PARASHAT LECH LECHA

Ga jij             Genesis 12:1 – 17:27

 Rabbi Shimon bar Jochai.
Zohar, pg. 82a

De Zohar verklaart waarom de eerste zegen, in het Stille Gebed, Shemoné ‘Esré, “Geprezen U, Eeuwige, beschermer van Awraham” is. Het was Koning David, een soldaat, die streed met een fysiek schild, maar zich ook verliet op G’D’s bescherming. Waarom zeggen we dan niet “Beschermer van David”?

Rabbi Jossi opent zijn verhandeling [de uitzonderlijke natuur van Abraham uitleggend] met het citaat “U bent een beschermer voor mij,U houdt mij in ere en heft mijn hoofd op”. (Psalm 3:4) Hier zegt David, dat zelfs als de hele wereld zich tegen hem zou verenigen, om oorlog te voeren [zou hij geen vrees hebben voor een nederlaag] omdat “U bent een beschermer voor mij”. [m.a.w zij kunnen mij geen schade toebrengen.] Kom en zie. De Tekst zegt “een beschermer voor mij” dit betekenent dat David zegt tegen G’D, “Heer van het Universum, waarom is het dat mijn naam niet wordt gebruikt in het maken van een zegen in het Stille Gebed, zoals gedaan voor Abraham? Zoals is geschreven [dat G’D zei tegen Abraham], “Vrees niet Abram, Ik ben een schild voor je”(Genesis.15:1); en [om die reden] zeggen zij [in de eerste zegen van het Stille Gebed] ‘Beschermer van Abraham’.”

Abraham was het archetype van vriendelijkheid, dat voor misbruik natuurlijk vatbaar is. Aangezien hij het voorbeeld van zuivere vriendelijkheid in een gevaarlijke wereld was, beloofde GD om hem van iedereen te beschermen wie macht over hem zouden proberen te hebben. Koning David vraagt of hij eveneens in aanmerking komt voor een zegen voor beveiliging, aangezien hij ook goed bracht in de wereld, oprecht vertrouwde op GD als schild en beschermde bij vele gelegenheden.

De Heilige, Geprezen zij Hij, beantwoordde David door te zeggen, “Ik heb reeds Abraham [ met de 10 proeven, zoals in de Midrash aangegeven ] getest en hem gezuiverd [letterlijk, aangezien hij de oven overleefde waar Nimrod hem in wierp], en hij weerstond volledig [tegen zijn kwade neiging in] elke test.

Aangezien Abraham zijn kwade inclinatie geheel had overwonnen, konden de krachten,die door de Andere Zijde werden voortgebracht, geen enkele invloed over de zegen uitoefenen, die tot zijn verdienste was neergedaald.

Koning David zei tot Hem, dat als dit het geval is “Onderzoek me eveneens, GD en test me; zuiver mijn nieren en mijn hart “. (Psalm 26:2)

[Zo zond G’d hem een test door Bath Sheba] en toen hij handelde zoals hij deed, werd David herinnerd door GD met betrekking tot zijn verzoek. Vandaar dat hij zei “U heeft mijn hart getest” (Psalm.17:3); “U heeft mij ‘s nachts bezocht; U heeft mij getest en mijn gebrek gevonden; laat mijn mond geen overtreding begaan.”

David vraagt, “Ik vroeg U, onderzoek mij G’D en stel mij op de proef, en U testte mijn hart. Ik zei zuiver mijn nieren [om te zien of mijn raad goed was – aangezien zij de zetel van raad zijn], en U testte ze. Maar U stelde mij in gebreke. Anders gezegd, U vond me niet waardig. Ach, wat ik had gevraagd te gebeuren, had niet mijn mond mogen ontsnappen.”

Met al dat [omdat David zijn schuld erkende en berouw toonde], vergaf G’D hem, en om die reden eindigen wij een zegen met de woorden “Schild van David” [in de zegen na het lezen van deHaftara (Profetenlezing) op Shabbat]. Vanwege dit alles begreep Koning David dat G’D ook een waar schild was voor de sefira vanmalchoet, David zei in de boven aangehaalde quotatie, “En U, G’D, bent een schild voor mij; mijn glorie, en Degene die mijn hoofd opheft”, [dit betekenent] “Natuurlijk is deze sefira[malchoet] mijn eer en de ware kroon welke ik op mijn hoofd draag”.

Omdat de sefira van malchoet direct onder de sefirot van jesod entiferet is, in het diagram van de Boom van het Leven, worden alle zegeningen van de hogere sefirot direct er naar gekanaliseerd, via het middenpad. Dit houdt deze zegeningen uit de greep van de externe krachten en beschermt hen. Ook moet opgemerkt worden dat de kleur,die geassocieerd is met de sefira van malchoet, blauw is. Vandaar de Ster van David op de Israëlische vlag, welke een representatie is van zijn schild, met als kleur, blauw.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT NOACH

Noach          Genesis 6:9 – 11:

Rabbi Shimon bar Jochai.

Zohar P. 64b.

In de onderstaande vertaling, verklaart de Zohar, waarom de naam van G’D, gespeld joed hé vav hé (verwijzend naar “Havayah”) wordt uitgesproken op een niet relevante manier ten aanzien van de behorende spelling. De naam wordt uitgesproken als “Ado-nai”, wat “Heer” betekent, wat zelfs nog geeneens een toespeling is tot de betekenis van de spelling. Een andere naam, Elo-hiem, wordt eveneens gebruikt om het G’ddelijke te beschrijven, in het aspect als schepper. Onze tekst onderzoekt de achterliggende betekenis in het gebruik van deze naam, en wat het betekent in ons dagelijks leven.

Om welke reden wordt op een bepaalde plaats geschreven, “En Havayah [welke een naam is die refereert aan het G’ddelijke aspect van barmhartigheid] liet zwavel en vuur regenen over Sodom en Gamora” (Genesis. 19:24)? Waar ligt het verschil tussen dit, en het verhaal van de Watervloed, waar telkens de naam Elo-hiem wordt gebruikt en niet de naam G’D?

De enige uitzondering met betrekking tot dit is wanneer de tekst gaat over de redding van Noach en zijn familie, zoals “Havajah zei tegen Noach: ‘ Ga, jij met heel je huisgezin in de ark’” (Genesis. 7:1), of “Havayah sloot hem beschermend in.” (Genesis. 7:16)

We hebben echter geleerd dat op elke plaats waar “en Havayah” wordt gezegd, het een verwijzing is naar Hem en Zijn Gerechtshof.

De intentie is om aan te geven dat Zeir Anpin, het hogere barmhartige aspect van G’D, zich heeft verbonden met Malchoed. Juist zoals een koninkrijk wordt geregeerd bij wet, resulteert de verbinding van Zeir Anpin met Malchoet, in het tot uitvoer brengen van een justitieel oordeel.

Waar de naam Elo-hiem op zichzelf wordt gebruikt, verwijst het naar het aspect van oordeel. Toen Sodom werd verwoest, was het oordeel niet de gehele wereld. Met als gevolg dat de naam Havajah [de naam] werd betrokken in het ten uitvoer brengen van het justitieel oordeel [om de zekerheid aan te geven van een gelimiteerde destructie]. Dit was niet het geval met de Watervloed. Daar werd de gehele Wereld verwoest met al zijn levende creaturen.

Nu, denk niet, dat [omdat] Noach en allen met hem, waren gered, oordeel en barmhartigheid zich met elkaar hadden vermengd. Hij was uit het zicht gehouden [voor de destructieve machten en daarom gered]. Vanwege de krachten van oordeel, was alles in de wereld verwoest. Vandaar zien we, dat waar de woorden “en Havayah” worden gebruikt, het mogelijk is om uitgesloten te worden [zoals bij Lot] en gered te worden [omdat er een differentiatie is gemaakt tussen de slechten en degenen die het verdienen om gered te worden].
Overal waar de naam Elo-hiem wordt gebruikt, dienen mensen zichzelf te verbergen en blijven beschermd in een afgesloten plaats [als een bunker!]. Omdat Hij [het aspect van oordeel] alles vernietigt [geen verschil maakt tussen rechtvaardigen en slechten]. Dit is de reden dat de naam Elo-hiem specifiek is gebruikt in direct verband met de Watervloed.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEREESHIET

In het begin

Genesis. 1:1 – 6:8

Rabbi Jitzchak Luria

Zichtbaar vanuit het niet Zichtbare

Etz Chaim, geschriften van de Ari, Sha’ar Rishon, Droesh Igoeliem V’Yosher, Anat Beth.

Weet dat vóór enig uitvloeisel was voortgekomen of enig geschapene werd gecreëerd, was er een enkel [compleet en perfect], hemels [verheven, transcendentaal] Licht dat de hele existentie vulde. Er was geen lege “plaats”, of lege ruimte. De hele realiteit was gevuld met OR EIN SOF [Licht Zonder Einde, of eenvoudig, Oneindig Licht]. Er was geen categorie van “begin” en geen categorie van “eind”. Alles was één, verenigd, simpel, ongedifferentieerd, alomtegenwoordig en homogeen Oneindig Licht, “Or Ein Sof” genoemd.

Wanneer het oprees in Zijn Wil om werelden en uitvloeisels te laten voortkomen, om tot licht te brengen, met andere woorden, de perfectie van Zijn handelingen, Zijn Namen en Zijn eigenschappen kenbaar te maken, wat het eigenlijke doel van her Scheppen van alle universums is, trok en beperkte Hij Zijn Oneindige Essentie weg van het middelpunt van Zijn, dat is van het absolute middelpunt van Zijn Licht [om een “plaats” te creëren waarbinnen een systeem van differentiële dimensies of werelden kunnen voortkomen en tot stand kunnen worden gebracht]. Aangezien oneindigheid uiteraard geen middelpunt heeft, wordt dit alleen gezegd vanuit het gezichtspunt van de “ruimte” die op het punt staat te worden gecreëerd. Hij beperkte dus dat Licht, distantieerde het naar het uiterste, rond dit middelpunt, achterlatend een vrije ruimte hol en leeg…

En Ziedaar, na deze beperking, die resulteerde in de schepping van een “vrijgekomen ruimte” een holle leegte in het midden van het Oneindige licht van Ein Sof, was er een “plaats” voor alles wat voort kan worden gebracht, [Atziloet] creëerde [Beriya], vormde [Yetzira], en completeerde [Asiya]. Hij trok voort een enkele rechte Straal van Zijn Oneindig Omgevend Licht [en verlengde het neerwaarts] in de vrijgekomen ruimte. Deze Straal daalde in fases neer in de vrijgekomen ruimte. Het hoogste uiteinde van deze Straal raakte en kwam voort van het Oneindige licht van de Ein Sof [ dat de Ruimte omgaf] en strekte zich neerwaarts [in de vrijgekomen ruimte richting middelpunt] maar niet helemaal tot de bodem [zodat het niet het ineen storten van de vrijgekomen ruimte veroorzaakt, met als gevolg dat het zich opnieuw verenigt met G’D’s Oneindig licht]. Het was door deze Straal [dienend als een kanaal] dat het Licht van de Ein Sof neerwaarts werd getrokken en beneden werd uitgespreid. In deze vrijgekomen ruimte, emaneerde, creëerde en vormde en completeerde Hij vervolgens alle werelden. Door deze Straal, welke diende als een beperkt kanaal, spreidde het uitvloeiende Hemelse Licht van de Ein Sof voort en vloeide neerwaarts in de universums die waren gevestigd binnen die Lege Ruimte.

SHABBAT SHALOM

SHABBAT CHOL HAMO’ED SOEKOT

De Zohar vertelt ons dat de “Ushpizien,” (letterlijk, invitatie om plaats te nemen), de zeven “Herders” van het Joodse Volk, iedere Jood in zijn Soeka bezoekt, elke nacht een ander. En elk van hen is een paradigma voor één van de zeven G’ddelijke eigenschappen.

1e dag – Abraham – chesed

2e dag – Isaac – gevoera

3e dag – Jacob – tiferet

4e dag – Mozes – netzach

5e dag – Aaron – hod

6e dag – Josef – jesod

7e dag – David – malchut

Aan Rabbi Menachem Mendel van Kotsk, werd eens verteld dat een zekere tsadiek, die van zich zelf zei, dat hij elk jaar alle zeven Ushpizien in zijn soeka ziet. de Kotsker antwoordde: “Ik zelf zie ze niet, maar desondanks geloof ik de verklaring van onze Wijzen ,in zaliger nagedachtenis, dat zij naar elke Soeka komen. En door dit te geloven, zie ik meer dan zij doen met hun ogen!”

SHABBAT SHALOM – GOED JOM TOV!

DE KABBALA VAN SOEKOT

Wanneer wij Zijn heilige mitzwot uitvoeren, brengen we G’D’s verlangen in de openbaarheid. Doch aan de onderliggende grondslagen van G’ddelijk verordineerde handelingen ligt de verborgen Heilige G’ddelijke Gedachte. Onze gedachten worden alleen herkenbaar door spraak of handelingen. Zoals het beneden is, zo is het boven. De Gedachten van G’D zijn verborgen voor onze waarneming. Zij kunnen alleen worden herkend en begrepen wanneer Hij dit wenst. In mitzwot zelf, in de exacte woorden en de letters die woorden vormen, zijn heilige aanwijzingen verborgen, over wat er omgaat in G’D’s gedachten en waarom Hij ons oplegt deze mitzwot uit te voeren, specifiek in deze periode, de precieze mitzwot van Soekot (Loofhuttenfeest).

 De details van de mysteries van Soekot vullen vele bladzijden in de geschriften van de Kabbalisten. Specifieke details tarten de vertaling vanwege de vele complicaties in het verklaren van de diepgaande Kabbalistische spirituele concepten. Nederlands en andere talen ontberen eenvoudig de juiste woorden die gebruikt kunnen worden om behoorlijk de esoterie van de Thora over te brengen.

 De mysteries van het Soekotfeest kunnen worden gevonden in het woord Soeka zelf. Gespeld met de vier Hebreeuwse letters, net zoals de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ, bergt het woord Soeka in feite de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ in zich. De numerieke waarde van het woord Soeka (Samech, Vav, Kav, Hé) is 91. 91 is een heilig getal in Kabbala. De twee letters Kav en Vav in Soeka zijn numeriek gelijk aan 26. Dit is de numerieke waarde van  JOED-HÉ-VAV-HÉ waar deze Naam binnen het woord wordt verborgen. Wanneer 26 wordt afgetrokken van 91 blijft 65 over, een ander belangrijk kabbalistisch getal. 65 is de numerieke waarde van de heilige Naam Adonai. Dus samen bestaat het woord Soekot uit twee heilige Namen. Doch deze twee Namen zijn veel meer dan heilige woorden. Deze twee Namen delen een bijzondere en heilige verwantschap.

 Adonai is de Naam die we aanwenden om G’D aan te spreken. JOED-HÉ-VAV-HÉ is de Naam zoals het is geschreven. JOED-HÉ-VAV-HÉ is in gedachten, Adonai is in spraak. Hierin ligt het mysterie. De heilige Naam JOED-HÉ-VAV-HÉ geeft het verborgen latente potentieel intrinsiek weer, terwijl de Naam Adonai een aspect van dat potentieel weergeeft. Wanneer gecombineerd, geven JOED-HÉ-VAV-HÉ en Adonai daarom de vereniging van het G’ddelijk potentieel en de manifestatie van dat potentieel weer.

 In de sfeer van de sefirot, correspondeert de Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ met de zes sefirot (Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod en Yesod). Samen worden deze zes Zeir Anpin genoemd, Zeir Anpin, het “Kleine of Smalle Gezicht”. Zeir Anpin is het gezicht dat ongezien is in ons universum, toch is het de oorspong van alle dingen die hier gebeuren. Dit “Gezicht” van G’D is wat gezien wordt in de Hemelen. Het “Gezicht” van Zeir Anpin is gecentraliseerd op de sefira Tiferet, die het hemelse Hart en de bron is van de heilige geschreven Thora.

 De naam Adonai daarentegen,  refereert aan de sefira Malchoet, de heilige Shechina. De Shechina wordt ook Noekva genoemd (het feminiene), de gezellin van Zeir Anpin. Het is door de Shechina/Malchoet dat Zeir Anpin hier in ons fysieke universum wordt gemanifesteerd. De Shechina is de levenskracht die tot alle vorm aspecten leidt in het fysieke universum. De Shechina is dat aspect van G’D dat aan alles dicteert wat het verondersteld is om te zijn. De Shechina is de onderliggende kracht van de natuurwetten. De Shechina creëert natuur, door als kanaal te dienen voor Zeir Anpin. Zodanig is Noekva de spreekwoordelijke gezellin van Zeir Anpin. De twee moeten in gepaste harmonie zijn omwille van de continuïteit van het universum. Zonder het -één zijn- van Zeir Anpin en Noekva zou ons fysieke universum terugkeren naar de koude primordiale soep, de leegte zonder enig leven en bewustzijn.

 Zeir Anpin en Noekva moeten zich in een continue staat van -één zijn- bevinden om de hemelse overvloed van G’ddelijke energie te laten vloeien in ons universum. Leven is altijd vloeiend en vibrerend, zo ook de Thora. Zoals Zeir Anpin algemene vormen bepaalt van alles wat moet zijn zo voorziet Noekva de in details. Zoals het boven is, zo is het beneden. Dit is het mysterie van de geschreven en de mondelinge Thora. Zeir Anpin manifesteert de geschreven vorm van de Thora, geëtst en gegraveerd in de heilige letters. Noekva ademt in deze letters en geeft hen hun betekenis en parameters. Zoals allen die een Thoraleven leiden weten, is het onze mondelinge Thora die vorm en inhoud geeft aan de heilige geschreven Thora.  De twee tezamen zijn als man en vrouw, onvolledig zonder elkaar. Zoals het beneden is, zo is het boven.

 In Kabbala refereert Zeir Anpin ook aan de Heilige, Geprezen zij Hij. Noekva/ Malchoet, zoals we zeiden, refereert aan G’D’s Shechina. De vereniging van Zeir Anpin en Noekva is dus een eenwording van de zeven sefirot die de Actief/ Gevende (masculien) en de Passief/Onvangende (feminien) grondbeginselen in de Schepping verenigt.

 Hiernaar  wordt ook verwezen als de eenwording van de spirituele sferen van de Hemel en de fysieke sferen van de wereld. Hier in deze wereld wordt dit gemanifesteerd in de vorm van de eenwording van de geschreven en de mondelinge Thora. Dus de eenwording van de Heilige, Geprezen zij Hij en Zijn Shechina is de gehele zin van de Schepping en de reden waarom de mensheid en in het bijzonder het Joodse Volk de verplichting werd opgelegd om de mitzwot in acht te nemen. Dit diepgaande concept wordt scherpzinnig aan ons geopenbaard in de letters die het woord Soeka spellen. Dit universele concept van harmonie en continuïteit is de onderliggende “Gedachte van G’D” waanneer Hij ons opdraagt om zeven dagen in Soekot (loofhutten) te verblijven.

Het soekotfeest duurt zeven dagen. Deze zeven dagen corresponderen met de Sefirotische eenwording van de zes sefirot van Zeir Anpin en de Sefira Malchoet/Noekva. Deze zeven dagen verenigen de hemelse sefirot en stralen hun invloed op ons uit. Doch zoals met vele dingen in deze fysieke wereld, moet men op de juiste plaats en op de juiste tijd zijn om datgene te ontvangen wat ontvangen kan worden.

Moge G’D ons allen zegenen om te participeren in deze heilige mitzwot en deel te laten nemen in het teweegbrengen van de heilige Hemelse eenwording.

 CHAG SAMEACH, GOED JOM TOV

VERBORGEN WAARHEDEN OVER JOM KIPPOER

Gedurende een lange periode in de menselijke historie, was deze cyclus inderdaad absoluut deterministisch. Echter hogere krachten intervenieerden in de menselijke historie en gaven ons de Thora. Door de Thora reveleren we aan onszelf het gepaste pad van heraanpassing aan ons hogere zelf door het vrijmaken van krachtige vermogens van Denken die diep in ons wonen.

Op Rosh HaShana blazen we de Shofar om ons innerlijke zelf duidelijk te maken dat het moet ontwaken. De volgende tien dagen eindigend met Jom Kippoer vormen het proces van de psychische/ psychologische bewustwording.

Om de verborgen krachten van Jom Kippoer op de juiste wijze te kunnen begrijpen, moeten we als het ware vorsen in de derde dimensie. Zoals we allen weten existeren we in een tijd- ruimte continuüm. Deze twee dimensies definiëren voor ons de natuurlijke wereld. Maar er is ook een derde natuurlijke dimensie, in overeenstemming met het G’ddelijk ontwerp, echter overeenkomstig onze huidige menselijke limitaties wordt dit vaak verkeerd begrepen en gezien als zijnde bovennatuurlijk. Ik heb het over de derde dimensie van de menselijke geestelijke Ziel die transdimensionaal bewustzijn bevat. Ondanks al deze abstracte concepten spreek ik eigenlijk over iets heel eenvoudigs. Tijd, ruimte en ziel werken allen op elkaar in, deze drie samen zijn de drie dimensies van het universum. De ziel is de hoogste van deze dimensies en heeft het vermogen om de andere twee te vervangen.

Maar het vermogen van de ziel kan alleen zijn natuurlijke invloed over tijd/ruimte uitoefenen, wanneer het een geheel is en volledige controle heeft over zijn geestvermogens. Wij menselijke wezens verloren de beheersing over ons denken met wat we noemen “de val van de mens” in Eden. Dit leidde naar de splitsing die we vandaag het natuurlijke en het bovennatuurlijke noemen, het bewuste en het onbewuste van de ziel.

Vandaag in onze huidige gemoedstoestand volgt alles de natuurlijke orde, tenzij anders verordent door een bovennatuurlijke kracht. Dit is zowel een spirituele als psychologische waarheid. De Thora kwam in deze wereld afkomstig van z’n Hogere Kracht, een kracht verder dan tijd, ruimte en menselijk verstand. Goed kennend onze ondergeschiktheid aan de natuurlijke orde [hoe actueel], aan die krachten die kunnen doden en vernietigen, injecteert de Hogere Kracht in de natuurlijke orde een bovennatuurlijke procedure die, wanneer die op een gepaste wijze in acht wordt genomen, de sterveling de gelegenheid geeft om tijdelijk boven zijn sterfelijkheid uit te reiken.

Verzoening betekent een terugkeer naar evenwicht. Onevenwichtigheid wordt gecreëerd door het lichtzinnige oppervlakkige en dwaze gedrag van mensen. Wanneer we ongepast handelen doen we meer dan alleen onnatuurlijk handelen, we veroorzaken in feite dat de stroom van natuurlijke energie omkeert en op een onnatuurlijke wijze vloeit. Wanneer energie vloeit op een onnatuurlijke wijze, resulteert dit in het creëren van onnatuurlijke gevolgen. Dit is de oorzaak van calamiteiten en leed in het leven.

Gebruikmakend van Thora symboliek, de natuurlijke orde van het universum werd gecreëerd en continu gehandhaafd door de Heilige Naam Elokiem. In de Thora numerologie, gematria, is deze Naam gelijk aan de waarde van 86, die de zelfde waarde heeft als het woord, HaTeva, wat “natuur”betekent. Elokiem is het onpersoonlijke “uiterlijke” Gezicht of de expressie van G’ddelijk vermogen die de dominante kracht van leven is in ons natuurlijk fysiek en eindig universum.

De Thora bespreekt de Schepping door te zeggen dat Elokiem de Hemelen en de Aarde schiep. De specifieke keuze van heilige Namen die hier gebruikt worden in het Scheppingsverhaal leert ons dat alles, zowel onze fysieke en  parallel hiermee de niet fysieke dimensies in existentie zijn gebracht volgens het domein, kracht en vermogen van wat we natuur wet kunnen noemen, een wet die werkt onder zeer nauwkeurige en strikte condities. Pas later in het Scheppingsverhaal wordt de Heilige Naam van Joed Ké Vav Ké geïntroduceerd.

Deze naam is ook een symbool voor verschillende aspecten van G’ddelijke energie, een die inwerkt met tijd en ruimte gebaseerd op het derde hogere principe van de ziel. Uiteindelijk werkt het universum automatisch overeenkomstig zijn vooraf gevormde ontwerp. Dit wordt alleen veranderd, gewijzigd of beïnvloed als bewustzijn van allerlei intervenieert.

Het Verstand van de G’ddelijke Observator doordringt ruimte, tijd en alleen door een daad van Wil kan de wijze waarop ruimte en tijd werkt en functioneert wijzigen. Deze invloed is totaal buiten de normale operationele parameter van het ruimte en tijd mechanisme. Het is daarom boven wat we noemen de wetten van de natuur. Het is een willekeurig element, niet onderhevig aan natuurlijke wetten, zoals wij die kennen. Dit willekeurige element kan niet worden getoetst, proefondervindelijk worden onderzocht of zelfs worden begrepen met ons huidig gelimiteerd niveau van menselijke intelligentie. Het willekeurig element dat we Hoger of G’ddelijk bewustzijn kunnen noemen, is een Denkproces ver boven alles wat we heden te dage begrijpen binnen de context van onze gelimiteerde moderne wetenschap. Toch is het dit willekeurig element van Hogere Intelligentie dat intervenieert op een duidelijk regelmatige basis op talrijke wijzen, waar te nemen of niet, dat leidt tot situaties en omstandigheden buiten de normen van de natuur wet.

Vanuit menselijk perspectief lijken deze interventies vaak bovennatuurlijk, wat al dan niet zo is. Maar bijna altijd verwijzen we er naar als mirakels. Wat we nog steeds niet begrijpen is, dat zelfs deze mirakels een methodische basis hebben. Mirakels zijn niets anders dan een Hogere Bewustzijn interveniërend in ruimte en tijd.

Ons ontstaan kwam van een Unieke Eenheid en onze continuerende existentie is niets anders dan een constante expressie van deze Unieke Eenheid. De Unieke Eenheid verwoordt en handhaaft natuur wetten voor het dagelijks runnen van Zijn project, ons universum. Echter Het intervenieert welke taak Het kiest uit te voeren, wanneer Het kiest en hoe Het kiest. Het is niet onderhevig aan onze wetten, omdat Het Zelf deze wetten heeft gemaakt en er per definitie boven staat. Het kan deze wetten bewerken, overtreden, versterken of die wetten afschaffen.

De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid werkt in Elokiem. Elokiem is Zijn “Gezicht”, maar diep binnenin is een ander schema, een schema dat voor ons willekeurig is, geïnteresseerd in hogere waarden dan de parameters van natuurlijke ruimte en tijd. De hogere waarden belangrijk voor de De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid zijn kenbaar in ons universum als kleine aspecten van ons zelf. Deze kleine vonken verstandelijke intelligentie zijn individuele monaden, ondeelbare entiteiten van bewustwording. Elk van hen wordt een ziel genoemd. Gevormd naar het Beeld van hun oorsprong, elke monade van bewuste intelligentie draagt in zich een vorm, een gezicht of lichaam. Dit lichaam zelf existerend in ruimte tijd, is onderhevig aan zijn wetten. Echter de monade zelf is van een hogere sfeer, een andere dimensie. Daarom is het onderhevig aan de hogere wetten van de Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid.

De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid in het Gezicht van Elokiem is wat we noemen Joed Ké Vav Ké. Het is het diepere Hogere Gezicht van het G’ddelijke, die de Vader van de menselijke ziel is, juist zoals de Wereld de moeder van de menselijke fysieke vorm is. Juist zoals er dualiteit uitgedrukt wordt in de Unieke Eenheid, zo ook leven wij mensen overeenkomstig in  dualistische realiteiten die we het fysieke en het spirituele noemen. Alleen is er niet echt iets spiritueels aan spiritualiteit, want in werkelijkheid is wat wij spiritualiteit noemen in feite gewoonweg een ander deel van ons bewustzijn, het diepste gedeelte van onze ziel. Het is zo diepgaand dat we vaak zijn realiteit niet kunnen doorgronden, laat staan zijn bestaan, om die reden is dit deel van onszelf gewoonlijk totaal onbekend. In de wetenschap of psychologie noemen we dit deel van ons zelf ons onderbewuste. Het is realiteit, het existeert en het beheerst alles wat we zijn en wat ons overkomt, alleen zijn we ons totaal niet bewust van de aanwezigheid en invloed.

Ons individuele onderbewustzijn is onze verbinding met Joed Ké Vav Ké en zorgt er voor om menselijk te zijn, ondanks het feit dat natuur wetten ons aanmoedigen om niet anders te handelen dan dieren. Anders dan de leden van het dierlijke koninkrijk horen de mensen, diegenen die steeds de verbinding handhaven, de innerlijke stem spreken in wat we geweten noemen. Deze stem herinnert ons aan wie we zijn en stelt ons in staat het Joed Ké Vav Ké aspect in ons tot uitdrukking te brengen, aldus het individu emanciperend van strenge onderhevigheid aan de natuur wet.

Wanneer het gezicht van Joed Ké Vav Ké wordt ontsluierd, kan het het Gezicht van Elokiem terzijde schuiven door volkomen zuivere Wil of Verlangen. Dus grote revelatie in Thora is, dat Joed Ké Vav Ké Elokiem is, de Eeuwige is onze G’D. Het lijkt een eenvoudige verklaring van tribale religie en religieuze competitie, maar dit is alleen maar een mythe. Wanneer de Thora spreekt over de eenwording van Joed Ké Vav Ké en Elokiem, heeft ze het niet over individuele goden of zoiets, het spreekt over de integratie van de ziel over materie, van het Uitzonderlijke en het onafhankelijk handelende Willekeurig Element. Dus de grote revelatie van de Thora is het verheven bewustzijngevoel over de heerschappij van limitaties (zoals kenbaar door ruimte/tijd natuur wet  parameters). “Joed Ké Vav Ké is Elokiem” wanneer Hoger Bewustzijn de natuur wet overschrijd en ruimte/tijd werkt in overeenstemming met zijn Willekeurig Element. Dit verklaart het ontstaan van iets wat verzoening wordt genoemd en een uitzonderlijke dag waarop dit zal plaatsvinden, Jom Kippoer.

De Thora is een revelatie en een gift van Joed Ké Vav Ké. Het is gegeven aan  Israël om de Hemel te dienen ten behoeve van de mensheid. Israël, zoals de Thora stelt, handelt als een priesterschap of intermediair tussen de Hemel boven en de wereld beneden. Door het in acht nemen van Thora en mitzwot, verheft Israël haar collectieve bewustzijn, om de taak te vervullen als een “licht voor de volkeren”. Israël werd gekozen om een zware last te dragen en te onthullen. De historie documenteert Israëls talrijke collectieve tekortkomingen in het uivoeren van haar taak, terwijl de historie niet altijd verslag doet van haar talrijke successen. Dienend als een intermediair is Israël verantwoordelijk voor het uitvoeren van specifieke rituele opdrachten [mitzwot], dat heeft zowel een oer effect op hen zelf als op het collectieve onbewuste van de wereld. De specifieke rituelen van Jom Kippoer illustreren dit.

Verzoening betekent één worden in de juiste verhouding met de Hemel. Het betekent zich opnieuw richten, opstellen in een kostbaar evenwicht van subtiele energieën die bestaan tussen de lifeforce, noodzakelijk voor alle dingen in deze wereld en zijn oorsprong, de bron erbuiten.

GMAR CHATIMA TOVA

MOGEN U EN JULLIE DIERBAREN EN HEEL HET HUIS ISRAËL WORDEN VERZEGELD IN HASHEMS BOEK VAN HET LEVEN VOOR EEN GOED, ZOET EN GEZEGEND JAAR

Juda Groenteman

 

PARASHAT WAJÉLEECH

SHABBAT SHOEVA
En hij ging            Deuteronomium.  31:1 – 31:30

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar. p. 285b

Antwoorden met Amen

Rabbi Jehoeda interpreteert het vers “…. want degenen die Mij eren zal Ik eren en degenen die Mij verachten zal weinig geacht worden” (Samuel I, 2:30). Een persoon die niet weet de Naam van zijn Schepper te eren, weet niet de juiste gedachten te hebben bij het zeggen van “Amen” en zal weinig geacht worden. Dit is zoals we hebben geleerd dat iemand die met “Amen” antwoordt, groter is dan degene die de zegen uitspreekt. [Als iemand een zegen hoort behoort hij te antwoorden met “Amen: ]

De gepaste intentie in het zeggen van “Amen” is om de oneindig barmhartige Naam Havayah te verenigen met het aspect van Malchoet – Ado-nai, zoals we hebben uitgelegd in Parashat Shoftiem . De gene die de zegening uitspreekt gebruikt de Naam Ado-nai, terwijl de persoon die antwoord me “Amen” het oneindige aspect van de Schepper één maakt met het aspect van Malchoet. Dus de persoon die antwoordt met “Amen” verenigt dus twee Namen van G’D, in tegenstelling tot de ene Naam die de persoon gebruikt bij het uitspreken van de zegen. Dit fenomeen wordt aangetoond door het woord “Amen” dat de numerieke waarde heeft van 91, de zelfde numerieke waarde als dat van de G’ddelijke Namen Havayah en Ado-nai samen.

Dit is zoals wij hebben geleerd van Rabbi Shimon bar Jochai, namelijk dat met het beantwoorden met “Amen” zegeningen neerwaarts gehaald worden van de onuitputtelijk spirituele bron naar de Koning en van daar naar de Koningin.

Dit veroorzaakt een gunstige influx, een toevloed van de verenigde werelden van Abba en Imma naar Zeir Anpin, de spirituele spiegel boven de fysieke wereld en van daar naar deze fysieke wereld.

We hebben evenzo geleerd in het esoterische boek van Rabbi Elazar de Combinaties van Letters, dat het meditatieve pad van het woord “Amen”  is gereflecteerd in de letters van het woord zelf. Dus men trekt de spirituele overvloed van de letter alev van het woord “Amen” naar de mem en van de mem naar de noen.

Alev representeert eenheid, mem representeert Imma/Bina en noen representeert Zeir Anpin.

Wanneer de zegen de noen bereikt wordt [deze spirituele influx]  er uit ontlokt en  vloeit voort in de spirituele en fysieke werelden en verspreid zich over alle werelden. Een stem komt voort en verkondigt: “Drink van het elixer van zegeningen die deze met name genoemde persoon, een dienaar van de Heilige Koning  die een uitstroom te weeg heeft gebracht.”  Wanneer Israël beneden nauwlettend luistert naar de zegen van de leider van het gebed om te kunnen antwoorden met “Amen” en naderhand met de juiste meditatie en zorgvuldig hun harten concentreren zoals wordt vereist, hoeveel poorten van zegeningen worden dan voor hen boven geopend en hoeveel zegeningen worden neergehaald naar hen beneden! Hoe groot is het goede dat alle werelden bedekt en groot is de vreugde die overal doordringt!

Wat is de beloning voor Israël die dit alles veroorzaakt? Zij verkrijgen een beloning in zowel deze fysieke wereld als in de spirituele wereld. Hun beloning in Deze Wereld is dat op het moment degenen die hen haten en hen willen breken en hen misère willen brengen en Israël hun Schepper aanroept, een stem voortkomt en in alle werelden verklaart, “Open de poorten voor de intrede van het heilige volk die hun vertrouwen behielden [in het Hebreeuws, ‘emoeniem’] (Jesaja. 26:2). Interpreteer het woord “vertrouwen” niet als emoeniem’, maar als “ameniem“, betekenend, degenen die Ämen” zeggen. Dus de opdracht om de poorten te openen is een reflectie op het feit dat Israël de poorten van zegeningen opent. Nu de poorten van gebed voor hen zijn geopend als beloning en zij bewaard zijn voor degene die hen wilde breken is dat hun beloning in Deze Wereld.

SHABBAT SHALOM

ROSH HASHANA 5776

Menselijk bewustzijn is de vitale sleutel die alle andere energievelden in het universum kan beïnvloeden. De onaangesproken vermogens van het bewustzijn worden heden ten dage buitenzintuiglijke waarneming genoemd. Wij allen hebben deze bekwaamheid. Zij maken deel uit van het menselijke wezen. Zij opereren en functioneren autonoom, al dan niet bewust door ons waargenomen. Vandaar dat wij altijd door krachten van veraf beïnvloed kunnen worden, ver in tijd en ver in ruimte. Om ons te helpen dit te verwezenlijken, voeren we rituelen (mitzwot) uit. Deze hebben diepgaande archetypische betekenissen in het onderbewustzijn en hebben een verregaand effect op ons als we op hen inwerken (door onze uitvoering).

Thorageboden zijn expressies van wetenschappelijke universele principes. Wanneer we die gepast uitvoeren, creëren we invloeden en subtiele verschuivingen van kosmische energie die een groot effect op ons en op onze omgeving hebben. Wetend de betekenis van de periode van Rosh HaShana is één ding; wetend wat te doen op welk tijdstip is iets anders. Dit zou onmogelijk zijn geweest voor de mensheid om te ontdekken, als de Thora ons niet gegeven was.

Toen Adam op deze Aarde kwam en op die metaforische plaats van zijn oorsprong (Rosh HaShana) stond, was hij nog altijd verbonden met zijn bron, ontvangend de complete energie waarin deze bron voorziet. Nu, in de zelfde periode elk jaar, keren wij, de nakomelingen van Adam, terug naar de zelfde plaats waar Adam stond. Maar wat is precies onze persoonlijke verwantschap met die oorspronkelijke “plaats” van Adam? Zijn we volledig daar of slechts gedeeltelijk? Zijn we in direct totaal contact met de stroom van natuurlijke kosmische energie voort komend vanuit onze oorsprong of zijn we er enigszins synchroon mee.
Bedenk zeer goed, dat waar we staan niet een fysieke stelling is, maar meer in de betekenis van hoe ons denken en onze ziel zich verhoudt tot onze innerlijke menselijke potentie en oorsprong.

Onze verwantschap met het kosmische energieveld die vloeit van dat andere dimensionale niveau naar het onze, bepaalt voor ons bijna alles in het leven, inclusief de tijd van sterven. Sterker nog, de influx van die andere dimensie waarmee onze dimensie begon is het geheim van het leven. De oorspronkelijke influx die ejaculeerde in onze dimensie, toen en nu, is de energie die de Thora Nefesh noemt. Dit is pure ruwe “levenskracht” energie, de fundamentele kracht van de Schepping. Dit is de immanente aanwezigheid van G’D doordringend alles in het universum en in de Traditie van de Thora wordt het de Shechina genoemd.

Vandaar dat Rosh HaShana “dag van oordeel” is. Op deze dag, als we reizen door ruimte en tijd, keren we terug naar onze plaats van oorsprong. Het oorspronkelijke kosmische energievenster Nefesh stroomt daar neer in zijn oorspronkelijke overvloed. Hoe we ons verhouden tot moment dat bepaalt welke hoeveelheid we kunnen handhaven [van het oorspronkelijke kosmische energievenster Nefesh] voor dat jaar. Er is geen groter “oordeel”dan dit. Toch is het niet maar een metafoor om te zeggen dat de Hemel of G’D over ons oordeelt. Integendeel, het zijn wij die over ons zelf oordelen. Onze psychologische spirituele staat in relatie tot ons innerlijke Hogere Zelf (onze innerlijke Adam) bepaalt voor ons en schrijft voor hoe we beïnvloed zullen worden in het komende jaar.

Goed wetend de volle omvang van ons kwantum universum, vormde de Thora voor ons mitzwot die dienen als archetypen en die ons in staat stellen om onze ware menselijke essentie opnieuw te verbinden met onze “hogere”andere dimensionale oorsprong. Dit gebeurt op een zeer precieze en specifieke manier, zoals alle andere dingen in de wetten en wijzen van de natuur. Het blazen van de Shofar op Rosh HaShana is een uitstekend voorbeeld hiervan.

We blazen de Shofar om onze innerlijke beschouwing op te wekken en uiterlijk herstel van slechte karaktertrekken en ander immoreel of illegaal gedrag. Dit wordt niet gedaan op één of andere onnozele symbolische wijze. Er is in feite een wetenschappelijke dimensie aan de Shofar, zijn tonen en de verstandelijke beschouwingen projecterende hersengolven.

De Shofar is niet een muziekinstrument; het is een instrument van geluid. Geluid heeft, net zoals een elektromagnetisch veld, een diepgaand effect op zijn omgeving. Geluid kan doden, geluidsgolven kunnen helen. Geluidsgolven creëren en geluidsgolven vernietigen. Er wordt gezegd dat G’D sprekend het universum heeft gecreëerd en tot zijn heeft gebracht. Wat G’D sprak was een unieke combinatie van geluiden. Het is interessant dat moderne wetenschappers dat de kleinste deeltjes van subatomaire materie draden noemen. Deze trillingen vormen grotere deeltjes die uiteindelijk atomen vormen, moleculen en de rest van het universum van fysische materie.

Geluid is dus de fundament van ons universum. Alles komt er uit voort. Het is geen wonder dat de Shofar een geluid uitdrukt dat primordiaal is. De Shofar creëert een geluid dat spreekt tot de essentie van ons innerlijke zijn. Zijn geluid bevat een rijkdom aan informatie, onkenbaar en niet te ontcijferen voor rationeel bewustzijn.

De Thora schrijft voor dat de Shofar gemaakt moet worden van een hoorn van een kosher dier. De details van het maken van een shofar zijn nu niet relevant, belangrijker is waar de Shofar voor wordt gebruikt. We blazen de Shofar gedurende de Rosh HaShana gebeden. Het wordt verondersteld ons er op te wijzen te overwegen ons leven te beteren. Terwijl vele religieuze en morele leringen zijn onderwezen over Rosh HaShana en het blazen van de Shofar, zijn het alleen de Kabbalisten die leren ons hoe het blazen van de Shofar werkt om het menselijk bewustzijn te wijzigen en om het concept van de realiteit te doen veranderen.

In het kort, de taal van Kabbala stelt dat het sefirotische gezicht van Bina, genoemd Imma (Hemelse Moeder) de gene is die Boven de Shofar blaast. Zij wordt verondersteld de Shofar te blazen over het hoofd van “haar zoon”, het sefirotische gezicht van Tiferet geheten Zeir Anpin.
In de synagogen heden ten dage wordt de Shofar altijd vast gehouden met de opening gericht naar boven. Echter Kabbala leert dat de opening verondersteld wordt naar beneden te worden gericht, corresponderend met het Hemelse patroon.
De Shofar is het kanaal dat Bina (het verstand) verbindt met Tiferet (het hart). Niet alleen symboliseren we dit door de opening van de Shofar neerwaarts gericht vast te houden, richting naar het hart.

De specifieke concentratie die het verstand aanneemt tijdens het blazen van de Shofar wordt door de Kabbalisten kavanot genoemd.
Tot besluit, mijn doel met het schrijven van dit essay is om een klein beetje te laten zien wat we in Thora kringen noemen, “ta’amé mitwot” (de betekenis achter de mitzwot) . We moeten weten hoe de Thora ons leert de wetenschap van geluid (gebed) en het vermogen van het menselijke verstand (kavana) in te pluggen en zo een kosmisch veld in werking te stellen en hoe het doen van mitzwot uiteindelijk verschil te weeg kan brengen en in gang kan zetten in ons kort onbewust leven in deze wereld.

Wanneer de Shofar op Rosh Hashana wordt geblazen maak dan je verstand vrij van afleidingen en luister aandachtig naar je hart. Je zou mogelijk zeer goed de “stem” van Bina/Imma kunnen horen die in je spreekt. Wat “Zij”zal zeggen, zal jij alleen weten.

GOED JOM TOV EN EEN KESIVA VECHASIMA TOVA EN SHANA TOVA U’METUKA

JUDA GROENTEMAN

PARASHAT NITSAVIEM

Aangetreden Deuteronomium. 29:9 – 30:20

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar, P. 18a

De heilige Ari koos dit gedeelte van de Zohar omdat hij dit passend vond voor de dagen dat wij parashat Netsaviem lezen, het werd gepubliceerd in zijn compilatie “Chok LeJisraël“.

De dag van Rosh Hashana is de dag van het pinakel van Izaak, het symbool van de sefira van gevoera. Op die dag wordt hij verheven tot hoofd van de “Voorvaderen”; de anderen zijn Abraham, welke de sefira van chesed representeert, en Jacob, tiferet [ de combinatie van strikt oordeel met goedhartigheid]. Verwijzend naar die dag en zijn verbinding met vrees, is geschreven: “De zondaars van Zion zijn bevreesd; bangheid heeft de vleiers verrast.” (Jesaja. 33:14)

De dag van Rosh Hashana  is de dag dat Izaak werd verheven en gebonden op het altaar om geslacht te worden als offer. [Omdat dit de dag is van streng oordeel, welke tot zijn hoogste niveau is verheven op die dag, wanneer iedereen de Koning in oordeel passeert.] Op die dag wordt over alle naties geoordeeld en Sara [welke de Shechina representeert] jammert in vrees wegens de hardheid van het oordeel en het geblaas van de shofar, welke tevens ook grote vrees opwekt. Gelukkig is het lot van iemand die zich weet te sturen door dit alles en zich bewaart voor de hardheid van die dag, omdat hij zich realiseert dat het ontstaan van het strenge oordeel bij zijn bron wordt gezoet.

Rabbi Abba zegt, de reden dat we dit gedeelte van de Thora lezen op deze dag, welke relateert aan het offeren van Izaak, is omdat dit de dag is waarop hij werd geofferd (gebonden op het altaar) in deze fysieke wereld en tevens ook gebonden werd in de spirituele wereld. Het was tot op die dag dat Izaak werd verheven tot de sefira van gevoera [ten gevolge van de vrees opgewekt door het gebonden zijn op het altaar als offer].

Wanneer werd Izaak gebonden op het altaar? In de tijd toen werd geschreven: “Ze kwamen tot aan de plaats die G’D hem gezegd had. Daar bouwde Abraham het altaar, schikte het hout, bond zijn zoon Izaak en legde hem op het altaar, bovenop het hout.” (Genesis. 22:9)

Rabbi Elazar zegt dat dat de dag is dat Izaak Abraham kroonde, zoals staat geschreven: “Elo-hiem verhief Abraham” (Genesis.22:1). De betekenis van de woorden “verhief” kan afgeleid worden van de verzen: “Ik zal mijn handen opheffen naar naties, Ik zal mijn vlag zichtbaar verheffen   de volkeren” (Jesaja 49:22); eveneens, Mozes noemde een altaar, “G’D is verheven als mijn banier (standaard)”(Exodus. 17:15). Hieruit leren wij dat de sefira van chesed op die dag werd verheven en gecompileerd, omdat het Abraham was, representerend chesed , die de macht had over Izaak en hem bond op het altaar.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT KI TAVÓ

Als je komt            Deuteronomium. 26:1 – 29:8

 De relatie tussen Ki Tavó en Chai Elloel

Likkoetei Thora 40b-d

 De achttiende dag van de maand Elloel, of Chai Elloel, markeert de geboorte dag van zowel de Baal Shem Tov [5458, (1698)], stichter van de Chassidische Beweging als de Alte Rebbe [5505 (1745)], grondlegger van het Chabad Chassidisme. Deze dag valt of wel op of vlak voor de Shabbat waarop het Thoragedeelte van Ki Tavó wordt gelezen.

 Alle Joodse feestdagen en uitzonderlijke gebeurtenissen in de Joodse kalender worden aangeduid in de Thoralezing gedurende de week waarin ze plaatsvinden. Begrijpelijkerwijs wordt Chai Elloel, dus aangeduid in het gedeelte van Ki Tavó.

Waar in dit gedeelte vindt men de connectie met deze aanduiding?

 Ki Tavó begint met de voorschriften van Bikoeriem, de eerste vruchten die de Joden verplicht waren te staan direct “Wanneer je dan in het land dat de Eeuwige, G’D, je als erfgoed geeft, gekomen bent, het in bezit genomen zult hebben en er zult wonen.”

 Onze Rabbijnen geven aan dat de kwalificatie “het in bezit genomen zult hebben en er zult wonen”leert, dat de verplichting van Bikoeriem niet begon voordat de 14 jaren waarin Eretz Jesraël in bezit genomen werd en verdeeld onder de stammen voorbij waren.

Het vers is aangepast op die wijze om de volgende reden: De ware betekenis van “in het Land komen” is dat van komen in zijn geheel, helemaal. Dit is in overeenstemming met de uitspraak van onze Wijzen: “Een gedeeltelijke binnenkomst wordt niet beschouwd als een hele binnenkomst.” Het woord “komen “ betekent daarom “in bezit nemen en wonen”, want alleen dan werden de Joden beschouwd werkelijk het Land te zijn binnen gegaan.

Dit is de connectie tussen Ki Tavó en Chai Elloel, de geboorte data van de twee grote Chassidische stichters:

Chasidoet is uniek in zijn vermogen om geest, gedachte en hart te doen ontwaken zodat de dienst van Thora en Mitzwot is op de wijze van Ki Tavó, een complete onderdompeling met elke vezel van iemands wezen die wordt voortgebracht door spirituele dienst.

De waarde van deze wijze van dienst zal begrepen worden door het verschil uit te leggen tussen iemands intrinsieke en extrinsieke staat van zijn; intrinsiek refereert aan iemand zoals hij existeert in relatie tot zichzelf en extrinsiek zoals hij existeert naar anderen.

 In termen van spirituele dienst betekent dit het volgende: Wanneer iemand iets doet, op een intrinsieke en extrinsieke wijze, blijven hij en de idee die hij uitvoert twee verschillende entiteiten. Wanneer echter iemand handelt vanuit zijn innerlijke zelf, dan absorbeert zijn innerlijke wezen zichzelf in dat wat hij doet, want in relatie tot iemands innerlijk wezen, zijn essentie, existeert er niets behalve hijzelf. Dus wanneer iemand op deze wijze, zelfs een ogenschijnlijk extern specifiek, is de handeling verbonden en verenigd met zijn innerlijke zelf, dan zijn hij en de handeling zijn één.

 Hierin ligt het uniek van Chasidoet: Chasidoet, een deel van de “ ziel van Thora”, reveleert iemands wezenlijke levenskracht in al zijn aspecten van Thora en mitzwot en de unieke kwaliteit van deze levenskracht is totale eenwording met degene die het opwekt.

 Want de levenskracht voegt niets toe aan wat het vitaliseert, een levend lichaam bezit niet meer delen dan een dood lichaam. De levenskracht is dus niet separaat van degene die het energie geeft, het is eerder de ziel van het opwekkende lichaam, omdat elk en ieder aspect van het lichaam een levende entiteit is. De reden is dat iemands “ leven” zijn ziel is en innerlijke essentie, zoals eerder uitgelegd, dat deel uitmaakt van iemands innerlijke essentie en volledig wordt verenigd met objectief waarmee het zich verenigt. Dus het lichaam waarin de levenskracht verblijft, is er compleet van doordrongen.

 Precies zo is de uitwerking van Chasidoet op Thora en Mitzwot: Het is mogelijk voor iemand om Thora te studeren en mitzwot uit te voeren terwijl hij er toch van gesepareerd blijft. Chasidoet echter stelt iedereen in staat om het  innerlijke aspect van zijn levenskracht te reveleren, zijn heilige ziel. En in relatie tot dat niveau, de eigenschap van Ki Tavó is, elk en ieder mens waarlijk een met Thora en Mitzwot.

 SHABBAT SHALOM