worden aangebracht in plaats van in het huis?

 

Aangezien de Israëlieten in hun verbanning al waren gezonken tot de negenenveertigste poort van spirituele onzuiverheid ( zie Ohr Hachaim, Shemot 3:7), was er zeer weinig verschil tussen hen en de Egyptenaren. Overeenkomstig gaf G’D hen twee geboden, het bloed van het Pesachlam en het bloed van de besnijdenis (Shemot Rabba.17:3), zoals het vers in Ezekiel. 16:6 stelt: “Ik sloeg je over (Pesach) en zag jullie baden in je bloed en zei tot jullie,’In jullie ´bloed’ zullen jullie leven, en in jullie ‘bloed’ zullen jullie leven,’”. Merk op dat het woord “bloed”in dit vers in het Hebreeuws in het meervoud staat, verwijzend naar het bloed van het Pesachlam en het bloed van de besnijdenis en daarom continueert het vers tweemaal met de uitspraak, “in jullie bloed zullen jullie leven”.

Zij hebben hun leven gered door het vervullen van deze twee geboden.

 

Of het bloed op de deurposten en de bovendorpels aan de buitenzijde of binnenzijde van het huis werd gesmeerd is een onderwerp van meningsverschil onder de Geleerden van de Midrash (Mechilta. Bo 6) . Dit kan eveneens geassocieerd worden met het meningsverschil over de vraag of de uitspraak in de Pesach Haggadah gelezen zou moet worden als: “Iemand is verplicht om zichzelf te zien alsof hij net Egypte heeft verlaten” (Pesach 116b) of als “Iemand  is verplicht om zichzelf te tonen alsof hij net Egypte heeft verlaten” (Rambam, Jad Chametz u’Matzah). Volgens de eerste opvatting, bevond het bloed zich aan de binnenzijde (“zichzelf zien”), maar volgens de laatstgenoemde, bevond het zich aan de buitenzijde (“tonen zichzelf”). Het schijnt echter dat de Zohar hier de mening volgt dat het bloed aan de buitenkant van de deurposten was gesmeerd.

 

Bovendien, waarom werd hen opgedragen om het bloed op drie plaatsen van de ingang aan te brengen?

“Zij zullen het bloed nemen, het aanbrengen aan beide deurposten en aan de bovendorpel van de huizen.(Exodus. 12:7)

Jullie moeten een bundeltje hysop nemen en het in het bloed dat in de schaal is dopen; dan moeten jullie iets van het bloed dat in de schaal is in aanraking brengen met de bovendorpel en met de twee deurposten en, wat jullie zelf betreft, geen mens gaat de deur van zijn huis uit tot de morgen.” (Exodus. 12:22)

Als G’D dan Egypte doortrekt om hen te treffen en het bloed aan de bovendorpel en aan de twee deurposten ziet, dan zal G’D voorbijgaan en destructieve krachten geen gelegenheid geven in jullie huizen te komen en toe te slaan. (Exodus. 12:23)

Er is geschreven, ´ Hij reveleert de diepste geheimen en mysteries. Hij weet wat in duisternis is en licht verblijft in Hem” (Daniël. 2:22). Wat is dan de reden dat Hij verlangde dat het zichtbaar zou worden aan de bovendorpel en aan de twee deurposten?

Er is echter geschreven, “G’D zal zien en worden uitgedaagd [door hun overtredingen]….(Deuteronomium. 32:19) en G’D zag dat het kwade in de mens groot was op aarde (Genesis. 6:5)  [ en besloot om de mens weg te vagen van de aardbodem]. Van deze verzen leren we dat G’ddelijke Voorzienigheid niet Boven wordt gemanifesteerd totdat een handeling Beneden is verricht. Maar wanneer eenmaal een daad of een handeling heeft plaatsgevonden, wordt de [overeenkomstige] G’ddelijke Voorzienigheid opgewekt. Dienovereenkomstig alles, of het nu goed of slecht is, hangt af van daad en handeling.

Daar alles afhangt van de daden en handelingen van degenen Beneden, hadden zij gehandeld in het verborgene, zou de G’ddelijke Voorzienigheid eveneens zich hebben gemanifesteerd op een verborgen wijze. Nu kunnen we begrijpen waarom het bloed aan de buitenkant van de huizen moest worden aangebracht. Volgens deze mening in de Zohar, leidde het gebod om [de mitzwa] in een visuele en openbarende wijze uit te voeren, tot een G’ddelijke interventie die eveneens werd gemanifesteerd op een geopenbaarde wijze.

 

PESACH SAMÉACH

 

 

POERIEM, DE EENWORDING VAN TOEVAL EN LOT

Daartoe had hij het lot laten werpen, dat noemen we “poer”. En daarom heet het feest dat we vieren “Poeriem”. (Ester. 9:25-26)

“Poer” is het Perzische woord voor lot, loting. (Ibn Ezra op het bovengenoemde vers)  Het is noodzakelijk te begrijpen wat de betekenis is van het woord “lot”. Want het vers impliceert dat dit het mirakel van Poeriem is, aangezien de gehele miraculeuze gebeurtenis is vernoemd naar dit woord.

 

De Zohar stelt, “Jom Kippoer is vergelijkbaar met Poeriem”. (Tikoené Zohar. p. 57b) (Let ook op het woord poer in Kippoer) Omdat Jom Kippoer wordt beschreven als zijnde alleen vergelijkbaar met Poeriem, volgt daaruit dat Poeriem op een hoger niveau staat dan Jom Kippoer.

 

Poeriem en Jom Kippoer zijn beide geassocieerd met het loten. De Talmoed zegt, “Op Jom Kippoer waren er twee geitenbokken, identiek in verschijning, gestalte en monetaire waarde.” (Joma 62a)  Het lot bepaald welke geit zou worden geofferd en welke in de woestijn zou worden gezonden. Daarom was de verzoening van Jom Kippoer, in al zijn belangrijkheid, afhankelijk van een loting.

 

Van de gemeenschap van Israël neemt hij twee geitenbokken als zondeoffer.”En Aaron trekt loten op de tweegeitenbokken, één lot ‘voor G’D’ en één lot ‘voor Azazel’” [een voorbepaalde berg met een steile  rotswant in de woestijn ]  (Leviticus. 16. 5-8)

Het woord “Azazel” is een samenstelling van twee Hebreeuwse woorden “az” en “el”. “Az” betekent “moeilijk”, “El” wordt vertaald als “sterk”. (Siftei Chochmien)

 

Leviticus continueert: En Aaron trekt loten op de twee bokken, één lot, “voor  G’D” en één lot, “voor Azazel”. Hierop brengt Aaron de bok, waarop het lot “voor  G’D” is gevallen naar voren en bestemt hem als zondeoffer. De bok waarop het lot “voor Azazel” is gevallen wordt levend vóór G’D geplaatst om zo de verzoeningsdaad te verrichten en om hem “voor Azazel” de woestijn in te zenden. (Leviticus. 16:8-10)

 

De Mishna verhaalt hoe de loting werd uigevoerd: “Twee identieke geitenbokken werden als zonde offers vóór de Hoge Priester binnen de Tempel gebracht. Één geitenbok werd gepositioneerd tegenover de priesters rechterkant; de ander geitenbok werd geplaatst tegenover zijn linkerkant. Een houten doos bevattend twee houten loten werd voor de Hoge Priester geplaatst. Op één van de loten was geschreven ‘aan G’D’. Op de tweede was geschreven ‘aan Azazel(Mishna Yoma 3:9)

“Na het schudden van de doos om de loten te vermengen, stak de Hoge Priester zijn handen uit en nam ze uit de doos, één in elke hand. Het lot dat was genomen door zijn rechterhand werd geplaatst op de geitenbok tegenover zijn rechterhand. En het lot dat hij vasthield in zijn linkerhand werd geplaatst op de geitenbok aan de linkerkant.” (Ibid. 4:1)

“Dan knoopte de Hoge Priester een rood koordje aan de kop van de geitenbok die was gekozen om te worden gezonden naar Azazel. Dan bond hij een gouden band om de nek van de geitenbok die was gekozen om te worden geofferd. (Ibid. 4:2)

 

Een loting is ook prominent aanwezig in het Poeriem verhaal, een loting bracht het mirakel van Poeriem teweeg. Koningin Ester verhaalt in de Megila:

 

“In de eerste maand, de maand Nissan, in het twaalfde jaar van Koning Achashwerosh, wierp men het lot, Poer genoemd, over elke dag en elke maand om zo voor Haman het gunstigste moment te vinden voor zijn vernietigingsplan. Het lot viel op de twaalfde maand, dat is Adar.” (Ester. 3:7)

 

[Eerst had Haman een loting uitgevoerd om zich ervan te vergewissen in welke maand hij succes zou hebben. Dan werd een tweede loting gedaan, om in die maand de gelukkige dag te bepalen. (Rashi op het bovengenoemde vers)

 

Haman wist dat Mozes, de verlosser van het Joodse Volk, gestorven was op de zevende dag van de Maand Adar. Dus toen de loting viel op de zevende van Adar, verheugde Haman zich. Wat Haman niet wist, was dat Mozes ook was geboren op de zevende van Adar (Yoma 13b). Het feit dat de loting viel op de datum van Mozes geboorte was op zichzelf al wonder.

 

Lotingen functioneren op een vlak dat uitstijgt boven rede en begrip. “Het lot wordt geworpen in het geheim; het oordeel is van G’D.” (Spreuken. 16:33) Met alle eerbied voor lotingen, verlaat men zich niet op rede en wil. Men verwacht eerder dat de uitkomst uitsluitend wordt bepaald door de loting. Het lot is boven intellect en wil; het bereikt de Meester van de Wil. De werking van een loting is niet zintuiglijk waarneembaar. Hoewel mensen geloven dat lotingen toeval zijn, is in werkelijkheid de uitkomst niet toevallig. Integendeel, de voorzienigheid van G’D begeleidt het. (Malbiem op het bovengenoemde vers)

 

Ofschoon Jom Kippoer en Poeriem beide afhangen van het resultaat van loting, is Poeriem niettemin verhevener dan Jom Kippoer. Omdat op Jom Kippoer verzoening afhankelijk is van berouw. Maar op Poeriem zijn geen bijkomende factoren noodzakelijk. De loting zelf brengt het mirakel teweeg.

 

Er bestaat echter een tweede correlatie die Jom Kippoer en Poeriem gelijkstellen.

Beide feestdagen zijn boven G’D’s Naam Havayah. Berouw op Jom Kippoer wekt  het diepste innerlijke aspect van G’D op. De Zohar beschrijft dit niveau als G’D’s Essentie, die voorafgaat aan, en hoger is dan, de revelatie aanwezig in Zijn vierletter Naam. (Zohar III, Hf. 7; Likoeté Thora,p. 28:2)

 

Zoals Koning David smeekt, “Ik zoek Uw Diepste Innerlijk.” (Psalm. 27:8)

Het Hebreeuws voor innerlijk is afgeleid van de zelfde twee letter stam als het woord voor “voorafgaand”. G’D’S Naam, Havayah is de gereveleerde oorsprong van de 613 Mitzwot. Zoals het vers te kennen geeft, “ Dit is voor eeuwig Mijn Naam, en dit is Mijn roepnaam en Mijn herinnering voor alle geslachten.” (Exodus. 3:15)  De numerieke waarde van “Mijn Naam” (in Hebreeuws, “Sh’mi”) is 350. Als de eerste twee letters van G’D’s Naam joed en worden toegevoegd, wordt de som 365.  Dit is gelijk aan het aantal Thoraverboden.

 

“Mijn Herinnering” (in Hebreeuws, “zichri” ) is gelijk aan 247. Toegevoegd aan de twee laatste letters van de Naam Havayah, vav en hé, wordt het getal 248 bereikt. Deze zijn de 248 positieve geboden van de Thora.

 

Wanneer een positief gebod niet in acht wordt genomen of een negatief verbod wordt overtreden, dan wordt de mitzwa oorsprong in de letters van G’D’s Naam bevlekt. Op Jom Kippoer wordt G’D’s barmhartigheid opgewekt door berouw, manifesterend in het innerlijke aspect van de Sefira van Keter, dat boven de Naam Havayah is.

 

G’D’s Naam begint met de letter joed, symboliserend de Sefira van Chochma. Vanuit het innerlijke aspect van Keter schijnt voort de Dertien eigenschappen van Barmhartigheid. Aangezien zij voortkomen van een plaats die hoger is dan de oorsprong van de Thora en mitzwot, hebben zij het vermogen om beschadigingen in de Naam te corrigeren. Vandaar dat Jom Kippoer voor of boven G’D’s Naam is.

 

Poeriem is ook hoger dan G’D’s Naam. Dat is de reden dat G’D’s Naam Havayah zelfs niet eens voorkomt in het gehele Boek Ester.

 

[De bovenste punt van de Hebreeuwse letter joed [de eerste letter van de Naam Havayah] correspondeert met de buitenste dimensie van de Sefira van Keter. Allegorisch als een menselijke schedel, dit aspect van Keter dient als G’D’s Wilsvermogen. Dan is G’D’s Wil de verborgen oorsprong van de mitzwot. Vergelijkbaar met de 613 paden ingebed in de schedel; de mitzwot zijn uitdrukkingen van G’D’s Wil. (Zohar,Idra Rabba, p. 129)  Koning David geeft aan, “Al G’D’s wegen” (Psalm. 25:10)  en “Uw wegen zal ik zien” (Ibid. 119:15). De numerieke waarde van het woord “Keter” is 620. Dit geeft aan dat de Wil de oorsprong is van de 613 Thorageboden plus de zeven Rabbijnse instructies.]

 

Op Poeriem bereikt iemand een niveau boven Intellect en Wil, tot aan de Meester van de Wil zelf.

 

VROLIJKE POERIEM

 

 

 

 

 

 

 

 

HET CIJFER “ACHT” ROEPT ONS OP OM WONDEREN TE ZIEN IN DE NATUURLIJKE ORDE.


CHANOEKA

WIE KENT ACHT?

Dat het openlijke wonder van Chanoeka, het licht van de Menora, aanhield voor acht dagen, was geen toeval, maar wezenlijk. De Thora informeert ons dat G’d de wereld creëerde in zes dagen en ophield met werken op de zevende dag, de Shabbat. Het cijfer zes representeert zo gezegd de natuurlijke wereld die was gecreëerd in tijdslimiet van zes dagen met zijn zes ruimtelijke richtingen (oost – west, noord – zuid, boven – onder). Het cijfer zeven representeert G’D’s immanentie, de verhulde aanwezigheid van G’ddelijkheid in het hart en binnenste van deze wereld. Met andere woorden, zeven is de absolute ziel van zes en laat het doordringen met (transcendente heiligheid) en verheft het naar zijn perfectie. Het volgende cijfer, acht, representeert G’D’s transcendentie boven en verder dan deze wereld. Zoals alle wonderen, vond Chanoeka plaats op het niveau van “acht”, hetgeen boven de natuurlijke structuur uitreikt. Echter zijnde het laatste wonder van dien aard tot de komst van Mashiach, moest Chanoeka op een unieke zeer speciale wijze “acht” benadrukken. Het moest “acht” uitademen.

In het Hebreeuws heeft het woord shemona (acht) exact de zelfde letters als hashemen (de olie), neshama (ziel) en mishna (overgedragen leer). Zoals vastgelegd in de Talmoed, hadden de Syrische Grieken bij het binnendringen van de Tempel al de olie bezoedeld. Deze olie representeert het diepste niveau van de Joodse ziel. Het representeert het Joodse potentieel om te ontwaken vanuit de diepste sluimer van verbanning, en tot leven te komen zelfs (en misschien in het bijzonder) onder de meest moeilijke omstandigheden. Alleen één kruikje pure olie werd gevonden, verzegeld met de zegel van de Koheen Gadol ( Hoge Priester), de heiligste Jood die het niveau van “acht” personifieert krachtens de acht speciale kledingstukken die hij droeg wanneer hij dienst deed in de Tempel.

De siddoer (gebedenboek) informeert ons dat het Mattitjahoe de Chashmonai en zijn zonen waren die de Joden hergroepeerden om de Thora te verdedigen en tegen de Grieken te vechten. De naam Chashmonai heeft twee componenten, de letter chet de achtste letter van het alef – bet, gevolgd door het woord voor olie, shemen. Dus de Cha – shemanai familie belichaamt de kracht van Acht.

“Acht” maakt ons duidelijk om de beklemming tijd en ruimte te boven te gaan, om te zien door een wereld die G’ddelijk verbergt en onze zielen overspoelt en bedreigt met materie. “Acht” roept ons op om mirakels te zien in de natuurlijke orde, in verwarrende gebeurtenissen van ons individuele en collectieve leven, in het verborgen pad van G’ddelijke Voorzienigheid dat ons leidt.

“Acht” kan ons doen ontwaken uit onze collectieve sluimering. Door ons te laten herinneren aan de tijd toen G’D inderdaad openlijk “interfereerde” om de natuurlijke loop van de geschiedenis te veranderen, het versterkt ons verlangen naar de revelatie van G’D’s verlossing die wij verwachten in onze tijd.

CHAG SAMEACH

CHANOEKA

KABBALISTISCHE MEDITATIE OP CHANOEKA LAAT ZIEN DAT VERLOSSING AFHANKELIJK IS VAN BEWUSTZIJN.

Rabbi Jitzchak Luria

In de volgende meditatie, introduceert de Ari aan ons de mystieke methode hoe wij, in de verdienste van Chanoeka, sublieme heiligheid neerhalen naar de lagere sferen die zelden verbonden is met dergelijk verheven goddelijk licht. Rebbe Nachman van Breslov leert dat de feestdag van Chanoeka, waarvan de naam is geworteld in het Hebreeuwse woord “chinoech”, “educatie” of “wennen”, ons stuurt in onze voortdurende worsteling met de krachten die proberen om ons van G’D te distantiëren, die van de macht van onzuivere verbeelding, of in het Hebreeuws “m’damei”, door onze imaginatieve vermogens te purificeren, zijn we in staat om de primaire kracht achter al onze negatieve karaktereigenschappen en illusies te breken. (Likoetei Halachot Chanoeka 1:1)

Het woord “m’damei”, waarvan de numerieke waarde (89) gelijk is aan het woord “Chanoeka”, is geworteld in de letters dalet en mem, die het Hebreeuwse woord “bloed” vormen. Bloed representeert onder andere, de negatieve krachten van oordeel, onze missie is om het verzachten. Via de 44 (de numerieke waarde van dalet, 4, en mem, 40) lichtjes die we aansteken gedurende Chanoeka (inclusief de shammes) en het opwekkende bewustzijn die zij belichamen, worden de klipot voor ons genullificeerd. [Dit is ook gerelateerd aan de traditie van verhoogd geven van liefdadigheid (“geld”) gedurende Chanoeka, want het Aramese woord voor geld is “Dami” die de zelfde stam letters deelt met “m’damei”]. Zoals wij zo duidelijk in onze tijd getuigen, dat alles lijkt te staan tussen onze huidige situatie en de complete verlossing is onze vastberadenheid en duidelijkheid van onze nationale wil. In het licht van deze inzichten, is Chanoeka, waarin we onze verlossing vieren van vreemde mogendheden die proberen ons te verleiden om onze G’D en Zijn Thora in de steek te laten, een bijzonder gunstig moment voor meditatie, vooral op het licht van de kaarsjes of olie lampjes van de Chanoeka Menora.

De mystieke meditaties die iemand moet hebben voor het aansteken van de [Chanoeka] lichtjes gaat primair om een hemelse en volledig mystieke eenwording genaamd Ner [Hebreeuws voor “kaars”]. Kortom, er zijn drie primaire aspecten van de unificatie Zeir Anpin en Noekva: Havayah [verenigd] met Eh – yeh (die een numerieke waarde heeft van 47), Havayah met Elo – hiem ( gelijk aan 112), en Havayah met Ado – nai (gelijk aan 91). Soms wordt één aspect verenigt, soms twee en soms alle drie, waarin het bovenstaande wordt helemaal verenigd wordt en [dan] Noekva “Ner heet “, [waarvan de numerieke waarde 250 is], gelijk aan het totaal van de zes bovengenoemde G’ddelijke Namen.

Havayah = 26
Eh-yeh
= 21
Havayah
= 26
Elo-him
= 86
Havayah
= 26
Ado-nai
= 65

Plus 6, voor elke naam, de kolel,
= “Ner” (250), gespeld
noen (50), reish (200)

In de eerste zegen [“……Die ons heeft opgedragen het Chanoekalicht aan te steken”] wordt op alle drie [bovenstaande unificaties] gezinspeeld [in het woord “kaars”].

In de tweede zegen [“……..Die wonderen verricht….”], de tweede unificatie waar op gezinspeld wordt.

En in de derde zegen [“……Die ons leven heeft gegeven….”] de laagste van alle waarop gezinspeeld wordt.

De opdracht om het mirakel van Chanoeka bekend te maken vereist dat we onze menora aansteken op een plaats die zichtbaar is voor voorbijgangers en op een tijdstip niet te laat, zodat zich niemand meer op straat bevindt om het te zien. De boven genoemde termen geven aan, dat de kracht van Chanoeka zo groot is, dat gedurende de feestdag, de meest verheven hemelse niveaus van heiligheid (gerepresenteerd door de bovengenoemde unificaties van de G’ddelijke namen), zelfs toegankelijk zijn in de laagste sferen. Deze minder verheven domeinen worden gerepresenteerd door de term “marktplaats” (in het Hebreeuws, “shoek”, gerelateerd aan het woord voor “dij”, geassocieerd met de sefira van Hod. De achtste sefira van boven), een plaats die gekarakteriseerd wordt door verspreiding, disharmonie en gevoeligheid voor Externe Krachten. Chanoeka laat ons zien dat vonken van heiligheid overal zijn en biedt ons de mogelijkheid om deze vonken te verlossen, om zelfs heilig licht te laten schijnen in de sferen van duisternis.

CHAG OERIEM SAMÉACH – GELUKKIGE FEESTDAGEN VAN LICHT

KABBALISTISCHE MEDITATIE OP CHANOEKA LAAT ZIEN DAT VERLOSSING AFHANKELIJK IS VAN BEWUSTZIJN.

B:H


Rabbi Jitzchak Luria

In de volgende meditatie, introduceert de Ari aan ons de mystieke methode hoe wij, in de verdienste van Chanoeka, sublieme heiligheid neerhalen naar de lagere sferen die zelden verbonden is met dergelijk verheven goddelijk licht. Rebbe Nachman van Breslov leert dat de feestdag van Chanoeka, waarvan de naam is geworteld in het Hebreeuwse woord “chinoech”, “educatie” of “wennen”, ons stuurt in onze voortdurende worsteling met de krachten die proberen om ons van G’D te distantiëren, die van de macht van onzuivere verbeelding, of in het Hebreeuws “m’damei”, door onze imaginatieve vermogens te purificeren, zijn we in staat om de primaire kracht achter al onze negatieve karaktereigenschappen en illusies te breken. (Likoetei Halachot Chanoeka 1:1)

Het woord “m’damei”, waarvan de numerieke waarde (89) gelijk is aan het woord “Chanoeka”, is geworteld in de letters dalet en mem, die het Hebreeuwse woord “bloed” vormen. Bloed representeert onder andere, de negatieve krachten van oordeel, onze missie is om het verzachten. Via de 44 (de numerieke waarde van dalet, 4, en mem, 40) lichtjes die we aansteken gedurende Chanoeka (inclusief de shammes) en het opwekkende bewustzijn die zij belichamen, worden de klipot voor ons genullificeerd. [Dit is ook gerelateerd aan de traditie van verhoogd geven van liefdadigheid (“geld”) gedurende Chanoeka, want het Aramese woord voor geld is “Dami” die de zelfde stam letters deelt met “m’damei”]. Zoals wij zo duidelijk in onze tijd getuigen, dat alles lijkt te staan tussen onze huidige situatie en de complete verlossing is onze vastberadenheid en duidelijkheid van onze nationale wil. In het licht van deze inzichten, is Chanoeka, waarin we onze verlossing vieren van vreemde mogendheden die proberen ons te verleiden om onze G’D en Zijn Thora in de steek te laten, een bijzonder gunstig moment voor meditatie, vooral op het licht van de kaarsjes of olie lampjes van de Chanoeka Menora.

De mystieke meditaties die iemand moet hebben voor het aansteken van de [Chanoeka] lichtjes gaat primair om een hemelse en volledig mystieke eenwording genaamd Ner [Hebreeuws voor “kaars”]. Kortom, er zijn drie primaire aspecten van de unificatie Zeir Anpin en Noekva: Havayah [verenigd] met Eh – yeh (die een numerieke waarde heeft van 47), Havayah met Elo – hiem ( gelijk aan 112), en Havayah met Ado – nai (gelijk aan 91). Soms wordt één aspect verenigt, soms twee en soms alle drie, waarin het bovenstaande wordt helemaal verenigd wordt en [dan] Noekva “Ner heet “, [waarvan de numerieke waarde 250 is], gelijk aan het totaal van de zes bovengenoemde G’ddelijke Namen.

Havayah = 26
Eh-yeh
= 21
Havayah
= 26
Elo-him
= 86
Havayah
= 26
Ado-nai
= 65

Plus 6, voor elke naam, de kolel,
= “Ner” (250), gespeld
noen (50), reish (200)

In de eerste zegen [“……Die ons heeft opgedragen het Chanoekalicht aan te steken”] wordt op alle drie [bovenstaande unificaties] gezinspeeld [in het woord “kaars”].

In de tweede zegen [“……..Die wonderen verricht….”], de tweede unificatie waar op gezinspeld wordt.

En in de derde zegen [“……Die ons leven heeft gegeven….”] de laagste van alle waarop gezinspeeld wordt.

De opdracht om het mirakel van Chanoeka bekend te maken vereist dat we onze menora aansteken op een plaats die zichtbaar is voor voorbijgangers en op een tijdstip niet te laat, zodat zich niemand meer op straat bevindt om het te zien. De boven genoemde termen geven aan, dat de kracht van Chanoeka zo groot is, dat gedurende de feestdag, de meest verheven hemelse niveaus van heiligheid (gerepresenteerd door de bovengenoemde unificaties van de G’ddelijke namen), zelfs toegankelijk zijn in de laagste sferen. Deze minder verheven domeinen worden gerepresenteerd door de term “marktplaats” (in het Hebreeuws, “shoek”, gerelateerd aan het woord voor “dij”, geassocieerd met de sefira van Hod. De achtste sefira van boven), een plaats die gekarakteriseerd wordt door verspreiding, disharmonie en gevoeligheid voor Externe Krachten. Chanoeka laat ons zien dat vonken van heiligheid overal zijn en biedt ons de mogelijkheid om deze vonken te verlossen, om zelfs heilig licht te laten schijnen in de sferen van duisternis.

CHAG ORIEM SAMÉACH – GELUKKIGE FEESTDAGEN VAN LICHT