PARASHOT WEZOT HABERACHA/BERESHIET

PARASHAT WEZOT HABERACHA En dit is de zegen


Deuteronomium. 33:1 – 34:12


Rabbi Shimon bar Jochai.
Het verwelkomen van gasten van de Soeka.


Zohar, Emor bladzijde 103b.

In Chok L’Jisrael, geeft de Arizal uitleg van parashat Emor van de Zohar, welke correspondeert met parashat WeZot HaBeracha.

Kom en zie, op het tijdstip, wanneer een persoon gaat verblijven in de schaduw van de soeka, welke de schaduw van het vertrouwen is, spreidt de G’ddelijk aanwezigheid Haar vleugels over hem uit en Abraham [representerend Chesed], en vijf andere tsadikiem delen hun verblijf met hem.

Rabbi Aba zegt, Abraham, en vijf andere tsadikiem, en Koning David maken hun verblijf met hem. Het bewijs hier voor ligt in het “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen” (Leviticus. 23:42).
De Tekst zegt: “Zeven dagen” en niet “gedurende zeven dagen” [verwijzend naar zeven sefirot van Chesed tot Malchoet]. Gelijk de manier het is geschreven: “Omdat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte.”

Dit laat zien dat de zes dagen, de zes sefirot zijn; ChesedGevoeraTiferet, NetzachHod en Yesod, welke samen, de “zes dagen” worden genoemd.
Door deze sefirot creëerde G’D de hemelen en aarde.

Dus zal een persoon door en door gelukkig moeten zijn, gedurende de dagen van Soekkot, en zijn gezicht zal vreugde moeten uitstralen in het hebben van zulke grote spirituele gasten met hem, in de Soeka. Rabbi Aba zegt dat de tekst in het eerste gedeelte van de zin, is geschreven in de tegenwoordige tijd en vervolgens, het tweede gedeelte van de zin, in de toekomende tijd: “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen, alle ingezetenen in Israël zullen in hutten [Soekkot] wonen.”
De eerste heeft betrekking op de spirituele gasten en de tweede refereert aan mensen in deze wereld.
De eerste, referent aan de spirituele gasten, is voortgebracht door de gewoonte van Rav Hamnoema Saba: Als hij de oeka binnenging was hij blij en gelukkig [om een vreugdevolle gezichtuitstraling te tonen aan de spirituele gasten] en ging staan bij de ingang [om aan de gasten duidelijk te maken niet binnen te gaan, tenzij de huiseigenaar aanwezig is]. Dan zou hij zeggen: “De gasten zijn uitgenodigd om binnen te komen.”
Vervolgens schikte hij de tafel voor zijn gasten, stond op om hen welkom te heten en sprak de zegening over de mitzwa uit “……..om in de soeka te zitten”. Naderhand zal hij tegen zijn spirituele gasten zeggen, “G’D heeft opgedragen, “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen”.
Neem alstublieft plaats, gasten van de hogere werelden, neem plaats gasten van het vertrouwen, neem plaats.” Dan zal hij zijn handen opheffen [om zijn 10 sefirot samen te voegen, aangegeven door zijn tien vingers, met de zeven hogere sefirot die hem bezoeken] en vreugdevol zeggen, “Hoe gelukkig is ons deel, hoe gelukkig is het deel van Israël, zoals het is geschreven, “Maar het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed.” (Deuteronomium. 32:9).

Het belang van een gezicht dat geluk uitstraalt is, dat blijdschap een mechanisme is om deze zeven sefirot te verheffen naar het niveau van bina, en het vers brengt het nederige feit voort, dat deze gasten niet komen uit iemands individuele verdienste; maar dat zij eerder komen omdat G’D Israël heeft gekozen als Zijn volk.

GOED JOM TOV

PARASHAT BEREESHIET         In het begin                Genesis. 1:1 – 6:8


RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR, p. 23a


In de onderstaande vertaling bespreekt Rebbe Shimon de vraag waarom G’D de kwade inclinatie in een persoon heeft gecreëerd. Als iemand geen aanmoediging in zich heeft tot kwaad, zouden er geen kwaadaardige handelingen worden gepleegd die rectificatie verlangden door berouw en gecorrigeerd gedrag.

Rebbe Shimon zegt dat als dit zo was [dat G’D wist dat de mensheid zich zou kunnen laten leiden bij hun kwade inclinatie] waarom dit alles?

Waarom creëerde Hij de wereld?

Rebbe Shimon zei tot zijn vrienden, dat als G’D niet de goede en de kwade inclinaties had gecreëerd in een persoon [die zijn zoals licht en duisternis in het universum] een persoon ook niet was gecreëerd met de mogelijkheid om beloning en straf te ontvangen. In plaats daarvan werd de mens gecreëerd met beide inclinaties, en omdat is er geschreven “Zie, vandaag leg Ik je voor het leven en dood en goed en kwade”( Deuteronomium. 30:15). [Deze “optie” reflecteert iemands vermogen om vrije keuzen te maken.]

Zij zeiden tot hem dat zijn uitleg uitstekend is, maar was het niet beter dat de kwade inclinatie in zijn geheel niet was geschapen? Dan zou een persoon niet zondigen en de negatieve effecten in de spirituele werelden zouden niet meer plaatsvinden.

Vervolgens worden straf en beloning overbodig.

Hij antwoordde hen dat ten aanzien van regels van oordeel, het gepaster is dat de mens werd geschapen op deze manier [vrijheid van keuze en straf en beloning].  De Thora is gecreëerd voor de mensheid en bevat geschreven teksten van straf voor de slechten en beloning voor de rechtvaardigen. Er was geen behoefte voor beloning en straf dan alleen voor de gecreëerde mens. Chaotische anarchie is niet gecreëerd, eerder een geordende staat met controle over de inclinatie [om goed of kwaad te doen].

Aldus wordt de mens een partner van G’D die licht en duisternis creëerde. In het kiezen van goed, creëert de mens licht; in het kiezen van kwaad creëert hij duisternis.  Dit verklaart waarom het eerste licht was gecreëerd op de eerste dag van de Schepping, vóór de zon en de sterren. Dat licht heet “goed” en is hier equivalent aan het licht dat wordt opgewekt door een handeling van barmhartigheid.

Zij zeiden tot hem dat wat zij nu hoorden, zij nooit tevoren hadden gehoord. Het is zeker dat G’D geen dingen creëert waar geen behoefte aan is.

Niet alleen dat, maar de Thora van de geschapen wereld is de kleding van de Shechina.

Dit omdat de persoon die kiest voor licht ( door het leren van Thora en het doen van goede daden) de G’ddelijke Aanwezigheid kleedt en verfraait in de laagste wereld met prachtige kleding, en haar in een passende staat brengt om zich te verenigen met haar G’ddelijke bron.

Als de mens niet was geschapen [na de Thora], zou de Shechina zonder kleding zijn, als een bedelaar [in lompen gehuld]. Daarom, als iemand, als het ware, kwaad doet, ontkleedt hij de Shechina,  wat een effect heeft op hem en op deze wereld.

Bovendien, allen die de opdrachten van de Thora uitvoeren, kleden de Shechina in haar gewaad.

Zoals we eerder hebben uitgelegd m.b.t de opdrachten over het dragen van de kledingstukken van Tzitziet en tefillien. Zoals staat geschreven: “Het is haar enige bedekking [een verwijzing naar de taliet]. Het is een kledingstuk voor zijn huid [een verwijzing naar Tefillien die gemaakt zijn van leer].

“In wat zal hij s’nachts slapen?” duidt op de verbanning van de Shechina, zoals we hebben uitgelegd. [Zie Tikoenei Zohar, Tikoen 69]

En zo is het met alle schepselen en dingen in de wereld.

Hebreeuws, de Heilige Taal van de Thora, was de taal waarin de Schepping plaatsvond. Dus, alle creaturen en dingen  zijn direct beïnvloed door hun Hebreeuwse namen, en ook door de componenten letters van hun namen. In dit opzicht is de HeiligeTaal verschillend ten opzichte van andere willekeurige talen, welke betekenis een resultaat is van louter consensus.

Juist zoals G’D het vermogen heeft om te scheppen uit ex-nihilo, hebben de Tien Uitdrukkingen van de Thora dit ook.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT HA’AZINOE

Neig het oor (Deuteronomium. 32:1 – 32:52)


SHABBAT SHOEWA


Rabbi Isaiah Horowitz


Shnei Loechot HaBriet

De numerieke waarde van het Hebreeuwse woord voor “verborgene”, “sod“, is 70. Het verwijst naar de zeventig personen, welke de kern vormen van het Joodse Volk, die als eersten afdaalden naar Egypte. Omdat zij in het vers allen tezamen worden aangeduid als één enkel “persoon” (“Nefesh“), hebben zij allen aandeel in de Komende Wereld.

Het is bekend aan Kabbalisten dat de sefira van  bina de mystieke dimensie is van de Komende Wereld, een domein waar G’D en Zijn naam Één zijn en waar een verenigd Volk van Israël samen gehecht zijn aan Hem. Het is alleen het Joodse Volk waarnaar verwezen wordt met de titel “Adam” (“Mens”); bij beschrijving van het scheppen van Adam als G’D’s gelijkenis (Genesis. 1:26), simultaan verwijst de Thora naar het creëren van het Joodse Volk. Wanneer we de respectievelijke betekenis weergeven van de Hebreeuwse woorden “adam (“mens”) en “adama” (“aarde”), moeten wij beschouwen dat het de functie van deze “Adam” is om als voertuig, drager, of nog beter gezegd, als “adama” te dienen (m.a.w aardse manifestatie) van G’D’s Aanwezigheid.

G’D wordt gezien als zittend op een troon, deze troon staat op deze “adama“, m.a.w wordt ondersteund door Adam, het Joodse Volk.

Met als consequentie dat bij elk wangedrag van Israël in onze terrestriale sfeer, de “bodem” waarop de troon staat, wordt ondermijnd.

Op het vers “Wanneer ik de Naam van de Eeuwige verkondig, ken dan grootheid toe aan onze G’D” (Deuteronomium. 32:3) verklaart de Zohar (Sulam editie Ha-Azinoe P. 92):

Rabbi Abba verklaart het als volgt: De woorden “ken grootheid toe”refereert naar gedoela, of de sifira van chesed.
De woorden “De Rots, Zijn werk is volmaakt” (ibid. 32:4) zijn een verwijzing naar de sefira van gevoera. De woorden “want al Zijn wegen zijn Recht” (ibid) zijn een verwijzing naar de sefira van tiferet.
De woorden “Een betrouwbare G’D” (ibid) verwijzen naar de sefira vannetzach, aangezien de woorden “zonder onrecht” (ibid) verwijzen naar de sefira van hod.
De woorden “de Rechtvaardige” (ibid) verwijzen naar de sefira vanyasod, en de woorden “en eerlijk is Hij” verwijzen naar tzedek, een andere naam voor de sefira van malchoet.
Al deze uitdrukkingen tezamen combineren en vormen de naam van G’D. Om die rede zegt Mozes: “Ik zal de naam van G’D proclameren”.

Rabbi Chiya voegt er aan toe dat hij veel heeft geleerd van dit vers en dat wat Rabbi Abba heeft gezegd absoluut juist is. Het feit in ogenschouw nemend dat zo vele eigenschappen deel uitmaken van G’D’s naam, zou men zich makkelijk kunnen vergissen en kunnen denken in termen van een aantal verschillende machten. Om te voorkomen dat wij zulke fouten zullen maken, gebruikt de Thora kaarblijkbaar overbodige voornaamwoorden wanneer het schrijft “hoe” wat “Hij” betekent, aan het eind van vers vier. Dit voornaamwoord is om te accentueren, ondanks de verschillende eigenschappen, dat zij allen karakteristieken zijn van één en de zelfde G’D. Hij was, Hij is, en Hij zal er altijd zijn. Tot zover de Zohar.

De Thora continueert met het vers: “Tegen Hem misdreven hebben zij [corruptie is niet één van de eigenschapen van G’D], een verkeerd en verdraaid geslacht, in het verderf gestort, zodat ze niet meer Zijn kinderen zijn.” De Thora verklaart hoe Israël bevlekt raakt, juist omdat zij G’D zijn en G’D hen lief heeft. Het enige wat Hij in gedachte heeft is hun welzijn en de behoefte om Zijn goedheid aan hen te tonen, maar Hij wordt weerhouden door krom en afwijkend gedrag van een bepaalde generatie.

Resumerend, telkens wanneer Israël zichzelf gedraagt overeenkomstig de mitswot van G’D, voegen zij kracht en glorie toe aan Zijn gestalte in de Celestische Regionen.

Omdat alle aspecten van de Thora zijn gerelateerd aan de seizoenen waarin zij gelezen worden, ligt het voor de hand dat de lessen van Mozes uitzonderlijk relevant zijn gedurende de Tien Dagen van Inkeer, in welke we parasha Ha’azinoe lezen.

Hoe bereiken we niveaus?

Gedurende het gehele jaar is de dienst van een Jood aan G’D het meest betrokken met “aardse dingen”, Thora en de mitzwot. Met de komst van de Tien Dagen van Inkeer echter, voelt elke Jood zich onvoldaan met zijn aardse toestand en heeft hij het verlangen omteshoewa te doen, terug te keren en omhuld te worden door G’D.

“Een persoon fundeert heiligheid vanuit zijn verlangens”. Vandaar dat dit verlangen om absoluut één te zijn met G’D z’n persoon directbeïnvloed, waardoor hij een staat bereikt “dichtbij de hemel” (het G’ddelijke) en “weg van de wereld”.

Doch dit is echter alleen maar de eerste fase. Spoedig daarna is zijn dorst naar G’ddelijke openbaring gelest en dezelfde persoon realiseert zich vrij snel, dat G’D’s essentie veel gemakkelijker bereikbaar is, door de wereld te transformeren tot een verblijfplaats voor Hem. De persoon voelt zich dan “dichterbij de wereld en ver van de hemel”, hij beseft dat niets belangrijker is, dan dat aardse wezens dragers van G’D’s essentie worden. En dit wordt volbracht door het vervullen van G’D’s gepassioneerde verlangen om een verblijfplaats te hebben, voor Zijn Essentie, in de lagere sferen, m.a.w deze wereld. (Midrash Tanchoema Naso; Bamidbar Rabba 13:6)

SHABBAT SHALOM

PARASHOT NITSAVIEM – WAJÉLECH

Aangetreden – En hij ging         Deuteronomium. 29:9 – 30:20, 31:1 – 31:30


Rabbi Shimon bar Jochai


Zohar, p. 283b

En Mozes ging deze nu volgende woorden tot heel Israël spreken.” (Deuteronomium. 31:1)

Weet dat “molich”, het Hebreeuwse woord voor “leiden” en “wajélech”, “ging”, de zelfde Hebreeuwse stam delen, “lech”.

Gelukkig is Israël, dat de Heilige, geprezen zij Hij, hen koos en omdat Hij hen koos, noemde Hij hen “zonen” [van het aspect van hun Nefesh en Roeach die hun oorsprong hebben in de eenwording van Zeir Anpin en Noekva], “eerstgeborenen”, “heilig”, en “broers” [toen ze een Neshama ontvingen van de eenwording van Abba en Imma aan de Berg Sinaï].

[Na de revelatie van de Thora] Kwam Hij naar beneden en verbleef onder hen [in het Tabernakel, in het Hebreeuws, “Mishkan”, vanwaar we het woord “Shechina”, krijgen], waar naar wordt verwezen in het vers, “En zij zullen Mij een Tabernakel maken [Mishkan] en Ik zal onder hen verblijven” [Hebreeuws, “shachanti”] (Exodus. 25:8). [En om hen hierop voor te bereiden] verlangt de Heilige, geprezen zij Hij, hen te rectificeren [spiritueel] zodat zij als engelen zouden zijn in de spirituele wereld [door het kampement te rangschikken onder vier hoofd vlaggen].

Hij bewerkstelligt dat de Wolken van Glorie over hen hangen en de Shechina voor hen uit gaat; dit is de betekenis van het vers, “En G’D ging voor hen uit, overdag om hen de weg te wijzen in een wolkenzuil, en om hen te leiden bij nacht in een zuil van vuur.” (Exodus. 13:21)

[En hij deed meer goed voor hen in de zin] dat drie heilige broers en zussen onder hen liepen. Wie waren zij? Zij waren Mozes, Aaron en Miriam. Vanwege hun verdienste gaf G’D geschenken uit de spirituele sferen [het Manna, de Wolken van Glorie en de bron van Miriam, die hen zowel fysiek als spiritueel voedde en voorbereidde, om de Thora in zich te kunnen opnemen]. De wolken van glorie verdwenen niet zolang Aaron in leven was. Dit is, zoals is verklaard, omdat Aaron de rechterarm was [representerend Chesed] van Israël. Het wordt ook aangegeven in het vers, “En de Kana’anitische koning Arad, die leefde in de Negev, had vernomen dat Israël in aantocht was langs de weg van Atariem, en hij voerde oorlog met Israël…” (Numeri. 21:1)

Rashi zegt dat Arad hoorde dat Aaron was gestorven en dat de beschermende wolken waren verdwenen. Hij hoorde ook dat zij door Atariem zouden komen, de simpele Aramese vertaling van “plaatsen”.” Dit is een aanwijzing dat zij begonnen rond te dwalen zonder de aanwezigheid en leiding van de wolken.

[Zij dwaalden] als iemand zonder rechterarm, die zichzelf moet ondersteunen op elke mogelijke plaats [om vallen te voorkomen.] Aangezien [zij doelloos leken] voerde hij oorlog met Israël en maakte gevangenen onder hen. Dit was omdat zij zonder hun rechterarm waren [Aaron].

SHABBAT SHALOM

PARSHAT KI TAVÓ

Als je komt (Deuteronomium 26:1 – 29:8)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar, parshat Vajechi 229b

Rebbe Chezkiya, Rebbe Jossi en Rebbe Jehoeda waren reizende en begonnen een Thora discussie.
Hier uit kunnen we de importantie van het discussiëren van Thora waar dan ook leren. De parasha van deze week bevat het fameuze vers: “En G’D heeft verklaard aan jou vandaag, om voor Hem een volk als speciaal bezit te zijn, zoals Hij het je gezegd heeft en dat jij al Zijn geboden zult nakomen.”(Deuteronomium.26:18)
Rebbe Jehoeda verbindt dit concept aan de manier waarop G’D over Israël oordeelt, een bijzonder onderwerp, speciaal in de tijd van de maand Elloel, de maand van teshoewa (inkeer, terugkeren) en selichot(smeekgebeden).

Rebbe Jehoeda opent zijn verhandeling met het vers: “Gedenk onze vorige ongerechtigheden niet, haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen, wij zijn aan het einde van onze krachten.” (Psalm. 79:8) Kom en zie: Vanwege de grote liefde die Hij heeft voor Israël, welke Zijn aandeel en erfgenamen zijn in deze wereld, laat de Heilige, geprezen zij Hij geen enkel ander gerechtelijke macht over hen oordelen, dan uitgezonderd Hij alleen.

Het woord “erfgenamen” (in het Hebreeuws, “nachalato”) is afgeleid van het woord “nachal”, wat “stroom, uitvloeiing” betekent. De achterliggende gedachte is, dat Israël de manifestatie van G’D’s wil is in deze wereld.
Zoals een stroom altijd is verbonden met zijn bron en stroomt in een uitgezette lijn, zo ook is de geschiedenis van Israël “Zijn Verhaal”.
In de bloedbaan van erfgenamen stroomt hetzelfde DNA, en zijn daardoor met hun erfgenamen bij geboorte verbonden, niet door speciale inzet van hun kant.
Wegens deze gepredestineerde historische uitvloeiing, kan alleen G’D over Israël oordelen. En het is deze kennis welke Hem vervult met bijzondere barmhartigheid ten aanzien van Israël.

En wanneer Hij over hun handelingen oordeelt, is Hij vervuld van vergevensgezindheid, omdat Hij is zoals een goedhartige vader tegenover Zijn kinderen. Zoals in het vers: “Zoals een vader zich over zijn kinderen erbarmt, erbarmt zich de Eeuwige over hen, die Hem vrezen. Want Hij kent onze makelij, gedachtig, dat wij stof zijn.” (Psalm, 103:13-14)
En wanneer Hij zonden bij hen aantreft, laat Hij hen één voor één passeren (in het Hebreeuws, “meavier”) tot zij allen aan Hem voorbij zijn gegaan [in de zin van negeren].

De stam van het woord “meavier” is “A V R”, dat betekent, van het één naar het andere, “verleden tijd”, “naar de andere kant”. Dus het hele idee is passeren, het voorbij gaan van een zonde, maar dat het niettemin een zonde blijft. De importantie van deze keuze zal in het volgende duidelijk worden.

En omdat zij geheel aan Hem zijn voorbij gegaan, m.a.w in aangezicht zijn gepasseerd, worden deze zonden niet doorgegeven aan een autoriteit van streng oordeel om over te beslissen. Maar als hij terug valt [in zijn slechte gewoontes] en zondigt voor Hem als voordien, worden deze vorige zonden alsnog tegen hem in rekening gebracht. Om die reden staat er geschreven [aangehaald hier boven en ook in de selichot en viduigebeden: “Herroep niet onze vorige ongerechtigheden tegen ons.”

We vragen dat deze eerste zonden, die waren gepasseerd en overgegaan in vergeving ( maar alleen de straf was gesuspendeerd) niet aan ons zullen worden aangerekend, ondanks het feit dat wij dezelfde ongerechtigheid hebben herhaald, zie Talmoed Rosh Hashana17a.

“Laat Uw vergevensgezindheid snel ons tegemoet komen” want als de eigenschap van barmhartigheid niet snel optreedt voor Israël, zijn zij niet in staat om in deze wereld te overleven. Dit is omdat de menigte tegen hen is.
Was het niet dat de Heilige, geprezen zij Hij eerst optreedt met medelijden over Israël, zou Israël niet in staan zijn om hun existentie in deze wereld te continueren. Dat is de reden dat wij vragen voor snelle barmhartigheid, want “wij raken uitgeput”.

Kom en zie. Indien Israël gepast gedrag zou verwerven voor de Heilige, geprezen zij Hij, zouden de naties van de wereld niet in staat zijn tegen hen op te staan met het doel om hen leed te veroorzaken.

Omdat Israël geen Thoragericht leven leidt, veroorzaakt zijn zonden het wegvallen van bepaalde G’ddelijk overvloed, waardoor sommige van deze overvloed in handen valt van de andere naties van de wereld. Deze evenwichtsverandering veroorlooft Israëls vijanden, in het zoeken neer meer macht en rijkdom voor zichzelf, Israël te verwijten en te beschuldigen van allerlei wandaden.

Hier verklaart de Zohar de achterliggende gedachte. De Joden, als zij vastberaden staan in het volgen van Thora en mitzwot, waardoor de G’ddelijke overvloed door hen gekanaliseerd wordt, worden alle argumenten van hun vijanden weggenomen.
Israëls vijanden zullen zich dan realiseren dat hun kracht afhankelijk is van Israëls zwakten, waardoor zij dus constant zullen proberen om Israël onvolledig af te schilderen om hun eigen rechtvaardigheid te ondersteunen. De manier om dit recht te zetten is, de terugkeer [teshoewa] naar G’D en Zijn instellingen. Deze mogelijkheid is voor elke individuele Jood weggelegd, omdat de status waarvan hij deel uitmaakt, het Joodse Volk, een volk is, dat zeer bijzonder is voor G’D.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT KI TEETSÉE

Wanneer je uittrekt (Deuteronomium 21:10 – 25:19)


Rabbi Jitzchak Luria

Ta’amei HaMitzwot en Shaar HaMitzwot.

In deze parasha beginnen de wetten van echtscheiding met de woorden, “Wanneer een man een vrouw neemt en haar trouwt …..” (Deuteronomium. 24:1). De verloving en huwelijkswetten zijn van deze passage afgeleid. In Joods Recht betekent “verloving” (Hebreeuws,kidoeshiem) niet eenvoudig een belofte om te trouwen, maar eerder een legale verhouding die een quasi – echtelijk verbintenis fundeert tussen het verloofde paar. De huwelijksverbintenis is niet volledig geactualiseerd totdat de “trouwerij” (nesoe’ien) heeft plaatsgevonden, welke gebeurt als het paar voor de eerste maal de huwelijksrelatie aangaat.

Weet dat, wanneer een man zich verlooft met een vrouw, een bepaalde geest van de geest van de partner op haar neerkomt. [Deze geest] is als een omringend licht.

Er zijn twee soorten “licht”, of anders gezegd, spirituele energieën. Omringend licht penetreert niet het bewustzijn van een persoon die het omringt. Het dient meer als een bron van inspiratie of als bescherming.
In kontrast daarentegen bezielt “innerlijk” licht het bewustzijn van de entiteit die het penetreert en herziet de eigenaar’s zienswijze en opvattingen zodanig, dat de eigenaar zijn of haar leven verandert.

Op het moment dat het omringend licht van zijn geest neerwaarts daalt op haar, kan hij volledige huwelijksrelaties met haar aangaan. Dit geeft aan haar een aanvullend spiritueel niveau, een innerlijk licht,van hem.

“Complete” huwelijksrelaties impliceert, het volledig samengaan van de zielen van het paar, niet alleen door het lichamelijke. Omgekeerd hetzelfde, complete samengaan zonder lichamelijke vereniging, is ook niet mogelijk. Het idee is dat deze twee vormen van samengaan elkaar aanvullen en verbeteren. Daarom, afgezien van het feit hoe hecht het paar wordt door de verloving, hun complete spirituele eenwording is niet mogelijk, zonder de verwerkelijking van hun huwelijk.

Daarom moet een verloving aan het huwelijk voorafgaan, want de innerlijke geest kan niet bij haar binnentreden, voordat de omringende geest van deze zelfde innerlijke geest, eerst in haar is binnengetreden.

Noteer dat het werkwoord “binnentreden” zowel voor de omringende geest als voor de innerlijke geest wordt gebruikt. Dit is omdat de “omringende”geest de entiteit niet fysiek omringt, maar metaforisch. Het is een aanwezigheid in de entiteit als een innerlijke geest, maar aangezien zijn bewustzijn zich dit niet realiseert, blijft het altijd “op een afstand”.

Ofschoon een man zich met een vrouw op drie manieren mag verloven, “met geld, met een document, of door geslachtgemeenschap,” (Kidoeshiem 1:1) is de meest voorkomende wijze met geld (m.a.w een object van waarde, zoals een ring), welke hij aan haar geeft in de aanwezigheid van twee getuigen en waarbij hij zegt, “Zie je bent verloofd tot mij met deze ring overeenkomstig de wetten van Mozes en Israël.”

De formule ”Zie je bent verloofd tot mij……” bevat 32 letters, die corresponderen met de 32 paden van wijsheid.

zie harei hei-reish-yud 3
je at alef-tav 2
bent verloofd mekudeshet mem-kuf-vav-dalet-shin-tav 6
tot mij li lamed-yud 2
met…ring b’taba’at beit-tet-beit-ayin-tav 5
deze zo zayin-vav 2
Overeenkomstig de wetten kedat kaf-dalet-tav 3
Mozes Moshe mem-shin-hei 3
en Israël veYisrael vav-yud-sin-reish-alef-lamed 6
. . . 32

De twee en dertig paden van wijsheid worden genoemd in Sefer Yetsira, en in het algemeen aangenomen als de 22 letters en de tien sefirot.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHOFTIEM

Rechters                 Deuteronomium. 16:18 – 21:9


Rabbi Shimon bar Jochai


Het Kleine Sanhedrin en het Grote Sanhedrin


Zohar Shoftiem

Sprekend over het Hogere gerechtshof, vertelt Rabbi Shimon vervolgens aan de Trouwe Herder [Mozes] dat hij Gadol was, de hoogste van de zeventig van het grote Sanhedrin. Hij zegt dat Mozes de vriend is van G’D en de vriend van Malchoet. Hij praat ook over het lagere gerechtshof en over de grotere en de kleinere lichten. Het grotere licht is het licht van G’D en het kleinere licht is het lied van de Levieten.

De heilige persoonlijkheid, Rabbi Shimon, zei tot de Trouwe Herder: “Het grote Sanhedrin bestaat uit zeventig leden en jij bent de grootste van hen allemaal, zoals is geschreven: iedere grote aangelegenheid zullen zij jou voorleggen, maar elke kleine aangelegenheid zullen zij zelf berechten”(Exodus. 18:22), wat verwijst naar het Grote Sanhedrin en het kleine Sanhedrin, waarover men zegt, “Grote zaken en Kleine zaken”.” Het Grote Sanhedrin is van het aspect van de Hemelse Shechina, wat is Bina, en het Kleine Sanhedrin is van het aspect van de lagere Shechina, wat Malchoet is.

Mozes is de getuige van de Koning, Zeir Anpin, Aaron is de getuige van de Koningin. In totaal zijn er 72 leden van het Sanhedrin, namelijk, zeventig Sanhedrin Rechters waarover Mozes en Aaron presideren. Samen vertegenwoordigen zij de zelfde numerieke waarde als Chesed, die de numerieke waarde heeft van 72. Vandaar dat zij worden beschouwd als het Sanhedrin, aangezien Chesed Groot wordt genoemd. Het kleinere Sanhedrin is van het aspect van links, dat is Malchoet, dat opgebouwd is van links [in de levensboom] en waarover is geschreven, “en het kleinere licht om de nacht te beheersen” (Genesis. 1:16) .

In het verlengde hiervan wordt Tiferet beschouwd als het “het grotere licht om over de dag te heersen” (ibid.), want het vers zegt hierover, “Hashem zal Zijn standvastige liefde [Chesed] overdag laten heersen” (Psalmen. 42:9). Want het is Chesed die het Grotere Licht wordt genoemd. En het kleinere licht heerst over de nacht, “en in de nacht zal Zijn lied bij mij zijn” (ibid.), dat wil zeggen, het lied van de Levieten, dat Yasod in Malchoet is, volgens de betekenis van de woorden: “de zoon van jishai leeft op de aarde”(Samuel. 20:31), waar “leven” verwijst naar Yasod en “op de aarde” naar Malchoet.

Hij heeft tien typen van liederen in Psalmen gecomponeerd, inhoudend “Gezegend”, “een Lied”, “een Gedicht”, etc. De rechtvaardigen zijn aan de  linkerkant, wat betekent Yasod in Malchoet, en “het kleinere licht” is de Shechina” dat was genomen van de linkerkant.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT RE’EE

Zie (Deuteronomium. 11:26 – 16:17)

Rabbi Jitzchak Luria.


Van Shaar Hamitzwot en Taamei HaMitzwot, parashat Re’ée, geschriften van de Ari.


Wat volgt, zijn de meditaties die mijn meester [ de Arizal ] onderwees aan Rabbi Jitachak Cohen.

Aan het Joodse Volk is het gebod opgelegd om, voordat zij hun vlees consumeren, de dieren te slachten volgens nadrukkelijk daarvoor bepaalde regels: “Je moet van je rund en kleinvee, dat de Eeuwige je gegeven heeft, slachten zoals ik het je geboden hebt en dan mag je binnen je poorten er zoveel van eten als je hart begeert.” (Deuteronomium 12:21)

In tegenstelling tot een normale slachter, geniet de positie van de rituele slachter [Hebreeuws, “shocheet”] in het Jodendom grote eer. Om een shocheet te kunnen zijn, moet een persoon een ideaal voorbeeld zijn qua karakter, een Thorageleerde, godvruchtig en G’D vrezend, ter vermeerdering van de kennis en uitvoering van de zeer complexe wetten van het ritueel slachten. De eerste fase naar het eventuele consumeren door een Jood van vlees, is een intensieve spirituele daad, het spiritualiseren van het fysieke vlees is grotendeels afhankelijk van de intenties en het zuiver van denken van de shocheet.

Zoals we weten , benodigt iemand, tijdens het eten, de spirituele intentie te hebben om het wezen van deze wereld te verbeteren en te verfijnen, om zodoende het spirituele niveau te bereiken, van de primaire staat waarin alle creaturen zich bevonden bij het scheppen van deze wereld.

De primordiale zonde, het eten van het fruit van de boom van de kennis van goed en kwaad, veroorzaakte een spirituele val in vermogen van de materiele schepping om spiritueel bewustzijn, te dragen of te ondersteunen. Onze taak in het leven is om deze fysieke wereld te verfijnen en te zuiveren, zodat zij opnieuw ontvankelijk kan worden van dit niveau van G’ddelijk besef.

Dit [niveau raffinement] is gelijk aan [als toelichting] de ezel van Rabbi Pinchas ben Jair.

Rabbi Pinchas ben Jair was een Talmoedgeleerde. Zijn ezel weigerde voedsel (gerst) te eten waarvan geen tienden van afgescheiden was. (Choelien 7a)

(Als toevoeging). Het komt zeer vaak voor dat een ziel van een mens reïncarneert in dieren. Als het dier met de gepaste intenties is geslacht, helpt het de ziel van de gereïncarneerde te bevrijden van de straf die deze moest ondergaan. De ziel kan dan de volgende keer, wanneer hij in deze wereld komt, opnieuw in een menselijk lichaam binnentreden, zoals het origineel bedoeld was.

Er zijn dus twee fundamentele doelstellingen van de rituele slachter: het verheffen van de spirituele dimensie en aard van het fysieke dierlijke vlees, en, in sporadische gevallen, de gereïncarneerde ziel te helpen om zijn herstelproces te beëindigen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT ÉKEV

Als gevolg      Deuteronomium. 7:12 – 11:25


De G’ddelijke Dimensie van de Eettafel


De Geschriften van Rabbi Jitzchak Luria

Gepaste aandacht voor wassen en reciteren van de zegeningen na de maaltijd sensibiliseert de ziel. In het Thoragedeelte van deze week geeft Mozes het Joodse Volk de opdracht om het Dankgebed Na de Maaltijd te zeggen: “En als je dan genoeg gegeten hebt, dank dan de Eeuwige, je G’D, voor het goede Land dat Hij je gegeven heeft” (Deuteronomium. 8:10) Er zijn vele voorschriften omtrent de juiste uitvoering van deze opdracht en de Arizal bespreekt de esoterische dimensie ervan uitvoerig.

Één van deze voorschriften is die van “majiem acharoniem”, “water na [de maaltijd]”. Voorafgaand aan het reciteren van dank, wordt er van de persoon verlangd om zijn vinger toppen te overgieten met water.

Weet dat de “andere zijde” boven de tafel zweeft, zoals wordt beschreven in de Zohar ( II: 154a, b) en controle kan uitoefenen over iemand meer dan in andere situaties.

Zoals beschreven in de Zohar, versterken eten en drinken van nature iemands materiele oriëntatie, wat hem ongevoeliger maakt voor spiritualiteit en het ervaren van G’ddelijkheid. Een persoon is dus, na zich vol te hebben gegeten, in het bijzonder ontvankelijk voor de mogelijkheid van kwaad.

Dit geldt vooral indien hij alleen heeft gegeten en er geen drie personen zijn om het Dankgebed samen te reciteren. Want de uitnodiging voor het Dankgebed drijft de “andere zijde” weg, zoals wordt aangehaald in de Zohar II:186b, betreffende de anekdote van het jonge kind.

Als drie of meer mannen of vrouwen samen brood hebben gegeten, moeten zij, volgens de Joodse Wet het Dankgebed samen reciteren. Één van de aanwezigen fungeert als leider en nodigt formeel de anderen uit om met hem het Dankgebed te reciteren.

In de Zohar, wordt weergegeven dat de jonge ouderloze zoon van Rabbi Hamnoena de Oudere, grote spirituele gewaarwording en esoterische kennis van de Thora  bezat. Één van de leringen die hij deelde met zijn gasten, twee studenten van Rabbi Shimon bar Jochai was, dat wanneer de uitnodiging voor het Dankgebed is gereciteerd, het vermogen van het aanwezige kwaad aan de tafel is verzwakt.

De collectieve kracht van de drie individuele zielen en de positieve energie gegenereerd door hun kameraadschap overwon de negatieve vermogens van het kwaad. Dit gebeurt echter alleen wanneer zij bewust hun individuele energieën samen verenigen voor het reciteren van het Dankgebed, dat wil zeggen, zich focussen op de spirituele dimensie van de maaltijd in plaats van simpelweg de wellust van het eten. Vandaar de kracht en importantie van de uitnodiging om het Dankgebed te reciteren.

Iemand moet daarom dus zeer nauwkeurig de juiste intenties hebben bij het afspoelen van zijn vingertoppen na de maaltijd, opdat de “ander zijde” hem niet kan achtervervolgen.

Wanneer een persoon zwicht voor de verleidingen van het kwaad, fungeert de zonde die hij doet als een “aanklager” tegen hem in het Hemelse hof.

Want door het geven van dit geschenk, zoals bekend, vertrekt de “ander zijde”,

Maar als de persoon niet het Dankgebed reciteert met de juiste intentie en concentratie, wordt het de gastheer en aanklager tegen hem. Zoals we hebben gezegd, is dit van toepassing wanneer men alleen eet, zonder de [bescherming geboden door de] invitatie om het Dankgebed te reciteren.

Het afspoelen van etensresten van de maaltijd van de vingertoppen wordt gezien als het “werpen van een been naar de hond”. Kwaad bezit geen intrinsieke kracht, het verkrijgt zijn vermogen enkel en alleen krachtens menselijke wandaad. Echter in de huidige orde, moet het aanwezig zijn in ten minste een aantal minimale vormen, zodat er sprake kan zijn van vrije keuze. Als kwaad deze minimale voeding ontvangt, is het tevreden en beseft het dat er niets meer te verwachten valt van deze maaltijd en gaat heen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WA’ETCHANÁN

En ik smeekte (Deuteronomium 3:23 – 7:11)


Rabbi Shimon bar Jochai


Zohar Wa’etchanán, 264a

Een van de opdrachten in de parasha van deze week, heeft betrekking op geschreven verzen van de Thora en het plaatsen van hen op de deurpost van het huis. (Deuteronomium. 6:9)
De diepere betekenis van deze opdracht, om mezoezot aan te brengen (meervoud van “mezoeza”), wordt bediscussieerd door De Trouwe Herder (Mozes) in de volgende passage van de Zohar. Bedenk eveneens dat de mezoeza niet alleen aan de binnenkomende deurpost van een huis wordt geplaatst, maar ook bij elke entree van een van de kamer waarin wij wonen.

Het is een positieve opdracht voor iemand om mezoenot aan te brengen aan de ingangen van zijn huis, zodat hij beschermd zal worden door de Heilige, geprezen zij Hij, wanneer hij zijn huis verlaat en binnengaat. Dit is de diepere betekenis van het vers: “De Eeuwige behoedt u voor alle kwaad, Hij behoedt uw ziel. De Eeuwige zal behoeden uw weggaan en uw thuiskomen, van nu tot in alle eeuwigheid.” (Psalm 121. 7:8)
Deze [bescherming] is vanwege de diepere betekenis van de mezoeza. Deze wordt altijd geplaatst aan de deuropening en direct geplaatst tegenover de opening van de hogere werelden.

De Shechina wordt “opening” genoemd omdat malchoet de opening is naar alle hogere sefirot. De Arizal legt uit, dat het woord “mezoezot” in feite uit twee woorden bestaat, “zaz” en “mavet ” wat vertaald wordt als “het verplaatsen van de dood”.
De Shechina waakt omdat zij in het midden is van de Boom van Leven en alleen het hogere verbindt wanneer het vrij is van externe krachten.
Het woord “mezoeza” heeft de numerieke waarde van 65, de zelfde numerieke waarde als de G’ddelijke naam Ado-nai, en in de letter voor letter vorm, waar de volledige spelling van elke letter wordt geteld, is het gelijk aan 671, welke de numerieke waarde is van het Aramese woord “tiara”, wat “ingang, poort,opening” betekent.

Mezoezamemzajinvavzajin = 40 + 7 + 6 + 7 + 5 = 65

Ado-nai = alef + dalet + noen + joed = 1 + 4 + 5 0 + 10 = 65

Ado-nai letter voor letter = aleflameddaletlamedtavnoen +joedvavdalet = 1 + 30 + 80 + 4 + 30 + 400 + 50 + 6 + 50 +10 + 6 + 4 = 671

671 = tavreeshajinalef welke het Aramese woord is voor “ingang, poort,opening”.

Eveneens is het interessant om te weten dat de milui, de numerieke waarde, van het Hebreeuwse woord voor “ingang, poort,opening” “shaa’ar” , gespeld shin-ajin-reesh, 1000 is. Elke sefira bestaat op zijn beurt uit 10 sefirot, zodat de gehele Boom van Leven een hogere waarde heeft van10x10x10= 1000! De poort is inderdaad de ingang naar de hogere Boom van Leven.

Dit niveau wordt “garde” genoemd, om voortdurend een persoon van bescherming te voorzien. Anders is een persoon niet altijd beschermd, uitgezonderd wanneer hij onder de hoede staat van de Heilige, geprezen zij Hij, die voortdurend beschermt aan de ingang van het huis, met de persoon binnen.

Een tweede aspect met betrekking tot de opdracht van het plaatsen van mezoezot is, dat een persoon nooit en te nimmer de Heilige, geprezen zij Hij, zal vergeten.

Het Hebreeuwse woord, “ra”, kwaad, wordt gespeld als reesh ajin. Het tegenovergestelde van kwaad wordt verkregen door de letters reeshajin te spellen als “ejr”, wat “bewust” betekent. Zodra een persoon zich bewust is van kwaad, verliest het zijn vermogen.
Interessant is dat ook b.v het Engels een gelijk concept laat zien, het woord “evil”, wanneer het andersom wordt gespeld wordt “live”. Kwaad is spirituele dood, en de mezoeza, wanneer we deze plaatsen op de plaats waar we leven, verplaatst de dood door ons bewust te laten worden van het G’ddelijke, in het bijzonder in onze huizen, waar wij de meeste tijd van ons leven doorbrengen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT DEVARIEM

Woorden  Deuteronomium. 1;2 – 3:22


SHABBAT CHAZON


VISIOENEN VAN VERLOSSING

Elke Shabbat is een elevatie en voltooiing van al onze verwerkelijkingen van die week. Dit is één van de primaire leerstellingen van de Safed Kabbalisten, zoals wordt geïllustreerd door de jaardag van de Arizal, wiens heengaan plaatsvond  op Av, de vijfde dag van de maand Av. Verder is het de bron van alle G’ddelijke zegeningen van de week die zal volgen. Aangezien Shabbat elk facet van ons dagelijks leven beïnvloedt, is het belangrijk om voor elke Shabbat terug te blikken naar de gebeurtenissen die plaatsvonden in de afgelopen week en onze verwachtingen van de komende week, met inbegrip van zowel grote als kleine evenementen, te beginnen.

Deze overdenkingen helpen onze krachten te convergeren om op de meest effectieve wijze profijt te hebben van Shabbat. De Shelah breidt dit Kabbalistisch concept inhoudelijk uit tot het wekelijkse Thoragedeelte, verklarend dat de Thora in zijn oneindigheid ook is verbonden met onze wekelijkse ervaringen.

Hoe meer we het wekelijkse Thoragedeelte bestuderen, des te meer zullen we ontdekken hoe de Thora ons zegent met inzichten en instructies en hoe om te gaan met obstakels op onze weg en hoe ze te overwinnen, om zo doende G’D volledig te kunnen dienen.

In het licht van het bovenstaande, is het gemakkelijker te begrijpen waarom Shabbatot  waar belangrijke gebeurtenissen aan verbonden zijn, gewoonlijk hun eigen unieke namen hebben. De Shabbat tussen Rosh Hashana en Jom Kippoer wordt “Shabbat Teshoewa” genoemd. De Shabbat voorafgaande aan elke Rosh Chodesh (eerste dag van de maand) wordt “Shabbat Mevorchiem”genoemd.

De Shabbat tussen Rosh Chodesh Av en de 9e Av, onze jaarlijkse rouwperiode voor de verwoesting van de twee Heilige Tempels, wordt “Shabbat Chazon” genoemd. Het woord “chazon, het Hebreeuwse woord voor “profetisch visioen”, is het eerste woord van de Haftora, gelezen op deze Shabbat. Deze Haftora bevat strenge vermaningen van de profeet Jesaja aan het Joodse Volk om berouw te hebben.

Rabbi Levi Jitzchak van Berdichev, een van de grootste Chassidische meesters en legendarisch als verdediger van het Joodse Volk aan het Hemelse Gerechtshof, openbaart een andere betekenis van Shabbat Chazon, hij leert dat elke Jood een subtiel visioen van de Derde tempel wordt gegeven op deze Shabbat. Dit visioen is bedoeld om in ons het verlangen op te wekken de Derde Tempel uiteindelijk te verkrijgen, vergelijkbaar met een kind dat een cadeau wordt getoond wat het zal krijgen als hij streeft naar verbetering van zijn gedrag. “Genoeg van deze verbanning” we zijn bedoeld te zeggen en te voelen, “Wij willen de Tempel”, zodat we uiteindelijk G’D kunnen dienen op de meest juiste manier, de manier die G’D oorspronkelijk van ons verlangde.

Elke neergang is omwille van de stijging die zal volgen. De tragische gebeurtenissen waar we jaarlijks om rouwen om deze tijd van het jaar hebben als doel, de grote elevatie die eruit voort zal komen, de herbouw van de laatste eeuwige Tempel. Niets kan onze wil in de weg staan. Al we waarlijk iets willen, zullen we het bereiken.

De Shelah schrijft dat dit de reden is dat de drie Thoragedeelten, Matot, Masé en Devariem altijd gelezen worden gedurende deze periode. Onze sterke leiders (Rashé HaMatot), en eindeloos lijkende verbanning (Masé, letterlijk “reizen, tochten”) zullen ons leiden naar “G’D” , “de G’D van onze vaderen, zal jullie duizend maal zoveel laten zijn en jullie zegenen, zoals Hij jullie heeft beloofd” (Deuteronomium. 1:11), een zegen zonder beperkingen. Het is niet verbazend dat dit vers altijd wordt gelezen op Shabbat Chazon. Moge de 9e Av veranderd worden in een feestdag!

Rabbi Jitzchak Ginsburgh verklaart waarom de jaardag van het heengaan van de Arizal, op de 5e Av , ook gedurende deze rouwperiode is, in feite, is het exact het middelpunt van de Negen Dagen van meest strenge rouw. De leringen van de Arizal bereiden de wereld voor op de verlossing. Op de jaardag van het heen gaan van een Tsadiek, worden al zijn levensvervullingen in de wereld nog eens gereveleerd op een hoger niveau, als zij zijn verenigd met alles wat tot dan toe was bereikt, ten gevolge van zijn goede werken. Deze revelatie is het meest krachtige instrument in onze handen om de rouw te overwinnen en ons met de verlossing te verbinden.

Het grootste gedeelte van de Geschriften van de Arizal werden aan ons over gedragen door zijn voornaamste student Rabbi Chaim Vital. Hij verklaart het vers,     “ De Eeuwige, onze G’D, sprak tot ons aan de Chorew, zeggende “Lang genoeg [rav lachem] zijn jullie bij deze berg gebleven”. (Deuteronomium. 1:6) “Rav Lachem” kan ook worden vertaald als “jullie zijn groot geworden”, betekenend, aangezien jullie waardig zijn om de Thora rechtstreeks van G’D te ontvangen, zijn jullie nu groot en krachtig geworden. Waarom hier zitten blijven? Keer om en volg je bestemming! Ga en gebruik de kracht die je is gegeven en verover de wereld. Maak de wereld tot een verblijfplaats waar G’D is geopenbaard.

SHABBAT SHALOM