SHEMINIE’ATSERET – SIMCHA THORA

SHEMINIE ‘ATSERET – SIMCHAT THORA

Op de feestdag van Simchat Thora (vrijdag, 1 oktober), of de gecombineerde feestdag van Sheminie ‘Atseret-Simchat Thora (30 september, in Israël ), lezen we het laatste gedeelte van de Thora, WeZot HaBreracha. Direct, aansluitend, begint de voorlezer de eerste Thora paragrafen te lezen van Bereeshiet, het einde verbinden met een nieuw begin. Het hele gedeelte van Bereshiet wordt gelezen op de eerste Shabbat na Simchat Thora, welke dit jaar 2 oktober is.SHEMINIE

DE KABBALA VAN SOEKOT (LOOFHUTTENFEEST)

Wanneer wij Zijn heilige mitzwot uitvoeren, brengen we G’D’s verlangen in de openbaarheid. Doch aan de onderliggende grondslagen van G’ddelijk verordineerde handelingen ligt de verborgen Heilige G’ddelijke Gedachte. Onze gedachten worden alleen herkenbaar door spraak of handelingen. Zoals het beneden is, zo is het boven. De Gedachten van G’D zijn verborgen voor onze waarneming. Zij kunnen alleen worden herkend en begrepen wanneer Hij dit wenst. In mitzwot zelf, in de exacte woorden en de letters die woorden vormen, zijn heilige aanwijzingen verborgen, over wat er omgaat in G’D’s gedachten en waarom Hij ons oplegt deze mitzwot uit te voeren, specifiek in deze periode, de precieze mitzwot van Soekot (Loofhuttenfeest).

De details van de mysteries van Soekot vullen vele bladzijden in de geschriften van de Kabbalisten. Specifieke details tarten de vertaling vanwege de vele complicaties in het verklaren van de diepgaande Kabbalistische spirituele concepten. Nederlands en andere talen ontberen eenvoudig de juiste woorden die gebruikt kunnen worden om behoorlijk de esoterie van de Thora over te brengen.

De mysteries van het Soekotfeest kunnen worden gevonden in het woord Soeka zelf. Gespeld met de vier Hebreeuwse letters, net zoals de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ, bergt het woord Soeka in feite de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ in zich. De numerieke waarde van het woord Soeka (Samech, Vav, Kav, Hé) is 91. 91 is een heilig getal in Kabbala. De twee letters Kav en Vav in Soeka zijn numeriek gelijk aan 26. Dit is de numerieke waarde van  JOED-HÉ-VAV-HÉ waar deze Naam binnen het woord wordt verborgen. Wanneer 26 wordt afgetrokken van 91 blijft 65 over, een ander belangrijk kabbalistisch getal. 65 is de numerieke waarde van de heilige Naam Adonai. Dus samen bestaat het woord Soekot uit twee heilige Namen. Doch deze twee Namen zijn veel meer dan heilige woorden. Deze twee Namen delen een bijzondere en heilige verwantschap.

Adonai is de Naam die we aanwenden om G’D aan te spreken. JOED-HÉ-VAV-HÉ is de Naam zoals het is geschreven. JOED-HÉ-VAV-HÉ is in gedachten, Adonai is in spraak. Hierin ligt het mysterie. De heilige Naam JOED-HÉ-VAV-HÉ geeft het verborgen latente potentieel intrinsiek weer, terwijl de Naam Adonai een aspect van dat potentieel weergeeft. Wanneer gecombineerd, geven JOED-HÉ-VAV-HÉ en Adonai daarom de vereniging van het G’ddelijk potentieel en de manifestatie van dat potentieel weer.

In de sfeer van de sefirot, correspondeert de Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ met de zes sefirot (Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod en Yesod). Samen worden deze zes Zeir Anpin genoemd, Zeir Anpin, het “Kleine of Smalle Gezicht”. Zeir Anpin is het gezicht dat ongezien is in ons universum, toch is het de oorspong van alle dingen die hier gebeuren. Dit “Gezicht” van G’D is wat gezien wordt in de Hemelen. Het “Gezicht” van Zeir Anpin is gecentraliseerd op de sefira Tiferet, die het hemelse Hart en de bron is van de heilige geschreven Thora.

De naam Adonai daarentegen,  refereert aan de sefira Malchoet, de heilige Shechina. De Shechina wordt ook Noekva genoemd (het feminiene), de gezellin van Zeir Anpin. Het is door de Shechina/Malchoet dat Zeir Anpin hier in ons fysieke universum wordt gemanifesteerd. De Shechina is de levenskracht die tot alle vorm aspecten leidt in het fysieke universum. De Shechina is dat aspect van G’D dat aan alles dicteert wat het verondersteld is om te zijn. De Shechina is de onderliggende kracht van de natuurwetten. De Shechina creëert natuur, door als kanaal te dienen voor Zeir Anpin. Zodanig is Noekva de spreekwoordelijke gezellin van Zeir Anpin. De twee moeten in gepaste harmonie zijn omwille van de continuïteit van het universum. Zonder het -één zijn- van Zeir Anpin en Noekva zou ons fysieke universum terugkeren naar de koude primordiale soep, de leegte zonder enig leven en bewustzijn.

Zeir Anpin en Noekva moeten zich in een continue staat van -één zijn- bevinden om de hemelse overvloed van G’ddelijke energie te laten vloeien in ons universum. Leven is altijd vloeiend en vibrerend, zo ook de Thora. Zoals Zeir Anpin algemene vormen bepaalt van alles wat moet zijn zo voorziet Noekva de in details. Zoals het boven is, zo is het beneden. Dit is het mysterie van de geschreven en de mondelinge Thora. Zeir Anpin manifesteert de geschreven vorm van de Thora, geëtst en gegraveerd in de heilige letters. Noekva ademt in deze letters en geeft hen hun betekenis en parameters. Zoals allen die een Thoraleven leiden weten, is het onze mondelinge Thora die vorm en inhoud geeft aan de heilige geschreven Thora.  De twee tezamen zijn als man en vrouw, onvolledig zonder elkaar. Zoals het beneden is, zo is het boven.

In Kabbala refereert Zeir Anpin ook aan de Heilige, Geprezen zij Hij. Noekva/ Malchoet, zoals we zeiden, refereert aan G’D’s Shechina. De vereniging van Zeir Anpin en Noekva is dus een eenwording van de zeven sefirot die de Actief/ Gevende (masculien) en de Passief/Onvangende (feminien) grondbeginselen in de Schepping verenigt.

Hiernaar  wordt ook verwezen als de eenwording van de spirituele sferen van de Hemel en de fysieke sferen van de wereld. Hier in deze wereld wordt dit gemanifesteerd in de vorm van de eenwording van de geschreven en de mondelinge Thora. Dus de eenwording van de Heilige, Geprezen zij Hij en Zijn Shechina is de gehele zin van de Schepping en de reden waarom de mensheid en in het bijzonder het Joodse Volk de verplichting werd opgelegd om de mitzwot in acht te nemen. Dit diepgaande concept wordt scherpzinnig aan ons geopenbaard in de letters die het woord Soeka spellen. Dit universele concept van harmonie en continuïteit is de onderliggende “Gedachte van G’D” waanneer Hij ons opdraagt om zeven dagen in Soekot (loofhutten) te verblijven.

Het soekotfeest duurt zeven dagen. Deze zeven dagen corresponderen met de Sefirotische eenwording van de zes sefirot van Zeir Anpin en de Sefira Malchoet/Noekva. Deze zeven dagen verenigen de hemelse sefirot en stralen hun invloed op ons uit. Doch zoals met vele dingen in deze fysieke wereld, moet men op de juiste plaats en op de juiste tijd zijn om datgene te ontvangen wat ontvangen kan worden.

Moge G’D ons allen zegenen om te participeren in deze heilige mitzwot en deel te laten nemen in het teweegbrengen van de heilige Hemelse eenwording.

CHAG SAMEACH, GOED JOM TOV

VERBORGEN WAARHEDEN OVER JOM KIPPOER

Op Rosh HaShana, gaat de wereld door een natuurlijk kosmisch energie veld dat een invloed uitoefent om een reeds bestaande staat van evenwicht in de menselijke psyche te herstellen. Waar we staan als individu in relatie tot onze oorspronkelijke hogere menselijke staat, definieert voor ons het type van aanpassing waaraan elk van ons zal worden onderworpen. Deze cyclus is mechanisch en natuurlijk verordineerd door de Schepper als een inherent middel om gerechtigheid te doen doordringen in de wereld, die lijkt te ontbreken. In wezen is elk van ons aanzienlijk uit de pas met ons innerlijke hogere zelf, daarom kan de hoeveelheid van ons opnieuw in evenwicht brengen, waaraan we onderhevig zijn, tamelijk intens zijn. Het feit dat dit systeem werkt op eigen initiatief, wekt de indruk dat het eerder deterministisch is, dat we er niets aan kunnen doen. Waarneer we eenmaal het specifieke punt in ruimte en tijd hebben gepasseerd, vallen we dus onder de invloed van het veld waar we doorheen gaan.

Gedurende een lange periode in de menselijke historie, was deze cyclus inderdaad absoluut deterministisch. Echter hogere krachten intervenieerden in de menselijke historie en gaven ons de Thora. Door de Thora reveleren we aan onszelf het gepaste pad van heraanpassing aan ons hogere zelf door het vrijmaken van krachtige vermogens van Denken die diep in ons wonen.

Op Rosh HaShana blazen we de Shofar om ons innerlijke zelf duidelijk te maken dat het moet ontwaken. De volgende tien dagen eindigend met Jom Kippoer vormen het proces van de psychische/ psychologische bewustwording.

Om de verborgen krachten van Jom Kippoer op de juiste wijze te kunnen begrijpen, moeten we als het ware vorsen in de derde dimensie. Zoals we allen weten existeren we in een tijd- ruimte continuüm. Deze twee dimensies definiëren voor ons de natuurlijke wereld. Maar er is ook een derde natuurlijke dimensie, in overeenstemming met het G’ddelijk ontwerp, echter overeenkomstig onze huidige menselijke limitaties wordt dit vaak verkeerd begrepen en gezien als zijnde bovennatuurlijk. Ik heb het over de derde dimensie van de menselijke geestelijke Ziel die transdimensionaal bewustzijn bevat. Ondanks al deze abstracte concepten spreek ik eigenlijk over iets heel eenvoudigs. Tijd, ruimte en ziel werken allen op elkaar in, deze drie samen zijn de drie dimensies van het universum. De ziel is de hoogste van deze dimensies en heeft het vermogen om de andere twee te vervangen.

Maar het vermogen van de ziel kan alleen zijn natuurlijke invloed over tijd/ruimte uitoefenen, wanneer het een geheel is en volledige controle heeft over zijn geestvermogens. Wij menselijke wezens verloren de beheersing over ons denken met wat we noemen “de val van de mens” in Eden. Dit leidde naar de splitsing die we vandaag het natuurlijke en het bovennatuurlijke noemen, het bewuste en het onbewuste van de ziel.

Vandaag in onze huidige gemoedstoestand volgt alles de natuurlijke orde, tenzij anders verordent door een bovennatuurlijke kracht. Dit is zowel een spirituele als psychologische waarheid. De Thora kwam in deze wereld afkomstig van z’n Hogere Kracht, een kracht verder dan tijd, ruimte en menselijk verstand. Goed kennend onze ondergeschiktheid aan de natuurlijke orde [hoe actueel], aan die krachten die kunnen doden en vernietigen, injecteert de Hogere Kracht in de natuurlijke orde een bovennatuurlijke procedure die, wanneer die op een gepaste wijze in acht wordt genomen, de sterveling de gelegenheid geeft om tijdelijk boven zijn sterfelijkheid uit te reiken.

Verzoening betekent een terugkeer naar evenwicht. Onevenwichtigheid wordt gecreëerd door het lichtzinnige oppervlakkige en dwaze gedrag van mensen. Wanneer we ongepast handelen doen we meer dan alleen onnatuurlijk handelen, we veroorzaken in feite dat de stroom van natuurlijke energie omkeert en op een onnatuurlijke wijze vloeit. Wanneer energie vloeit op een onnatuurlijke wijze, resulteert dit in het creëren van onnatuurlijke gevolgen. Dit is de oorzaak van calamiteiten en leed in het leven.

Gebruikmakend van Thora symboliek, de natuurlijke orde van het universum werd gecreëerd en continu gehandhaafd door de Heilige Naam Elokiem. In de Thora numerologie, gematria, is deze Naam gelijk aan de waarde van 86, die de zelfde waarde heeft als het woord, HaTeva, wat “natuur”betekent. Elokiem is het onpersoonlijke “uiterlijke” Gezicht of de expressie van G’ddelijk vermogen die de dominante kracht van leven is in ons natuurlijk fysiek en eindig universum.

De Thora bespreekt de Schepping door te zeggen dat Elokiem de Hemelen en de Aarde schiep. De specifieke keuze van heilige Namen die hier gebruikt worden in het Scheppingsverhaal leert ons dat alles, zowel onze fysieke en  parallel hiermee de niet fysieke dimensies in existentie zijn gebracht volgens het domein, kracht en vermogen van wat we natuur wet kunnen noemen, een wet die werkt onder zeer nauwkeurige en strikte condities. Pas later in het Scheppingsverhaal wordt de Heilige Naam van Joed Ké Vav Ké geïntroduceerd.

Deze naam is ook een symbool voor verschillende aspecten van G’ddelijke energie, een die inwerkt met tijd en ruimte gebaseerd op het derde hogere principe van de ziel. Uiteindelijk werkt het universum automatisch overeenkomstig zijn vooraf gevormde ontwerp. Dit wordt alleen veranderd, gewijzigd of beïnvloed als bewustzijn van allerlei intervenieert.

Het Verstand van de G’ddelijke Observator doordringt ruimte, tijd en alleen door een daad van Wil kan de wijze waarop ruimte en tijd werkt en functioneert wijzigen. Deze invloed is totaal buiten de normale operationele parameter van het ruimte en tijd mechanisme. Het is daarom boven wat we noemen de wetten van de natuur. Het is een willekeurig element, niet onderhevig aan natuurlijke wetten, zoals wij die kennen. Dit willekeurige element kan niet worden getoetst, proefondervindelijk worden onderzocht of zelfs worden begrepen met ons huidig gelimiteerd niveau van menselijke intelligentie. Het willekeurig element dat we Hoger of G’ddelijk bewustzijn kunnen noemen, is een Denkproces ver boven alles wat we heden te dage begrijpen binnen de context van onze gelimiteerde moderne wetenschap. Toch is het dit willekeurig element van Hogere Intelligentie dat intervenieert op een duidelijk regelmatige basis op talrijke wijzen, waar te nemen of niet, dat leidt tot situaties en omstandigheden buiten de normen van de natuur wet.

Vanuit menselijk perspectief lijken deze interventies vaak bovennatuurlijk, wat al dan niet zo is. Maar bijna altijd verwijzen we er naar als mirakels. Wat we nog steeds niet begrijpen is, dat zelfs deze mirakels een methodische basis hebben. Mirakels zijn niets anders dan een Hogere Bewustzijn interveniërend in ruimte en tijd.

Ons ontstaan kwam van een Unieke Eenheid en onze continuerende existentie is niets anders dan een constante expressie van deze Unieke Eenheid. De Unieke Eenheid verwoordt en handhaaft natuur wetten voor het dagelijks runnen van Zijn project, ons universum. Echter Het intervenieert welke taak Het kiest uit te voeren, wanneer Het kiest en hoe Het kiest. Het is niet onderhevig aan onze wetten, omdat Het Zelf deze wetten heeft gemaakt en er per definitie boven staat. Het kan deze wetten bewerken, overtreden, versterken of die wetten afschaffen.

De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid werkt in Elokiem. Elokiem is Zijn “Gezicht”, maar diep binnenin is een ander schema, een schema dat voor ons willekeurig is, geïnteresseerd in hogere waarden dan de parameters van natuurlijke ruimte en tijd. De hogere waarden belangrijk voor de De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid zijn kenbaar in ons universum als kleine aspecten van ons zelf. Deze kleine vonken verstandelijke intelligentie zijn individuele monaden, ondeelbare entiteiten van bewustwording. Elk van hen wordt een ziel genoemd. Gevormd naar het Beeld van hun oorsprong, elke monade van bewuste intelligentie draagt in zich een vorm, een gezicht of lichaam. Dit lichaam zelf existerend in ruimte tijd, is onderhevig aan zijn wetten. Echter de monade zelf is van een hogere sfeer, een andere dimensie. Daarom is het onderhevig aan de hogere wetten van de Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid.

De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid in het Gezicht van Elokiem is wat we noemen Joed Ké Vav Ké. Het is het diepere Hogere Gezicht van het G’ddelijke, die de Vader van de menselijke ziel is, juist zoals de Wereld de moeder van de menselijke fysieke vorm is. Juist zoals er dualiteit uitgedrukt wordt in de Unieke Eenheid, zo ook leven wij mensen overeenkomstig in  dualistische realiteiten die we het fysieke en het spirituele noemen. Alleen is er niet echt iets spiritueels aan spiritualiteit, want in werkelijkheid is wat wij spiritualiteit noemen in feite gewoonweg een ander deel van ons bewustzijn, het diepste gedeelte van onze ziel. Het is zo diepgaand dat we vaak zijn realiteit niet kunnen doorgronden, laat staan zijn bestaan, om die reden is dit deel van onszelf gewoonlijk totaal onbekend. In de wetenschap of psychologie noemen we dit deel van ons zelf ons onderbewuste. Het is realiteit, het existeert en het beheerst alles wat we zijn en wat ons overkomt, alleen zijn we ons totaal niet bewust van de aanwezigheid en invloed.

Ons individuele onderbewustzijn is onze verbinding met Joed Ké Vav Ké en zorgt er voor om menselijk te zijn, ondanks het feit dat natuur wetten ons aanmoedigen om niet anders te handelen dan dieren. Anders dan de leden van het dierlijke koninkrijk horen de mensen, diegenen die steeds de verbinding handhaven, de innerlijke stem spreken in wat we geweten noemen. Deze stem herinnert ons aan wie we zijn en stelt ons in staat het Joed Ké Vav Ké aspect in ons tot uitdrukking te brengen, aldus het individu emanciperend van strenge onderhevigheid aan de natuur wet.

Wanneer het gezicht van Joed Ké Vav Ké wordt ontsluierd, kan het het Gezicht van Elokiem terzijde schuiven door volkomen zuivere Wil of Verlangen. Dus grote revelatie in Thora is, dat Joed Ké Vav Ké Elokiem is, de Eeuwige is onze G’D. Het lijkt een eenvoudige verklaring van tribale religie en religieuze competitie, maar dit is alleen maar een mythe. Wanneer de Thora spreekt over de eenwording van Joed Ké Vav Ké en Elokiem, heeft ze het niet over individuele goden of zoiets, het spreekt over de integratie van de ziel over materie, van het Uitzonderlijke en het onafhankelijk handelende Willekeurig Element. Dus de grote revelatie van de Thora is het verheven bewustzijngevoel over de heerschappij van limitaties (zoals kenbaar door ruimte/tijd natuur wet  parameters). “Joed Ké Vav Ké is Elokiem” wanneer Hoger Bewustzijn de natuur wet overschrijd en ruimte/tijd werkt in overeenstemming met zijn Willekeurig Element. Dit verklaart het ontstaan van iets wat verzoening wordt genoemd en een uitzonderlijke dag waarop dit zal plaatsvinden, Jom Kippoer.

De Thora is een revelatie en een gift van Joed Ké Vav Ké. Het is gegeven aan  Israël om de Hemel te dienen ten behoeve van de mensheid. Israël, zoals de Thora stelt, handelt als een priesterschap of intermediair tussen de Hemel boven en de wereld beneden. Door het in acht nemen van Thora en mitzwot, verheft Israël haar collectieve bewustzijn, om de taak te vervullen als een “licht voor de volkeren”. Israël werd gekozen om een zware last te dragen en te onthullen. De historie documenteert Israëls talrijke collectieve tekortkomingen in het uivoeren van haar taak, terwijl de historie niet altijd verslag doet van haar talrijke successen. Dienend als een intermediair is Israël verantwoordelijk voor het uitvoeren van specifieke rituele opdrachten [mitzwot], dat heeft zowel een oer effect op hen zelf als op het collectieve onbewuste van de wereld. De specifieke rituelen van Jom Kippoer illustreren dit.

Verzoening betekent één worden in de juiste verhouding met de Hemel. Het betekent zich opnieuw richten, opstellen in een kostbaar evenwicht van subtiele energieën die bestaan tussen de lifeforce, noodzakelijk voor alle dingen in deze wereld en zijn oorsprong, de bron erbuiten.

GMAR CHATIMA TOVA

MOGEN U EN JULLIE DIERBAREN EN HEEL HET HUIS ISRAËL WORDEN VERZEGELD IN HASHEMS BOEK VAN HET LEVEN VOOR EEN GOED, ZOET EN GEZEGEND JAAR

Juda Groenteman

EEN SHOFAR MET ZIJN NAUWE MONDSTUK EN BREDE OPENING LIJKT OP EEN GEBOORTEKANAAL

De Thora maakt gewag van een bijzondere vrouw met de familienaam Shifra, die een vroedvrouw was voor de Israëlieten in de periode van de geboorte van Mozes in Egypte. Haar naam betekent, mooi maken, en dat is wat zij deed; zij verzekerde zich ervan dat de baby’s gezond en levensvatbaar te wereld werden gebracht, vervolgens bakerde en masseerde zij hen om hun kracht en schoonheid te koesteren.

De Shofar is de vroedvrouw van het nieuwe jaar. In zijn doordringende kreet, persen we al onze hartgrondige gebeden, al onze tranen, van onze ziel. Alles wat bestaat resoneert met zijn oproep totdat het absolute begin is bereikt, de kosmische baarmoeder. En daar raakt het het Hoge, de G’ddelijke Aanwezigheid wisselt van modaliteit van transcendent naar immanent, van strikt oordeel naar barmhartigheid. In de taal van de Zohar, “De Shofar Beneden wekt de Shofar Boven op en de Heilige, geprezen zij Hij, verheft Zich van Zijn Troon van oordeel en zet Zich neder op Zijn Troon van Begaanheid.”

De stroom van energie in de wereld is gelijk aan adem, een G’ddelijke uitwasem, de Schepping vullend en dan onmiddellijk de gemanifesteerde realiteit toestaan te blijven bestaan, een kosmische inhalering. Heen en terug, uitademen en inhaleren, voorwaarts stromend en terugkomend.

Elk jaar, voor de uitschrei van de Shofar, is er een grote kosmische inhalering en handhaving, het Licht van het jaar dat juist is gepasseerd keert terug naar zijn oorsprong Boven en alleen later, bij het blazen van de Shofar, de feitelijke vulling van de leegte van de Shofar met lucht is er een uitademing, de vulling van de kosmische leegte met leven en hernieuwde G’ddelijke energie.

Deze continuerende beweging van G’ddelijke energie stroom in en uit, uitademing en inhalering, is ingeworteld in de Naam van HaShem. Wanneer we de Shofar blazen, zijn wij de tussenpersonen om het Oneindige Licht in deze wereld neer te halen; met onze adem, wij vullen de lege ruimte van de Schepping met nieuw G’ddelijk Licht en Zegen.

Als een reflectie van dit proces, weerspiegelt de handeling van het blazen van de Shofar de vier letters van de Naam van HaShem. De Shelah Ha’Kodesh (Rosh HaShana p. 169) schrijft dat de joed de smalle opening is van de mond, waar men door blaast, de is de verbredende adem, de inhalering voor het uitademen. De vav is het geluid zelf, de uitwaseming en de uitgaande adem is de laatste hé.

SHOFAR MEDITATIE

Geschriften van de Ari

Op Rosh HaShana wordt het wezen van het gecreëerde Universum gedetermineerd. De energie, die kracht gaf aan het afgelopen jaar, wordt teruggetrokken en een nieuwe energie wordt neergehaald. Aangezien de creatieve energie die kracht geeft aan de wereld wordt teruggetrokken naar zijn oorsprong, is er geen “heerschappij” en alles is in zekere zin voor het grijpen.

De innerlijke dimensie van het Licht van Chesed, Gevoera, Tiferet, Malchoet

stijgt op in Bina, zich terugtrekkend in de baarmoeder, zo gezegd

Kwaad kan doen gelden dat het de nieuwe levenskracht van het komende jaar verdient te ontvangen, vooral ten opzichte van de reputatie van haar zogenaamde rechtmatige ontvangers gedurende het voorgaande jaar. Daarom, teneinde de levenskracht van het nieuwe jaar neerkomt zoals het hoort, dat wil zeggen, gekanaliseerd wordt voornamelijk in heiligheid (en zijn strijders in deze wereld, het Joodse Volk), is het nodig om er voor te zorgen dat G’D, zo gezegd, er aan wordt “herinnerd”, aan Zijn originele visie van de Schepping, waarin het Joodse Volk Zijn afgezanten zijn, om deze wereld tot Zijn verblijfplaats te maken.

Het vernieuwde innerlijke Licht keert terug wanneer de Shofar, de ramshoorn wordt geblazen. De eerste toon is de rechte Tekia, het verzachtende Licht van Abba/Chochma, het oorspronkelijk inzicht. De middelste toon, Shavaiem en Teroea indiceert ook verschillende aspecten van streng oordeel, het gehele idee is om het oordeel van de midden toon te verzachten door de eenvoudige oprechte toon van de Tekia.

L’shana tova tikateiv v’teikhateim

Mag je worden ingeschreven en verzegeld worden voor een goed en zoet jaar van geluk en groei.

DE AVODAH VAN DE MAAND ELLOEL

De maand Elloel is de maand van barmhartigheid, waarin de dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid uitstralen. Dit is de maand van medelijden, waarin de poorten van G’ddelijkheid geopend zijn voor al diegene die verlangen om dichterbij heiligheid te komen en G D te dienen door inkeer, gebed en Thorastudie.

Dit is de laatste maand van het jaar dat eindigt, die het heden passeert naar het verleden.

Het is de maand van spiritueel zelfonderzoek en inventarisatie, waarop iemand zich bezint hoe hij het afgelopen jaar heeft doorleefd en volledig teshoewa doet over wat onwenselijk was en zich voorneemt om uiterst nauwgezet en waakzaam te zijn met het in acht nemen van de mitswot, eerlijke en zorgvuldige studie van Thora en tefilla en zich eigen maakt aan positieve karaktereigenschappen.

Dit is de maand van voorbereiding op het nieuwe jaar.

Elloel is de zesde maand gerekend van af de maand Niesan, welke wordt aangegeven in de Thora als de eerste maand van het joods nationaal jaar. In het algemene kalenderjaar van de joodse traditie echter, is Tishri de eerste van alle maanden, vandaar dat Elloel de laatste maand is.

De naam Elloel werd aangenomen, zoals alle anderen, bij de repatrianten van de eerste Babylonische verbanning, zoals onze wijzen hebben verklaard: “de namen van de maanden kwamen van Babylon”. Omdat Elloel de laatste maand van het jaar is en direct voorafgaat aan Rosh Hashana (de dag van het gerecht voor alle wereldbewoners), is het daarom de maand van teshoewa en het reciteren van Seligot, de traditionele gebeden voor vergeving.

Vanaf de Sinaï waren er dagen van verzoening tussen G D en Israël. Toen de Israëlieten de zonde van het gouden kalf pleegde, besteeg Mosje de berg en smeekte voor Goddelijke barmhartigheid en vergiffenis, G D was verzoenend naar hem en zei:” Hou uit twee Tafelen van steen, zoals de eersten “.

Mosje besteeg de berg op Rosh Chodesh Elloel en verbleef daar veertig dagen tot de tiende Tishri. Op de tiende Tishri bracht hij het tweede paar stenen tafelen naar beneden, welke G D had gegeven aan Israël als een teken van hernieuwde Goddelijke begunstiging en genegenheid.

Deze veertig dagen werden van toen af vast gelegd voor alle generaties, als dagen van teshoewa en vergiffenis. Hoewel teshoewa altijd wordt geaccepteerd, zijn deze specifieke dagen uitermate geschikt voor teshoewa en vergiffenis, want zij kenmerken een blijvende terugkeer van Goddelijke meegaandheid.

De periode kenmerkt zich door het reciteren van talrijke Selichot ( gebeden om vergeving ). In sommige plaatsen is het gebruikelijk om Selichot te reciteren gedurende de laatste uren van de nacht van de gehele maand Elloel, met uitzondering van Rosh Chodesh en Shabbat en sommigen beginnen vanaf de vijftiende Elloel. De Ashkanasize rite echter is om Selichot te beginnen te reciteren met de eerste dag van de week in welke Rosh Hashana valt , mits dat er vier dagen resten voor Rosh Hashana . Daarom, als Rosh Hashana valt op de tweede dag of derde dag van de week, begint de recitatie van Selichot op de eerste dag van de voorgaande week.

Beginnend met de tweede dag Rosh Chodesh Elloel tot erev Rosh Hashana worden dagelijks vier sjofartonen ( ramshoorn ) geblazen na shacharit (ochtendgebed): Tekie a, Sjewariem, Teroe a, Tekie a. Deze tonen van de sjofar zijn niet voorgeschreven door de Thora , maar vinden hun oorsprong in de joodse minhagiem (gewoonterecht).

Toen Mosje op Rosh Chodesh Elloel de berg Sinaï besteeg om voor de tweede keer de stenen tafelen te ontvangen, was het kamp vol van sjofarklanken , om duidelijk te maken aan allen Israëlieten, dat Mosje zich omhoog had begeven; zodat zij zich niet opnieuw zouden bezondigen aan afgoderij. Daarom had Israël het gebruik aangenomen om de sjofar te blazen op Rosh Chodesh Elloel en om de herhaalde oproep aan Mosje om de berg te bestijgen; Israël’s teshoewa na de zonde van het gouden kalf ; de vergiffenis die hun was verleend, en het geven van de tweede stel stenen tafelen.

De intentie om deze gebeurtenissen te herinneren is, om ons te sturen naar bekentenis van teshoewa. De sjofar word alleen geblazen na het ochtendgebed, omdat Mosje’s bestijging van de berg plaats vond vroeg in de ochtend.

De aard van de sjofarklank is, het opwekken van schroom in het hart, zoals is geschreven: “Als de sjofar wordt geblazen in de stad, zullen de mensen dan niet huiveren??” (Amos 3).

Het geluid van de sjofar proclameert : ” worden jullie wakker die slapen en worden jullie die ingedommeld zijn gewekt, gaat nauwkeurig jullie daden na en keer terug naar de goede weg ” ( RamBam, Maimonides).

Op erev Rosh Hashana wordt geen sjofar geblazen , met de bedoeling een scheiding aan te brengen tussen het sjofar blazen in Elloel, welke zijn oorsprong heeft in het gewoonterecht en het sjofar blazen op Rosh Hashana welke is opgelegd en voorgeschreven door de Thora.

SELICHOT

De essentie van de Selichot gebeden is , het reciteren van de ” dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid ” welke zijn weergegeven in het vers:
EEUWIGE, EEUWIGE, een almachtige G’D, barmhartig, en genadig, lankmoedig, vol van liefde, en waarheid, die liefde blijft betonen aan duizenden geslachten, die misdaad, schuld, en zonden vergeeft, maar niet geheel en al ongestraft laat en die de misdaad der ouders bij die van de kinderen gedenkt tot in het derde en vierde geslacht. ( sjemot 34 6-7 )

Evenzo wordt Widdoej ( zondebelijdenis ) gezegd tijdens selichot, omdat het eveneens een essentieel onderdeel is van de gebeden van vergiffenis.

En de Rabbijnen citeren Rabbi Jochanan die zegt: ” als het vers niet geschreven zou zijn, was het onmogelijk om het te zeggen. We leren van G D s woorden aan Mosje dat G D zich zelf als het ware omhulde met een taliet zoals een shliach tsiboer ( voorganger ) en hem leert de orde van het gebed van de dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid en G D zij tot hem: “Telkens als Israël zondigt, laten zij houden aan deze orde van gebed en IK zal hun vergeven”.

De dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid zijn als volgt:

1) Eeuwige: IK ben het die medelijdend is voordat de mens zondigt, hoewel IK weet dat hij uiteindelijk zal zondigen.

2) Eeuwige: En IK ben het die medelijdend is nadat de mens zondigt en spijt betuigt.

3) G’D: ook dit is een eigenschap van barmhartig zoals is gezegd : ” Mijn G D waarom heeft u mij verloochend? ” iemand kan niet zeggen tot de eigenschap van strenge gerechtigheid: “Waarom heeft u mij verloochend?”.

4) Die barmhartig is: HIJ is met barmhartigheid met de armen ; m.a.w. als je de armen en zwakken minacht, minacht je mij ook.

5) En Genadig: HIJ is genadig naar de rijken.

6) Lankmoedig: HIJ is geduldig en niet snel met het vorderen van vergelding, in de hoop dat de schuldige teshoewa doet.

7) Vol van liefde: Hij handelt met liefdevolle goedheid naar diegene die gebrek hebben aan verdienste.

8) En waarheid: Hij eert en beloont die zijn wil vervullen.

9) Die liefde blijft betonen tot in het duizendste geslacht: HIJ beschermd de liefdevolle goedheid welke een persoon doet voor HEM tot in het duizendste geslacht, zelf tot het tweeduizendste.

10) Die misdaad: verdraagzaamheid ten aanzien van overtredingen welke mensen begaan opzettelijk.

11) Schuld: HIJ draagt de ongerechtigheid die een persoon begaat in een opwelling van opstandigheid.

12) En zonden vergeeft: HIJ draagt zonden die niet moedwillig zijn begaan.

13) Maar niet geheel en al ongestraft laat: HIJ zal degenen zuiveren die teshoewa doen, maar niet degenen die verzuimen om teshoewa te doen.

De dertien Goddelijke eigenschappen worden alleen gezegd in een Minjan, een gemeenschap van tenminste tien mannen.

DEFINITIE VAN HET CONCEPT TESHOEWA

Teshoewa wordt doorgaans vertaald met berouw. Dat is geen teshoewa, omdat berouw in het Hebreeuws charata is. Niet alleen zijn deze twee termen niet synoniem, ze zijn elkaars tegengestelde. Charata houdt in: wroeging of een schuldgevoel over het verleden en de intentie om zich in de toekomst anders te gaan gedragen. De persoon wenst of beslist een herboren of een nieuw mens te zijn.

Teshoewa betekent terugkeren naar het oude, naar de natuurlijke origine van iemand. Grondprincipe van het concept teshoewa is: het feit dat elk mens in essentie goed is. Begeertes, verlangens en verleidingen kunnen hem tijdelijk afbuigen van zijn eigen wezen. Maar zijn essentie blijft waarheidsgetrouw. Het slechte wat hij doet is niet een deel van hem of doet niet af aan zijn zuivere natuur. Teshoewa is terugkeren naar jezelf, terwijl berouw inhoudt het verleden verdringen en opnieuw starten.

Teshoewa betekent teruggaan naar je Goddelijke oorsprong, je innerlijke oorsprong die Goddelijk is en te beseffen je ware ik. Bijvoorbeeld een tsaddik, een totaal rechtvaardig mens, die geen strijd meer in zichzelf hoeft te voeren, die een en al goed is, die alleen maar in dienst staat van G.d en medemens, zo’n mens heeft geen reden tot berouw. En een zondaar die niet in staat is om berouw te hebben, maar beiden kunnen teshoewa doen. De zondaar om terug te keren en de tsaddik om meer goed te doen. De rechtvaardige, ofschoon hij geen zonden doet, streeft constant naar zijn innerlijk, naar G.d. En de zondaar, hoe ver dan ook verwijderd van G.d, kan altijd terug keren, omdat teshoewa is niet iets nieuws creëren, alleen opnieuw ontdekken het goede dat altijd al aanwezig was in jezelf.

HET HALACHISCH TREURPROCES

HET HALACHISCH [het geldend recht in joodswettelijke zin] TREURPROCES VOOR DE VERWOESTING VAN DE TWEE TEMPELS


De culminatie van Tisha Be’aw in de cyclus van de Joodse kalender biedt een diepzinnig inzicht in de totstandkoming, functie en formulering van Halacha.

Tisha Be’aw ( de 9de dag van de maand Aw ) herdenkt de verwoesting van de Eerste en de Tweede Tempel. In de totstandkoming van de te volgen regels die nodig waren om de harten en zielen van de overlevende Joden, veroordeelt tot verbanning, te engageren stonden de Rabbijnen voor een enorm dilemma ten aanzien van de toekomstige generaties.

Uiteraard treurden de eerste overlevenden met een oprecht sterk verlangen omdat ij de schroeiende impressies van het stervende as en het verlies van de brandende Tempel van nabij hadden ervaren.

Maar wat zou er gebeuren met hun nakomelingen, als de Tempel een ruïne zou blijven? Zouden de komende generaties waarlijk de centralisatie van de Tempel in het leven van Joden kunnen doorgronden? En zeer belangrijk, als Jeruzalem en haar Heilige Tempel waren vergeten, was er een kans om als natie te overleven?

De Joodse historie is het levende bewijs dat de geraamde methode van de Rabbijnen een succes is. Als we het levensgedrag van Joden analyseren gedurende de Drie Weken ( tussen de 17de dag van de maand Tammoez, de dag waarop de muren van Jeruzalem werden doorbroken, en de 9de dag van de maand Aw, toen de Eerste en de Tweede Tempel opgingen in vlammen ) leren we het geheim van het geniaal Rabbijns denken.

Wat we zien zijn fases in het treurproces. De 17de Tammoez doet zijn intrede door een lichte schok, vasten van even voor zonsopgang tot aan het vallen van de avond. Eveneens vanaf deze dag zijn alle festiviteiten van de komende drie weken sterk begrensd. Geen samenkomende festiviteiten of trouwpartijen; het haar laten knippen en ( volgens vele gewoonten ) scheren verboden. De eerste dag van de maand Aw markeert de tweede treurronde. Negen dagen, uitgezonderd Shabbat, wordt er geen vlees gegeten, noch wijn gedronken, kleding wordt niet gewassen en het zwemmen voor plezier is verboden.

Dan gedurende de actuele week in welke het vasten van Tisha Be’Aw valt ( volgens vele gewoonten ) is zich scheren en sociale bijeenkomsten verboden.

De meest intense uitdrukking van treurnis is gereserveerd voor de dag van de 9de Aw zelf, 24 uur niet eten en drinken gelijk aan Jom Kippoer. We dragen geen leren schoenen, geen seksuele omgang.

We brengen de eerste helft van de dag zittend op de grond door of op een laag stoeltje en stellen het aanleggen van Tefillien uit tot het middaggebed, omdat Tefillien wordt gezien als een sierraad, onverenigbaar met treuren. Door ons open te stellen voor successievelijk fasen van psychische ontberingen ( de Drie Weken, de Negen Dagen, de week van de vastendag en de vastendag zelf ) hebben de Rabbijnen door de eeuwen heen ons getraind hoe we ons moeten gedragen van een minimale emotionele betrokkenheid naar een intens moment, de immense omvang van de verwoesting van de Tempel, van bewust beleven zelfs tweeduizend jaar later.

De treurprocedure van de Drie weken van Tammoez en Aw in vergelijking met een individueel rouwende over het verlies van een dierbare, ontdekken we, op een kleine uitzondering na, een verbazend parallel. Weeklagen over Jeruzalem voert ons vanuit een schappelijke naar een meer strengere uiting van treuren tot aan de laatste dag, de indrukwekkende dag, waar wij ons zittend op een laag stoeltje bevinden en waarlijk het verlies ervaren van Zion onder gezang van de regelmatig terugkerende melodie van klaagliederen.

Maar met plotseling overlijden, is de treurervaring omgekeerd.

De krachtige uiting van pijn is aan de eerste dagen voorbehouden, de intensiteit neemt daarna in gradaties af. De rouw over een dierbare begint door te zitten op een laag stoeltje en eindigt met het verbod van groepfestiviteiten.

De reden is zeer duidelijk. Het verliezen van een hecht familielid laat een gapende wond na, zo rauw en zo kwetsbaar dat aan de pijn onmiddellijk vorm moet worden gegeven. De verplichting voor gebed en tefillin zijn uitgesteld tot na de begrafenis. Voor de komende zeven dagen ( shiwa ) zit de rouwende op de grond of een laag stoeltje; hij verlaat het huis niet en scheert zich niet.

Na de zeven dagen keert hij terug tot simpele routine buitenshuis, en voor dertig dagen uit zich zijn verdriet door onthouding van scheren en haarknippen. Uiteindelijk, wanneer de maand voorbij is, kan hij zijn fysieke uiterlijk op orde brengen, maar een geheel jaar moet voorbij gaan voordat hij deel kan nemen aan openbare festiviteiten en feestelijk vieringen. De Joodse wet poogt erkentelijkheid te betuigen voor de traumatische schok van de treurende, geeft aan zijn gevoelens de juiste uitingen en vergemakkelijkt hem de weg terug tot de gemeenschap; dit kan niet worden bereikt in een week, of zelfs in een maand, zodat de terugkeer van de treurende in de gemeenschap gradueel is.

Maar treuren over de Tempel, wiens existentie afstandelijk is, van etherisch gehalte, verschilt radicaal met het verdriet van een wees of een weduwe; Halacha poogt ons bewust te maken van de betekenis van het verlies van de Tempel, dit kan alleen bereikt worden door een gradueel proces. Dus van lichtere naar meer moeilijker regels.

Door de twee treurprocessen naast elkaar te plaatsen, kunnen wij begrijpen hoe Halacha penetreert binnen het menselijke gedrag.

Napoleon passeerde eens een synagoge, zegt de legende, waar vanuit klaaggezangen te horen waren, hij wilde weten welke grote tragedie de Joden had overvallen. Zijn adjudanten informeerden hem dat de klaagliederen vanwege de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem was, de keizer was zeer verrast dat het nieuws hem nimmer had bereikt. Toen hij bovendien ontdekte dat de gebeurtenis 1800 jaar eerder had plaatsgevonden, was hij uiterst verbaasd.

Napoleon commentarieerde toen dat als een natie zo lang kan treuren over een gebouw dat zij nooit hebben gezien, de dag moet komen dat het Joodse Volk de herbouw zal zien—, en in de voetstappen van de Tempel- leerstelling: wereldvrede. Mag dit spoedig het geval zijn.

Begin Tisha Be’aw en vasten maandag 19 juli, half uur voor zonsondergang.

SHAWOEOT HET MYSTERIE VAN HET GEVEN VAN DE THORA

Het grootste en meest belangrijke wat de mensheid is overkomen, is het Geven van de Thora.

Rabbi Shneur Zalman van Liadi

SPIRITUELE ROOK

Brandende Berg

Rook speelde een wezenlijke rol toen G’D Mozes de Thora gaf. “En de Berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat G’D er in vuur op neergedaald was” (Exodus.19:18) “En heel het Volk nam de donder en bliksem waar en het geluid van de Shofar en de Berg in rook; toen het tot hen doordrong deinsden ze achteruit en gingen op een afstand staan”. (Exodus. 20:15) “En Mozes trad nader tot de diepe duisternis waarin G’D was”. (Exodus. 20:18)

Kabbala onthult het mysterie van “rook” (in het Hebreeuws, “oshan”). De drie letters van de Hebreeuwse spelling zijn de initiële letters van drie andere woorden: “olam”, “wereld”, “shana”, “tijd” en “nefesh”, “ziel”. Deze drie fundamentele componenten van de Schepping corresponderen met de Drie Lagere Werelden van de Schepping, Beriya, Yetzira, Asiya.

Dus rook portretteert de drie bouwstenen van de realiteit: ruimte, tijd en ziel. Ruimte refereert aan de laagste wereld, Asiya, tijd representeert Yetzira en de ziel correspondeert met de wereld van Beriya.

Vier Elementen

Fysieke rook verschaft een illustratie van dit concept. Wat produceert rook? Een stuk hout bestaat uit aspecten van de vier elementen. Zijn overheersende componenten zijn niettemin lucht, water en stof. Wanneer het hout wordt aangestoken, consumeert het element vuur zijn spirituele elementen lucht, water en stof. Niet in staat zich te handhaven in het hout, keren de drie elementen naar boven terug om te worden opgenomen in hun afzonderlijke spirituele bronnen. De opstijgende rook van het hout is in feite samengesteld uit de voorafgaande elementen van lucht, water en stof. Het natuurlijke vierde element vuur verbrandt het hout. Alleen as, voort komend uit het element van stof, wordt achtergelaten. Er blijft absoluut niets over van de aspecten hout, lucht en water.

KOSMISCHE VERBRANDING

Hout dient als een analogie voor de Drie Lagere Werelden. De wereld van Beriya correspondeert met het element lucht. Onder Beriya staat de wereld van Yetzira, die water representeert. En de onderste wereld van Asiya manifesteert het element stof.

Vuur refereert aan de wereld van Atziloet waar oneindig G’ddelijk licht schijnt. Vandaar dat het bovengenoemd vers zegt, “omdat G’D er in vuur op neergedaald was”. G’ddelijk vuur daalt neer in de Drie Lagere Werelden en beïnvloedt hun purificatie en nullificatie. Dan, in een gezuiverde staat, stijgen zij op naar boven. Elk afzonderlijk keert terug naar zijn oorspronkelijke bron in Atziloet. Daar worden zij opgenomen in het gereveleerde licht van Atziloet. Wat blijft onder? Alleen het grove, ruwe aspect van Asiya, de wereld van daad en handeling, die correspondeert met het meest elementaire aspect van stof, blijft achter. Dit is analoog aan het laagste basis niveau van stof, wat stof der stof wordt genoemd.

[Mede inhoudend in elk van de werelden en hun corresponderende elementen zijn aspecten van al de anderen. Dus stof bezit vier niveaus: lucht van stof, vuur van stof, water van stof en stof van stof. Het hoogste aspect van de wereld van Asiya is Atziloet van Actie; zijn laagste is Actie van Actie.

Onder deze omstandigheden kan het Berg Sinai vers zo worden begrepen: ““En de Berg Sinaï was geheel in rook gehuld omdat G’D er in vuur op neergedaald was”. Wat geeft “geheel” aan in relatie tot vuur? Nadat G’D’s vuur de spirituele verbranding tot as en zuivering van de Drie Lagere Werelden effectueerde, gingen zij [letterlijk] “op in rook”. Rook manifesteert hun staat na purificatie. Alleen de wereldse grove, ruwe, stof der stof bleef over. Bovendien hielden de Drie Lagere Werelden compleet op te bestaan als onafhankelijke entiteiten. Want als gevolg van G’D’s vuur, stegen en gingen zij op in Atziloet om een te worden met het oneindige. Zelfs hun spirituele staat van zijn handhaafde zich niet.

RUIMTE EN TIJD ZIEL    

Zoals eerder genoemd staat de Hebreeuwse spelling voor “rook” voor wereld, tijd en ziel. Waarnaar verwijzen deze termen eigenlijk? G’D emitteert een in gradatie afnemende levenskracht om het scheppingsproces te verheffen. Elke gecreëerde sfeer ontvangt zijn vastgestelde maat van levenskracht nodig voor zijn existentie. De ruimtelijke extensie van deze levenskracht in een afzonderlijke gecreëerde sfeer wordt “wereld”genoemd. De duur van deze levenskracht die daar continueert wordt tijd genoemd. Dit betekent dat ruimte en tijd in werkelijkheid een radiatie van G’ddelijk Licht zijn. Ziel daarentegen refereert aan een aspect van G’ddelijkheid dat zo transcendent is, dat het boven de mogelijkheid van uitstraling naar beneden staat, Het heeft te maken met de uiteindelijke bron van de neerdalende levenskracht: de eigenschap van Malchoet van de wereld van Atziloet.

ONEINDIG FILTER

Atziloet, zoals we hebben gezien, blijft zelfs na Creatie, direct grenzend aan G’D’s oneindigheid. Dat is de reden waarom zijn licht en vaten oneindig illumineren. Het is alleen dat een sluier, representerend de sprong van waarde van eindigheid naar oneindigheid, Atziloet separeert van de Drie Lagere werelden. Om hen te voorzien van levenshoudende kracht, moet oneindigheid worden gemetamorfoseerd in een lager niveau “eindig” licht (ruimte – tijd). Na diverse samentrekkingen en verhullingen, bereikt Malchoet van Atziloet’s levenskracht de gecreëerde Werelden. Maar de sefira van Malchoet zelf doet geen afstand van haar positie in Atziloet.

ZIEL ROOK

De essentie van de ziel blijft boven, alleen een beperkte, zwakke radiatie daalt af om een lichaam leven in te blazen. Eenmaal binnenin, zijn ziel radiatie en lichaam verenigd als een. Maar zijn oorspronkelijke bron, de zielsessentie, blijft zelf existentieel afzijdig in de mogelijkheid om uiting te geven aan de levenskracht. In een parallelle vorm, blijft de essentie van ruimte –tijd ziel evenzo achterin Malchoet van de wereld Atziloet geheten, het omgeeft de wereld van boven. Alleen een beperkte, zwakke radiatie is afgegeven om ruimte – tijd te creëren.

Maar de Berg Sinai’s verbranding tot as, gesymboliseerd door het Hebreeuwse woord voor rook, houdt het aspect van ziel in. Als de ziel boven Beriya, boven creatie is, hoe werd het dan getransformeerd tot rook?

Het Berg Sinaï gebeuren manifesteerde de lichamelijkheid van de Drie Lagere Werelden. Hun existentie, zoals we hebben gezien, is eigenlijk het uitwendige aspect van Malchoets levenskracht. Toen de Berg Sinaï “geheel rookte, steeg ruimte – tijd en ziel op naar hun bron.

Zoals we hebben gezien en behandeld, refereert de neerwaartse expansie van levenskracht in elke sfeer afzonderlijk aan “wereld”; zijn duur is “tijd”. En de levenskracht zelf wordt “ziel” genoemd. Dit refereert niet aan de essentie van de ziel; alleen naar zijn uitstralende levenskracht. Dus levenskracht volbrengt drie gelijktijdige taken. Haar taak is uitstraling in ruimte/ tijd. En het hercreëert ruimte/tijd ieder moment vanuit een toestand van absoluut vacuüm tot een verschijning van een afzonderlijke gesepareerde realiteit.

G’D’s Licht, gesymboliseerd door vuur, consumeert de werelden. Dan stijgen ruimte/tijd en zijn animerende levenskracht opwaarts naar hun bron in de essentie van Malchoet van Atziloet. Voordien uitstralende levenskracht verenigd zich met zijn uiteindelijke oorsprong, de essentie van de ziel. Dat wat was gecombineerd met de Lagere Drie Werelden wordt nu genullificeerd, omwikkeld en verenigt met de “Hemelse Eenheid” van Atziloet. De Zohar beschrijft deze staat als “één zijn met Éen”.

TERUGKERENDE STRALING

KOSMISCH AFHAKEN

Hoe reageerden de Joden op deze revelatie van G’ddelijke Eenheid? Zij maakten Mozes duidelijk, “Treedt U maar naar voren en luister naar al wat de Eeuwige, onze G’D, te zeggen heeft en brengt u ons dan woordelijk over al wat de Eeuwige, onze G’D, tot u zal spreken, dan zullen wij het aanhoren en doen.” (Deuteronomium. 5:24) Zij waren getuigen van de nullificatie van de externe dimensie van de wereld in het briljante Licht van de wereld van Atziloet. De Berg Sinaï rookte, de Schrift verklaart, vanwege het overweldigende vuur van G’D, dat erop neerdaalde, verdween alles in dat vuur. En zij wilden daar niet deel van uitmaken! Integendeel, de Joden prefereerden dat hun fysieke lichamen intact bleven. Het was goed als hun ziel opsteeg, het kon hun niet schelen dat hun innerlijke zelf ondergebracht werd in het Oneindige Licht, maar hun lichamen moesten blijven juist zoals ze waren. Nu alles rondom hen, onderhevig werd aan het Oneindige Licht, maakten de Joden Mozes duidelijk “U moet er mee omgaan”. Per slot van rekening vindt ereen vergelijkbaar fenomeen plaats elke Shabbat en alle feestdagen. Op deze dagen stijgt de spiritualiteit van de werelden hoger, maar hun fysiekheid blijft zoals ze was.

Het gebeuren op de Berg Sinaï staat gelijk aan de Toekomstige Era, wanneer mensen niet zullen eten of drinken, ondanks het feit dat hun lichamen blijven voortbestaan en functioneren. Het is juist dat deze lichamen niet gevoed worden door fysiek eten, zij verkrijgen hun voeding door Hemels Licht.

ENGELEN VOEDSEL

Menselijke lichamen in de Toekomstige Era zijn vergelijkbaar met engelen van heden. Bepaalde engelen resideren in de spirituele sferen die “maag”en            “ingewanden” genoemd worden. G’ddelijke levenskracht wordt in de wereld gebracht door hen. Zij zelf verkrijgen voedsel van de levenskracht als het zich voortbeweegt door hun lichaam. Dit is analoog aan de functie van de ingewanden die voedingsstoffen onttrekken aan fysiek voedsel.

Evenzo, in de Herleving en opstanding, als menselijke lichamen verheven zullen worden, zullen hun ingewanden voeding ontvangen van Hemelse “voedingsmiddelen”. Gedurende het verblijf van veertig dagen van Mozes op de Berg Sinaï existeerden deze condities van opstanding en herleven van de doden. Zijn lichaam metamorfoseerde in de toekomstige wereldse staat. Mozes at en dronk niet; toch functioneerde zijn lichaam verder. G’ddelijke levenskracht, verwerkt door de hemelse “maag” van engelen, kwam in zijn ingewanden om hem in leven te houden.

Wat is het geheim dat Mozes in staat stelde, en dat ook de latere herrijzende lichamen zal laten opstaan, om de normatieve structuren van de natuur te overstijgen? De Baal Shem Tov en de Maggied van Mezrich onderwezen het principe dat de oorsprong van externaliteit, stoffelijkheid hoger is dan die van internaliteit, spiritualiteit. Externaliteit, stoffelijkheid, moet een hogere oorsprong hebben dan internaliteit, spiritualiteit. Wat is het bewijs? Stoffelijkheid verschijnt in deze fysieke wereld alleen na afdaling door talrijke spirituele versluieringen. Dit getuigt van zijn verheven oorsprong. Want hoe meer verheven de oorsprong is, des te meer is het in staat om zichzelf te verlagen. Maar aangezien de oorsprong van spiritualiteit onder fysiekheid ligt kan het niet samentrekken en zichzelf achterhouden tot zo’’n graad.

G’D’s externe Licht daalt helemaal af in de fysieke wereld. Vandaar dat het lichamelijke moet beschikken over de meest verheven oorsprong.

Juist zoals een muur valt, vallen zijn hogere stenen verder dan de onderste stenen, zo ook, hoe meer verheven de spirituele oorsprong is, hoe verder het valt.

DUISTERE ECHTHEID

De oorsprong van stoffelijke verhevenheid wordt aangeduid in het Berg Sinaï vers: “En Mozes trad nader tot de diepe duisternis waarin G’D was” (Exodus. 20:18). Mozes symboliseert de fysieke wereld, kwam dichtbij G’D. Dit duidt op het verheven aspect van G’ddelijkheid, “duisternis” genoemd. Koning David zegt in Psalmen, “Hij maakte duisternis tot Zijn geheime plaats” (Psalm. 18:12) Want het meest innerlijke aspect van G’ddelijkheid wordt Hemelse Duisternis genoemd. De Schrift informeert ons hier ook over in de frase “waarin G’D was”.

Waarom wordt G’D’s Absolute Zijn duisternis genoemd? Refereert Kabbala niet aan G’D als zijnde het Oneindige Licht? Kabbala’s verwijzing geeft eigenlijk al het antwoord. De Hebreeuwse term voor het Oneindige Licht is Or Ein Sof, die vertaald wordt als “het licht dat nimmer eindigt”. Maar hoewel de radiatie ervan niet eindig is, begint het. Voorafgaand aan illuminatie, is G’D duisternis. Duisternis verwijst naar een staat die boven de mogelijkheid van revelatie is. Dus de “diepe duisternis” van de Berg Sinaï refereert aan de uiteindelijke oorsprong van fysiekheid, stoffelijkheid, materie: de innerlijke Essentie van G’D. Maimonides zegt over G’D’s Absolute Zijn, “Hij is de enige ware existentie.” Dat de fysieke wereld optreedt als een onafhankelijke entiteit verklaart en verwijst alleen maar naar zijn oorsprong: de “ware existentie, het Absolute Wezen van GOD.

TEGENOVERGESTELDE GELIJKWAARDIGHEID

En Mozes’ onderdompeling in duisternis representeert de nullificatie van de wereld in zijn ware oorsprong. “En Mozes trad nader tot de diepe duisternis” reveleert niet alleen de oorsprong van fysiekheid, het bericht eigenlijk wat er gebeurde die dag. Mozes betrad de duisternis Externaliteit werd ondergebracht in zijn ware oorsprong. Dit was mogelijk aangezien externaliteit daar ook kan worden genullificeerd.

Spiritualiteit en fysiekheid zijn tegenpolen. Oneindigheid en eindigheid weerspiegelen hun ongelijkheid. G’D’s Essentie is zelfs hoger dan beide, want zou Hij uitsluitend oneindig van aard zijn, dan zou zijn  gebrek aan eindigheid Hem limiteren. Dit suggereert niet dat G’D ook fysiek is. Het is alleen dat het potentieel van fysiekheid niet is ontkend. Bovendien, zoals boven is verklaard, fysieke oorsprong situeert uitsluitend en alleen in G’D’s Absolute Wezen. Dat is zo gezegd het geval wanneer externaliteit  zich herenigt met zijn oorsprong, niet alleen kan het toegang hebben tot G’D’s Essentie, het moet.

ONGESCHOEID

Mozes was zijn tijd ver vooruit. Terwijl elk mens deze volkomenheid zal ervaren in de Toekomstige Era, kon alleen Mozes dit aan de Berg Sinaï. Wat was zo uniek aan Mozes? Teruggaand naar de tijd van de Wederopstanding van de Doden, zal de perfectie van het menselijke lichaam in staat zijn zich te voeden met G’ddelijk voedsel. Mozes had dit reeds bereikt: hij had de grofheid van zijn lichaam verwijderd.

Eerder, aan de brandende doornstruik, beval G’D Mozes “trek je schoenen van je voeten” (Exodus. 3:5). Kabbala leert dat schoenen verwijzen naar het fysieke lichaam. Mozes slaagde er in om externaliteit van fysiekheid te distantiëren. Dat is waarom alleen hij en niet de andere joden, de duisternis kon naderen. Dus zeiden ze tegen hem, “Treedt U maar naar voren en luister naar al wat de Eeuwige, onze G’D, te zeggen heeft.” Dit verklaart een raadselachtige passage in de Talmoed. Mozes’ tijdgenoten hadden de gewoonte om te zeggen, “Mozes groeide zwak op als een vrouw”. Het betekende in feite dat Mozes de fysieke dimensie van zijn lichaam elimineerde. Dit was de reden dat hij zwak en tenger overkwam.

PRACHTIGE ROOK

Boven de Berg Snaï kwam een regenboog, gelijkend op de regenboog beschreven in Ezekiël’s visioen, dat gelezen wordt op Shavoeot. “Zoals de verschijning van een regenboog is in de wolken op een regenachtige dag, zo was de verschijning van de omringende radiatie. Deze aanblik was gelijk aan de Glorie van G’D. En toen ik dit alles zag, viel ik op mijn knieën met mijn gezicht naar de grond (Ezekiël. 1:28). We weten dat een wolk zich vormde over de Berg Sinaï. Het vers informeert ons, “Een dichte zware wolk op de Berg”(Exodus. 19:16). Maar wat veroorzaakte de regenboog? Memoreer dat de externe elementen van de Drie Lagere Werelden op gingen in rook. Hun bovenwaartse opstijging was vanwege het Terugkende Licht, neerstrijkend op de wolk, waardoor er een schitterende regenboog verscheen.

BEWEGEND LICHT

Er zijn twee tegenovergestelde soorten van licht. Gewoon licht wordt: “Direct Licht “ genoemd. Zijn vector is neerwaarts van boven naar beneden. De graduele progressieve neerwaartse G’ddelijke levenskracht in elke spirituele sfeer manifesteert dit Licht.

Het tweede Licht is onmetelijk sterker. Aangeduid als “Terugkerend Licht”, zijn beweging is van beneden naar boven. Op de Berg Sinaï, onttrok de externe levenskracht van de Lagere werelden zich aan de ingeslotenheid van het fysieke, terugkerende naar zijn oorsprong. Dat is waarom rook, de zuivering van ruimte, tijd, spiritualiteit, het Terugkerende Licht illustreert.

Het wezen van Terugkerend Licht, zoals de naam al aangeeft, gaat omhoog. Het houdt nooit op met omhoog gaan. Zijn opstijgen is oneindig, bereikend de hoogste sferen van G’D. Direct Licht daarentegen, draagt in zich beperking. In elke fase van neergang, beperkt en vermindert zijn licht.

SPANWIJDTE VAN DE SHOFAR

Een shofar stoot illustreert de kracht van het Terugkerende Licht. Een shofar is smal aan een kant en wijd aan de andere kant. Wanneer in zijn nauwe opening wordt geblazen, wordt het geluid versterkt door de expansie van de hoorn, zoals Koning David zei, “van de engte roep ik G’D” (Psalm. 118:5) Uit diepe wanhoop, roept de berouwhebbende G’D. Een toespeling op de kracht van Teshoewa. De vector van Teshoewa van beneden naar boven demonstreert de indrukwekkende kracht van het Terugkende Licht. Het stijgt op, naar boven, steeds wijder, tot het bereiken van Absolute Oneindigheid (Ein Sof ). Dit is het principe aangaande opwaartse beweging. Als spiritualiteit hoger opstijgt, wordt het wijder en wijder, breder en breder. De conclusie van Davids vers maakt dit duidelijk: “Hij antwoordt mij met Zijn uitgestrektheid, expansie.”

DE REALITEIT VAN DE REGENBOOG

Een enigma in Ezekiël’s visioen is nu opgelost. Ezekiël aanschouwde het hele wonderbaarlijke hemelse proces met al zijn engelen en G’ddelijk Licht. Elk detail was gereveleerd. Hij zag bijvoorbeeld, “de gelijkenis van een troon, een uiterlijke verschijning van een steen van saffier.” Hoe kon hij dan doorgaan en elk en ieder detail beschrijven, als hij later neerknielde met zijn gezicht op de grond?

Het antwoord is dat hij in staat was om deze revelaties te doorstaan. Het was echter alleen bij het aanschouwen van de verschijnende regenboog dat Ezekiël uitriep, “toen ik dit zag” viel ik op mijn knieën met mijn gezicht naar de grond”. Hij kon het briljante Licht van de regenboog niet het hoofd bieden. Want de altijd opstijgende regenboog, geïnitieerd en aangedreven  door Het Terugkerende Licht, verwezenlijkt Absolute Oneindigheid.  Bovendien, toen de externalitiet van de existentie werd genullificeerd, was het enige dat Ezekiël kon doen het neerwerpen van zijn lichaam.

SEMISFERISCHE SYNTHESE

Een paradox vond plaats op de Berg Sinaï. De Schrift informeert ons “En het geluid

van de shofar groeide in toenemende mate.” Dit betekende een expanderend Terugkerend Licht.

Doch het zelfde vers eindigt, “Mozes spreekt en G’D antwoordt hem met

een stem,” duiden op de functie van een Direct Licht. Bovendien, het shofar geschal

was een G’ddelijk geluid neerdalend van boven. Niettemin, verbreedde het

oneindigheid, zoals het vers verhaalt, “groeide in toenemende mate luider”.

Wat gebeurde daar?

Toen de gezuiverde staat van de Lagere Werelden in rook opging, in de zin van Terugkerend Licht, brachten zijn een correspondeerde reactie

teweeg van G’D. Hij reveleerde vervolgens Zijn Terugkerend Licht, maar dan boven!

Het wordt terugkerend genoemd aangezien het een respons is.

G’D’s Terugkerend Licht  begint van een apex, zoals de profeten informeren, “Zijn pijl komt voort als een bliksemflits” (Zacharia. 9:14).

Het beweegt zich voort in een naar beneden gaand pad, expanderend naar alle kanten. Job vat samen, “Hoewel  je begin oneindig klein was, zal het uiteindelijk sterk toenemen ” (Job. 8:7).

De Berg Sinaï was revelatie van beide, een opstijgend en neerdalend Terugkerend Licht. Als twee helften van een sfeer, zij kwamen samen en ontmoetten elkaar op bergtop. Toen werd perfecte eenheid bereikt. Een glimp in de Toekomstige Era, zoals de Zohar zegt, een staat van “een zijn met de Enige”, met andere woorden, “als men zich verenigt met de Enige”.

CHAG SAMEACH

HET TELLEN VAN DE OMER IS NIET ALLEEN MAAR STIJGEN OF AFDALEN

Het moet een combinatie zijn van beide. Zodat, hoe hoger we kunnen gaan tengevolge van de illuminatie die we hebben ontvangen op Pesach, des te krachtiger het Licht zal zijn dat we kunnen neerhalen in de zichtbare wereldse details van ons leven. En des te meer krachtig Licht we kunnen neerhalen in de zichtbare wereldse details van ons leven, des te meer reveleren we de aanwezigheid van G’ddelijkheid in deze wereld, des te meer verheffen en verhogen we ons en het hele universum steunt op G’D. En hoe meer we onszelf kunnen verheffen, des te intenser is het licht dat we neerwaarts halen.

Uiteindelijk culmineert het hele neerhalende proces in zo een krachtig Licht, dat het de gehele wereld zal belichten en al het fysieke transformeert zodat alles wat gescheiden is van G’ddelijkheid, spiritueel wordt.

Dit wordt aangegeven in de Talmoed: “Bar Kappara zet uiteen: De werken van de rechtvaardigen zijn groter dan G’D’s creatie van Hemel en Aarde!” (Ketoewot 5a). Wat betekent “door het werk van menselijke hand”? De mens heeft de capaciteit om door de façade van materie heen te kijken, om de existentie van de Oneindige Schepper achter de Schepping te bevatten, om zich met Hem te verbinden, aan Zijn Eigenschappen vorm te geven, en een rol te spelen in Zijn Drama, en om de hele wereld aan Hem op te dragen als een offer.

Op andere plaatsen wordt hiernaar verwezen in de omvorming van het woord “Or” gespeld met de letter ayin, wat huid betekent (relaterend aan fysiekheid) en aan “Or” gespeld met een alef, wat “licht” betekent, (relaterend aan spiritualiteit).

Toen G’D de wereld creëerde, bracht dit een neergaand proces met zich mee van spiritualiteit naar “energie”(Licht) naar “materie” (Huid). Wanneer we door de façade van materie kijken naar het innerlijke niveau van spiritualiteit dat het zijn existentie geeft, verheffen we “materie” (Huid) terug naar zijn “energieoorsprong” (Licht).

Dit idee [dat wij degenen moeten zijn die als instrument dienen in het bestralen van de gehele realiteit met het licht van G’ddelijkheid] is de personificatie van Lag BaOmer, de 33e dag van de OmerTelling, ter ere van Rabbi Shimon bar Jochai, door kaarsen en vuur in de openlucht aan te steken en het leren van de Zohar. In de Zohar reveleert Rabbi Shimon de diepste esoterische begrippen van de Thora, het mysterie van transformatie van fysiekheid (“Or” met een ayin) in spiritualiteit (“Or” met een alef).

Rabbi Tzwi Elimelech van Dinov ( Bnei Yissasschar, Chodesh Iyar, Maarar 3) verklaart de Mishna in Avot 2:9, waar Rabbi Jochanan ben Zakai zijn studenten vraagt: Wat is de juiste weg [met andere woorden, de meest belangrijke weg voor iemand te bewandelen en te leven in deze wereld]? Rabbi Eliezer antwoordt, “ayin tov” [een goed oog”]; Rabbi Jehoshoea antwoord, “chaver tov” [“een goede vriend”]; Rabbi Jossi antwoordt, “shacher tov” [“een goede buur”]; Rabbi Shimon antwoordt, “ha’roeh et ha’nilad” [de bekwaamheid om de consequentie te zien van iemands handelingen]; Rabbi Elazar ben Arach antwoordt, “lev tov” [“een goed hart”]; Rabbi Jochanan ben Zakai prees hen allen, maar zei dat Rabbi Elazar ben Arach’s antwoord al de anderen inhield.

Bnei Yissasschar verklaart waarom “lev tov” een goed hart zo belangrijk is. Hij vermeldt dat de numerieke waarde van “Lev”  (“hart”) 32 is, terwijl dat van “Tov” (“goed”) 17 is. Hij benadrukt de diepe leerstelling van de Zohar op het vierde vers in de Thora,  “G’D zag dat het Licht (Or) goed (Tov) was, en G’D maakte een scheiding tussen het Licht en de duisternis” (Genesis. 1:4), dat “Tov” een codewoord is voor “Or”, met andere woorden, de “Or HaGanoez”, het Oneindige Verhulde Licht verborgen in de Thora.

Hij merkt op dat de eerste keer dat het woord “Tov” wordt aangehaald in dit vierde vers, volgt na exact 32 woorden (het is het 33e woord van de Thora).

Hij continueert met te verklaren dat de 49 dagen van de Omer ordelijk zijn verdeeld in 32 opbouwende dagen naar Lag BaOmer, en 17 dagen van Lag BaOmer. De betekenis van “Lev Tov” in termen van de Omer, zegt hij, is de zuivering van het menselijk hart, met andere woorden, de purificatie van de menselijke persoonlijkheid, de karaktertrekken die ons gegeven zijn toen we geboren werden.

Dit is wat exact gebeurde toen we vertrokken uit Egypte op Pesach. We tellen 49 dagen om ons hart te zuiveren zodat we de Thora aan de Berg Sinaï konden ontvangen “als één man met één hart” (Rashi, Exodus. 19:2)

Het zelfde is elk jaar waar. We tellen 49 dagen (met andere woorden, we doen het eigen maken van purificatie en zuivering van ons hart), teneinde de Thora te kunnen ontvangen op Shavoe’ot. Dit is vooral vanaf Lag BaOmer. Lag BaOmer is de overgang naar de laatste 17 (=”Tov” “goed”) dagen van de Omer omdat op die dag het Verborgen Licht van de Thora, die Rabbi Shimon bar Jochai reveleerde in de Zohar, neerwaarts begint te schijnen in ons leven.

De verdeling van 49 in 32 en 17 is absoluut niet willekeurig. Met uitzondering van de eerste week van Pesach zelf, staan de eerste 32 dagen van de Omer bekend als zeer moeilijk. Alleen met de gedenkdag van het overlijden van Rabbi Shimon, worden de dingen meer ontspannen en worden meer en meer vreugdevol als we ons verder bewegen door de 17 interveniërende “goede” dagen dichter naar ons doel: de revelatie van het Licht van de Ein Sof al neerdalend in Malchoet van Malchoet op Shavoeot.

Eigenlijk is hier sprake van een paradox.

Veronderstel dat je naar de top van een extreme hoogte klimt. Je doel is de top, maar wanneer je die nadert gebeurt er iets. Het zicht van de top wordt voor je ogen verborgen! Op een vreemde manier verlies je het eigenlijke zicht van het doel als je nadert. Bovendien wordt het terrein ruwer en het klimmen moeilijker. Daarbij wordt de lucht extreem ijl, zodat het moeilijker en moeilijker wordt om te ademen. Je bent gedwongen om vaker te stoppen. Zelfs voelt het aan alsof de zwaartekracht sterker wordt. Met als resultaat, dat je langzamer vooruit komt. Om deze obstakels te kunnen neutraliseren, moet je je zelf geestelijk opkrikken met de gedachte dat je dichterbij bent dan ooit. Kijk hoe ver je gekomen bent! Het is nu niet het moment om op te geven!

Weggaan van Egypte en zich omhoog bewegen naar de Berg Sinaï is als het beklimmen van deze berg. Op een zeker punt is de oorspronkelijke drijvende kracht van het licht dat scheen niet genoeg. Een of andere inspiratie is nodig, niet van het voorbijgaande, maar van het toekomstige. En toch als je vordert, de berg omhoog, wordt het gaandeweg ruwer. Als het niet vanwege het licht was aan de top van de berg neerwaarts schijnend in onze zielen, ons verheffend, ons naar Zich toetrekkend, zouden we geen kans maken het te halen.

Laten we wel wezen, we kunnen niet meer doen wat we kunnen doen. We zijn gelimiteerd. Zonder bovennatuurlijke assistentie van Boven, kunnen wij nooit en te nimmer ons doel bereiken. Natuurlijk is het belangrijk dat we alles doen wat we kunnen doen, want menselijke inspanning is essentieel, maar voorbij een bepaald punt zijn onze handelingen ineffectief.

Waarom moet dat zo zijn? Omdat als we echt serieus zijn aangaande onze purificatie en verheffing, is wellicht de meest belangrijke en essentiële bijdrage van onze kant bescheidenheid. Natuurlijk moeten we het werk doen, maar op een zeker punt moet het ons duidelijk worden dat ons vermogen om alles te doen een gift van G’D is

Als we ons deze belangrijke karakteristiek, deze belangrijke les eigen maken, dan worden ineens de obstakels niet zo groot. We beginnen te acclimatiseren in deze ijle hoogten en realiseren ons dat wij niet werkelijk geleefd hebben tot dit moment. De blijdschap is overweldigend. De vreugde is bedwelmend. We geraken dichterbij! Nu, na 49 dagen, wanneer G’D Zijn Oneindig Licht neerwaarts schijnt in ons, is het totaal verschillend. Niet omdat voor ons of Hem, maar omdat, in Zijn Perfecte Wijsheid en uit Zijn Oneindige liefde voor ons, Hij ons een ervaring van de perfecte vereniging en verbinding geeft van Hem en ons, het werken van Hem door ons, van ons weten dat het absoluut Hem is. We hadden 49 dagen nodig om te begrijpen, maar het was het waard.

Elk jaar is Lag BaOmer de overgang in de laatste 17 (=”Tov”, “Goed”) dagen van de Omer omdat op die dag het Verborgen Licht van de Thora, die Rabbi Shimon bar Jochai slechts gedeeltelijk reveleerde in de Zohar, neerwaarts begint te schijnen in ons leven. Deze illuminatie is zelfs krachtvoller als we het Eind der Historische Tijden naderen en beseffen. Teneinde de krachten van diversiteit te overwinnen die zal trachten te voorkomen dat wij aankomen aan de uiteindelijke Sinaï, die staat aan het einde van onze reis door de wildernis van de historie, schijnt het Verborgen Licht neerwaarts in onze zielen sterker en sterker. G’D verheft ons opwaarts naar Hem. We moeten het ons enkel realiseren, in het bijzonder op dat cruciale ogenblik wanneer sommige van onze grootse tzadikiem heen zijn gegaan. Als zij zich Boven verzamelen om zich te verbinden met alle groten van het verleden, om samen de laatste Verlossing te bewerkstelligen, moeten wij ook ontwaken uit de droom van Deze Wereldse bewustzijn en tot het einde volhouden om het doel waarvoor we in deze tijd zijn geboren te vervullen.

Dus nogmaals, de essentie van de Omerperiode is het werk dat we moeten doen om ons het Licht van de Ein Sof eigen te maken, dat we voor een ogenblik hebben ervaren op Pesach, om onszelf te zuiveren van Beneden gedurende de 49 interveniërende dagen tussen Pesach en Shavoeot.  Dan, op de 50e dag, een dag die boven het tellen uitgaat, boven onze capaciteit om zelf te bereiken, schijnt het Licht opnieuw neerwaarts in al zijn volledigheid. Voor dit moment echter willen wij de vaten voorbereiden om het correct te ontvangen.

Lag BaOmer Sameach

DE CONTINUÏTEIT EN DUURZAAMHEID VAN HET JOODSE VOLK HANGT AF VAN EDUCATIE

G’D zei tegen Mozes: “Zeg tegen de Priesters, de zonen van Aharon, en je zult hen zeggen……..” (Leviticus. 21:1)


[De overbodige uitdrukking “en je zult hen zeggen”dient] om de volwassen priesters te instrueren behoedzaam te zijn met de junior priesters met betrekking tot de volgende geboden. (Jevamot 114a, citaat van Rashi op het vers)

Educatie is van het opperste belang in het Judaïsme. “Zonder jonge geitjes kunnen er geen geiten zijn”, de continuïteit en duurzaamheid van het Joodse volk hangt af van educatie. Toch, verrassend genoeg  autoriseert de Thora educatie niet eerder dan in Parashat Emor, veertien parashot na het geven van de Thora (in Parashat Jitro) en zelfs dan refereert het indirect aan de noodzaak voor het hele volk om de jongeren op te voeden en te onderwijzen, door een uitdrukkelijk bevel aan de priesters.

Waarom is dit zo? Omdat het de Thora is die in educatie voorziet. Er is geen noodzaak voor het instellen van basis educatie, het wordt beschouwd als een gegeven. Het centraal staan van educatie in het Judaïsme gaat helemaal terug naar Abraham (Genesis. 18:19).

De Thora instrueert ons echter om educatie te laten “stralen”. In plaats van te volstaan met een vastgestelde elementaire standaard voor onze jeugd of tevreden gevoel met hun basis naleving van de mitzwot, spoort de Thora ons aan om hen te leren de mitzwot optimaal uit te voeren, zelfs voorbij de bedoeling van de wet, zodat zij, de mitzwot en de kinderen doen glinsteren. De geleerden verwijzen hiernaar in hun interpretatie van het vers zoals boven is aangehaald: het Hebreeuwse woord dat zij gebruiken voor “behoedzaamheid” (“lehaz’hir”) betekent ook “stralend” maken”.

De Thora leert ons over dit thema door zijn instructie aan de priesters, omdat bovenal, hun rol een hogere standaard van naleving vereist en ten tweede is het de taak van de priesters om anderen te helpen spiritueel te stijgen en dichter tot G’D te geraken (door de offerdienst). We moeten onze jeugd opvoeden, niet enkel om goed geletterd te zijn in de Thora en nauwgezet in het uitvoeren van de mitzwot, maar om deel uit te maken van “een koninkrijk van priesters en een heilige natie”, en verder te gaan dan de letter van de wet en toegewijd te zijn aan G’D.

Deze leerstof verschijnt na het grootste gedeelte van de mitzwot van de Thora, vlak voor het einde van het Boek Leviticus, het boek dat zich het meest richt op de mitzwot, om er op te wijzen en te benadrukken dat educatie allesomvattend is en dat het gebaseerd is op de fundamentele Joodse verplichting om te studeren en de inachtneming van mitzwot.

Verder is het zeer passend dat deze boodschap voorkomt in Parashat Emor, want dit Thoragedeelte bevat de mitzwa van het Tellen van de Omer en wordt jaarlijks gelezen in de periode waarin deze mitzwa wordt nageleefd. Dit omdat het Tellen van de Omer onze collectieve educatie als volk aan en doorgeeft.

De Exodus markeert de geboorte van ons volk; met het geven van de Thora vieren we onze collectieve bar mitzwa, met andere woorden, toetreding tot volwassenheid. Hier tussen ontvouwt zich de fase van educatie, waarin we gepaste attituden cultiveren door de voorbereidende uitoefening van het Tellen van de Omer. De Thora verlangt onze telling en spirituele cultivering om “compleet” te worden door omarming en verfijning van alle 49 componenten van onze emotionele infrastructuur. Inderdaad, het Hebreeuwse woord dat gebruikt wordt voor “tellen” (“sefira”) betekent  ook “glanzen”of “schijnen” (zie Leviticus. 23:15 en de commentaren daarop). Welke mitzwa zou meer geschikt zijn dan de Telling van de Omer om deze boodschap van optimale glansrijke cultivatie van onze kinderen over te brengen en kenbaar te maken, van het kind door de jaren heen, het kind in Joodse kennis en het kind in ons.

Afgezien van de voorbereiding voor het geven van de Thora, die zal plaatsvinden op de komende feestdag van Shavoeot, bereiden we ons door de Telling van de Omer, eveneens voor op de uiteindelijke revelatie van de diepste dimensies van de Thora in de messiaanse era. (Rashi op Hooglied. 1:2, Vajira Rabba 13:3)

Juda Groenteman

PESACH 5770 Lam van Eenheid

B’Ohel Hatzadikiem

Maharal van Praag

Tijdens de plagen ondervonden de Israëlieten altijd opluchting zelfs terwijl de Egyptenaren leden. Gedurende de plaag van bloed bijvoorbeeld, als een Jood en een Egyptenaar water dronken uit de zelfde beker, was het voor de Egyptenaar bloed en voor de Jood water. Zo ging dat bij elke plaag.

Niettemin moest G’D de Israëlieten sparen voor de plaag van de dood van de eerstgeborenen. Waarom waren zij ineens wel onderhevig aan deze plaag.

De tien plagen werden Egypte toegebracht involgorde van toenemende hevigheid, van de eerste tot de laatste. De plaag van de dood van de eerstgeborenen was hiervan de meest fatale. Het essentiële fundamenteel spirituele niveau van de Israëlieten in Egypte, bleef ondanks de negatieve invloed van de Egyptische beschaving altijd in intact, zodanig zelfs dat bij aanvang van de plagen, Israël niet door hen kon worden geschaad. De plaag van de dood van de eerstgeborenen werd uitgevoerd door G’D Zelf en was zo zwaar, dat zelfs het essentiële fundamenteel spirituele niveau van de Israëlieten niet in staat was hen te beschermen. Om hen te sparen nam G’D het Joodse Volk als een persoonlijke natie. In feite maakte Hij hen een deel van Zichzelf. Daar het Joodse Volk een integraal deel van G’D was geworden, werden zij gespaard.

Daarom verworven zij het privilege om G’D te dienen en waren verplicht om het Pesach Offer te brengen. Het uitvoeren van deze dienst was een teken dat zij een unieke verhouding hadden met G’D.

De Aramese vertaling van het “Pesach” is “Chayasa” (Exodus. 12:11) wat “barmhartigheid” of “medeleven” betekent. Het laat de bijzondere relatie zien die zich heeft ontwikkeld tussen ons en G’D toen Hij ons als een volk nam en ons bewaarde voor de plaag van de dood van de eerstgeborenen. Hij had medelijden met Zijn volk en spaarde hen voor vernietiging. In die zin dat G’D uniek en enig is, Hij nam voor Zichzelf een natie die uniek en enig is, anders dan enige andere natie ter wereld. Deze karakteristiek is heden ten dage nog altijd een kenmerk van het Joodse Volk. Geen enkele poging slaagde om Joden succesvol te integreren in een andere natie, we hebben ons altijd onderscheiden, een volk apart.

De Maharal van Praag in zijn commentaar op de Haggada geeft in vele opzichten in detail weer hoe het Pesach Offer het idee van eenheid tussen het Joodse Volk en G’D weerspiegelt.

Het Pesach Offer werd in één huis gegeten en alleen door de van te voren bepaalde familieleden, één lam voor ieder huisgezin. (zie Exodus. 12:4) Iets wat eenheid aangeeft moet worden geconcentreerd in één plaats.

Het Pesach Offer moet genomen worden van een 1 jaar oud schaap of geit (zie Exodus. 12:5). Het cijfer één geeft eenheid aan.

Het Pesach Offer werd genomen van schapen of geiten, maar niet van vee. Een geit of schaap is een meer delicaat en gevoelig beest. Als het een verwonding  aan een van zijn ledematen zou hebben opgelopen, lijdt het dier onder de pijn van de verwonding. Een os of koe, vanwege zijn massa, zou niet zo beïnvloed worden door een soortgelijke wond. Het zou alleen de pijn voelen in dat specifieke ledemaat. Het Joodse Volk is te vergelijken met een schaap. Wanneer één Jood een overtreding begaat [zoals in geval van Achan, zie Joshoua 7], lijdt de hele natie. Het Joodse Volk is als het schaap, een aanwezigheid die minder fysiek is. Een entiteit die meer spiritueel is, is van nature gevoeliger.

Het Pesach Offer wordt geroosterd boven het vuur (zie Exodus 12:8,9). Koken in water veroorzaakt dat het vlees klef wordt en de stukken van elkaar separeren. Roosteren boven het vuur onttrekt de sappen en het vlees wordt hechter en steviger en stabieler, een ander indicatie van eenheid.

Het was verboden om welk bot dan ook van het Pesach Offer te breken (zie Exodus. 12:46). Opnieuw, wat heel is en niet gebroken, is een indicatie van eenheid.

Door het eten van het Pesach Offer, volgens al zijn wetten, demonstreert een Jood zijn eenheid met G’D. Dit is de eenheid die Hij investeerde in Israël en hen in dit verband het betreffende Pesach Offer opgelegde.

CHAG SAMEACH EN EEN KOSHER PESACH