JOM KIPPOER GROTE VERZOENDAG

Van alle feestdagen, wordt Jom Kippoer beschouwd als de meeste heilige en sublieme. Op een eenvoudig niveau geeft Jom Kippoer de indruk een dag te zijn, opgedragen aan berouw, maar is dit werkelijk het geval? Bedenk, eerst komt Rosh Hashana, “de dag van oordeel” en dan Jom Kippoer, een dag van berouw. Is deze volgorde op enigerlei wijze zinvol:

 

Waarom zou een dag van berouw volgen op een dag die is opgedragen aan oordeel?

 

WORSTELEN met MODDER

Hoe komt de heiligste dag verstrengeld met een dag die iemands slecht handelen weergevend? Kan het zijn dat er op deze heiligste der heilige dag niets beter te bepraten valt dan al het afval dat iemand in het voorgaand jaar heeft verzameld?

 

Begrijpelijkerwijs wordt het negatieve naar boven gebracht met als doel om ons er aan te herinneren onszelf te zuiveren. Aangezien we niet kunnen vergeten en laten gaan datgene dat we ons niet herinneren en erkennen en verschuldigd zijn. Toch is het even waar “dat iemand die worstelt met een bemodderd persoon zelf wordt bemodderd.”

 

Hoewel er plaats is voor indringend bewustzijn van je negatief gedrag, zou misschien Jom Kippoer hiervoor niet juiste het moment zijn. En inderdaad is dit niet zo. Jom Kipppoer gaat niet over het verhalen, herinneren van al onze negatieve bagage, want daarvoor is de hele maand Elloel.

 

Elloel is een tijd waarin we eerlijk en grondig soulsearching doen, een zelf onderzoek en streven het verkeerde recht te zetten. Het is een periode waarin wij oprecht ons gedrag analyseren, herstellen als er schade is aangericht en ferm besluiten om onze toekomst te verbeteren. Als de maand Elloel eindigt, zijn we gereed voor Rosh Hashana, “de dag van oordeel”.

 

Wat is dan Jom Kippoer?

 

GESCHEIDEN TIJD, RUIMTE, BEWUSTZIJN

 

Dit universum bestaat uit  tijd, ruimte en bewustzijn. Er zijn drie eigenschappen ten aanzien van de Schepping; Olam, ruimte, Shana, tijd en Nefesh, ziel. Wat en waar we ook zijn, we zijn altijd op een bepaalde locatie op een bepaalde tijd en in een bepaalde staat van denken, gemoedstoestand. Deze drie zijn zo intensief met elkaar verbonden dat de ene niet kan existeren zonder de anderen; tijd en ruimte worden alleen “absoluut” wanneer een bewustzijn, een waarnemer deze als zodanig observeert.

Tijd, ruimte en bewustzijn expanderen vanuit een centraalt punt, met andere woorden, de tijdstroom, de oorsprong van ruimte, en de extensie van bewustzijn ontwikkelen zich vanuit een punt van referentie. Tijd, Ruimte, Normatief Bewustzijn functioneren in een universum van polariteit, gesepareerdheid, diversiteit en fragmentatie. In lineaire tijd is een verleden dat invloed heeft op een heden en die op zijn beurt een effect heeft op de toekomst, het zelfde geldt voor ruimte. Ruimte heeft gedefinieerde dimensies, een breedte, hoogte en diepte. De waarnemer, het bewustzijn dat tijd en ruimte op deze gefragmenteerde wijze waarneemt is juist de schepper van al deze diversiteit omdat hij slechts zijn eigen innerlijke polariteit, dualiteit en innerlijke onenigheid projecteert op het leven dat hem omringt.

 

DE EENWORDING VAN TIJD, RUIMTE, BEWUSTZIJN

 

Toch is er voor al de multipliciteit en diversiteit een centraal punt, dat één verenigd geheel is, vanwaar uit alle separatie en diversiteit voortkomt. Onmiskenbaar is het middelpunt van alle realiteit en existentie, de Schepper, maar als een manifestatie en vertegenwoordiging van deze eenheid, is er een expressie van eenheid in tijd, ruimte en bewustzijn, een punt vanwaar uit alle dualiteit voortvloeit. Er is een tijd, ruimte, ziel realiteit waarin de oneindige eenheid uitwaards begint te stromen tot in de eindige realiteit en waar de eindige separatie en oneindige eenheid verenigd en onafscheidelijk worden.

JOM KIPPOER REFLECTEERT EENHEID EN EENWORDING OP ALLE DRIE NIVEAUS, IN TIJD, RUIMTE EN BEWUSTZIJN.

 

Met betrekking tot tijd wordt aan Jom Kippoer gerefereerd als achas ba’shana, de Eenheid van het Jaar. Jaar in het Hebreeuws, shana, is een woord dat is gerelateerd aan het woord shinoei, betekenend, verandering, aangezien de vloed van de jaarlijkse cyclus getuigt van diversiteit en de verandering van de seizoenen. En te midden van deze multipliciteit, staat Jom Kippoer als achas ba’shana, het focus punt van tijd uitdrukkend, de ultieme eenheid van tijd van waaruit alle veelvoudige tijd realiteiten voortkomen.

Evenzo wordt Jom Kippoer geassocieerd met de eenheid en eenwording van ruimte. Toen de Beth Ha’mikdash, de Tempel in Jeruzalem er nog stond, was het de Hoge Priester alleen toegestaan op Jom Kippoer, de heilige ruimte van Kadosh Kadoshiem, het Heilige der Heilige te betreden. Daar stond de Ark van het Verbond op de even hashesya, de fundatiesteen, de mystieke mysterieuze rots vanwaar uit de gehele fysieke ruimte zich uitstrekte, zoals de Talmoed verhaalt. De Ark van het Verbond was fysiek zoals al het andere, een manifestatie van deze materiële existentie met fysieke eigenschappen, en toch, geplaatst in het Heilige der Heilige, nam het geen enkele ruimte in. Als men zou kunnen meten vanaf de buitenwand van de Ark in elke richting, zou de totale som van de lege oppervlakten het zelfde zijn als de totale som van de gehele ruimte van het Heilige der Heilige.

 

Paradoxaal bevatte de Ark een welomlijnde afmeting, en toch nam het op geen enkele wijze ruimte in beslag, een totale smelting, eenwording en herintegratie van dimensie in het niet dimensionale, van ruimte in het niet ruimtelijke, hoewel de Ark zelf zijn afmetingen behield en tegelijkertijd niet ruimtelijk was.

 

ONS ESSENTIËLE ZELF ONTHULLEN

 

En tenslotte en dit is zeer belangrijk, reveleert Jom Kippoer de éénheid van ons diepste zelf.

 

Helaas, hopelijk zelden, gebeurt het, dat de wijze waarop we handelen en de weerspiegeling van ons uiterlijk gedrag niet overeenkomen met ons ware innerlijke. We wijken af van ons innerlijke pad en het proces verduistert ons innerlijk Licht, en toch, doet het er compleet niet toe hoe ver of vervreemd we zijn van ons innerlijk Licht, ons innerlijk Licht kan nooit en te nimmer worden vervaagd.

 

In essentie zijn wij puur en transcendent en elke negativiteit waar we ons mee engageren of inlaten is niet wie we zijn, eerder is het wat we hebben gedaan. De essentie van wie we zijn blijft onaangetast. De consequenties van ons negatief handelen kan maar oppervlakkig penetreren en kan zichzelf met ons verbinden maar meer als een aanhangsel. Het is waar dat zij ons terneer drukken, onze belasten, onze zicht vertroebelen, maar zij heeft geen effect op het diepste oneindige deel van onszelf, de ziel, die altijd één, puur en verbonden blijft.

 

Jom Kippoer geeft ons de kracht om ons diepste, oneindige, niet dualistische zelf te bereiken. Het is een dag waarop we boven ons ego uitstijgen en volledig in de diepste bronnen van onze vrije ziel doordringen.

 

Meta historisch was Jom Kippoer gekozen als een dag van teshoeva, omdat het de oorspronkelijke dag was van vergiffenis op het moment van de geboorte van het Joodse Volk.

Slecht zes weken na de monumentale G’ddelijke ontmoeting bij de Sinaï, toen de absolute Eenheid duidelijk zichtbaar was, dansten de Oude Hebreeën rond het Gouden Kalf en proclameerden, “dit is de god die ons uit Egypte leidde”. Het verlangen om een beeld te verafgoden en te aanbidden was zo sterk en de menselijke dubbelheid behoeft aan conceptualisering en context was zo overweldigend, dat zij niet in staat waren de Sinaï gepast te assimileren.

 

Acht dagen later, na veel gebed en smeken van Mozes, verwierf en bereikte Mozes vergeving, een middel om opnieuw toegang te verkrijgen tot de hoogste niveaus, zelfs nadat men diep is gevallen. Die dag was de tiende van de zevende maand van Tishré, die dag wordt door de Thora aangeduid als Jom Kippoer.

 

Op Jom Kippoer, zegt de Talmoed, “de essentie van de dag brengt verzoening”. De dag van Jom Kippoer roept en brengt voort sublieme middelen van superioriteit die alle uiterlijkheden, dus alle negativiteit overschaduwt. Of we volledig bewustzijn zijn of niet maakt weinig verschil, zolang als we minimaal de helende kracht van de dag accepteren en zeker niet interfereren.

 

EEN DAG VAN SUPERIORITEIT, EEN TIJD VAN IMMANENTIE

 

Jom Kippoer is een dag waarop we afzien van normatieve lichamelijke behoeften. De restricties van de dag zijn niet primair bedoeld om lijden van het lichaam te veroorzaken. Als pijn veroorzaken de intentie was, zouden er veel effectievere manieren zijn om dat te bereiken. De focus hier is te bewerkstelligen dat de  normatieve fysieke sfeer wordt doorbroken. Het is een dag toegewijd aan het bereiken van transcendentie van het fysieke, als ook een transcendentie van alle negativiteiten en geringschatting.

 

Op Jom Kippoer vindt totale transcendentie plaats. Dit is een dag waar wij ons onthouden van shoven, “rust”, zoals de stam van het woord Shabbat, van eten, drinken, echtelijke relatie, zelfs van lopen en verplaatsen, gerepresenteerd door het verbod om leren schoeisel te dragen en andere lichamelijke behoeften. Er is een complete materiële transcendentie, een afzien van alle fysieke dingen. Velen hebben de gewoonte om zo veel mogelijk te staan gedurende de gebeden. Gedurende de gebeden wordt een wit lang hemd gedragen (kittel), en er wordt een witte gebedsmantel (Talliet) gedragen.

 

Het uiteindelijke terugkeren, teshoeva, is wanneer we een radicale ommekeer van ons verleden opwekken. Zelfs het negatieve verleden en ons verleden omvormen in een positieve context binnen het heden. In de Taal van de Talmoed, teshoeva van liefde verandert “koppige overtreding tot positieve goedheid”. Hoe kan dit gebeuren?

Voor de een is het juist ons voorafgaand negatief handelen dat ons heersend diep verlangen om terug te keren motiveert, en om een meer diepgaand niveau van teshoeva te bereiken. Ons negatief gedrag van het verleden kan als een springplank voorwaarts dienen naar positief gedrag in de toekomst. Dit nieuw strategisch punt is de essentie van goedheid en licht binnen de ogenschijnlijke negactiviteit en duisternis. Retroactief sprekend, de G’ddelijke goedheid in het negatief handelen is, dat het kan en vaak binnen de persoon een diepere wil opwekt om terug te keren en bewerkstelligt het dat iemand zijn handelen veranderd.

Om die reden is het woord voor “wandaad” in het Hebreeuws chet, gespeld als, chet, tet, alef. Technisch kan het woord chet geschreven worden zonder de laatste letter alef, die niet uitgesproken wordt en dus klaarblijkelijk overbodig is. En toch heeft chet een alef, de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet en de fonetische opening van alle klanken, een die de Eerste, de Ene en de Enige representeert. Mogen wij waarlijk bewust zijn van deze dag van achat ba’shana, eenheid van tijd en een verzachting van ons gehele zelf bereiken binnenin het opnieuw ontdekte zelf.

Mogen we verdienste overtreffen in de ontzagwekkende dag van Jom Kippoer en ons diepste zelf onthullen. Mag de uitwerking van onze persoonlijke innerlijke transformatie worden waargenomen en gevoeld door de hele wereld. Mogen we voor de “essentie van de dag” toestaan om ons ware teshoeva te brengen, en dat ons eigen teshoeva een teshoeva inspireert voor de hele wereld, zodat de wereld wordt geheeld en herstelt van zijn fragmentatie, versplintering en schijnbare zinloosheid.

Juda Groenteman      

  

 

   

 

 

DE DIEPERE BEREDENERING VAN HET BLAZEN VAN DE SHOFAR

Voordat we ingaan op enkele esoterische aspecten van het Shofarblazen op Rosh Hashana, moeten we in de eerste plaats weten waarom we überhaupt de

Shofar laten klinken.

Wanneer de Thora spreekt over Rosh Hashana, de eerste dag van de Zevende Maand, zegt het in eenvoudig termen, “Dit zal voor jullie een dag zijn van teroe’ah.” De Geleerden van de Talmoed (Rosh Hashana, 33b) namen stellig aan dat dit betekent dat het een dag van klanken van de Shofar moet zijn. Daarom, zoals een andere Talmoed passage zegt, we laten de shofar klinken eenvoudig omdat “Rachmana amar tekol, de Almachtige zegt de Shofar te laten klinken.” Uiteindelijk hebben we geen begrijpelijke redenen nodig bij het doen van mitzwot want zij hebben hun oorsprong in de absolute simpliciteit van Hashem’s Eenheid; en redenen suggereren iets buiten onszelf.

Niettemin zijn we denkende wezens en zijn we gecreëerd om te zoeken naar een inhoudelijke zingeving. Daarom mogen we ook ethische, filosofische en mystieke achtergronden van de mitzwot onderzoeken. De grote liefhebber van de beredenering, de Rambam, Maimonides,  schrijft dat we de shofar blazen om Teshoewa op te roepen in onszelf. De Wijzen en Kabbalageleerden bieden meer redenen voor elke detail van de mitzwa van het laten klinken van de shofar, We zullen nu een verzameling van ideeën onderzoeken die ons in staat stellen het laten klinken van de shofar te begrijpen en voelen vanuit nieuwe diepten.

 KLANK BEREDENERING

 Er zijn twee series van shofar klanken die worden geblazen op Rosh Hashana. De eerste serie wordt tekia m’yoeshav genoemd, zittend blazen en de tweede serie, tekia me’oemad, staande blazen. We komen terug op de verschillen tussen deze twee typen, maar laat ons eerst opmerken dat bij het blazen van de eerste serie, die bestaat uit dertig shofarblazingen, we de mitzwa van de shofar vervullen, De vraag is: Waarom zouden we moeten overgaan tot een tweede serie, de tekia me’oemad,? De Talmoed zegt de reden voor deze tweede serie is “l’arvev es ha Satan”, “om de Satan te verwarren, in verlegenheid te brengen”.( Rosh Hashana, 16b) De grote 11e eeuw commentator, Rabbi Shlomo Yitzchaki, ook bekend als Rasbi schrijft, dat wanneer de Satan ziet dat wij de mitzwot eren en zo innig  liefhebben, om een tweede extra serie op ons te nemen, hij verstomd is en de mensen niet kan vervolgen voor hun vergissingen.

Rashi’s kleinkinderen, de auteurs van Tosefot, schrijven dat de tweede serie is geassocieerd met “de klank van de Grote Shofar”. De Grote Shofar, volgens profetie, is een mystieke klank die het begin van de Kosmische Verlossing zal kenmerken. Wanneer deze tijd aanbreekt, “ Zal dood worden verzwolgen”, separatie en kwaad zal zichzelf oplossen. Om die reden, wanneer de Satan onze twee ronde van het blazen van de shofar hoort op Rosh Hashana, wordt hij van streek gebracht en kan hij zich niet focussen op veroordeling.

De Ran, Rabbi Nissim ben Reuven van de 14e eeuw,schrijft dat de Satan is niet anders dan de tegenstander die verblijft in ons eigen lagere zelf, de inclinatie tegenover goedheid en waarheid. Volgens de Ran’s inzicht, blazen wij de extra klanken om deze innerlijke tegenstander te kalmeren.

De letterlijke betekenis van teroe’ah, het klinken van de shofar, is het breken, van het woord re’oe’a. De klank van de shofar wordt ook beschreven als mishpashet, het spreidt uit, barrières afbrekend op zijn weg, Amos 3:6, zegt, “Kan de shofar geblazen worden in de stad en kan de natie niet  beven?” De shofar werd soms geblazen om het publiek waakzaam te laten zijn voor een komende strijd. Dit geluid bezielde angst, het breken van de menselijke sleur van alle dag. Dit was een van de redenen dat de Rambam zei dat de shofar Teshoewa opwekt. Het geluid dringt tot in het ego              door als het ware, waardoor de innerlijke tegenstander beeft en instort.

 

ZITTEND EN STAAND

De klanken van de eerste serie worden zittend genoemd omdat, technisch gezien, is het ons toegestaan om te zitten terwijl we ernaar luisteren. Allegorisch echter kan “zittende klanken” betekenen dat het geluid zelf zit. Wanneer iemand zit, is de rechte lijn van zijn staand lichaam gebroken in hoeken. Delen van de lijn spreiden zich dan horizontaal uit, breken de ruimte rond de lijn en expanderen in de ruimte. Dit is een illustratie van hoe de klanken van de eerste serie zich uitbreiden in de innerlijke ruimte van het ego en de innerlijke kwade inclinatie.

De klanken van de tweede serie zijn staande klanken, omdat we in het Amidah gebed staan wanneer ze worden geblazen. Als iemand staat, expandeert hij niet langer in de horizontale ruimte, zoals bij het zitten, maar hij strekt zijn lichaam in een rechte lijn van, de ruimte om hem heen dichterbij brengend en zijn energie opwaarts verheffend. Dit verwart de kwade inclinatie werkelijk, want nadat hij is gebroken en is weggezonden, is hij ineens mede opgenomen en verheven.

RECITATIES

 EERSTE SERIE:  

 Voordat de eerste serie klanken worden geblazen, reciteren we bepaalde gekozen verzen van het Boek Tehilliem, Psalmen, die ons diep meditatief voorbereiden op de klanken van de shofar. In de eerste verzameling, Psalm 47, verschijnt de Naam Elo-kiem zeven keer. Elo-kiem representeert G’ddelijke terughouding of verhulling. Door deze Naam zeven keer te reciteren, breken we door de zeven sluiers van die verhullende realiteit. Dan reciteren we het vers (Tehilliem. 118:4), “Vanuit een plaats van verhulling roep ik HaShem; antwoord mij van een plaats van uitbreiding.” Opnieuw concentreren wij ons op bevangen vijandige energieën, van een staat van innerlijke beklemming bewegend naar een staat van expansie. Vervolgens reciteren we zes verzen. De eerste letters van deze (acrostische) verzen spellen letter voor letter kra satan, uiteen scheuren van de satan, de kwade inclinatie. Ten slotte herhalen we een vers van Psalm 47: “Ala Elo-kiem b’tenlah, Elo-kiem is verheven met een teroe’a. Wanneer de shofar wordt geblazen, zal de Naam Elo-kiem zelf worden verheven tot een meer expansief niveau, alle spirituele tegenstand oplossend.

Het woord shofar zelf impliceert beperking en het blazen van de shofar symboliseert een openblazen van alle beperkingen. Shofar wordt gespeld shin vav pé reesh. Numeriek is de shin, 300. vav pé, 86 en reesh, 200. Al deze drie nummers zijn op een zeer ingewikkelde manier verbonden met de Naam Elo-kiem, oordeel en beperking.

De numerieke waarde van de letters die de Naam Elo-kiem vormen is 86:

alef-1, lamed-30, hé-5, joed-10, mem-40 = 86

 Wanneer de volle waarde van elk van deze van 5 letters worden geteld, is het totaal 300:

De letter alef wordt gespeld, alef-1, lamed-30, pé-80 = 111.

De letter lamed wordt gespeld,   lamed-30, mem-40, dalet-4 = 74

De letter wordt gespeld, hé-5, joed-10 = 15

De letter joed wordt gespeld, joed-10, vav-6, dalet-4 =20

De letter mem wordt gespeld, mem-40, mem-40 = 80

111 +74 +15 +20 + 80 = 300

 De numerieke waarde van deze vijf letters, wanneer cumulatief gerekend, is 200:

Alef = 1.

Alef lamed = 31

Alef lamed hé = 36

Alef lamed hé joed = 46

Alef lamed hé joed mem =86

1 + 31+ 36 + 46 + 86 = 200

Wanneer we een shofar in onze handen nemen en blazen door de Naam Elo-kiem de juiste kavanah, concentratie van gedachte en hart, openen we al blazend alle restricties in stukken.

TWEEDE SERIE

In de tweede serie van het shofar blazen, reciteren we de verzen beginnend met “La hibit avon b’Jakob, Zie geen enkele gebrek in Jacob.” Het woord Jacob is gerelateerd aan het woord hiel. Daarom suggereert dit vers dat het nu voor ons niet nodig is om  te richten op, of strijden met enige obstructie in onze hiel, ons lagere zelf, want het negatieve van de kwade inclinatie is alreeds geneutraliseerd. Nu proeven we het expansieve van de Toekomstige Verlossing.

Gedurende dit deel van de dienst , reciteren we ook verzen die de G’ddelijke Realiteit aanmoedigen om “over de hele wereld te regeren,” verzen ter herinneren aan  HaShem om Zijn liefde voor ons te bekrachtigen, verzen beschrijven hoe HaShem aan ons werd gereveleerd op de Berg Sinaï. Sommige verzen spreken over de Grote Shofar de Komende Verlossing van de Mensheid zal aankondigen. Het geluid van de Grote Shofar zal ons verzamelen als we Verbanning verlaten en ons zullen verenigen”…..Zij zullen komen van Ashoer en van Egypte.” Elk van deze verzen suggereert een thema van het samenbrengen van separate delen, dan van verspreiding en uit elkaar gaan. Eenmaking is het geheim van verzachting.

UNIFICATIE                    

 Het woord shofar wordt gespeld shin vav pé reesh. We kunnen dit woord opsplitsen  en analyseren om de spirituele betekenis te herleiden.

en reesh (par) samen hebben een numerieke waarde van 280. Het cijfer 280 is ook de som van de manzpach, de vijf letters van het Hebreeuwse alfabet die veranderen van vorm wanneer zij verschijnen aan het eind van een woord, sluitletters, mem 40, noen 50, tzadik,90, pé 80 en chaf 20. Omdat deze vormen alleen verschijnen aan het eind van woorden, worden de manzpach letters beschouwd als gelimiteerde letters; dus zij representeren de vijf Gevoerot, diniem, de vijf basis krachten van beperking en verhulling in het universum.

Shin  en vav samen vormen het woord shav, gelijk. Dus de shav par, de shofar verenigt en maakt de beperkende Gevoerot en hun expansieve tegenovergestelden gelijk, op een zodanige wijze dat de krachten van oordeel, strengheid, door de wereld worden verzacht. Wanneer deze verzachting wordt volbracht, zal de G’ddelijke Wil van de Barmhartige regeren over heel de wereld.

MOGEN WE HET WAARD ZIJN OM DIT  INNERLIJK EN UITERLIJK TE ERVAREN.

LESHANA TOVA OEMESOEKA, EEN GOED EN ZOET JAAR

CHAG SAMEACH,

JUDA GROENTEMAN

PARASHAT HA’AZINOE

SHABBAT SHOEWA

Neig het oor                                   Deuteronomium. 32:1 – 32:52

“Als druppels op jong groen; Als regendruppels op het gras”, “Ki’si’eeriem alei deshe v’chirviem alei eisef”  (Deuteronomium. 32:2)

 

Een les in Bijbels Hebreeuws.

 Deshe en eisev betekenen beide gras. Se’eeriem en  r’viviembetekenen beide regendruppels.

De Arizal   verklaart preciezer, en dus is er geschreven in Shoroshiem,“Het Boek van de Oorsprong”, dat deshe  verwijst naar jong ontluikend gras net beginnend zich te vertonen in de grond, terwijl eisev verwijst naar volgroeide sprieten. Se’eeriem verwijst naar een zeer lichte spray, dun als haar, sei’ar, en r’viviem verwijst naar dikke regendruppels. Lichte druppeltjes helpen de jonge sprietjes groeien; volle regendruppels cultiveren het volgroeide gras.

Deshe en eisev worden voor het eerst genoemd in Genesis, (1:11), ten opzichte van de Schepping als G’D zegt, “Laat de aarde deshevoortbrengen, eisev zaaddragende gewassen, vruchtbomen…”Zodat het verschil tussen

Deshe en eisev kan worden gezien als het verschil tussen vegetatie dat geen zaad draagt (deshe) en vegetatie dat zaad draagt (eisev), zie Zohar I, 19a).

De Zohar I, 18b zegt dat deshe en eisev twee typen van engelen zijn.

 [Engelen zijn de spirituele antecedenten van vegetatie. Net zoals vegetatie groeit van klein naar groot, zo groeien engelen in gestalte wanneer zij zich bezig houden ,met het vervullen van een G’ddelijke opdracht. (Zie Mi Chamocha 5629.)]

Er zijn engelen die iedere dag gemaakt en niet over gaan naar de volgende en er zijn engelen die gecreëerd zijn tijdens de zes dagen van de Schepping en blijven bestaan tot op de dag van vandaag. Aan deze twee typen wordt gerefereerd in een van de ochtendgebeden wanneer we spreken van G’D als Hij die “dienende engelen creëert en wiens dienende engelen allen staan aan de hoogten van het universum…” De eerste verwijzing naar engelen verwijst naar het type dat niet overgaat naar de volgende dag, G’D creëerde hen – tegenwoordige tijd – op een dagelijkse basis. De tweede referentie verwijst naar de engelen die blijven bestaan op de hoogten van het universum voortdurend.

 De Tzemach Tzedek voegt hieraan toe: De Zohar past deze interpretatie van deshe ook op het woord chatzier toe, zoals het vers (Psalmen 104:14), “ U bent het die gras voor het vee laat opkomen eneisev ter bewerking door de mens.” We zien dat eisev is geassocieerd met een hoger niveau van G’ddelijke dienst, het niveau van “bewerking door de mens”. Zie ook Bereishiet 19a, Teroema 171a, Vayikra 12a en Pinchas 217a.

 Klaarblijkelijk, deshe, dat geen zaad draagt, met andere woorden, heeft geen duurzaamheid, refereert aan de engelen die terugkeren naar het niets. Eisev, wat zaad draagt, met andere woorden bezit permanentie, refereert aan die engelen die in existentie blijven. (Zie Zohar  ibid)

SHABBAT SHALOM

DE KOSMISCHE ZIEL VAN ROSH HASHANA

ROSH HASHANA VERTEGENWOORDIGT VERNIEUWING VAN JE ZELF EN VAN DE WERELD

 

 

 De Dimensie Van Bewustzijn

 

Het universum is niet gebouwd in tijd en ruimte alleen; het heeft andere parameters. Zoals ruimte zich uitstrekt in drie dimensies en de tijd uitstrekt van verleden naar toekomst, zo strekt dit andere continuüm zich uit van het binnenste naar het buitenste, van de etherische essentie van zijn tot concrete realiteit die we aanraken en voelen, van simpliciteit van oneindig licht naar de chaos van onze uiterste wereld. We kunnen het de kosmische ziel noemen of de dimensie van bewustzijn. Of we kunnen gewoon zeggen dat het hele universum kan worden begrepen als een soort persoon van wie elk van ons niet meer dan een oneindig klein, microreproductie is.

 

Op paradoxale wijze drukt deze kosmische ziel zichzelf in ruimte uit door het medium van tijd. Zodat wat existeert in de ziel, existeert in tijd en wat existeert in tijd, existeert in ruimte. In de ziel is een besef, een bewustzijn en de plaats vanwaar het bewustzijnsleven zich uitbreidt, in ruimte is er het Land van Israël, een ruimte van  waaruit de hele wereld wordt gevoed. In tijd is er Rosh Hashana, een tijd van waaruit alle tijd wordt vernieuwd.

 

Dus we noemen het Rosh Hashana, letterlijke betekenis, Hoofd van het Jaar. Niet alleen een begin, een startlijn, maar een hoofd. Net zoals het hoofd het bewustzijn bevat van alles wat er gebeurt in het lichaam, zo ook is Rosh Hashana het essentiële knooppunt waardoor alle vitaliteit van een heel jaar reist

 

Ruimte, tijd en bewustzijn, op één niveau, lijken van elkaar te verschillen, met bewustzijn, handelend als een waarnemer, getuige van ruimte binnen een context van tijd. Maar op een meer diepgaand niveau, existeert tijd niet zonder ruimte en geen van twee existeert zonder een waarnemer, aangezien de waarnemer effectueert en fundamenteel creëert dat wat is waargenomen.

 

Om alleen te praten over de vernieuwing van tijd op Rosh Hashana  zonder in te gaan op de vernieuwing van ruimte en de vernieuwing van bewustzijn kan niet accuraat zijn . Als Rosh Hashana de vernieuwing van tijd is en het zenuwcentrum waardoor alle richtingen van de tijd stromen, is het ook de vernieuwing van ruimte en bewustzijn. Op Rosh Hashana is er een totale kosmische vernieuwing; en door onszelf af te stemmen op deze ontzagwekkende dag, kunnen wij hernieuwde vitaliteit bereiken op alle niveaus van ons wezen, een radicale vernieuwing in tijd, ruimte en bewustzijn.

 

VERNIEUWING VAN DE MENSHEID

 

Rosh Hashana is ook de dag van onze collectieve beoordeling, omdat het een dag is die de creatie van de mensheid viert, de Genesis van Adam. Adam representeert de kosmische mens, adam/kadmon de primordiale mens. In aanmerking nemend dat Adam de eerste mens was, kunnen alle mensen hun genen terugvoeren tot één voorvader. Zoals fysiekheid een reflectie is van de spirituele realiteit, is Adam ook onze spirituele voorvader. Adams ziel is de collectieve en universele ziel waar alle zielen uit voortkomen, een zielsoorsprong waar alle individuele zielen van zijn afgeleid.

 

Adam is dus de verpersoonlijking van heel het menselijk bewustzijn. De creatie van Adam was niet een eenmalig gebeuren, het gebeurt elke moment opnieuw, uitmondend in het centrale punt van deze vernieuwing op Rosh Hashana, wanneer een totale vernieuwing van kracht en energie van ons individueel bewustzijn plaats vind.

 

DE FUNCTIE VAN DE TEMPEL

 

Toen de Tempel stond in Yeroeshalayiem/Jeruzalem, was dit het centrum van tijd en ruimte; hernieuwd bewustzijn werd daar geboren in het zicht van de wereld. Als focuspunt van de hele ruimte, het middelpunt van waaruit alle richtingen voortvloeien, was er een constante tastbare waarneming van nieuwheid en frisheid in het domein van de Tempel. De Toonbroden werden nooit oud, zij bleven vers gebakken, zij smaakten altijd vers, zelf als zij een week tevoren waren gebakken, zoals de Talmoed aanhaalt in Chagigah. 26b.

 

De Tempel was gebouwd op de plaats waar Jacob eens had geslapen en droomde van een ladder naar de Hemel, zoals de Thora verhaalt in het Boek Genesis 28:12-18.

Toen hij wakker werd uit deze droom, proclameerde hij, “Ongetwijfeld is Hashem in deze plaats; en ik wist [realiseerde] het me niet.”Wat hem verontrustte was dat hij had geslapen op een heilige plaats. De Talmoed noemt slapen “een zestiende van dood zijn “ (Berachot 57b). Slaap is statisch, stilstaand, niettemin moet een heilige plaats levend zijn, wakker en rechtovereind staan en met enthousiasme in bewegingen zijn. Jacob was verontrust dat hij niet overeenstemde en harmonieerde met zijn bewustzijn.

 

Heden ten dagen proberen wij zijn vergissing recht te zetten door niet overdag te slapen gedurende Rosh Hashana, vooral niet voor het blazen van de Shofar, die kosmisch ontwaken representeert.

 

We proberen ook de misstap van Adam recht te zetten die, als de personificatie van de algemene ziel van de mensheid, dualiteit koos, ouderdom en uiteindelijke sterfelijkheid. In plaats daarvan proberen we ons bij de hernieuwde G’ddelijke energie stroom aan te sluiten en een hischadshoet/ vernieuwing in vitaliteit en energie in al onze aspecten van het leven te brengen.

 

KESIVA VECHASIMA, LESHANA TOVA U’METUKA, MOGEN JULLIE INGESCHREVEN EN BEZEGELD WORDEN VOOR EEN GOED JAAR.

 

JUDA GROENTEMAN

 

 

 

 

 

  

 

 

 

                                                                                                             

 

 

 

PARASHOT NITSAVIEM – WAJÉLEECH

Aangetreden – En hij ging            Deuteronomium. 29:9 – 30:20, 31:1 – 31:30

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Zohar. p. 285b

 

Antwoorden met Amen

 

Rabbi Jehoeda interpreteert het vers “….want degenen die Mij eren zal Ik eren en degenen die Mij verachten zal weinig geacht worden” (Samuel I, 2:30). Een persoon die niet weet de Naam van zijn Schepper te eren, weet niet de juiste gedachten te hebben bij het zeggen van “Amen” en zal weinig geacht worden. Dit is zoals we hebben geleerd dat iemand die met “Amen” antwoordt, groter is dan degene die de zegen uitspreekt. [Als iemand een zegen hoort behoort hij te antwoorden met “Amen: ]

 

De gepaste intentie in het zeggen van “Amen” is om de oneindig barmhartige Naam Havayah te verenigen met het aspect van Malchoet – Ado-nai, zoals we hebben uitgelegd in Parashat Shoftiem . De gene die de zegening uitspreekt gebruikt de Naam Ado-nai, terwijl de persoon die antwoord me “Amen” het oneindige aspect van de Schepper één maakt met het aspect van Malchoet. Dus de persoon die antwoordt met “Amen” verenigt dus twee Namen van G’D, in tegenstelling tot de ene Naam die de persoon gebruikt bij het uitspreken van de zegen. Dit fenomeen wordt aangetoond door het woord “Amen” dat de numerieke waarde heeft van 91, de zelfde numerieke waarde als dat van de G’ddelijke Namen Havayah en Ado-nai samen.

 

Dit is zoals wij hebben geleerd van Rabbi Shimon bar Jochai, namelijk dat met het beantwoorden met “Amen” zegeningen neerwaarts gehaald worden van de onuitputtelijk spirituele bron naar de Koning en van daar naar de Koningin.

 

Dit veroorzaakt een gunstige influx, een toevloed van de verenigde werelden van Abba en Imma naar Zeir Anpin, de spirituele spiegel boven de fysieke wereld en van daar naar deze fysieke wereld.

 

We hebben evenzo geleerd in het esoterische boek van Rabbi Elazar de Combinaties van Letters, dat het meditatieve pad van het woord “Amen”  is gereflecteerd in de letters van het woord zelf. Dus men trekt de spirituele overvloed van de letter alev van het woord “Amen” naar de mem en van de mem naar de noen.

 

Alev representeert eenheid, mem representeert Imma/Bina en noen representeert Zeir Anpin.

 

Wanneer de zegen de noen bereikt wordt [deze spirituele influx]  er uit ontlokt en  vloeit voort in de spirituele en fysieke werelden en verspreid zich over alle werelden. Een stem komt voort en verkondigt: “Drink van het elixer van zegeningen die deze met name genoemde persoon, een dienaar van de Heilige Koning  die een uitstroom te weeg heeft gebracht.”  Wanneer Israël beneden nauwlettend luistert naar de zegen van de leider van het gebed om te kunnen antwoorden met “Amen” en naderhand met de juiste meditatie en zorgvuldig hun harten concentreren zoals wordt vereist, hoeveel poorten van zegeningen worden dan voor hen boven geopend en hoeveel zegeningen worden neergehaald naar hen beneden! Hoe groot is het goede dat alle werelden bedekt en groot is de vreugde die overal doordringt!

 

Wat is de beloning voor Israël die dit alles veroorzaakt? Zij verkrijgen een beloning in zowel deze fysieke wereld als in de spirituele wereld. Hun beloning in Deze Wereld is dat op het moment degenen die hen haten en hen willen breken en hen misère willen brengen en Israël hun Schepper aanroept, een stem voortkomt en in alle werelden verklaart, “Open de poorten voor de intrede van het heilige volk die hun vertrouwen behielden [in het Hebreeuws, ‘emoeniem’] (Jesaja. 26:2). Interpreteer het woord “vertrouwen” niet als emoeniem’, maar als “ameniem”, betekenend, degenen die Ämen” zeggen. Dus de opdracht om de poorten te openen is een reflectie op het feit dat Israël de poorten van zegeningen opent. Nu de poorten van gebed voor hen zijn geopend als beloning en zij bewaard zijn voor degene die hen wilde breken is dat hun beloning in Deze Wereld.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

PARASHAT KI TAVÓ

Als je komt            Deuteronomium. 26:1 – 29:8

 

De relatie tussen Ki Tavó en Chai Elloel

 

Likkoetei Thora 40b-d

 De achttiende dag van de maand Elloel, of Chai Elloel, markeert de geboorte dag van zowel de Baal Shem Tov [5458, (1698)], stichter van de Chassidische Beweging als de Alte Rebbe [5505 (1745)], grondlegger van het Chabad Chassidisme. Deze dag valt of wel op of vlak voor de Shabbat waarop het Thoragedeelte van Ki Tavó wordt gelezen.

 

Alle Joodse feestdagen en uitzonderlijke gebeurtenissen in de Joodse kalender worden aangeduid in de Thoralezing gedurende de week waarin ze plaatsvinden. Begrijpelijkerwijs wordt Chai Elloel, dus aangeduid in het gedeelte van Ki Tavó.

Waar in dit gedeelte vindt men de connectie met deze aanduiding?

 

Ki Tavó begint met de voorschriften van Bikoeriem, de eerste vruchten die de Joden verplicht waren te staan direct “Wanneer je dan in het land dat de Eeuwige, G’D, je als erfgoed geeft, gekomen bent, het in bezit genomen zult hebben en er zult wonen.”

 

Onze Rabbijnen geven aan dat de kwalificatie “het in bezit genomen zult hebben en er zult wonen”leert, dat de verplichting van Bikoeriem niet begon voordat de 14 jaren waarin Eretz Jesraël in bezit genomen werd en verdeeld onder de stammen voorbij waren.

Het vers is aangepast op die wijze om de volgende reden: De ware betekenis van “in het Land komen” is dat van komen in zijn geheel, helemaal. Dit is in overeenstemming met de uitspraak van onze Wijzen: “Een gedeeltelijke binnenkomst wordt niet beschouwd als een hele binnenkomst.” Het woord “komen “ betekent daarom “in bezit nemen en wonen”, want alleen dan werden de Joden beschouwd werkelijk het Land te zijn binnen gegaan.

Dit is de connectie tussen Ki Tavó en Chai Elloel, de geboorte data van de twee grote Chassidische stichters:

Chasidoet is uniek in zijn vermogen om geest, gedachte en hart te doen ontwaken zodat de dienst van Thora en Mitzwot is op de wijze van Ki Tavó, een complete onderdompeling met elke vezel van iemands wezen die wordt voortgebracht door spirituele dienst.

De waarde van deze wijze van dienst zal begrepen worden door het verschil uit te leggen tussen iemands intrinsieke en extrinsieke staat van zijn; intrinsiek refereert aan iemand zoals hij existeert in relatie tot zichzelf en extrinsiek zoals hij existeert naar anderen.

 

In termen van spirituele dienst betekent dit het volgende: Wanneer iemand iets doet, op een intrinsieke en extrinsieke wijze, blijven hij en de idee die hij uitvoert twee verschillende entiteiten. Wanneer echter iemand handelt vanuit zijn innerlijke zelf, dan absorbeert zijn innerlijke wezen zichzelf in dat wat hij doet, want in relatie tot iemands innerlijk wezen, zijn essentie, existeert er niets behalve hijzelf. Dus wanneer iemand op deze wijze, zelfs een ogenschijnlijk extern specifiek, is de handeling verbonden en verenigd met zijn innerlijke zelf, dan zijn hij en de handeling zijn één.

 

Hierin ligt het uniek van Chasidoet: Chasidoet, een deel van de “ ziel van Thora”, reveleert iemands wezenlijke levenskracht in al zijn aspecten van Thora en mitzwot en de unieke kwaliteit van deze levenskracht is totale eenwording met degene die het opwekt.

 

Want de levenskracht voegt niets toe aan wat het vitaliseert, een levend lichaam bezit niet meer delen dan een dood lichaam. De levenskracht is dus niet separaat van degene die het energie geeft, het is eerder de ziel van het opwekkende lichaam, omdat elk en ieder aspect van het lichaam een levende entiteit is. De reden is dat iemands “ leven” zijn ziel is en innerlijke essentie, zoals eerder uitgelegd, dat deel uitmaakt van iemands innerlijke essentie en volledig wordt verenigd met objectief waarmee het zich verenigt. Dus het lichaam waarin de levenskracht verblijft, is er compleet van doordrongen.

 

Precies zo is de uitwerking van Chasidoet op Thora en Mitzwot: Het is mogelijk voor iemand om Thora te studeren en mitzwot uit te voeren terwijl hij er toch van gesepareerd blijft. Chasidoet echter stelt iedereen in staat om het  innerlijke aspect van zijn levenskracht te reveleren, zijn heilige ziel. En in relatie tot dat niveau, de eigenschap van Ki Tavó is, elk en ieder mens waarlijk een met Thora en Mitzwot.

 SHABBAT SHALOM

           

 

 

 

     

PARASHAT KI TEETSÉE

Wanneer je uittrekt     Deuteronomium. 21:10 – 25:19

 

Geschriften van Rabbi Jizchak Luria

 

Likoeté Thora en Sefer HaLikoetiem

 

VERLOSSINGEN VAN DE MAAND ELLOEL

 

Wanneer je tegen je vijanden ten strijde trekt en, de Eeuwige, je G’D, ze in je macht zal hebben gegeven en je er krijgsgevangenen bij hebt gemaakt en je ziet onder de gevangenen een heel mooie vrouw, je wordt verliefd op haar en je wilt haar als vrouw hebben, breng haar dan je huis binnen. Ze moet haar hoofd kaal scheren, haar nagels laten groeien, de kleding die ze bij haar gevangenneming droeg  afleggen en dan moet ze bij jou thuis blijven zitten en een volle maand om haar vader en moeder wenen. Eerst daarna mag je bij haar komen om haar, als man te bezitten en kan ze je vrouw worden. (Deuteronomium. 21:10-13)

 

Dit vers, het openingsvers van Parashat Ki Teetsée, wordt altijd gelezen aan het begin van de maand Elloel, de laatste maand van het Joodse jaar. De Arizal reveleert hoe dit vers ons een specifieke les leert over deze maand.

 

Aangezien de goede inclinatie niet volledig bij iemand zijn intrede doet totdat hij 13 jaar oud is, raken zijn ledematen eraan gewend om de kwade inclinatie te volgen vanaf de dag dat hij is geboren.

 

De kwade inclinatie, de drang jegens het vervullen van onze fysieke noden waarmee elk van ons wordt geboren en die mentaal gericht is op ons zelf, is aanwezig van af de geboorte, in tegenstelling tot de altruïstische “goede inclinatie” die zijn intrede langzaam doet, beginnend met gepaste religieuze educatie en die tot bloei komt op de leeftijd van 13 voor jongens en 12 voor meisjes. De kwade inclinatie heeft dus een duidelijke voorsprong van 12-13 jaar., waarin iemands lichaam gewend raakt aan het volgen van zijn bevelen.

 

Wanneer iemand de wil heeft tot berouw, trekt hij ten strijde tegen zijn vijanden”, met andere woorden, de kwade inclinatie en de ledematen van zijn lichaam.” “…de Eeuwige, je G’D, ze in je macht zal hebben gegeven..” refereert aan de kwade inclinatie, en “je er krijgsgevangenen bij hebt gemaakt”, refereert aan de ledematen en het lichaam.

 

En je ziet onder de gevangenen een heel mooie vrouw…” refereert aan de ziel.

 

De G’ddelijk ziel wordt gevangen gehouden door het lichaam, die er gewend aan is geraakt om de kwade inclinatie te volgen.

 

“….Ze moet haar hoofd kaal scheren.. betekent dat de ziel kwade gedachte die het in zich draagt zal verwijderen.

 

Wanneer de ziel gevangen wordt gehouden door de macht van de kwade inclinatie, wordt zij “geïndoctrineerd”met vervormingen of kwade filosofieën en verwrongen gedachten over G’D, zoals pantheïsme, atheïsme, cynisme, enz.

 

“” Haar nagels ” betekent het weg snijden en afstand doen van overbodige genoegens.

 

Nagels symboliseren externe levenskracht, omdat zij groeien maar kunnen worden geknipt zonder pijn.

 

De kleding die ze bij haar gevangenneming droeg…”refereert aan de “kledingstukken” voortgebracht door negatieve handelingen, gelijk aan de idiomatische uitdrukking, “verwijder de vuile kledingstukken”. (Zachriah. 3:4)  

 

Een “kledingstuk” is een expressievorm van de ziel. Herhaaldelijk negatieve handelingen weven een grof en vulgair “kledingstuk” waaraan de ziel gewend raakt bij het dragen. Het ongevoelig maken voor spiritualiteit leidt ertoe dat de grofheid van vulgariteit niet wordt waargenomen en wekt de indruk dat zichzelf uitdrukken op grove wijze geavanceerd  en chique is. Dus het raakt eraan gewend om te denken, te praten en te handelen op deze grove manier.

 

Om haar vader” refereert aan haar Hemelse Vader, de Heilige, geprezen zij Hij.

 

En haar moeder” refereert aan de collectieve ziel van Israël, gelijk aan wat is geschreven, “Na mijn terugkeer,  zal ik troosten…” (Jeremiah. 31:18)

 

De berouwvolle moet zich, als deel van zijn berouw, realiseren dat zijn gepasseerde handeling G’D heeft  “gekwetst “, met andere woorden, Hem van vooruitgang van Zijn doel in de Schepping heeft afgehouden. Ook, heeft hij de “Shechina” gekwetst”, die de collectieve ziel van Israël is, door het verhinderen van het actualiseren van G’ddelijk bewustzijn in de realiteit. Spijt hebben helpt de berouwvolle zijn energieën opnieuw te richten naar het goede.

 

Het werkwoord “Ik zal troosten” in het vers van Jeremiah is transitief, als of het betekent, “Ik troost G’D”.

 

“….een volle maand wenen”, refereert aan de maand Elloel, die dagen zijn en niet jaren en de meest gunstige tijd is voor berouw in de zin van Teshoewa.

 

Het idioom “dagen en niet jaren” is van de Talmoed (Shabbat. 105b) en betekent “ slechts een korte tijd”.

 

De passage besluit: “…..Eerst daarna mag je bij haar komen om haar, als man te bezitten en kan ze je vrouw worden.

 

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHOFTIEM

 Rechters       Devariem. 16:18 – 21:9

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Het Kleine Sanhedrin En Het Grote Sanhedrin

 

Zohar. Shoftiem

 

Sprekend over het Oppergerechtshof, vertelt Rabbi Shimon de Trouwe Herder dat hij Gadol was, de hoogste over de zeventig, het Grote Sanhedrin. Hij zegt dat Mozes de vriend van G’D is en de vriend van Malchoet. Hij spreek ook over het lagere hof en over de grote en kleine Lichten. Het grote Licht is het Licht van G’D en het kleine is het lied van de Levieten.

 

Het volgende principe, is het aanvaarden van de uitspraak van het Grote Sanhedrin, dat Bina van het aspect van Chesed, Elo-hiem wordt genoemd, het Grote Sanhedrin, omdat Chesed groot is. Het is groot in oordeel [Gevoera], wat de linkerzijde is en groot in het vinden van verdienste, wat de rechterzijde is. Dit betekent dat wanneer de linkerzijde van Bina wordt opgenomen in de rechterzijde, wat Chesed is,  beiden worden beschouwd als groot, zoals we leren in relatie tot het voorschrift, “Je zal benoemen (letterlijk..” Te benoemen die u benoemt ‘) een koning over u ” (Devariem.17:15), waarbij “benoemen”boven in Bina is en “je zal benoemen” hier beneden in Malchoet is.

Op de zelfde wijze moet iemand voor zichzelf het Grote Sanhedrin van het aspect van Bina accepteren, ofschoon hij voor zichzelf het Kleine Sanhedrin van het aspect van Malchoet heeft geaccepteerd. Het kleine hof bestaat uit drie leden van het aspect van de lagere Shechina, wat Malchoet is. Het grote hof bestaat het Grote Sanhedrin van 72 leden, zeventig Sanhedrin Rechters en twee Schrijvers, de numerieke waarde van Chesed.   

 

De heilige persoonlijkheid, Rabbi Shimon, zei tegen de Trouwe Herder: 

Het Grote Sanhedrin bestaat uit zeventig leden, en jij bent de grootste onder hen, zoals staat geschreven, “elke grote zaak moeten zij voor jou brengen, maar alle kleine zaken zullen zij beoordelen” (Shemot. 18:22)  wat verwijst naar het Grote Sanhedrin en het Kleine Sanhedrin, waarover is gezegd, “Grote zaken”en “Kleine zaken”. Het Grote Sanhedrin is van het aspect van de Hemelse Shechina, die Bina is, en het Kleine Sanhedrin is van het aspect van de Lagere Shechina, die Malchoet is.

 

Mozes is de beste man van de Koning, Zeir Anpin; Aaron is de beste man van de Koningin. Samen met hen zijn er 72 leden van het Grote Sanhedrin, betekenend, samen met de zeventig Sanhedrin rechters waarover Mozes en Aaron als voorzitter optreden, hebben ze de zelfde numerieke waarde als Chesed, die als numerieke waar 72 heeft. Vandaar dat zij als het Grote Sanhedrin worden beschouwd, aangezien Chesed groot wordt genoemd, zoals boven aangehaald. Het kleine Sanhedrin is van het aspect van de linkerzijde, dat is Malchoet, die is opgebouwd vanuit de linkerzijde, waarover is geschreven: “en het kleinere licht regeert de nacht” (Bereshiet. 1:16)

 

Hierom dit wordt Tiferet beschouwd  als “het grotere licht regerend de dag” (Ibid.)  Omdat er over wordt gezegd, “HaShem zal Zijn standvastige goedheid [Chesed] overdag opdracht geven” (Tehilliem. 42:9)    omdat het Chesed is, wordt het Groter Licht genoemd. “En het Kleinere Licht regeert de nacht” betekent: “en in de nacht zal Zijn lied met me zijn” (Ibid.) , dat wil zeggen, het lied van de Levieten, wat Yesod in Malchoet is.

 

SHABBAT SHALOM


 


 

ROSH CHODESH ELLOEL

LIED VOOR ELLOEL

 

Psalm 27 begint met de woorden “De Eeuwige is mijn licht en mijn redding.” Het wordt gelezen aan het einde van de ochtenddienst gedurende de Maand Elloel vandaag, tot na Hoshana Rabba-Simcha Thora, de zevende dag van het Soekotfeest. Vers 6 van de psalm, leest: “Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding”.Heb dit vers in gedachten zodat je de woorden ziet schitteren in het analytisch licht overeenkomstig aan de Kabbala.

De Eeuwige is mijn licht en mijn redding, voor wie zou ik bang zijn? De Eeuwige is de beschutting voor mijn leven, voor wie zou ik angst hebben? Al komen, die het kwade willen, mij te na om mij tot prooi te maken, al zijn mijn verdrukkers en mijn vijanden tegen mij, dan zullen zij struikelen en vallen. Al ligt een leger in slagorde tegenover mij, is het mij niet bang te moede. Al staat een oorlog tegen mij op uitbreken, toch blijf ik vertrouwen. Een ding vraag ik van de Eeuwige, daarnaar streef ik, dat ik in het Huis van de Eeuwige mag wonen, zolang ik leef. Dat ik de lieflijkheid van de Eeuwige mag ervaren en het heiligdom weer geregeld mag bezoeken. Dat Hij mij zal beschutten onder een beschermend dak in kwade dagen, mij zal bergen in de beslotenheid van Zijn tent, mij zal plaatsen boven op een rots. ‘Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding. Hoor Eeuwige naar mijn stem! Ik roep, wees mij genadig en antwoord mij. Ik dacht bij mezelf van U te horen: ‘Zoeken jullie Mij!’ Ik zoek U toch, houdt U zich niet voor mij verborgen, wijs Uw dienaar niet af in Uw woede, mijn hulp bent U. Laat me niet los, laat me niet in de steek! God van mijn redding! Al zouden ook vader en moeder mij in de steek laten, de Eeuwige zou me tot zich nemen. Leer mij Eeuwige Uw wegen en leid mij op het juiste pad, al zijn er die op mij loeren. Lever mij niet over aan de willekeur van mijn vervolgers, die als valse getuigen optreden en met woorden van geweld van zich afblazen. Zo zou het zijn als ik niet altijd geloofd had het goede van de Eeuwige te mogen ervaren in het land der levenden. ‘Vertrouw op de Eeuwige, wees sterk en blijf moedig, vertrouw op de Eeuwige!’

 

 

 

 

 

 

THE STONING DOG HOAX

Aish.com
m.t.v. AISH.COM

 

The Stoning Dog Hoax
by Yvette Alt Miller

The sad phenomenon of anti-Jewish slurs.

 

Have you heard the one about the dog in the Jerusalem courtroom? Millions of people have.

According to a host of reputable news outlets, including Time, Agence France Presse and the BBC, a judge in a Jewish court in Jerusalem claimed last week that a stray dog was the reincarnated soul of a secular lawyer he had cursed. This curse-casting judge – according to news outlets – then turned to our ‘barbaric’ tradition of Jewish law and condemned the unfortunate dog to death by stoning, enlisting local Orthodox Jewish children (who presumably are pretty blood-thirsty) to carry out this “sentence”.

The world’s media reported on this story days after it had been exposed as a hoax.

The story quickly reverberated around the blogosphere. For a time it became the most-read story on the BBC’s website. It was passed around by the thousands on Facebook and Twitter, and generated rabid comment postings. (Here’s a typical one from Time Magazine’s website: “I would rather have the dog live than people like you.”)

Yet the joke was on us.

It turns out that the world’s media reported on this story days after it had been exposed as a hoax.

The story’s genesis was an article in the Israeli newspaper Maariv on June 3, 2011, which apparently based itself on an unsubstantiated rumor posted on an Israeli chatroom. Following this wild allegation, the Jewish religious court in question issued a lengthy explanation of the true events: a dog had indeed wandered into the courtroom, and jurors called 106, the number of Jerusalem’s Municipal Dispatch in charge of stray dogs, which eventually came and removed the dog. The court urged Maariv to confirm their version of events with the Jerusalem city council.

Apparently they did, because on June 15, Maariv printed a correction. (It seems that the story was based on the wild – and untrue – allegations of one court employee, who fabricated the entire tale.)

Unbelievably, however, the world’s media jumped on board after Maariv’s retraction. Ynet, an Israeli news service, posted the uncorrected “story” the next day, along with a statement from a judge denying the story . On June 17, BBC picked up the now-discredited story and put it on its website – reporting it as “fact” – thus giving the story the prestige of a prominent international news outlet. Time Magazine, Agence France Presse and the British Daily Telegraph newspaper posted the stale story on their website the following day.

Even days after the widespread acknowledgement that the story was a hoax, many of these websites offered only oblique acknowledgements of their error. The BBC, for instance, offered that Maariv had retracted their story: as if the retraction had somehow caught the BBC out by surprise, instead of coming days before the BBC’s use of their now-discredited story. (They eventually took the item off their website, as did the other news sites, though the original stories remain easily accessible in an internet search and will probably remain there, poisoning the blogosphere, forever.)

Time and the Daily Telegraph updated their websites to state the article was a hoax: the Daily Telegraph even traced the original story to a Jerusalem court reporter who said he had made a “joke”. While these corrections and retractions are welcome, for millions of readers, the damage has already been done.

Believing the Smear Campaign

What happened?

One reason this story was too juicy to ignore – even when it should have been obvious to any reporter with an internet connection that it was not true – was that it feeds into a stereotype of Israelis and Jews, especially religious Jews, as being bloodthirsty and strange.

Many of us are used to the lies and slander about Israel.

We live in a world in which the most grotesque allegations are increasingly being made against Israel. Ten years after the 9/11 attacks in the United States, it is received wisdom in many places that “Jews” or “Israelis” were behind the attack. In 2010, a deadly shark attack in Egypt was even blamed on Israel. This came soon after the ludicrous allegations – made by a member of Britain’s House of Lords – that Israel had set up a life-saving field hospital in Haiti in order to harvest the organs of innocent Haitians.

Unfortunately hatred exists within the Jewish nation as well.

Our community should be exposing these vile lies. Yet we often accept even the wildest fabrications with a shrug – particularly when they are about the Orthodox Jewish community. Unfortunately the hatred isn’t only between Jews and non-Jews, it exists within our nation as well.

How many Jews read the slander about the dog being stoned to death and thought, Well, maybe that’s how Orthodox Jews behave? How many of us thought to question the bizarre details of the story?

It used to be that Jewish communities were more cohesive. We all lived in similar areas, and even secular Jews often rubbed shoulders with religiously observant Jews. Many people who are middle aged and older even remember their grandparents and great-grandparents who remained observant, even when the younger generations in places like America moved away from Jewish tradition.

For thousands of years, being religiously observant has been seen as a normal, natural, fulfilling way to live one’s life. Being an Orthodox Jew – keeping kosher, celebrating Shabbat, etc. – wasn’t considered weird or scary.

But today, much of that cohesion has broken down, and many non-observant Jews have little contact with their more religious brethren. Without daily contact, it is easier to believe in the slanted stories, in the sensationalist items we read in our newspapers and our in-boxes, in the many slanders of traditional Judaism and Jews.

Particularly when the press insists on reporting the most salacious, most bizarre stories about Jewish communities, it is easy to get a slanted, distorted view.

Take Action

What can we do?

Most immediately, we can become more discerning consumers of news. If something sounds too outlandish to be true, it often is. Question negative news reports about our community. Check out websites like www.HonestReporting.com and the Anti-Defamation League.

Reach out to a Jew different than you.

We can also educate ourselves about Judaism and Israel. (I realize these are different things, but unfortunately many of the slanders we read about the Jewish state ooze over into slanders about Judaism too: the fiction about the dog being sentenced to stoning is a case in point.)

But most importantly, reach out to a Jew different than you. We are one people, one family, so let’s do our part to bridge the gap and connect to family members you have never spoken to. Getting to know different types of Jews will lessen the unfamiliarity, the sense of other, and will likely result in a newfound sense of respect and care.

The smear about the Jewish court sentencing the dog got a lot of people angry. But we can turn our anger – our outrage at being duped by an anti-Semitic press – into action. Let us resolve to start learning more about our own heritage and religion instead.

Perhaps this way we can turn this experience into something positive.