PARASHAT PINCHAS

Pinchas      Numeri. 25:10 – 30:1


Gebaseerd op Likkoetei Sichot, vol. pp. 176-181


Lubavitcher Rebbe

Onder bovengenoemde Israëlieten moet het Land in erfelijk bezit verdeeld worden, naar het ingeschreven aantal namen.

De talrijken moet je een groter erfgoed toewijzen en aan hen die gering in aantal zijn een kleiner erfgoed, ieder moet zijn erfgoed toegewezen worden naar rato van de erbij getelden.

Het Land wordt echter naar loting verdeeld, volgens de namen van hun stamhuizen verkrijgen ze hun erfgoed.” (Numeri. 26:53-55)

Het Land Israël werd op drie wijze verdeeld:

(1)  Naar gelang de populatie, dat wil zeggen, hoe groter de volkstam des te groter het gedeelte,

(2)  Door het lot (dat G’D’s handwerk was) en

(3)  Door erfenis.

Met andere woorden, de verbinding die het Joodse volk heeft met het Land Israël existeert op drie verschillende wijzen:

(1)  Rationeel, met andere woorden, door hun eigen verdienste,

(2)  Door G’ddelijk decreet en

(3)  Door erfenis.

De reden hiervoor is dat G’D het Land Israël koos om de centrale vestiging te zijn waarin het proces zich zal ontvouwen om deze wereld tot Zijn verblijfplaats te maken. Het Joodse Volk is op de zelfde manier de natie die G’D koos om de centrale speler te zijn in dit drama. Daarom moet de relatie die tot stand is gebracht tussen het gekozen Volk en het gekozen Land, door G’D vastgesteld, dit reflecteren.

In de terminologie van Kabbala, vindt de contractuele verhouding tussen G’D en Israël plaats op het niveau van G’ddelijkheid waarin G’D Zijn aanwezigheid heeft “samengetrokken” in de beperkingen van logica en natuur, met andere woorden, Zijn immanent scheppend “Licht” (mamalei kol almin). De vrije wil relatie vindt plaats op het niveau van G’ddelijkheid waarin G’D’s aanwezigheid niet is begrensd door de limitaties van de scheppende realiteit, maar nog steeds scheppende G’ddelijkheid is, met andere woorden, gecontextualiseerd door zijn verhouding met de Schepping. Dit is Zijn transcendente creatieve “Licht” (sovev kol almin). De erfenis verhouding vindt plaats op het niveau van G’D’s essentie die totaal boven de context van de Schepping is.

De verhouding tussen G’D en het Joodse Volk is ook drievoudig, zoals wordt aangegeven in de dagelijkse ochtendliturgie, “Gelukkig zijn wij, hoe goed is ons deel, hoe aangenaam is ons lot, en hoe prachtig is onze erfenis.

DEEL” refereert aan de contractuele verhouding tussen G”D en Israël. We hebben ons verplicht om G’D te dienen op verschillende manieren en Hij heeft beloofd om ons te belonen voor onze dienst aan Hem. Het deel dat wij ontvangen van G”D is evenredig aan de inspanning die we verrichten om het te verdienen. Op een dieper niveau refereert “deel” aan het feit dat de G’ddelijke Joodse ziel “ een waarachtig deel van G’D Boven is”, zoals wordt gezegd in de Tanya, juist zoals een kind gezien mag worden als een verlenging van zijn ouders. Deze intrinsieke relatie tussen G’D en het Joodse Volk maakt hen onafscheidelijk.

LOT” refereert aan de boven rationele verhouding die G’D onderhoudt met ons door ons uit te kiezen om de Thora te ontvangen en de dragers te zijn van Zijn boodschap aan de mensheid. Deze keus was een handeling van absolute vrije wil van G’D’s kant. Hij was niet gedwongen door enige logische vooringenomenheid om ons te kiezen. Dit is gelijk aan het feit dat de wijze waarop het lot treft niet bepaald wordt door enige externe factoren. Deze boven rationele verhouding is niet alleen dieper dan de contractuele dienst – beloning verhouding, maar is ook dieper dan de intrinsieke ouder – kind relatie, aangezien het G’D “dwingt”, bij wijze van spreken tot een verbinding met Israël. Afgezien hier van koos G’D Israël ook vanuit Zijn Eigen Boven rationele Wil.

“ERFENIS” refereert aan de wederzijdse vervlochtenheid tussen G”D en Israël. Volgens de Joodse Wet neemt de erfgenaam de legale status aan van de ouders en neemt daarbij automatisch bezit van zijn ouderlijke eigendommen. Hij verdient het niet, noch verkozen de ouders het hem na te laten, hij wordt in essentie zijn ouder. Hier is het Joodse Volk niet een separate entiteit die G’D verkoos, zij en G’D zijn, om zo te zeggen, één en dezelfde.

Voor dat de Thora was gegeven was de relatie tussen G’D en het Joodse Volk uitsluitend op een contractueel en kind – ouder niveau. Dienst aan G’D was beperkt, een enkeling kon G’D dienen en G’ddelijke revelatie teweeg brengen naar de omvang van zijn natuurlijke talenten en eigenschappen, maar niet verder. Toch toonde G’D het Joodse Volk speciale aandacht vanwege de G’ddelijke ziel die zij bezaten vanaf de tijd van Abraham.

Toen de Thora werd gegeven werd de vrije keus in de relatie van G’D en Israël toegevoegd. Vanaf dit punt geeft G’D de toon aan in de verhouding, dat wil zeggen dat zelfs de wederzijdse dienst – beloning niet langer gelimiteerd is door onze eindige capaciteiten. De Thora en zijn mitzwot stellen ons in staat om G’ddelijk bewustzijn te realiseren ver boven onze natuurlijke vermogens uitreikend.

In de Messiaanse Verlossing echter, zal de erfenis verhouding van cruciaal belang worden. Ons wezenlijk bewustzijn zal samensmelten en co-existeren met het bewustzijn van de Schepper, als onze unieke persoonlijkheden op paradoxale wijze stralen binnen G’D’s absolute realiteit.

Dus aangezien het Land Israël, zoals we hebben gezegd, was bestemd de microkosmos te zijn waarin het omvattende proces van het transformeren van de fysieke wereld tot G”D’s verblijfplaats zich voltrekt, was het een noodzaak om de verhouding te vestigen op alle drie niveaus, rationeel, boven rationeel en intrinsiek. Op deze manier is onze intocht en in het bezit nemen van het Land een aankondiging van de Uiteindelijke Verlossing, waarin onze essentiële intrinsieke identiteit met G’D het operationele bewustzijn van de realiteit zal worden.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BALAK

Numeri. 22:2 – 25:9


LIKKOETÉ SICHOT


VADERS EN MOEDERS

Onze Wijzen interpreteren (Zohar, Vol. III, p. 210b) het vers (Bamidbar 23:9), “Van de

Rotstoppen zie ik het en vanaf de Heuvels aanschouw ik het. Het is een Volk dat afgezonderd woont en zich niet rekent onder de volkeren,” als een allegorie, verklarend, dat “de Rotstoppen” refereert aan Patriarchen en de “de Heuvels” refereert aan de Matriarchen.

De significantie van deze uitleg kan worden begrepen door het verschil van verwantschap dat gedeeld wordt enerzijds de vader en anderzijds de moeder met het kind.

De verbinding van de vader is algemeen, het relateert niet aan het lichaam van het kind op een specifieke wijze, [Onze wijzen Nidda 31a, stellen dat het zaad van de vader verantwoordelijk is voor de spieren, beenderen en nagels. Niettemin, de eigenlijke existentie van deze delen van het lichaam zijn afhankelijk van de voeding die de foetus ontvangt in de baarmoeder.] Want het is de inbreng van de moeder negen maanden lang, die leidt tot de ontwikkeling van foetus tot kind en die zorgt dat de ledematen en organen die deel uitmaken van het lichaam van een kind worden gedefinieerd en ontwikkeld.

Om deze reden, zelfs na de geboorte van het kind, heeft zijn moeder een hechtere relatie met hem dan de vader, want het is zij die de bijzonderheden van zijn existentie vorm heeft gegeven. Dus een kind heeft een grotere liefde voor zijn moeder dan voor zijn vader en een grotere graad van ontzag voor de vader, [Het zelfde is van toepassing op de Sefirot van Chochma en Bina, die worden beschreven met de analogie van een vader en een moeder. Chochma veroorzaakt, en is, een manifestatie van ontzag, terwijl Bina veroorzaakt, en een manifestatie van liefde is.] Want liefde is afhankelijk van nabijheid en ontzag ontstaat door afstand.

Vergelijkbare concepten zijn van toepassing met betrekking tot de Patriarchen en de Matriachen van het Joodse volk. Om deze reden, wanneer gesproken wordt over de Patriarchen, gebruikt het vers de uitdrukking, “Zie ik het” wat staren van een afstand impliceert, terwijl met betrekking tot de Matriachen het de uitdrukking “aanschouw ik het”  sichisa gebruikt.

In het beeld van G’D

De conceptie van een kind op het fysieke vlak, zoals elke ander materiële entiteit, komt voort uit zijn spirituele oorsprong. Aan onze emoties wordt gerefereerd als “nakomelingen”, omdat zij voort zijn gebracht door ons intellect. Diep begrip en meditatie  over de grootheid van G’D brengt liefde en ontzag voor Hem voort. Meer in het bijzonder, ons conceptuele proces kan worden verdeeld in twee bewegingen, Chochma en Bina. Chochma is de rudimentaire kern van begrip. Daarom wordt het beschreven met behulp van de analogie van een vader. Bina representeert de ontwikkeling van een conceptueel raamwerk en daarom refereert het aan de analogie van een moeder.

Onze zielvermogens komen voort uit de hemelse Sefirot. Dus een gelijk patroon existeert met betrekking tot deze Sefirot. Zij zijn verdeeld in twee fundamentele categorieën die intellect en emoties weergeven, het zijn het hemelse intellect, Chochma en Bina, die de hemelse emoties voortbrengen. [In deze is er ook een parallel met de vermogens van de ziel. Want intellect is op zichzelf gericht, terwijl de emoties naar anderen wijzen]. En deze emoties brengen de spirituele werelden tot zijn. [Om deze reden wordt aan de emoties gerefereerd als “de dagen van de Schepping” (Tanya hf.3 )].

Meer gedetailleerd, de parallel weerspiegelt de werking van Chochma en Bina. Chochma dient als “de”vader”, want het is verwijderd van de emoties en zeker van de werelden die zij tot zijn brengt. Bina wordt als “de moeder” beschouwd, want zij staat nader tot de emoties en ook tot de werelden.

Omdat Bina nader tot de werelden staat, is het referentiekader dat de werelden karakteriseert significant. Daarom, de inwerking van Bina in de wereld, het bevattingsvermogen van G’ddelijkheid, cijfert niet dit referentiekader weg.

In plaats daarvan brengt het alleen bittoel hayesh, zelfnullificatie, die niet helemaal iemands eigenconceptie wegzet. De persoon draagt zichzelf op aan een hoger doel, maar bewaart toch zijn individuele identiteit.

Cochma daarentegen, begrijpt dat “Hij alleen existeert, er is niets anders”, alle andere existenties verbleken in het licht van Zijn aanwezigheid. Dit niveau van bewustzijn wordt inderdaad weergegeven in de naam Chochma wiens letters gearrangeerd kunnen worden tot het vormen van de woorden koach mah, wat compleet en totale bittoel weergeeft,bittoel bimetziut.

Streven naar een doel

De Patriarchen en de Matriarchen delen een connectie met elke Jood en begiftigen elk lid van het Joodse Volk met hun spirituele erfenis. Implicerend dat elke Jood twee algemene spirituele drijfveren bezit. De patriarchen begiftigden hem met een specifieke eigenschap van Chochma, het potentieel voor complete en totale zelfnullificatie, weergevend de sublieme eenheid, terwijl de Matriarchen hem begiftigde met een specifieke eigenschap van Bina, zelfnullificatie die een persoon toe staat om zijn identiteit te bewaren, weergevend het lagere vlak van eenheid.

Het uiteindelijke doel van de Schepping is, dat de wereld wordt getransformeerd in een verblijfplaats voor G’D. Dus onze G’ddelijke dienst zou niet moeten worden verwijderd van deze wereld, maar zou zich moeten richten op het aanwenden van de wereld als medium voor G’ddelijkheid zoals die bestaat binnen haar eigen context.

Om deze reden bezaten de Matriarchen, wier G’ddelijke dienst een intiemere betrokkenheid met de wereld weergeeft, een voordeel ten opzichte van de Patriarchen (ondanks het feit dat Bina de eigenschap die zij verpersoonlijkt, ontvangt van Chochma, de eigenschap belichaamd door de Patriarchen). En daarom werd Abraham geïnstrueerd, “Luister naar alles wat Sarah je vertelt.”.(Genesis. 21:12)

Beide drijfveren streven naar sublieme eenheid en lagere eenheid, die komt van de Patriarchen en de Matriarchen ( “de Rotstoppen” en de “de “Heuvels”) en die het Joodse Volk machtigen en hen in staat stellen om de staat te bereiken, beschreven (in de inhoud van) het vers Bamidbar. 23:9, “Het is een volk dat afgezonderd en verzekerd woont en zich niet rekent onder de volkeren”

Zelfs gedurende verbanning wordt deze profetie gecontinueerd en vervuld. Want de identiteit van de Joden is intact gebleven, zij zijn niet geassimileerd onder de volkeren. Inderdaad, de verbanning verheft de Joden naar een hoger niveau, zoals wordt aangegeven door de interpretatie van dit vers door de Targoem, aankondigend de Era van Verlossing, wanneer: “in de toekomst dit Volk deze wereld zal leiden naar de uiteindelijke Verlossing door Mashiach, moge het plaatsvinden in de nabije toekomst.

Een Vrouw in haar Huis

Elk Joods huis is een wereld op zichzelf waarin alle Tien Sefirot zijn gemanifesteerd.

[In deze context verklaart de Arizal (Likkoetei HaShas, Yevamot), waarom de mitzwa wees  vruchtbaar en vermenigvuldig u, is vervuld wanneer een vrouw bevalt van een jongen en een meisje, omdat dit de structuur van G’D’s Naam Y-H-V-H complementeert (die alle Tien Sefirot reflecteren). De vader representeert de yoed, de eigenschap van Chochma, de moeder de eerste hé, de eigenschap van Bina, de zoon, de vav, de middot van Zeir Anpin en de dochter, de tweede hé, de eigenschap van Malchoet.]

Juist zoals in de hemelse Sefirot en in de vermogens van onze ziel, is er een voordeel aan Bina boven Chochma (ondanks het feit dat Bina haar invloed ontvangt van Chochma), zo ook in een Joods Huis is er een dimensie van verhevenheid aan de positie van de vrouw.

En de positie van de vrouw in het huis reflecteert het functioneren van deze Sefirot. De Sefira van Bina ontvangt haar invloed van Chochma en transporteert deze invloed naar de emotionele eigenschappen. Zo ook ontvangt een vrouw aanwijzingen van haar echtgenoot, zoals wordt aangegeven door de stelling van onze Wijzen, “Wie is een passende vrouw? Die de aanwijzigen van haar echtgenoot verwerkelijkt.”

Desondanks, het werkelijk functioneren van het huis inclusief de educatie van de kinderen, gastvrijheid aan gasten, vrijgevige giften voor tzedaka en dergelijke, liggen allen in het domein van een vrouw.

Een man is de meeste tijd van de dag niet thuis. Hij is bezig met Thorastudie en gebed, of het verdienen van levensonderhoud. Omdat zijn wil zal worden “vervuld” en gemanifesteerd in actueel leven, moet hij zich kunnen verlaten op zijn “gepaste vrouw”.

Bovendien, het Hebreeuwse woord vertaald als “vervuld” oseh betekent ook “creëren”. Soms creëert, vormt, een “gepaste vrouw” “de aanwijzingen en wil van haar echtgenoot”. “Wanneer een man en een vrouw waardig zijn, rust de G’ddelijke Aanwezigheid op hen”. Wanneer een Joods Huis wordt geleid als een “Heiligheid in microkosmos”, rust de “G’ddelijke Aanwezigheid daar”, “geen kwaad zal onder jullie verblijven.” In tegendeel, Hij zal alleen maar goedheid verlenen, openlijke en evidente goedheid, zoals wordt gemanifesteerd in overvloedige zegeningen voor kinderen, gezondheid en voorspoed.

SHABBAT SHALOM

Kabbala geeft antwoorden

Kabbala betekent ‘ontvangen’ of ‘dat wat is ontvangen’. Het is de mystieke, esoterische kant van het Jodendom en zoekt een dieper begrip van de Torah dan zijn letterlijke interpretatie. De kabbala zoekt en geeft antwoorden over het wezen van God, het ontstaan van de wereld, de spirituele wereld en onze individuele relatie met God en met elkaar. Volgens de kabbalisten zijn alle antwoorden op de grote vragen die elke generatie zich weer stelt, zoals, wie ben ik, waar kom ik vandaan, waarom zijn we hier, in code te vinden in de Thora. Lees verder

PARASHAT CHOEKAT

De inzetting        Numeri. 19:1 – 22:1


De 5 vermogens van de Rode Koe


Kabbala leert ons over het aanwenden van de krachten van strengheid


De Geschriften van Rabbi Jitzchak Luria

Het Thoragedeelte opent met het gebod van de rode koe. De as van de rode koe werd gebruikt om een persoon te zuiveren van rituele onreinheid door nauw contact met een dood persoon. “Dood”, is spiritueel, een daling van de ene staat van G’ddelijk bewustzijn naar een lagere staat (of het ontbreken er van). Dus het gebod van de rode koe bevat in zich de mystieke verklaring van kwaad en de purificatie van vervuiling/dood, met andere woorden, verlies van G’ddelijk bewustzijn.

G’D sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggend, “Dit is de wet van de Thora die G’D uitvaardigt. Hij zei: draag de Kinderen van Israël op, dat ze je een volkomen rode koe brengen, zonder gebrek, waarop nog geen juk gelegd is. Jullie moeten die aan de priester El’ázar geven en die moet haar naar buiten de legerplaats brengen en men slacht haar waar hij bij is. De priester Elázar neemt dan met zijn vinger iets van het bloed ervan en sprenkelt met dat bloed zeven keer in de richting van de voorzijde van de tent der samenkomsten. Men verbrandt de koe voor zijn ogen, men moet de huid, het vlees en het bloed ervan tezamen met de ingewanden verbranden. “ (Numeri. 19:1-5)

Weet dat de vorm van de vijf sluitletters de vijf rangen van Gevoera te kennen geven. Hun gecombineerde numerieke waarde is 280 en wanneer we 5 van de vijf letters zelf toevoegen, hebben we [285, de numerieke waarde van] “koe”.

Vijf letters van het Hebreeuwse alfabet nemen verschillende vormen aan het eind van een woord. Aangezien deze sluitvormen een pauze te kennen geven in de vloeiing van het lezen, geven zij de vijf staten van strengheid [Gevoera] of terughoudendheid aan. De letters met hun numerieke waarden zijn:

Mem (40), noen (50), tzadik (90), (80), chaf (20). 40+50+90+80+20=280.

“Koe” in het Hebreeuws, “parah”==, pé- reesh- hé = 80+200+5=285.

De extra , wiens numerieke waarde van 5 noodzakelijk is om de numerieke waarde van “koe”te evenaren en te kennen geeft dat de vijf staten van Gevoera afdalen van Bina, waar naar verwezen wordt door de [eerste] letter [van de naam Havayah], of neerdaalt naar Malchoet, waar naar verwezen wordt door de[tweede] letter [van de naam Havayah]. Daarom wordt de koe de “parah” genoemd, met andere woorden, de koe [“par”] van de hé.

******************************************

Deze Parasha wordt rond de 3e van de maand Tammoez gelezen, de jaardag van het heengaan van de Lubavitcher Rebbe. Gedurende zijn laatste jaren stelde hij ons vaak op de proef met de vraag,: Wat hebben we tot nu toe gedaan om de Verlossing te bespoedigen? Hij zou zijn volgelingen hebben aangespoord met de woorden:

Iemand moet bij zichzelf overwegen wanneer het voor het laatst was, dat hij oprecht nadacht over Mashiach op een wijze, die persoonlijk zinvol was, dat alles van Boven waarlijk verwijst naar hem en niet naar iemand anders, dat door Mashiach, de Heilige geprezen zij Hij hem uit deze verbanning neemt en hij zelf, met Mashiach, zal gaan naar het Land van Israël. Elk persoon moet zichzelf afzonderen op een plaats waar hij alleen zal zijn en waar hij waarlijk rekenschap aflegt aan zichzelf.

Hierdoor zullen onze gedachten terugkeren naar G’D.  Hierdoor kunnen wij de Uiteindelijke Verlossing naderbij brengen, omdat deze oprechte gedachten ons, en de hele wereld, verdienste in de ogen van de Hemel zal brengen en daardoor de Verlossing zal versnellen. Als we het op ons nemen om als “lichtbron” te dienen, leiden en licht werpen op al diegenen om ons heen, door onze uitstraling met de “kaars van de mitzwot en het licht van de Thora” (Spreuken. 6:23), zullen we de duisternis van verbanning verjagen en het licht van de Verlossing brengen. Dit moet worden ondernomen met oprechte inspanning en zelfopoffering.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT KÓRACH

Korach                Numeri.  16:1 – 18:32

SHABBAT ROSH CHODESH TAMMOEZ

RABBI SHIMON bar JOCHAI

ZOHAR. P 187a

Korach’s benadering in het scheppen van onenigheid, puur in het belang van zijn eigen politieke agenda, staat streng in tegenstelling tot hoe wij moeten handelen.

Rebbe Elazar stond in de aanwezigheid van zijn vader Rebbe Shimon en vroeg hem uitleg over het vers: “Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet van elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven.” (Geschriften. 9:9)

Dit vers schijnt een persoon te adviseren om van de fysieke genoegens van zijn leven te genieten zo goed als hij kan!

Hij antwoordt: Kom en zie. Dit vers bevat een mysterie. Een persoon moet altijd “leven” insluiten  [de intellectuele sefirot van chochma enbina] met die positie [malchoet, verwijst eveneens naar de “vrouw”]. Men kan zich niet verplaatsen zonder de andere.

Identiek aan de beslissingen en gedachten van een persoon als hij leven geeft aan zijn ledematen, zo nodig in de spirituele sfeer Zeir Anpin, Malchoet, om de Hogere Wil te actualiseren.

Men zou de eigenschap van de nacht mede insluiten met de eigenschap van de dag en de eigenschap van de nacht binnen dat van de dag.

“Dag” is het licht van Zeir Anpin, m.a.w de emoties, zoals barmhartigheid (chesed).Er zal constant gehamerd moeten worden op het besef, waar een gebrek aan liefde is en een gemis aan bewustzijn, m.a.w “duisternis”.

Dit wordt bedoeld met de woorden”Geniet van het leven [haal neer de overvloed van Zeir Anpin] met de vrouw die je bemint [Malchoet].” [hierdoor breng je éénheid in de wereld.] En wat is de reden om dit te doen? Het is omdat zij [Malchoet] je plaats, je positie is in het leven en leven kan alleen in die positie verblijven.”En in je werk, het werk dat je verricht onder de zon, is zoals het werk dat genoemd wordt in het vers: “Ken Hem in alles wat je doet, dan zal Hij voor jou een weg banen.” (Spreuken. 3:6)

De Ramak verklaart dat dit vers een instructie is om alles te heiligen wat we doen in het leven, met de intentie om spirituele éénheid tot stand te brengen.
Dus als iemand een huis bouwt zal hij zeggen, dit huis is zoals de Shechina en ik bouw dit huis met de intentie om de Shechina te verfraaien met mitzwot m.a.w het ontvangen van gasten en het hebben van kinderen. Dit is alsof de hogere spirituele mens één is geworden met de Shechina.  Idem, wanneer iemand sieraden of mooie kleding koopt voor zijn vrouw, zal zijn intentie het decoreren van de Shechina moeten zijn. Wanneer iemand op deze wijze handelt, heeft dit een meditatieve bedoeling, en G’D maakt deel uit van zijn leven, hij zal de Goddelijke voorzienigheid zien in alles wat hem omgeeft.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHELÁCH LECHÁ

Zend jij        Numeri. 13:1 – 15:41

BEGRIPVOL GELOVEN

Likkoetei Sichot, Vol. XXIII, P, 92-95

Het Thoragedeelte Shelách Lechá verhaalt uitvoerig over hoe Mozes twaalf uitstekende oprechte afzonderlijke verkenners uitzendt om het Land Israël te verkennen. Dit werd gedaan om uit te vinden wat de beste en eenvoudigste manier was om het Land te veroveren en ook om meer informatie te verkrijgen over het Land zelf. Zij zouden de kwaliteit van het Land aan hun broeders tonen door terug te keren met enkele vruchten van het Land.

Terwijl geloof van extreme importantie is en de basis voor het in acht nemen van de Thora, is geloof op zichzelf niet voldoende. Na het tonen van puur en simpel geloof, verlangde G’D dat Joden ook hun intellectuele vermogens gebruikten.

Hetzelfde geldt voor het binnen trekken van Eretz Yisraël. Hoewel G’D het Volk al had gezegd dat het Land goed was, verlangde Hij dat zij niet alleen geloofden dat het goed was, maar dat zij dit zelf zouden zien [begrijpen]. “Horen en [geloven] kan niet vergeleken worden met zien [en begrijpen]. “ ( Mechilta op Jitro, Shemot, 19:9)

Dus was het van vitaal belang dat het Joodse Volk het sterke verlangen zou hebben  om het Land binnen te trekken, als resultaat van de positieve impressies die hen zouden bereiken, dat het voor dit doel zelfs de moeite waard was om de levens van de verkenners in gevaar te brengen.

Zo ook betreffende de eerste fase van hun opdracht om te zoeken naar de eenvoudigste weg om het Land te veroveren, zodat het Volk zou begrijpen met hun eigen intellectuele vermogens dat dit met zekerheid mogelijk is.

Bij hun terugkeer begingen deze uitstekende oprechte afzonderlijke verkenners de grove overtreding aan het Joodse Volk te vertellen dat het Land onmogelijk te veroveren viel. Aangezien zij ooggetuigen waren geweest van “Een machtig Volk” nakomelingen van de reuzen, meenden de verkenners naar hun eigen inzicht dat hun conclusies logisch en correct waren, en brachten zij aan het Joodse Volk over, dat het Land onmogelijk te veroveren viel.

Wat dit betreft begrepen zij Mozes compleet verkeerd. Hij heeft hen nimmer gevraagd of het Land kon worden veroverd, integendeel hij heeft hen gezonden om zich ervan te vergewissen hoe het op meest gemakkelijke manier kon worden veroverd. Hij had hen uitgezonden om de beste manier te vinden hoe het Land te veroveren, het was vanzelfsprekend bedoel om een natuurlijke wijze te vinden. [Als het op een miraculeuze wijze bereikt had kunnen worden, dan zouden de verkenners overbodig zijn geweest.] Dus de getuigenissen van de verkenners, dat het Land onoverwinnelijk zou zijn staan in schril contrast met het doel van hun opdracht.

De verkenners begingen deze ernstige vergissing omdat zij zich zeer bewust waren van hun eigen persoonlijk egoïsme en hun eigen logische conclusies en niet voldoende gebonden en ondergeschikt waren aan Mozes, wiens hele zijn berustte op G’ddelijke waarheid. Waren zij meer verbonden geweest met Mozes en minder bezorgd om zich zelf, dan zouden zij niet zo bevreesd zijn geweest voor de “nakomelingen van de reuzen”.

Mozes wist dat het Land te veroveren viel, hun vertrouwen in hem zou ook terecht inzicht in hen bewerkstelligd hebben, dat “het Land dat de Eeuwige, onze G’D ons geeft goed is.”(Deuteronomium. 1:15)

Een Jood zou er goed aandoen te onthouden dat zelfs als hij betrokken zou zijn in kwesties die zijn eigen inzichten vereisen, hij doet zoals Mozes afgezant, met andere woorden, hij moet trachten het onderwerp in de ware zin te begrijpen en niet vanuit eigen persoonlijk verlangen, maar omdat G’D wenst dat hij het zo doet.

Hij zal dan verzekerd zijn in inzicht van ware aangelegenheden, in plaats van zijn eigen subjectieve foute interpretaties van de waarheid, iets wat gemakkelijk gebeurt als men verblind is door eigenliefde.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEHA’ALÓTCHA

Wanneer je ontsteekt

Numeri. 8:1 – 12:16

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar. p. 152b

Ver verwijderd iemand

De Zohar leert dat iedereen zichzelf kan aansporen om werkelijk terug te keren tot heiligheid.

Onze Thoralezing bevat de instructies met betrekking tot Pesach Sheni, die iemand in staat stellen het Pesach offer later uit te voeren, als hij niet in staat was om dit op de gepaste tijd te doen. De diepere betekenis van het volgende vers verklaart het als een verwijzing naar een persoon die zijn ziel heeft bezoedeld en zich ver heeft verwijderd van zijn heilige oorsprong.

“Zeg het volgende tegen het Volk van Israël: Wanneer een man [Hebreeuws, “ish, ish”] van jullie onrein zou worden wegens aanraking met een dood lichaam, of omdat hij zich op een verre reis bevindt, dan geldt voor jullie zowel als voor jullie verste geslachten, dat hij de [Tweede] Pesach zal houden voor G’D. (Numeri. 9:10)

Wat wil nu de herhaling van de woorden “ish, ish” in dit vers ons leren? De reden voor de herhaling is dat het vers verwijst naar een man die waarlijk een man is [met andere woorden, een belangrijk persoon].

Het woord “ish” in de Thora refereert vaak aan een persoon van grote importantie, zoals een koning. Een voorbeeld in een moderne uitdrukkingsvorm wordt weergegeven in  “British”, zogenoemd omdat de “ish”, of Koning van Engeland, is besneden, met andere woorden hij heeft een “brit” [het Hebreeuwse woord voor “verbond”, refererend aan besnijdenis]. Vandaar dat de naam “Brit Ish” kan betekenen “een man die het teken van de brit heeft”.

Deze was waardig om een Neshama te ontvangen van een zeer hoog spiritueel niveau, maar hij bezoedelde zichzelf door zijn slechte daden en grove fysiekheden, totdat hij niet langer puur genoeg was om de subtiele spiritualiteit, geëmaneerd van zijn heilige ziel, te ontvangen. Het is compleet zijn eigen schuld dat hij deze heilige emanatie niet kon ontvangen. Niettegenstaande, leert ons de herhaling van het woord “ish” dat hij nog steeds waardig is om het licht van de oorsprong van zijn heilige ziel te ontvangen mits hij opnieuw zijn ware spirituele niveau kan bereiken.

Dit wordt verder aangegeven door de woorden die stellen dat “hij zich op een verre reis bevindt” [Hebreeuws, “rechoka”.] Het woord “rechoka” is één van de tien woorden in de Thora waar een puntje boven staat. [in dit geval, staat het puntje bovenop de laatste hei.] Iedere keer wanneer een puntje verschijnt bovenop een woord of letter geeft dat te kennen dat er een bijzondere verborgen betekenis is die moet worden benadrukt. De reden dat [het puntje verschijnt bovenop de laatste letter van het woord voor “verre” is om te laten zien dat een persoon die zichzelf onwaardig maakt door zijn handelen beneden in de fysieke wereld  zich ook heeft bezoedeld in de hogere spirituele werelden. Aangezien hij zich  heeft bezoedeld in de spirituele werelden, is hij op een pad dat hem ver weg voert van de heilige bron waaraan  het Volk van Israël zich hecht.

In plaats dat deze man zich hecht aan de laatste hei in de Naam Havayah van HaShem, is hij overgeleverd om zich te hechten aan de laatste hei van het woord “rechoka” [ver weg]. Vandaar dat hij wordt uitgezonden om een verre reis te maken op verzekerde afstand van zijn heilige broeders in de periode van Pesach.

Rabbi Jitzchak zegt dat het vers schijnbaar duidt op twee verschillende dingen. Hetzij de persoon heeft zichzelf bezoedeld of hij is ver weg. Rabbi Yosi antwoordt dat in eerste instantie hij zichzelf heeft bezoedeld, maar niet compleet, daarvoor is hij nog niet in het stadium waarin hij ver weg wordt gestuurd. In tweede instantie zijn zijn handelingen zo bizar geworden ten opzichte van zijn spirituele oorsprong, dat hij ver weg is gezonden.

Hij kan zijn Pesach offer niet brengen in de tweede maand, zonder dat hij teshoewa heeft gedaan of terug is gekeerd naar zijn spirituele oorsprong. Alleen nadat hij zich heeft gepurificeerd en de spirituele beschadigingen heeft herstelt die hij heeft veroorzaakt, wordt hem een tweede maand gegeven waarin hij het Pesach offer mag brengen. Hieruit leren we dat elk persoon die oprecht moeite doet om zichzelf te purificeren is gepurificeerd.

Het is interessant om te weten dat de naam van de Thoralezing ook verwijst naar de Menora die wordt aangestoken op een wijze dat de vlam vanzelf naar boven opstijgt. Ook hier is de boodschap dat iemand eerst inspanning moet leveren en dan wordt geassisteerd vanuit het Hogere.

SHABBAT SHALOM  

PARASHAT NASÓ

Neem op              Numeri 4:21 – 7:89


SHELOSHA MACHANOT – DRIE KAMPEMENTEN


BEMIDBÁR, NASÓ, BEHA’ALÓTCHA

De respectievelijke cijfers, drie en vier, spelen een belangrijke rol in onze Parasha en vinden hun tegenhanger in de indeling van Jeruzalem en de Heilige Tempel.

  1. machanè shechina, het kampement dat alleen toegankelijk was voor Priesters.
  2. lewie machanè, het gebied waarin de levieten verbleven en waar zij het meeste van hun taken uitvoerden.
  3. machanè jisraël, het gebied waarin de vier legers, gevormd uit drie stammen, waren gelegerd, elk groep respectievelijk met hun eigen vlag.

Later in Jeruzalem hebben we a) de Heilige Tempel, b) Tempelberg, c)de rest van de stad Jeruzalem (binnen de ommuring) en eveneens de vier walmuren van de stad, m.a.w. de omwalling in de vier verschillende richtingen die de stad omheinden.
Wanneer we dit betrachten vanuit een metafysisch oogpunt zien we dat demachanè shechina, drie aparte gedeelten, gebieden van Heiligheid bevat:

  1. het kadeshé kedoshiem, het binnenste Heiligdom, het Heilige der Heiligen, waarin alleen de Hoge Priester handelingen kon uitvoeren en dan alleen op Grote Verzoendag.
  2. De Heichal, “Paleis”, omvattend het Gouden Altaar, de Tafel en de Kandelaber. Waarop de Priesters dagelijks en wekelijks reguliere taken uitvoerden.
  3. Het gedeelte dat het koperen altaar omvat, beter bekent als mizbach haolè, het altaar waarop de dagelijkse gemeenschapsoffers en andere offers werden gebracht.

De drie kampementen die wij hebben beschreven verdeelden eveneens de drie vormen van competentie van de Priesters, Levieten en de vertegenwoordigers van de twaalf respectievelijke stammen, de moeamadoet. In de machanè shechina, deden de Priesters de dienst. In de lewie machanè, zongen de Levieten en speelden muziek tijdens de offerdienst. De Israëlieten voorzagen, de afgevaardigden uit verschillende delen van Erets Jisroël van een symbolische aanwezigheid als “eigenaars” van de dagelijkse gemeenschapsoffers. ( Taanit 27)
Het cijfer vier vertegenwoordigt de vier vlaggen, de vier legergroepen van het Joodse Volk.

Later in Jeruzalem werd hun plaats ingenomen door de vier walmuren die de stad omringden, met het gezicht naar de vier richtingen. Dit cijfer correspondeert met vier letters van de onuitsprekelijke naam van G’D, het Tetragrammaton “J-H-W-H” welke eigenlijk maar drie elementen bevat, want de letter  komt tweemaal voor in de naam. Deze drie letters representeren drie chochmot, wijsheden, zoals is verklaard in Sefer Yetzira. Zij zijn de essentie van de voornaamste kawiem, “lijnen” in het universum, m.a.w. de lijn van chesed, naaste liefde, de lijn van gevoera, gerechtigheid en de lijn van rachamiem, barmhartigheid. Door gebruik te maken van de laatste letter  in de naam van G’D, eindigen we met vier letters, vier letters welke vervolgens duiden op vier van de tien “sefirot” wezenlijke G’ddelijke eigenschappen, namelijk die van chochma, wijsheid, biena, inzicht,Tiferet, schoonheid en malchoet, koningschap.
Deze “sefirot”zijn vier van de tien uitvloeiingen, de fundamentele krachten of G’ddelijke energiekanalen die in gronde abstracte concepten geleidelijk konden converteren of toepasselijk maken aan de materiële wereld waarvan wij deel uitmaken. Deze vier uitvloeiingen verwijzen ook naar de vier “poten” die de merkawa eljona dragen, de “wagen”in de hoogste regionen die de Shechina draagt.

SHABBAT SHALOM

SHAWOEOT HET MYSTERIE VAN HET GEVEN VAN DE THORA

Het grootste en meest belangrijke wat de mensheid is overkomen, is het Geven van de Thora.

Rabbi Shneur Zalman van Liadi

SPIRITUELE ROOK

Brandende Berg

Rook speelde een wezenlijke rol toen G’D Mozes de Thora gaf. “En de Berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat G’D er in vuur op neergedaald was” (Exodus.19:18) “En heel het Volk nam de donder en bliksem waar en het geluid van de Shofar en de Berg in rook; toen het tot hen doordrong deinsden ze achteruit en gingen op een afstand staan”. (Exodus. 20:15) “En Mozes trad nader tot de diepe duisternis waarin G’D was”. (Exodus. 20:18)

Kabbala onthult het mysterie van “rook” (in het Hebreeuws, “oshan”). De drie letters van de Hebreeuwse spelling zijn de initiële letters van drie andere woorden: “olam”, “wereld”, “shana”, “tijd” en “nefesh”, “ziel”. Deze drie fundamentele componenten van de Schepping corresponderen met de Drie Lagere Werelden van de Schepping, Beriya, Yetzira, Asiya.

Dus rook portretteert de drie bouwstenen van de realiteit: ruimte, tijd en ziel. Ruimte refereert aan de laagste wereld, Asiya, tijd representeert Yetzira en de ziel correspondeert met de wereld van Beriya.

Vier Elementen

Fysieke rook verschaft een illustratie van dit concept. Wat produceert rook? Een stuk hout bestaat uit aspecten van de vier elementen. Zijn overheersende componenten zijn niettemin lucht, water en stof. Wanneer het hout wordt aangestoken, consumeert het element vuur zijn spirituele elementen lucht, water en stof. Niet in staat zich te handhaven in het hout, keren de drie elementen naar boven terug om te worden opgenomen in hun afzonderlijke spirituele bronnen. De opstijgende rook van het hout is in feite samengesteld uit de voorafgaande elementen van lucht, water en stof. Het natuurlijke vierde element vuur verbrandt het hout. Alleen as, voort komend uit het element van stof, wordt achtergelaten. Er blijft absoluut niets over van de aspecten hout, lucht en water.

KOSMISCHE VERBRANDING

Hout dient als een analogie voor de Drie Lagere Werelden. De wereld van Beriya correspondeert met het element lucht. Onder Beriya staat de wereld van Yetzira, die water representeert. En de onderste wereld van Asiya manifesteert het element stof.

Vuur refereert aan de wereld van Atziloet waar oneindig G’ddelijk licht schijnt. Vandaar dat het bovengenoemd vers zegt, “omdat G’D er in vuur op neergedaald was”. G’ddelijk vuur daalt neer in de Drie Lagere Werelden en beïnvloedt hun purificatie en nullificatie. Dan, in een gezuiverde staat, stijgen zij op naar boven. Elk afzonderlijk keert terug naar zijn oorspronkelijke bron in Atziloet. Daar worden zij opgenomen in het gereveleerde licht van Atziloet. Wat blijft onder? Alleen het grove, ruwe aspect van Asiya, de wereld van daad en handeling, die correspondeert met het meest elementaire aspect van stof, blijft achter. Dit is analoog aan het laagste basis niveau van stof, wat stof der stof wordt genoemd.

[Mede inhoudend in elk van de werelden en hun corresponderende elementen zijn aspecten van al de anderen. Dus stof bezit vier niveaus: lucht van stof, vuur van stof, water van stof en stof van stof. Het hoogste aspect van de wereld van Asiya is Atziloet van Actie; zijn laagste is Actie van Actie.

Onder deze omstandigheden kan het Berg Sinai vers zo worden begrepen: ““En de Berg Sinaï was geheel in rook gehuld omdat G’D er in vuur op neergedaald was”. Wat geeft “geheel” aan in relatie tot vuur? Nadat G’D’s vuur de spirituele verbranding tot as en zuivering van de Drie Lagere Werelden effectueerde, gingen zij [letterlijk] “op in rook”. Rook manifesteert hun staat na purificatie. Alleen de wereldse grove, ruwe, stof der stof bleef over. Bovendien hielden de Drie Lagere Werelden compleet op te bestaan als onafhankelijke entiteiten. Want als gevolg van G’D’s vuur, stegen en gingen zij op in Atziloet om een te worden met het oneindige. Zelfs hun spirituele staat van zijn handhaafde zich niet.

RUIMTE EN TIJD ZIEL    

Zoals eerder genoemd staat de Hebreeuwse spelling voor “rook” voor wereld, tijd en ziel. Waarnaar verwijzen deze termen eigenlijk? G’D emitteert een in gradatie afnemende levenskracht om het scheppingsproces te verheffen. Elke gecreëerde sfeer ontvangt zijn vastgestelde maat van levenskracht nodig voor zijn existentie. De ruimtelijke extensie van deze levenskracht in een afzonderlijke gecreëerde sfeer wordt “wereld”genoemd. De duur van deze levenskracht die daar continueert wordt tijd genoemd. Dit betekent dat ruimte en tijd in werkelijkheid een radiatie van G’ddelijk Licht zijn. Ziel daarentegen refereert aan een aspect van G’ddelijkheid dat zo transcendent is, dat het boven de mogelijkheid van uitstraling naar beneden staat, Het heeft te maken met de uiteindelijke bron van de neerdalende levenskracht: de eigenschap van Malchoet van de wereld van Atziloet.

ONEINDIG FILTER

Atziloet, zoals we hebben gezien, blijft zelfs na Creatie, direct grenzend aan G’D’s oneindigheid. Dat is de reden waarom zijn licht en vaten oneindig illumineren. Het is alleen dat een sluier, representerend de sprong van waarde van eindigheid naar oneindigheid, Atziloet separeert van de Drie Lagere werelden. Om hen te voorzien van levenshoudende kracht, moet oneindigheid worden gemetamorfoseerd in een lager niveau “eindig” licht (ruimte – tijd). Na diverse samentrekkingen en verhullingen, bereikt Malchoet van Atziloet’s levenskracht de gecreëerde Werelden. Maar de sefira van Malchoet zelf doet geen afstand van haar positie in Atziloet.

ZIEL ROOK

De essentie van de ziel blijft boven, alleen een beperkte, zwakke radiatie daalt af om een lichaam leven in te blazen. Eenmaal binnenin, zijn ziel radiatie en lichaam verenigd als een. Maar zijn oorspronkelijke bron, de zielsessentie, blijft zelf existentieel afzijdig in de mogelijkheid om uiting te geven aan de levenskracht. In een parallelle vorm, blijft de essentie van ruimte –tijd ziel evenzo achterin Malchoet van de wereld Atziloet geheten, het omgeeft de wereld van boven. Alleen een beperkte, zwakke radiatie is afgegeven om ruimte – tijd te creëren.

Maar de Berg Sinai’s verbranding tot as, gesymboliseerd door het Hebreeuwse woord voor rook, houdt het aspect van ziel in. Als de ziel boven Beriya, boven creatie is, hoe werd het dan getransformeerd tot rook?

Het Berg Sinaï gebeuren manifesteerde de lichamelijkheid van de Drie Lagere Werelden. Hun existentie, zoals we hebben gezien, is eigenlijk het uitwendige aspect van Malchoets levenskracht. Toen de Berg Sinaï “geheel rookte, steeg ruimte – tijd en ziel op naar hun bron.

Zoals we hebben gezien en behandeld, refereert de neerwaartse expansie van levenskracht in elke sfeer afzonderlijk aan “wereld”; zijn duur is “tijd”. En de levenskracht zelf wordt “ziel” genoemd. Dit refereert niet aan de essentie van de ziel; alleen naar zijn uitstralende levenskracht. Dus levenskracht volbrengt drie gelijktijdige taken. Haar taak is uitstraling in ruimte/ tijd. En het hercreëert ruimte/tijd ieder moment vanuit een toestand van absoluut vacuüm tot een verschijning van een afzonderlijke gesepareerde realiteit.

G’D’s Licht, gesymboliseerd door vuur, consumeert de werelden. Dan stijgen ruimte/tijd en zijn animerende levenskracht opwaarts naar hun bron in de essentie van Malchoet van Atziloet. Voordien uitstralende levenskracht verenigd zich met zijn uiteindelijke oorsprong, de essentie van de ziel. Dat wat was gecombineerd met de Lagere Drie Werelden wordt nu genullificeerd, omwikkeld en verenigt met de “Hemelse Eenheid” van Atziloet. De Zohar beschrijft deze staat als “één zijn met Éen”.

TERUGKERENDE STRALING

KOSMISCH AFHAKEN

Hoe reageerden de Joden op deze revelatie van G’ddelijke Eenheid? Zij maakten Mozes duidelijk, “Treedt U maar naar voren en luister naar al wat de Eeuwige, onze G’D, te zeggen heeft en brengt u ons dan woordelijk over al wat de Eeuwige, onze G’D, tot u zal spreken, dan zullen wij het aanhoren en doen.” (Deuteronomium. 5:24) Zij waren getuigen van de nullificatie van de externe dimensie van de wereld in het briljante Licht van de wereld van Atziloet. De Berg Sinaï rookte, de Schrift verklaart, vanwege het overweldigende vuur van G’D, dat erop neerdaalde, verdween alles in dat vuur. En zij wilden daar niet deel van uitmaken! Integendeel, de Joden prefereerden dat hun fysieke lichamen intact bleven. Het was goed als hun ziel opsteeg, het kon hun niet schelen dat hun innerlijke zelf ondergebracht werd in het Oneindige Licht, maar hun lichamen moesten blijven juist zoals ze waren. Nu alles rondom hen, onderhevig werd aan het Oneindige Licht, maakten de Joden Mozes duidelijk “U moet er mee omgaan”. Per slot van rekening vindt ereen vergelijkbaar fenomeen plaats elke Shabbat en alle feestdagen. Op deze dagen stijgt de spiritualiteit van de werelden hoger, maar hun fysiekheid blijft zoals ze was.

Het gebeuren op de Berg Sinaï staat gelijk aan de Toekomstige Era, wanneer mensen niet zullen eten of drinken, ondanks het feit dat hun lichamen blijven voortbestaan en functioneren. Het is juist dat deze lichamen niet gevoed worden door fysiek eten, zij verkrijgen hun voeding door Hemels Licht.

ENGELEN VOEDSEL

Menselijke lichamen in de Toekomstige Era zijn vergelijkbaar met engelen van heden. Bepaalde engelen resideren in de spirituele sferen die “maag”en            “ingewanden” genoemd worden. G’ddelijke levenskracht wordt in de wereld gebracht door hen. Zij zelf verkrijgen voedsel van de levenskracht als het zich voortbeweegt door hun lichaam. Dit is analoog aan de functie van de ingewanden die voedingsstoffen onttrekken aan fysiek voedsel.

Evenzo, in de Herleving en opstanding, als menselijke lichamen verheven zullen worden, zullen hun ingewanden voeding ontvangen van Hemelse “voedingsmiddelen”. Gedurende het verblijf van veertig dagen van Mozes op de Berg Sinaï existeerden deze condities van opstanding en herleven van de doden. Zijn lichaam metamorfoseerde in de toekomstige wereldse staat. Mozes at en dronk niet; toch functioneerde zijn lichaam verder. G’ddelijke levenskracht, verwerkt door de hemelse “maag” van engelen, kwam in zijn ingewanden om hem in leven te houden.

Wat is het geheim dat Mozes in staat stelde, en dat ook de latere herrijzende lichamen zal laten opstaan, om de normatieve structuren van de natuur te overstijgen? De Baal Shem Tov en de Maggied van Mezrich onderwezen het principe dat de oorsprong van externaliteit, stoffelijkheid hoger is dan die van internaliteit, spiritualiteit. Externaliteit, stoffelijkheid, moet een hogere oorsprong hebben dan internaliteit, spiritualiteit. Wat is het bewijs? Stoffelijkheid verschijnt in deze fysieke wereld alleen na afdaling door talrijke spirituele versluieringen. Dit getuigt van zijn verheven oorsprong. Want hoe meer verheven de oorsprong is, des te meer is het in staat om zichzelf te verlagen. Maar aangezien de oorsprong van spiritualiteit onder fysiekheid ligt kan het niet samentrekken en zichzelf achterhouden tot zo’’n graad.

G’D’s externe Licht daalt helemaal af in de fysieke wereld. Vandaar dat het lichamelijke moet beschikken over de meest verheven oorsprong.

Juist zoals een muur valt, vallen zijn hogere stenen verder dan de onderste stenen, zo ook, hoe meer verheven de spirituele oorsprong is, hoe verder het valt.

DUISTERE ECHTHEID

De oorsprong van stoffelijke verhevenheid wordt aangeduid in het Berg Sinaï vers: “En Mozes trad nader tot de diepe duisternis waarin G’D was” (Exodus. 20:18). Mozes symboliseert de fysieke wereld, kwam dichtbij G’D. Dit duidt op het verheven aspect van G’ddelijkheid, “duisternis” genoemd. Koning David zegt in Psalmen, “Hij maakte duisternis tot Zijn geheime plaats” (Psalm. 18:12) Want het meest innerlijke aspect van G’ddelijkheid wordt Hemelse Duisternis genoemd. De Schrift informeert ons hier ook over in de frase “waarin G’D was”.

Waarom wordt G’D’s Absolute Zijn duisternis genoemd? Refereert Kabbala niet aan G’D als zijnde het Oneindige Licht? Kabbala’s verwijzing geeft eigenlijk al het antwoord. De Hebreeuwse term voor het Oneindige Licht is Or Ein Sof, die vertaald wordt als “het licht dat nimmer eindigt”. Maar hoewel de radiatie ervan niet eindig is, begint het. Voorafgaand aan illuminatie, is G’D duisternis. Duisternis verwijst naar een staat die boven de mogelijkheid van revelatie is. Dus de “diepe duisternis” van de Berg Sinaï refereert aan de uiteindelijke oorsprong van fysiekheid, stoffelijkheid, materie: de innerlijke Essentie van G’D. Maimonides zegt over G’D’s Absolute Zijn, “Hij is de enige ware existentie.” Dat de fysieke wereld optreedt als een onafhankelijke entiteit verklaart en verwijst alleen maar naar zijn oorsprong: de “ware existentie, het Absolute Wezen van GOD.

TEGENOVERGESTELDE GELIJKWAARDIGHEID

En Mozes’ onderdompeling in duisternis representeert de nullificatie van de wereld in zijn ware oorsprong. “En Mozes trad nader tot de diepe duisternis” reveleert niet alleen de oorsprong van fysiekheid, het bericht eigenlijk wat er gebeurde die dag. Mozes betrad de duisternis Externaliteit werd ondergebracht in zijn ware oorsprong. Dit was mogelijk aangezien externaliteit daar ook kan worden genullificeerd.

Spiritualiteit en fysiekheid zijn tegenpolen. Oneindigheid en eindigheid weerspiegelen hun ongelijkheid. G’D’s Essentie is zelfs hoger dan beide, want zou Hij uitsluitend oneindig van aard zijn, dan zou zijn  gebrek aan eindigheid Hem limiteren. Dit suggereert niet dat G’D ook fysiek is. Het is alleen dat het potentieel van fysiekheid niet is ontkend. Bovendien, zoals boven is verklaard, fysieke oorsprong situeert uitsluitend en alleen in G’D’s Absolute Wezen. Dat is zo gezegd het geval wanneer externaliteit  zich herenigt met zijn oorsprong, niet alleen kan het toegang hebben tot G’D’s Essentie, het moet.

ONGESCHOEID

Mozes was zijn tijd ver vooruit. Terwijl elk mens deze volkomenheid zal ervaren in de Toekomstige Era, kon alleen Mozes dit aan de Berg Sinaï. Wat was zo uniek aan Mozes? Teruggaand naar de tijd van de Wederopstanding van de Doden, zal de perfectie van het menselijke lichaam in staat zijn zich te voeden met G’ddelijk voedsel. Mozes had dit reeds bereikt: hij had de grofheid van zijn lichaam verwijderd.

Eerder, aan de brandende doornstruik, beval G’D Mozes “trek je schoenen van je voeten” (Exodus. 3:5). Kabbala leert dat schoenen verwijzen naar het fysieke lichaam. Mozes slaagde er in om externaliteit van fysiekheid te distantiëren. Dat is waarom alleen hij en niet de andere joden, de duisternis kon naderen. Dus zeiden ze tegen hem, “Treedt U maar naar voren en luister naar al wat de Eeuwige, onze G’D, te zeggen heeft.” Dit verklaart een raadselachtige passage in de Talmoed. Mozes’ tijdgenoten hadden de gewoonte om te zeggen, “Mozes groeide zwak op als een vrouw”. Het betekende in feite dat Mozes de fysieke dimensie van zijn lichaam elimineerde. Dit was de reden dat hij zwak en tenger overkwam.

PRACHTIGE ROOK

Boven de Berg Snaï kwam een regenboog, gelijkend op de regenboog beschreven in Ezekiël’s visioen, dat gelezen wordt op Shavoeot. “Zoals de verschijning van een regenboog is in de wolken op een regenachtige dag, zo was de verschijning van de omringende radiatie. Deze aanblik was gelijk aan de Glorie van G’D. En toen ik dit alles zag, viel ik op mijn knieën met mijn gezicht naar de grond (Ezekiël. 1:28). We weten dat een wolk zich vormde over de Berg Sinaï. Het vers informeert ons, “Een dichte zware wolk op de Berg”(Exodus. 19:16). Maar wat veroorzaakte de regenboog? Memoreer dat de externe elementen van de Drie Lagere Werelden op gingen in rook. Hun bovenwaartse opstijging was vanwege het Terugkende Licht, neerstrijkend op de wolk, waardoor er een schitterende regenboog verscheen.

BEWEGEND LICHT

Er zijn twee tegenovergestelde soorten van licht. Gewoon licht wordt: “Direct Licht “ genoemd. Zijn vector is neerwaarts van boven naar beneden. De graduele progressieve neerwaartse G’ddelijke levenskracht in elke spirituele sfeer manifesteert dit Licht.

Het tweede Licht is onmetelijk sterker. Aangeduid als “Terugkerend Licht”, zijn beweging is van beneden naar boven. Op de Berg Sinaï, onttrok de externe levenskracht van de Lagere werelden zich aan de ingeslotenheid van het fysieke, terugkerende naar zijn oorsprong. Dat is waarom rook, de zuivering van ruimte, tijd, spiritualiteit, het Terugkerende Licht illustreert.

Het wezen van Terugkerend Licht, zoals de naam al aangeeft, gaat omhoog. Het houdt nooit op met omhoog gaan. Zijn opstijgen is oneindig, bereikend de hoogste sferen van G’D. Direct Licht daarentegen, draagt in zich beperking. In elke fase van neergang, beperkt en vermindert zijn licht.

SPANWIJDTE VAN DE SHOFAR

Een shofar stoot illustreert de kracht van het Terugkerende Licht. Een shofar is smal aan een kant en wijd aan de andere kant. Wanneer in zijn nauwe opening wordt geblazen, wordt het geluid versterkt door de expansie van de hoorn, zoals Koning David zei, “van de engte roep ik G’D” (Psalm. 118:5) Uit diepe wanhoop, roept de berouwhebbende G’D. Een toespeling op de kracht van Teshoewa. De vector van Teshoewa van beneden naar boven demonstreert de indrukwekkende kracht van het Terugkende Licht. Het stijgt op, naar boven, steeds wijder, tot het bereiken van Absolute Oneindigheid (Ein Sof ). Dit is het principe aangaande opwaartse beweging. Als spiritualiteit hoger opstijgt, wordt het wijder en wijder, breder en breder. De conclusie van Davids vers maakt dit duidelijk: “Hij antwoordt mij met Zijn uitgestrektheid, expansie.”

DE REALITEIT VAN DE REGENBOOG

Een enigma in Ezekiël’s visioen is nu opgelost. Ezekiël aanschouwde het hele wonderbaarlijke hemelse proces met al zijn engelen en G’ddelijk Licht. Elk detail was gereveleerd. Hij zag bijvoorbeeld, “de gelijkenis van een troon, een uiterlijke verschijning van een steen van saffier.” Hoe kon hij dan doorgaan en elk en ieder detail beschrijven, als hij later neerknielde met zijn gezicht op de grond?

Het antwoord is dat hij in staat was om deze revelaties te doorstaan. Het was echter alleen bij het aanschouwen van de verschijnende regenboog dat Ezekiël uitriep, “toen ik dit zag” viel ik op mijn knieën met mijn gezicht naar de grond”. Hij kon het briljante Licht van de regenboog niet het hoofd bieden. Want de altijd opstijgende regenboog, geïnitieerd en aangedreven  door Het Terugkerende Licht, verwezenlijkt Absolute Oneindigheid.  Bovendien, toen de externalitiet van de existentie werd genullificeerd, was het enige dat Ezekiël kon doen het neerwerpen van zijn lichaam.

SEMISFERISCHE SYNTHESE

Een paradox vond plaats op de Berg Sinaï. De Schrift informeert ons “En het geluid

van de shofar groeide in toenemende mate.” Dit betekende een expanderend Terugkerend Licht.

Doch het zelfde vers eindigt, “Mozes spreekt en G’D antwoordt hem met

een stem,” duiden op de functie van een Direct Licht. Bovendien, het shofar geschal

was een G’ddelijk geluid neerdalend van boven. Niettemin, verbreedde het

oneindigheid, zoals het vers verhaalt, “groeide in toenemende mate luider”.

Wat gebeurde daar?

Toen de gezuiverde staat van de Lagere Werelden in rook opging, in de zin van Terugkerend Licht, brachten zijn een correspondeerde reactie

teweeg van G’D. Hij reveleerde vervolgens Zijn Terugkerend Licht, maar dan boven!

Het wordt terugkerend genoemd aangezien het een respons is.

G’D’s Terugkerend Licht  begint van een apex, zoals de profeten informeren, “Zijn pijl komt voort als een bliksemflits” (Zacharia. 9:14).

Het beweegt zich voort in een naar beneden gaand pad, expanderend naar alle kanten. Job vat samen, “Hoewel  je begin oneindig klein was, zal het uiteindelijk sterk toenemen ” (Job. 8:7).

De Berg Sinaï was revelatie van beide, een opstijgend en neerdalend Terugkerend Licht. Als twee helften van een sfeer, zij kwamen samen en ontmoetten elkaar op bergtop. Toen werd perfecte eenheid bereikt. Een glimp in de Toekomstige Era, zoals de Zohar zegt, een staat van “een zijn met de Enige”, met andere woorden, “als men zich verenigt met de Enige”.

CHAG SAMEACH

PARASHAT BEMIDBÁR

In de woestijn (Numeri 1:1 – 4:20)


The Lubavitcher Rebbe.


De Zonen van Levi.


Gebaseerd op Likoetei Thora 3:20b-21a-21b; Torat Levi Jizchak p.292, geschriften van de Lubavitcher Rebbe.


DIT ZIJN DE ZONEN VAN LEVI BIJ HUN NAMEN; GERSHON, KEHAT, EN MERARI. (NUMERI. 3:17)

De Levieten bestonden uit drie geslachten, de nakomelingen van de drie zonen van Levi. Deze families waren belast met de opdracht om de verschillende onderdelen van het Tabernakel op te richten, te ontmantelen en, wanneer het moest verplaatst worden, te transporteren. De Gershon familie was belast met de gordijnen en de versluiering van het afgesloten gebied van het Tabernakel. Merari was belast met de wanden en de pilaren van het gesloten gebied van het Tabernakel; en de Kahot familie vervoerde de voorwerpen die gebruikt werden in het Tabernakel en achter het voorhangsel.

Deze drie afdelingscomponenten van het Tabernakel, reflecteren de drie spirituele componenten van het spirituele Tabernakel die wij, voor G’D, hebben te construeren, in de context van ons eigen leven. De gedegen wanden en pilaren zijn het skeletachtige structuur en voorzien en geven het Tabernakel en haar binnenhof, de juiste vorm.

De gedegen structurele basisfundatie van ons spiritueel Tabernakel is ons onbaatzuchtige toewijding aan G’D’s wil. Deze toewijding is geboren vanuit de gramschap die we voelen ten aanzien van egocentrisme en haar lege beloften, waardoor wij ons richten op G’D als de ware realiteit. Dit facet van ons spiritueel leven wordt gepersonifieerd door Merari, wiens naam is afgeleid van het Hebreeuwse woord “bitter”, “mar”.

De vloeiende gordijnen en sluiers van het Tabernakel en haar binnenhof is de soepele huid die het skeletachtige bedekt.
Het vlees van ons spiritueel Tabernakel is onze emotionele betrokkenheid met G’D, welke een natuurlijke uitvloeisel is van onze groter wordende gerichtheid op G’D als de enige en ware realiteit.
Onze liefde, in deze emotionele relatie, krijgt zijn weerga in het doen van Mitzwot. Dit aspect van spiritueel leven wordt gepersonifieerd door Gershon.

De meubelstukken van het Tabernakel dienden als instrumenten voor de specifieke activiteiten waarvoor het Tabernakel was geïnstalleerd. In ons spirituele Tabernakel zijn de meubelstukken de voorwerpen van hoe onze verhouding met G’D ons leven verandert en ons in staat stelt om de realiteit te spiritualiseren. De karakteristiek van dit onderdeel van het Tabernakel was, de ark, welke de Tafelen van het Verbond huisvestte, de essentie van de Thora, die een gids is voor het transformeren van onszelf en de realiteit. Dit aspect van spiritueel leven wordt gepersonifieerd door Kehot.

Levieten Familie deel van het Heiligdom aspect van spiritueel leven
Gershon gordijnen en versluiering van het afgesloten gebied van het Tabernakel. emotionele betrokkenheid met G’D
Merari Wanden van het Tabernakel
en pilaren gesloten gebied
onbaatzuchtige toewijding aan G’D’s wil
Kehot Voorwerpen en voorhangsel transformeren van onszelf en de realiteit

In het Lied bij de Zee, wordt het Tabernakel aangehaald met de woorden “Het Tabernakel welke “Uw handen, O G’D, hebben gevestigd” (Exodus. 15:17). De uitdrukking “Uw handen” duiden op de manier waarop G’D’s hand in de Thora is beschreven, beschrijvend de drie grondprincipes van handelingen van G’D in deze wereld:

  • de “grote hand” (Ex. 14:31), aangevend G’D’s barmhartigheid (chesed), de origine van Zijn liefdadigheid.
  • De “sterke hand” (Deut. 7:19), aangevend G’D’s kracht en strengheid (gevoera).
  • De “verheven hand” (Ex. 14:8) aangevend G’D’s schoonheid (tiferet).

Op deze drie handen rust het Tabernakel.

In de spirituele zin geven deze drie handen de dienst aan van de drie Levieten families, die zij uitvoeren, in het Heiligdom.

  • Levi’s eerste zoon, Gershon, personifieert de “grote hand”, aangezien desluitnoen waarmee zijn naam wordt gespeld, G’D’s gift van barmhartigheid weergeeft naar de lagere niveaus, welke is aangemoedigd door liefdadigheid.
  • Merari wiens naam relateert aan het woord van “bitterheid” personifieert de “sterke hand” die straf meet.
  • Kehot personifieert de “verheven hand”, aangezien de Kehotieten de ark en de tafelen dragen (of verheffen) op hun schouders, in tegenstelling tot de andere zonen, waaraan was toegestaan hun respectievelijke Tabernakel – delen te vervoeren met wagens.

Jochaved, de moeder van Mozes en de dochter van Levi, had drie kinderen: Miriam, Aäron, en Mozes.
Deze drie kinderen lijken op de drie broers van Jochaved, Gershon, Kehod, en Merari, aangezien, volgens de Talmoed, in het algemeen lijken op de broers van de moeder. (Bava Batra 110a). {Noot: De reden is dat vrouwen in wezen bescheiden zijn en niet met hun persoonlijkheid pronken; de karaktertrekken van een vrouw, geërfd van haar ouders, worden daarom meer zichtbaar in de mannelijke kinderen van haar ouders, haar broers, dan in haar.}
Dus, Mozes, Aaron, en Miriam corresponderen eveneens met de drie pilaren van G’ddelijke dienst:

  • Mozes, die de Thora ontving en daarom geassocieerd is met da’at, welk op zijn beurt aansluit met tiferet, lijkt op Kehot.
  • Aaron, de “man van goedhartigheid”, lijkt op Gershon.
  • Miriam, wiens naam “bitterheid” betekent, lijkt op Merari.

Aldus, de numerieke waarde van Jochaved is 42, welke 3×14 is, 14 is de numerieke waarde van het Hebreeuwse woord voor “hand” (“jad”), een verwijzing naar de drie “handen” die zij baarde.

Levieten familie Deel van het Heiligdom hand van G’D betekenis aanduiding Jocheved’s kinderen
Gershon gordijnen en versluiering “grote hand” barmhartigheid (chesed) sluit nun Aaron
Merari Wanden en pilaren “sterke hand” kracht (gevura) naambetekenis
“bitterness”
Miriam
Kehot Voorwerpen en voorhangsel “verheven hand” schoonheid (tiferet) dragen op schouders Moses

SHABBAT SHALOM