PARASHAT HA’AZINOE

 Neig het oor   Deuteronomium. 32:1 – 32:52

 

Rabbi Schneur Zalman van Liadi

 

“Als druppels op jong groen; Als regendruppels op het gras”, “Ki’si’eeriem alei deshe v’chirviem alei eisef”  (Deuteronomium. 32:2)

 

Een les in Bijbels Hebreeuws.

 Deshe en eisev betekenen beide gras. Se’eeriem en  r’viviem betekenen beide regendruppels.

 De Arizal   verklaart preciezer, en dus is er geschreven in Shoroshiem, “Het Boek van de Oorsprong”, dat deshe  verwijst naar jong ontluikend gras net beginnend zich te vertonen in de grond, terwijl eisev verwijst naar volgroeide sprieten. Se’eeriem verwijst naar een zeer lichte spray, dun als haar, sei’ar, en r’viviem verwijst naar dikke regendruppels. Lichte druppeltjes helpen de jonge sprietjes groeien; volle regendruppels cultiveren het volgroeide gras.

 Deshe en eisev worden voor het eerst genoemd in Genesis, (1:11), ten opzichte van de Schepping als G’D zegt, “Laat de aarde deshe voortbrengen, eisev zaaddragende gewassen, vruchtbomen…”Zodat het verschil tussen

Deshe en eisev kan worden gezien als het verschil tussen vegetatie dat geen zaad draagt (deshe) en vegetatie dat zaad draagt (eisev), zie Zohar I, 19a).

 De Zohar I, 18b zegt dat deshe en eisev twee typen van engelen zijn.

 [Engelen zijn de spirituele antecedenten van vegetatie. Net zoals vegetatie groeit van klein naar groot, zo groeien engelen in gestalte wanneer zij zich bezig houden ,met het vervullen van een G’ddelijke opdracht. (Zie Mi Chamocha 5629.)]

 Er zijn engelen die iedere dag gemaakt en niet over gaan naar de volgende en er zijn engelen die gecreëerd zijn tijdens de zes dagen van de Schepping en blijven bestaan tot op de dag van vandaag. Aan deze twee typen wordt gerefereerd in een van de ochtendgebeden wanneer we spreken van G’D als Hij die “dienende engelen creëert en wiens dienende engelen allen staan aan de hoogten van het universum…” De eerste verwijzing naar engelen verwijst naar het type dat niet overgaat naar de volgende dag, G’D creëerde hen – tegenwoordige tijd – op een dagelijkse basis. De tweede referentie verwijst naar de engelen die blijven bestaan op de hoogten van het universum voortdurend.

 De Tzemach Tzedek voegt hieraan toe: De Zohar past deze interpretatie van deshe ook op het woord chatzier toe, zoals het vers (Psalmen 104:14), “ U bent het die gras voor het vee laat opkomen en eisev ter bewerking door de mens.” We zien dat eisev is geassocieerd met een hoger niveau van G’ddelijke dienst, het niveau van “bewerking door de mens”. Zie ook Bereishiet 19a, Teroema 171a, Vayikra 12a en Pinchas 217a.

 Klaarblijkelijk, deshe, dat geen zaad draagt, met andere woorden, heeft geen duurzaamheid, refereert aan de engelen die terugkeren naar het niets. Eisev, wat zaad draagt, met andere woorden bezit permanentie, refereert aan die engelen die in existentie blijven. (Zie Zohar  ibid)

SHABBAT SHALOM

 

 

               

 

  

 

     

PARASHOT NITSAVIEM – WAJÉLEECH

Aangetreden – En hij ging            Deuteronomium. 29:9 – 30:20, 31:1 – 31:30


Rabbi Shimon bar Jochai


Zohar. p. 285b


Antwoorden met Amen

Rabbi Jehoeda interpreteert het vers “….want degenen die Mij eren zal Ik eren en degenen die Mij verachten zal weinig geacht worden” (Samuel I, 2:30). Een persoon die niet weet de Naam van zijn Schepper te eren, weet niet de juiste gedachten te hebben bij het zeggen van “Amen” en zal weinig geacht worden. Dit is zoals we hebben geleerd dat iemand die met “Amen” antwoordt, groter is dan degene die de zegen uitspreekt. [Als iemand een zegen hoort behoort hij te antwoorden met “Amen: ]

De gepaste intentie in het zeggen van “Amen” is om de oneindig barmhartige Naam Havayah te verenigen met het aspect van Malchoet – Ado-nai, zoals we hebben uitgelegd in Parashat Shoftiem . De gene die de zegening uitspreekt gebruikt de Naam Ado-nai, terwijl de persoon die antwoord me “Amen” het oneindige aspect van de Schepper één maakt met het aspect van Malchoet. Dus de persoon die antwoordt met “Amen” verenigt dus twee Namen van G’D, in tegenstelling tot de ene Naam die de persoon gebruikt bij het uitspreken van de zegen. Dit fenomeen wordt aangetoond door het woord “Amen” dat de numerieke waarde heeft van 91, de zelfde numerieke waarde als dat van de G’ddelijke Namen Havayah en Ado-nai samen.

Dit is zoals wij hebben geleerd van Rabbi Shimon bar Jochai, namelijk dat met het beantwoorden met “Amen” zegeningen neerwaarts gehaald worden van de onuitputtelijk spirituele bron naar de Koning en van daar naar de Koningin.

Dit veroorzaakt een gunstige influx, een toevloed van de verenigde werelden van Abba en Imma naar Zeir Anpin, de spirituele spiegel boven de fysieke wereld en van daar naar deze fysieke wereld.

We hebben evenzo geleerd in het esoterische boek van Rabbi Elazar de Combinaties van Letters, dat het meditatieve pad van het woord “Amen”  is gereflecteerd in de letters van het woord zelf. Dus men trekt de spirituele overvloed van de letter alev van het woord “Amen” naar de mem en van de mem naar de noen.

Alev representeert eenheid, mem representeert Imma/Bina en noen representeert Zeir Anpin.

Wanneer de zegen de noen bereikt wordt [deze spirituele influx]  er uit ontlokt en  vloeit voort in de spirituele en fysieke werelden en verspreid zich over alle werelden. Een stem komt voort en verkondigt: “Drink van het elixer van zegeningen die deze met name genoemde persoon, een dienaar van de Heilige Koning  die een uitstroom te weeg heeft gebracht.”  Wanneer Israël beneden nauwlettend luistert naar de zegen van de leider van het gebed om te kunnen antwoorden met “Amen” en naderhand met de juiste meditatie en zorgvuldig hun harten concentreren zoals wordt vereist, hoeveel poorten van zegeningen worden dan voor hen boven geopend en hoeveel zegeningen worden neergehaald naar hen beneden! Hoe groot is het goede dat alle werelden bedekt en groot is de vreugde die overal doordringt!

Wat is de beloning voor Israël die dit alles veroorzaakt? Zij verkrijgen een beloning in zowel deze fysieke wereld als in de spirituele wereld. Hun beloning in Deze Wereld is dat op het moment degenen die hen haten en hen willen breken en hen misère willen brengen en Israël hun Schepper aanroept, een stem voortkomt en in alle werelden verklaart, “Open de poorten voor de intrede van het heilige volk die hun vertrouwen behielden [in het Hebreeuws, ‘emoeniem’] (Jesaja. 26:2). Interpreteer het woord “vertrouwen” niet als emoeniem’, maar als “ameniem“, betekenend, degenen die Ämen” zeggen. Dus de opdracht om de poorten te openen is een reflectie op het feit dat Israël de poorten van zegeningen opent. Nu de poorten van gebed voor hen zijn geopend als beloning en zij bewaard zijn voor degene die hen wilde breken is dat hun beloning in Deze Wereld.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT KI TAVÓ

Als je komt    Deuteronomium. 26:1 – 29:8

Rabbi Jitzchak Luria

Ta’amei HaMitzvot and Shaar HaPesukim

In dit Thoragedeelte wordt ons opgelegd om de eerste fruitvruchten (bikoeriem)  naar de Tempel te brengen. (Deuteronomium. 26:1-11) Het fruit moet gebracht worden in een rietenmand en het fruit met de mand moet aan een van de priesters van de Tempel worden gepresenteerd. “En de priester zal de mand uit je handen nemen, en het plaatsen voor het altaar van de Eeuwige, je G’D.” (Deuteronomium. 26:4) Het woord voor “mand” in deze passage is “tené“.

Zoals we eerder hebben besproken, telkens wanneer er een revelatie van G’ddelijke liefdadigheid is, is er het risico dat de kwade krachten zullen profiteren van de overvloed, met andere woorden, alles wat niet goed wordt geleid naar de juiste vaten. Een manier om dit risico te minimaliseren is veilig te stellen dan de vaten ruim genoeg zijn om welke G’ddelijke liefdadigheid dan ook die hun bereikt vast te houden. We volbrengen dit door het ordelijk grondvesten van gezonde mentale, emotionele en fysieke structuren en verbanden in ons leven waardoor we gemakkelijk en zeker, om het even wat, nieuwe inzichten, emoties en materiële rijkdom kunnen kanaliseren en welzijn komt op onze weg.

Een andere manier om dit risico te minimaliseren is door stappen te ondernemen om te verzekeren dat wat zou overlopen van wat is gegeven, wordt ingehouden. Rabbi Shneur Zalman van Liadi legt uit (Igeret HaKodesh 3 Tanya, p. 104a) om de G’ddelijke Liefdadigheid in welke vorm dan ook ordelijk in deze wereld binnen te halen, moet het grotendeels worden beperkt. Dit contractieproces is zoals de gaatjes in een sluier die een helder intens licht tegenhouden, alleen geringe straling van licht toestaat om het te penetreren en zichtbaar wordt van buiten. Wanneer eenmaal dit licht zijn bestemming heeft bereikt, moeten de gaatjes worden gesloten om te voorkomen dat het licht ergens anders schijnt. Als we allegorisch de sefirot als het “kledingstuk” beschouwen van de G’ddelijke vorm of lichaam, mag de sluier, tegenhoudend hun licht van de lagere werelden, worden opgevat als een beschermende mantel die vele gaatjes heeft om het licht door te laten. Deze gaatjes zijn bedekt met schubben om te voorkomen dat pijlen binnendringen, of in onze analogie, voorkomen dat het licht uitstroomt waar het niet wil en zo kracht verleent aan kwaad.

Rabbi Shneur Zalman verklaart dat deze preventieve kracht tot stand wordt gebracht door handelingen van tsedaka en goedhartigheid in deze wereld.

Vermoedelijk is het in dit licht dat we het effect moeten begrijpen van het geven van de eerste vruchten aan de Tempel. Het geven van het eerste fruit is een vorm van liefdadigheid, aangezien de priesters de gene zijn die in feite dit fruit eten en de mitswa onderwijst ons dat het eerste en beste fruit verkregen door onze inspanning wordt gegeven aan heilige doelen. Dit indiceert in feite dat al de vruchten van onze inspanning zullen worden aangewend voor heilige aangelegenheden, daar we zelfs ons wereldse leven in dienst stellen van het verspreiden van G’ddelijk bewustzijn in deze wereld.

Door te garanderen dat ons aardse leven wordt verbonden aan en georiënteerd is op G’ddelijke doelen, sluiten we de gaatjes in de G’ddelijke sluier en verhinderen daardoor dat G’D’s liefdadigheid op een dwaalspoor wordt gebracht, in kwade kanalen door het te misbruiken voor eigenbelang.

Zoals we eerder hebben gezien, de betrokkenheid in de materiële wereld is de vrouwelijke kant van onze persoonlijkheid. Het is dus het licht van het feminiene principe dat opwaarts moet worden geleid, naar de oorsprong van G’ddelijke liefdadigheid ( G’D’s chesed). Als het aan onze eigen neiging wordt overgelaten, zal het feminiene principe in ons zich obsessief richten op de materiële wereld, in het begin met het oogmerk de wereld in een verblijfplaats voor G’D te maken, maar uiteindelijk toch dit doel uit het oog verliezen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT KI TEESÉE

Wanneer je uittrekt                       Deuteronomium. 21:10 – 25:19

Gebaseerd Op Likoetei Thora p. 36a, En Derech Mitzvotecha p.208

Gevangen Zielen

Wanneer je tegen je vijanden ten strijde trekt, de Eeuwige, je G’D, ze in je macht zal hebben gegeven en je er krijgsgevangenen bij gemaakt hebt en je ziet onder de gevangenen een heel mooie vrouw, je wordt verliefd op haar en je wilt haar als vrouw hebben, breng haar dan je huis binnen. Ze moet haar hoofd kaal scheren, haar nagels laten groeien [knippen], de kleding die ze bij haar gevangenneming droeg, afleggen en dan moet ze bij jou thuis blijven zitten en een volle maand om haar vader en moeder wenen. Eerst dan mag je bij haar komen om haar, als man te bezitten en kan ze je vrouw worden. (Deuteronomium. 21:10-13)

[De Talmoed (Jevamot 48a) citeert een meningsverschil tussen Rabbi Eliezer en Rabbi Akiva met betrekking tot de betekenis van “laat haar nagels groeien.”Volgens Rabbi Akiva, opinie geciteerd door Rashi, betekent dit “laat haar nagels groeien”zodat zij afstotelijk wordt. Volgens Rabbi Eliezer, opinie geciteerd door Chizkoeni, betekent dit “haar nagels knippen.” De Ma’amar [verhandeling] schijnt de laatste menig te volgen.]

Zo begin t ons Thoragedeelte. Dit essay bestudeert de diepere en persoonlijke betekenis van “een verschijning van een heel mooie vrouw” en het innerlijke belang van haar hoofd kaal te scheren en het knippen van haar nagels”. [Op het letterlijke niveau, behandelt deze gedragscode de onvermijdelijke gebeurtenis gedurende de oorlog van een verlangen van een soldaat om een gevangen genomen vrouw te huwen. De Thora staat hem met tegenzin toe om dit te doen. Maar zij moet eerst een proces ondergaan dat hem hopelijk ontmoedigt haar te huwen. Als hij haar toch wil huwen, moet aan haar volle rechten worden verleend zoals elke andere getrouwde vrouw.

De ziel van een mens is opgebouwd uit twee bestanddelen: een die buiten en boven het lichaam blijft en een die gekleed is in een lichaam. Het eerste aspect ondergaat niet het proces van G’ddelijke verhulling waar het tweede aspect onderhevig aan is. Dus het blijft afzijdig en op afstand van het lichaam en is niet onderhevig aan het vervormde beeld van de werkelijkheid. Dit deel van de ziel wordt mazal genoemd, als in het gezegde, “Ofschoon hij het niet ziet, zijn mazal ziet het.”

De Talmoed in Meggila 3a, citeert een vers van Daniel 10:7-1, Daniel kan het alleen zien, maar de mensen die met hem waren niet;doch een grote angst overviel hen en zij zochten dekking.

De Talmoed identificeerde degene die met Daniel waren als Chaggia, Zecharia en Malachi, die ofschoon zelf profeten, niet op het niveau waren van Daniel en daarom niet konden zien wat hij zag. De Talmoed vraagt vervolgens: als zij het niet zagen, waarom waren zij dan bang? En de Talmoed antwoordt: Hoewel zij het niet zagen, hun mazals zagen het. Ravina becommentarieert: Leer hier uit dat wanneer iemand angstig wordt (zonder speciale reden,), ondanks dat hij het niet ziet, het is omdat zijn mazal het ziet.

Met andere woorden, ondanks het feit dat iemand zich niet bewust is van zijn mazal, is hij beïnvloed door wat zijn mazal ervaart. Dus als zijn mazal bang is, zal de persoon bang zijn. Als de mazal geïnspireerd is, zal de persoon zich plotseling op onverklaarbare wijze geïnspireerd voelen. De mazal daarom, vanwege zijn superieure visie, begeleid de persoon door bepaalde situaties, en beweegt hem wegen te gaan die hem ten dienste zijn om zijn uiteindelijk doel te kunnen bereiken.

Dus de Baal Shem Tov verklaart de bedoeling van de “bas-kol”, “Hemelse Stem” die verschillende afkondigingen voortbrengt. Maar als niemand hen hoort, wat voor zin hebben ze dan? Het antwoord is: jij kan het niet horen, maar je mazal wel.

Het wordt mazal genoemd, een woord dat “vloeiend kan”inhouden, aangezien de energie van de mazal naar het aspect van de ziel vloeit dat woont in een lichaam.

Aan het mazal aspect van de ziel wordt gerefereerd als yefat to’ar, “mooie verschijning.” Schoonheid wordt voortgebracht door samen komen van  verschillende elementen. Één kleur creëert geen schoonheid. Het is de convergentie van variërende kleuren die schoonheid creëert. Evenzo verkrijgt de mazal zijn energie van een aantal G’ddelijke elementen en is daarom gerelateerd aan de Sefira van Tiferet, die de fusie van Chesed en Gevoera is.

Aan de ziel wordt vaak gerefereerd aan Jacob, die de fusie representeert van Abraham en Izaak, goedhartigheid en strengheid.

Het aspect van de ziel, dat woont in een lichaam, wordt “een vrouw van prachtige verschijning” genoemd, betekenend dat het de ontvanger van de schoonheid is van het hogere aspect van de ziel.

[In Kabbala symboliseert een vrouw ontvangen, terwijl een man geven symboliseert. (Dit wordt weergegeven in het proces van voortplanting, waarin de vrouw ontvangt van de man.)

Vandaar dat aan haar wordt gerefereerd als een vrouw in gevangenschap, aangezien het het lagere aspect van de ziel is, bij wijze van spreken, gevangen gehouden door de mentale en emotionele ketening van het lichamelijke perspectief.

Dus wanneer iemand “haar verlangt” en waarlijk wenst om de gevangen ziel te bevrijden van haar gevangenschap, moet hij “haar hoofd scheren”en “haar nagels knippen”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHOFTIEM

Rechters     Deuteronomium. 16:18 – 21:9

ROSH CHODESH ELLOEL

Poorten van Ons Leven

Soms schijnt het dat de mitzwot in de Thora niet meer relevant zijn in deze tijd. Hoe worden wij verondersteld te relateren aan dit gegeven? Wanneer het Thoragedeelte spreekt over de Tempel, of over de verdeling van het Land Israël, of (zoals in het Thoragedeelte van deze week) het benoemen van rechters en rechtsdienaren in elke gemeente en stad, wat worden wij dan verondersteld te doen? De Lubavitcher Rebbe verklaart dat aangezien de Thora G’D’s Wil en Wijsheid is, het een eeuwig document is en daarom relateert aan elke tijd en plaats. We kunnen in elke mitzwa leerstof vinden die geschikt is voor ieder persoon.

De Talmoet zegt dat elk persoon een kleine wereld is. Als zodanig zijn er parallellen tussen ieder van ons en de wereld in het algemeen. Net zoals de wereld steden en gemeenten hebben die het middelpunt van leven en voortbrenging zijn, zo ook heeft elk individu centrale en voortbrengende aspecten in zijn leven. Deze zijn onze gedachten, spraak en handelingen.

We leven in opwindende tijden, waarin zelfs de media de wereld beschrijven als een “global village”, en waar de samenleving constant beproeft wordt  door het wegvallen van alledaagse grenzen. Desondanks, in het gunstigste geval, moet elke gemeente en stad een poort hebben. Een poort dient zowel als een ingang en als een uitgang en, zo nodig, kan die worden gesloten om ongewenst verkeer te stoppen. Evenzo, wanneer iemand positief wenst te denken, behulpzaam of goedhartig wil praten, of een mitzwa doen, dan moet hij zijn poorten wijd openen. Hij kan ook, wanneer de impuls tot denken, spreken of handelen op een negatieve wijze wordt benaderd, de poort sluiten.

Wat zijn onze poorten? Zij zijn onze ogen, die lezen wat de Thora zegt en ons daarom informeert op de juiste manier te handelen; onze oren waarmee we luisteren wat onze leraren zeggen; onze neuzen die een zuivere en heilige atmosfeer ruiken en daardoor aanvoelen, ingegeven met echt Judaïsme; en onze monden waarmee we alleen kosher voedsel eten en drinken en gepaste woorden spreken.

Het openingsvers van de Thoralezing van deze week spreekt over het benoemen van rechters en rechtsdienaren. Wie is de rechter die kan beslissen wanneer de poort geopend en gesloten wordt? Ons intellect. Wie zijn de rechtsdienaren die de orde bewaren? Dit is onze wilskracht om de uitspraak van de rechter te vervullen. Een eenvoudig voorbeeld van dit proces is voedsel. Het verlangen om iets te eten is alleen het eerste begin. Eerst moeten we beslissen of het voedsel kosher is. Zelf als dat zo is, moeten we andere factoren overwegen, “Is het voor mij toegestaan om nu zuivelproducten te eten, of heb ik zojuist vlees gegeten?” en “Is het werkelijk nodig dit te eten?”etc. Zelfs als is besloten dat het is toegestaan, moeten we nog steeds beslissen welke zegen we moeten reciteren. Wanneer en hoe we de poort moeten openen is een keuze die de Almachtige aan ons heeft gegeven om onze zielen en lichamen te leiden in de juiste richting.

Het bijkomende geschenk van de wekelijkse parasha is het eigen maken en toevoegen van ontvankelijkheid  om de wereld en onszelf te zien in de weg die de Thora beschrijft. Wanneer we dat doen, zien we dat er grote vreugde is zowel in deze wereld als in de hogere spirituele sferen. Er is een andere parallel tussen de wereld en de menselijke microkosmos: de kleine wereld die ieders eigen realiteit is, is verbonden met de ware realiteit die alleen gezien kan worden achter de façade van de fysieke wereld waarin we leven. Wanneer we op een gelaagde manier ons intellect en doorzettingsvermogen gebruiken om onze poorten te beheersen, openen we de poort naar een buitengewone mogelijkheid voor de Almachtige om de toekomstige rechters van het Sanhedrin, de Grote Vergadering, te benoemen, die de bouw van de Derde Heilige Tempel zullen begeleiden; het Sanhedrin is de rabbijnse autoriteit die de uiteindelijke echtheid van de Thora zal onderwijzen en ons het essentiële gepaste perspectief zal geven hoe te relateren aan de wereld, een bekwaamheid die wij missen tijdens de periode van verbanning. Dit kan alleen plaatsvinden door onze inspanning nu.

Hoe verhoudt zich dat tot de maand Elloel, die deze week begint? Elloel is de poort naar Tishré, de maand van de Hoge Feestdagen, wanneer we worden beoordeeld voor onze handelingen van het afgelopen jaar en wat we zullen ontvangen in het komende jaar. Hoe we nu met onze tijd omgaan heeft een invloed op hoe onze gebeden geaccepteerd zullen worden in de maand die zal komen. Net zoals we met ons intellect en doorzettingsvermogen nu grote impact creëren in de onmiddellijke toekomst, zo ook zal onze inspanning bewerkstelligen dat de ware en complete verlossing die door Mashiach zal plaatsvinden, dichtbij wordt gebracht.

Vanaf het begin van de maand Elloel is het al toepasselijk om elkaar een goed en zoet jaar te wensen.

SHABBAT SHALOM  (EN GELUKKIG NIEUW JAAR)   

PARASHAT RE’ÉE

Zie      Deuteronomium. 11:26 – 16:17

 

Rabbi Jitzschak Luria

 

Geschriften van de Ari

 

In de Thoralezing van deze week wordt ons gezegd: “Breng het Pesach offer aan de Eeuwige, je G’D…zodat je de dag zult gedenken dat je uit het Land Egypte ging alle dagen van je leven.” (Deuteronomium. 16:3)

De reden dat ons wordt opdragen om de Exodus van Egypte te gedenken, in tegenstelling tot alle andere verbanningen (met andere woorden, Babylonie, Media en Griekenland) is als volgt

 

Er is een vierde verbanning, Rome, maar we beschouwen het alsof we ons nog altijd in deze verbanning bevinden, Er kan dus niet van ons verondersteld worden dat we de verlossing er van moeten gedenken.

Het is bekend dat Egypte meer ontheiligd was dan ieder ander land buiten het Land Israel en staat daarom bekend als “de naaktheid van de wereld”.

 

De term “naaktheid” (in het Hebreeuws, “erva“) wordt in de Thora aangewend als referentie naar de seksuele organen en het “onthullen van iemands naaktheid” is een eufemisme voor het aangaan van een seksuele relatie met die persoon.

 

Het idioom “naaktheid van het land” zoals in de Thora gebruikt in Genesis 42:9-12, betekent “het onbeschutte, kwetsbare deel van het land” waardoor het kan worden veroverd, met andere woorden, het binnendringen en ontheiligen door een binnenvallend leger. Ondanks de algemene betekenis, wordt de term treffend gebruikt alleen met betrekking tot Egypte.

 

In de Rabbijnse literatuur wordt dit idioom specifiek geassocieerd met Egypte dat gezien wordt als de meest gedegenereerde en ontaarde civilisatie in de wereld met betrekking tot seksuele losbandigheid en wellust.

 

De Goddelijke Aanwezigheid ging in verbanning met de Joden toen zij in Egypte verbleven, zoals staat geschreven: “Ik zal neerdalen met jullie in Egypte.” (Genesis. 46:4) Het is bekend wat is geschreven in de Zohar II:37b, namelijk, dat de Egyptenaren gebruik maakten van verschillende typen van bezweringformules en magie, die zij verkregen door de krachten van onzuiverheid te manipuleren, om de Joden te onderwerpen zodat zelfs een enkele slaaf geen kans had om van daaraan te ontsnappen.

 

Het is eveneens bekend  wat we hebben verklaard betreffende de betekenis van de verbanning van de G’ddelijke Aanwezigheid, dat de uiteindelijke reden voor deze [verbanning] was vanwege Adams primordiale verandering van status, de vermenging van goed en kwaad waardoor alle zielen van de sfeer van heiligheid geconfronteerd werden met de sfeer van kwaad. Zij bleven machteloos om zich ervan te bevrijden, behalve met de hulp van G’D’s barmhartigheid. Hij voelt hun leed en pijn aangezien Zijn Aanwezigheid, ook in verbanning, in de sfeer van kwaad, het Joodse Volk vergezeld. Wanneer G’ddelijke Aanwezigheid [met hen] hun plaats binnengaan, verzameld G’ddelijke Aanwezigheid deze zielen van daar.

 

De G’ddelijke Aanwezigheid volgt het Joodse Volk in verbanning om hen daar uit te bevrijden.

 

Er zijn zeventig aspecten van kwaad, corresponderend met de zeventig niet joodse volkeren en de Joden moeten worden verbannen door deze zeventig niet joodse volkeren teneinde alle zielen te verzamelen. Wanneer zij deze verzameling van alle zielen onder de zeventig volkeren hebben beëindigd, het tijdstip wanneer ” voet raakt voet” zal zijn, genoemd in de Zohar II:258a, en dan zal het vers, “Dood zal voor eeuwig worden verzwolgen” (Jesaja, 25:8) worden vervuld.

 

Elk volk of civilisatie/cultuur representeert een andere perversie van de waarheid van de Thora, hetzij gedeeltelijk of geheel. De Joden, de dragers van de G’ddelijke boodschap, moeten al deze perversies doortrekken om te rectificeren in het licht van de waarheid (in de vorm van de Thora).Dit rectificatieproces kan direct gebeuren, als de Joden worden erkend als de dragers van het G’ddelijk Licht aan een cultuur die welwillend tegen hen aankijkt voor advies en begeleiding of zoals gewoonlijk het geval was, indirect, als ideeën en concepten van de Thora “uitlekken” in de gastcultuur via contact met Joden.

 

 De “voet” is het laagste deel van het “lichaam” van de “mens van het kwaad” en de “mens van Heiligheid”. Dat is de laagste, meest ontaarde (en daarom de meeste krachtvolle) vorm van kwaad en de laagste en zwakste manifestatie van heiligheid. De verbanning van het Joodse Volk zal continueren tot het laagste het laagste ontmoet, dat is, tot het zwakste element van heiligheid het sterkste element van kwaad overwint.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PARASHAT ÉKEV

Als gevolg                Deuteronomium. 7:12 – 11:25

Rabbi Jitzchak Luria

Sefer HaLikoetiem en Likoetei Thora

Geschriften van de Ari

Volledig Gebod

In parashat Ékev draagt Mozes het Joodse Volk op, “Hun afgodsbeelden moet je in het vuur verbranden….Breng zoiets gruwelijks niet bij je in huis opdat je niet op de zelfde wijze een gruwel wordt. Beschouw het als iets afschuwelijks en als iets gruwelijks. Zorg ervoor dat jullie heel het gebod dat ik jullie heden opdraag nauwgezet nakomen opdat jullie zult leven, talrijk zult worden en het land zult kunnen binnentrekken en erven, dat de Eeuwige jullie voorouders onder ede heeft beloofd. Denk dan aan heel de weg die de Eeuwige, G’D, je deze afgelopen veertig jaar in de woestijn heeft laten gaan om, door je door ontberingen op de proef te stellen, te weten te komen of het wel je hartenwens is je aan Zijn geboden te houden of niet. Hij legde je ontberingen op door je te laten hongerlijden en gaf je het Manna te eten dat je niet kende en dat ook je voorouders niet gekend hebben, om je duidelijk te maken dat de mens niet alleen maar door brood in leven kan blijven, maar dat door elk woord dat voortkomt uit G’D’s mond de mens kan blijven leven……” (Deuteronomium. 7:25 – 8:3)

De Arizal merkt op dat de Schrift “Zorg ervoor dat jullie heel het gebod” zegt in het enkelvoud, in plaats van “al de geboden” zoals we zouden verwachten.

We kunnen [deze discrepantie] ook als volgt verklaren:

Alles in de wereld bezit een levenskracht en net zoals een mens is geschapen met een lichaam en ziel, zo ook alle andere dingen [bezitten een lichaam en een “ziel”, met andere woorden, levenskracht].

[In deze sfeer], bezit de Thora ook een lichaam en een ziel. Het lichaam [met andere woorden, het wettelijke aspect van de Thora] handelt als haar kledingstuk en er wordt door onze Wijzen aan gerefereerd als “de lichamen [de wetten] van de Thora”.

Er is ook een innerlijke dimensie van de Thora, die haar ziel is.

Dit is de reden waarom de engelen zeiden, “Plaats Uw glorie over de hemelen,”(Psalm 8:2) want [zoals Mozes argumenteerde], waarvoor hebben zij het lichaam van de Thora nodig? Zij kennen geen jaloezie of haat en de wetten “je zult niet moorden” en dergelijke zijn niet van toepassing op hen. Dus eisten zij [van G’D] de innerlijke dimensie, welke nooit was gekleed in dit lichaam en deze wetten. Want aangezien het hoger is [dan het lichaam van de Thora], heeft het geen behoefte om er in te worden gekleed.

Dit verwijst naar de Midrash beschrijving toen Mozes opsteeg naar de hemel om de Thora te ontvangen van G’D en de engelen protesteerden, door te zeggen, “Wat is de mens dat U aan hem zou denken of de zoon van de mens {Mozes] dat U Zich om hen bekommert?”(Ibid., v5) Betekenend, de Thora is zo subliem en spiritueel, waarom zou U het aan een sterveling geven? Liever, “Houd Uw Glorie [de Thora] in de hemel.” G’D wendde Zich tot Mozes, en zei tot hem dat hij de engelen moest antwoorden en Mozes reageerde met de opmerking dat de Thora vol is met geboden en morele instructies die niet van toepassing zijn op engelen.

Hier zegt de Arizal dat de engelen, om zo te zeggen, zich dit compleet bewust waren en het enige dat zij vroegen was dat de innerlijke dimensie van Thora, de Kabbala, in de hemel zou blijven, aangezien het de werking van hemel beschrijft en niet op een fysieke wijze kan worden begrepen. Laat de wetten van toepassing zijn op de mens, zeiden zij, gegeven aan de mens, maar laat de ziel van de Thora bij ons blijven.

Het feit dat Mozes hun argumentatie overtrof indiceert dat de mensheid de innerlijke dimensie ook nodig heeft om zijn fysieke aard te kunnen overwinnen.

Net zoals de ziel van een mens het nodig heeft om te worden gekleed in een fysiek lichaam enkel om in deze wereld te kunnen neerdalen, zo is het eveneens met de Thora.

De innerlijke spirituele dimensie van de Thora draagt de kleding van de wetten om toepasselijk te kunnen zijn voor Deze Wereld.

Evenzo, de geboden bezitten een lichaam die hun fysieke verschijningsvorm is en een ziel, de intenties [kavanot] waarmee iemand mediteert om die gepast uit voeren. Als de geboden [mitzwot] zijn uitgevoerd zonder de vereiste intentie, is het als een lichaam zonder ziel.

Daarom zegt [de Schrift], “Heel het gebod [enkelvoud] dat Ik jullie heden opdraag moeten jullie nauwgezet na komen,” betekenend: “doe heel het gebod”, inclusief zijn innerlijke intentie en levenskracht. [Het vers continueert:] “opdat je zult leven.” Dit is [een voorbeeld van G’D’s methode van compensatie] met andere woorden, wederkerige honorering: juist zoals jij een mitzwa uitvoert met zijn levenskracht en vitaliteit, zo zal je worden voorzien in Deze Wereld in de verdienste van zijn lichaam [met andere woorden, fysieke uitvoering en in de Komende wereld in de verdienste van zijn levenskracht [innerlijk intenties]. Je zult dus worden beloond met leven zowel in Deze Wereld als met leven in de Komende Wereld. Daarom is er geschreven, “opdat je zult leven” refererend aan compleet leven, in Deze Wereld en in de Komende Wereld.

De voeding die iemand tot zich neemt bezit ook een innerlijke levenskracht,

dat zijn de woorden die voortkomen vanuit G’D’s mond toen de wereld werd geschapen, toe Hij zei, “Laat de aarde zo en zo voortbrengen. “Adem” is een ware realiteit, net zoals wanneer iemand spreekt brengt hij lucht, adem voort van zijn mond en die adem is een deel van zijn levenskracht. Het bewijs is, dat  na de ziel het lichaam verlaten heeft [bij de dood], er geen adem, lucht noch spraak voortduurt. Dus de adem, lucht die voortkomt van zijn mond wanneer hij spreekt maakt deel uit van zijn ziel.

Als adem alleen maar fysiek zou zijn er geen reden waarom het niet zou voort bestaan in het lichaam na de dood.

Om die reden is ons opgelegd geen loze woorden te spreken, want door dit te doen verspilt iemand delen van zijn ziel. En zo heb ik gehoord van een wijze, Rabbi Shimon Turno, in gezegende nagedachtenis, in zijn leerrede op het vers, “Hij zal niet zijn woord profaneren [Hebreeuws, yacheil], hij zal niet handelen in overeenstemming met alles wat voortkomt uit zijn mond” (Numeri. 30:3): Iemand zal niet zijn spraak banaal maken,  [Hebreeuws, chulien] want overeenkomstig aan de dingen en zaken van zijn mond zo zal hij worden, voor zowel goed als slecht. Bovendien creëert hij beschermende of aanklagende engelen [door zijn spraak].

Het woord voor “profaan” in de zin van “schenden“, is gerelateerd aan het woord voor “banaal”. Beide delen het idee van “beroven van intrinsieke heiligheid”. Want het doel van de homilie, het woord voor “hij zal handelen” [Hebreeuws “ya’ase“] wordt gelezen als de passieve/lijdende vorm “hij zal worden” [“yei-ase].

Als dit het geval is met de adem van iemands spraak, zo veel te meer is het waar van de adem die voortkomt van de mond van G’d. In dit verband is geschreven, “En heel het Volk zag de stem”(Exodus. 20:15), zij zagen wat normaal werd gehoord. (Mechilta, Bachodesh 9) Zij zagen G’D’s spraak zoals het kwam en hen op de mond kuste en zei, “Accepteer Mij op je zelf.” Dus zagen zij G’D’s spraak min of meer in de verschijning van een engel.

Zo was het met betrekking tot G’D’s spraak toen de wereld werd geschapen: elke uiting die een entiteit binnentreedt [het creëert] om te dienen als een innerlijke levenskracht en het doet groeien.

Dus binnenin het voedsel dat een persoon eet, is zowel een onderdeel dat het lichaam voedt en de innerlijke levenskracht die een deel wordt van iemands ziel.

Dit brengt ons tot de volgende vraag:

Hoe is het mogelijk dat fysiek brood iemands ziel kan voeden, die spiritueel is?

Als iemand zich onthoudt van het eten van brood of enig ander voedsel voor enige dagen, zal hij sterven of verhongeren en zijn ziel zal hem verlaten, maar eet hij brood zal hij leven. Hoe kan het brood de spirituele ziel [in het lichaam] vasthouden?

Vanwege deze vraag, poneren bepaalde filosofen de stelling dat de ziel niet verder leeft [na de dood] en dat wanneer het lichaam sterft de ziel dat ook doet. [Zij argumenteren:] omdat het wordt gevoed door iets fysieks, moet het ook fysiek zijn.

Dit is niet het geval, G’D verhoede, want wat zij niet weten is, wat we [boven], hebben gezegd namelijk, dat er een levenskracht is binnenin het voedsel, die zijn spirituele dimensie is en dit spirituele aspect [van het voedsel] stimuleert het spirituele aspect, de levenskracht van de mens.

Dit is de betekenis van het vers: “en Hij gaf je het manna te eten…” spiritueel voedsel, …”om je te leren” dat het enige dat werkelijk [de ziel van] iemand voedt, is het spirituele aspect [van het voedsel]. Zoals het vers continueert: maar    ..” dat de mens niet alleen maar door brood in leven kan blijven, maar dat door elk woord dat voortkomt uit G’D’s mond de mens kan blijven leven…” Betekenend: de woorden die voortkomen uit de mond van G’D toen de wereld werd gecreëerd om alles voort te brengen van de aarde, maakt van elke vorm van voedsel deel uit en is wat iemand voedt en stimuleert [met andere woorden, zijn ziel].

Manna wordt als spiritueel voedsel beschouwd, alhoewel het wordt verondersteld fysiek te zijn, omdat het elke dag neerdaalde vanuit de hemel. De zegen die het Joodse Volk zei voor het eten was, “die brood voortbrengt vanuit de hemel.”

Dit is de reden waarom we zegeningen moeten reciteren voor het eten van voedsel, want door het reciteren activeren we de [spirituele] levenskracht [inherent in het voedsel].

Zo ook ten opzichte van het doen van mitzwot: de zegen die we zeggen voor het doen van een mitzwa dient om de levenskracht er in te activeren.

Vandaar dat in elk gebod gedachte, spraak en actie is. De intentie is de gedachte, de zegen de spraak en de actie [is de actie]. Daarom refereert de Schrift aan “heel het gebod”, betekenend, het volledige gebod, inclusief zijn intentie, zoals boven verklaard.

Teneinde een persoon niet zal denken dat iemand die niet de innerlijke intentie associeert met het gebod geen aandeel zal hebben in de Komende Wereld, stelt de Schrift daarom, “Denk er aan….[ Hij gaf je het manna te eten].” Gedenk het eten van manna, want Zijn intentie was om je te leren de refutatie van deze veronderstelling: juist zoals het manna spiritueel [voedsel] was, maar desondanks het lichaam kon voeden, die fysiek is, zo zal je weten dat fysiek [voedsel] de ziel kan voeden, omdat dit principe in beide richtingen werk.

Daarom staat er geschreven, “om je te leren dat een mens niet leeft van brood alleen”, dat is, zijn fysieke kant, die “mens” [Hebreeuws “adam”] wordt   genoemd, want de mens is gemaakt van de fysieke materie, van aarde [Hebreeuws, “adama´], “maar in hoge mate door elk woord dat voortkwam van G’D’s mond”, met andere woorden, het manna, wat in het geheel is, want het komt voort uit Zijn mond. Daardoor “zal de mens leven”, betekenend, zijn fysieke kant, zoals boven is verklaard.

Het tegenovergestelde is ook waar: wanneer een persoon eet zonder  eerst een zegen te zeggen en dus zonder het activeren van de [spirituele] levensk

PARASHAT VA’ETCHANÁN

En ik smeekte

Deuteronomium.  3:23 – 7:11

SHABBAT NACHAMOE  (van troost)

Rabbi Jitzchak Luria

Ontwikkelend Embryonaal Bewustzijn

Geschriften van de Ari

Shaar HaPesoekiem en Likoetei Thora

In het begin van dit Thoragedeelte, zegt Mozes aan het Joodse volk dat G’D boos op hem werd vanwege te intensief bidden om hem toe te laten in het Land Israël. “En G’D werd boos met mij vanwege jullie en luisterde niet naar mij.” (Deuteronomium. 3:26) Het Hebreeuwse woord dat hier wordt aangewend voor “werd boos” “yitaber” is ongebruikelijk en is etymologisch afgeleid van het woord voor “zwangerschap, vruchtbaarheid”, “iboer“. Dit is de basis van de Arizal’s esoterische interpretatie van dit vers.

Zoals je weet ontwikkelt Zeir Anpin zich door drie staten van bewustzijn: embryonaal [iboer], zuigeling [yenika] en volwassen [gadloet]. Op de zelfde manier ontwikkelt zich elke ziel door deze staten van bewustzijn.

Fysiek ontwikkelt iemand zich door drie fasen die zijn ontleend aan de wijze van voeding: Als hij existeert als embryo in de moeder, wordt hij direct door haar gevoed; wanneer hij een zuigeling is, ontvangt hij nog altijd zijn voeding van zijn moeder, maar dit gebeurt door middel van zijn eigen betrokkenheid; na dat hij is gespeend, eet hij op zich zelf. Op een vergelijkbare manier ondergaan de vermogens van de ziel het proces van deze drie ontwikkelingsfasen. Dit proces vindt in het begin plaats in overeenstemming met de fysieke ontwikkeling, zo gezegd, in het embryonale stadium zijn de zielsfuncties op het niveau van embryonaal bewustzijn; in de verzorgingsfase zijn de zielsfuncties op een zuigelingen niveau van bewustzijn en na het spenen, bereikt de ziel volwassen bewustzijn. Maar in verhouding kan iemand deze drie stadia passeren en ervaren op verschillende niveaus gedurende de loop van zijn leven

Beide, het fysieke fenomeen van deze drie fasen en het mentale/spirituele fenomeen ervaren door de ziel, komen voort uit het parallel proces dat plaatsvindt in de ontwikkeling van de partzoef van Zeir Anpin. Laten wij niet vergeten dat Zeir Anpin de partzoef is van de midot, de emoties. Dus de mentale ontwikkeling van het individu wordt gemeten naar de aard van de verhouding tussen zijn intellect en zijn emoties.

Met andere woorden, wanneer een idee wordt ontvangen door het verstand (als een inzicht van Chochma) en dan ontwikkelt ( in Bina) zal de emotionele reactie die resulteert als gevolg van dit idee nog niet evident zijn; het is alleen daar in potentie binnen het idee. We kunnen daarom het idee beschouwen als “zwanger” van de emotie die het zal opwekken. De embryonale positie van het kind in de baarmoeder is zo dat de lagere ledematen ineengehurkt zijn onder de rest van het lichaam, aangevend dat zijn potentie, zijn volle gestalte zich nog niet kan manifesteren.  Dus “embryonaal” bewustzijn is louter intellectueel, emotie existeert alleen in potentie.

Wanneer eenmaal het idee volledig is ontwikkeld, kan het idee het leven schenken aan zijn eigen emotionele reactie. Wanneer het kind nog jong is, is zijn begrip van het leven onvolwassen, en  de emoties voort gebracht door zijn intellect zijn direct verbonden met hun oorsprong. Zo lang als hij zich ervan bewust is dat iets  schadelijk is, wordt hij er bang van en niets kan zijn angst verlichten. “Zuigelingen bewustzijn” is dus een meer volwassen stadium dan “embryonaal bewustzijn” waarin het intellect zichzelf uitdrukt door de emoties, maar dit gebeurt nog steeds op een relatief onvolwassen wijze.

Als hij zich ontwikkelt, ontplooit het intellect van het kind en hij kan de aantrekkelijkheid en onaantrekkelijkheid van dingen zien in een veel bredere context, bijvoorbeeld, consequenties op langere termijn, rechtstreekse gevolgen om hem heen, enz. Dus in dit stadium, weerspiegelt zijn emotionele reactie een veel dieper en breder begrip van de topics die zijn besproken. Dit is volledig “ontwikkeld” bewustzijn.

Nu zegent G’D elke leider van elke generatie met wijsheid vergezeld van de collectieve verbetering van de generatie. (Arachien 17a) Daarom, toen Israël zondigde met het incident van het Gouden Kalf, bracht dit bij Mozes, hun leider, een achteruitgang te weeg naar embryonaal bewustzijn en een verlies van “Licht” dat hij had bereikt tot dan toe. Hij was dus zonder zijn zuigelingen en volwassen bewustzijn en was teruggeworpen op met embryonaal bewustzijn.

Toen Israël zondigde, reveleerde zij een diepliggende onvolledigheid in de wijze waarop zij de realiteit ontvingen. Hun bewustzijn moest daarom teruggaan naar zijn “prenatale” staat om te worden opgefrist vanuit de oorsprong. Ten tweede onderging Mozes een vergelijkbare regressie.

De Thora duidt hierop wanneer G’D spreekt tot Mozes, na de zonde van het Gouden Kalf,  “Ga naar beneden, want jouw volk, dat jij uit het land Egypte hebt gevoerd, heeft zichzelf aangetast” (Exodus. 32:7). Onze Wijzen zeggen dat dit betekent: “Daal af van je voornaamheid, want Ik heb je grootsheid gegeven ter wille van hen, zodat jij ze kan leiden” (Berachot, 32a) Op dat moment was Mozes verdreven van het Hemelse Hof” (Midrash Tanchoema, ad loc.).

Op dit punt in de versie van de tekst zoals het voortkomt in Shaar HaPesoekiem, verschijnt de volgende zin: “Hij [met andere woorden] Mozes vergat vervolgens al deze regels die hij voordien wist. “Rabbi Wolf Ashkenazi (Haga’ot veChidoeshiem) maakt met betrekking tot deze zin de opmerking, dat er geen traditie van onze Wijzen ons heeft bereikt met de strekking dat Mozes enige regel vergat als gevolg van de zonde van het Gouden Kalf. ( Er worden een aantal incidenten aangehaald in de Thora waarin Mozes bepaalde regels vergat, maar, zoals Rashi aanduidt, was dit altijd vanwege het feit dat hij kwaad werd en niet ten gevolge van het Gouden Kalf.) Echter in de Zohar (II:58a) is opgenomen dat vanwege deze zonde G’D Mozes “ontbloot”van duizend “lichten”. De Arizal zelf verwijst naar deze passage op diverse andere plaatsen. (Shaar HaPesoekiem op Leviticus. 1:1 en Exodus. 34:33)

Zeir Anpin nu, brengt zijn embryonale periode in de baarmoeder van Imma door,  hetgeen ook bekend staat als het “Jubel” [jaar]. Daarom kunnen de initialen van de vier Hebreeuwse woorden van het vers “En G’D werd boos met mij vanwege jullie” “vayitaber y-h-v-h bi lemaanchem, herschikt, het woord “Jubel” vormen [“yovel“, joed, vav,bet, lamed].

Imma is natuurlijk de partzoef Bina en ons is geleerd dat er vijftig “poorten” van Bina zijn. Deze vijftig poorten bevatten 7×7=49 plus één toegevoegd alles overtreffend niveau. Deze verdeling in 49+1 wordt weergegeven in de vijftig jarige landbouw cyclus, die bestaat uit 7 Shabbatjaar cyclussen 7×7=49 gevolgd door een vijftigste super Shabbatjaar, het jubeljaar. Dus juist zoals het vijftigste niveau van begrijpen, dat van puur Bina boven en de andere 49 uitstijgt en overtreft, zo is het jubeljaar het transcendente jaar dat apart staat van de zeven Shabbatjaar  cyclussen, equivalent  aan het niveau van pure Bina.

Zoals we hebben gezegd kan het vers “En G’d werd boos met mij vanwege jullie” worden begrepen met de bedoeling “En G’D liet mij teruggaan in de embryonale staat vanwege jullie”. Als we op deze betekenis de verborgen aanduiding in de initialen van de vier woorden die dit vers vormen leggen, verkrijgen we: “En G’D liet mij teruggaan in de embryonale staat, met andere woorden, terugkeren in de baarmoeder van Imma, die “jubel”wordt genoemd, vanwege jullie.”

Dus Mozes teruggaan en opnieuw binnengaan, met andere woorden, opnieuw bevruchten, zwanger worden in Imma, die wordt omschreven als “jubel”. De naam Havayah in dit vers geeft de partzoef van Imma aan. Dit is de esoterische betekenis van de frase, “En G’D werd boos met mij”.

De frase kan dus gelezen worden als, “De partzoef van Imma, aangegeven door de naam van Havayah, G’D werd [opnieuw] zwanger van mij.”

Dit gebeurde “vanwege jullie”, want, zoals we hebben gezegd, net zoals de zonden van de generatie veroorzaken dat de partzoef van Zeir Anpin terug gaat naar de baarmoeder van Imma, veroorzaken zij ook dat dit gebeurt met de leiders van de generatie.

We kunnen ook deze passage verklaren gebaseerd op hoe we het vers “Mijn geliefde is naar zijn tuin gegaan, naar zijn balsemtuin beneden, om te weiden in de tuinen en om lelies te plukken” (Hooglied. 6:2). De initialen van de woorden voor “om te weiden in de tuinen en om lelies te plukken” [in het Hebreeuws, lir’ot baganiem velikot shoshaniem”, lamed-beth-vav-shin] spellen het woord “kledingstuk” [“levoesh“]. Wanneer boos wordt op Israël en de rechtvaardigen van deze wereld neemt , worden de laatstgenoemden getransformeerd in een kledingstuk voor Hem en Hij wordt, zo gezegd, geïmpregneerd in hen en gekleed in hen.

Wanneer rechtvaardigen overlijden, dienen zij als kanalen van G’ddelijke invloed en liefdadigheid voor de volgelingen die zij hebben gehad tijdens hun leven. Met betrekking tot een leider van de generatie, strekt de invloed van zijn leven in het hiernamaals zich uit naar de hele generatie. In deze zin handelt G’D door (of is “gekleed” in) deze rechtvaardigen en Zijn G’ddelijke liefdadigheid wordt gekanaliseerd door hun zielen. Dit laat G’ddelijkheid stromen in de wereld op een manier die aangepast is aan de noden van de generatie

De esoterische betekenis van het vers “En G’D werd boos met mij vanwege jullie” is [nu in zijn context ] “En G’D werd bevrucht, zwanger, in mij, vanwege jullie, want vanwege jullie zonden werd Ik uit deze wereld vergaard vóór mijn tijd.”

Rabbi Shalom Sharabi tekent aan dat hoewel Mozes nog leefde toen hij dit zei, hij verwees naar wat er zou gebeuren na zijn dood. (Het hele boek Deuteronomium is Mozes’ afscheidsrede aan het Joodse Volk en ontstond gedurende de 37 dagen voor zijn overlijden).

SHABBAT SHALOM

PARASHAT DEVARIEM

Woorden      Deuteronomium. 1:1 – 3:22

SHABBAT CHAZON

Rabbi Jitzchak Luria

Elf Dagen Val van Edom

Van de Geschriften van de Ari

Sefer HaLikoetiem en Likoetei Thora

Aan het begin van parashat Devariem, begint Mozes met zijn afscheidsrede aan het Joodse Volk voor zijn dood. Als deel van deze afscheidsrede, berispt hij hen omdat zij hebben gezondigd. Ondanks het feit dat toen zij Egypte verlieten en G’D hen door de woestijn haastte om zo snel als mogelijk het Land van Israel binnen te trekken, gaven deze zonden Hem aanleiding hun verblijf in de woestijn met veertig jaren aan te verlengen. Een teken van hoe snel zij oorspronkelijk reisden, is het feit dat “het vereist  elf dagreizen van Choréw via Sé’iergebergte tot Kadésh Barné’a” (Deuteronomium. 1:2, zie Rashi ad loc.), maar op miraculeuze wijze doorkruisten zij deze afstand in drie dagen.

De esoterische interpretatie van dit vers is als volgt:

Deze elf dagen corresponderen met de zeven primordiale koningen die stierven en de vier achterzijden van Abba en Imma.

Zoals we weten zijn de zeven koningen van Edom de fysieke correlaten van de zeven lagere sefirot van Tohoe wiens vaten versplinterden. Dit was de oorsprong van imperfectie [ook wel kwaad geheten], met andere woorden “gesepareerd bewustzijn” in tegenstelling tot “G’ddelijk bewustzijn”. De lagere werelden (Beriya, Yetzira en Asiya) werden geconstrueerd uit de fragmenten van deze vaten en zijn dus sferen van in toenemende mate niet G’ddelijk georiënteerd bewustzijn.

Bij het ineen storten van de wereld van Tohoe versplinterden niet alleen de zeven lagere emotionele sefirot. De sefirot van intellect  ondergingen, welis waar minder drastisch, ook een val. Zoals we eerder hebben verklaard, de reden dat zij niet compleet versplinterden is vanwege het verschil tussen intellect en emotie. Intellect is meer abstract, niet in die mate een ervaring van geldingsdrang, zoals emoties. Om die reden kwamen de sefirot van het intellect qua omvang niet zo in conflict met elkaar zoals de emoties deden. Aangezien echter de algemene overheersende toon van de wereld van Tohoe zelfgerichtheid en zelforiëntatie is, raakte  het externe, of de “achterzijde”  van de intellectuele sefirot van Chochma en Bina in zekere mate niet  in conflict en verloren slechts iets van hun intensiteit. De reden waarom er vier “achterzijden”   van deze twee sefirot zijn, is omdat zij beide existeren in hun totale abstracte vorm ( die zich ontwikkelt in de volgende wereld, van Atziloet, in de partzoefiem van Abba en Imma) en hun meer “gebruikelijke” vormen ( die zich ontwikkelen in Atziloet in de partzoefiem van Yisrael Saba, de emotionele eigenschappen (middot) van de partzoef van Abba] en Tevoena, begrip”, de lagere van de twee eerste partzoefiem van de sefira van Bina. Samen worden zij aangeduid als de partzoef van Imma).

Dus hebben wij een totaal van elf gevallen elementen: de vier gedeeltelijk gecollaboreerde van het intellect en de zeven geheel gecollaboreerde van de emoties.

Deze [elf gevallen elementen] zijn de oorsprong van deze elf dagen

Het cijfer elf is in het bijzonder significant omdat het een meer dan tien is. Tien duidt heiligheid aan, de compleet functionerende eenheid van de tien sefirot. De reeks van tien sefirot is volkomen in balans en wanneer werkend zoals bedoeld is het een kanaal voor overbrenging en distributie van heiligheid (G’D’s bewustzijn) door heel de realiteit.

Elf echter indiceert een exces, een verspilling, een overdaad of verkwisting van G’ddelijke energie.

SHABBAT SHALOM

PARASHOT MATÓT – MAS’ÈE

Stammen – Reizen

Numeri. 30:2 – 32:42, 33:1 – 36:13

Rabbi Yisrael Baal Shem Tov

Mystieke Tweeënveertig Routes

Passage van Sefer Baal Shem Tov, Degel Machane Ephraim

“Dit zijn de routes van de Kinderen van Israel die onder leiding van Mozes en Aaron uit Egypte waren getrokken in hun groepsverbanden.”

Er waren in totaal tweeënveertig routes. Mijn grootvader [de Baal Shem Tov] verklaart dat zij in het leven van ieder mens bestaan, van het moment van geboorte tot aan de dag van overlijden.

Dit kan als volgt begrepen worden:  Het tijdstip dat iemand wordt geboren en de baarmoeder verlaat, correspondeert met de uittocht uit Egypte. Naderhand reist hij van de ene plaats naar de andere, totdat hij het Hemelse Land van het leven bereikt [de Komende Wereld, corresponderend met het Land Israel]. Dus is er geschreven: “Naar het woord van G’D legerden zij zich en naar het woord van G’D trokken zij op” (Numeri. 9:23), wat correspondeert met beperkt bewustzijn en ruimer bewustzijn.

Ik heb ook gehoord van een zeker iemand dat de tweeënveertig routes corresponderen met de tweeënveertig letter Naam, die wordt geteld van de eerste nacht van Pesach tot aan het feest van Shavoeot en is voltooid met het ontvangen van de Thora.  En hoewel er in totaal negenenveertig dagen zijn, is elke week een complete unit, met als basis alle tweeënveertig.

Deze routes zijn opgetekend in de Thora om ons te leren de juiste weg te volgen in ons leven en dat al onze reizen heilig en puur zijn. Ik hoorde van mijn grootvader in de naam van de Briet Menoecha, dat [de plaats] Kivrot HaTa’ava [letterlijk “graven van gulzigheid”] (Numeri. 11:34) correspondeert met de sefira van Chochma, want daar had men volk, dat te gulzig was geweest, begraven. Met andere woorden, wanneer iemand het niveau van Chochma bereikt, verliest hij al zijn [materiële] verlangens in zijn enorme verbondenheid met G’D.

Nu kunnen we begrijpen hoe heilig deze routes waren of aspecten van heiligheid bevatten en verheven niveaus. Tav’era [een andere plaats, letterlijk “Brandend vuur “] was zeker een verheven aspect (Numeri. 11:3). Hoe dan ook, de Israëlieten vervormden de aard van deze plaatsen door hun daden, zoals gezegd wordt over Kivrot HaTa’ava: “En [Mozes] noemde de plaats Kivrot HaTa’ava, want daar had men volk, dat te gulzig was geweest, begraven. (Ibid, 11:34) Dit is ook van toepassing op de andere kampementen, zoals Tav’era: “En [Mozes] noemde de plaats Tav’era [“Brandend vuur “], want G’D’s vuur had hen verbrand.” Doch had men deze plaatsen niet vervormd, zou elk zijn verborgen licht hebben gereveleerd.

Dit is de betekenis van  “Dit zijn de routes van de Kinderen van Israel……En Mozes schreef op bevel van G’D de vertrekpunten van hun verschillende routes open dit zijn dan hun routes ingedeeld naar hun vertrekpunten” (Numeri. 33:1-2): Mozes beschreef de spirituele verheven betekenis op van elke reis, van moeders baarmoeder tot het Land van het Leven, zodat elk persoon de weg zou weten te volgen in overeenstemming met G’D. Echter, “…. Dit zijn hun routes overeenkomstig hun vertrekpunten.” (Numeri 33:1); dat wil zeggen, hoe zij deze kampementen zelf vervormden door hun handelingen, want het eind van het vers zegt niet: “op bevel van G’D”.

Probeer dit zeer goed te begrijpen! En mag G’D ons Zijn recht en juiste weg leren.

Rabbi Chaim ben Moshe Ibn Atar

Het bevrijden van de gevangen vonken

“Dit zijn de routes van de Kinderen van Israel……(Numeri. 33:1)

Ons vers kan worden begrepen wanneer we in overweging nemen wat de Zohar (II:157) heeft te zeggen over het doel van de Israëlitische tocht door de woestijn: Het was bedoeld om de Israëlieten in staat te stellen om de geïsoleerde vonken van heiligheid uit gevangenschap te bevrijden. Deze “vonken” waren in gevangenschap geraakt door negatieve spirituele krachten die hun verblijf hebben in de wildernis, G’D liet de Israëlieten door deze plaatsen trekken zodat hun heiligheid zou fungeren als een magneet, om zo de “verloren”vonken van heiligheid aan te trekken.

De enige manier waarop dit kon worden bereikt was door middel van complete heiligheid, met andere woorden, een combinatie van de heiligheid van Israël, de Shechina en de heilige Thora. Het vereist de aanwezigheid van 600.000 zielen die hun oorsprong hebben in heilige domeinen. Mozes maakte deze 600.000 individuele zielen passend, omdat hij wordt gezien als de boom waaruit alle takken groeien. Door gemeenschappelijke inspanning waren deze krachten van heiligheid in staat om de krachten van onzuiverheid te overwinnen, die veel van deze verloren vonken van heiligheid in gevangenschap hielden.

Volgens de Zohar  konden deze “vonken” dan toch gevangen gehouden worden terwijl de Israëlieten actief reisden en niet terwijl zij passief legerden; dit had de Thora in gedachten als er wordt geschreven “dit zijn de routes”. Het woord “deze” [in het Hebreeuws, “eleh“] is inderdaad in scherp contrast met enige andere tocht ooit beschreven waar dan ook, want nooit te voren waren er tochten geweest die duidelijk zo vergezeld waren van zo veel elementen van heiligheid.

Hoewel het waar is dat de Patriarchen ook reizende zijn beschreven en dat zij ook verloren vonken hebben verlost gedurende hun tochten, is er geen vergelijking te maken tussen wat deze individuen hebben bereikt en wat de Joodse Natie als een geheel op dit punt heeft volbracht. De Thora zelf beschrijft de buitengewone natuur van deze reizen door te benadrukken dat zij gebeurden als een nasleep van de Exodus van Egypte, met andere worden nadat de Israëlieten waren gezuiverd van de Exodus van Egypte, nadat de Israëlieten waren gezuiverd van de ijzeren smeltkroes genaamd Egypte. Dit stelde hen in staat om de heilige vonken te isoleren overal waar zij die ontmoetten.

Niet alleen dat, maar de Thora beschrijft deze tochten als een hemels gebeuren “letzivotam” toen zij een complete eenheid waren, rustte de Shechina op deze 600.000 heilige zielen. We hebben herhaaldelijk beschreven dat de definitie van eenheid, volledigheid, niet van toepassing kan zijn is op minder dan deze 600.000 zielen.

De reden dat G’D niet de Thora gaf aan de Patriarchen was vanwege hun beperkte aantal. Zij misten deze “volledigheid”die gebaseerd is op de aanwezigheid van 600.000 zielen, die hun oorsprong hebben in een heilig domein zodat zij konden worden beschreven als “tzevaot”, G’D’s legerschare. Slecht eenmaal beantwoordden de Israëlieten in de woestijn aan al de noodzakelijke condities voor het vervullen van de voor hen vastgestelde opdracht door hun tochten. De Thora voegt evenzo de zinsnede “onder leiding van Mozes en Aaron” toe, die de “tussenpersonen en bemiddelaars” waren tussen de Shechina en al de andere elementen van heiligheid, nodig om de Natie te doen samensmelten tot één geheel van heiligheid.

SHABBAT SHALOM