PARASHAT PINCHAS

Pinchas   Numeri 25:10 – 30:1

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, p. 216b

In parshat Pinchas weidt de Zohar uit over onderwerper, zoals “impregnatie” van de zielen (bekend als het concept “iboer neshamot“), reïncarnatie en de mysteries ten aanzien van offeren. In het voorbijgaan wordt een hedendaags algemeen onderwerp in New Age Theology aangehaald en wat velen interesseert, Astrologie.

Kom en zie. Elk geschapen wezen in deze wereld stond, voor het geven van de Thora aan Israël, onder de invloedsfeer van de sterren, met inbegrip van geboorte, leven, levensonderhoud.

Mazal” is het Hebreeuwse woord voor de sterren en constellaties en tevens, in modern Hebreeuws voor “geluk”. Het is verbonden met het woord “nazal” wat stromen, vloeien of druppelen betekent. Het concept is, dat de “G’ddelijke beïnvloeding en effect” neerwaarts sijpelt, door de wisselende sterrenformaties zodat in hun veranderingen deze beïnvloeding wordt weergegeven.

Doch nadat de Thora was gegeven aan Israël, werden zij aan macht van de sterren en constellaties onttrokken. We leren dit van Abraham omdat zijn toekomstige afstammelingen existeren met de verkregen letter “hé”van zijn naam Abraham. Deze “hé” representeert de 5 boeken van de Thora “Deze zijn de generaties van de hemelen en de aarde, toen zij geschapen werden [in het Hebreeuws, “behibaram”], op de dag dat de Eeuwige G’D aarde en hemelen maakte.” (Genesis. 2:4) Hij creëerde hen met (de letter) hé .

De letter  is de vijfde letter van het Hebreeuwse alfabet en heeft daarom de numerieke waarde van 5.
Abraham begreep vanuit de sterren dat hij geen kinderen zou krijgen, maar dit veranderde na G’D’s belofte, dat er een zoon aan hem en Sara zou worden geboren. Op dat tijdstip veranderde zijn naam van Abram naar Abraham, de letter werd aan zijn naam toegevoegd. Het getal 5 en de letter  zijn daarom verbonden met verandering van mazal en impregnatie. Het woord “geschapen”, in het Hebreeuws, “behibaram” in het vers, kan gelezen worden als “Hij maakte hen met (de letter)  “.
Dit laat duidelijk het verband zien tussen de schepping en de 5 boeken van de Thora en geeft aan dat de wereld existeert door de verdienste van de Thora. De letter  representeert ook de sefira van malchoet dat alle abondances van de hogere sefirot in zich draagt en hun invloeden tot realiteit brengt.

Hij zei tot Abraham: “Doordat deze letter hé aan je naam is toegevoegd, zijn de hemelen nu onder jouw beheer en alle sterren en hemellichamen in die hemelen geven hun licht weer, door de kracht van die letter hé .

Het strenge oordeel in de sefira van malchoet kan “verzacht” worden door goede daden, het leren van Thora en mitswot. Dit brengt een kosmische splitsing teweeg en is de manier, om de beïnvloeding van de sterren en constellaties te beheersen.

Vanwege dit alles, al diegenen die streven naar het leren van Thora, cijferen de dwangmatige beïnvloeding van sterren en constellaties van zich weg. Dit is alleen van toepassing als hij leert met de intentie om de mitswot van de Thora in acht te nemen, is dit streven niet in zijn leren aanwezig, wordt de beïnvloeding van de sterren en constellaties niet aan hem onttrokken.

De Zohar gebruikt het woord “aishetadal” in haar beschrijving om de Thora op de juiste manier te benaderen. De letterlijke vertaling van het woord is, “om zich in te spannen” Het is opgebouwd uit twee Hebreeuwse woorden: “aish” wat “vuur” en “dal” wat ” arm, gebrekkig” betekent. Het gebrekkig mentaal vermogen van iemand, die zich inspant om te begrijpen, moet passend worden gemaakt door een innerlijk “vuur” om het leren van Thora te motiveren, in een poging om Zijn mitswot uit te voeren in de concrete realiteit van het allerdaagse leven. Dit verschilt totaal met het seculaire leren, wat puur intellectueel gericht is. Omdat het alleen intellectueel gericht is, beïnvloedt het niet, de alledaagse realiteit van de student. Zijn alledaagse realiteit staat daarom bloot aan de beïnvloeding van sterren en constellaties.

Een ignorant persoon staat zelfs meer onder invloed. Hij wordt vergeleken met het dierlijke instinct [omdat hij geen bewustzijn heeft van een hogere realiteit] zoals we hebben geleerd: “Vervloekt, wie gemeenschap heeft met een of ander dier.” (Deuteronomium. 27:21)
Dit is omdat de dwangmatige invloed van de sterren en constellaties niet van hem zijn weg gecijferd.

SHABBAT SHALOM

PARASHOT CHOEKAT – BALAK

De inzetting – Balak

Numeri. 19:1 – 22:1, 22:2 – 25:9

Likoetei Thora door de Lubavitcher Rebbe

Emotionele Elevaties

De Eeuwige sprak tot Mozes en tot Aharon:

“Dit is de wet van de Thora die de Eeuwige uitvaardigde. Hij zei: draag de Kinderen van Israel op dat ze je een volkomen rode koe brengen zonder gebrek, waarop nog geen juk gelegd is.

Jullie moeten die aan de priester El’azar geven en die moet haar naar buiten de legerplaats brengen en men slacht haar waar hij bij is.” (Numeri. 19:3)

Alle andere offers moeten binnen de omsloten ruimte van het Tabernakel worden gebracht; alleen deze wordt buiten geofferd. Dit omdat alle andere offers worden gebracht vanwege onopzettelijke negatieve gedragingen, die wij begaan omdat onze dierlijke ziel ons onverschillig maakt ten aanzien van spirituele aangelegenheden. Aangezien onze dierlijke natuur verfijnd kan worden en kan opteren voor heiligheid, kunnen wij offers brengen die dit binnenin het Tabernakel bewerkstelligen. Het offer van de rode koe daartegen, wordt gebracht om ons te purificeren van de verontreiniging van dood, die niet kan worden gezuiverd of verheven, het moet totaal  te niet worden gedaan; de rode koe moet geheel worden gereduceerd tot oneetbare as. En heeft daarom geen plaats binnenin het Tabernakel.

“…..Op de derde dag en op de zevende zal hij zichzelf ervan purificeren……(Numeri. 19:12)

Om ons te kunnen purificeren van de verontreiniging van dood, die in psychologische termen verwijst naar de machteloosheid van neerslachtigheid en moedeloosheid  ten aanzien van de spirituele dimensie van het leven, moeten we ons beroepen op de derde en de zevende emotionele eigenschappen (Sefirot) van de ziel. De derde emotie is barmhartigheid of “medelijden”(rachamiem), en de zevende emotie is nederigheid (shifloet). Hoe meer we de pijn voelen, hoe meer de G’ddelijke ziel lijdt onder zijn beperkt bewustzijn  in de fysieke wereld, des te meer worden we opgeroepen om het te bevrijden door Thorastudie en het doen van mitzwot. Dus spreken we G’d aan in onze gebeden als de Gene “die de doden doet herleven met overvloedige barmhartigheid”. En hoe minder egocentrisch we zijn, des te minder zal ons eigenbelang de vloed van G’ddelijke levenskracht en vitaliteit blokkeren die ons leven zou moeten activeren.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT KÓRACH Kórach

Numeri.16:1 – 18:31

Rabbi Jitzchak Luria

Onderbreking

De Geschriften Van De Ari

Likoetei Thora En Sefer Halikoetiem

In de Thoralezing van deze week wordt onderwezen dat iemand die opzettelijk afgoden dient zal worden “afgesneden” van het Joodse Volk. Letterlijk beschrijft het vers dit proces:

“En de ziel die [dit] doet met een verheven hand…lastert G’D, en die ziel zal worden afgesneden uit het midden van zijn volk. Want hij heeft het woord van G’D tot schande gemaakt en Zijn mitzwa tenietgedaan; die ziel zal worden afgesneden, ja afgesneden, [zolang als] zijn overtreding in hem is [met andere woorden, als hij geen teshoewa doet.] (Numeri. 15:30-31)

Het woord voor “zijn overtreding” in dit vers [Hebreeuws, “avona“] kan ook worden gelezen als “tijdsperiode” [“ona“], zoals in de zinsfrase, “hij zal haar huwelijkse rechten niet aantasten” (Exodus. 21:10).

Het woord “ona” betekend “tijdsperiode” of “seizoen” en word ook gebruikt in de zin van “huwelijks rechten” of “herhaling van “huwelijkrelaties”

Dit betekent dat als de ziel in kwestie heilig was gebleven en zich niet negatief had gedragen, zich zou hebben verbonden met zijn partner in het Paradijs en daardoor de ziel van bekeerling zou hebben voortgebracht, zoals wordt aangehaald in de Zohar (III:167b, 168a).

De huwelijkse vereniging van zielspartners is altijd vruchtbaar; als het geen fysieke nakomelingen voortbrengt, brengt het goede metafysische “energie”voort die zich over de hele wereld verspreid. Soms nemen deze nakomelingen de vorm aan van zielen die uiteindelijk overgaan tot het Jodendom. In het spirituele hiernamaals verenigen zielspartners zich ook in huwelijkse verbondenheid na middernacht; dit brengt zielen van bekeerlingen voort.

Zielen van bekeerlingen worden ook voortgebracht door Thorastudie.

Thorastudie is een belangrijke bezigheid van de ziel in het Paradijs. (Zie Shaar HaCilgoeliem, introductie 34)

Maar de ziel in kwestie, die zo een serieuze overtreding ten uitvoer brengt dat hij onderhevig wordt aan straf van excisie, wordt afgesneden van zijn partner. Dus wat de “huwelijkse handeling”  [“ona”] zou zijn geweest, wordt “overtreding” [“avon“] en hij wordt afgesneden van zijn partner.

Dus de zin van het boven aangehaalde vers wordt: “Die ziel zal worden afgesneden [van zijn partner]; zijn overtreding verhinderd het plaatsvinden van de verbinding [met zijn partner].”

Dit is één type excisie. Dit type van excisie wordt soms opgelegd aan iemand die geprobeerd heeft om kinderen voort te brengen, zoals vermeld in de Zohar (II:106a).

Wanneer de Thora de uitdrukking gebruikt “hij zal worden afgesneden”, wordt de bestraffing waaraan het refereert “excisie genoemd. Dit kan een aantal vormen aannemen.

Ofschoon niet trouwen en proberen kinderen te krijgen niet één van de overtredingen van de Thora is waarop bestraffing van afsnijding staat, stelt de Zohar dat iemand die niet probeert kinderen te krijgen in Deze Wereld soms wordt bestraft door geen toestemming te krijgen om in het leven van het hiernamaals een paar te vormen met zijn zielspartner.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHELÁCH LECHÁ

Zend jij

Numeri.  13:1 – 15:41

Rabbi Shimon bar Jochai

Het Verheven Land Onderzoeken

Zohar, p. 159b

De interpretatie van de Thora valt onder vier categorieën bekend als “peshat” (eenvoudige betekenis), “remez” ( aanwijzingen), “drash” (applicatie en conclusie van nieuwe wetten en feiten vanuit de Thora), en “sod” (diepere betekenis, o.a. kabbala). (Zie Pardes) De Zohar handelt op consequente wijze over de inhoudelijk diepere betekenissen in de verzen. Een klassiek voorbeeld is de wijze waarop Rebbe Shimon het vers handelend over de werkwijze van de verkenners, trachtend het Land te verkennen (in het Hebreeuws, “latour“); ja, “latour” betekent rondreizen in het Hebreeuws en dat woord mag de spirituele oorsprong zijn voor “toer”en “toerist” en “route” in het Nederlands. Hij gebruikt deze verzen als een meditatief begrip, om in de nabijheid van de spirituele wereld te komen.

Rebbe Shimon zegt: Vanuit dit Thoragedeelte (over de verkenners) leer ik diepzinnige wijsheid en hoor daardoor nog meer waardevolle diepzinnige wijsheid.

Zelfs binnen het niveau van de mysteries van de Thora zijn er verschillende niveaus.  Verborgen wijsheid relaterend aan de diepere betekenis van het vers en waardevolle diepzinnige wijsheid relateert aan de wijze waarop de partzoefiem van sefirot op elkaar inwerken.

In deze uitleg, verklaart Rebbe Shimon Numeri 13:17-25. Onze vertaling eindigt bij vers 22. In het kort zegt het vers, “En toen Mozes hen wegzond om het Land Kana’an te verkennen zei hij tegen hen: “Trekken jullie van hieruit de Negev binnen en beklimmen jullie het gebergte. Dan kunnen jullie zien hoe het Land is en de mensen die er in verblijven en of het volk dat er in woont sterk is of zwak, of het weinig of veel in aantal is…..hoe het met de steden gesteld is waarin zij wonen…..of er hout in is of niet…..En zij stegen op via de Negev en kwamen aan Chewron, waar de reuzen Ahiman, Sheshai en Talmai leefden. En Chewron was zeven jaar eerder gebouwd dan Tsoan in Egypte”

Kom en Zie. De Heilige, Geprezen zij Hij, wordt geloofd in de Thora en zegt [tot Israël], “Ga in Mijn wegen en stel jezelf in Mijn dienst en Ik je zal naar hogere werelden van goedheid leiden. De mensen die niet vertrouwen [in G’D] weten het niet [Thora] en kijken niet [het onderzoeken], tot hen zegt de Heilige, Geprezen zij Hij [zoals in de instructies aan de verkenner wordt aangegeven], ‘Ga en verken die goede wereld, dat hogere begeerlijker Land’. En zij zeiden tegen Hem, ‘ Hoe kunnen wij mogelijkerwijs daar opgaan en dat alles ontdekken [wat in de Thora is].?”

De doorsnee persoon, die voor de eerste keer in contact komt met de Thora kan overweldigd worden door de gecompliceerdheid van de Geschreven en Mondelinge Leer. Eerst moet het principe van straf en beloning begrepen worden, zegt G’D. De Ramak verklaart dat het Land van Israël zelf “Kana’an” genoemd wordt, van het Hebreeuwse woord voor “onderwerpen”, “nichna‘, omdat de eerste stap tot het binnen gaan van de wereld van Thora is om iemands dierlijke ziel te onderwerpen aan de verlangens van G’D. Dit is de diepere betekenis van het “Land binnen gaan”. Daarna volgen een reeks van instructies hoe men zich moet gedragen binnen de grenzen van het Land.

Wat staat er geschreven? “ Ga op door de Negev. (Numeri. 13:17) Zich inspannen om leren Thora. Dan zal je zien. Zij staat voor je en door haar zal je begrijpen [de spirituele waarheden]

De Negev is het Zuiden van Israël waar Abraham, die de sefira van Chesed representeert, leefde. Strevend naar onderwerping van zichzelf aan G’D’s Wil, moet iemand moeite doen de eigenschap van Chesed te verwerven, die hem in staat stelt waardig te zijn en om succesvol te zijn in het begrijpen van de Thora. Bovendien is Het Zuiden geassocieerd met wijsheid, zoals in het Talmoedische idioom, “Hij die naar wijsheid verlangt zal zuidwaarts (keren/gaan)…”. Het woord “Negev” betekent ook droogwrijven en is een instructie om zich te ontdoen van de beperkingen van de fysieke wereld om zodoende de ervaringen van de spirituele wereld door de Thora te verdienen.

“dan kunnen jullie zien hoe het Land is….” (Numeri. 13:18) Zie door haar [de ogen van de Thora] die [spirituele] wereld welke het Land is dat je zult erven en stijg op [na het verlaten van de fysieke wereld].

“..en de mensen die er in verblijven…” (ibid). Deze zijn de rechtvaardigen in de Tuin van Eden [die hun beloning ontvangen voor het verwezenlijken van de Thora]. Zij staan, rij na rij in hoog aanziem en voortdurend niveau [elk ontvangt de beloning voor de Thora die zij hebben geleerd en de goede daden die zij deden tijdens hun aanwezigheid in de wereld].

“of het volk dat er in woont sterk is of zwak.” (ibid). Door hen te zien [zal je begrijpen] of zij allen deze beloning verdienen omdat zij hevig geworsteld hebben met hun kwade inclinatie of niet, of het is omdat zij dag en nacht ernaar streefden om Thora te leren, of daarvoor niet de kracht hadden.

Sommigen streefden er hard naar om hun begeerten te overwinnen en anderen vonden het niet zo moeilijk, sommigen studeerden dag en nacht, anderen hadden niet de kracht. Allen ontvangen hun juiste beloning.

“…of het weinig of veel in aantal is…” (ibid) [Dit verwijst naar de] velen die streefden naar het doen van Mijn dienst en zich zelf hebben gesterkt in het leren van Thora en dit alles [beloning] verdienen of niet.

Alhoewel het moeilijk schijnt te zijn om dit Land binnen te gaan,  wanneer je Thora leert zal je zien dat er velen zijn die de Tuin van Eden verdienen.

“…of er hout in is of niet.” (ibid. 13:20) Dit betekent of de Boom van het Leven, die leven geeft aan alle werelden voor altijd er in is ofwel de “bundel van het leven” er is.

De Boom van het Leven refereert aan het licht van de Sefira van Tiferet

Er is een invloed van dit niveau, maar er is ook een hoger niveau genaamd “niets”     ( in het Hebreeuws, “ayin“).  Dit niveau van “ayin” refereert aan de hogere Sefirot van Chochma en Bina en, in het bijzonder, hun oorsprong in Keter. Dit denkbeeld dat leegte G’D bevat  is een diep mysterie dat kan worden ervaren door te mediteren op de letters die het woord “niets”, ayin spellen; deze letters kunnen herschikt   worden om “ani” te spellen, het Hebreeuwse woord voor “Ik”. Bovendien is “Ani” één van de G’D’s namen, zoals in het vers “Ik ben de eerste en Ik ben de laatste” (Jesaja. 44:6). “De bundel van het leven”is de Sefira van Yesod, omdat het de invloed van alle Sefirot er boven bevat. Rebbe Shimon maakt ons duidelijk om te mediteren op deze verschillende aspecten van het G’ddelijke.

“En zij stegen op via de Negev en kwamen aan Chewron.” (ibid. 13:21) Te stijgen via de Negev [droogte] leert dat er mensen zijn die naar haar [de Thora] opstijgen op een slome manier, als of iemand leert op een droge[bezadigde] manier en werkt voor niets. Zij denken dat er geen beloning is voor het studeren en nemen aan dat iemand zich rijkdom onthoudt in deze wereld vanwege haar. Zij denken dat dit alles droog is [zonder de rijke overvloed van de fysieke wereld]. Zoals is gezegd in het vers  [na de vloed] “De wateren waren opgedroogd van de aarde” (Genesis. 8:13). Dit wordt [in het Aramees] vertaald als “negivoe” [wat het zelfde is als ´Negev” in het Hebreeuws].

Hierna [is geschreven] “…..en kwamen aan Chewron” (Ibid. 13:22). [Dit refereert aan het punt waarop een persoon zich verbindt [In het Hebreeuws, “lehitchaberi”] met haar [de Thora], haar leest en opnieuw en opnieuw leest.

Het woord “Chevron” bevat het idee van “vriend” (Hebreeuws, “chaver“) en verbinding. De essentie van Thora studie is zich te verbinden met haar en het niet te beschouwen als droog materiaal dat mechanisch geleerd moet worden. De Wijzen van de Zohar refereren altijd aan elkaar als “chaver“.

“Waar de reuzen Ahiman, Sheshai en Talmai leefden.” (ibid) Daar [in de Thora] vind je vele verschillende meningen, zuiver en onzuiver, verboden en wat is geoorloofd, kosher en ongeschikt, straf en beloning en eveneens het taalgebruik van de Thora dat van de zijde van Gevoera komt [omdat het het taalgebruik limiteert en beperkt].

De Midrash stelt dat deze drie reuzen half mens en half engelen waren en deze tweevoudigheid wordt gereflecteerd in de manier waarop de Thora realiteit in verschillende categorieën scheidt, weergevend de dualiteit van het spirituele versus de fysieke wereld.

“En Chewron was zeven jaar eerder gebouwd…”(ibid) Dit zijn de “zeventig gezichten”, omdat er zeventig gezichten van de Thora zijn. Elk gezicht bestaat uit tien.

De houders, om de Thora te omvatten, zijn de zeven Sefirot van Chesed tot Malchoet. Elk van deze aspecten bestaat uit tien Sefirot, zodat er 10×7= 70 “gezichten” of aspecten zijn, door welk de Thora kan worden begrepen of worden “gevormd”. Elk persoon begrijpt en doorgrondt vanuit de positie of Sefira die dominant voor hem is.

En Chevron is de Thora en iemand die haar tot zijn hoofd aangelegenheid maakt in het leven wordt een “vriend” [Hebreeuws, “chaver“] genoemd, aangezien “cHaVeR” de zelfde stam deelt als “CHeVRon”].

Er is een Thora die een houder is om de Thora te ontvangen. Dit is de Geschreven Thora en de Mondelinge Thora [Zeir Anpin en Malchoet]. En “Chevron” [verwijzend naar de Mondelinge Thora en Malchoet] vloeit voort uit de Geschreven Thora, zoals staat geschreven in het vers: “Zeg tot wijsheid, Je bent mijn zuster.” (Spreuken. 7:4) En deze [lagere wijsheid] werd gebouwd in zeven jaar, om die reden is het “Bat Sheva” genoemd, de “dochter van zeven”.

De hogere wijsheid van de Geschreven Thora wordt weergegeven in haar “dochter”, de Mondelinge Thora, Malchoet.

“….dan Tsoan in Egypte.” (ibid) Dit is zoals in het vers, “En Solomon’s wijsheid overtreft de wijsheid van alle mensen van alle volkeren van het Oosten en alle wijsheid van Egypte.” (Koningen I, 5:10)

De wijsheid van de Koning der Koningen tegenover “Zoan in Egypte” hoger dan de wijsheid van die meesters van magie en illusie. Het is de bron van alle ware wijsheid.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEHA’ALÓTCHA

Wanneer je ontsteekt   Numeri. 8:1 – 12:16

Rabbi Shimon bar Jochai

ZOHAR. P. 152a

Rabbi Shimon zegt: “Wee degene die zegt dat de Thora alleen in deze wereld is gekomen om instructies te geven en illustrerende verhalen en eenvoudige sprookjes te vertellen. Als dit waar zou zijn, zouden wij  in onze tijd in staat zijn om  “Thora” te maken met betere verhalen en lofspraak en met versieringen en verfraaiingen dan “de” Thora. Als de Thora alleen maar in deze wereld is gekomen om ons instructies te geven  en om de achtergronden van die wereld te vertellen, dan hebben zelfs de regeerders van de verschillende regeringen van deze wereld, belangrijkere en aangenamere verhalen, van waaruit men wijsheid en moreelgedrag kan leren.”

Als dat waar zou zijn, zouden zij ons voorbeeld zijn en zouden wij een Thora maken naar aanleiding van hun voorbeeld. Natuurlijk is dit niet het geval. Elk woord in de Thora reflecteert aan hogere wijsheden en hogere mysteries.

Kom en zie. De spirituele wereld en de fysieke wereld zijn met elkaar in evenwicht [omdat alles in de spirituele wereld zijn weerspiegeling heeft in deze wereld]. Dus Israël is Onder en de hemelse krachten zijn Boven. Er is geschreven ten aanzien van engelen: “Die Zijn engelen van het geestelijke maakt en Zijn dienstbaren van laaiend vuur.” (Psalm. 104:4) Wanneer nu deze spirituele krachten hun opwachting maken in Deze Wereld, zijn zij verplicht zich te kleden in het fysieke. Als zij niet in de gepaste vorm in Deze Wereld verschijnen, overleven zij dit niet, en Deze Wereld zou niet in staat zijn om hun heiligheid te ontvangen, en geen enkele verhouding is met hen mogelijk.

Nu kunnen we begrijpen waarom de vertelling van de Thora alleen maar de uiterlijke kleding van de Thora is. Wie denkt dat deze uiterlijke kleding de feitelijk Thora is, en dat er onder deze kleding niet een spirituele ondergrond is, heeft geen deel in de Komende Wereld. Zo was het dat Koning David smeekte, “Open mijn ogen, zodat ik de wonderbaarlijke dingen in Uw Thora mag zien.” (Psalm. 18:119)

Kom en zie. Bepaalde kleding staat  iedereen, en wanneer domme mensen iemand zien in mooie kleren, kijken zijn niet verder. Het lichaam is belangrijker dan de kleren en nog belangrijker dan het lichaam, is de ziel. Op de zelfde wijze is het gesteld met het “lichaam” van de Thora, deze zijn de opdrachten, die haar “lichaam” worden genoemd. Dit lichaam van de Thora is gekleed in verhalen van deze wereld. De dwazen van deze wereld kijken alleen naar deze uiterlijke kleding van deze verhalen. Op het onderliggende gaan zij niet dieper in. Degene die beter weten, kijken en onderzoeken het lichaam onder haar omhulsel.
De verstandige, dienaren van de Hoogste Koning, degenen die aan de Berg Sinaï stonden, zien door de ziel van de Thora haar ware essentie, en zullen in de toekomst deze essentie van de Thora grondig onderzoeken.

AHARON’S LIEFDE

De Parasha van deze week opent met de opdracht aan Aharon om de lampen te ontsteken van de Menora, de zevenarmige kandelaar die stond in het Heiligdom. Het symbool van de Menora, de handeling van het aansteken en de wijze waarop Aharon de dienst verrichtte, is het thema van de Parasha.

Aharon, wiens verplichtingen als Hoge Priester in deze week Parasha is beschreven, was bekend om zijn liefde voor ieder schepsel. Hillel zei over hem, in Pirké Awot ( 1. 1, 12 )” Weest van de leerlingen van Aharon, die van vrede hield en er moeite voor deed de vrede te bewaren, van de medeschepselen hield en ze dichter bij de Thora bracht.” Wat was het hoofdkenmerk van zijn manier van leven dat stond als een subliem voorbeeld voor de verspreiding van het spirituele licht van de Thora?

Het was dat hij niet wachtte op diegenen die in duisternis stonden tot zij in de cirkel van licht kwamen, maar dat hij uitging naar hen.

Hij ging, in de woorden van Hillel, naar zijn “mede schepselen”, wat woordelijk inhield dat de enige verdienste die zij hadden was, dat zij ook G’Ds schepselen waren ( Tanja, deel 1, Hfst.32 ). Hij “bracht” hen dichter tot de Thora, eerder dan de Thora naar hen te brengen.

Hij simplificeerde of compromitteerde de verordeningen van de Thora niet naar hun niveau, m.a.w. hij verlaagde de Thora niet, hij verhief hen.

HET AANSTEKEN VAN DE LAMPEN

Dit facet in Aharon’s leven is in deze Parasha aangegeven , welke opent met de opdracht ” Als je de lampen aansteekt ( letterlijk staat er, ‘verheft’ ), dan moeten die zeven lampen naar de voorkant van de kandelaar hun licht laten schijnen” ( Numeri 8,2 ).

De Menora in het Heiligdom is een symbool van de Joodse ziel, “De lamp van de Eeuwige is de ziel van de mens.” ( Spreuken 20,27 ) De zeven armen van de Menora, zijn de zeven types van de Joodse ziel.

De taak van Aharon was om elke ziel te verheffen m.a.w. het G’ddelijke in de Jood van zijn verhulling te ontdoen ( onderbewustzijn ) en het naar het bewustzijn te brengen.

De Rabbijnen zochten naar een verklaring voor het feit dat het woord ‘opheffen’ ( beha’alótcha ) ( van de Hebreeuwse stam ALÉ, wat o.a. wordt gebruikt bij emigratie naar Israel, zich spiritueel verheffen door naar het Heilige land te gaan ) is gebruikt, in plaats van het meer voor de hand liggende ‘verlichten’ of ‘aansteken. Zij concludeerden daarom dat het vers betekent dat Aharon hen zou ontsteken “totdat de vlam zichzelf verheft ( in de spirituele zin ) .” ( Sifra, Vajikra 24,2; Shabbat 21a; Rashi Bamidbar 8,2. )

Aharon’s spirituele volbrenging was niet alleen om de zielen van het Joodse volk te ontsteken, maar ook om hen te verheffen naar een niveau waarop zij zelf licht konden geven. Hij creëerde niet simpelweg discipelen, mensen die afhankelijk waren van zijn inspiratie. Hij bracht in hen te weeg een liefde voor G’d die zij konden dragen zonder zijn hulp.

DRIE REGELS

Er zijn drie regels met betrekking op de Menora in het Heiligdom en in de Tempel. ( Joma, 24b; Rambam, Hilchot Biat HaMikdash, hfst.. 9 ).

Als eerste, zelfs een persoon die geen priester is zou de lampen kunnen ontsteken.

Maar, als tweede, alleen een priester kon de lampen prepareren, plaatsing van lonten en olie.

En ten derde, de Menora kon alleen aangestoken worden in het Tempelheiligdom.

Deze regels zijn synoniem aan de condities in welke spirituele bewustwording kan plaatsvinden, het ontsteken van het licht in de ziel.

Het is niet een voorrecht van de priester alleen, of van een selecte groep, om het licht van de Thora te verspreiden. De taak behoort toe aan elke Jood, zowel als een privilege en als een verplichting.

Hillel’s woorden, “Weest van de leerlingen van Aharon” was gericht tot elk individu.

Maar alleen de priester kan de preparaties verrichten. Mogelijk kunnen wij in de verleiding komen om te denken in de uitvoering van ons streven om Joden nader tot Thora leven te brengen, het einddoel rechtvaardigt de intenties; dat concessies gemaakt kunnen door eigen initiatief, met als belang het winnen van betrokkenheid. Maar tegen dit alles is de waarschuwing dat niet iedereen in staat is om te beslissen over de geldigheid van interpretaties, lijnen of invloeden. Dit behoord aan de priester toe.

Wat is een priester? In de tijd van de Tempel, toen de Joden de eerste bezitters waren van hun land, bezaten de priesters geen territoriaal aandeel. Zij hadden geen aandeel in het land, hun aandeel was “G’D is hun aandeel,” hun enige bezit. Dit was hun heiliging. In de woorden van de Rambam,( Hilchot Smemitta Vejovel 13,13 ) “Niet alleen de stam van Levi, maar ieder mens waar dan ook wiens geest gewillig is…om zichzelf te separeren om G’D bij te staan en Hem te dienen,” hij en alleen hij is de mentor wiens voetstappen wij moeten volgen.

En het Heiligdom is de plaats waar de lampen moeten worden aanstoken. Daar zijn nuances en niveaus van heiligheid. Het Heiligdom is niet de enige heilige plaats. Maar deze specifieke taak, het ontsteken van de vlam, kon niet gedaan worden op een plaats van een lagere graad van heiligheid. We moeten onze geest en die van anderen van een zo hoog mogelijke graad van heiligheid bewust laten worden.

DE ZEVEN ARMEN

De Menora in het Heiligdom had zeven armen, zij representeerden de zeven types van de Joodse ziel. Sommigen dienen G’D door de dominante eigenschap van liefde en vriendelijkheid ( chesed ), sommigen met vrees en striktheid ( gevura ) en sommigen met de samenvoeging van de twee ( tiferet ). In totaal zijn er zeven algemene wegen om G’D te dienen, elke Jood heeft zijn eigen persoonlijke richting. Maar eigen aan allemaal is het feit dat zij ontsteken door de vlam van Thora; zij branden met liefde en zij verspreiden uit het licht van de waarheid binnenin het Heiligdom en van daaruit over de hele wereld. Een van de bijzonderheden van de Tempel was, dat zijn ramen ” wijd en versmallend “waren, (Koningen 1 6,4)

waarop de Rabbijnen becommentarieerden, ( Menachot, 86b; Wejikra Rabba 31,7) “zij waren breed aan de buitenkant en van binnen smal, want Ik G’D benodig geen licht.” In tegenstelling tot andere gebouwen wiens ramen zijn ontworpen om licht toe te laten, was de Tempel geconstrueerd om licht uit te spreiden over de hele wereld.

De bron van zijn licht waren de lampen van de Menora, de zielen van de Israëlieten. En ofschoon elk van hen uniek was, met hun eigen specifieke eigenschappen van werking, deelde zij het feit dat zij de bron waren van al het licht.

Dit is het gemeenschappelijke doel en inspanning van elke Jood, om licht te brengen in deze wereld. Hun benadering mag verschillend zijn , sommige door liefde en sommige door striktheid, maar diegene die kozen voor de weg van liefde, was het uiteindelijke en de betekenis het zelfde : het doel is licht en de weg is licht. Dit was Aharon’s weg, “liefelijke vrede en streven naar vrede, houdend van zijn mede schepselen en hen nader tot Thora brengen.”

SHABBAT SHALOM

PARASHAT NASÓ

 Neem op            Numeri.4:21 – 7:89

 

Rabbi Isaia Horowitz

 

Shei Loechot HaBriet

 

De rang van de Eerstgeborene

 

We moeten niet vergeten dat G’D’s oorspronkelijke plan was om de Thora te geven aan Adam. Dit is waarom Adam was gecreëerd… Adam was de “eerstgeborene” van de gehele mensheid, aangezien hij de eerste mens was ooit. We zien ook dat Israel “Adam” wordt genoemd. Dit op zijn beurt betekent dat Israel “eerstgeborene” wordt genoemd, zoals we weten van het vers, “Mijn eerstgeboren zoon Israel” (Exodus. 4:22). De rang van de Levieten als eerstgeborene echter, is als geheel hoger in rang dan Israel, daar de Levieten de Roeach Adam representeren, “het tweede ziels niveau van de mens”, terwijl de rest van de stammen van Israel slechts Nefesh Adam, “het laagste niveau van de vijf ziels niveaus van de mens representeren.”

 

Om zeker te zijn dat we ons bewust zijn van dit gegeven, schrijft de Thora aangaande de stam van Levi, “Zij moeten Uw rechtsnormen aan Jacob leren en Uw instructies aan Israel” (Deuteronomium. 33:10). Dit refereert aan de geopenbaarde Thora, de praktische Thora, de mitzwot die vervuld moeten worden en de overtredingen die vermeden moeten worden. Echter de spirituele Thora is de ware “eerstgeborene”, die het universum twee duizend jaar is voorafgegaan; de Thora verwijst hiernaar op de Stenen Tafelen die de Familie Kehot draagt in de Heilige Ark. De Stenen Tafelen per slot van rekening worden beschouwd als “handwerk van de Almachtige” (Exodus. 32:16), precies zoals de “spirituele Thora”, die de geschreven Thora is voorafgegaan.

 

Deze Thora moet vervolgens gezien worden als de ware eerstgeborene, die vooraf is gegaan aan de Thora die werd gegeven aan de mensheid om na te leven. Dienovereenkomstig worden, de Kehotieten eerst vermeld omdat zij de Heilige Ark dragen die de Stenen Tafelen bevat, met andere woorden, de spirituele essentie van de Thora. Van uit dit perspectief, hebben de Kehotieten het recht om beschouwd te worden als de eerstgeborene.

 

Nu wordt duidelijk waarom de Kehotfamilie als eerste werd geteld. In aangelegenheden die uitgevoerd moeten worden in deze materiële wereld, zien we Gershon als de “eerstgeborene”, maar in aangelegenheden die uitsluitend het domein van de spirituele wereld zijn, beschouwen we Kehot als de eerstgeborene”.

 

                                                        *********************

 

DE LUBAVITCHER REBBE

 

Likoetei Sichot,

 

Vervreemding en Verheffing

 

…….de zonen Gershon” (Numeri. 4:22)

 

Er zijn twee fasen in het voorbereiden van een paleis van een koning. Eerst worden kamers schoon geschrobd en dan worden zij gedecoreerd met prachtig meubilair en met kunst objecten. De eerste fase gaat logischerwijze aan de tweede vooraf.

 

De zelfde twee fasen zijn van toepassing op hoe wij van ons leven en ons zelf een verblijfplaats of heiligdom maken voor G’D. We onthouden ons van wat verkeerd is en zijn ondernemend in het doen van het goede. De namen en de respectievelijke opdrachten van de families Gershon en Kehot weerspiegelen deze twee fasen.

 

De naam “Gershon”is afgeleid van het werkwoord “verbannen” [Hebreeuws, “le-garesh]. De noodzaak aangevend om kwaad te verbannen. Hun voornaamste lading was de buitenste bedekking van het Tabernakel, die het beschermde van ongewenste elementen. Dit correspondeert met ons werk in het vermijden van schadelijk activiteiten en invloeden.

 

De naam “Kehot”, daarentegen, betekent “samenkomen”of “inzamelen” [Hebreeuws, “yika“]. Hun opdracht was het dragen van de voorwerpen van het Tabernakel, die elk corresponderen met een speciale positieve inspanning. Dus deze familie personifieert de taak van actief streven naar positieve energie.

 

Net zoals Gershon was geboren vóór Kehot, is het noodzakelijk om zichzelf eerst te ontdoen van kwaad om in staat te zijn goed te doen. Desondanks werd Kehot geteld voor Gershon, want zichzelf ontdoen van kwaad is alleen een voorbereiding voor het ware werk, dat van het streven naar het goede.

 

In de Thoralezing van deze week is er de passage aangaande een vrouw verdacht van overspel (Numeri. 5:11-29). De details van de rite van een vrouw verdacht van overspel hebben hun correlatie in het kosmische huwelijk van G’D en het Joodse Volk. Het equivalent van de tevoren gegeven mededeling van de echtgenoot is G’D’s opdracht “Laten er geen andere goden voor je zijn naast Mij. ” Dit is echter problematisch omdat G’D’s aanwezigheid overal is; hoe kan dan worden gezegd dat iemand zich heeft afgezonderd of verborgen voor G’D?

 

De arrogante persoon, vol van zichzelf, heeft geen ruimte voor G’D in zijn leven, dus G’D is verplicht Zich terug te trekken. Dus arrogantie, oorsprong van alle zonden, brengt ons er toe te worden “verborgen” voor G’D.

 

Desondanks is deze verborgenheid niet “echt”, maar eerder kunstmatig opgelegd door G’D, omdat Hij hoogmoedigheid verafschuwt (zie Spreuken. 16:5). Daarom, net zoals een echtgenoot  de betrokkenheid van zijn  vrouw in een zwaar vergrijp kan annuleren wanneer haar “zonde” bij wijze van spreken, tot stand is gebracht door zijn toedoen (dit is de reden dat hij haar naar de priester moet leiden, want het gaat ook om zijn dierlijke ziel), zo kan G’D altijd onze betrokkenheid in zonde vergeven, zonder de behoefte te hebben, om de proef van de bittere wateren na te streven.

 

Als echter, “de rol reeds is gewist”, met andere woorden, het wordt duidelijk dat wanneer we zondigen onze verbinding met G’D was als tussen inkt en het perkament waarop het is geschreven, de twee die van elkaar gescheiden kunnen worden, dan hebben we de status van een vrouw verdacht van overspel. We moeten daarom een offer brengen van gerst, dier voedsel. Dit betekent dat we ons hebben te realiseren dat onze benadering ten aanzien van het leven tot nu toe ontoereikend was met betrekking tot kwaliteit en kwantiteit: we hebben niet genoeg nagedacht over het leven en dat het denken tot nu toe, om het even wat, gebaseerd was op zelfbewustzijn en zelforiëntatie; we hebben ons uitsluitend gericht op onze dierlijke behoeften.

 

 De metafoor volgend van een vrouw, verdacht van overspel, als iemand die van G’D is afgedwaald, kunnen deze verzen als volgt verklaard worden:

 

“De man moet [zijn vrouw] naar de priester brengen….” (Numeri. 5:15): Wanneer iemand zondigt, moet hij zijn dierlijke ziel naar de priester brengen. “De “priester” hoeft niet per se een kohen te zijn, maar iedereen wiens leven is geweid aan G’D en Zijn Thora. En juist zoals ons is geleerd dat we een man van G’D moeten vragen te bemiddelen voor een ziek persoon, zo wordt ons geleerd dat we een man van G’D moeten benaderen voor genezing van iemand die spiritueel ziek is. (Mishne Thora, Deiot 2:1)

 

“De priester neemt……. wat heilig water ….” (Numeri. 5:17): Teneinde de spirituele zieke te helen, de priester neemt “heilig water”, want water is vaak een metafoor voor de Thora en “heilig” water suggereert de innerlijke dimensie van Thora. De aard van water is om af te dalen, terwijl “heilig” iets onafhankelijks en afstandelijks beschrijft; iets dat niet afdaalt. Deze tegenovergestelde karakteristieken co-existeren in de innerlijke dimensie van Thora. Aan de andere kant, zijn de mysteries van de Thora te subliem om te worden gevat door het menselijk brein; daarentegen kan de innerlijke dimensie van de Thora mensen een helpende hand reiken, inspireren en mensen meer bewegen dan het exoterische aspect van Thora. Daarom wordt iemand zelfs aangemoedigd Thora te leren om egoïstische redenen, daar we er zeker van zijn dat de innerlijke dimensie van de Thora hem uiteindelijk zal inspireren om vanuit gepaste motieven te leren

 

“De priester neemt in een aarden voorwerp wat “heilig water”; iets van de aarde die op de bodem van het Tabernakel ligt neemt de priester op en doet dat in het water ” (Numeri. 5:17); Een aarden voorwerp is het minst prestigieuze type voorwerp. Bovendien, wordt aarde toegevoegd aan het water, wat het water smerig en afstotend maakt. Dit betekent dat de “priester” zeker moet zijn dat de innerlijke dimensie van de Thora kenbaar wordt gemaakt op zo danige wijze dat het het laagste aspect van realiteit bereikt, om de gevallen ziel te verheffen en te purifiëren.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

    

PARASHAT BEMIDBAR

 In de woestijn     Numeri. 1:1 – 4:20

 

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Zegen van het Hart

 

Zohar p. 117b

 

Westerlingen zijn niet gewend om een ander te “zegenen”en soms mensen van andere culturen te prijzen, zonder zich te realiseren dat zij het gevoel van die kunnen kwetsen! Het Zohar gedeelte van deze week verklaart de wijze waarop mensen elkaar eigenlijk zouden moeten zegenen.

 

Rabbi Jitzchak opent zijn verhandeling met het vers: “De Eeuwige dacht steeds aan ons, moge Hij zegenen. Moge Hij zegenen het Huis Israël, moge Hij zegenen het Huis Aharon.” (Psalm 115:12) De term voor “dacht steeds aan ons” [in het Hebreeuws , “zachreinoe“] deelt de zelfde letters als het woord “mannelijk” [“zachar“]  er kan worden gelezen “G’D zal onze mannen zegenen”. De mannen werden verheven om te worden geteld in de woestijn en De Heilige, gezegend zij Hij,  zegende hen en voegde aan die zegen voor altijd continuïteit.

 

Kom en zie: Degene die zijn vriend looft, zijn kinderen of zijn eigenschappen, moet hem zegenen en dan de zegen bevestigen.  We leren dit van Mozes vanuit het vers “Nu de Eeuwige jullie G’D jullie zo talrijk heeft gemaakt zodat jullie heden zoveel in aantal bent geworden als de sterren van de hemel.” (Deuteronomium. 1:10) Wat is naderhand geschreven? “Moge de Eeuwige, de G’D van jullie voorouders, er voor jullie nog duizend maal zoveel aan toevoegen en jullie zegenen, zoals Hij jullie beloofd heeft! (Deuteronomium. 1:11) Er zijn twee zegeningen hier; de eerste relateert aan het grote aantal mensen van het volk, de tweede  “Moge jullie worden gezegend om zelfs nog talrijker te worden, welke de eerste zegening bevestigt en een zegen op zegen is.

 

Als iemand de lof van zijn vriend verhaalt en niet bevestigt dat deze lofspraak  een zegen is, dan is die persoon verstrikt [in zijn nadeel] in de spirituele sferen. Echter als hij hem zegent, dan is hij zelf gezegend van bovenuit. Bovendien  moet hij zegenen met een goed oog en niet met een kwaad [jaloers] oog. In elk geval wenst De Heilige, gezegend zij Hij, dat de persoon die zegent liefde in zich heeft voor zijn vriend. De Heilige, gezegend zij Hij, wil dat de persoon zegent met goede intenties, een overvloedig hart en met barmhartige liefde.

 

Hoeveel meer geldt dit voor iemand die G’D zegent! Wanneer hij een zegening doet moet hij een goed oog en een goed hart en een gevoel van liefde in zijn hart hebben. Om die reden staat er geschreven, “Je moet van de Eeuwige, je G’D, houden met heel je hart, heel je ziel en met alles waartoe je bij machte bent.” (Deuteronomium. 6:5)

 

SHABBAT SHALOM     

       

PARASHAT BEHÁR – BECHOEKOTAI

 Op de Berg – In Mijn Inzettingen            Leviticus. 25:1 – 26:2, 26:3 – 27:34

 

Rabbi Jitzchak Luria

 

Geschriften van de Ari

 

Shabbat: Ontspanning – Verheffing

 

De Thoralezing van deze week begint met de mitzwa van het land elke zevende jaar onbewerkt te laten. Om het vers te citeren:

 

“Als jullie in het land komen dat Ik jullie geef, dan moet het land ter ere van de Eeuwige een Shabbatjaar houden. (Leviticus. 25:2)

 

We zien dat er een wekelijkse Shabbat is en een Shabbatjaar (Sabbatical) die ook een Shabbat genoemd wordt. Zoals is geschreven:  “…een Shabbat voor G’D” (Ibid. 25:2, 4) en “En de Shabbat van het land…”(Ibid. 25:5-6).

We hebben al eerder uitgelegd dat het spirituele stijgen van alle werelden de essentie van Shabbat is. Elke wereld stijgt op naar een hoger niveau dan het is gedurende de week.

 

Specifieker uitgedrukt: De Netzach-Hod- Yesod-Malchoet van Asiya [collectief] stijgt naar het niveau [normaal “bezet” door] Chesed-Gevoera- Tiferet; Chesed-Gevoera- Tiferet stijgt naar het niveau van Chochma-Bina-Da’at; Chochma-Bina-Da’at van Asiya stijgt naar het niveau Netzach-Hod- Yesod-Malchoet van Yetzira, enzovoort, tot het oorspronkelijk begin van de emanatie zelf. Want zelfs Arich Anpin stijgt [opShabbat] en zijn plaats wordt ingenomen door Abba en Imma, zoals bekend.

 

De sefirot gedragen zich relatief ten opzichte van hun “energie” niveaus. Hoewel elke sefira zijn eigen identiteit heeft, functioneren de sefirot van het intellect en van de emoties en van gedrag samen als units. Om deze reden, vind de stijging die zij ondergaan op Shabbat, met betrekking tot deze energie niveaus plaats.

 

Een “wereld” in Kabbala is een niveau van bewustzijn, een sfeer waarin alles op dit niveau een gemeenschappelijk  besef deelt van G’D. Een lagere wereld draagt minder G’ddelijk bewustzijn; een hogere wereld meer. De behaalde stijging van de werelden op Shabbat in de hiërarchie van bewustzijn betekent dus dat elk niveau tijdelijk in staat is een niveau van G’D’s besef te dragen dat normaal te hoog is. Normaal, als iemand of iets op het niveau van Chesed-Gevoera- Tiferet van Asiyahet bewustzijn van Chochma-Bina-Da’at  van Asiya zou verwerven, zou dit betekenen dat hij opstijgt van het voorgaande niveau naar het hogere niveau. Op Shabbat echter stijgt het lagere niveau naar het hogere niveau terwijl het toch zijn identiteit als lager niveau handhaaft. Deze tijdelijke “ombuiging” van realiteit vindt alleen plaats op Shabbat.  Zodra Shabbat is afgelopen keert de realiteit terug naar zijn vorige staat.

 

De opwaartse stijging van de werelden op Shabbat  die iemand behaalt in de hiërarchie van bewustzijn betekent dat elk niveau tijdelijk in staat is om een niveau van G’D’s bewustzijn te dragen die normaal te hoog zou zijn.

 

SHABBAT SHALOM                     

PARASHAT EMÓR

Zeg                Leviticus. 21:1 – 24:23

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar III, 97a-b

Jullie moeten tellen van de dag volgend op de feestelijk rustdag,  de dag dat  jullie de ‘Omer’, als een zijdelings bewegend offer gebracht hebben, zeven volle weken moeten het zijn. Tot na de zevende week moet jullie tellen, vijftig dagen….(Leviticus. 23:15-16)

Dit is de Mitzwa voor het tellen van de Omer, zoals de Wijzen hebben vastgesteld (SoekkaI 58b). De esoterische betekenis is deze: alhoewel de Israëlieten zichzelf hebben gepurificeerd om het Pesach offer te maken en te brengen, dus achterlatend de sfeer van spirituele onzuiverheid, waren zij desondanks toch niet op het juiste niveau van perfectie en zuiverheid.

Niettemin waren zij in een staat om het Pesachoffer te brengen omdat de illuminatie die voortvloeit vanuit de sefirot omvattend de bovenste drie sefirot van het hogere bewustzijn (Chochma, Bina,en Da’at) niet afhangt van de verdienste van de Israëlieten, maar voortvloeit als een gevolg van G’D’s goedhartigheid (Ramaz).

Dit is de reden waarom we niet het Hallelgebed complementeren na de eerste dag van Pesach, omdat zij nog niet het juiste niveau van perfectie hebben bereikt.

Deze [zeven purificatie weken] zijn vergelijkbaar met de zeven pure dagen van een vrouw na haar menstruatie. Wanneer eenmaal haar cyclus is beëindigd, begint zij te tellen [zeven dagen].

Zo ook met de Israëlieten toen zij Egypte verlieten, zij verlieten hun staat van spirituele onreinheid. Zij vierden Pesach, participerend in het voedsel van hun Vader (Zie Sifri Zoeta, Nasso 57), en vanaf dat tijdstip telde zij de dagen totdat de vrouw (het Joodse Volk) haar Echtgenoot [G’D] kan naderen. Deze zijn de vijftig dagen [tot aan de dag volgend op de voltooiing van de zeven weken van het tellen van de Omer] van purificatie die iemand in staat stelt om de Komende Wereld binnen te gaan [verwijzend naar het niveau van Bina] en de Thora te ontvangen, en de vrouw in staat te stelt om tot haar Echtgenoot te komen.

Aangezien deze de dagen zijn van de masculiene wereld [de wereld van de zeven Sefirot van Zeir Anpin] is deze telling alleen opgelegd aan mannen (zieAvraham, Orach Chaim siman 4989). En om deze reden moet men ook staande tellen, want aangelegenheden met betrekking tot de Lagere Wereld worden zittend gedaan. Dit is het diepe mystieke [verschil tussen] die delen van gebed die staande gezegd worden en die zittend gezegd worden.

Nu omvatten deze vijftig dagen negenenveertig dagen van Thora aspecten, maar de vijftigste dag is een diep mystiek geheim van de Thora zelf.. Als je nu vraagt of deze vijftig niet in feite negenenveertig zijn [ zeven weken van elk zeven dagen zijn gelijk aan 49, is het antwoord dat] één van hen [de Vijftigste Poort van Bina, zie Rosh HaShana 21b, Nedariem 38a] verborgen is en de hele wereld er op berust. Op de vijftigste dag [de dag dat de Thora werd gegeven], werd wat verbogen was gereveleerd, zoals de Koning die de vertrekken van de Koningin binnen treedt en daar blijft.

De essentie van de Thora, hier vergeleken met de Koning Zelf, was voor altijd gegeven aan de koningin, het Joodse Volk.

Dit is de betekenis van dit mystieke idee.

Shabbat Shalom

PARASHAT ACHARÉ MOT – KEDOSHIEM

 Na de dood – Heilig   Leviticus. 16:1 – 18:30, 19:1 – 20:27

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Zohar, p. 82b

 

Nachtleven vs. Zelfhulp

 

De Zohar onderwijst uitgebreid over de gedragsgewoonten die vereist zijn om de mitzwa “heilig” te zijn, te vervullen, zoals het in de Thoralezing van deze week aan de orde komt. In de onderstaande passage zien we welk onderscheid wordt gemaakt tussen bescheiden gedrag en arrogantie gedrag dat moeiteloos  de westerse levenswijze doordringt.

 

“Het is de eer van G’D [Elo-hiem] om dingen te verbergen” (Spreuken. 25:2)

Degenen die zich niet verbinden met die eer [door het houden van de Thora en mitzwot die G’D ons gaf] houden die dingen [o.a. de Shechina] voor zichzelf verborgen.

 

De G’ddelijke Aanwezigheid kan niet verblijven daar waar een steunpunt is voor de krachten van ego en zelfverheerlijking gekarakteriseerd door arrogant gedrag. Deze krachten worden “chitzoniem“, uiterlijkheden genoemd, omdat zij ver afstaan van de innerlijke essentie van heiligheid in een persoon en in het universum. De Zohar verklaart dat G’D Zijn Essentie beperkt om een diverse wereld te creëren. Echter hoe meer het Oneindige Licht wordt samengetrokken des de meer kunnen de krachten van duisternis bloeien. Door zich alleen op zichzelf en hun opzichtige fysieke verschijning te richten, worden deze mensen een medium voor deze krachten van duisternis en verliezen het G’ddelijke uit het oog. Het geraakt voor hen verborgen, verdrongen door hun eigen egoistisch initiatief.

Over deze mensen is geschreven: “Dwazen richten schade aan” (Spreuken. 3:35) Dit zijn de onontwikkelde mensen die “geen manieren hebben” omdat zij geen moeite doen om zich te verbinden met de eer van de Thora.

 

Hoe kunnen zij in gebed zeggen, “Onze Vader Die in de Hemel is, hoor onze stem, red ons en heb medelijden met ons en verhoor ons gebed”? Ongetwijfeld zal de Heilige, gezegend zij Hij, tegen hen zeggen,” Als Ik jullie Vader ben, waar is dan de eer die je Mij moet geven? Waar is jullie streven de Thora en haar instructies te begrijpen om Mijn mitzwot te vervullen”? Want hoe kan iemand zijn meester dienen als hij niet zijn meesters opdrachten heeft geleerd?

 

De uitzondering is [een onwetend persoon] die gehoord heeft [ het juridische vereiste van elke Jood] van de wijze en de geboden houd. Deze persoon heeft voor zichzelf het juk van [de term] “We zullen doen en we zullen horen” geaccepteerd.

 

Aan de Berg Sinaï sprak het Joodse Volk deze fameuze frase vóór het ontvangen van de Thora, daarmee uitdrukkend de bereidwilligheid om haar geboden te vervullen zelfs vóór gehoord te hebben wat het inhoudelijk betekende. Een persoon ongestudeerd in Thora, maar zich inspannend om te weten te komen van degene die geleerd heeft wat de juiste houding is in allerlei omstandigheden, wordt als waardig beschouwd alhoewel hij voor zichzelf niet kan leren. 

 

Er is desalniettemin een groot verschil tussen iemand  die zijn instructies direct van zijn Meester kan ontvangen [door eigen studie van Thora] en iemand die instructies ontvangt van Zijn boodschappers [De Wijzen en de Rabbijnen]. Wat is het grote verschil tussen hen? Er staat geschreven dat Mozes de Thora op de Berg Sinaï ontving en naderhand overdroeg aan Jehoshoea. Ik [de ziel van Mozes, die deze sectie van de Zohar verhaalt] ontving de Thora [direct van G’D]. Daarna gaf ik het aan de Wijzen door.            

 

Hier uit leren we dat iemand die zelf Thora leert, om haar te vervullen, wordt beschouwd als of hij zelf de Thora direct van G’D heeft ontvangen, met andere woorden, op de zelfde wijze als Mozes!

 

Als iemand [instructies] ontvangt van iemand anders [niet zelf leert] is het zoals bij de maan en de planeten die alleen hun licht ontvangen van de zon en bij het ontvangen van dat licht zelf verlicht worden [zonder enig licht van zichzelf te hebben toegevoegd].  Met als gevolg dat iemand die alleen maar licht ontvangt  het risico loopt dat zijn lichtbron kan worden verwijderd [met ander woorden, de leraar op wie hij zich verlaat, overlijdt]. Dit gebeurt zoals we zien met de zon en de maan wanneer hun licht s ‘nachts verdwijnt.

 

Je zou kunnen zeggen dat dit licht van de maan van de zon komt, hoewel het innerlijk is vergaard, schijnt het nadien op de maan en de planeten [zoals de leringen van een wijze na zijn dood].  Maar wij zien dit anders. Het is als een eclips van de zon en de maan. Op het tijdstip dat hun lichtbron verdwijnt, blijven zij achter als een lichaam zonder ziel. De essentie van het licht is daar waar het ontstaat en houdt niet op te schijnen (G’D) en er is geen andere macht buiten Hem dat Zijn Licht kan stoppen.

 

SHABBAT SHALOM