PARASHAT WAJERA

En hij verscheen      Genesis. 18:1 – 22:24


RABBI SHIMON BAR JOCHAI


ZOHAR 99a

Rabbi Abba opent zijn verhandeling met de woorden: “Wie zal de berg van G’D bestijgen en wie zal staan op Zijn heilige plaats? ( Psalm. 24:3)

Kom en zie: Mensen in de wereld vragen zich niet af  waarom zij op deze wereld zijn. Hun dagen gaan voorbij en rijzen op vóór de Heilige, geprezen zij Hij, elke afzonderlijke dag dat een persoon leeft op deze wereld. Elke dag wordt door Hem gecreëerd en zelfs nadat zij deze wereld hebben verlaten, staat ieder spiritueel voor Hem. Van waar uit leren we dit? Van het vers: “In Uw boek zijn allen ingeschreven, de dagen, toen er niet één van hen geschapen was.” (Psalm. 139:16)

Wanneer iemands tijd komt om deze wereld te verlaten, verschijnen al die dagen en stijgen op voor de Hoogste Koning, zo als staat geschreven: “ De dagen van Koning David naderen zijn dood” (Koningen I 2:1) en De dagen van Israël om te sterven kwamen naderbij”(Genesis. 47:29)

Wanneer een persoon in Deze Wereld is, mediteert hij niet waarom en gaat hij niet de reden na voor zijn leven en zijn doel in Deze Wereld. Integendeel hij denkt dat al zijn dagen zonder enige betekenis voorbij gaan, wat absoluut niet het geval is, aangezien elke dag staat voor eeuwigheid. Wanneer de ziel deze fysieke wereld verlaat, weet hij niet waar naar toe zijn weg leidt. Aangezien de weg naar Gan Eden, waar de rechtvaardige zielen schitteren, aan niemand bekend is, omdat de wijze waarop een persoon zich in Deze Wereld heeft gedragen beslissend is waarnaar toe hij vertrekt.

Hetgeen hij zocht in Deze Wereld beslist de trekkende kracht van zijn ziel bij het opstijgen naar de spirituele sferen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT LECH LECHA

Ga jij     Genesis.12:1 – 17:27


RABBI SHIMON BAR JOCHAI


ZOHAR I, 77b

De Eeuwige zei tot Abram, “Voor je eigen welzijn [in het Hebreeuws, ‘lech lecha’, de naam van het Thoragedeelte van deze week] ga weg uit je land, van je geboortegrond en uit het huis van je vader…..(Genesis. 12:1)

De woorden “Lech Lecha” betekenen letterlijk vertaalt “Ga naar jou”.

Rabbi Elazar zei: “Lech Lecha” betekent “voor je eigen bestwil, ga weg van hier en verbeter je ziel en verhoog je [spiritueel] niveau.”

G’D instrueerde Abram zijn huidige spirituele koers te verlaten door zich te engageren met mitswot en goede daden en deze ten uitvoer te brengen in het land Israël. Daar zou hij slagen in spirituele hoogten die voorheen onbereikbaar schenen.

“Het is niet passend voor jou om langer hier te zijn, te midden van deze negatieve mensen.”

Alhoewel zij Abram niet konden beïnvloeden om hen te volgen, zei G’D tot hem, dat het kwaad wat hem omringde zijn ziel besmette.

[Zohar I, 77b]

Een alternatieve vertaling van de woorden lech lecha “Ga naar je zelf”:

[Een andere interpretatie:} “Ga….zodat je je zelf leert kennen.”

G’D maakte hem duidelijk, “Begrijp de oorsprong van je ziel, zodat je zelf perfectioneert door de oorsprong van je ziel in deze wereld te openbaren.”

Ergens anders verklaart de Zohar dat elke rechtvaardige (Tsadiek) in Deze Wereld twee zielen heeft; één in Deze Wereld en één boven in de Hogere Werelden. Deze zijn in wezen verschillende niveaus van de ziel, het hoofdgedeelte van de ziel blijft boven, in de Hogere Werelden en de meer uitstralende weerspiegeling daarvan is gehuld in het fysieke lichaam van Deze Wereld.

G’D roept dus vele tsadikiem tweemaal bij hun naam, “Abraham, Abraham”, “Jacob, Jacob”, “Mozes, Mozes”, “Shmuel, Shmuel”, etc. om zo de ziel van boven  neerwaarts te laten komen in de uitstralende ziel beneden. Vanuit dit oogpunt werd Abraham geïnitieerd tot een reis om de oorsprong van zijn ziel zoals die boven is, te openbaren beneden in Deze Wereld.

[Zohar I, 78b]

Ga weg uit je land, van je geboortegrond en uit het huis van je vader.” Waarom deze herhaling?

Was het niet genoeg om te zeggen, “Ga weg uit je land?” G’D sprak echter tot Abrams ziel boven, prior voor zijn neerkomen in het lichaam.

“Ga weg uit je [hemelse] woonplaats, het huis van je Vader [ in De Hemel, naar het fysieke lichaam beneden in Deze Wereld], en van [de schatkamer van de zielen boven, welke ‘Goef’ [‘lichaam’] genoemd wordt.

Dit mag in alternatieve zin worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar het spirituele “lichaam” wat reeds eerder werd aangehaald in de Zohar.

[Zohar Chadash, Acharei 46d]

Het Hoofd van de Academie begon zijn verhandeling met het citeren van het vers “ G’D zei tot Abram, ‘Voor je eigen welzijn, ga weg uit je land….’” Want op deze wijze zou het licht hem verhelderen.

M.a.w., G’D maakte hem duidelijk dat hij zijn land en zijn geboorteplaats moest verlaten, omdat hij niet in staat was om daar licht te kunnen ontvangen.

Iemand die er niet in slaagt om in of op een bepaalde plaats iets te bereiken, moet vandaar optrekken en naar een andere plaats gaan waar hij meer succes van slagen heeft.

De geleerden van de Talmoed verklaren eveneens dat het veranderen van plaats een verandering van geluk brengt. (Rosh HaShana 16b; Bava Metzia 75b)

SHABBAT SHALOM

PARASHAT NOACH

Noach          Genesis 6:9 – 11:32


Rabbi Shimon bar Jochai.


Zohar P. 64b.

In de onderstaande vertaling, verklaart de Zohar, waarom de naam van G’D, gespeld joed hé vav hé (verwijzend naar “Havayah”) wordt uitgesproken op een niet relevante manier ten aanzien van de behorende spelling. De naam wordt uitgesproken als “Ado-nai”, wat “Heer” betekent, wat zelfs nog geeneens een toespeling is tot de betekenis van de spelling. Een andere naam, Elo-hiem, wordt eveneens gebruikt om het G’ddelijke te beschrijven, in het aspect als schepper. Onze tekst onderzoekt de achterliggende betekenis in het gebruik van deze naam, en wat het betekent in ons dagelijks leven.

Om welke reden wordt op een bepaalde plaats geschreven, “En Havayah [welke een naam is die refereert aan het G’ddelijke aspect van barmhartigheid] liet zwavel en vuur regenen over Sodom en Gamora” (Genesis. 19:24)? Waar ligt het verschil tussen dit, en het verhaal van de Watervloed, waar telkens de naam Elo-hiem wordt gebruikt en niet de naam G’D?

De enige uitzondering met betrekking tot dit is wanneer de tekst gaat over de redding van Noach en zijn familie, zoals “Havajah zei tegen Noach: ‘ Ga, jij met heel je huisgezin in de ark’” (Genesis. 7:1), of “Havayah sloot hem beschermend in.” (Genesis. 7:16)

We hebben echter geleerd dat op elke plaats waar “en Havayah” wordt gezegd, het een verwijzing is naar Hem en Zijn Gerechtshof.

De intentie is om aan te geven dat Zeir Anpin, het hogere barmhartige aspect van G’D, zich heeft verbonden met Malchoed. Juist zoals een koninkrijk wordt geregeerd bij wet, resulteert de verbinding van Zeir Anpin met Malchoet, in het tot uitvoer brengen van een justitieel oordeel.

Waar de naam Elo-hiem op zichzelf wordt gebruikt, verwijst het naar het aspect van oordeel. Toen Sodom werd verwoest, was het oordeel niet de gehele wereld. Met als gevolg dat de naam Havajah [de naam] werd betrokken in het ten uitvoer brengen van het justitieel oordeel [om de zekerheid aan te geven van een gelimiteerde destructie]. Dit was niet het geval met de Watervloed. Daar werd de gehele Wereld verwoest met al zijn levende creaturen.

Nu, denk niet, dat [omdat] Noach en allen met hem, waren gered, oordeel en barmhartigheid zich met elkaar hadden vermengd. Hij was uit het zicht gehouden [voor de destructieve machten en daarom gered]. Vanwege de krachten van oordeel, was alles in de wereld verwoest. Vandaar zien we, dat waar de woorden “en Havayah” worden gebruikt, het mogelijk is om uitgesloten te worden [zoals bij Lot] en gered te worden [omdat er een differentiatie is gemaakt tussen de slechten en degenen die het verdienen om gered te worden].
Overal waar de naam Elo-hiem wordt gebruikt, dienen mensen zichzelf te verbergen en blijven beschermd in een afgesloten plaats [als een bunker!]. Omdat Hij [het aspect van oordeel] alles vernietigt [geen verschil maakt tussen rechtvaardigen en slechten]. Dit is de reden dat de naam Elo-hiem specifiek is gebruikt in direct verband met de Watervloed.

SHABBAT SHALOM

PARASHOT WEZOT HABERACHA/BERESHIET

PARASHAT WEZOT HABERACHA En dit is de zegen


Deuteronomium. 33:1 – 34:12


Rabbi Shimon bar Jochai.
Het verwelkomen van gasten van de Soeka.


Zohar, Emor bladzijde 103b.

In Chok L’Jisrael, geeft de Arizal uitleg van parashat Emor van de Zohar, welke correspondeert met parashat WeZot HaBeracha.

Kom en zie, op het tijdstip, wanneer een persoon gaat verblijven in de schaduw van de soeka, welke de schaduw van het vertrouwen is, spreidt de G’ddelijk aanwezigheid Haar vleugels over hem uit en Abraham [representerend Chesed], en vijf andere tsadikiem delen hun verblijf met hem.

Rabbi Aba zegt, Abraham, en vijf andere tsadikiem, en Koning David maken hun verblijf met hem. Het bewijs hier voor ligt in het “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen” (Leviticus. 23:42).
De Tekst zegt: “Zeven dagen” en niet “gedurende zeven dagen” [verwijzend naar zeven sefirot van Chesed tot Malchoet]. Gelijk de manier het is geschreven: “Omdat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte.”

Dit laat zien dat de zes dagen, de zes sefirot zijn; ChesedGevoeraTiferet, NetzachHod en Yesod, welke samen, de “zes dagen” worden genoemd.
Door deze sefirot creëerde G’D de hemelen en aarde.

Dus zal een persoon door en door gelukkig moeten zijn, gedurende de dagen van Soekkot, en zijn gezicht zal vreugde moeten uitstralen in het hebben van zulke grote spirituele gasten met hem, in de Soeka. Rabbi Aba zegt dat de tekst in het eerste gedeelte van de zin, is geschreven in de tegenwoordige tijd en vervolgens, het tweede gedeelte van de zin, in de toekomende tijd: “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen, alle ingezetenen in Israël zullen in hutten [Soekkot] wonen.”
De eerste heeft betrekking op de spirituele gasten en de tweede refereert aan mensen in deze wereld.
De eerste, referent aan de spirituele gasten, is voortgebracht door de gewoonte van Rav Hamnoema Saba: Als hij de oeka binnenging was hij blij en gelukkig [om een vreugdevolle gezichtuitstraling te tonen aan de spirituele gasten] en ging staan bij de ingang [om aan de gasten duidelijk te maken niet binnen te gaan, tenzij de huiseigenaar aanwezig is]. Dan zou hij zeggen: “De gasten zijn uitgenodigd om binnen te komen.”
Vervolgens schikte hij de tafel voor zijn gasten, stond op om hen welkom te heten en sprak de zegening over de mitzwa uit “……..om in de soeka te zitten”. Naderhand zal hij tegen zijn spirituele gasten zeggen, “G’D heeft opgedragen, “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen”.
Neem alstublieft plaats, gasten van de hogere werelden, neem plaats gasten van het vertrouwen, neem plaats.” Dan zal hij zijn handen opheffen [om zijn 10 sefirot samen te voegen, aangegeven door zijn tien vingers, met de zeven hogere sefirot die hem bezoeken] en vreugdevol zeggen, “Hoe gelukkig is ons deel, hoe gelukkig is het deel van Israël, zoals het is geschreven, “Maar het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed.” (Deuteronomium. 32:9).

Het belang van een gezicht dat geluk uitstraalt is, dat blijdschap een mechanisme is om deze zeven sefirot te verheffen naar het niveau van bina, en het vers brengt het nederige feit voort, dat deze gasten niet komen uit iemands individuele verdienste; maar dat zij eerder komen omdat G’D Israël heeft gekozen als Zijn volk.

GOED JOM TOV

PARASHAT BEREESHIET         In het begin                Genesis. 1:1 – 6:8


RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR, p. 23a


In de onderstaande vertaling bespreekt Rebbe Shimon de vraag waarom G’D de kwade inclinatie in een persoon heeft gecreëerd. Als iemand geen aanmoediging in zich heeft tot kwaad, zouden er geen kwaadaardige handelingen worden gepleegd die rectificatie verlangden door berouw en gecorrigeerd gedrag.

Rebbe Shimon zegt dat als dit zo was [dat G’D wist dat de mensheid zich zou kunnen laten leiden bij hun kwade inclinatie] waarom dit alles?

Waarom creëerde Hij de wereld?

Rebbe Shimon zei tot zijn vrienden, dat als G’D niet de goede en de kwade inclinaties had gecreëerd in een persoon [die zijn zoals licht en duisternis in het universum] een persoon ook niet was gecreëerd met de mogelijkheid om beloning en straf te ontvangen. In plaats daarvan werd de mens gecreëerd met beide inclinaties, en omdat is er geschreven “Zie, vandaag leg Ik je voor het leven en dood en goed en kwade”( Deuteronomium. 30:15). [Deze “optie” reflecteert iemands vermogen om vrije keuzen te maken.]

Zij zeiden tot hem dat zijn uitleg uitstekend is, maar was het niet beter dat de kwade inclinatie in zijn geheel niet was geschapen? Dan zou een persoon niet zondigen en de negatieve effecten in de spirituele werelden zouden niet meer plaatsvinden.

Vervolgens worden straf en beloning overbodig.

Hij antwoordde hen dat ten aanzien van regels van oordeel, het gepaster is dat de mens werd geschapen op deze manier [vrijheid van keuze en straf en beloning].  De Thora is gecreëerd voor de mensheid en bevat geschreven teksten van straf voor de slechten en beloning voor de rechtvaardigen. Er was geen behoefte voor beloning en straf dan alleen voor de gecreëerde mens. Chaotische anarchie is niet gecreëerd, eerder een geordende staat met controle over de inclinatie [om goed of kwaad te doen].

Aldus wordt de mens een partner van G’D die licht en duisternis creëerde. In het kiezen van goed, creëert de mens licht; in het kiezen van kwaad creëert hij duisternis.  Dit verklaart waarom het eerste licht was gecreëerd op de eerste dag van de Schepping, vóór de zon en de sterren. Dat licht heet “goed” en is hier equivalent aan het licht dat wordt opgewekt door een handeling van barmhartigheid.

Zij zeiden tot hem dat wat zij nu hoorden, zij nooit tevoren hadden gehoord. Het is zeker dat G’D geen dingen creëert waar geen behoefte aan is.

Niet alleen dat, maar de Thora van de geschapen wereld is de kleding van de Shechina.

Dit omdat de persoon die kiest voor licht ( door het leren van Thora en het doen van goede daden) de G’ddelijke Aanwezigheid kleedt en verfraait in de laagste wereld met prachtige kleding, en haar in een passende staat brengt om zich te verenigen met haar G’ddelijke bron.

Als de mens niet was geschapen [na de Thora], zou de Shechina zonder kleding zijn, als een bedelaar [in lompen gehuld]. Daarom, als iemand, als het ware, kwaad doet, ontkleedt hij de Shechina,  wat een effect heeft op hem en op deze wereld.

Bovendien, allen die de opdrachten van de Thora uitvoeren, kleden de Shechina in haar gewaad.

Zoals we eerder hebben uitgelegd m.b.t de opdrachten over het dragen van de kledingstukken van Tzitziet en tefillien. Zoals staat geschreven: “Het is haar enige bedekking [een verwijzing naar de taliet]. Het is een kledingstuk voor zijn huid [een verwijzing naar Tefillien die gemaakt zijn van leer].

“In wat zal hij s’nachts slapen?” duidt op de verbanning van de Shechina, zoals we hebben uitgelegd. [Zie Tikoenei Zohar, Tikoen 69]

En zo is het met alle schepselen en dingen in de wereld.

Hebreeuws, de Heilige Taal van de Thora, was de taal waarin de Schepping plaatsvond. Dus, alle creaturen en dingen  zijn direct beïnvloed door hun Hebreeuwse namen, en ook door de componenten letters van hun namen. In dit opzicht is de HeiligeTaal verschillend ten opzichte van andere willekeurige talen, welke betekenis een resultaat is van louter consensus.

Juist zoals G’D het vermogen heeft om te scheppen uit ex-nihilo, hebben de Tien Uitdrukkingen van de Thora dit ook.

SHABBAT SHALOM

SHEMINIE’ATSERET – SIMCHA THORA

SHEMINIE ‘ATSERET – SIMCHAT THORA

Op de feestdag van Simchat Thora (vrijdag, 1 oktober), of de gecombineerde feestdag van Sheminie ‘Atseret-Simchat Thora (30 september, in Israël ), lezen we het laatste gedeelte van de Thora, WeZot HaBreracha. Direct, aansluitend, begint de voorlezer de eerste Thora paragrafen te lezen van Bereeshiet, het einde verbinden met een nieuw begin. Het hele gedeelte van Bereshiet wordt gelezen op de eerste Shabbat na Simchat Thora, welke dit jaar 2 oktober is.SHEMINIE

DE KABBALA VAN SOEKOT (LOOFHUTTENFEEST)

Wanneer wij Zijn heilige mitzwot uitvoeren, brengen we G’D’s verlangen in de openbaarheid. Doch aan de onderliggende grondslagen van G’ddelijk verordineerde handelingen ligt de verborgen Heilige G’ddelijke Gedachte. Onze gedachten worden alleen herkenbaar door spraak of handelingen. Zoals het beneden is, zo is het boven. De Gedachten van G’D zijn verborgen voor onze waarneming. Zij kunnen alleen worden herkend en begrepen wanneer Hij dit wenst. In mitzwot zelf, in de exacte woorden en de letters die woorden vormen, zijn heilige aanwijzingen verborgen, over wat er omgaat in G’D’s gedachten en waarom Hij ons oplegt deze mitzwot uit te voeren, specifiek in deze periode, de precieze mitzwot van Soekot (Loofhuttenfeest).

De details van de mysteries van Soekot vullen vele bladzijden in de geschriften van de Kabbalisten. Specifieke details tarten de vertaling vanwege de vele complicaties in het verklaren van de diepgaande Kabbalistische spirituele concepten. Nederlands en andere talen ontberen eenvoudig de juiste woorden die gebruikt kunnen worden om behoorlijk de esoterie van de Thora over te brengen.

De mysteries van het Soekotfeest kunnen worden gevonden in het woord Soeka zelf. Gespeld met de vier Hebreeuwse letters, net zoals de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ, bergt het woord Soeka in feite de Heilige Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ in zich. De numerieke waarde van het woord Soeka (Samech, Vav, Kav, Hé) is 91. 91 is een heilig getal in Kabbala. De twee letters Kav en Vav in Soeka zijn numeriek gelijk aan 26. Dit is de numerieke waarde van  JOED-HÉ-VAV-HÉ waar deze Naam binnen het woord wordt verborgen. Wanneer 26 wordt afgetrokken van 91 blijft 65 over, een ander belangrijk kabbalistisch getal. 65 is de numerieke waarde van de heilige Naam Adonai. Dus samen bestaat het woord Soekot uit twee heilige Namen. Doch deze twee Namen zijn veel meer dan heilige woorden. Deze twee Namen delen een bijzondere en heilige verwantschap.

Adonai is de Naam die we aanwenden om G’D aan te spreken. JOED-HÉ-VAV-HÉ is de Naam zoals het is geschreven. JOED-HÉ-VAV-HÉ is in gedachten, Adonai is in spraak. Hierin ligt het mysterie. De heilige Naam JOED-HÉ-VAV-HÉ geeft het verborgen latente potentieel intrinsiek weer, terwijl de Naam Adonai een aspect van dat potentieel weergeeft. Wanneer gecombineerd, geven JOED-HÉ-VAV-HÉ en Adonai daarom de vereniging van het G’ddelijk potentieel en de manifestatie van dat potentieel weer.

In de sfeer van de sefirot, correspondeert de Naam  JOED-HÉ-VAV-HÉ met de zes sefirot (Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod en Yesod). Samen worden deze zes Zeir Anpin genoemd, Zeir Anpin, het “Kleine of Smalle Gezicht”. Zeir Anpin is het gezicht dat ongezien is in ons universum, toch is het de oorspong van alle dingen die hier gebeuren. Dit “Gezicht” van G’D is wat gezien wordt in de Hemelen. Het “Gezicht” van Zeir Anpin is gecentraliseerd op de sefira Tiferet, die het hemelse Hart en de bron is van de heilige geschreven Thora.

De naam Adonai daarentegen,  refereert aan de sefira Malchoet, de heilige Shechina. De Shechina wordt ook Noekva genoemd (het feminiene), de gezellin van Zeir Anpin. Het is door de Shechina/Malchoet dat Zeir Anpin hier in ons fysieke universum wordt gemanifesteerd. De Shechina is de levenskracht die tot alle vorm aspecten leidt in het fysieke universum. De Shechina is dat aspect van G’D dat aan alles dicteert wat het verondersteld is om te zijn. De Shechina is de onderliggende kracht van de natuurwetten. De Shechina creëert natuur, door als kanaal te dienen voor Zeir Anpin. Zodanig is Noekva de spreekwoordelijke gezellin van Zeir Anpin. De twee moeten in gepaste harmonie zijn omwille van de continuïteit van het universum. Zonder het -één zijn- van Zeir Anpin en Noekva zou ons fysieke universum terugkeren naar de koude primordiale soep, de leegte zonder enig leven en bewustzijn.

Zeir Anpin en Noekva moeten zich in een continue staat van -één zijn- bevinden om de hemelse overvloed van G’ddelijke energie te laten vloeien in ons universum. Leven is altijd vloeiend en vibrerend, zo ook de Thora. Zoals Zeir Anpin algemene vormen bepaalt van alles wat moet zijn zo voorziet Noekva de in details. Zoals het boven is, zo is het beneden. Dit is het mysterie van de geschreven en de mondelinge Thora. Zeir Anpin manifesteert de geschreven vorm van de Thora, geëtst en gegraveerd in de heilige letters. Noekva ademt in deze letters en geeft hen hun betekenis en parameters. Zoals allen die een Thoraleven leiden weten, is het onze mondelinge Thora die vorm en inhoud geeft aan de heilige geschreven Thora.  De twee tezamen zijn als man en vrouw, onvolledig zonder elkaar. Zoals het beneden is, zo is het boven.

In Kabbala refereert Zeir Anpin ook aan de Heilige, Geprezen zij Hij. Noekva/ Malchoet, zoals we zeiden, refereert aan G’D’s Shechina. De vereniging van Zeir Anpin en Noekva is dus een eenwording van de zeven sefirot die de Actief/ Gevende (masculien) en de Passief/Onvangende (feminien) grondbeginselen in de Schepping verenigt.

Hiernaar  wordt ook verwezen als de eenwording van de spirituele sferen van de Hemel en de fysieke sferen van de wereld. Hier in deze wereld wordt dit gemanifesteerd in de vorm van de eenwording van de geschreven en de mondelinge Thora. Dus de eenwording van de Heilige, Geprezen zij Hij en Zijn Shechina is de gehele zin van de Schepping en de reden waarom de mensheid en in het bijzonder het Joodse Volk de verplichting werd opgelegd om de mitzwot in acht te nemen. Dit diepgaande concept wordt scherpzinnig aan ons geopenbaard in de letters die het woord Soeka spellen. Dit universele concept van harmonie en continuïteit is de onderliggende “Gedachte van G’D” waanneer Hij ons opdraagt om zeven dagen in Soekot (loofhutten) te verblijven.

Het soekotfeest duurt zeven dagen. Deze zeven dagen corresponderen met de Sefirotische eenwording van de zes sefirot van Zeir Anpin en de Sefira Malchoet/Noekva. Deze zeven dagen verenigen de hemelse sefirot en stralen hun invloed op ons uit. Doch zoals met vele dingen in deze fysieke wereld, moet men op de juiste plaats en op de juiste tijd zijn om datgene te ontvangen wat ontvangen kan worden.

Moge G’D ons allen zegenen om te participeren in deze heilige mitzwot en deel te laten nemen in het teweegbrengen van de heilige Hemelse eenwording.

CHAG SAMEACH, GOED JOM TOV

VERBORGEN WAARHEDEN OVER JOM KIPPOER

Op Rosh HaShana, gaat de wereld door een natuurlijk kosmisch energie veld dat een invloed uitoefent om een reeds bestaande staat van evenwicht in de menselijke psyche te herstellen. Waar we staan als individu in relatie tot onze oorspronkelijke hogere menselijke staat, definieert voor ons het type van aanpassing waaraan elk van ons zal worden onderworpen. Deze cyclus is mechanisch en natuurlijk verordineerd door de Schepper als een inherent middel om gerechtigheid te doen doordringen in de wereld, die lijkt te ontbreken. In wezen is elk van ons aanzienlijk uit de pas met ons innerlijke hogere zelf, daarom kan de hoeveelheid van ons opnieuw in evenwicht brengen, waaraan we onderhevig zijn, tamelijk intens zijn. Het feit dat dit systeem werkt op eigen initiatief, wekt de indruk dat het eerder deterministisch is, dat we er niets aan kunnen doen. Waarneer we eenmaal het specifieke punt in ruimte en tijd hebben gepasseerd, vallen we dus onder de invloed van het veld waar we doorheen gaan.

Gedurende een lange periode in de menselijke historie, was deze cyclus inderdaad absoluut deterministisch. Echter hogere krachten intervenieerden in de menselijke historie en gaven ons de Thora. Door de Thora reveleren we aan onszelf het gepaste pad van heraanpassing aan ons hogere zelf door het vrijmaken van krachtige vermogens van Denken die diep in ons wonen.

Op Rosh HaShana blazen we de Shofar om ons innerlijke zelf duidelijk te maken dat het moet ontwaken. De volgende tien dagen eindigend met Jom Kippoer vormen het proces van de psychische/ psychologische bewustwording.

Om de verborgen krachten van Jom Kippoer op de juiste wijze te kunnen begrijpen, moeten we als het ware vorsen in de derde dimensie. Zoals we allen weten existeren we in een tijd- ruimte continuüm. Deze twee dimensies definiëren voor ons de natuurlijke wereld. Maar er is ook een derde natuurlijke dimensie, in overeenstemming met het G’ddelijk ontwerp, echter overeenkomstig onze huidige menselijke limitaties wordt dit vaak verkeerd begrepen en gezien als zijnde bovennatuurlijk. Ik heb het over de derde dimensie van de menselijke geestelijke Ziel die transdimensionaal bewustzijn bevat. Ondanks al deze abstracte concepten spreek ik eigenlijk over iets heel eenvoudigs. Tijd, ruimte en ziel werken allen op elkaar in, deze drie samen zijn de drie dimensies van het universum. De ziel is de hoogste van deze dimensies en heeft het vermogen om de andere twee te vervangen.

Maar het vermogen van de ziel kan alleen zijn natuurlijke invloed over tijd/ruimte uitoefenen, wanneer het een geheel is en volledige controle heeft over zijn geestvermogens. Wij menselijke wezens verloren de beheersing over ons denken met wat we noemen “de val van de mens” in Eden. Dit leidde naar de splitsing die we vandaag het natuurlijke en het bovennatuurlijke noemen, het bewuste en het onbewuste van de ziel.

Vandaag in onze huidige gemoedstoestand volgt alles de natuurlijke orde, tenzij anders verordent door een bovennatuurlijke kracht. Dit is zowel een spirituele als psychologische waarheid. De Thora kwam in deze wereld afkomstig van z’n Hogere Kracht, een kracht verder dan tijd, ruimte en menselijk verstand. Goed kennend onze ondergeschiktheid aan de natuurlijke orde [hoe actueel], aan die krachten die kunnen doden en vernietigen, injecteert de Hogere Kracht in de natuurlijke orde een bovennatuurlijke procedure die, wanneer die op een gepaste wijze in acht wordt genomen, de sterveling de gelegenheid geeft om tijdelijk boven zijn sterfelijkheid uit te reiken.

Verzoening betekent een terugkeer naar evenwicht. Onevenwichtigheid wordt gecreëerd door het lichtzinnige oppervlakkige en dwaze gedrag van mensen. Wanneer we ongepast handelen doen we meer dan alleen onnatuurlijk handelen, we veroorzaken in feite dat de stroom van natuurlijke energie omkeert en op een onnatuurlijke wijze vloeit. Wanneer energie vloeit op een onnatuurlijke wijze, resulteert dit in het creëren van onnatuurlijke gevolgen. Dit is de oorzaak van calamiteiten en leed in het leven.

Gebruikmakend van Thora symboliek, de natuurlijke orde van het universum werd gecreëerd en continu gehandhaafd door de Heilige Naam Elokiem. In de Thora numerologie, gematria, is deze Naam gelijk aan de waarde van 86, die de zelfde waarde heeft als het woord, HaTeva, wat “natuur”betekent. Elokiem is het onpersoonlijke “uiterlijke” Gezicht of de expressie van G’ddelijk vermogen die de dominante kracht van leven is in ons natuurlijk fysiek en eindig universum.

De Thora bespreekt de Schepping door te zeggen dat Elokiem de Hemelen en de Aarde schiep. De specifieke keuze van heilige Namen die hier gebruikt worden in het Scheppingsverhaal leert ons dat alles, zowel onze fysieke en  parallel hiermee de niet fysieke dimensies in existentie zijn gebracht volgens het domein, kracht en vermogen van wat we natuur wet kunnen noemen, een wet die werkt onder zeer nauwkeurige en strikte condities. Pas later in het Scheppingsverhaal wordt de Heilige Naam van Joed Ké Vav Ké geïntroduceerd.

Deze naam is ook een symbool voor verschillende aspecten van G’ddelijke energie, een die inwerkt met tijd en ruimte gebaseerd op het derde hogere principe van de ziel. Uiteindelijk werkt het universum automatisch overeenkomstig zijn vooraf gevormde ontwerp. Dit wordt alleen veranderd, gewijzigd of beïnvloed als bewustzijn van allerlei intervenieert.

Het Verstand van de G’ddelijke Observator doordringt ruimte, tijd en alleen door een daad van Wil kan de wijze waarop ruimte en tijd werkt en functioneert wijzigen. Deze invloed is totaal buiten de normale operationele parameter van het ruimte en tijd mechanisme. Het is daarom boven wat we noemen de wetten van de natuur. Het is een willekeurig element, niet onderhevig aan natuurlijke wetten, zoals wij die kennen. Dit willekeurige element kan niet worden getoetst, proefondervindelijk worden onderzocht of zelfs worden begrepen met ons huidig gelimiteerd niveau van menselijke intelligentie. Het willekeurig element dat we Hoger of G’ddelijk bewustzijn kunnen noemen, is een Denkproces ver boven alles wat we heden te dage begrijpen binnen de context van onze gelimiteerde moderne wetenschap. Toch is het dit willekeurig element van Hogere Intelligentie dat intervenieert op een duidelijk regelmatige basis op talrijke wijzen, waar te nemen of niet, dat leidt tot situaties en omstandigheden buiten de normen van de natuur wet.

Vanuit menselijk perspectief lijken deze interventies vaak bovennatuurlijk, wat al dan niet zo is. Maar bijna altijd verwijzen we er naar als mirakels. Wat we nog steeds niet begrijpen is, dat zelfs deze mirakels een methodische basis hebben. Mirakels zijn niets anders dan een Hogere Bewustzijn interveniërend in ruimte en tijd.

Ons ontstaan kwam van een Unieke Eenheid en onze continuerende existentie is niets anders dan een constante expressie van deze Unieke Eenheid. De Unieke Eenheid verwoordt en handhaaft natuur wetten voor het dagelijks runnen van Zijn project, ons universum. Echter Het intervenieert welke taak Het kiest uit te voeren, wanneer Het kiest en hoe Het kiest. Het is niet onderhevig aan onze wetten, omdat Het Zelf deze wetten heeft gemaakt en er per definitie boven staat. Het kan deze wetten bewerken, overtreden, versterken of die wetten afschaffen.

De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid werkt in Elokiem. Elokiem is Zijn “Gezicht”, maar diep binnenin is een ander schema, een schema dat voor ons willekeurig is, geïnteresseerd in hogere waarden dan de parameters van natuurlijke ruimte en tijd. De hogere waarden belangrijk voor de De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid zijn kenbaar in ons universum als kleine aspecten van ons zelf. Deze kleine vonken verstandelijke intelligentie zijn individuele monaden, ondeelbare entiteiten van bewustwording. Elk van hen wordt een ziel genoemd. Gevormd naar het Beeld van hun oorsprong, elke monade van bewuste intelligentie draagt in zich een vorm, een gezicht of lichaam. Dit lichaam zelf existerend in ruimte tijd, is onderhevig aan zijn wetten. Echter de monade zelf is van een hogere sfeer, een andere dimensie. Daarom is het onderhevig aan de hogere wetten van de Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid.

De Hogere Intelligentie van de Unieke Eenheid in het Gezicht van Elokiem is wat we noemen Joed Ké Vav Ké. Het is het diepere Hogere Gezicht van het G’ddelijke, die de Vader van de menselijke ziel is, juist zoals de Wereld de moeder van de menselijke fysieke vorm is. Juist zoals er dualiteit uitgedrukt wordt in de Unieke Eenheid, zo ook leven wij mensen overeenkomstig in  dualistische realiteiten die we het fysieke en het spirituele noemen. Alleen is er niet echt iets spiritueels aan spiritualiteit, want in werkelijkheid is wat wij spiritualiteit noemen in feite gewoonweg een ander deel van ons bewustzijn, het diepste gedeelte van onze ziel. Het is zo diepgaand dat we vaak zijn realiteit niet kunnen doorgronden, laat staan zijn bestaan, om die reden is dit deel van onszelf gewoonlijk totaal onbekend. In de wetenschap of psychologie noemen we dit deel van ons zelf ons onderbewuste. Het is realiteit, het existeert en het beheerst alles wat we zijn en wat ons overkomt, alleen zijn we ons totaal niet bewust van de aanwezigheid en invloed.

Ons individuele onderbewustzijn is onze verbinding met Joed Ké Vav Ké en zorgt er voor om menselijk te zijn, ondanks het feit dat natuur wetten ons aanmoedigen om niet anders te handelen dan dieren. Anders dan de leden van het dierlijke koninkrijk horen de mensen, diegenen die steeds de verbinding handhaven, de innerlijke stem spreken in wat we geweten noemen. Deze stem herinnert ons aan wie we zijn en stelt ons in staat het Joed Ké Vav Ké aspect in ons tot uitdrukking te brengen, aldus het individu emanciperend van strenge onderhevigheid aan de natuur wet.

Wanneer het gezicht van Joed Ké Vav Ké wordt ontsluierd, kan het het Gezicht van Elokiem terzijde schuiven door volkomen zuivere Wil of Verlangen. Dus grote revelatie in Thora is, dat Joed Ké Vav Ké Elokiem is, de Eeuwige is onze G’D. Het lijkt een eenvoudige verklaring van tribale religie en religieuze competitie, maar dit is alleen maar een mythe. Wanneer de Thora spreekt over de eenwording van Joed Ké Vav Ké en Elokiem, heeft ze het niet over individuele goden of zoiets, het spreekt over de integratie van de ziel over materie, van het Uitzonderlijke en het onafhankelijk handelende Willekeurig Element. Dus de grote revelatie van de Thora is het verheven bewustzijngevoel over de heerschappij van limitaties (zoals kenbaar door ruimte/tijd natuur wet  parameters). “Joed Ké Vav Ké is Elokiem” wanneer Hoger Bewustzijn de natuur wet overschrijd en ruimte/tijd werkt in overeenstemming met zijn Willekeurig Element. Dit verklaart het ontstaan van iets wat verzoening wordt genoemd en een uitzonderlijke dag waarop dit zal plaatsvinden, Jom Kippoer.

De Thora is een revelatie en een gift van Joed Ké Vav Ké. Het is gegeven aan  Israël om de Hemel te dienen ten behoeve van de mensheid. Israël, zoals de Thora stelt, handelt als een priesterschap of intermediair tussen de Hemel boven en de wereld beneden. Door het in acht nemen van Thora en mitzwot, verheft Israël haar collectieve bewustzijn, om de taak te vervullen als een “licht voor de volkeren”. Israël werd gekozen om een zware last te dragen en te onthullen. De historie documenteert Israëls talrijke collectieve tekortkomingen in het uivoeren van haar taak, terwijl de historie niet altijd verslag doet van haar talrijke successen. Dienend als een intermediair is Israël verantwoordelijk voor het uitvoeren van specifieke rituele opdrachten [mitzwot], dat heeft zowel een oer effect op hen zelf als op het collectieve onbewuste van de wereld. De specifieke rituelen van Jom Kippoer illustreren dit.

Verzoening betekent één worden in de juiste verhouding met de Hemel. Het betekent zich opnieuw richten, opstellen in een kostbaar evenwicht van subtiele energieën die bestaan tussen de lifeforce, noodzakelijk voor alle dingen in deze wereld en zijn oorsprong, de bron erbuiten.

GMAR CHATIMA TOVA

MOGEN U EN JULLIE DIERBAREN EN HEEL HET HUIS ISRAËL WORDEN VERZEGELD IN HASHEMS BOEK VAN HET LEVEN VOOR EEN GOED, ZOET EN GEZEGEND JAAR

Juda Groenteman

PARASHAT HA’AZINOE

Neig het oor (Deuteronomium. 32:1 – 32:52)


SHABBAT SHOEWA


Rabbi Isaiah Horowitz


Shnei Loechot HaBriet

De numerieke waarde van het Hebreeuwse woord voor “verborgene”, “sod“, is 70. Het verwijst naar de zeventig personen, welke de kern vormen van het Joodse Volk, die als eersten afdaalden naar Egypte. Omdat zij in het vers allen tezamen worden aangeduid als één enkel “persoon” (“Nefesh“), hebben zij allen aandeel in de Komende Wereld.

Het is bekend aan Kabbalisten dat de sefira van  bina de mystieke dimensie is van de Komende Wereld, een domein waar G’D en Zijn naam Één zijn en waar een verenigd Volk van Israël samen gehecht zijn aan Hem. Het is alleen het Joodse Volk waarnaar verwezen wordt met de titel “Adam” (“Mens”); bij beschrijving van het scheppen van Adam als G’D’s gelijkenis (Genesis. 1:26), simultaan verwijst de Thora naar het creëren van het Joodse Volk. Wanneer we de respectievelijke betekenis weergeven van de Hebreeuwse woorden “adam (“mens”) en “adama” (“aarde”), moeten wij beschouwen dat het de functie van deze “Adam” is om als voertuig, drager, of nog beter gezegd, als “adama” te dienen (m.a.w aardse manifestatie) van G’D’s Aanwezigheid.

G’D wordt gezien als zittend op een troon, deze troon staat op deze “adama“, m.a.w wordt ondersteund door Adam, het Joodse Volk.

Met als consequentie dat bij elk wangedrag van Israël in onze terrestriale sfeer, de “bodem” waarop de troon staat, wordt ondermijnd.

Op het vers “Wanneer ik de Naam van de Eeuwige verkondig, ken dan grootheid toe aan onze G’D” (Deuteronomium. 32:3) verklaart de Zohar (Sulam editie Ha-Azinoe P. 92):

Rabbi Abba verklaart het als volgt: De woorden “ken grootheid toe”refereert naar gedoela, of de sifira van chesed.
De woorden “De Rots, Zijn werk is volmaakt” (ibid. 32:4) zijn een verwijzing naar de sefira van gevoera. De woorden “want al Zijn wegen zijn Recht” (ibid) zijn een verwijzing naar de sefira van tiferet.
De woorden “Een betrouwbare G’D” (ibid) verwijzen naar de sefira vannetzach, aangezien de woorden “zonder onrecht” (ibid) verwijzen naar de sefira van hod.
De woorden “de Rechtvaardige” (ibid) verwijzen naar de sefira vanyasod, en de woorden “en eerlijk is Hij” verwijzen naar tzedek, een andere naam voor de sefira van malchoet.
Al deze uitdrukkingen tezamen combineren en vormen de naam van G’D. Om die rede zegt Mozes: “Ik zal de naam van G’D proclameren”.

Rabbi Chiya voegt er aan toe dat hij veel heeft geleerd van dit vers en dat wat Rabbi Abba heeft gezegd absoluut juist is. Het feit in ogenschouw nemend dat zo vele eigenschappen deel uitmaken van G’D’s naam, zou men zich makkelijk kunnen vergissen en kunnen denken in termen van een aantal verschillende machten. Om te voorkomen dat wij zulke fouten zullen maken, gebruikt de Thora kaarblijkbaar overbodige voornaamwoorden wanneer het schrijft “hoe” wat “Hij” betekent, aan het eind van vers vier. Dit voornaamwoord is om te accentueren, ondanks de verschillende eigenschappen, dat zij allen karakteristieken zijn van één en de zelfde G’D. Hij was, Hij is, en Hij zal er altijd zijn. Tot zover de Zohar.

De Thora continueert met het vers: “Tegen Hem misdreven hebben zij [corruptie is niet één van de eigenschapen van G’D], een verkeerd en verdraaid geslacht, in het verderf gestort, zodat ze niet meer Zijn kinderen zijn.” De Thora verklaart hoe Israël bevlekt raakt, juist omdat zij G’D zijn en G’D hen lief heeft. Het enige wat Hij in gedachte heeft is hun welzijn en de behoefte om Zijn goedheid aan hen te tonen, maar Hij wordt weerhouden door krom en afwijkend gedrag van een bepaalde generatie.

Resumerend, telkens wanneer Israël zichzelf gedraagt overeenkomstig de mitswot van G’D, voegen zij kracht en glorie toe aan Zijn gestalte in de Celestische Regionen.

Omdat alle aspecten van de Thora zijn gerelateerd aan de seizoenen waarin zij gelezen worden, ligt het voor de hand dat de lessen van Mozes uitzonderlijk relevant zijn gedurende de Tien Dagen van Inkeer, in welke we parasha Ha’azinoe lezen.

Hoe bereiken we niveaus?

Gedurende het gehele jaar is de dienst van een Jood aan G’D het meest betrokken met “aardse dingen”, Thora en de mitzwot. Met de komst van de Tien Dagen van Inkeer echter, voelt elke Jood zich onvoldaan met zijn aardse toestand en heeft hij het verlangen omteshoewa te doen, terug te keren en omhuld te worden door G’D.

“Een persoon fundeert heiligheid vanuit zijn verlangens”. Vandaar dat dit verlangen om absoluut één te zijn met G’D z’n persoon directbeïnvloed, waardoor hij een staat bereikt “dichtbij de hemel” (het G’ddelijke) en “weg van de wereld”.

Doch dit is echter alleen maar de eerste fase. Spoedig daarna is zijn dorst naar G’ddelijke openbaring gelest en dezelfde persoon realiseert zich vrij snel, dat G’D’s essentie veel gemakkelijker bereikbaar is, door de wereld te transformeren tot een verblijfplaats voor Hem. De persoon voelt zich dan “dichterbij de wereld en ver van de hemel”, hij beseft dat niets belangrijker is, dan dat aardse wezens dragers van G’D’s essentie worden. En dit wordt volbracht door het vervullen van G’D’s gepassioneerde verlangen om een verblijfplaats te hebben, voor Zijn Essentie, in de lagere sferen, m.a.w deze wereld. (Midrash Tanchoema Naso; Bamidbar Rabba 13:6)

SHABBAT SHALOM

EEN SHOFAR MET ZIJN NAUWE MONDSTUK EN BREDE OPENING LIJKT OP EEN GEBOORTEKANAAL

De Thora maakt gewag van een bijzondere vrouw met de familienaam Shifra, die een vroedvrouw was voor de Israëlieten in de periode van de geboorte van Mozes in Egypte. Haar naam betekent, mooi maken, en dat is wat zij deed; zij verzekerde zich ervan dat de baby’s gezond en levensvatbaar te wereld werden gebracht, vervolgens bakerde en masseerde zij hen om hun kracht en schoonheid te koesteren.

De Shofar is de vroedvrouw van het nieuwe jaar. In zijn doordringende kreet, persen we al onze hartgrondige gebeden, al onze tranen, van onze ziel. Alles wat bestaat resoneert met zijn oproep totdat het absolute begin is bereikt, de kosmische baarmoeder. En daar raakt het het Hoge, de G’ddelijke Aanwezigheid wisselt van modaliteit van transcendent naar immanent, van strikt oordeel naar barmhartigheid. In de taal van de Zohar, “De Shofar Beneden wekt de Shofar Boven op en de Heilige, geprezen zij Hij, verheft Zich van Zijn Troon van oordeel en zet Zich neder op Zijn Troon van Begaanheid.”

De stroom van energie in de wereld is gelijk aan adem, een G’ddelijke uitwasem, de Schepping vullend en dan onmiddellijk de gemanifesteerde realiteit toestaan te blijven bestaan, een kosmische inhalering. Heen en terug, uitademen en inhaleren, voorwaarts stromend en terugkomend.

Elk jaar, voor de uitschrei van de Shofar, is er een grote kosmische inhalering en handhaving, het Licht van het jaar dat juist is gepasseerd keert terug naar zijn oorsprong Boven en alleen later, bij het blazen van de Shofar, de feitelijke vulling van de leegte van de Shofar met lucht is er een uitademing, de vulling van de kosmische leegte met leven en hernieuwde G’ddelijke energie.

Deze continuerende beweging van G’ddelijke energie stroom in en uit, uitademing en inhalering, is ingeworteld in de Naam van HaShem. Wanneer we de Shofar blazen, zijn wij de tussenpersonen om het Oneindige Licht in deze wereld neer te halen; met onze adem, wij vullen de lege ruimte van de Schepping met nieuw G’ddelijk Licht en Zegen.

Als een reflectie van dit proces, weerspiegelt de handeling van het blazen van de Shofar de vier letters van de Naam van HaShem. De Shelah Ha’Kodesh (Rosh HaShana p. 169) schrijft dat de joed de smalle opening is van de mond, waar men door blaast, de is de verbredende adem, de inhalering voor het uitademen. De vav is het geluid zelf, de uitwaseming en de uitgaande adem is de laatste hé.

SHOFAR MEDITATIE

Geschriften van de Ari

Op Rosh HaShana wordt het wezen van het gecreëerde Universum gedetermineerd. De energie, die kracht gaf aan het afgelopen jaar, wordt teruggetrokken en een nieuwe energie wordt neergehaald. Aangezien de creatieve energie die kracht geeft aan de wereld wordt teruggetrokken naar zijn oorsprong, is er geen “heerschappij” en alles is in zekere zin voor het grijpen.

De innerlijke dimensie van het Licht van Chesed, Gevoera, Tiferet, Malchoet

stijgt op in Bina, zich terugtrekkend in de baarmoeder, zo gezegd

Kwaad kan doen gelden dat het de nieuwe levenskracht van het komende jaar verdient te ontvangen, vooral ten opzichte van de reputatie van haar zogenaamde rechtmatige ontvangers gedurende het voorgaande jaar. Daarom, teneinde de levenskracht van het nieuwe jaar neerkomt zoals het hoort, dat wil zeggen, gekanaliseerd wordt voornamelijk in heiligheid (en zijn strijders in deze wereld, het Joodse Volk), is het nodig om er voor te zorgen dat G’D, zo gezegd, er aan wordt “herinnerd”, aan Zijn originele visie van de Schepping, waarin het Joodse Volk Zijn afgezanten zijn, om deze wereld tot Zijn verblijfplaats te maken.

Het vernieuwde innerlijke Licht keert terug wanneer de Shofar, de ramshoorn wordt geblazen. De eerste toon is de rechte Tekia, het verzachtende Licht van Abba/Chochma, het oorspronkelijk inzicht. De middelste toon, Shavaiem en Teroea indiceert ook verschillende aspecten van streng oordeel, het gehele idee is om het oordeel van de midden toon te verzachten door de eenvoudige oprechte toon van de Tekia.

L’shana tova tikateiv v’teikhateim

Mag je worden ingeschreven en verzegeld worden voor een goed en zoet jaar van geluk en groei.

PARASHOT NITSAVIEM – WAJÉLECH

Aangetreden – En hij ging         Deuteronomium. 29:9 – 30:20, 31:1 – 31:30


Rabbi Shimon bar Jochai


Zohar, p. 283b

En Mozes ging deze nu volgende woorden tot heel Israël spreken.” (Deuteronomium. 31:1)

Weet dat “molich”, het Hebreeuwse woord voor “leiden” en “wajélech”, “ging”, de zelfde Hebreeuwse stam delen, “lech”.

Gelukkig is Israël, dat de Heilige, geprezen zij Hij, hen koos en omdat Hij hen koos, noemde Hij hen “zonen” [van het aspect van hun Nefesh en Roeach die hun oorsprong hebben in de eenwording van Zeir Anpin en Noekva], “eerstgeborenen”, “heilig”, en “broers” [toen ze een Neshama ontvingen van de eenwording van Abba en Imma aan de Berg Sinaï].

[Na de revelatie van de Thora] Kwam Hij naar beneden en verbleef onder hen [in het Tabernakel, in het Hebreeuws, “Mishkan”, vanwaar we het woord “Shechina”, krijgen], waar naar wordt verwezen in het vers, “En zij zullen Mij een Tabernakel maken [Mishkan] en Ik zal onder hen verblijven” [Hebreeuws, “shachanti”] (Exodus. 25:8). [En om hen hierop voor te bereiden] verlangt de Heilige, geprezen zij Hij, hen te rectificeren [spiritueel] zodat zij als engelen zouden zijn in de spirituele wereld [door het kampement te rangschikken onder vier hoofd vlaggen].

Hij bewerkstelligt dat de Wolken van Glorie over hen hangen en de Shechina voor hen uit gaat; dit is de betekenis van het vers, “En G’D ging voor hen uit, overdag om hen de weg te wijzen in een wolkenzuil, en om hen te leiden bij nacht in een zuil van vuur.” (Exodus. 13:21)

[En hij deed meer goed voor hen in de zin] dat drie heilige broers en zussen onder hen liepen. Wie waren zij? Zij waren Mozes, Aaron en Miriam. Vanwege hun verdienste gaf G’D geschenken uit de spirituele sferen [het Manna, de Wolken van Glorie en de bron van Miriam, die hen zowel fysiek als spiritueel voedde en voorbereidde, om de Thora in zich te kunnen opnemen]. De wolken van glorie verdwenen niet zolang Aaron in leven was. Dit is, zoals is verklaard, omdat Aaron de rechterarm was [representerend Chesed] van Israël. Het wordt ook aangegeven in het vers, “En de Kana’anitische koning Arad, die leefde in de Negev, had vernomen dat Israël in aantocht was langs de weg van Atariem, en hij voerde oorlog met Israël…” (Numeri. 21:1)

Rashi zegt dat Arad hoorde dat Aaron was gestorven en dat de beschermende wolken waren verdwenen. Hij hoorde ook dat zij door Atariem zouden komen, de simpele Aramese vertaling van “plaatsen”.” Dit is een aanwijzing dat zij begonnen rond te dwalen zonder de aanwezigheid en leiding van de wolken.

[Zij dwaalden] als iemand zonder rechterarm, die zichzelf moet ondersteunen op elke mogelijke plaats [om vallen te voorkomen.] Aangezien [zij doelloos leken] voerde hij oorlog met Israël en maakte gevangenen onder hen. Dit was omdat zij zonder hun rechterarm waren [Aaron].

SHABBAT SHALOM