PARASHAT BECHOEKOTAI

In Mijn inzettingen                       Leviticus. 26:3 – 27:34

 

Maar als jullie niet naar Mij luisteren en jullie al deze mitzwot niet doen. (Leviticus. 26:14)

Er zijn verschillende meningen onder Kabbalisten ten aanzien van beloning en straf die de Thora voorspelt voor het in acht nemen en het niet in acht nemen van de mitzwot.

Nachmanides (Rabbi Moshe ben Nachman) opinie is dat, “De beloning die een persoon ten deel valt voor het doen van een mitzwa, of de straffen vanwege overtreding, alleen komt door het boven natuurlijke. Wanneer een persoon is overgeleverd aan zijn natuur en natuurlijke lot, zou de rechtschapenheid van zijn daden hem niets geven, en niets van hem nemen. Daarentegen zijn de Thora beloningen en straffen in deze wereld allen wonderen. Zij komen verhuld, zodat de in acht nemende denkt dat zij hebben plaats gevonden door de normale gang van zaken van de wereld; maar zij zijn in waarheid G’ddelijk verordende beloningen en straffen aan een persoon.”

Andere Kabbalisten echter, houden staande dat dit een natuurlijk proces is. In de woorden van de Shaloh: “De boven natuurlijke werelden reageren op de handelingen van de lagere wereld en vandaar spreid de zegen zich uit naar de gene die het heeft veroorzaakt. Voor de gene die deze waarheid begrijpt, is het geen wonder, maar de aard van de avodah ( menselijk levenswerk in het dienen van G’d)”.

Met ander woorden, juist zoals de Schepper bepaalde wetten heeft vastgesteld van oorzaak en gevolg die de natuurlijke werking van de fysieke wereld karakteriseren, zo ook bepaalde Hij een spirituele morele “natuur”, door welk goed doen resulteert in een goed en voldoening gevend leven en kwaad doen resulteert in negatieve en conflictvolle gewaarwording.

Een derde benadering associeert lijden met zonde als een bijproduct van G’Ds rehabilitatie van de snode ziel. De analogie is het verwijderen van een geïnfecteerde splinter van iemands lichaam: de pijn die wordt ervaren is niet een “straf” voor de onvoorzichtigheid van de persoon als zodanig, maar een onvermijdelijk onderdeel van het genezingsproces zelf. Het feit dat een vreemde substantie zich heeft ingebed in levend vlees welke tot bederf leidt, veroorzaakt bij verwijdering een pijnlijke gewaarwording. Hetzelfde gebeurt wanneer iets dat vreemd is aan de verbintenis van de ziel met G’D wordt ingebed, het onttrekken van dit vreemde lichaam en helen van de verbintenis wordt als pijnlijk ervaren zowel voor het lichaam als voor de ziel.

SHABBAT SHALOM

 

PARASHAT BEHÁR

Op de berg               Leviticus. 25:1 – 26:2


Shabbat: Rusten en Verheffen


Geschriften van de Ari

Als jullie in het land komen dat Ik jullie geef, dan zal het land rusten, een Shabbat voor G’D. (Leviticus. 25:2)

De betekenis van het Shabbatjaar en jubeljaar zal worden [na de volgende uiteenzetting].

We zien dat er een wekelijkse Shabbat is en een Shabbatjaar, dat eveneens Shabbat wordt genoemd. Zoals is geschreven “….een Shabbat voor G’D” (ibid. 25:2) en “De Shabbat van het land….” (Ibid. 25:6). Laat ons nu onderzoeken waarom het Shabbatjaar ook Shabbat wordt genoemd en wat de verschillen zijn tussen de [wekelijkse] Shabbat en het Shabbatjaar.

We hebben al eerder uitgelegd dat het spiritueel rijzen van alle werelden de essentie van Shabbat is. Elke wereld stijgt naar een hoger niveau dan waar het zich gedurende de rest van de week.

Meer preciezer: De Netzach – Hod – Yesod – Malchoet van Asiya [als een groep] stijgt naar een niveau [dat normaal wordt bezet door] Chesed – Gevoera – Tiferet; Chesed – Gevoera – Tiferet stijgt naar het niveau van Chochma – Bina -Da’atChochma – Bina – Da’at van Asiya stijgt naar het niveau Netzach – Hod -Yesod – Malchoet van Yetzira, enzovoort, tot aan het oorspronkelijke begin van de emanatie zelf. Want zelfs Arich Anpin stijgt [op Shabbat], en zijn plaats wordt ingenomen door Abba en Imma, zoals bekend.

De sefirot gedragen zich als een groep met betrekking tot hun “energie niveaus”. Ofschoon elke sefira zijn eigen identiteit heeft, werken de sefirot van het intellect en van de emotie samen als functionele gedragseenheden. Om die reden, vindt de stijging die zij ondergaan op Shabbat relatief tot deze energie niveaus plaats.

Een “wereld” in Kabbala is een niveau van bewustzijn, een sfeer waarin alles in een gemeenschappelijk besef van G’D deelt. Een lagere wereld draagt minder bewustzijn; een hogere wereld meer. De stijging van de werelden op Shabbat is een snede in de hiërarchie van bewustzijn, dit betekent dat elk niveau tijdelijk in staat is om een bewustzijnsniveau van G’D te dragen die normaal te hoog zou zijn. Normaal als iemand of iets op het niveau van Chesed – Gevoera -Tiferet van Asiya het bewustzijn Chochma- Bina- Da’at van Asiya wil verwerven, betekent dit dat hij zich zou moeten verheffen van het bestaande niveau naar het volgende hogere niveau. Op Shabbat echter stijgt het lagere niveau naar het hogere niveau terwijl zijn identiteit toch op het lagere niveau bewaard blijft. Deze tijdelijke “ombuiging” van realiteit vind alleen plaats op Shabbat. Zodra Shabbat voorbij is, keert de voorafgaande staat naar zijn realiteit terug.

Het Shabbatjaar wordt een Shabbat genoemd omdat het gelijk is ten opzichte van de Shabbat. Alle werelden stijgen naar een niveau hoger dan normaal, net zoals zij doen op een [wekelijkse] Shabbat.

Het verschil is dat op Shabbat de hele schepping een verheffing beleeft, terwijl in het Sabbatjaar alleen de drie [lagere] werelden, Beriya, Yetzira, en Asiya zich verheffen.

SHABBAT SHALOM

 

 

PARASHAT EMÓR

Zeg          Leviticus. 21:1 – 24:23


Geschriften van Rabbi Jitzchak Luria


Broodkruimels in de Baard


Kabbala beschrijft de mystieke verbinding tussen brood en G’ddelijke barmhartigheid

Aan het einde van het Thoragedeelte van deze week wordt de opdracht gegeven om de “toonbroden” te bereiden. (Leviticus. 24:5:9)  Er waren twaalf exemplaren van dit speciale brood, die werden geplaatst op een speciale tafel in het Heiligdom voor Shabbat en een week later vervangen door nieuw gebakken broden..

 

[We zullen in het kort uitleggen] waarom er twaalf toonbroden waren en waarom zij [miraculeus] warm waren, zelfs een [week later] wanneer zijn vervangen werden.

 

Onze Wijzen stellen dat de toonbroden de hele week warm bleven. (Chagiga.26b). Dit wordt afgeleid uit de woorden: “om het te vervangen door warm brood op de dag dat het was weggenomen.” (Samuel I 21:7), verwijzend naar de toonbroden. Ofschoon de eenvoudige interpretatie van het vers niet inhoud dat de toonbroden de hele week warm bleven, is de Homiletische interpretatie gebaseerd op het feit dat de frase “warm brood” refereert aan het brood van de vorige week: “warm brood op de dag dat het was weggenomen”.

 

Ter verduidelijking: Er is verklaard dat een aantal verschillende koppelingen [tussen verschillende partzoefiem] boven [in de spirituele sferen] worden omschreven als “eten”.

De sefirot veranderden zodat zij op elkaar konden inwerken. Deze koppelingen of paringen kregen de term “eten”. Het doel van de transformatie (of metamorfose) van de sefirot in partzoefiem was dat zij daardoor in staat waren om op elkaar in te werken en elkaar wederzijds konden bevruchten. Deze vereniging produceerde “fruit” of “nakomelingen” in de vorm van G’ddelijk “Licht” dat in de lagere partzoefiem en de lagere werelden schijnt. De reden dat sommige van deze koppelingen de term “eten” kregen, wordt hieronder in het kort verklaard.

 

Dit is de mystieke betekenis van de frase “Eet, O geliefde metgezellen” (Hooglied.5:1).  Dit vers refereert aan de koppeling van Abba en Imma die werd veroorzaakt door de stroom van energie van de heilige mazal van de baard van Arich Anpin. (Sha’ar HaMitzwot, parashat Emor)

 

Willen Abba en Imma zich kunnen verenigen, dan moeten zij een beïnvloeding van hoger bewustzijn ontvangen van de partzoef boven hen, die van Arich Anpin. In een parallelle passage in de geschriften van de Arizal (Taámei HaMitzwot, parashat Emor)  wordt de frase “de mazal van de baard van de “Atika Kadisha” gebruikt, in plaats van “de heilige mazal van de baard van Arich Anpin”. Hoewel de term Atik Yomin specifiek refereert aan de hogere van de twee partzoefiem van Keter, wordt de term Atika Kadisha (“de heilige Oude”) een algemene term voor Keter.

De baard wordt gezien in Kabbala als de zetel van barmhartigheid (rachamiem). Kabbalistische werken identificeren de dertien componenten van de baard (hetzij plukken haar of delen van het gezicht die zijn verstoken van haar en dus de baard omlijnen), met G’D’s Dertien Eigenschappen van Barmhartigheid (Exodus. 34:3-7).  En inderdaad Arich Anpin suggereert “geduld”, een concept dicht gelieerd aan dat van barmhartigheid. De Dertien componenten van de baard van Arich Anpin worden mazalot genoemd (enkelvoud, mazal), wat  “oorspronkelijke uitstroming” of beïnvloeding betekent.

 

Zoals bekend bestaat de baard van Arich Anpin uit drie iteraties van de G’ddelijke Naam Havayah, die samen 12 letters verschaffen, corresponderend met de 12 delen van de baard [naast de 13e mazal]. De numerieke waarde van deze drie namen [3×26] zijn de zelfde als die van het woord [in het Aramees voor “mazal’] mazla[78].

 

Deze dertien mazalot waren verdeeld in twee groepen. Twaalf correspondeerden met de G’ddelijke vier letter Naam Havayah, drie keer herhalend (geeft 12 letters). De dertiende mazal staat op zichzelf en behelst tezamen of kapselt de andere twaalf in.

Dit wordt aangeduid door het feit dat de numerieke waarde van drie keer de G’ddelijke Naam Havayah, 3×26, gelijk is aan de numerieke waarde van het Aramese woord [de Zohar is geschreven in het Aramees] voor ´mazal”, “mazla” (78). Het is deze dertiende mazal die moet schijnen op Abba en Imma om hen te koppelen, te paren.

 

In Kabbala en Chasidoet wordt uitgelegd dat de dertiende mazal de hele reeks van mazalot in eigenschappen van barmhartigheid transformeert. Dit is omdat numeriek gezien, twaalf een gesloten streng perfect systeem is; gereflecteerd in de fysieke wereld door de twaalf maan maanden en de twaalf tekens van de zodiak; in het Joodse Volk door de twaalf stammen; in de spirituele sferen door de twaalf permutaties van de letters van de G’ddelijke Naam Havayah enz. In elk van deze reeksen echter is [soms verborgen] een dertiende element dat flexibiliteit en een aanpassende kwaliteit toevoegt, die de reeks levend en buigzaam en uitvoerbaar maakt. Dit is misschien het meest zichtbaar met betrekking tot de twaalf maan maanden. In de Joodse kalender wordt een dertiende maand toegevoegd in 7van elke 19 jaar om het maanjaar op één lijn te brengen met het zonnejaar. Hier maakt de dertiende maan maand de twaalf oorspronkelijke tot een krachtig systeem, dat kan samenwerken met zijn zon “maat”. Het zelfde gaat op voor de dertiende stam Levi, dienend in de Tempel, de twaalf stammen van het Joodse Volk verzoenend met hun “maat” G’D.

 

Deze passage betekent dus, dat om Abba en Imma om te koppelen, zij eerst een stroom van barmhartigheid of meedogend bewustzijn moeten ontvangen. Dit is natuurlijk ook een relevante les ten aanzien van echtelijke verhoudingen en zelfs voor alle typen van intermenselijke communicatie: het onderliggende bewustzijn en benadering naar de andere partner toe, moet er een zijn van barmhartigheid, empathie en goedhartigheid.

 

…..en van het woord voor “brood” [“lechem”, dat een numerieke waarde heeft van 78].

Dit indiceert de afhankelijkheid van koppeling (eten van brood) op de stroom van bewustzijn van de mazal.

 

Corresponderend met deze twaalf letters zijn de twaalf toonbroden. Dit omdat de heilige dertiende mazal het concept van de dubbele vav uitdrukt, die gelijk is aan 12 [aangezien de numerieke waarde van vav 6 is].

 

[Dit is waarom de toonbroden werden gerangschikt in twee stapels] zes aan de ene zijde en zes aan de andere zijde.

SHABBAT SHALOM

 

PARASHAT KEDOSHIEM

Heilig

 

Leviticus 19:1 – 20:27

Het aspect kedoesha, heiligheid, kent drie verschillende vormen van heiligheid, vijf, als we de subcategorieën meerekenen. De drie basiscategorieën zijn:

  1. De heiliging van het lichaam, zoals al in eerdere parashot van het boek Leviticus is besproken, zegt de Thora:”We’hitkadishtem” “zorg ervoor dat jullie heilig zijn” (11:44)
  2. De heiliging van ruimte, zoals wordt genoemd in het vers: “….kie hamakom……kodesh hoe” “want de plaats is heilig” ( Exodus 3:5 ) dit heeft te maken met fysieke separatie van andere plaatsen.
  3. De heiliging van tijd, zoals wanneer de Shabbat “mikra kodesh” wordt genoemd “een heilige convocatie.”

De heiliging van het lichaam is verdeeld in verschillende drie niveaus. Het zijn de drie niveaus die onze geleerden hebben gerangschikt en welke behandeld worden in Reshiet Chochma. Onze wijzen in Berachot 57 spraken over deze drie categorieën in termen van “een prachtig verblijf “, ” een prachtige vrouw “, en “een prachtige meubilering, verrijkt en ontwikkelt het verstand van een mens”. Het woord “verblijf” is een metafoor voor het hart, de zetel van het leven. Het woord “vrouw” is een metafoor voor de heilige ziel. Het woord “meubilering” is het metafoor voor iemands handwerktuigen, instrumenten.

De betekenis van dit alles is dat de taal van de verschillende menselijke ledematen, als instrumenten, waarmee hij G’D’s wetten uitvoert om de eigenaar ervoor te bewaren voor eventuele potentiële gevaarlijke situaties, welke hem kunnen leiden naar een staat van onreinheid. Deze “instrumenten” moeten worden aangewend om te verzekeren dat de mens de positieve geboden uitvoert en eveneens er op toeziet dat hij zich weerhoudt in het overtreden van de negatieve geboden. De functie van het hart, is de sferische verblijfplaats van gedachte en bezinning. Het hart moet een instrument zijn, welke de mens instaat stelt om het Heilige der Heiligen te bereiken, de spirituele elevatie binnen zijn bereik. Er zijn zo veel dingen waarmee het hart is uitgerust, dat het onmogelijk is ze allemaal te noemen. Zij bevat begrippen als, “haat niet,” “neem geen wraak,” “draag geen wrok en misgunst uit,” ” heb je naaste lief,” om er maar een paar te noemen. De meeste en hun Thorabronnen worden omschreven en verklaard in het boek Chovat Halevavot. De heiligheid van de ziel, een deel van G’D, is, om zich te hechten aan elk esoterisch aspect van Thora binnen iemands bereik. Men verdient dan de verborgen aspecten van het scheppingsproces en zelfs het gedeelte wat gewoonlijk genoemd wordt als “Ma’asè Merkava“, beschouwingen over procedures in de Hemelse Regionen. Het bereiken van de hogere stadia van heiligheid in de drie genoemde gebieden, behelzen allen het directief van het heiligen van het lichaam. Dit directief bevat het gehele domein wat wordt genoemd “de gestalte van de mens” zowel zijn visuele als zijn niet visuele aspecten.

De heiliging van ruimte is een esoterische dimensie van “kawot“, respect, eerbetoon. De Thora verwijst hier naar, als het voorschrijft dat de meeste offers gebracht moeten worden aan de noordzijde van het altaar. M.a.w. Telkens wanneer de Thora deze term gebruikt, is het geassocieerd met de woorden: “lifnè HaShem“, “voor G’D” aan de voorkant van Zijn aanwezigheid. Dus het respecteren van een bepaalde plaats voor Hem.

Ik heb al eerder, in een andere parasha, gesproken over de heiliging van tijd. De reden dat onze geleerden de wekelijkse dagen relateren aan Shabbat [Vandaag is het de eerste dag van de week naar de Shabbat, Vandaag is het de tweede dag van de week naar de Shabbat, enz.] is dat zij wensen dat wij elke dag van de week bij onszelf de spiritualiteit ervaren van het feit, dat elke dag, in essentie een element in zich draagt van Shabbat. Als wij dit doen, hechten wij ons aan een wereld welke totaal onder de bescherming is van de Shabbat- geest, en onze mondaine activiteiten nemen daardoor een gestalte van heiligheid aan. Deze gedachte domineert de zegen die we zeggen aan het einde van de Shabbat wanneer we verwijzen naar “Geprezen, U, Eeuwige, onze G’D, Koning van de wereld die een onderscheid maakt tussen gewijd en ongewijd, tussen licht en duisternis, tussen Jisraël en de volkeren, tussen de zevende dag en de zes werkdagen.

De bovengenoemde drie voorbeelden van heiligheid, welke in feite vijf zijn, verwijzen naar de inhoudelijke verklaring van G’D met betrekking tot de drie schenkingen die Hij gaf aan Israël, Thora, het Land Israël en Olam Haba, de Komende Wereld. Het geschenk van Thora bestaat uit de drie resultaten welke haalbaar zijn via het hart.

a. De studie van alle aspecten van de Thora die leidt naar het uitvoeren van zijn geboden.

b. De gift van Erets Jisraël vertegenwoordigt de heiligheid van ruimte.

c. De gift van De Komende Wereld representeert de heiligheid van tijd, m.a.w. een wereld die authentiek is aan het concept van Shabbat.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

DE LAATSTE DAGEN VAN PESACH

FEESTMAAL VAN MASHIE’ACH

Een van de meest belangrijke elementen van Pesach, de viering van de vrijheid van het Joodse Volk, is, dat het dient als een voorbereiding voor de uiteindelijke en eeuwige verlossing door onze rechtschapen Mashie’ach [Mashiach, Messias]. (Haggada shel Pesach, Likkutei Taamin)

Zoals het vers bevestigt: “Ik zal wonderen openbaren [in de periode van de uiteindelijke verlossing] zoals in de periode van jullie uittocht van Egypte.” (Micha 7:15) In feite maakt de uittocht van Egypte alle aansluitende verlossingen, inclusief de uiteindelijke, mogelijk. (zie Sefer HaMaamariem 5708, p.164.)

Ter verduidelijking: de eerste dagen van Pesach hebben het meest betrekking op de uittocht van Egypte zelf, terwijl de laatste dagen meer verbonden zijn met de toekomstige verlossing. (Sefer HaSichot 5700, p.72) Dit is eveneens te zien in de Haftarot [Profetenlezingen na de Thoralezing] gedurende de twee laatste dagen. (Sjoelchan Aroech Admoer HaZakein, Orach Chayiem 480:5,6) De Haftara van de zevende dag Pesach is het lied van David, (Megilla 31a; Toer en Sjoelchan Aroech) aangezien die dag (en ook de achtste dag van Pesach) een verbinding is naar Mashie’ach, een nakomeling van David. En in het bijzonder ten aanzien van de Haftara op de laatste dag, welke direct spreekt over de komende Verlossing. Gedurende deze twee laatste dagen van Pesach, benadrukt Acharon Shel Pesach de laatste dag, het meest de uiteindelijke verlossing. De Haftara spreekt openlijk en uitgebreid over de komende verlossing en over de persoonlijkheid van Mashie’ach zelf, de houding van de wereld en de verzameling van Joden. (Jesaja 11: 1-3, 6-9, 11-12)

De relatie tussen Acharon Shel Pesach en de komende Verlossing werd zelfs door de Baal ShemTov naar een hoger niveau gebracht door het instellen van een speciaal derde en laatste Acharon Shel Pesach maal, genaamd “het feestmaal van Mashie’ach” omdat “deze dag is geïllumineerd door een lichtstraal van Mashie’ach.

Wat is er bijzonder aan om zoiets als de zeer verheven toekomstige Verlossing te viering met nog een extra fysieke maaltijd? Het vieren van de komende Verlossing op zo’n manier verlicht de persoon niet alleen door geest en woord (bereikt door het zeggen van de Haftara), maar evenzo zijn fysieke lichaam.

Dus dit concept is geassimileerd in het eigenlijke lichaam van de persoon zelf. Bovendien, gedenken en vieren door een maaltijd verwijst naar de heiligheid die de gehele wereld zal doordringen wanneer Mashie’ach komt. Want in die tijd “Zal zich de Glorie van de Eeuwige openbaren en al wat vlees is zal gewaar worden…….” (Jesaja 40,5)

Dit doordringen van het materiële door het spirituele wordt het best bereikt door heiliging van voedsel. Want een Jood eet zelfs een gewone maaltijd met de intentie om heiligheid in deze wereld te brengen en des te meer met betrekking tot een maaltijd op een heilige dag! Dus zeker de speciale, eenmaal per jaar, Acharon Shel Pesach“Het feestmaal van Mashie’ach” die ons in staat stelt ons te realiseren hoe al het fysieke zal worden doordrenkt met heiligheid in de tijd van de Verlossing.

Het effect van dit speciale gebeuren is natuurlijk niet beperkt tot de dag van Acharon Shel Pesach zelf, integendeel, het idee is dat het de Jood door het hele jaar moet effectueren, zodat alles wat hij doet in relatie tot de mondaine wereld doordrongen zal worden met heiligheid en spiritualiteit, net zoals de spiritualiteit die de wereld zal doordringen bij de komst van Mashie’ach.

De lering van Acharon Shel Pesach echter, is niet gelimiteerd aan iemands verhouding tot de fysieke wereld; het relateert tevens ook naar het spirituele innerlijk van elke Jood. Want het niveau van Mashie’ach is naar de essentie van elke Jood ziel. Acharon Shel Pesach stelt elke Jood in staat om deze essentie het hele jaar door te openbaren, daarbij dient hij G’D met elk element van zijn wezen.

Chag Sameach

 

De veelbetekenende dagen van de Omer

Volgens de stellingen van Kabbala ontberen de dagen van de Omer het complete Licht van HaShem dat voor het eerst voort scheen in Egypte op de Pesach nacht en opnieuw op de Sinaï 50 dagen later op Shavoeot. [het ontvangen van de Thora op de Berg Sinaï]

Gedurende dit interludium, zijn de hemelse sefirotische Lichten in een staat van “herbouw”. Dag in Dag uit, niveau voor niveau worden de G’ddelijke Lichten, gereveleerd op Pesach, “opnieuw geladen”.

Deze procedure continueert tot Shavoeot wanneer alle Lichten zijn herbouwd en opnieuw zijn geladen, dus in staat om de Thora te reveleren. Echter in de tussentijd zijn deze intermediaire dagen, dagen van onvoltooiing en gebrek aan Licht.

Daarom, institutionaliseerden de Geleerden, zich bewust van deze spirituele waarheid, dat tijdens de dagen van de Omer men zich gedraagt in een staat van rouw en spirituele oplettendheid, Zoals iemand die in rouw is, knippen wij gedurende die tijd ons haar niet, geen nieuwe kleren en houden geen feestelijke bijeenkomsten zoals bruiloften.

Volgens de Kabbalisten duren deze bepalingen de gehele periode van de Omer, tot aan de dag voor Shavoeot. Maar niet iedereen is zo voorzichtig als de Kabbalisten. Traditioneel religieuze Ashkenazische Joden nemen deze restricties alleen in acht tot de 33e dag van de Omer, Sefardiem één dag meer.

Zelfs vandaag, zoals in de tijd van Rabba Akiva, hebben we verschillende niveaus van studenten. De Kabbalisten van vandaag kunnen vergeleken worden met het hoogste level van studenten van Rabbi Akiva, terwijl de overige studenten vergeleken kunnen worden met de eenvoudigen die nog niet de hogere verheven status bereikt hebben.

De Kabbalisten van vandaag zijn in feite de moderne studenten van Rabbi Akiva, redacteur van Sefer Yetzira of Rabbi Shimon Bar Jochai (Rabbi Akiva’s erfgenaam), auteur van de Zohar. Van Kabbalisten van vandaag, net zoals van de studenten van de grote Leraren vóór hen, wordt verlangd dat zij leven op het hogere niveau, boven en hoger dan de gewone studenten om hen heen. Zij moeten hiervoor gerespecteerd en bewonderd worden.

De Omer is een tijd voor ons om uiterst zorgvuldig te zijn. De Omer is een tijd waarin we spiritueel kwetsbaar zijn in het ontvangen van vergoeding van negatiefgedrag. De Omer is een tijd van een spirituele “Wet van Murphy”, de wet van behoud van ellende, die stelt dat als iets fout kan gaan, het fout zál gaan en wel in de ergst denkbare mate.

We kunnen niet de veelbetekende invloed die de Omer over ons brengt veranderen. Doch, wij kunnen ons concentreren op wat eventueel fout kan gaan, door het juiste te doen.

Tijdens deze 49 dagen van de Omer wanneer de krachten van strengheid heersen over het Joodse Volk, signaleren de Kabbalisten dat er algemene hemelse eenheid van de Sefirotische krachten is.

Daarom onthouden zij zich van de poging om zo’n eenwording uit te voeren in hun gebeden. Gedurende de tijd van de Omer voeren de Kabbalisten geen meditatie uit in het gebed, met uitzondering van deOmer telling zelf.

Tijdens de telling van de Omer, participeert de Kabbalist in de herbouw van de sefirotische structuur, sefira voor sefira, week voor week, tot alles is gecompleteerd op de 50e dag, de nacht van Shavoeot.

Elke afzonderlijke week van de zeven weken, herstelt één van de sefirot. Elke dag van de week herstelt één van de zeven aspecten binnen elk van de zeven sefirot. Dus tijdens de eerste week is de sefira van Chesed herbouwd. Op dag één is, de Chesed van Chesed herbouwd, op dag twee, is de Gevoera van Chesed herbouwd, op dag drie is de Tiferet van Chesed herbouwd enz.

In week twee is de sefira van Gevoera herbouwd op de zelfde wijze. Op dag één van de tweede week is Chesed van Gevoera herbouwd, op dag twee van de tweede week is de Gevoera van Gevoera herbouwd enz.

Op de 49e dag van de Omer is uiteindelijk Malchoed van Malchoed herbouwd.

Op de 50e dag, de kroon van Keter, wordt chochma en Bina toegevoegd aan de herbouwde lagere zeven binnen de zeven, dus completerend het geheel, wat met zich mee brengt de revelatie van de Thora.

Deze cyclus herhaalt zich elk jaar. Het is niet alleen een gebeurtenis in de tijd, het is evenzo een gebeurtenis in het denken. Het is een psychologisch proces van innerlijke groei en spirituele ontwikkeling dat we voorbestemd zijn te volgen. Net zoals we de spirituele Lichten in de hemelse wereld bouwen, zo bouwen we ook de innerlijke “Lichten” van expanderend bewustzijn in ons. Wat voor grotere expansie van bewustzijn kan er zijn dan het ontvangen van de Thora.

Niettegenstaande dat de Thora komt in de tijd dat die komt, moeten wij eerst het onontbeerlijke vat bouwen om het op een gepaste wijze te kunnen ontvangen. Niet voor niets noemt de Talmoed de studenten van Thora, bouwers, want zij bouwen de hemelse wereld van de sefirot en leren ons hoe we de innerlijke wereld van spirituele ontwikkeling, mentaal vermogen, emotionele veiligheid en fysieke zekerheid kunnen bouwen.

De Omer is een tijd om voorzichtig te zijn. Het is niet een tijd bang te zijn. Als we onze harten richten op de Hemel en onze ogen op het bouwen van de sefirot elk van de 49 dagen, zullen we gezegend worden door HaShem en beschermd zijn voor al het schadelijke.

De opdracht van het bouwen van de sefirot tijdens de Omer kan worden gevonden in meeste Orthodoxe Siddoers (gebedenboeken). Ongeacht wat iemand al dan niet begrijpt, zal men aandacht schenken aan wat elke dag van de telling betekent. Het kleine beetje licht dat iemand in zichzelf toelaat op die dag, zou genoeg kunnen zijn om iemand te bewaren voor de veelzeggende kracht van de Omer die latent over ons aanwezig is gedurende deze tijd.

Moge HaShem Zijn volk Israël en de gehele mensheid beschermen en ons een veilige telling en voltooiing van de Hemelse Lichten brengen.


 

HET TELLEN VAN DE OMER IS NIET ALLEEN MAAR STIJGEN OF AFDALEN

Het moet een combinatie zijn van beide. Zodat, hoe hoger we kunnen gaan tengevolge van de illuminatie die we hebben ontvangen op Pesach, des te krachtiger het Licht zal zijn dat we kunnen neerhalen in de zichtbare wereldse details van ons leven. En des te meer krachtig Licht we kunnen neerhalen in de zichtbare wereldse details van ons leven, des te meer reveleren we de aanwezigheid van G’ddelijkheid in deze wereld, des te meer verheffen en verhogen we ons en het hele universum steunt op G’D. En hoe meer we onszelf kunnen verheffen, des te intenser is het licht dat we neerwaarts halen.

Uiteindelijk culmineert het hele neerhalende proces in zo een krachtig Licht, dat het de gehele wereld zal belichten en al het fysieke transformeert zodat alles wat gescheiden is van G’ddelijkheid, spiritueel wordt.

Dit wordt aangegeven in de Talmoed: “Bar Kappara zet uiteen: De werken van de rechtvaardigen zijn groter dan G’D’s creatie van Hemel en Aarde!” (Ketoewot 5a). Wat betekent “door het werk van menselijke hand”? De mens heeft de capaciteit om door de façade van materie heen te kijken, om de existentie van de Oneindige Schepper achter de Schepping te bevatten, om zich met Hem te verbinden, aan Zijn Eigenschappen vorm te geven, en een rol te spelen in Zijn Drama, en om de hele wereld aan Hem op te dragen als een offer.

Op andere plaatsen wordt hiernaar verwezen in de omvorming van het woord “Or” gespeld met de letter ayin, wat huid betekent (relaterend aan fysiekheid) en aan “Or” gespeld met een alef, wat “licht” betekent, (relaterend aan spiritualiteit).

Toen G’D de wereld creëerde, bracht dit een neergaand proces met zich mee van spiritualiteit naar “energie”(Licht) naar “materie” (Huid). Wanneer we door de façade van materie kijken naar het innerlijke niveau van spiritualiteit dat het zijn existentie geeft, verheffen we “materie” (Huid) terug naar zijn “energieoorsprong” (Licht).

Dit idee [dat wij degenen moeten zijn die als instrument dienen in het bestralen van de gehele realiteit met het licht van G’ddelijkheid] is de personificatie van Lag BaOmer, de 33e dag van de OmerTelling, ter ere van Rabbi Shimon bar Jochai, door kaarsen en vuur in de openlucht aan te steken en het leren van de Zohar. In de Zohar reveleert Rabbi Shimon de diepste esoterische begrippen van de Thora, het mysterie van transformatie van fysiekheid (“Or” met een ayin) in spiritualiteit (“Or” met een alef).

Rabbi Tzwi Elimelech van Dinov ( Bnei Yissasschar, Chodesh Iyar, Maarar 3) verklaart de Mishna in Avot 2:9, waar Rabbi Jochanan ben Zakai zijn studenten vraagt: Wat is de juiste weg [met andere woorden, de meest belangrijke weg voor iemand te bewandelen en te leven in deze wereld]? Rabbi Eliezer antwoordt, “ayin tov” [een goed oog”]; Rabbi Jehoshoea antwoord, “chaver tov” [“een goede vriend”]; Rabbi Jossi antwoordt, “shacher tov” [“een goede buur”]; Rabbi Shimon antwoordt, “ha’roeh et ha’nilad” [de bekwaamheid om de consequentie te zien van iemands handelingen]; Rabbi Elazar ben Arach antwoordt, “lev tov” [“een goed hart”]; Rabbi Jochanan ben Zakai prees hen allen, maar zei dat Rabbi Elazar ben Arach’s antwoord al de anderen inhield.

Bnei Yissasschar verklaart waarom “lev tov” een goed hart zo belangrijk is. Hij vermeldt dat de numerieke waarde van “Lev”  (“hart”) 32 is, terwijl dat van “Tov” (“goed”) 17 is. Hij benadrukt de diepe leerstelling van de Zohar op het vierde vers in de Thora,  “G’D zag dat het Licht (Orgoed (Tov) was, en G’D maakte een scheiding tussen het Licht en de duisternis” (Genesis. 1:4), dat “Tov” een codewoord is voor “Or”, met andere woorden, de “Or HaGanoez”, het Oneindige Verhulde Licht verborgen in de Thora.

Hij merkt op dat de eerste keer dat het woord “Tov” wordt aangehaald in dit vierde vers, volgt na exact 32 woorden (het is het 33e woord van de Thora).

Hij continueert met te verklaren dat de 49 dagen van de Omer ordelijk zijn verdeeld in 32 opbouwende dagen naar Lag BaOmer, en 17 dagen van Lag BaOmer. De betekenis van “Lev Tov” in termen van de Omer, zegt hij, is de zuivering van het menselijk hart, met andere woorden, de purificatie van de menselijke persoonlijkheid, de karaktertrekken die ons gegeven zijn toen we geboren werden.

Dit is wat exact gebeurde toen we vertrokken uit Egypte op Pesach. We tellen 49 dagen om ons hart te zuiveren zodat we de Thora aan de Berg Sinaï konden ontvangen “als één man met één hart” (Rashi, Exodus. 19:2)

Het zelfde is elk jaar waar. We tellen 49 dagen (met andere woorden, we doen het eigen maken van purificatie en zuivering van ons hart), teneinde de Thora te kunnen ontvangen op Shavoe’ot. Dit is vooral vanaf Lag BaOmer. Lag BaOmer is de overgang naar de laatste 17 (=”Tov” “goed”) dagen van de Omer omdat op die dag het Verborgen Licht van de Thora, die Rabbi Shimon bar Jochai reveleerde in de Zohar, neerwaarts begint te schijnen in ons leven.

De verdeling van 49 in 32 en 17 is absoluut niet willekeurig. Met uitzondering van de eerste week van Pesach zelf, staan de eerste 32 dagen van de Omer bekend als zeer moeilijk. Alleen met de gedenkdag van het overlijden van Rabbi Shimon, worden de dingen meer ontspannen en worden meer en meer vreugdevol als we ons verder bewegen door de 17 interveniërende “goede” dagen dichter naar ons doel: de revelatie van het Licht van de Ein Sof al neerdalend in Malchoet van Malchoet op Shavoeot.

Eigenlijk is hier sprake van een paradox.

Veronderstel dat je naar de top van een extreme hoogte klimt. Je doel is de top, maar wanneer je die nadert gebeurt er iets. Het zicht van de top wordt voor je ogen verborgen! Op een vreemde manier verlies je het eigenlijke zicht van het doel als je nadert. Bovendien wordt het terrein ruwer en het klimmen moeilijker. Daarbij wordt de lucht extreem ijl, zodat het moeilijker en moeilijker wordt om te ademen. Je bent gedwongen om vaker te stoppen. Zelfs voelt het aan alsof de zwaartekracht sterker wordt. Met als resultaat, dat je langzamer vooruit komt. Om deze obstakels te kunnen neutraliseren, moet je je zelf geestelijk opkrikken met de gedachte dat je dichterbij bent dan ooit. Kijk hoe ver je gekomen bent! Het is nu niet het moment om op te geven!

Weggaan van Egypte en zich omhoog bewegen naar de Berg Sinaï is als het beklimmen van deze berg. Op een zeker punt is de oorspronkelijke drijvende kracht van het licht dat scheen niet genoeg. Een of andere inspiratie is nodig, niet van het voorbijgaande, maar van het toekomstige. En toch als je vordert, de berg omhoog, wordt het gaandeweg ruwer. Als het niet vanwege het licht was aan de top van de berg neerwaarts schijnend in onze zielen, ons verheffend, ons naar Zich toetrekkend, zouden we geen kans maken het te halen.

Laten we wel wezen, we kunnen niet meer doen wat we kunnen doen. We zijn gelimiteerd. Zonder bovennatuurlijke assistentie van Boven, kunnen wij nooit en te nimmer ons doel bereiken. Natuurlijk is het belangrijk dat we alles doen wat we kunnen doen, want menselijke inspanning is essentieel, maar voorbij een bepaald punt zijn onze handelingen ineffectief.

Waarom moet dat zo zijn? Omdat als we echt serieus zijn aangaande onze purificatie en verheffing, is wellicht de meest belangrijke en essentiële bijdrage van onze kant bescheidenheid. Natuurlijk moeten we het werk doen, maar op een zeker punt moet het ons duidelijk worden dat ons vermogen om alles te doen een gift van G’D is

Als we ons deze belangrijke karakteristiek, deze belangrijke les eigen maken, dan worden ineens de obstakels niet zo groot. We beginnen te acclimatiseren in deze ijle hoogten en realiseren ons dat wij niet werkelijk geleefd hebben tot dit moment. De blijdschap is overweldigend. De vreugde is bedwelmend. We geraken dichterbij! Nu, na 49 dagen, wanneer G’D Zijn Oneindig Licht neerwaarts schijnt in ons, is het totaal verschillend. Niet omdat voor ons of Hem, maar omdat, in Zijn Perfecte Wijsheid en uit Zijn Oneindige liefde voor ons, Hij ons een ervaring van de perfecte vereniging en verbinding geeft van Hem en ons, het werken van Hem door ons, van ons weten dat het absoluut Hem is. We hadden 49 dagen nodig om te begrijpen, maar het was het waard.

Elk jaar is Lag BaOmer de overgang in de laatste 17 (=”Tov”, “Goed”) dagen van de Omer omdat op die dag het Verborgen Licht van de Thora, die Rabbi Shimon bar Jochai slechts gedeeltelijk reveleerde in de Zohar, neerwaarts begint te schijnen in ons leven. Deze illuminatie is zelfs krachtvoller als we het Eind der Historische Tijden naderen en beseffen. Teneinde de krachten van diversiteit te overwinnen die zal trachten te voorkomen dat wij aankomen aan de uiteindelijke Sinaï, die staat aan het einde van onze reis door de wildernis van de historie, schijnt het Verborgen Licht neerwaarts in onze zielen sterker en sterker. G’D verheft ons opwaarts naar Hem. We moeten het ons enkel realiseren, in het bijzonder op dat cruciale ogenblik wanneer sommige van onze grootse tzadikiem heen zijn gegaan. Als zij zich Boven verzamelen om zich te verbinden met alle groten van het verleden, om samen de laatste Verlossing te bewerkstelligen, moeten wij ook ontwaken uit de droom van Deze Wereldse bewustzijn en tot het einde volhouden om het doel waarvoor we in deze tijd zijn geboren te vervullen.

Dus nogmaals, de essentie van de Omerperiode is het werk dat we moeten doen om ons het Licht van de Ein Sof eigen te maken, dat we voor een ogenblik hebben ervaren op Pesach, om onszelf te zuiveren van Beneden gedurende de 49 interveniërende dagen tussen Pesach en Shavoeot.  Dan, op de 50e dag, een dag die boven het tellen uitgaat, boven onze capaciteit om zelf te bereiken, schijnt het Licht opnieuw neerwaarts in al zijn volledigheid. Voor dit moment echter willen wij de vaten voorbereiden om het correct te ontvangen.

 

 

PARASHAT ACHARÉ MOT

Na de dood    Leviticus. 16:1 – 18:30


De Spraak Van De Onderlegde


Profetie Van Boven Is In Staat Om De Zwakken Te Sterken


Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar p.61a

Onder de vele onderwerpen die besproken worden in de Zohar deze week, is het aspect van het Heilige. Dit concept is verweven door geheel de Thora en met name van belang met betrekking tot het Tabernakel. Aaron is verteld niet zomaar in het Heilige te komen wanneer hij dat verkiest, zijn kleding wordt Heilig genoemd en het Tabernakel zelf is vanzelfsprekend Heilig. Rebbe Shimon vraagt aan ieder van zijn groep van Wijzen om iets van Thora te onderwijzen terwijl zij eten. De eerste die sprak was Rabbi Chizkiya.

 

Rabbi Chizkiya opent zijn verhandeling met het vers: “G’D, de Eeuwige heeft mij de spraak van de onderlegden gegeven, zodat ik zou weten hen die vermoeid zijn te ondersteunen met een woord.(Jesaja. 50:4)

 

Gezegend is Israël dat de Heilige, Geprezen zij Hij, hen gekozen heeft vanuit de volkeren [om de Thora te ontvangen] en hen “Heilig” noemde, zoals is geschreven, “Heilig is Israël voor G’D(Jeremia. 2:3). Daarenboven gaf Hij hen een bekwaamheid om zich te verenigen met De Heilige Naam [refererend aan de,  Naam Havayah alsmede Zeir Anpin]. Wat was het dat hen de verdienste gaf om zich te verenigen met de Heilige naam [Havayah]? Het was omdat zij waardig waren bevonden om de Thora te ontvangen [op de Berg Sinaï en vandaar uit zich te verenigen met G’D].  Want al degenen die waardig genoeg zijn om de Thora te ontvangen zijn waardig genoeg om de Heilige, Geprezen zij Hij, te verkrijgen.

Verder op leert de Zohar (pagina 73a), dat Israël, de Thora en G’D allen verenigd zijn in één binding. Het concept is dat de Thora de Wil van G’D representeert en door het doen van Israël van deze Wil van G’D door het vervullen van de Schriftelijke en de Mondelinge Thora, worden zij één met Zijn Wil en daarom met Hem.

 

Ook hebben we eerder geleerd van onze meester [Rebbe Shimon] welke [partzoef] Heilig wordt genoemd. Het is de volledige integratie van alles dat Hogere Wijsheid wordt genoemd [Chochma Ilaah].

Dit is de partzoef van Abba die alle andere constellaties van de sefirot beneden injecteert. Wijsheid en de kennis van de perfecte eenheid van de Schepping inbegrepen, eenmaal bereikt, beïnvloedt een persoon in zijn hele doen en laten. Zo ook, worden de partzoefiem Boven allen beïnvloed en verenigd door hogere wijsheid.

 

Het is van deze plaats [Yesod van Abba] dat de Heilig gezalfde olie [het bewustzijn van Zeir Anpin van de zijde van Abba] door bekende paden neerwaarts wordt gehaald.

De Yesod van Abba word een pad genoemd, waar vanuit bewustzijn voortkomt die vloeit in Imma/Bina.

 

Het vloeit naar die plaats genaamd Hoger begrip Bina Ilaah [Yesod van Imma]. Van daaruit emitteren bronnen en rivieren in elke richting totdat zij dat wat wordt genoemd “zot” bereiken.

 

Bronnen zijn fonteinen van kennis van de zijde van Abba,Chochma, en rivieren zijn de stroom van gestructureerd bewustzijn die afkomstig is van Imma/Bina naar al de lagere Sefirot in hun verschillende orden en opstellingen. Deze stroom beïnvloedt en verenigt al de andere Sefirot, zoals Chesed en Gevoera en Tiferet, neerdalend drie “bekende paden”, die de verbindende lijnen vormen in het diagram van de Sefirot.

Zij stromen neerwaarts om hun destinatie te bereiken in de Sefira van Malchoet die bekend is als “zot” of “Dit”. Wijzen naar iets en het “dit ”noemen, geeft aan dat het een fysieke realiteit is, schijnbaar gescheiden van het G’ddelijke. De Hogere Wil daalt af om dit niveau van de Schepping te beïnvloeden dat de Shechina wordt genoemd, wanneer het niet in bewuste vereniging is met het G’ddelijke.

 

Dat niveau nu wordt “dit” genoemd, wanneer zij is gezegend door die hogere plaats, [Heilig, en ook Chochma] Roeach HaKodesh genoemd [G’ddelijke Inspiratie of letterlijk, “Geest van het Heilige”]. Dat betekent dat het geestelijke van dat Hogere heilige [niveau], wanneer het voort emitteert en [de Sefira van Malchoet] opwekkend voorziet met mysteries van de Thora, vervolgens de Heilige Spraak wordt genoemd [refererend aan de Hebreeuwse Taal, letterlijk Heilige Tong].

Rabbi Chizkiya heeft ons nu terug verbonden met zijn openingscitaat, waar de Profeet Jesaja refereert aan de spraak [tong] van de onderlegden. Hier legt hij uit hoe de Sefira van Malchoet de stroom van inspiratie ontvangt die Heilig wordt genoemd. Zij wordt de Heilige Tong genoemd omdat zij de spreekbuis en de tong is waardoor de mysteries van de Thora worden gereveleerd. Vervolgens legt hij uit hoe de orde van neerdaling van bewustzijn in de Sefira van Malchoet eerst in de Sefirot van Netzach en Hod van Zeir Anpin, de plaats van waar de profetie emitteert. Vandaar uit emitteert van Yesod om te worden verenigd met Malchoet.

 

Op het moment wanneer de Heilige zalvingolie [Chochma] is neergehaald [van de partzoef van Abba] naar deze twee pilaren [Netzach en Hod van Zeir Anpin] die “de leer van G’D” worden genoemd en “legers”de overvloed daar verzamelen. Vandaar emitteert het in het niveau dat Yesod wordt genoemd [en van daar wordt het samengevat en gedelegeerd] aan de kleinere wijsheid [Malchoet].

 

Yesod is ook bekend onder de naam “tzadiek”, betekend, “rechtvaardige”De connectie met deze hogere wijsheid kan alleen in de juiste vorm tot stand worden gebracht door een rechtvaardig iemand die handelt en leeft wat verbonden is met Thora leer, mitzwot en goede daden.

 

Want deze [wijsheid in Yesod] wordt “de tong van diepgaande kennis genoemd”.

Yesod is vergelijkbaar met een tong of intermediair voertuig, waarop de Heilige Wijsheid van profetie wordt vervoerd zoals wordt gezegd, de leer van G’D emitteert van Netzach en Hod.

 

Het emitteert van daar om de hogere die heilig zijn aan te sporen [de profeten]. Dan [verwerkelijkt het de woorden van het geciteerde vers] zoals is geschreven, “G’D, de Eeuwige heeft mij de spraak [tong] van de onderlegden gegeven”. En waarom? “Zodat ik zou weten hen die vermoeid zijn te ondersteunen met een woord.(Jesaja. 50:4)

De hogere wijsheid is dus neerwaarts gehaald op een gerectificeerde wijze om met ondersteunende woorden van G’ddelijke profetie voor diegene, de vermoeid geraakten in de duisternis van de verbanning. Het verbindt opnieuw de luisteraar met de G’ddelijke intentie achter “het nieuws”, een glimp gevend van de hogere realiteit begeleid door persoonlijke en nationale historie. Deze nieuwe verbinding met G’ddelijke intentie is het tegenovergestelde van ballingschap, het is het Licht van verlossing.

 

En de Heilige, Geprezen zij Hij, heeft deze [tong van de onderlegde] gegeven aan de Heilige Lamp, Rebbe Shimon [bar Jochai]. Zelfs meer, Hij heeft hem hoger en hoger gebracht [naar de Sefirot van Chochma en Bina in Zeir Anpin, waar hij mysteries leerde die zelfs niet aan de Profeten waren geopenbaard]. Dat is waarom al zijn woorden van wijsheid zijn gesproken op een gereveleerde wijze [in tegenstelling tot de allegorieën en visioenen van de Profeten]. Het is over hem dat is geschreven, “Ik spreek tot hem van mond tot mond, duidelijk en zonder raadsels.(Numeri. 12:8)

 

Hoe fortuinlijk en gelukkig zijn wij om de leerstellingen van Rebbe Shimon te mogen leren.

SHABBAT SHALOM

 

 

 

 

 

 

 

PESACH 5771

REVELERENDE HANDELINGEN VAN ONZE KANT GENEREREN REVELERENDE REACTIES VAN DE SCHEPPER


Rabbi Shimon bar Jochai

De volgende sectie van de Zohar verklaart de geboden die de Israëlieten kregen opgelegd in de aanloop naar de laatste definitieve plaag, die van de dood van de mannelijke Egyptische eerstgeborenen. De Joodse mannen werd opgedragen om zichzelf te besnijden en om het Pesachlam te offeren en iets van het bloed op hun deurposten en dorpels boven de deur te smeren.

Als G’D dan Egypte doortrekt om het te treffen en het bloed aan de bovendorpel en aan de twee deurposten ziet, dan zal G’D voorbijgaan en destructieve krachten geen gelegenheid geven in jullie huizen te komen en toe te slaan. (Exodus. 12:23)

We hebben geleerd dat Rabbi Jose heeft gezegd: Dit vers levert een probleem op. Kon het zijn dat alleen wanneer Hij het bloed zag, Hij het huis zou overslaan? Moeten wij daaruit opmaken dat een teken nodig was voor G’D?

Ongetwijfeld zou G’D weten welk huis een Israëlitisch huis was en welk een Egyptisch huis zonder bloed besmeurd op de deurposten.

 

En als je antwoordt dat dit noodzakelijk was in termen van het gebod van het bloed, waarom dan moest het bloed aan de buitenkant worden aangebracht in plaats van in het huis?

 

Aangezien de Israëlieten in hun verbanning al waren gezonken tot de negenenveertigste poort van spirituele onzuiverheid ( zie Ohr Hachaim, Shemot 3:7), was er zeer weinig verschil tussen hen en de Egyptenaren. Overeenkomstig gaf G’D hen twee geboden, het bloed van het Pesachlam en het bloed van de besnijdenis (Shemot Rabba.17:3), zoals het vers in Ezekiel. 16:6 stelt: “Ik sloeg je over (Pesach) en zag jullie baden in je bloed en zei tot jullie,’In jullie ´bloed’ zullen jullie leven, en in jullie ‘bloed’ zullen jullie leven,’”. Merk op dat het woord “bloed”in dit vers in het Hebreeuws in het meervoud staat, verwijzend naar het bloed van het Pesachlam en het bloed van de besnijdenis en daarom continueert het vers tweemaal met de uitspraak, “in jullie bloed zullen jullie leven”.

Zij hebben hun leven gered door het vervullen van deze twee geboden.

 

Of het bloed op de deurposten en de bovendorpels aan de buitenzijde of binnenzijde van het huis werd gesmeerd is een onderwerp van meningsverschil onder de Geleerden van de Midrash (Mechilta. Bo 6) . Dit kan eveneens geassocieerd worden met het meningsverschil over de vraag of de uitspraak in de Pesach Haggadah gelezen zou moet worden als: “Iemand is verplicht om zichzelf te zien alsof hij net Egypte heeft verlaten” (Pesach 116b) of als “Iemand  is verplicht om zichzelf te tonen alsof hij net Egypte heeft verlaten” (Rambam, Jad Chametz u’Matzah). Volgens de eerste opvatting, bevond het bloed zich aan de binnenzijde (“zichzelf zien”), maar volgens de laatstgenoemde, bevond het zich aan de buitenzijde (“tonen zichzelf”). Het schijnt echter dat de Zohar hier de mening volgt dat het bloed aan de buitenkant van de deurposten was gesmeerd.

 

Bovendien, waarom werd hen opgedragen om het bloed op drie plaatsen van de ingang aan te brengen?

“Zij zullen het bloed nemen, het aanbrengen aan beide deurposten en aan de bovendorpel van de huizen.(Exodus. 12:7)

Jullie moeten een bundeltje hysop nemen en het in het bloed dat in de schaal is dopen; dan moeten jullie iets van het bloed dat in de schaal is in aanraking brengen met de bovendorpel en met de twee deurposten en, wat jullie zelf betreft, geen mens gaat de deur van zijn huis uit tot de morgen.” (Exodus. 12:22)

Als G’D dan Egypte doortrekt om hen te treffen en het bloed aan de bovendorpel en aan de twee deurposten ziet, dan zal G’D voorbijgaan en destructieve krachten geen gelegenheid geven in jullie huizen te komen en toe te slaan. (Exodus. 12:23)

Er is geschreven, ´ Hij reveleert de diepste geheimen en mysteries. Hij weet wat in duisternis is en licht verblijft in Hem” (Daniël. 2:22). Wat is dan de reden dat Hij verlangde dat het zichtbaar zou worden aan de bovendorpel en aan de twee deurposten?

Er is echter geschreven, “G’D zal zien en worden uitgedaagd [door hun overtredingen]….(Deuteronomium. 32:19) en G’D zag dat het kwade in de mens groot was op aarde (Genesis. 6:5)  [ en besloot om de mens weg te vagen van de aardbodem]. Van deze verzen leren we dat G’ddelijke Voorzienigheid niet Boven wordt gemanifesteerd totdat een handeling Beneden is verricht. Maar wanneer eenmaal een daad of een handeling heeft plaatsgevonden, wordt de [overeenkomstige] G’ddelijke Voorzienigheid opgewekt. Dienovereenkomstig alles, of het nu goed of slecht is, hangt af van daad en handeling.

Daar alles afhangt van de daden en handelingen van degenen Beneden, hadden zij gehandeld in het verborgene, zou de G’ddelijke Voorzienigheid eveneens zich hebben gemanifesteerd op een verborgen wijze. Nu kunnen we begrijpen waarom het bloed aan de buitenkant van de huizen moest worden aangebracht. Volgens deze mening in de Zohar, leidde het gebod om [de mitzwa] in een visuele en openbarende wijze uit te voeren, tot een G’ddelijke interventie die eveneens werd gemanifesteerd op een geopenbaarde wijze.

 

PESACH SAMÉACH

 

 

PARASHAT METSORÁ

‘Melaatse’        Leviticus. 14:1 – 15:33


Ongegeneerd kwaad


De geschriften van Rabbi Jitzchak Luria

Het Thoragedeelte van deze week begint met een bespreking van de purificatieritus die een persoon, getroffen door tzara’at, moet ondergaan, wanneer hij is genezen. Een van de karakteristieken van deze ritus is als volgt:

“Dan geeft de Priester opdracht om voor de te reinigen persoon twee levende, reine vogels te nemen, met cederhout, karmozijnrode wol en hysop. Vervolgens geeft de Priester opdracht de ene vogel te slachten boven een voorwerp van aardewerk, boven water uit een levende bron. De levende vogel neemt hij apart met het cederhout, de karmozijnrode wol en de hysop en die doopt hij, samen met de levende, in het bloed van de vogel die geslacht is boven het water uit de levende bron. Dan spat hij zeven keer op de van de tara’at ziekte, te reinigen persoon;daardoor reinigt hij hem; de levende vogel laat hij in het vrije veld wegvliegen. (Leviticus. 14:4-7)

 

De aandoening  tzara’at, is niet simpelweg een medische conditie, maar weerspiegelt een spirituele mentale aandoening, een gebrekkig gedrag in het leven. Dit gedrag is het gevolg van het binnendringen van bepaalde vormen van niet G’ddelijke ideeën of perspectieven in iemands wijze van denken, dat hem uiteindelijk depressief, negatief en asociaal maakt. Het purificatieproces moet dan weergeven hoe zo iemand zichzelf distantieert van deze negatieve wijze van denken.

 

Deze negativiteit of egocentrisme heet ongegeneerd “kwaad”in Kabbala. Het imaginaire beeld dat hiervoor wordt gebruikt is een “schil”, een grof, oneetbaar omhulsel, dat het fruit of vlees van de noot omringt. De beeltenis is kenmerkend op twee punten: allereerst, het feit dat de schil niet kan worden gegeten, het fruit afsluit en verwijderd moet worden, indiceert dat egocentrisme geen plaats heeft in een joods leven. In de tweede plaats, het feit dat de schil dient om het fruit te beschermen tijdens het rijpingsproces indiceert, dat in de context van zelfbehoud, het ego een doel nastreeft. In elk geval, centraal in het begrip van het purificatieproces van egocentrische negativiteit is de Kabbala “topologie” van kwaad. Het is dit onderwerp dat het grootste onderdeel zal vormen van de verhandeling van de geschriften van de Arizal.

Waarop ik (JG) in een later artikel op terug zal komen.

 

SHABBAT SHALOM