PARASHAT WAJAKHEEL

De Thoralezing van deze week beschrijft het bouwen van het Heiligdom in de woestijn. In precieze details worden de vormen en maten van de afzonderlijke elementen van het bouwsel gekenschetst. Maar voor iemand die de wekelijkse Thora bestudeert is dit geen nieuwe informatie. Al deze details waren reeds twee weken en drie weken eerder, in de Parashot Taroemá en Tetsavé aangegeven. G’D had aan Mozes gezegd hoe hij het Heiligdom moest bouwen en Mozes omschreef het bouwwerk uitvoerig in de Thora.

Nu is het zo, dat elk woord en elke letter in de Thora een betekenis heeft en dat niets overbodig is en, zoals onze wijzen interpreteren, nauwkeurig en bijzonder. ( zie Rabbijn Mr. Drs. R. Evers “de dertien exegetische interpretatieregels van Rabbi Jismaeël ” ) Waarom wordt er dan een hele passage herhaald?

Het bijzondere van het opnieuw bekijken is, dat het Heiligdom, en later ook de Tempel in Jeruzalem, een tweevoudig bouwwerk was.

Het was een medium voor het openbaren van G’D’s aanwezigheid.

Dit is de boodschap van Parashot Taroemá en Tetsavé. Maar het is eveneens de plaats waar de menselijke inspanningen in het zuiveren van zijn omgeving tot uiting komen in de meest volmaakte vorm. Deze boodschap wordt overgebracht door Parashat Wajakheel.

G’D had Zijn voorstelling van de wereld. Hij schiep hem zo, zodat het Zijn verblijf, Zijn woning zou zijn, een plaats waar Hij Zich Zelf zonder enige beperking en geremdheid kan openbaren, zoals een persoon die zich vrijelijk uit in zijn eigen huis. Maar G’D wilde ook dat de mens zich thuis voelde in Zijn huis, daarom liet Hij de constructie over aan de mens. Hij kon het ook Zelf bouwen. Maar dan zouden we ons voelen als gasten. Onnodig en daarom enigszins overbodig. G’D wilde dit niet laten gebeuren. Hij wilde dat we ons voelden als Zijn partners. Daarom liet Hij het maken van de wereld, als Zijn verblijfplaats, aan ons over.

Het is inderdaad zo dat de huidige existentie van de wereld als verblijfplaats voor de mens al een moeilijke zaak is.

Het is onnodig om uitvoerig in te gaan op de thema’s van hebzucht, egoïsme en lompe materiële verlangens. Bekijk de dagbladen maar. Het is zeker, er is een potentieel voor het goede in deze wereld. Maar zoals vaak, is dat potentieel verborgen en onderontwikkeld. De taak om dit te openbaren en te ontwikkelen is de opdracht van de mens. Zijn doel in het leven is niet het vermijden van betrokkenheid in wereldse zaken en vluchten in spirituele sferen. Dat zou een nederlaag zijn van G’D’s doel. Dat zou inhouden dat de materiele wereld zoals hij existeert binnen zijn eigen context gesepareerd is van Hem. In plaats daarvan richt de menselijke levenstaak zich op de fysieke omgeving waarin hij leeft. Zijn doel is om elementen van onze existentie te nemen en aan te tonen dat zij niet bestemd waren om te gebruiken voor bekrompen egoïstische doeleinden, maar dat zij waren voorbestemd om deel uit te maken van G’D’s Heiligdom.

Dat is de boodschap van Parashat Wajakheel. Mozes roept het volk tezamen en brengt deze opdracht aan hen over. G’D zal Zijn deel doen en manifesteert Zijn aanwezigheid, maar de totstandkoming om Zijn aanwezigheid te manifesteren is de verantwoording van de mens.

SHABBAT SHALOM

Parashat Ki Tiessá

Wanneer je opneemt (Exodus 30:11 – 34:35)

RABBI JIZCHAK LURIA

VAN DE GESCHRIFTEN VAN DE ARI

Een van de onderwerpen waar over gesproken wordt in de Parasha van deze week, gaat over de preparatie van de speciale olie die werd gebruikt in het Tabernakel en de Tempel voor het zalven van de Tempelvoorwerpen en de priesters. De ingrediënten voor dit mengsel waren “uitgelezen specerijen en kruiden: vijfhonderd shekel (een bepaald gewicht) uitgedropen myrrhehars, geurige kaneel, de helft daarvan, tweehonderd vijftig en specerijriet tweehonderd vijftig en kassia, vijfhonderd volgens de shekel van het Heiligdom, ook nog een hien olijfolie. (Exodus. 30:23,24) De hoeveelheid myrrhe en kaneel die werd gebruikt in de vermenging waren uit het zelfde gewicht van vijfhonderd, maar de kaneel moest worden uitgewogen op dat moment van de helft, van het gewicht van tweehonderd vijftig.

De mystieke betekenis van de zalvingolie is als volgt: Zoals we weten werd er vijfhonderd shekel pure myrrhe gebruikt, en het werd op dat moment gewogen. Vijfhonderd shekel geurige kaneel werd eveneens gebruikt, maar werd gewogen per tweehonderd vijftig shekel, zoals de tekst zegt. Echter alleen van kassia werd tweehonderd vijftig shekel gebruikt.

De reden voor dit alles is, dat alle specerijen manifestaties zijn van de G’ddelijk naam Elo-hiem, en zoals we behoren te weten, er zijn drie [taalgebruiken van] Elo-hiem: soms geeft het de sefira van bina aan, in andere gelegenheden de sefira van gevoera, en in weer andere momenten de sefira van malchoet.

De Bijbel gebruikt vele namen voor G’D. Dit is omdat elke naam een verwijzing is naar G’D als Hij zichzelf manifesteert door een specifieke eigenschap. Deze eigenschappen worden in Kabbala Sefirot genoemd; elke sefira is geassocieerd met een specifieke naam van G’D.

In het algemeen kan de naam Elo-hiem naast de naam Havayah worden geplaatst en wordt beschouwd als een structuur door welke Havayah wordt weergegeven. Zodoende is er geschreven: “Want zoals de zon en zijn schild, zijn Havayah [en] Elo-hiem”. (Psalm 84:12) In elk van de drie gevallen die hier worden genoemd, handelt de sefira met welke naam Elo-hiem wordt geïdentificeerd, als een secondair, en verkrijgt aanvulling van en naar andere sefira. Bina is de tweede sefira van het intellect, welke ontwikkelt en focust, de intense maar kortstondig flits van inzicht, welke chochma is, de eerste sefira van het intellect. Alhoewel het een zelfstandig vermogen is van de ziel, handelt het volgens het materiaal waar het in wordt voorzien door chochma.

Idem, gevoera is de tweede sefira van de emoties, welke de intensiteit van de eerste sefira van de emotie, chesed, limiteert. Hier opnieuw, gevoera is een zelfstandig vermogen, maar zijn functie is om te reageren op het handelen van chesed.

Uiteindelijk is malchoet het voertuig door welke de emoties tezamen zichzelf uitdrukken. Dus ondanks dat het ook een zelfstandig vermogen is van de ziel, dient het om de inhoudelijkheid van de emoties die het verkrijgt, uit te drukken. We zien dus dat in elke toestand deze sefirot fungeren en handelen als dragers, of filters voor anderen, meer “bijdragende sefirot”, en deze gemeenschappelijkheid is de basis voor het geassocieerd zijn met de naam Elo-hiem.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT TETSAVÉ

Je zult gebieden Exodus 27:20 – 30:10

Rabbi Jitzchak Luria

Geschriften van de Ari, Ta’amei HaMitzvot

Licht van de Heilige Hoofdband

De Thora zegt dat de tefillien (gebedsriemen), “een [middel tot] herinnering tussen jullie ogen zijn”. Hieruit maken wij op dat de hoofd tefillien zijn bedoeld om ons geestvermogen te beïnvloeden, om de Uittocht uit Egypte en al haar significaties, te allen tijde in ons bewustzijn te houden. Zoals we eerder hebben aangehaald, is de betekenis van de Uittocht uit Egypte de bevrijding (of geboorte) van de heilige emoties van de baarmoeder van het verstand, die ons toestaat om ons G’ddelijk geestvermogen uit te drukken in onze emotie, eerder dan het hebben van niet heilige emoties die het gevolg zijn van beperkt bewustzijn. De Uittocht is dus een werking van Imma, de moeder van de emoties. De tefillien, waarvan het doel is om dit proces gaande te houden, zijn dus een expressie van Imma. De tefillien banden, vallend naar beneden, zijn de middelen waardoor het vermogen van Imma neerdaalt in hart en lichaam, waar de emoties worden gevoeld.

Daarom is de tzitz (de Heilige hoofdband) hoger geplaatst dan de tefillien, om aan te geven dat deze het geestvermogen van Abba personifieert, terwijl de tefillien het geestvermogen van Imma personifiëren.

(Alles wat boven is gezegd met betrekking tot tefillien geldt in het bijzonder tot Rashi- tefillien. Rabbeinoe Tam-tefillien daartegen bedoelen het geestvermogen van Abba te personifiëren, precies zoals de hoofdband.)

Om die reden werden de woorden “Heilig tot G’D” er op gegraveerd, aangezien het woord “heilig”, zoals bekend, altijd refereert aan het intellect, en in het bijzonder aan het geestvermogen van Abba (Chochma), dat “heilig”genoemd wordt.

“Heilig” (in het Hebreeuws, “kadosh”) betekent “gesteld boven”, gesepareerd”, “uitnemen”, “verder dan”. In vergelijking tot de emoties wordt het intellect als “heilig”beschouwd”, aangezien het intellect objectief is en een persoon voorbij zichzelf brengt, terwijl de emoties inherent subjectief en op het zelf gericht zijn. Binnen de sfeer van het intellect zelf wordt Chochma als “heilig” beschouwd ten opzichte van Bina, want Chochma in het alles overtreffende begrip dat de persoon boven het zelf uit doet stijgen, terwijl Bina de ontwikkeling is van het eigen individele intellect persé.

Ter verklaring: Binnen Abba is de naam Havayah zichtbaar, letter voor letter gespeld met de letter Joed.

Dit is de naam AB (=72) gespeld joed-vav-dalet hei-joed vav-joed-vav hei-joed. Het feit dat de naam Havayah in dit geval letter voor letter is gespeld met de letter joed geeft aan dat het is geassocieerd met Chochma, want in de naam Havayah zelf, belichaamt de joed Chochma; de eerste hei, Bina; de vav, de emoties, en de laatste hei, Malchoet.

Deze [letter voor letter spelling] bevat vier joed’s, elk bezit een [uitgebreide] numerieke waarde van 100. Dus de gecombineerde [uitgebreide] numerieke waarde van de vier joed’s van de naam AB is 400.

De normale numerieke waarde van de joed is 10. Iedere joed geeft een reeks van tien sefirot aan, die door onderverdeling elk 100 sub sefirot bevatten.

Als we het cijfer 4 toevoegen, vertegenwoordigend de vier joed’s bereiken we de numerieke waarde van het woord voor “heilig” [in het Hebreeuws, “kodesh”] zoals we hebben uitgelegd.

400+4=404
“Kodesh”wordt gespeld: koef-dalet-shin=100+4+300=404

Het licht van de vier innerlijke geestvermogens van Abba [dat niet kan worden beheerst door Zeir Anpin] dringen buitenwaarts [op het niveau van] het voorhoofd van Zeir Anpin, met name, van de twee zijden van het voorhoofd, aangrenzend aan de oren. De alles overtreffende radiatie van Chochma van Abba en de staat van Chesed binnen Daát van Abba emitteert vanuit de rechterzijde. De alles overtreffende radiatie van Bina en de staat van Gevoera binnen Daát van Abba [emitteert] vanuit de linkerzijde.

De hoofd tefillien bevat vier compartimenten, waarin vier strookjes perkament zijn gevoegd waarop de vier passages van de Thora zijn geschreven waarin de tefillien worden vermeld. (Exodus. 13:1-10, 13:11-16, Deuteronomium. 6:4:9, 11:13-21) Dit geeft aan dat er vier aspecten zijn van het bewustzijn van de Uittocht die we in stand moeten houden. Deze vier geestvermogens worden geïdentificeerd in Kabbala als de vier aspecten van het intellect: Chochma, Bina, de oorsprong van Chesed binnen Daát, en de oorsprong van Gevoera binnen Daát. Aan de oorsprong van Chesed en GevoeraI binnen Daát wordt gerefereerd respectievelijk als “de staat van Chesed binnen Daát” en “de staat van Gevoera binnen Daát”.

Juist zoals het intellect in het algemeen is verdeeld in deze drie/vier sefirot, is het geestvermogen Abba ook onderverdeeld in deze vier aspecten. Twee hiervan, Chochma van Abba en Chesed van Daát van Abba, zijn masculien en emitteren daarom aan de rechterzijde; en de twee anderen, Bina van Abba en Gevoera van Daát van Abba, zijn feminien en emitteren daarom aan de linkerzijde.

Vervolgens verspreiden zij zich rond het voorhoofd [van Zeir Anpin], vormend de hoofdband van de Hoge Priester.

Mij dunkt dat ik [Rabbi Chaim Vital] ook hoorde van mijn meester [de Arizal], van gezegende herinnering, dat de naam Havayah was ingegraveerd op de hoofdband als volgt; de joed en de vav waren gegraveerd aan de rechterzijde, één boven de ander, en de twee hei-s aan de linkerzijde, één boven de ander. Maar ik herinner me dit niet meer exact.

Dit zou goed overeen kunnen komen met wat eerder was verklaard, namelijk dat het masculiene “Licht” emitteert via het gebied rond het rechteroor en het feminiene “Licht” via het gebied rond het linkeroor.

Dus stond de Hoge Priester model voor de Hemelse Mens en droeg daarom de kledingstukken van de Hemelse Mens.

De “Hemelse Mens” is Zeir Anpin, de schikking van de sefirot in de menselijke vorm.

[Aangaande iedereen die de voorkant van de hoofdband zou voorbijgaan, als hij een rechtvaardig persoon is, zou het op zijn [eigen] voorhoofd zichtbaar zijn, want zijn Bina zal op zijn voorhoofd worden gereveleerd. Letters zijn op het niveau van Bina, zoals we eerder hebben verklaard en dat is waarom letters worden gereveleerd op het voorhoofd, dat iemands [individuele] Bina is de reden.

De heiligheid van de hoofdband brengt de heiligheid van iemands intellect “naar boven”, en veroorzaakt dat het zichtbaar zal worden op het voorhoofd van die persoon.

Hoewel de beleving van Chochma in essentie verder gaat dan verwoording (met andere woorden, “letters”), is het de taak van Bina om deze transcendente beleving waar te nemen en over te zetten in een taal (”letters”).

Als de persoon slecht zou zijn, zou zijn gelaat terechtkomen in de Andere Zijde en zou hij in verlegenheid gebracht worden door de heiligheid [van de hoofdband] en zou hij berouw hebben.

De “Andere Zijde” (Sitra Achra) refereert aan de sfeer van kwaad. De kwaadaardigheid van de persoon zou, bij confrontatie met de heiligheid van de hoofdband, zichtbaar worden op zijn voorhoofd en hierdoor in verlegenheid gebracht, zou hij worden aangespoord om berouw te hebben.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT TEROEMÁ

Heffing                Exodus. 25:1 – 27:19

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

LICHT VAN DE LICHTGEVENDE LANTAARN

ZOHAR I, 66a

Kom en zie! Wanneer zielen opstijgen naar de plaats die is verbonden met het leven (de Tuin Eden of het Paradijs) vinden zij groot genoegen in de straling van de Lichtgevende Lantaarn [Aspeklaria Ha-meira], door welke licht stroomt van een hogere bron. Als de ziel zichzelf niet omhult in de straling met een of andere bedekking, kan het het licht niet naderen en aanschouwen. De esoterische achtergrond hiervan dit kan worden vergeleken met de omhulling waarmee de ziel zich omkleed in Deze Wereld, zodat dat zij deze kan verdragen. Op een vergelijkbare manier wordt de ziel een bedekking van hemelse straling gegeven zodat het die wereld kan verdragen en de lichtgevende lantaarn in het Land van Leven kan aanschouwen.

Nu kom en zie: Mozes kon, hoe dan ook, niet naderen en aanschouwen, totdat hij in een ander omhulling was gekleed, zoals het vers verklaart, “Mozes ging in de wolk en klom naar de top van de berg,” welke de Targoem (Aramese vertaling) weergeeft als “omhuld in de wolk”. Hij was er in omhuld alsof hij een kledingstuk droeg en daarom in staat om de dichte wolk te naderen in welke de G’ddelijke Aanwezigheid was geopenbaard.

Naar dit kledingstuk verwijzen onze collega’s als “chaloeka d’rabbanan” [de rabbijnse mantel] in welke zij zich omhullen in Deze Wereld. Gelukkig is het lot van de rechtvaardigen, voor wie de Heilige, Geprezen zij Hij, goedheid en vreugde (van de ziel) in die wereld heeft verborgen. Betreffende dit is geschreven, “Geen oog heeft het ooit gezien behalve U, O Eeuwige; maar U zal het [mogelijk] maken voor diegene die in U vertrouwen.” (Jesaja. 64:3)

SHABBAT SHALOM

PARASHAT MISHPATIEM

Rechtsvoorschriften

 Exodus. 21:1 – 24:18

 De Thora Wetgeving

 Na het hoogtepunt van G’ddelijke revelatie, weergegeven in de parasha van verleden week, werpt Mishpatiem ons pardoes in de complexe diepten van de gedragsvoorschriften van de Thora. De voorschriften gereveleerd bij Mara voorafgaand aan het “ Geven van de Thora”, samen met de voorschriften die worden beschreven in Mishpatiem en al de andere voorschriften die elders zijn beschreven in de Thora, zijn alle integraal onderdeel van de universele wetgeving die werd gereveleerd aan de Sinai (zie Rashi op Leviticus. 25:1). Aangezien G’D perfecte eenheid vertegenwoordigt, werd de gehele wetgeving uitgesproken in een enkele lichtflits door de eerste Diboer, “ woord” “ Ik ben de Eeuwige, je G’D” (Exodus. 20:2). Corresponderend met de Tien Sefirot, die ten grondslag liggen aan heel de Schepping, de Tien Woorden Aseret HaDibrot, de “ Tien Geboden” constitueren de onderliggende fundamentele grondslagen van de gehele Mozaïsche Wetgeving. In zekere zin, “is al het andere commentaar”, de zes honderd dertien afzonderlijke mitzwot die deel uitmaken van de wetgeving, zijn allen impliciete details in de essentiële eenheid van G’D. Ze zijn allemaal nodig om die eenheid aan de wereld te reveleren.

Velen in de wereld brengen de Tien Geboden over hun lippen, maar we hoeven niet ver te zoeken om te constateren dat praktisch alle op een of andere manier door mensen in deze wereld worden overtreden. Overal binnen samenlevingen zijn criminaliteit en geweld, seksuele immoraliteit, laster, afgunst en hebzucht en jalousie wijdverbreid. Nauwelijks kent men de ware inhoudelijke betekenis van Shabbat in de wereld, een dag in de week van het compleet laten rusten van technologie en zakelijke aangelegenheden, een dag om met G’D te zijn.

De vele voorschriften in Mishpatiem constitueren de essentie van de Mozaïsche Wetgeving, ons lerend hoe met G’D te zijn in al onze aangelegenheden en activiteiten in deze wereld.

Het is toepasselijk voor het Volk dat naar de Sinai kwam vanuit de slavernij in Egypte dat de wetgeving van Parashat Mishpatiem opent met de voorschriften van slavernij. De wet van Mitzraim, Egypte, de plaats van Metzar, restrictie, beperking, was dat geen slaaf ooit vrijuit kon gaan. Maar de eerste van de gedetailleerde voorschriften van de Thora Wetgeving zegt ons dat het tegenovergestelde het geval is. De Hebreeuwse slaaf moet zes jaar werken voor zijn meester, maar het zevende jaar gaat hij vrijuit. Als hij verkiest om na zes jaar bij zijn meester te blijven, mag hij dit doen, maar alleen tot het vijftigste jaar, het Jovel jaar, “jubilee”. Tijd gaat in cyclussen. Iemand kan diep vallen, maar uiteindelijk draait de cyclus rond, en komt vooruit. De cyclische aard van tijd, impliciet weergegeven in het vierde gebod (zes dagen van werk gevolgd door Shabbat), is gereveleerd in de voorschriften van slavernij in Mishpatiem in een bevrijdende eigenschap. De dag van Shabbat, het Sabbaticaljaar en het Jubilee (na 7×7=49jaar), hebben alle het vermogen om ons van de uiteenlopende vormen van slavernij waarin men zich stort te bevrijden.

Slavernij in de letterlijke zin, is nog steeds wijdverspreid in grote delen van de wereld. Daarnaast zijn er vele zogenaamd vrij “ zij zijn ook slaven” op een of andere wijze, hetzij door de omstandigheden om hen heen of door de diep in het innerlijk gewortelde blokkeringen, neigingen, behoeften en verlangens, aan wat door de media wordt gedicteerd, gewoonten, reclame uitverkoop, etc. etc.

 De Heilige Zohar, waarin commentaar op Mishpatiem exceptioneel lang is, reveleert in detail hoe de voorschriften van slavernij in onze parasha de wetten en principes bevatten, waardoor zielen worden gereïncarneerd in deze wereld. Zielen worden verplicht om verschillende incarnaties te “dienen” om schuld af te lossen opgelopen door misdragingen en falen in voorafgaande incarnaties. Alle andere gedetailleerde geboden in de Thora bevatten evenzo diepgaande kabbalistische verwijzingen. Want de gereveleerde wetgeving van de Thora, die betrekking heeft op zaken en andere aangelegenheden in ons leven, is een en de zelfde als de wetgeving waardoor G’D het hele universum op al zijn verschillende niveaus regeert. Alles is eenheid.

 Naast slavernij, bevat de wetgeving in Mishpatiem de basis wetten van huwelijk, moord, doodslag, ontvoering, moedwillige geweldpleging, moedwillige en niet moedwillige toegebrachte schade aan personen en bezit, diefstal, nalatigheid, leningen, rechtbank procedure, rituele en andere wetten. De wetgeving eindigt met de voorschriften van het Sabbaticaljaar, de Shabbat en jaarlijkse terugkerende feestdagen, die alle verlossing teweeg brengen in de cycli van tijd.

 Aan het einde van de parasha lezen we: “ En de Eeuwige zei tegen Mozes: Kom naar boven naar Mij, de berg op en blijf daar, en Ik geef je dan de Stenen Tafelen met de Thora voorschriften en Mitzwot die Ik heb opgeschreven om hen te onderwijzen.” (Exodus. 24:12)

 De Talmoed verklaart: “De Tafelen zijn de Tien Geboden. De Thora betekent de geschreven Thora, “Mikra”; De Mitzwot betekent de Mishna (Mondelinge Thora); die Ik heb geschreven, zijn de Profeten en de Heilige Geschriften (Nevi’iem en Ketoeviem). Om hen te onderwijzen, is de Gemara, (de deductieve principes van de Thora). Leerstellingen, die alle werden gegeven aan Mozes op de Berg Sinai.

 De geschreven Thora, zoals we lezen in de wekelijkse parasha, is integraal een eenheid met de Mondelinge Thora. Dus onze Parasha van Mishpatiem bevat de fundaties van de wetten uitgebreid uiteengezet in de vier van de zes orden van de Mishna, de Mondelinge Thora. Dus in Mishpatiem treffen wij sommige van de belangrijkste voorschriften aan van de orde van Zera’iem, zaden, met andere woorden, landbouwkundige wetten, van Nashiem, huwelijkswetten en van Nezkiem, schade en eigendomsrecht, leningen, legale procedures.

 Aan het einde van Mishpatiem lezen we: ”En Mozes trad de wolk binnen en besteeg de berg en veertig dagen en veertig nachten bleef Mozes op de berg” (Exodus. 24:18). Onmiddellijk daarna, in de volgende wekelijkse parasha van Teroema, begint de Thora de vormgeving van het Heiligdom, het prototype van de Tempel, uit te leggen en hoe het werd geconstrueerd en geïnaugureerd in de wildernis. Dit neemt het laatste gedeelte van Exodus in beslag, waarna we Leviticus binnen gaan en de wereld van het brengen van offers en rituele reiniging. Het brengen van offers en het rituele reinigen zijn de onderwerpen van Kedoshiem (heilige onderdelen en voorwerpen) en Taharot (zuivering), de laatste twee orden van de Mishna.

Deze Shabbat, na het lezen van de Thoralezing in de synagoge, zegenen we de komende maand van Adar, een maand waarin de Mazal van Israël dominant wordt.

Mishenichat Adar, MarBin BeSimcha!! Wanneer Adar komt, maximaliseren we Simcha!!

 SHABBAT SHALOM      

PARASHAT JITRO

G’DDELIJKE NAMEN, G’DDELIJKE DIMENSIES

Rabbi Isaiah Horowitz

Shné Loechot HaBriet

Ik zal nu trachten enkele esoterische dimensies te verduidelijken van de Tien Geboden, waarvan vijf zich verhouden tot onze Maker en vijf tot het welzijn van onze medemens.

We zijn onszelf al zeer bewust dat de gehele Thora bestaat uit permutaties van de Naam van G’D, permutaties die zich eindeloos uitstrekken in alle richtingen van het Universum.

De onuitsprekelijke Vier Letter Naam, joed, hé, vav, hé, (Havaya) is de Naam die G’D’s essentie symboliseert. Al de andere Namen zijn op een of andere manier afgeleid van deze Vier Letter Naam; deze verschillende “pseudoniemens” van G’D’s Naam zijn  ondergeschikt aan deze Naam Havayah. Er is geen woord of letter in de Thora die niet in een bepaalde vorm, hetzij direct of indirect, verwijst naar een Naam van G’D en die op zijn beurt aansluit bij de onuitsprekelijke Vier Letter Naam. Dit betekent dat de “Thora van G’D volkomen is” en al zijn aspecten op een of andere manier terug leiden naar de  Vier Letter Naam.

Met dit in gedachten is het eenvoudig te begrijpen dat de Tien Geboden in zich de hele Thora in “miniatuurvorm” bevatten.

De Tien Geboden bestaan uit 620 letters, corresponderend met de Kroon van de Thora (in het Hebreeuws, Keter, die een numerieke waarde heeft van 620).

613 van deze letters representeren de 613 geboden en verboden van de Thora die aan het Joodse Volk zijn opgelegd, terwijl de andere 7 de 7 Noachidische Wetten representeren, opgelegd aan de hele Mensheid. Het is vrij duidelijk dat de Tien Geboden, meer dan enig ander deel van de Thora, de esoterische dimensie van de Onuitsprekelijke Naam bevat.

De vorm en de afmeting van de Tafelen waarop de Tien Geboden zijn ingegraveerd verwijzen naar de letters van de Onuitsprekelijke Naam. Het cijfer 10 corresponderen met de letter joed van die Naam. De vijf geboden ingegraveerd op elk van de Tafelen correspondeert met de letter van de Onuitsprekelijke Naam. De letter vav representerend de hoogte, de breedte de dikte van de Tafelen, die elk 6 handbreedten waren. [De respectievelijke numerieke waarden voor de letters joed, hé en vav zijn 10, 5, en 6.]

Wanneer we de dimensies van de Tafelen “kuberen” 6 bij 6 bij 6, verkrijgen we 216 kubiek handbreedten. Dit cijfer is gelijk aan de letter voor letter van de Onuitsprekelijke Naam, beter bekend als “AB”, de numerieke waarde van 72.   Dit cijfer, gezien in de drie dimensies van de Tafelen, bereik je 3×72=216. Dit cijfer correspondeert met het aantal [drie keer 72 in elke vers] in de drie successievelijke verzen in Exodus. 14:19-21, beschrijvend de tussenkomst van G’D’s engel tussen het kampement van de Israëlieten en dat van de Egyptenaren…

De eerste vijf van de Geboden spreekt over de Naam van G’D zoals die wordt gespeld, met andere woorden, joed, hé, vav, hé, terwijl de laatste vijf geboden spreken over die Naam zoals die wordt geschreven, met andere woorden, zoals de Naam Ado-nai, de oorsprong van Israël [aangezien deze vijf Geboden gedrag reguleren tussen Joden en Joden.] In essentie is alles in wezen één. Alles leidt terug naar de Onuitsprekelijke Naam.

Dit, in grote lijnen, heb ik overgenomen van de geschriften van Nachmanides waar hij stelt dat de dualistische natuur van de Tafelen, met andere woorden 2 Tafelen in plaats van één, Hemel en Aarde, bruidegom en bruid, symboliseren.

Alles is gebaseerd op de esoterische dimensie van de Onuitsprekelijke Naam hetzij gespeld als, joed, hé, vav, hé, of als Ado-nai.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BESHALACH

En hij had laten gaan

Exodus.13:17 – 17:16

 72 ‘NAMEN’ VAN G’D

 Drie verzen van 72 letters elk, verwijzen opeenvolgend naar de G’ddelijke eigenschappen van Chesed, Gevoera en Tiferet.

 De drie achtereenvolgende verzen van Exodus 14:19-21 bevatten elk 72 letters, een ongetwijfeld raar fenomeen. De letters van deze drie verzen kunnen gerangschikt worden als 72 reeksen van 3 letters ( triplets). Maar Kabbala leert dat als we de orde van de letters in de middelste zetting omkeren, de 72 triplets 72  “Namen” van G’D worden. In het onderstaande schema worden deze namen weergegeven.

In de vertelling van de Uittocht van Egypte, beschrijven deze drie opeenvolgende verzen G’D’s zichtbare macht vlak voordat Hij de Riet zee (Rode zee) spleet, waardoor het Joodse Volk op droge grond door de zee kon lopen.

En de engel van G’D, die het kamp van Israël voor was gegaan, trok nu weg van daar en ging achter hen aan en de wolkzuil vertrok van voorop van hen en stond nu achter hen. Dus de wolkzuil kwam tussen het kamp van Egypte en het kamp van Israël, maakte daar bewolking en duisternis [bij de Egyptenaren, maar gaf licht in de nacht [bij de Israëlieten], zodat de één niet bij de andere kon komen, heel de nacht. Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee en G’D dreef de zee terug met een sterke aanhoudende oostenwind de hele nacht, waardoor Hij in de zee een droge land strook liet ontstaan, dus het water was gescheiden.” (Exodus. 14:19-21 )

Een naam is een middel of een duiding waarmee iemand bekend wordt aan anderen.

In het Hebreeuws bevatten deze drie verzen elk 72 letters. In de Zohar  II:51b wordt aangegeven dat deze drie verzen opeenvolgend refereren aan de G’ddelijke eigenschappen van Chessed, Gevoera en Tiferet. De harmonieuze vermenging van deze drie emotieve grondeigenschappen vormen de basis van het referentie kader van hoe G’D relateert aan de wereld. Zij vormen samen een compositie van G’D’s Naam, aangezien een naam een middel is of een duiding waarmee iemand bekend wordt aan anderen, met andere woorden, het manifesteert zijn eigenschappen.

Het feit dat elk vers 72 letters bevat betekent dat zij op één lijn liggen, en 72 triplets van letters vormen. In deze configuratie stelt de Zohar, dat het eerste vers wordt geschreven in de juiste volgorde, aangezien het G’D’s liefdevolle barmhartigheid representeert, of een directe openbaring van G’D’s goedheid. Het tweede vers wordt geschreven in omgekeerde volgorde, van de laatste letter naar de eerste, aangezien het G’D’s strengheid representeert, wat een indirecte openbaring is van Zijn goedheid.

Hoewel Tiferet een mengeling is van Chessed en Gevoera, is het derde vers niet geschreven in half juist en half in omgekeerde orde, zoals men zou verwachten. Dit heeft twee redenen: (1) in Tiferet domineert Chessed over Gevoera, en (2) als een ideale mengeling van Chessed en Gevoera, is Tiferet een directe openbaring van G’D’s goedheid en glorie, in plaats van een indirecte.

 SHABBAT SHALOM    

PARASHAT BO

Kom                    Exodus 10:1 – 13:16

Rabbi Shimon bar Jochai “de Rashbi”, 2e eeuw na het begin van de jaartelling, was één van de belangrijkste studenten van Rabbi Akiva en auteur van de Zohar. Begraven in Meron, Israël, ten westen van Safed.

Zohar, pagina 33a

Ons begrip van oorzaak en gevolg, is beperkt door onze perceptie van tijd, m.a.w een rechte lijn met een beginpunt en een eindpunt.
Spirituele giganten zoals de Arizal, de Baal Shem Tov en Rabbi Shimon bar Jochai, konden de oorzaken van wereldse gebeurtenissen zien in de spirituele (tijdloze) sferen en hen verklaren door hen te relateren aan gebeurtenissen die in generaties eerder zouden hebben plaatsgevonden. Rabbi Shimon geeft enkele voorbeelden om dit concept beter uit te leggen.
Onthoud zeer goed, “de Andere Zijde” is niet gesepareerd van het Heilige, het is een negatieve kracht die zijn bestaan en leefvermogen verkrijgt van het Heilige en een zeer belangrijke rol speelt in het testen van een persoon en hem daardoor de vrijheid van keuze geeft.

Kom en zie. Als een klein ding wordt gegeven (smeergeld) aan de “Andere Zijde”, ter wille van eigen bescherming, zal het worden geaccepteerd.

Dit is het geheim achter “majiem achroniem”, de handeling van het wassen van de vingers aan het einde van een maaltijd. Deze activiteit volstaat om te laten zien, dat men bewust is van de krachten van de dierlijke ziel, die eet vanuit een lust. Het volledig accepteren van dit feit, houdt de “Andere Zijde” op afstand, aangezien men de realiteit van deze kracht erkent.
Deze erkenning stelt iemand in staat om het birkat hamazon, dankgebed na de maaltijd, te zeggen, zonder dat het negatieve kan binnendringen in iemands bewustzijn.

Een goed voorbeeld is het geitoffer op Rosh Chodesh, Nieuwe Maan en het geitoffer op Jom Kipoer, de Verzoendag. Zodat {de Andere Zijde} betrokken zal worden in het offeren en Israël in het samen zijn met zijn Koning, onaangeroerd laat.

Een geit, een kosher dier, eet in vergelijking met alle andere dieren, praktisch alles. Deze kritiekloze lust van eten, maakt het tot een symbool van de Andere Zijde, wiens uiteindelijke spirituele representatie, Satan wordt genoemd. Het Hebreeuwse woord “Satan” is verbonden met het woord “sitna”, wat beschuldigen en haten betekent.

Dit wijst op het feit dat de Satan een vijand is en voortdurend tracht een persoon terug te laten vallen op zijn dierlijke verlangens en driften en een verwijdering probeert te bewerkstellingen tussen de persoon en zijn heilige spirituele bron. Het algemene concept van “de Duivel” is altijd verbonden met het symbool van de geit, maar er is een zeer belangrijk verschil dat men heel goed moet beseffen:

Satan is geen gesepareerde eenheid naast G’D, alles is één, vanuit één bron; hij is eerder een loyale trouwe dienaar met een onaangename hinderlijke job.

Farao als “koning” representeert de bron van spirituele onzuiverheid en als zodanig kon alleen G’D hem bestrijden en overwinnen. Om die reden trof G’D de eerstgeborenen van de Egyptenaren zelf. Hij en niet een engel, Hij en niet een boodschapper.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WA’ERA

Ik ben verschenen    Exodus. 6:2 – 9:35

Alle wonderen uitgevoerd door G’D in Egypte, die alle bekende natuurwetten tartten, waren opgeroepen door de onuitspreekbare Vier Letternaam, het Tetragram, YOED KEY VAV KEY, die G’D symboliseert als ÈJÈ OWÈ JÈJÈ, Hij was, Hij is, Hij zal altijd zijn, de Ene, die de wereld heeft geschapen ex nihilo en die eeuwig is. De naam ELOKIEM daarentegen symboliseert natuur m.a.w. de natuurwetten. Het Hebreeuwse woord voor natuur is hatèwa en heeft dezelfde numerieke waarde als het woord ELOKIEM.

Volgens de Zohar representeert deze naam een kaw, een lijn, een uitgezette lijn, wetten volgens een bepaalde orde, m.a.w. justitie. De karakteristieken van alle levende creaturen werden bepaald door G’D, door oproeping van Zijn eigenschap ELOKIEM.
In de woorden van de Ari Zal ( Rabbi Jitschak Luria) : “Nadat G’D het ‘hareshimoe‘,” conceptuele ruimte of plaats” voor een universum had gecreëerd, creëerde Hij alles wat die “plaats” zou gaan vullen. Dit werd bereikt door middel van kaw, zoiets als een pijplijn. Het licht dat G’D creëerde drong de “plaats”binnen, die was voorbestemd voor het universum en verspreidde zich door kaw.
Het feit dat de onuitsprekelijke vier letternaam een “hogere” eigenschap is dan die van ELOKIEM, wordt gedocumenteerd in Exodus 18,11, toen Jitro, de schoonvader van Mozes, de superioriteit erkende van deze eigenschap van G’D, boven alle anderen: “kie gadol YOED KEY VAV KEY mikol ha ELOKIEM“, “Nu weet ik dat de Eeuwige groter is”.

Alle andere eigenschappen (namen) van G’D zijn ontleend aan de onuitsprekelijke vier letternaam.
Het was deze naam en wat het impliceert die G’D aanwendde toen Hij bovennatuurlijke wonderen liet voortkomen in Egypte. Telkens wanneer Mozes verscheen voor Farao, trad hij op als boodschapper van die bepaalde eigenschap.
Farao’s reactie in Exodus 5,2, was dat hij absoluut nooit had gehoord van een Godheid met z’n eigenschap “mie YOED KEY VAV KEY ashèr èshma bekolò“, “Wie is de Eeuwige, naar wiens stem ik zou moeten luisteren”?
Daarentegen had Farao geen problemen in het accepteren van G’D in Zijn eigenschap als ELOKIEM, zoals we weten van Genesis 41,38.

De Zohar becommentarieert al eerder Genesis 41,16 waar Joséf zegt: “ELOKIEM ja’anè et shalom par’o” “G’D zal wel antwoorden wat in het welzijn van Farao is”.
Rabbi Abba zegt: “Zie de slechtheid van Farao die beweerd nooit te hebben gehoord van G’D. Hij was uitermate slim en profiteerde van het feit dat Mozes zichzelf niet had aangediend als boodschapper van ELOKIEM, die hij niet had kunnen ontkennen, maar als een boodschapper van YOED KEY VAV KEY.
Hij vond het onbegrijpelijk dat Mozes niet kwam in dezelfde naam van G’D zoals de G’D van Joséf, welke voor hem herkenbaar was. Bovendien kon hij zich niet verenigen met zo’n inhoudelijke naam van G’D.
Wanneer de Thora schrijft: Exodus 9,12 “wajechazeek YOED KEY VAV KEY et – lev par’o” “Maar de Eeuwige sterkte Farao in zijn voornemens”…, dit betekent, dat door het gebruik van de naam, Farao’s hart werd gesterkt in zijn slechte voornemens.
Dit is de reden dat Mozes nimmer een andere naam van G’D aanhief in de confrontatie met Farao. Zover de Zohar.

Wanneer we de benadering volgen van de Zohar, komen we tot realisatie dat G’D nimmer interfereerde in de besluitvorming van Farao. De oorzaak van zijn halsstarrigheid was, G’D,’s zeggen “ani YOED KEY VAV KEY” ,” Ik ben de Eeuwige.” Wanneer G’D eerder in Genesis 7,3 tot Mozes zegt: , “Ik zal het gemoed van Farao verharden”, betekent dit impliciet: ” Mijn openbaring aan hem dat Ik YOED KEY VAV KEY de Eeuwige ben, zal zijn hart verharden”.

Toen de magiërs beseften dat de plaag van kiniem, zandvlooien, niet het resultaat was van de superieure magie van Mozes en Aaron (Exodus 8,15), beperkten zij hun erkenning van dat gegeven tot ELOKIEM, daarmee sloten zij YOED KEY VAV KEY uit.
Farao had de betekenis van ELOKIEM geleerd van Joséf; hij erkende deze godheid als superieur in vergelijking met andere godheden, maar zijn erkenning ging niet zo ver dat zo’n godheid zou kunnen heersen over zijn opvatting van de natuurwetten.
Farao begreep dat de existentie van het koninkrijk van ELOKIEM, welk waarschijnlijk groter was dan zijn eigen of van anderen, niet zou interfereren in de aangelegenheden van andere koninkrijken.
Er zijn vele koninkrijken in deze wereld die met elkaar co-existeren, ofschoon de ene machtiger is dan de ander.
Het is evenzeer mogelijk dat Farao G’D erkende als Heerser van het Universum, maar dit hield niet in dat G’D dit Universum had geschapen, maar eerder dat Hij Zelf deel uitmaakte van dit Universum. Andere filosofen stellen G’D voor als niet separeerbaar van deze wereld, zoals het licht van de zon.
Farao was zeer geërgerd en kwaad toen Mozes uitlegde dat er een andere, toegevoegde, hogere dimensie was van G’D. De reactie van Farao was dat hij de werklast van zijn Joodse slaven verhoogde, zoals we lezen in Exodus 5,9.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHEMOT

Namen                   Exodus. 1:1 – 6:1

SOMS WORDT G’DDELIJKE WIJSHEID ALLEEN GEREVELEERD AAN ZEER UNIEKE ZIELEN.

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR SHEMOT 5:Rabbi Chiya zat tegenover Rabbi Shimon. Hij zei tegen hem, waarom telt de Thora in het begin 12 zonen van Jacob, en naderhand waren zij zeventig, zoals is geschreven, “Al de zielen van het huis van Jacob die naar Egypte kwamen waren zeventig” (Genesis. 46:27) En wat is de reden dat zij met zeventig waren en niet meer? Hij zij tot hem: Het correspondeert met zeventig naties in de wereld. Zij waren één natie gelijk aan hen allen. En hij zei ook tegen hem: Laat ons het beschouwen als de sleutel die illumineert. De takken verreizen in hun vastgestelde orde, die voort komen uit de twaalf gravures en knoeten die hen omringen in hun reizen tegen de vier richtingen van de wereld.

Dit is wat er is geschreven: “Toen Hij de mensenkinderen van elkaar scheidde, stelde Hij voor de volkeren gebieden vast, naar het getal van Israëls kinderen” (Deuteronomium. 32:8) Dit is wat er is geschreven: “Als de vier winden van de hemelen heb Ik jullie wijd verspreid (Zacharia. 2:10), om te laten zien dat zij existeren voor het belang van de kinderen van Israël. Het zegt niet, In de vier, maar eerder, Als de vier”, omdat het onmogelijk voor de wereld is om te existeren zonder de winden, zo is het ook onmogelijk voor de wereld om te existeren zonder Israël.

BeRahamim LeHayyim:

“Tijd voor plezier met getallen.” We hebben de 12 zonen van Jacob/Israël, die parallel zijn aan de 12 permutaties van de G’ddelijke vierletter Naam, en de 12 diagonale lijnen in een kubus en de twaalf maanden. Dan hebben we de 70 Nefesh/zielen die afdaalden naar Egypte, om de 70 ministers van de naties tegen te gaan, en 70 is de gematria van Sod/ verborgene, en representeert de inhoudende sefirot van de lagere 7sefirot (Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod, Yesod en Malchoet). Deze 12 en 7×10 dragen de werelden, zowel de  fysieke als de spirituele. En op dit Aardse vlak hebben we de 4 Roechot/ windrichtingen, relaterend aan de 4 letters van de Naam en corresponderend met de 4 Sefirot van Chesed/zuid, Gevoera/ noord, Tiferet/oost, en Yesod/ west.

Al deze 4 relateren aan de grote letter Dalet in het woord Echad in het Shema Israël gebed. Inderdaad, alle bovenstaande getallen zijn in deze frase van 6 woorden. Want Israël is volgens in het bovenstaande van de Zohar, één natie gelijk aan allen.

Nu komt dit niet goed overeen met de post moderne sensitiviteit en sensibiliteit, want het riekt naar schijnbare arrogantie en “uitverkorenheid”. Hoe snel zijn we vergeten dat te zijn uitverkoren niet noodzakelijkerwijs betekent beter te zijn! Eerder is het misschien de rol van Israël het brengen vanuit de 12 diagonalen, de 70 naties en de richtingen, om G’D’s Licht en Eenheid aan allen te reflecteren. We zijn de kleinste onder de volkeren, maar nog steeds het middelpunt van zo veel aandacht en energie. Wat alleen maar onze officiële verantwoordelijkheid vergroot.

Wanneer we het woord Echad zeggen, zijn we aan het mediteren over de Alef om aan te geven Aloefo Shel Olam, de Leider van het Universum, G’D; op de letter Chet van Echad hebben we in gedachten de 7 firmamenten van De Hemel (daar is onze 7) plus de wereld beneden, 7+1= 8, de gematria van de letter Chet en de laatste letter Dalet van Echad, zoals boven is aangehaald, op de vier windrichtingen.

Misschien is deze bovenstaande meditatie, die wordt beschouwd als eenvoudige meditatie, door Joods recht vereist bij het reciteren van het woord Echad, de manier waarop een Jood zichzelf heeft te gedragen. We moeten de Alef, de Ene, de Leider, altijd voor ons houden, het middelpunt van al onze gedachten, woorden en daden. Dan moeten we Hemel en Aarde verenigen, gerepresenteerd door de letter Dalet, zoals boven. Dat betekent bewust proberen om enige hemelse samenhang neer te halen in deze wereld, met andere woorden, te verspreiden in de 4 aardse richtingen. Dit is de rol van Israël, zonder wie, G’D verhoede, de wereld niet kan existeren.

SHABBAT SHALOM