PARASHAT TEROEMA

Heffing


Exodus. 25:1 – 27:19


Zohar Teroema 153


Rabbi Shimon bar Jochai

Rabbi Jesa opent en zegt over het vers, “Je moet een tafel maken van acaciahout……” (Exodus. 25:23) :Deze tafel stond in het Tabernakel en een Hemelse zegen verbleef er op. Vanaf deze tafel werd de hele wereld van voedsel voorzien en deze tafel was geen moment leeg. Er moest voordturend voedsel op de tafel zijn omdat de zegening niet aanwezig is in een lege plaats. Om die reden moest er altijd brood op die tafel zijn, zodat de Hemelse zegen altijd aanwezig was. En van deze tafel kwam al het voedsel en zegen voor de andere tafels van de wereld, want zij werden vanwege deze tafel allenmaal gezegend.

De tafel van ieder persoon afzonderlijk moet voor hem zijn op het moment dat hij G’D zegent, omdat de zegen van Boven erop zal rusten en niet leeg zijn. Want de zegeningen van Boven verblijven niet in een lege plaats, zoals staat geschreven: “Zeg me, wat heeft u in huis” (Koningen II, 4:2),

Over een tafel waar geen woorden van Thora worden gesproken is geschreven: “Want dergelijke tafels zijn vol van braaksel en vuile taal, zodat er geen schone plek is” (Jesaja. 28:8) Het is verboden om een zegen uit te spreken over zo’n tafel. Wat is hiervan de reden? Want een tafel is een tafel. Een tafel dient te worden neergezet voor Boven, voor G’D en altijd gereed te staan, zodat de woorden van Thora erover kunnen worden gesproken en zij moeten bestaan uit letters van de woorden van de Thora.

Het brengt hen bij G’D Boven, die hen allen bijeen brengt in Zichzelf en de tafel wordt hierdoor tot perfectie gebracht en Hij, G’D, is gelukkig en verheugt. Over deze tafel is geschreven: “Dit is de tafel die gereed staat vóór G’D” (Ezekiel. 41:22) en niet “ voor G’D”.

Er is een andere tafel die niet deel uitmaakt van Thora en niet de heiligheid deelt van de Thora en die tafel wordt “braaksel en vuile taal” genoemd. “Het heeft geen plaats”, aangezien het op geen enkele wijze deel uitmaakt van de zijde van heiligheid. Daarom, een tafel waaraan geen woorden van Thora worden gezegd, is een tafel van braaksel en vuile taal, en zoals een tafel van een andere godheid. De tafel heeft geen deel in het mysterie van de hemelse Heerser.

Gelukkig is degene die deze twee dingen aanwezig heeft bij zijn tafel: 1) woorden van Thora 2) en een behoeftig iemand aan deze tafel. Wanneer zij deze tafel verheffen voor de persoon, wachten daar twee heilige engelen , één aan de rechter en één aan linker kant. De ene zegt: Dit is de tafel van de Heilige Koning die een zeker persoon voor Hem heeft gerangschikt en het zal worden gedekt met hemelse zegeningen en hemelse olie en hemelse grootsheid, die G’D erover uitspreid. En de andere zegt: Dit is de tafel van de Heilige Koning die een zeker persoon voor Hem heeft gerangschikt, een tafel die degene boven en degene van beneden zegent. Deze tafel zal worden gedekt vóór Atik Yomin in deze wereld en de Komende Wereld.

ENGELEN EN ARKEN

DE GESCHRIFTEN VAN DE ARI

In dit Thoragedeelte draagt G’D Mozes op om een ark te maken in waar de Tafelen van het Verbond gehuisvest moeten worden. Op het afsluitende bovengedeelte van deze ark bevinden zich twee cherubijnen.

Aangaande de ark bedekking en de cherubijnen, zijn er die van mening zijn dat de cherubijnen manifestaties zijn van Zeir Anpin en Noekva, en er zijn anderen met de mening dat zij manifestaties zijn van Netzach en Hod [van Imma] en er zijn nog weer anderen met de mening dat zij manifestaties zijn van Abba en Imma.

Volgens de Wijzen, representeren de twee cherubijnen de paring van G’D en  het Joodse Volk. Toen G’D gelukkig was met ons, waren de gezichten van de cherubijnen naar elkaar gericht; Vanaf het moment dat dit niet meer het geval  was, draaiden ze miraculeus van elkaar weg.

Het kabbalistische prototype van de “romantische”dynamische eenwording en vervreemding, is de relatie tussen de Partzoefiem van Zeir Anpin en Noekva, wier eenheid wordt verbroken en herstel hiervan hangt af van het gedrag van het Joodse Volk, wiens zielen worden afgeleid van Noekva. De meer “volwassen” Partzoefiem van Abba en Imma ondergaan dergelijke wisselvalligheden in hun relatie niet en hun één zijn is constant.

Voor zover als alle meningen in de Thora waar zijn, weet dat de cherubijnen in feite manifestaties zijn van Abba en Imma, die zijn zoals Zeir Anpin en Noekva, zij het dat zij nooit en te nimmer scheiden.

Zij manifesteren ook Netzach en Hod [van Imma], die Zeir Anpin binnengaan. Om deze reden hadden zij volwassen gezichten van middelbare leeftijd, om aan te geven dat zij Zeir Anpin binnengaan. Want als Abba en Imma in hun plaats waren, boven, zou het gepaster voor hen zijn geweest om oudere volwassen gezichten te hebben gehad, dan volwassen gezichten van middelbare leeftijd. In plaats daarvan moeten we ervan uitgaan dat zij manifestaties zijn van Netzach en Hod die Zeir Anpin binnengaan.

De Wijzen stellen dat de cherubijnen op de arkbedekking de gezichten hadden van kinderen (Talmoed Bavli, Chagiga, 13b;Soekka 5ab) De Zohar stelt dat drie keer per dag, gedurende de dagelijkse gebeden, de cherubijnen op miraculeuze hun vleugels spreidden en op dat moment, als de Joden groeiend volwassen bewustzijn ervoeren, hun gezichten van dat van kinderen veranderden in dat van volwassenen.

In Kabbalistische termen, is het volwassen bewustzijn de aanwezigheid van de mentaliteit van Abba en Imma in Zeir Anpin. Het facet van Imma dat Zeir Anpin kan binnentreden is Netzach en Hod, zoals we eerder hebben uitgelegd.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT MISHPATIEM

Rechtsregels    Exodus. 21:1 – 24:18


De andere kant van Weten.


Mozes gaf G’ddelijk bewustzijn door aan de zielen van zijn generatie.


Bewerkt uit de werken van Rabbi Schneur Zalman van Liadi.

“En dit zijn de rechtsvoorschriften die je hen zult voorleggen [of, “aan hun innerlijke zelf”]: Als je een Hebreeuwse slaaf koopt, zal hij zes jaren dienen en het zevende jaar gaat hij in vrijheid heen; niets betaalt hij.

Er zijn in het algemeen twee typen van zielen, de zielen van Atziloet, “menselijk zaad”, en de zielen van de lagere werelden, “dierlijk zaad”. Aan deze twee typen wordt gerefereerd in het vers van Jeremia (31:26), “Ziet er komen dagen, zegt G’D, wanneer Ik het huis van Israël en het huis van Juda met menselijk zaad en dierlijk zaad zal zaaien.” (in zijn letterlijke context verwijst dit vers naar G’D’s zegen van het Land met vruchtbare mensen en vee.)

Van de zielen van Atziloet zijn er maar enkelen.

De meeste zielen zijn van de lagere werelden, Beriya, Yetzira, en Asiya. Deze zielen worden dierlijke zielen genoemd, omdat, net zoals dieren, Da’at missen.

Zoals de Alte rebbe verklaart in Tanya (Hf. 3), wanneer iemand Chochma en Bina heeft zonder Da’at, wijsheid en inzicht die niet eigen gemaakt zijn, ervaart hij zijn religiositeit niet werkelijk. Het zijn nutteloze fantasieën die geen invloed hebben op de persoonlijkheid van zo iemand, zijn middot, (emoties).

Een kind, zelfs met grote wijsheid, mist het meest elementaire niveau van Da’at en kan niet verantwoordelijk worden geacht voor zijn handelen. Wat hij intellectueel begrijpt is geheel verschillend van zijn geweten en besef van verantwoordelijkheid. Da’at is een daad van zichzelf binden aan en verenigen met een denkbeeld, zodat het meer wordt dan een abstract intellectueel onderwerp en uiteindelijk voelbaar wordt in het hart.

Zoals aangehaald, stammen de “dierlijke” zielen van de lagere werelden. En zelfs de meest verhevene van de drie lagere werelden, Beriya, ervaart Da’at niet. Het bewustzijn van de wereld van Beriya is genullificeerd aan het G’ddelijke maar alleen op het niveau van nullificatie van zijn (met andere woorden, er is een afgescheiden zelf, maar dit zelf is genullificeerd, nullificatie is geen natuurlijke staat.

De engelen van Beriya worden daarom dieren genoemd, aangezien zij het gemis hebben van Da’at . Hun nullificatie impliceert slechts een onafhankelijke zelf. De creaturen van Beriya begrijpen G’ddelijkheid, zij kennen G’ddelijkheid, maar hun kennis en inzicht wordt niet eigen of wordt niet een deel van hen.

In Atziloet begrijpt men niet alleen dat het zo is, niet alleen weet men dat het zo is, maar men wordt daadwerkelijk zo.

Ter vergelijking, het bewustzijn van Atziloet is existentiële nullificatie. Deze staat van bewustzijn wordt gekarakteriseerd door een ontbreken van enig afzonderlijk zelf om te nullificeren. Het zelf van Atziloet is inherent genullificeerd, nullificatie is de natuurlijke staat, niet een opgelegd concept van buitenaf, het is ware psyche.

De zielen van Atziloet worden daarom “menselijk zaad” genoemd, aangezien “adam”, het Hebreeuwse woord voor “mens”, in numerieke waarde gelijk is aan het Hebreeuwse woord  “ma”, betekenend “wat”, wat nullificatie aangeeft  (als men een vraag stelt).

Het was Mozes taak, als een van de Zeven Herders, om de zielen te voeden die Da’at missen en Da’at in hen te drijven.

[Mozes taak….. Zeven Herders: Micha (5:4) profeteert dat “Dit is het verzekeren van de vrede: Wanneer Assyrië ons land binnenvalt en zijn voet in onze paleizen zet, zullen wij Zeven Herders doen opstaan en acht Prinsen”: De Talmoed (Soekka 52b) identificeert deze Herders en Prinsen: “Wie zijn deze zeven Herders? David in het midden, Adam, Seth en Methusaleh aan zijn rechterkant en Abraham, Jacob en Mozes aan zijn linkerkant. En wie zijn de acht Prinsen? Jesse, Saul, Samuel, Amos, Zephaniah, Zedikiah, Mashiach en Elijah.”

In het kort, het verschil tussen de Herders en de Prinsen is dat de Herders het volk “voeden”, hen innerlijk (or pnimi) van voedsel voorzien, terwijl de Prinsen het volk beïnvloeden op een transcendente manier (makief). Bijvoorbeeld, in een Tzadiek zijn twee aspecten, wanneer hij Thora onderwijst, voedt hij de student als een Herder, raakt en beïnvloedt hem op een innerlijke wijze. Daarentegen, wanneer de student de Tzadiek ziet bidden,voorziet dit inspirerend ontzagwekkend schouwspel de student ook van voedsel, maar geen specifiek voedsel. Het is niet gedefinieerd, zoals makief , vergelijkbaar met de uiterlijke glamour van een koninklijke uitstraling die gedragen wordt door een prins in tegenstelling tot een werkelijke innerlijke gedachte die wordt opgenomen bij het leren. Zie Thora Orh 33d.]

Hoe kan Mozes in staat zijn zo een taak te vervullen?

Omdat, in waarheid, zelfs de lage zielen Da’at bezitten, zij het in een oorspronkelijke oer vorm. Dus Mozes hoeft niet een nieuw fenomeen in hen te creëren, wat een veel moeilijker taak zou zijn: hij hoeft alleen maar in hen op te roepen wat inactief is. Vandaar de opdracht aan Mozes.

SHABBAT SHALOM

EEN KEERPUNT IN DE SPIRITUELE WERELDGESCHIEDENIS

PARASHAT JITRO               Jitro         Exodus. 18:1 – 20:23


EEN KEERPUNT IN DE SPIRITUELE WERELDGESCHIEDENIS

Zoals reeds genoemd bij verscheidene gelegenheden, is het geven van de Thora geassocieerd met het verenigen van de spirituele en fysieke sferen. Vóór het geven de van Thora was er een decreet tot separatie van fysiekheid van het spirituele, zoals wordt weergegeven door het vers in Psalmen. 115:16, “De Hemelen zijn de Hemelen van G’D, en de wereld gaf Hij aan de mens.”

Er was geen medium waardoor de twee samen gebracht konden worden.

 

Bij het geven van de Thora veranderde dit. Het decreet werd genullificeerd, G’D begon Zijn neerdaling op de Berg Sinaï en Zijn neerdaling gaf het Joodse Volk het potentieel, door het in acht nemen van mitzwot, om de fysieke realiteit hemelwaarts te verheffen en het in aanraking te brengen met het spirituele.

 

Om deze reden hadden de mitzwot die de Patriarchen uitvoerden vóór het geven van de Thora, ofschoon uitgevoerd met fysieke objecten, geen mogelijkheid om heiligheid te geven aan deze objecten. Want in die era was er geen verbinding tussen spiritualiteit en fysieke entiteiten.

 

Het doel van het uitvoeren van de mitzwot door de Patriarchen was primair om G’ddelijkheid te laten verschijnen in de spirituele sferen.

De lichamen van elke Patriarch afzonderlijk, diende “als een voertuig voor G’ddelijkheid.” Een analogische verklaring, de Patriarchen waren volledig vereenzelvigd met G’ddelijkheid, in die mate dat zij zichzelf niet beschouwden als onafhankelijke entiteiten, net zoals een voertuig totaal is vereenzelvigd met de wil van zijn bestuurder.

 

Zoals zij leefden in deze fysieke wereld, doordrong hun spirituele dienst aan G’D hun hele existentie. En zo was het ook gesteld met het in acht nemen van mitzwot op dit fysieke vlak. Hoe dan ook, de intentie was niet om het fysieke te effectueren. De fysieke activiteiten waren slechts een manifestatie van spirituele bevordering.

 

Om deze reden, hoewel de spirituele dienst van de Patriarchen fysieke entiteiten met zich meebrachten, was de identiteit van de objecten die gebruikt werden voor een bepaalde dienst, niet belangrijk. Bijvoorbeeld wordt uitgelegd in de Zohar, vol. I, p. 162a, dat door het plaatsen van jonge takken van de witte populier, hazelaar en plataan voor de schapen van Lawan, Genesis. 30:37, Jacob de zelfde spirituele invloeden neerwaarts haalde die wij, na het geven van de Thora, neerwaarts brengen door inachtneming van de mitzwa van tefillien. Gelijke concepten gelden met betrekking tot het naleven van andere mitzwot.

 

Met het geven van de Thora begon een nieuwe fase. De mitzwot die wij uitvoeren hebben die potentie om heiligheid in de fysieke entiteiten waarmee zij worden uitgevoerd te brengen, in een omvang dat de entiteiten zelf heilig worden. Dus, met betrekking tot de overgrote meerderheid van de mitzwot, de fysieke entiteit waarmee de mitzwa is uitgevoerd, is veelbetekenend en belangrijk en moet bepaalde karakteristieken hebben die het mogelijk maakt om te worden gebruikt voor dat doel.

DRIE DIMENSIES VAN G’DDELIJKHEID

Het bovengenoemde concept, dat de fusie van het fysieke en het spirituele mogelijk werd gemaakt door de aan het Joodse volk verleende bevoegdheid bij het geven van de Thora, wordt aangeduid in de eerste drie woorden van de Tien Geboden: “Anochi Havayah E-lohecha,” “Ik ben G’D, jullie G’D.”

 

Deze drie namen representeren drie niveaus binnen de revelatie van G’ddelijkheid. De Naam E-lohiem refereert aan de G’ddelijke werkende kracht binnen het gecreëerde zijn. Want elke gecreëerde existentie is gekleed in een verschillend aspect van G’ddelijke kracht, een die wordt uitgedrukt in de specifieke aard van die existentie. Om deze reden is een modificerende meervoudvorm gebruikt, voor de Naam E-lohiem, zoals is geschreven in Jehoshoea. 24:19, E-lohiem kedoshiem, niet alleen is de Naam E-lohiem zelf aangewend in de meervoudvorm, maar ook het volgende woord. Dit schept niet, de hemel verhoede, multipliciteit, verdeeldheid in G’D zelf.

Want de Naam E-lohiem verwijst naar het feit dat elke gecreëerde entiteit is geïnjecteerd met een aspect van G’ddelijkheid dat hiervoor passend is. Dit wordt ook weergegeven in de numerieke gelijkwaardigheid van het woord E-lohiem en het woord hateva, dat natuur betekent. Want dit aspect van G’ddelijkheid wordt gekleed in die gecreëerde existenties die G’D bestuurt door de natuurlijke wet.

 

Dit wordt ook aangeduid door de bezittelijke vorm die gebruikt wordt in het bovenstaande vers E-lohecha, “jullie G’D”. Inderdaad, E-lohiem is de enige Naam van G’D die wordt gebruikt met een bezittelijke vorm. Aangezien deze dimensie van G’ddelijkheid een proces van samentrekkingen ondergaat om geschikt te zijn voor de niveaus van de gevarieerde gecreëerde existenties, kan het worden omvat door menselijk intellect. Dit is de intentie van de bezittelijke vorm, “jullie G’D”, met andere woorden, de G’ddelijkheid die je kunt bevatten.

 

De Naam Havayah daarentegen, refereert aan de dimensie van G’ddelijkheid die de natuur te boven gaat. Dit wordt weergegeven in de interpretatie van de Naam Havayah als haya hoveh veyihiyeh k’echad, verleden, heden, en toekomst alles als één vorm. Zohar, Vol. III, p. 257b. Binnen de natuurlijke grenzen reflecteren, verleden, heden, en toekomst, verschillende strekkingen. De Naam Havayah echter, reikt boven deze grenzen uit en smelt of voeg de drie strekkingen tezamen.

 

Dit is het grote verschil tussen de pure monotheïstische Joodse Godsdienst en de vrome niet Joodse Godsdiensten. De niet Joodse naties zijn zich alleen bewust  van E-lohiem, het G’ddelijke gekleed binnen de natuurlijke structuren. Daarom zei Josef tegen Pharao, Genesis. 41:16, “E-lohiem zal wel antwoorden wat in het belang van Pharao is.” Dit is een dimensie van G’ddelijkheid waar Pharao zich aan kon relateren. Met betrekking tot de Naam Havayah daarentegen stelde Pharao in Exodus. 5:2, “Wie is Havayah naar wiens stem ik zou moeten luisteren?….Ik ken Havayah niet.” Hij had geen bevattingsvermogen voor deze niveaus van G’ddelijkheid die de natuur te boven gaan.

 

Anochi refereert aan G’D’s essentie, zoals wordt gezegd in de Zohar III, p. 257b, “Ik Ben (Anochi) wie Ik Ben, Ik kan niet worden aangeduid met wat dan ook.” Niet alleen is dit niveau boven de Naam E-lohiem, die is geassocieerd met de wetten van de natuur, het is zelfs boven de Naam Havayah, die de natuur overtreft.

 

G’D is niet gelimiteerd door enige restrictie, evenmin door die van de natuur, noch door die boven de natuur. En om deze reden kan dit niveau fuseren met het natuurlijke en het overtreffende.

 

Dit niveau werd gereveleerd in het Heilige der Heilige waarvan was gezegd in Yoma 21a: “De plaats van de ark was niet inbegrepen in de afmeting. “Van oost naar west, was het Heilige der Heilige 20 el lang. En toch was er maar 10 el van de paroches (het afscheidende gordijn) tot de ark, de ark zelf 2.5 el lang, (Exodus. 25:10) en er waren 10 el van de ark tot de westelijke muur. Al de afmetingen van de ark waren zeer nauwkeurig, en toch, was de gehele spanwijdte niet toereikend bij de lengte. Hier zien we een fusie van eindig en oneindig.

 

Door te zeggen “Ik (Anochi) Ben G’D (Havayah), jullie G’D (E-lohecha),”zei G’D tegen de Joden dat bij het geven van de Thora, de grenzeloze kracht van Anochi fusering bracht tussen Havayah en E-lohiem, (met andere woorden, tussen de niveaus van G’ddelijkheid die de natuur te boven gaat, intellectueel bevattingsvermogen en inderdaad, met de gehele Schepping, met die niveaus die door het menselijke bevattingsvermogen kan worden vastgehouden.)

 

Dit is de reden voor de verbinding van die mitzwot die kunnen worden begrepen door menselijke logica, “Moord niet”, en “steel niet”, met de oneindige diepgaande mitzwot, “Ik Ben G’D” en “Je zult geen andere goden hebben,” welke de diepste dimensies van G’D’s absolute eenheid overbrengen.

SHABBAT SHALOM  

PARASHAT JITRO

(Exodus 18:1 – 20:23)

De Tien geboden werden in twee groepen van vijf op de stenen verbondtafelen gegraveerd. Nachmanides becommentarieert dit als volgt: “Vijf van de Tien Geboden hebben betrekking op het eren van de Almachtige, de Schepper, terwijl de andere vijf zich richten naar het welzijn van de mens. Het gebod om vader en moeder te eren maakt deel uit van de geboden om G’D zelf te eren, door het eren van zijn vader en moeder eert men G’D, aangezien G’D een partner is in de vorming van elk menselijk persoon.
Aan ons zijn de vijf geboden gegeven, welke handelen over menselijke waardigheid. We hebben beide groepen, als gelijk en belangrijk aan elkaar te beschouwen. Dit correspondeert met wat is geschreven in Sefer Yetzira, Het boek van de Schepping, dat de Tien Sefirot, uitvloeiingen, parallel zijn aan de tien vingers, vijf aan elke hand, en waarbij het verbond, in het centrum, elkaar verbindt.
Dat verklaart de behoefte voor twee tafelen. De groep geboden met betrekking tot het eren van G’D, inclusief het gebod om vader en moeder te eren, verwijst naar de schriftelijke Thora, de geboden op de tweede stenentafel zinspelen op de mondelinge Thora.
We zijn ons al goed bewust dat de gehele Thora bestaat uit permutaties van de naam van G’D, welke zich eindeloos uitstrekt in alle richtingen van het universum.
De onuitsprekelijke vierletter Naam YOED KEY VAV KEY is de Naam die G’D’s essentie symboliseert. Alle andere namen zijn, om een of andere reden, afgeleid van deze onuitsprekelijke vierletter Naam.
Er is niet één woord of letter in de Thora die niet in een of andere vorm zinspeelt op een kinoei, bijnaam, en daarom indirect naar een naam van G’D, welke een verbinding vormt met de onuitsprekelijke vierletter Naam.
Met dit in gedachte is het gemakkelijker te begrijpen dat de Tien Geboden “in zich”, de gehele Thora omvat.
De Tien Geboden bestaan uit 620 letters, die corresponderen met keter Thora.
613 letters representeren de 613 geboden en verboden van de Thora die zijn opgelegd aan het Joodse Volk, terwijl de andere 7 letters de 7 Noachidische geboden representeren, die zijn opgelegd aan alle andere volkeren.
Het moet dan volkomen duidelijk zijn dat de Tien geboden, meer dan elk ander deel van de Thora, de esoterische dimensie van de onuitsprekelijke vierletter Naam YOED KEY VAV KEY bevat.
Vervolgens becommentarieert Nachmanides het gebod “lo tisaa èt-shem YOED KEY VAV KEY elokèchaa laashaav” ”Bezig de naam van de Eeuwige, je G’D, niet voor niets” als volgt: “Zij hoorden de eerste twee geboden rechtstreeks van G’D. Daarom zeggen de geleerden dat deze twee de essentie zijn van alle geboden. Hoe moeten wij dit in overeenstemming brengen met de opvatting van Rabbi Eliezer, die benadrukt dat de Thora zegt in Exodus 20,1: “G’D sprak al deze woorden?” en Mozes zei tegen het Volk in Deuteronomium. 5,19: “Deze woorden heeft de Eeuwige op de berg midden uit het vuur, de wolk en de dichte nevel met luider stem tot heel jullie verzamelde gemeenschap gericht.”
De Thora ( Mozes) continueert vers 19 met: Hij graveerde ( al deze woorden) op twee stenen platen en die gaf Hij mij (Mozes). Dit houdt glashelder in dat wat G’D graveerde op de stenen platen, de exacte woorden waren die Hij had gezegd tegen het Volk!!
De traditie van onze geleerden ten opzichte van dit is, dat zonder enige twijfel, Israël alle Tien geboden rechtstreeks uit de mond van G’D heeft gehoord, in de eenvoudige zin zoals het vers is weergegeven.
Maar in het geval van de twee eerste geboden hoorde het volk niet alleen de woorden, maar begreep deze woorden op de zelfde wijze zoals Mozes ze begreep. Op dat moment sprak G’D tot hen zoals een meester spreekt tot een dienaar. Vanaf het derde gebod echter,hoorde het Volk de stem van G’D zonder te begrijpen wat G’D zij; daarom benodigde zij de hulp van Mozes als uitlegger.” Tot zover Nachmanides.
De moeilijkheid met Nachmanides is dat wat hij beschrijft als, de eenvoudige weergave van het vers, impliceert dat de “eerste keer” de hele natie de voltallige Tien Geboden hoorde in één opeenvolgend “woord.”
De Tweede keer, toen G’D de verschillende geboden afzonderlijk uitlegde, hoorde het volk alleen de twee eerste geboden rechtstreeks van G’D. Waarschijnlijk is dit exact wat Rashi in gedachten had toen hij het volgende schreef: “De woorden eet kol-hadewariem haeelè” “al deze woorden” betekenen dat G’D de Tien Geboden uitsprak in één enkel woord, iets wat onmogelijk is voor een mens om te doen.
In dat geval, wat is dan de betekenis van “Ik ben de Eeuwige, je G’D….Laten er geen andere goden voor je zijn?”Ongetwijfeld is dit een voorbeeld van een gedetailleerde uitleg van G’D!! Het betekent dat G’D alles herhaalde wat Hij eerst had gezegd in één enkel woord ( gebaseerd op Mechilta).

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BESHALÁCH

En hij had laten gaan Exodus. 13:17 – 17:16


Rabbi Shimon bar Jochai


Brood van de Hemel


Zohar II, p. 63b.

Tegen het einde van de Thoralezing van deze week leren we over het manna dat de Israëlieten ondersteunden gedurende hun veertig jaar in de woestijn. Eén van de mitzwot geassocieerd met het manna was dat niemand iets over mocht laten voor de volgende dag; alles moest geconsumeerd worden op de dag dat het werd gegeven (met uitzondering van vrijdag, wanneer een dubbele portie neerkwam, voor vrijdag en Shabbat). Het volgende gedeelte onderzoekt de esoterische reden voor het verbod tegen het overlaten van enig manna voor de volgende dag.

De selectie verklaart eerst de verschillende opinies of Shabbat de dagen van de voorafgaande week verheft en heiligt (zoals de Wijzen van de Talmoed stellen in Berachot 17a), of dat zij de dagen van de daar op volgende week zegent (zoals de Wijzen van de Zohar uitleggen).

Mozes zei tegen hen: “Niemand mag er voor de volgende morgen van overhouden.” (Exodus. 16:19)

[Dienaangaande dit] zei Rabbi Jehoeda: “elke en iedere dag is de wereld gezegend door die Hemelse Dag.”

Deze “Hemelse Dag” refereert aan Bina, die “eim habaniem” wordt genoemd, “de moeder van kinderen”. Met andere woorden, de verhouding tussen Bina en de zes sefirot van Zeir Anpin is vergelijkbaar met die van een moeder met haar kinderen. Zij koestert hen en verzekert zich er van dat zij al het nodige hebben. Overeenkomstig, is Bina,  de Shabbat  van de Hogere Werelden, die Zeir Anpin voedt.

Want alle Dagen [boven, de sefirot van Zeir Anpin welke “Dagen” worden genoemd, omdat zij de wereld beneden illumineren met spiritueel licht] zijn gezegend door de Zevende Dag [Bina], en elke Dag [elk van de sefirot van Zeir Anpin] geeft aan de dag waarmee het correspondeert [beneden, in onze wereld] van de zegening die het ontvangt [van de Zevende Dag, Bina].

Dienovereenkomstig, in de spirituele dimensie, geeft Shabbat (Bina) zegen aan de “Dagen” (Zeir Anpin) die er op volgen. Echter op het fysieke vlak, prepareren alle dagen van de week (corresponderend met Zeir Anpin) zich op Shabbat (die in onze wereld Malchoet is) die hen verheft en heiligt. Dus in werkelijkheid is er geen meningsverschil tussen de Talmoedische Wijze en de Wijze van de Zohar.

Het was in dit verband dat Mozes hen vertelde: “Niemand zal iets over laten tot de volgende morgen.” Waarom niet? Omdat de ene Dag niet geeft of leent aan de andere. In plaats daarvan, elk [van de zes sefirot van Zeir Anpin] beheerst alleen de eigen dag, want de ene dag [met andere woorden, eigenschap] controleert niet een andere.

Dienovereenkomstig, elk van de zes Dagen domineert zijn dag,zodat de dag bevat wat het ontvangt [van boven]. Maar de zesde dag bevat meer [dan juist zijn eigen capaciteit], zoals Rabbi Elazar benadrukt, in het verse, “De zesde dag” [“jom hashishi”, gebruikend het bepalend lidwoord, “de”, [Genesis.1.31] wat niet wordt gezegd van de ander dagen [van de Schepping].

Aan de andere dagen wordt gerefereerd als “één dag”; “een tweede dag”; “een derde”; enz. Wat is nu de betekenis van het bepalend lidwoord hier, “de zesde dag”?

De Rabbijnen verklaren het als volgt: Want op die dag, De zesde [dag], bereid de Koningin de tafel van de Koning voor [met andere woorden, Malchoet bereidt de gemeenschap met Zeir Anpin voor]. Om die reden werden er twee porties [manna] gevonden op die dag, één voor de [zesde] dag, en één om de viering van de Koning met de Koningin voor te bereiden.

In die nacht {vrijdag nacht, Shabbat avond}  verheugt zich de Koningin  op de Koning en op hun innige verbondenheid.

De term “zivoeg“, hier vertaald als innige verbondenheid, kan naar het vinden van en het huwen met iemands partner verwijzen. In Kabbala betekent dit de intieme relatie tussen de sefirot, waardoor zij één worden. Het verwijst eveneens naar de nullificatie van de ziel in het zich één voelen met G’D.

Dan zijn alle zes Dagen gezegend, elk individueel [elke dag afzonderlijk is verheven door de Shabbat]. Dienovereenkomstig zal iemand zijn tafel schikken [verwijzend naar cohabitatie] zodat de zegeningen van boven op hen kunnen rusten, aangezien zegeningen niet rusten op een lege tafel. (Berachot 40a).

Wat is dan de Shabbat? [ Is het Bina of Malchoet?] De dag waarin alle andere dagen hun rust bereiken en zij is de voltooiing van alle zes [werkdagen, malchoet], en ook de dag vanwaar uit zij allen worden gezegend [Bina].

SHABBAT SHALOM

PARASHAT

PARASHAT BO

Kom                    Exodus 10:1 – 13:16


Rabbi Shimon bar Jochai “de Rashbi”, 2e eeuw na het begin van de jaartelling, was één van de belangrijkste studenten van Rabbi Akiva en auteur van de Zohar. Begraven in Meron, Israël, ten westen van Safed.

Zohar, pagina 33a

Ons begrip van oorzaak en gevolg, is beperkt door onze perceptie van tijd, m.a.w een rechte lijn met een beginpunt en een eindpunt.
Spirituele giganten zoals de Arizal, de Baal Shem Tov en Rabbi Shimon bar Jochai, konden de oorzaken van wereldse gebeurtenissen zien in de spirituele (tijdloze) sferen en hen verklaren door hen te relateren aan gebeurtenissen die in generaties eerder zouden hebben plaatsgevonden. Rabbi Shimon geeft enkele voorbeelden om dit concept beter uit te leggen.
Onthoud zeer goed, “de Andere Zijde” is niet gesepareerd van het Heilige, het is een negatieve kracht die zijn bestaan en leefvermogen verkrijgt van het Heilige en een zeer belangrijke rol speelt in het testen van een persoon en hem daardoor de vrijheid van keuze geeft.

Kom en zie. Als een klein ding wordt gegeven (smeergeld) aan de “Andere Zijde”, ter wille van eigen bescherming, zal het worden geaccepteerd.

Dit is het geheim achter “majiem achroniem”, de handeling van het wassen van de vingers aan het einde van een maaltijd. Deze activiteit volstaat om te laten zien, dat men bewust is van de krachten van de dierlijke ziel, die eet vanuit een lust. Het volledig accepteren van dit feit, houdt de “Andere Zijde” op afstand, aangezien men de realiteit van deze kracht erkent.
Deze erkenning stelt iemand in staat om het birkat hamazon, dankgebed na de maaltijd, te zeggen, zonder dat het negatieve kan binnendringen in iemands bewustzijn.

Een goed voorbeeld is het geitoffer op Rosh Chodesh, Nieuwe Maan en het geitoffer op Jom Kipoer, de Verzoendag. Zodat {de Andere Zijde} betrokken zal worden in het offeren en Israël in het samen zijn met zijn Koning, onaangeroerd laat.

Een geit, een kosher dier, eet in vergelijking met alle andere dieren, praktisch alles. Deze kritiekloze lust van eten, maakt het tot een symbool van de Andere Zijde, wiens uiteindelijke spirituele representatie, Satan wordt genoemd. Het Hebreeuwse woord “Satan” is verbonden met het woord “sitna”, wat beschuldigen en haten betekent.

Dit wijst op het feit dat de Satan een vijand is en voortdurend tracht een persoon terug te laten vallen op zijn dierlijke verlangens en driften en een verwijdering probeert te bewerkstellingen tussen de persoon en zijn heilige spirituele bron. Het algemene concept van “de Duivel” is altijd verbonden met het symbool van de geit, maar er is een zeer belangrijk verschil dat men heel goed moet beseffen:

Satan is geen gesepareerde eenheid naast G’D, alles is één, vanuit één bron; hij is eerder een loyale trouwe dienaar met een onaangename hinderlijke job.

Farao als “koning” representeert de bron van spirituele onzuiverheid en als zodanig kon alleen G’D hem bestrijden en overwinnen. Om die reden trof G’D de eerstgeborenen van de Egyptenaren zelf. Hij en niet een engel, Hij en niet een boodschapper.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WA’ERÁ

Ik ben verschenen       Exodus. 6:2 – 9:35


Aaron en Mozes representeren ieder afzonderlijk een uniek aspect van heiligheid.

Twee Namen voor Twee Broers


“Aaron en Mozes….Mozes en Aaron.” (Rashi op Exodus. 6:26:)


Van de leringen van de Lubavitcher Rebbe

Kabbala leert dat Mozes en Aaron respectievelijk de twee G’ddelijke Namen Havayah en Elo-hiem personifiëren. De Naam Havayah geeft G’D’s transcendentie aan, terwijl de Naam Elo-hiem Zijn immanentie binnen de Schepping aangeeft.

De aanduiding van deze twee Namen in beide orden verwijst naar de gewaarwording van de vereniging van deze twee Namen, met andere woorden, het bewustzijn dat G’D’s transcendentie Zijn immanentie doorgeeft.

Er zijn twee manieren waarop wij dit bewustzijn kunnen ervaren: als een gift van G’D, of als een resultaat van onze eigen inspanningen. De eerste ervaring is meer transcendent, maar de laatstgenoemde doordringt ons bewustzijn grondig en meer permanent. Beide zijn daarom nodig en maken deel uit van het geven van de Thora.

De frase “Aaron en Mozes” [refererend aan de volgorde van geboorte] duidt op de wijze waarop G’D dit bewustzijn aan ons schenkt, “natuurlijk”afdalend De Frase “Mozes en Aaron” [refererend aan hun spirituele structuur] duidt op het permanente G’ddelijke bewustzijn dat wij verkrijgen wanneer we het door eigen inspanning bereiken.

*******************************

“MOZES MAAKTE EEN TEKEN OP DE WAND WAAR DE ZON EEN SCHADUW  HAD GEWORPEN” (Rashie op Exodus. 9:18)

De uniekheid van de plaag van hagel was zijn vermenging van barmhartigheid en oordeel. Allegorisch verwijst de zon naar Naam Havayah en de wand naar de Naam Elo-hiem. Deze plaag werd teweeg gebracht door de eenwording van G’D’s eigenschappen van barmhartigheid en streng oordeel, die respectievelijk door deze twee Namen worden aangegeven. Op een vergelijkbare manier, hoewel dit in het bijzonder een strenge plaag was, zoals van tevoren wordt aangegeven in de harde waarschuwing, bevat deze waarschuwing de barmhartigheid om het te voorkomen. Eveneens, omvat hagel zowel water als vuur, die correleren met de G’ddelijke eigenschappen van barmhartigheid en oordeel.

Ten slotte, de Naam Havayah gaat tijd te boven, terwijl de Naam Elo-hiem G’D’s samengetrokken aanwezigheid aangeeft in de natuurlijke Schepping, inclusief tijd.

Dus met betrekking tot deze plaag, zoals alle plagen, manifesteert het de Naam Havayah, het feit dat de tijd precies was vastgesteld, indiceert verder dat het de eenwording belichaamt van de Namen Havayah en Elo-kiem.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHEMOT

Namen                   Exodus. 1:1 – 6:1


SOMS WORDT G’DDELIJKE WIJSHEID ALLEEN GEREVELEERD AAN ZEER UNIEKE ZIELEN.


GEHOORD DOOR VOGELS EN KINDEREN.


RABBI SHIMON BAR JOCHAI

Rabbi Elazar verklaart het zien van brandende vogelveren en het horen van verzen die in het voorbijgaan door drie kinderen voor hem en Rabbi Jossi werden gereciteerd, allemaals in relatie met de problemen die de Egyptenaren op zich hadden geladen door de harde grove manier van omgaan met de joden in Egypte.

De dingen met betrekking tot de vogel en de drie verzen van de kinderen zijn in feite gelijk aan elkaar. Alles is  gerelateerd aan een profetie van Boven en de Heilige geprezen zij Hij, wenst hogere mysteries van de spirituele werelden aan ons te reveleren met betrekking tot wat Hij doet. Dit is de betekenis van het vers, “Ongetwijfeld zal Ado-nai, G’D, niets doen zonder eerst Zijn geheimen aan Zijn dienaren, de profeten te reveleren.” (Amos. 3:7)

Nu zijn de Thorageleerden te aller tijde op een hoger niveau dan de profeten. Roeach HaKodesh [lager geestelijke profetische niveau] rust soms op een profeet en soms ook niet, terwijl de Roeach HaKodesh een Thorageleerde nooit verlaat, zelfs niet voor een moment. Zij weten wat gaande is in de spirituele werelden en in de fysieke wereld, maar zij [wensen of zien geen noodzaak om] wat zij weten te reveleren.

Dit in tegenstelling tot een profeet wiens plicht het is om zijn profetie te reveleren.

Rabbi Jossi zegt dat, alles wat men ziet wijsheid is en de wijzen begrijpen wat er wordt aangegeven door wat zij zien en ervaren, maar niet één is wijzer dan Rabbi Elazar.

Rabbi Aba zegt dat als het niet vanwege de Thorawijzen en geleerden was de mensheid niet in staat zou zijn de Thora naar waarde te schatten. Zij zou niet weten wat de geboden zijn van Hij Die de wereld regeert. Als de mensheid niet deze kennis had, zou er geen verschil zijn tussen de ziel van de mens en de ziel van dieren.

Rabbi Jitzchak zegt dat wanneer G’D een definitief oordeel velt over een natie, Hij eerst oordeel over de spirituele beschermer van deze natie in de hogere werelden, zoals is geschreven (Jesaja. 24:21): “Ado-nai zal de spirituele menigte Boven straffen en dan de koningen in deze wereld”. En wat is het oordeel dat deze spirituele beschermer ondergaat in de spirituele wereld? Zij nemen hem mee naar de rivier Dinor die voort vloeit van de sefira van Malchoet en onmiddellijk wordt zijn koninkrijk van hem verwijderd. Vervolgens wordt onmiddellijk aangekondigd dat het koninkrijk van deze bepaalde beschermer van hem is verwijderd.

Deze aankondiging dringt in alle hemelen door totdat het degene die over deze natie heerst bereikt. Dan gaat een stem uit, en wordt gehoord over de hele wereld, totdat de aankondiging wordt opgepikt door de vogels en kleine kinderen en de mentaal gehandicapte mensen waarvan onterecht wordt aangenomen dat zij niets kunnen begrijpen.

********************************

ZOHAR SHEMOT 5:

Rabbi Chiya zat tegenover Rabbi Shimon. Hij zei tegen hem, waarom telt de Thora in het begin 12 zonen van Jacob, en naderhand waren zij zeventig, zoals is geschreven, “Al de zielen van het huis van Jacob die naar Egypte kwamen waren zeventig” (Genesis. 46:27) En wat is de reden dat zij met zeventig waren en niet meer? Hij zij tot hem: Het correspondeert met zeventig naties in de wereld. Zij waren één natie gelijk aan hen allen. En hij zei ook tegen hem: Laat ons het beschouwen als de sleutel die illumineert. De takken verreizen in hun vastgestelde orde, die voort komen uit de twaalf gravures en knoeten die hen omringen in hun reizen tegen de vier richtingen van de wereld.

Dit is wat er is geschreven: “Toen Hij de mensenkinderen van elkaar scheidde, stelde Hij voor de volkeren gebieden vast, naar het getal van Israëls kinderen” (Deuteronomium. 32:8) Dit is wat er is geschreven: “Als de vier winden van de hemelen heb Ik jullie wijd verspreid (Zacharia. 2:10), om te laten zien dat zij existeren voor het belang van de kinderen van Israël. Het zegt niet, In de vier, maar eerder, Als de vier”, omdat het onmogelijk voor de wereld is om te existeren zonder de winden, zo is het ook onmogelijk voor de wereld om te existeren zonder Israël.

BeRahamim LeHayyim:

“Tijd voor plezier met getallen.” We hebben de 12 zonen van Jacob/Israël, die parallel zijn aan de 12 permutaties van de G’ddelijke vierletter Naam, en de 12 diagonale lijnen in een kubus en de twaalf maanden. Dan hebben we de 70 Nefesh/zielen die afdaalden naar Egypte, om de 70 ministers van de naties tegen te gaan, en 70 is de gematria van Sod/ verborgene, en representeert de inhoudende sefirot van de lagere 7sefirot (Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod, Yesod en Malchoet). Deze 12 en 7×10 dragen de werelden, zowel de  fysieke als de spirituele. En op dit Aardse vlak hebben we de 4 Roechot/ windrichtingen, relaterend aan de 4 letters van de Naam en corresponderend met de 4 Sefirot van Chesed/zuid, Gevoera/ noord, Tiferet/oost, en Yesod/ west.

Al deze 4 relateren aan de grote letter Dalet in het woord Echad in het Shema Israël gebed. Inderdaad, alle bovenstaande getallen zijn in deze frase van 6 woorden. Want Israël is volgens in het bovenstaande van de Zohar, één natie gelijk aan allen.

Nu komt dit niet goed overeen met de post moderne sensitiviteit en sensibiliteit, want het riekt naar schijnbare arrogantie en “uitverkorenheid”. Hoe snel zijn we vergeten dat te zijn uitverkoren niet noodzakelijkerwijs betekent beter te zijn! Eerder is het misschien de rol van Israël het brengen vanuit de 12 diagonalen, de 70 naties en de richtingen, om G’D’s Licht en Eenheid aan allen te reflecteren. We zijn de kleinste onder de volkeren, maar nog steeds het middelpunt van zo veel aandacht en energie. Wat alleen maar onze officiële verantwoordelijkheid vergroot.

Wanneer we het woord Echad zeggen, zijn we aan het mediteren over de Alef om aan te geven Aloefo Shel Olam, de Leider van het Universum, G’D; op de letter Chet van Echad hebben we in gedachten de 7 firmamenten van De Hemel (daar is onze 7) plus de wereld beneden, 7+1= 8, de gematria van de letter Chet en de laatste letter Dalet van Echad, zoals boven is aangehaald, op de vier windrichtingen.

Misschien is deze bovenstaande meditatie, die wordt beschouwd als eenvoudige meditatie, door Joods recht vereist bij het reciteren van het woord Echad, de manier waarop een Jood zichzelf heeft te gedragen. We moeten de Alef, de Ene, de Leider, altijd voor ons houden, het middelpunt van al onze gedachten, woorden en daden. Dan moeten we Hemel en Aarde verenigen, gerepresenteerd door de letter Dalet, zoals boven. Dat betekent bewust proberen om enige hemelse samenhang neer te halen in deze wereld, met andere woorden, te verspreiden in de 4 aardse richtingen. Dit is de rol van Israël, zonder wie, G’D verhoede, de wereld niet kan existeren.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJECHI

En hij leefde Genesis. 47:28 – 50:26

Rabbi Shimon bar Jochai

ZoharI, p. 235 a-b gebaseerd op het commentaar Sha’at Radson

De dag van Israëls dood naderde….(Genesis. 47:29)

Rabbi Elazar stelt Rabbi Shimon [zijn vader] de volgende vraag: aangezien de Heilige, geprezen zij Hij, weet dat een persoon uiteindelijk zal sterven, waarom wordt de ziel dan neerwaarts gezonden in deze wereld?
Zijn vraag is in feit, “waarom moeten de zielen van mensen van het Hoge afdalen in deze?”, verwijzend naar de wereld van Asiya, waar het kwaad over het goede heerst en waar dood de overhand heeft (Etz Chaim, 42:4, 48:3; zie Tanya hf. 6). Als het doel is om de mens te begiftigen met vrije keuze, zodat hij kan kiezen om de Schepper te dienen en dus beloont wordt voor zijn dienst (of gestraft wordt bij gebrek daaraan), zou het voldoende geweest zijn voor de ziel om af te dalen van het Hoge naar de wereld van Yetzirah, welke half goed en half slecht is (Etz Chaim 48:3) en daarom nog altijd de mogelijkheid toestaat van vrije keuze.
Rabbi Shimon antwoordde: deze vraag is vele malen voorgelegd aan de rabbi’s (door hun studenten) en zij gaven als antwoord: De Heilige plaatst zielen in deze wereld zodat zij Zijn Glorie bekend kunnen maken. Maar nadien neemt Hij hen terug [als zij sterven].
Blijft de vraag: als het doel is om Zijn glorie bekend te maken in deze wereld, waarom neemt Hij hen terug? Waarom moeten zij afdalen in deze wereld om later te sterven?
Hoe dan ook, de esoterische verklaring is deze: hij begon [zijn verklaring met het volgende vers], “Drink water uit je eigen bekken en stromend water van je eigen bron” (Spreuken 5:15). Wij hebben vastgesteld dat een bron [malchoet] niet vloeit met water van zichzelf.
Een bron verzamelt slechts water welke stilstaat in de put. Zie Mikva’ot 1:7 ff. Voor het verschil tussen een bron en een stroom water zie /bhm/parashat-balak-4/

Wanneer stroomt je eigen bron met water [met andere woorden, wanneer wordt een bron als een stroom, de mogelijkheid hebbend om te zuiveren naar een veel hoger niveau dan een bron]? Wanneer de ziel zijn werk completeert in deze wereld, [wanneer de Nefesh van een rechtvaardig persoon, een Tzadiek, die G’D dient in deze wereld in het vervullen van de Thora opdrachten] en terugkeert naar die plaats [boven] waarmee het is verbonden [de sefira van yasod] is de ziel vervolgens compleet in elk aspect, boven en beneden [yasod boven en malchoet beneden].
Wanneer de ziel naar boven terug gaat, zijn de vrouwelijke wateren [de wateren van malchoet, de bron] opgewekt ten opzichte van de mannelijke wateren [de wateren van yasod, welke stromen] en stromen van beneden naar boven, zodat de [stilstaande] bron een reservoir wordt van vloeiend water. Op dat ogenblik zal eenheid en harmonie en het G’ddelijk aanwezig zijn, want de ziel van een Tzadiek stijgt compleet in elk aspect naar het Hoge.

Commentatoren leggen uit: het is voor de ziel noodzakelijk om neer te dalen in deze bescheiden wereld van Asiya en de intense pijn te ondergaan van de dood. Het niveau van de Nefesh dat afdaalt naar Asiya, kan worden gecompleteerd in elk aspect door het verheffen van de heilige vonken die in de werelden vielen van de versplinterde vaten van de wereld van Tohoe. Dit verheffen wordt bereikt door mitzwot en goede daden in deze wereld. De verheffing van deze vonken moet beginnen vanuit de laagste niveaus, vanuit het niveau van Nefesh. Om die reden moet de ziel neerdalen in deze wereld om te worden gecompleteerd, zodat ze later kan opstijgen en eveneens voltooiing aan de hogere werelden kan brengen. De Zohar gaat verder met de verklaring, dat dit het mysterie van het vers is welke Jacob’s laatste momenten beschrijft: ·Hij trok zijn voeten op het bed [Zei’ir Anpin] – de zes sefirot van Chesed naar Yesod] en werd verenigd met zijn voorouders. (Genesis. 49:33)

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJIGÁSH

En hij naderde                                Genesis. 44:18 – 47:27

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR I, P. 210b

Het volgend gedeelte van de Zohar verklaart het geheim van de “Merkawa”, letterlijk “voertuig of rijtuig”. Het voertuig, beschreven in Ezekiël’s profetisch visioen (Ezekiël hoofdstuk 1), is het voertuig voor G’ddelijk openbaring in de wereld van Yetzira, de volgende wereld voorbij de spirituele dimensie van onze fysieke wereld, de wereld van Asiya.
Meditatie over verscheidene aspecten van de Merkawa was voor een belangrijke stroming in Joods mysticisme een centraal punt. De Zohar verklaart hier dat Josef zijn Merkawa inspande om een hoger niveau van G’ddelijke openbaring te bereiken. De verklaring draait rond het begrijpen van het woord “Chaya” (letterlijk “ongetemd dier”, meervoud “Chayot”) wat in de Zohar “animerende kracht” betekent.
“Josef spande zijn wagen in en trok Israël, zijn vader, naar Goosen tegemoet.” (Genesis. 46:29)
Rabbi begon zijn uiteenzetting met het citeren van het vers. “En boven de hoofden van de Chaya was een gelijkenis van een uitgestrekte oppervlakte, zoals glinsterend ijs, angstwekkend, deze oppervlakte strekte zich hoog boven hun hoofden uit.” (Ezekiël. 1:22).
Dit vers is alreeds eerder uiteengezet [als verwijzing naar een animerende kracht, Chayot, in de wereld van Yetzira].
Maar kom en zie [hoe de term “Chaya” wordt gebruikt in verschillende contexten, in dit vers en in de volgende verzen, zodat er een Chaya boven Chaya is, een hiërarchie van niveaus.
[Het hoogste niveau is] is “Heilige Chaya”, boven de hoofden van de Chayot. En daar een hogere vorm van “Chaya” [met andere woorden, hoger dan de Chayot, maar lager dan de Heilige Chaya] welke boven elke andere Chaya staan en hen allen controleert, zodat wanneer deze Chaya verlichting geeft aan hen allen, zij vervolgens opwaarts reizen, en één aan de ander [ levenskracht] doorgeeft en zodoende de ander controleert.
Overeenkomstig, er zijn drie niveaus van Chaya: “Heilige Chaya “, welke is chochma; “Chaya” (Bina) welke boven Chayot is en de Chayot controleert, en “Chayot”, de levenskracht die Zeir Anpin animeert en op elkaar inwerken. (Mikdash Melech)
Als nu al deze aspecten van de Merkawa zijn geplaatst in hun gepaste orde, wat geeft het dan weer? “En boven de expansie die zich boven hun hoofden uitstrekte zag ik iets dat leek op een troon van saffier, en daarboven, op die troon, zag ik een gedaante als van een mens.” (Ezekiël. 1:26)
Ergens anders in de Zohar wordt verklaard dat de troon de wereld van Beriya is. (Pardes, Archai)

Wij stellen dus vast dat de troon van waardevolle stenen staat op vier poten. [Dit zijn de vier Sefirot, Keter, chochma, Bina, Da’at] (Mikdash Melech)
En dat op die troon de gelijkenis van een mens is. [De openbaring van G’ddelijkheid in de wereld Atziloet]
Wanneer al deze niveaus in de persoon zelf zijn gerectificeerd, zodat al de niveaus een Merkawa, [een voertuig] voor G’ddelijkheid zijn, staat er geschreven, “”Josef spande zijn wagen in en trok Israël, zijn vader, naar Goosen tegemoet.”
Met andere woorden, wanneer de verschillende niveau van de ziel van een persoon, Nefesh (corresponderend aan het woord Asiya), Roeach (corresponderend aan Yetzira), Neshama (corresponderend Beriya) zich hebben gerectificeerd en op de juiste wijze zijn geplaatst (ingespannen), is hij in staat om te klimmen naar het niveau van Chaya (Atziloet) en te communiceren met de G’ddelijke Aanwezigheid, zoals is geopenbaard in Zeir Anpin van Atziloet, refererend aan het vers als “zijn vader, Israël, en het visioen van de Merkawa als “de gelijkenis van een mens”.
Dit is wat Josef had bereikt toen “hij zijn voertuig inspande”.
SHABBAT SHALOM