PARASHAT WAJECHÍ

En hij leefde     Genesis 47:28 – 50:26

Jacob representeert het gehele Joodse Volk, dat op zichzelf vele inhoudelijke aspecten heeft.

Rabbi Jitzchak Luria

Sefer HaLikoetiem

En Jacob leefde zeventien jaar in het Land Egypte.” (Genesis. 47:28)

Zoals we weten was Jacob ook bekend onder de naam, “Israël”.  Deze naam, werd de uiteindelijke naam voor het gezamenlijk bestaan van het Joodse Volk. De uitspraak: “de Kinderen van Israël” was aanvankelijk van toepassing op de directe zonen van Jacob, maar geleidelijk aan werd hiermee aangeduid “de Israëlieten”, als de hele natie en later werd de term “Israël”, zonder de “Kinderen van” gebruikelijk.

Aan Jacob wordt gerefereerd als “de gekozene van de Voorvaders”, want zijn wijze van het dienen van G’D was in bepaalde opzichten superieur aan die van Abraham en Isaac. Zo heilig als Abraham en Isaac waren in hun relatie tot G’D en ook in het dienen van G’D, bevatte elk van hen een element van onevenwichtigheid die uiteindelijk naar voren kwam als een imperfectie. Ongebreidelde liefde kan overgaan in liefde van verkeerde dingen; ongebreidelde vrees kan overgaan in vrees van de verkeerde dingen. Dit wordt aangegeven door het feit dat ofschoon Abraham Isaac voortbracht, hij ook Ishmael voortbracht en dat hoewel Isaac Jacob voortbracht, hij ook Esau voortbracht. Alleen Jacobs zonen waren allen rechtvaardig; want barmhartigheid tempert liefde en vrees en is relatief immuun voor ongepaste toewijding.

In de volgende passage analyseert de Arizal de namen van Jacob/Israël en laat hij zien hoe deze namen het geperfectioneerde G’ddelijk bewustzijn reflecteren. “Ja’akov” wordt gewoonlijk geschreven met joed, ayin, koef, bet. In zeldzame gevallen wordt een vav toegevoegd tussen de laatste twee letters om de klinker “o” aan te geven.

Te weten dat er drie aspecten zijn in relatie tot de naam van Jacob. De eerste wordt aangeduid door de naam “Ja’akov” in het Hebreeuws geschreven, zoals gebruikelijk is, zonder een vav. De tweede wordt aangeduid door de naam “ja’akov geschreven met een vav, zoals in het vers, “ En Ik zal Mijn verbond met Ja’akov herinneren” (Leviticus. 26:42). De derde wordt aangeduid door Jacobs andere naam “Israël” in het Hebreeuws, “Yisrael”.

Deze drie namen verwijzen naar de drie aspecten van de ziel, Nefesh, Roeach, en Neshama.  De Neshama wordt aangegeven door de naam Yisrael .

De Nefesh is de essentiële, leven gevende ziel, de levenskracht van het lichaam. De Roeach is het emotionele aspect van de ziel en de Neshama is het intellectuele aspect van ziel.

De Nefesh wordt aangegeven door de naam “Ja’akov”, geschreven zonder de vav. De Roeach wordt aangegeven door de naam “Ja’akov”, geschreven met de vav. De Neshama wordt aangegeven door de naam “Yisrael”.    

Zoals we al weten, worden deze drie beschouwd als één geheel.

We ervaren de werking van deze drie entiteiten normaal niet in ons bewustzijn omdat deze verdeling de wijze is waarop de ziel zichzelf in ons ontwikkelt en manifesteert.

De voorvaders worden evenzo beschouwd als één, zoals aangeven door de verklaring van onze geleerden in Bereshiet Rabba 63:3, dat Jacob Abraham werd genoemd, etc. 

De Midrash laat zien hoe de Thora verwijst naar de patriarchen en hun namen.

De drie G’ddelijke Namen, Eh-yeh, Havayah en Ado-nai, verwijzen respectievelijk naar de drie Sefirot van Keter, Tiferet en Malchoet.

Wanneer een specifieke Naam aan G’D wordt gerefereerd, betekent dit dat Hij handelt door de overeenkomstige Sefira, waarnaar die Naam verwijst, met andere woorden: de G’ddelijke Eigenschap manifesteert zich in die specifieke Sefira.

Tiferet  wordt geassocieerd met Jacob.

Tiferet is de centrale spil van de Sefirothische Boom en dienende Sefira van de zes midot -die bestaan in de gedaante van Zeir Anpin- en worden gepersonifieerd door Jacob. Het is het hart als de centrale as en spil, die reikt van het ene uiterste van de Sefirothische Boom naar de andere.

De linker en de rechter aslijn van de Sefirotische Boom strekt zich niet helemaal uit van boven naar beneden, alleen de middenas strekt zich van de top Keter, naar de bodem, Malchoet.

Abraham wordt geassocieerd met de rechter aslijn, die is gericht op Chesed en Isaac wordt geassocieerd met de linker aslijn, die is gericht op Gevoera. Dus alleen Jacob personifieert de G’ddelijke Kracht om naar alle niveaus uit te reiken, van het hoogste naar het laagste.

De esoterische betekenis van het vers is dan als volgt:  “En Jacob leefde zeventien jaar in het Land Egypte.” : Alle levenskracht en levensonderhoud van de wereld is afhankelijk van Jacob.

Het woord “Jacob leefde” wordt hier geïnterpreteerd als “en Jacob geeft levenskracht” in de betekenis van het oorzakelijke. 

En hij alleen is voorbestemd om in de wereld te blijven. Daarom is hij “Ja’akov” genoemd, gerelateerd aan het woord “hij zal volgen”, Hebreeuws, “ya’akeiv’.

Het G’ddelijke bewustzijn verpersoonlijkt door Jacob, brengt het G’ddelijk bewustzijn verpersoonlijkt door Abraham en Isaac in evenwicht. Op deze wijze is voorkomen dat de levenskracht wordt overgedragen aan de krachten van kwaad en zo kan Jacobs bewustzijn veilig afdalen naar de laagste niveaus van realiteit en hen succesvol transformeren, samen met de rest van de wereld als zijnde G’D’s huis.  

Vanwege het feit dat de oorsprong van G’ddelijk Bewustzijn zo hoog is, is het mogelijk door dit model om zo laag neer te kunnen dalen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJIGASH

En hij naderde (Genesis 44:18 – 47:27)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar, P. 206a

In ons commentaar op parashat wajeeshev hebben we uitgelegd dat de interpretatie van Zohar van recente Thora episoden laat zien, hoe G’D een nieuwe communicatieve “verbinding” hersteld met de fysieke wereld door de sefirot, na afstandelijk te zijn geweest, ten gevolge van het eten door Adam en Eva, van de boom der kennis. We hebben gezien hoe Abraham het aspect van de sefira van chesed, Izaak gevoera, Jacob tiferet en Josef jesod neerwaarts brachten. En we zagen ook, dat de verbinding van jasod en malchoed een “andere verhandeling” was. Nu komen we tot dit punt! Onthoud tevens dat de woorden “Kom en Zie” je inviteren om de “De boom van de Sefirot” te visualiseren en kijk hoe de tekst het uitlegt.

Kom en Zie. “Nu trad Juda op hem toe en sprak….” (Genesis. 44:18). Dit is het naderen van een wereld met een andere om zich met elkaar te verenigen, om een geheel te worden, omdat Juda een koning is en omdat Josef een koning is, zij trokken elkaar aan, de een tot de ander, en verenigden zich met de ander.

Juda was koning over de stammen. Hij was de voorvader van Koning David en de uiteindelijke Mashiach. Juda representeert de sefira van Malchoet. Josef was slechts tweede na de Koning van Egypte; hij was de pijplijn door welke alle overvloed werd verkregen en die onder zijn hand zou stromen naar Juda en het volk Israël. Josef vertegenwoordigt de sefira van Jasod. In hem, in zijn wereld, zijn alle sefirot verzameld, zijn rol is om hun abondantie door te geven aan malchoet . Hij is de bouwkundige die de ontmoeting vormt. In waarheid verlangt ieder er naar om met elkaar verenigd te worden. Juda/malchoet is de Nefesh, Josef/jasod is de Roeach en tezamen vormen zij een vehikel voor de Neshama.

Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met het vers “Want zie, koningen kwamen tezamen en trokken tezamen op” (Psalm 48:5). Dit zijn Juda en Josef, want beiden zijn koningen. Zij kwamen samen om met elkaar te discussiëren. Dit omdat Juda verantwoordelijk was voor Benjamin en beloofd had aan zijn vader om verantwoordelijk voor hem te zijn, zowel in deze Wereld als in de Toekomstige Wereld. Dit was de reden om Josef te benaderen, om te argumenteren met betrekking tot Benjamin [die Josef wilde houden als slaaf, na ontdekking van Josef’s bokaal in Benjamin’s voedselzak]. Het argument was dat hij niet zou worden verstoten in deze Wereld en in de Toekomstige Wereld [de spirituele wereld]. Dit, zoals wordt geschreven: “Ik sta borg voor hem, uit mijn hand kunt u hem opeisen en mocht ik hem niet bij u terugbrengen en vóór u plaatsen, dan zal ik tegenover u voor altijd als zondaar staan.”(Genesis. 43:9) “Voor Altijd”betekent in deze Wereld en de Toekomstige Wereld. Het is daarom dat het vers ons zegt, “Want zie, koningen kwamen tezamen en trokken tezamen op”. (Psalm 48:5) Ieder was boos op elkaar.

De woorden “zij kwamen tezamen” is de bijbelse vertaling van het Hebreeuwse woord “avroe”. Rabbi Jehoeda merkt op dat “avroe”. de zelfde stam deelt als “evra”, wat “boos worden” betekent. Dit is een hint dat hun samenkomst een achtergrond van wederzijdse kwaadheid inhield.

Zij waren beiden kwaad op elkaar wegens Benjamin. [Dat verklaart] wat [nadien] wordt geschreven [in Psalm. 48:6] “ Zij zagen het en stonden perplex, geheel in de war, ontzettende angst beving hen daar, getroffen door een krampachtige rilling als van een barende. Dit betekent dat iedereen in de greep van angst was, “zoals een barende vrouw”. Omdat zij bang waren dat Benjamin gedood zou worden of zelf te worden gedood. Vanwege de verkoop van Josef op advies van Juda, wat een groot verlies teweeg bracht bij hun vader en nu dat hij [Juda] die verantwoordelijk was voor Benjamin’s thuiskomst, niet een verlies voor hun vader zou worden [door in Egypte te blijven]. Dit alles was de reden waarom Juda, Josef nader trad.

Alhoewel elk zijn eigen weg bewandelde, wilde G’D dat zij samen kwamen. De uitkomst van hun samenkomen viel voor de angstige betrokkenen en omstanders compleet anders uit. Een verdere stap in de verlossing van de mensheid vond plaats, de vereniging van yasod met malchoet.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT MIKEETS

Aan het einde   Genesis. 41:1 – 44:17

DROMEN EN VERBANNINGEN

Net zoals dromen, zijn onze levens vaak een onsamenhangende en verwarrende mengeling van goed en kwaad. (zie Genesis. 41:25-26)

Likoetei Sichot, vol.1, p.85-87, vol.15, p.345-347

Vanwege de dromen van Jozef en de Farao werd het Joodse Volk tot de eerste verbanning in Egypte geleid: want vanwege zijn dromen werd Jozef verkocht als een slaaf in Egypte en vanwege Farao’s dromen werd Jozef gekroond tot onderkoning in Egypte, uiteindelijk resulteerde het in de eerste Egyptische ballingschap, de voorloper van al onze ballingschappen.

(Likoetei Thora [Ari-zal],Teitzei. Zie Bereishiet Raba 16:4)

De verbanning wordt vooraf gegaan door dromen omdat de realiteit van verbanning gelijk staat aan dat van een droom. Dromen bestaan uit onsamenhangende illusies waarin conflict en andere tegenstrijdige elementen naast elkaar kunnen bestaan. Evenzo is ons leven in verbanning een verwarrende mengeling van schijnbare tegenstrijdigheden in gedrag die worden veroorzaakt door de combinatie van een dierlijke egoïsme en spirituele voorrang. We bidden tot G’D met absolute devotie, en toch, in enkele minuten, bevinden we ons in een situatie waarbij we handelen in contradictie met G’D’s voorschriften. Onze handelingen komen niet overeen met onze woorden en onze woorden komen niet overeen met onze gedachten. Net zoals dromen, zijn onze levens vaak een onsamenhangende en verwarrende mengeling van goed en kwaad.

Leven in deze onwezenlijke situatie kan tot frustratie en wanhoop leiden. We kunnen denken dat we niet vooruit komen, dat we bedrieglijk zijn. We voelen, gezien al onze gebreken, dat onze verbinding met G’D niet reëel is en dat onze inspanningen om spiritualiteit naar waarde te schatten oppervlakkig en vergeefs zijn.

De Thora benadrukt daarom de relatie van dromen met ballingschap, om ons te leren dat ondanks onze inconsistente handelingen die op het moment hypocriet lijken, we niet ontmoedigd moeten worden, omdat het de aard van de “droom” is waarin we leven. We moeten proberen zo consequent mogelijk te leven met onze idealen en we moeten niet opgeven vanwege onze voorbijgaande misstappen. Want de effecten van misstappen zijn vergankelijk, zij zullen alleen intact blijven tot het moment dat we de schade repareren door berouw. Het effect van onze goede daden daarentegen, duurt eeuwig.

Farao’s droom verwoordt in het bijzonder de essentie van verbanning, de samenhang van tegenstrijdigheden: de simultane aanwezigheid van overvloed en schaarste. Overvloed en verzadiging, verwijzen naar het gevoel dicht bij God te zijn tijdens het gebed. Schaarste en hongersnood verwijzen naar bezorgdheid en ongerustheid over dagelijkse materiële aangelegenheden, dat een gebrek aan vertrouwen en nabijheid schendt  ten aanzien van G’D. Gedurende de verbanning kunnen deze tegenstrijdige gevoelens naast elkaar bestaan.

Dromen zijn irrationeel, een oppervlakkige reden daarvoor is dat gedurende de slaap het voorstellingsvermogen niet wordt gecontroleerd door rationeel denken. Gedurende  de verbanning, is ons “rationeel verstand”, ons beoordelingsvermogen en ons begrip van G’D zwak.

Een dieper liggende reden voor de irrationaliteit van dromen en voor verbanning, is dat beiden de oorsprong hebben in de overstijgende oneindigheid van G’ddelijkheid, die logica trotseert en tegenstrijdige gevoelens toestaat te bestaan. Wanneer deze Verhevenheid Zichzelf manifesteert in dromen en in verbanning, is zijn oneindigheid verborgen in een omhulling van verwarring.

Aangezien de ziel van Jozef geworteld was in G’D’s Oneindigheid, was hij in staat om de dromen te interpreteren door de oneindige verborgenheid te onthullen.

Dit is de diepere betekenis van Jozef’s interpretatie van Farao’s droom: Door te slagen in het passeren van de externe oppervlakkige contradictie van Farao’s droom, gaf Josef het Joodse Volk de kracht om te slagen in het passeren van de externe contradictie van verbanning, door de oorsprong te zien in G’ddelijke Oneindigheid. Dit werk zal worden voltooid in de messiaanse era, wanneer de Oneindigheid van G’ddelijkheid zal worden geopenbaard.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJEESHEV

En hij zette zich   Genesis.37:1 – 40:23

 Egypte en Farao representeren de krachten die het intellect verhinderen om de emoties te beïnvloeden.

 Thora Ohr 58b, 71d, 102c.

 “De voornaamste van de schenkers en de voornaamste van de bakkers…..de voornaamste van de slagers…” (Genesis. 40:2:3)

 Egypte en de Farao representeren allegorisch de krachten die het intellectuele inzicht verhinderen om de emoties van het hart te beïnvloeden. Wanneer we intellectueel G’ddelijkheid waarnemen, zijn het deze krachten die de perceptie naar het hart afhouden om een emotionele respons van liefde en ontzag voor G’D te creëren.

De Farao creëert deze disconnectie door middel van zijn leiders die aan het hoofd stonden van de slagers, van de schenkers en van de bakkers. Deze drie oversten representeren de mateloze sensuele en wereldse genoegens, die iemand afleiden van G’ddelijkheid.

Door zijn interactie met deze drie leiders overwon Josef hun spirituele tegenhangers en verhief de vonken van heiligheid die in hen verbleven. Door bijvoorbeeld te verblijven in het huis van het hoofd van de slagers, overwon Josef de passie voor fysieke genoegens en transformeerde hij het in een gepassioneerde liefde voor G’D.

Doordat Josef de obstakels voor een beïnvloeding wist te overwinnen stelde hij het joodse Volk in staat tot een spirituele groei zowel voor degene die tot slaaf werden gemaakt in Egypte als voor degenen die zouden lijden in toekomstige verbanningen.

 SHABBAT SHALOM            

PARASHAT WAJISHLÁCH

En hij zond   Genesis. 32:4 – 36:43

Om een spirituele overwinning te behalen moeten we ons lichaam voorzien van de fysieke behoeften.

 De wekelijkse Thoralezing verhaalt Jacobs terugkeer met zijn vrouwen en kinderen van Haran naar het Land van Israël. Onderweg zendt hij boodschappers naar Ezau, om hem gunstig te stemmen opdat hij niet gedood zou worden zoals we hebben gelezen vorige week in gen.27. (Nadat Jacob de zegeningen van hun vader als eerste had ontvangen, zei Rebecca hem te vluchten naar Haran, aangezien zijn broer Ezau hem wilde doden). 

 Rashi schrijft dat Jacob zichzelf voorbereidde -voor de ontmoeting met zijn broer van wie hij was vervreemd- op drie punten: het geven van een gift, het doen van gebed en de voorbereiding van een oorlog.

 We vinden het zelfde idee terug op Jom Kippoer. Een deel van de dienst van de Hogepriester op die dag betrof het offeren van twee geiten. Het ene was een offer voor G’D en de andere was de “zondebok” aan Azazel. Er staat geschreven in de Zohar dat deze zondebok een gift is aan de Sitra Achara (de “Andere Zijde”, de krachten van onzuiverheid), om niet te procederen tegen het Volk van Israël.  Na het offeren van de geit, bad de Hogepriester voor heel het Volk van Israël.

 De Zohar schrijft verder dat men van elke maaltijd een portie moet geven aan de Sitra Achara, dit is het idee achter wassen Mayiem Achariniem (“het laatste water” het wassen van de vingertoppen, voor het zeggen van dankgebed na de maaltijd).

 De praktische les die we hieruit kunnen leren is, dat het noodzakelijk is om te vechten met al onze vermogens tegen de krachten van het kwaad, maar dat de overwinning alleen kan komen als de Andere Kant iets krijgt. Bijvoorbeeld, iemand kan niet alleen bezig zijn met Thorastudie of het doen van liefdadigheid en het vervullen van de mitzwot zonder te eten en te drinken. Aangezien iemand is geschapen met een tweevoudige natuur, de zintuiglijke zoals een kunnen zien tezamen met een fysiek lichaam. Men is verplicht om zijn lichaam de fundamentele basis benodigdheden te geven, niettegenstaande dat het de materiële verlangens zal versterken, want alleen dan zal men in staat zijn om goed Thora te studeren en Mitzwot uit te voeren.

 Als iemand zou zeggen, “Ik wil geen enkel voordeel hebben hoe dan ook, ik wil gewoon gesepareerd zijn van het fysieke en alleen maar Thora leren en het vervullen van de Mitzwot, als de Wil zijn van de Schepper,” zal hij niet in staat zijn dit te doen. Integendeel men moet het nodige deel geven aan het fysieke lichaam. Dit is als een portie geven aan de Sitra Achara, net zoals Jacob geschenken gaf aan Ezau. Dan zal het kwaad hen met rust laten om de Mitzwot te vervullen, zoals Ezau, die de Sitra Achra  representeert en Jacob met rust laat om zijn reis te kunnen continueren. Dit geldt ook voor iemand die oorlog wil voeren met de Yetzer Hara, de kwade inclinatie, diegene opereert door het menselijk lichaam en is het nodig om een geschenk te geven als de basis die het lichaam nodig heeft. Echter na de overwinning op de Yetzer Hara.

 Desalniettemin is het nodig dat we bidden, omdat zonder de hulp van G’D Almachtig we niet in staat zijn om de negatieve impulsen in ons te overwinnen, zoals onze Wijzen van gezegende herinnering zeggen, “Als G’D hem niet zou helpen, zou hij niet in staat zijn om zijn Yetzer Hara te overwinnen.” Dat is vanwege de autorisatie van de ziel die moet komen uit de Hemel, omdat een mens is geschapen met een fysiek lichaam. 

 Hier is uiteengezet in de relatie van de drie punten voor het behalen van een spirituele overwinning waarom Jacob zich voorbeidde op het geven van een gift, op het doen van gebed en op het voeren van een oorlog.”

 SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJEETSÉE

En hij vertrok (Genesis 28:10 – 32:3)

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, P. 150a

In deze klassieke passage laat Rebbe Shimon zien hoe de Ladder van Jacob een beeldbeschrijving is, hoe de sefirot zijn verbonden. Hij verschaft dus een inzicht in de structuur van de spirituele wereld.

“En zie, daar staat de Eeuwige boven hem en zegt: “Ik ben de Eeuwige, de G’D van je vader Awraham en de G’D van Izaak; het land, waarop je ligt zal Ik jou geven en aan je nakomelingen.” (Genesis. 28:13)
G’D stond boven Jacob, om zodoende een Heilig voertuig te creëren [Merkawa], rechts en links en Jacob in het midden.

G’D, sefira van tiferet duidelijk zichtbaar makend, stond boven Jacob om hem zo,tiferet te geven, om van hem een vehikel, een voertuig te maken, voor deze spirituele eigenschappen en om er mee om te gaan. Daarom de positie in het midden van de ladder, om door het vasthouden van de beide zijden, de eigenschap van Abraham, die de rechterzijde van de ladder representeert en de sefira van chesed, te verenigen met Izaak, die de linkerzijde van de ladder representeert en de sefira van gevoera. De eigenschappen van de drie Patriarchen, eenmaal verenigd, werden een vehikel voor bina, een vereiste om de spirituele en fysieke wereld te kunnen begrijpen.

Dan is de Gemeenschap van Israël [malchoet] met hen verbonden.

De sefira van malchoet, eenmaal met hen verbonden, creëert het vierde wiel van het vehikel voor bina. Dit is een beschrijving van de basisstructuur van het fameuze diagram van de tien sefirot.

Dit wordt bedoeld met de woorden “Ik ben de Eeuwige, de G’D van je vader Awraham [chesed] en de G’D van Izaak [gevoera].”

Van waar leren wij dat Jacob in het midden was? Op de manier waarop de tekst is geschreven “G’D van je vader Abraham en G’D van Izaak”. Er staat niet geschreven dat Izaak zijn vader was. Aangezien zijn relatie met Abraham nadrukkelijk wordt benadrukt, is dit een vaststelling dat hij in het midden was.

De tekst verklaart dat Abraham Jacob’s vader is, ondanks het feit dat het Izaak was. Deze nadruk op Abraham, die één generatie verwijderd was, wordt goed gemaakt door hem vader te noemen, in plaats van Izaak. Dit brengt de twee met betrekking tot Jacob in evenwicht. We hebben hier dus een paradigma van spirituele werkelijkheid welke ook wordt weergegeven in de atomen van de fysieke wereld. Positieve/Abraham/chesed is verbonden met de Negatieve/Izaak/gevoera, en met de neutron/Jacob/tiferet. Nu kan elektriciteit stromen in de fysieke wereld en shefa/abondantie kan stromen in het spirituele.

En vervolgens staat er geschreven, “Het land [malchoet] waarop je ligt zal Ik jou geven”. Nu hebben we een vehikel, een drager, een voertuig voor het Heilige [chesedgevoera, en tiferet]. Van hier uit zag Jacob dat hij de voltooiing was van de voorvaderen.

Jacob realiseerde zich dat hij de completering van de voorvaderen was. Hij zag in zijn droom hoe hij chesed en gevoera, Abraham en Izaak verenigde, en hen verbond met de wereld, welke de representatie is van G’D’s koninkrijk –malchoet.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT TOLEDOT JITSCHAK

De geslachten van Jitschak         Genesis. 25:19 – 28:9

Rabbi Shimon bar jochai

Zohar, P 134b

“En dit zijn de generaties van Jitschak.” (Genesis. 25:19)

Rabbi Chiya opent zijn verhandeling met het vers “Wie kan door woorden de machtige handelingen beschrijven; wie kan al zijn uitspraken verklaren?” (Psalm 106:2).
Kom en Zie. Toen voor de Heilige, geprezen zij Hij, het verlangen opkwam om de wereld te scheppen keek Hij in de Thora en creëerde het van daaruit.

Dit betekent dat Hij keek naar de 22 letters en 10 klinkers die de 10 gezegden vormden door welke Hij de wereld schiep, en alle generaties van levens zag binnen de “blauwdruk” van de Thora.

Hij keek in de Thora en creëerde daaruit ieder en elk afzonderlijk.

Deze 22 letters en 10 klinkers werden de 32 paden waaruit Wijsheid (chochma) neerwaarts vloeide om de wereld te creëren door de 32 keer dat de naam Elo-hiem optreedt ten opzichte van de Schepping.

Zoals is geschreven: “Toen was ik als een klein kind [in het Hebreeuws, amoen] met Hem, en ik was Zijn vreugde, elke dag opnieuw.” (Spreuken. 8:30) Lees niet “amoen” (een klein kind); maar lees “oman” [wat een “handwerksman” betekent, exact de zelfde spelling].

Op het moment, voordat Hij de mens creëerde, zei de Thora: “Als U de mens creëert, die vervolgens zal gaan zondigen, aangezien hij zal eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad, dan zal U over hem minachtend gaan oordelen, waarom creëert U dan überhaupt, het leidt toch tot niets?”

De Heilige, geprezen zij Hij antwoordde; “Voordat ik de wereld creëerde, creëerde Ik berouw.” Bovendien, op het tijdstip dat Hij de mens creëerde zei G’D: “Universum, O universum! Jij en je structuurlijke orde existeerde alleen bij de gratie van de Thora [sinds ook jij bent gecreëerd door haar letters]; Ik heb de mens gecreëerd om binnen jouw structuurlijke orde te leven, zodat hij zich bezig kan houden met leren. Als hij dat niet doet, breng Ik jou terug tot de staat van chaos en vormeloosheid.” Om die reden is alles geschapen ten behoeve van de mensheid, welke wordt bevestigd door het vers; ” Ik heb de aarde geschapen, en Ik heb daarop de mens gecreëerd.” (Jesaja 45:12) En elke dag roept de Thora de mensheid op met de verordening, om zich in haar te verdiepen [studeren], niemand neigt hun oor om te luisteren.

Probeer dit gegeven te vatten, al wie streeft naar het leren van Thora, draagt bij aan de continuerende existentie van het universum, en stelt zowel het micri als het macro in staat om op een gepaste wijze zijn functies uit te voeren.
Bovendien is er een directe samenhang tussen elk van de 248 ledematen van de mens en de verschillende creaturen in de wereld. Juist zoals elk persoon een organisch geheel is, verdeeld in verschillende ledematen, zo ook is de wereld een organisch geheel, verdeeld in verschillende entiteiten. Wanneer de wereld is gerectificeerd, functioneert het als één eenheid.

Vanuit dit gegeven zien we dat de levensenergie die voortkomt uit de mens die Thora leert, welke bestaat uit 22 letters en 10 klinkers, G’ddelijke overvloed teweeg brengt, [als een infuus voor de Schepping]. Goede articulatie van de letters en klinkers brengt teweeg dat deze letters bewegen en schitteren in de spirituele werelden, en dat zij op hun beurt G’ddelijke energie vrijgeven om de wereld te voorzien van spiritueel begrip en levendigheid.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT CHAYEE SARA

De leeftijd van Sara   Genesis. 23:1 – 25:18

De 24 Boeken van de Schrift vormen het kanaal waardoor G’D’s Wijsheid in de wereld vloeit.

Torat Chaim 128a; Tikoenei Zohar, Introductie (17a)

“En het meisje was heel mooi om te zien, een maagd, geen man had gemeenschap met haar gehad, ze kwam naar beneden naar de bron, vulde haar kruik en ging naar boven. (Genesis. 24:16)

 De numerieke waarde van het woord voor “kruik” (in het Hebreeuws, “kad”) is 24, en verwijst naar de 24 Boeken van de Schrift. De bron verwijst naar de oorsprong van G’ddelijke Wijsheid. De 24 Boeken vormen het kanaal waardoor G’D’s Wijsheid in de wereld vloeit.

Bovendien verwijst het woord voor “haar kruik” (“kadah”, “kad” plus de letter hé) naar de Mondelinge Thora. De Mondelinge Thora wordt vereenzelvigd met de sefira van expressie, Malchoed, die op haar beurt wordt vereenzelvigd met de laatste van G’D’s Naam. De Mondelinge Thora is als een kruik die geput wordt in 24 boeken van de Geschreven Thora.

De kruik symboliseert de Geschreven Thora, de bron waarin de kruik wordt neergelaten, symboliseert de Mondelinge Thora. De onderdompeling van de kruik in het water beduidt dus de vereniging van de Geschreven Thora en de Mondelinge Thora.

Vervolgens personifieert Isaac de Geschreven Thora en Rebecca de Mondelinge Thora. De gebeurtenis bij de bron is een uitdrukking van de eenheid die spoedig zal worden bereikt door hun huwelijk.

Ondanks de enorme hoeveelheid kennis die de Mondelinge Thora omvat, is het niet meer dan een “kruik” met water vergeleken bij de onmetelijke “ zee” van G’ddelijke Wijsheid in de Thora. Alleen in de Messiaanse Tijd zal deze oneindige hoeveelheid van kennis in zijn ware omvang worden geopenbaard en “de wereld zal vervuld worden met de kennis van G’D zoals het water de zee vult.” (Jesaja. 11:9)

In Kabbala drukt het huwelijk van Isaac en Rebecca ook de eenwording uit van twee van de vier grondprincipes van de spelling van G’D’s Naam. Isaac wordt geïdentificeerd met de Naam van G’D indien deze letter voor letter wordt gespeld en heeft de  numerieke waarde 45;  terwijl Rebecca wordt geïdentificeerd met de Naam van G’D  indien deze letter voor letter wordt gespeld en heeft de numerieke waarde 52. Zo wordt in Kabbala de vereniging van deze twee variaties op G’D’s Naam verklaard namelijk de essentie van onze studie van Thora en het uitvoeren van haar Mitzwot.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJERA

En Hij verscheen   Genesis.18:1 – 22:24

Sodom en Gomorra belichamen de gevallen versie van het Licht van Tohoe

 En G’D liet het regenen over Sodom en over Gomorra, zwavel en vuur van G’D uit de Hemel en bracht deze steden en de gehele vlakte ten onder met alle bewoners van de steden en de vegetatie van de grond. (Genesis. 19:24)

“Zwavel en vuur van G’D uit de Hemel en bracht deze steden”…..: Alle steden van de vlakte gingen ten onder, maar alleen Sodom en Gomorra werden vernietigd met zwavel en vuur. De steden Admah en Tzvaim werden primair bestraft voor hun kwaadaardigheid jegens G’D, terwijl Sodom en Gomorra primair werden gestraft voor hun kwaadaardigheid jegens G’D en de mens, G’D vernietigde Sodom en Gomorra volkomen. De wereld van Tohoe werd vernietigd zodat de wereld van Tikkoen kon worden opgebouwd uit haar ruïnes.

In Kabbala, belichamen Sodom en Gomorra de gevallen versie van de Lichten van Tohoe, intens en afzonderlijk denkende G’ddelijke energieën die niet konden worden begrensd en vastgehouden en niet gelijktijdig konden bestaan. Dit  afzonderlijk denken wordt gereflecteerd in het egoïsme van Sodom. Dus Sodom en Gomorra moest geheel worden verwoest, net zoals de wereld van Tohoe was verwoest, zodat de wereld van Tikkoen, de wereld met minder intense Lichten en meer concrete vaten, kon worden opgebouwd uit haar ruïnes.

De ultieme ervaring is dan wanneer de oneindige lichten van Tohoe zijn opgenomen in de eindige vaten van Tikkoen. Dus wanneer Ezechiël profeteert (Ezechiël. 16:53) dat in het Messiaanse tijdperk deze steden zullen worden gerehabiliteerd, refereert hij ook aan de Lichten van Tohoe, die uiteindelijk zullen worden geïntegreerd in de vaten van Tikkoen.

Shabbat Shalom        

PARASHAT LECH LECHA

Ga jij        Genesis. 12:1 – 17:27

HET VERKRIJGEN VAN JE WARE IK

Toen het Joodse Volk het Land van Israël overwonnen, veranderden zij daarmee de spirituele aard van het Land en zodoende werd het voor altijd het “Joodse Land”.

 Likoetei Sichot, vol. 2, p. 659.

 “G’D zei tot Awram, “Ga: uit je land, van je geboortegrond, uit het huis van je vader, naar het land dat Ik je zal aanwijzen.” (Genesis. 12:1)

 “Ga”: Letterlijk staat in deze opdracht, “Ga naar jou”. Deze instructie aan Awram is evenzo een instructie voor elk individu: “Ga naar jou, naar jezelf, keer terug en verbind jezelf met je ware ik, met je essentie en spirituele oorsprong.

….onze uitdaging is om de aardse dimensie van onze ziel te verbinden …met zijn transcendente oorsprong.

Slechts een klein deel van de ziel komt in het lichaam en brengt het tot leven. Het oorspronkelijke grotere deel van de ziel,blijft Boven en overtreft de beperkingen van de fysieke wereld en ervaart G’ddelijkheid als een helderende en natuurlijke realiteit zoals we dat met materie ondervinden. Gedurende ons verblijf in deze wereld, is onze uitdaging om de aardse dimensie van onze ziel te verbinden (vanwege diens fysieke perceptie is het blind voor G’ddelijkheid) met zijn transcendente oorsprong. “Des te meer we ons verbinden met onze oorsprong, des te meer zullen we ook in staat zijn om G’ddelijkheid te zien.” Dus de Thora vertelt ons:

Ga naar jezelf”: keer terug naar je innerlijke binnenste, door te gaan,

 “Uit je land”: dat wil zeggen, door uit te reiken boven je aardse verlangens,

Van je geboortegrond”: door het overwinnen van je stoffelijke gewoonten en neigingen, en

“Uit het huis van je vader”: door boven de intellectuele beperkingen van je dierlijke ziel uit te reiken (omdat het intellect de vader is van de ideeën en eventuele emoties voortbrengt).

Alleen nadat wij succesvol de beperkingen van de lichamelijke dierlijke ziel overkomen kunnen we verder gaan met de volgende taak, die van het overstijgen van zelfs de neigingen van de G’ddelijke ziel, zijn eigen Radzon (land, Chochma (geboortegrond), en Bina (vaders huis) om een niveau te bereiken dat boven alle redenering gaat, “het Land dat Ik je zal aanwijzen, een plaats waar de ziel niet slechts en alleen G’ddelijkheid begrijpt, maar werkelijk ziet.

SHABBAT SHALOM