PARASHAT BEMIDBÁR

In de woestijn            Numeri.1:1 – 4:20

 

IN DE WILDERNIS

 Het was passend dat het Geven van de Thora plaatsvond in niemandsland, te midden van de verlaten eenzaamheid van de wildernis. Hier kon geen tijdelijke koning claimen dat hij gastheer zou zijn van het gebeuren, en daarbij een speciaal aandeel in de glorie opeisen. De Kinderen van Israël werden uitgekozen om de Thora te ontvangen, niet omdat zij de meest glorieuzen waren, maar omdat hun harten waren gebroken door verbanning en slavernij. Want de enige manier om de Thora te ontvangen is door nederigheid en bescheidenheid, symboliserend de lage Berg Sinai. Na te zijn aangesteld als de hoeders van de Thora, was de taak van de Kinderen van Israël deze van de Sinai naar het Beloofde Land te brengen, om van daaruit uit te stralen naar alle bewoners van de wereld. Genesis volgt en beschrijft de oorsprong van de Thora en de zielen van Israël die haar dragers zijn, Genesis is dus het “hoofd” van de Thora. Exodus de handen, ze beschrijft hoe G’D de Kinderen van Israël bevrijdt van slavernij in Egypte “met een machtige arm” en hen tot een uniek volk maakte door het geven van de Thora en de aanwezigheid van Zijn Heiligdom in hun midden als het centrum van hun nationaal leven. Leviticus is het “hart” van de Thora, formulerend de meest belangrijke voorschriften in alle facetten van het leven.

DE STAMMEN VAN ISRAEL

 De Zohar verklaart dat de vorm van het Heiligdom correspondeert met het          werkingsmechanisme van de Schepping. Dus de talrijke verschillende domeinen die tezamen de binnenplaatsen en gebouwen van de Tempel uitmaken, corresponderen met de verschillende “werelden” besproken in Kabbala, (zoals wordt uitgelegd in “Miskeney Elyon”, door Rabbi Moshe Luzzatto, de Ramchal).

De orde van de Twaalf Stammen in vier kampementen rond het Heiligdom corresponderen met de “vier kampementen van de G’ddelijke Aanwezigheid” en de “vier kampementen van Engelen” die de stroming van G’ddelijke ondersteuning in de wereld kanaliseren. Deze zijn aspecten van de Merkawah (“voertuig”) gezien door de Profeten, representerend het systeem van Voorzienigheid waarmee G”D de wereld regeert en beïnvloed. De vier kampementen corresponderen met de vier essenties van de Schepping (Goedheid, Oordeel, Begaanheid en hun manifestaties in realiteit, Koningschap) en de vier elementen (Water, Vuur, Lucht en Aarde, die het vat, de houder is van de drie). De talrijke verschillende Namen in Numeri die de beschrijving van onze parasha van de volkstelling van de Twaalf Stammen uitmaken, bestaat uit codes en cijfers die zijn verbonden met de krachten van oorsprong in de spirituele werelden.

De moeilijkheid die velen ondervinden in verband met onderdelen aangaande de verschillende stammen en hun namen en aantallen  wordt verergerd door het feit dat heden ten dage de meerderheid is afgescheiden en zelfs vervreemd van hun eigen “stam” oorsprong na duizenden jaren van ballingschap en omzwerving. Oorspronkelijk was het stam bewustzijn verwantschap onder de Kinderen van Israël, zeer sterk, zoals duidelijk zichtbaar is aan het eind van Parashat Emor, waar de episode van blasfemie werd veroorzaakt toen leden van de stam van Dan weigerden de zoon van de Egyptische toe te laten tot hun kampement omdat zijn komaf was besmet.

Heden ten dage echter weten slechts weinige Joden van welke stam zij komen, hoewel de meerderheid (met uitzondering van de Kohaniem en de Leviten)  aannemen dat zij van de stammen van Juda en Benjamin afstammen, de enige twee die niet zijn verdwenen toen de Tien Stammen in verbanning gingen voorafgaande aan de destructie van de Eerste Tempel. (Sommigen geloven dat de Sefardische gemeenschappen  van Spanje en Morocco kwamen van de stam van Juda, terwijl de Ashkenazische gemeenschappen van Duitsland en Oost-Europa van de stam van Benjamin kwamen. Dit is aangehaald door Rabbi David Kimchi, de Radak, in zijn Thora commentaar.

Om de verwarring compleet te maken, als je zou vragen aan de meeste Joden heden ten dage de verschillende componenten die deel uitmaken van het volk op te sommen, is het antwoord niet de twaalf stammen, maar eerder, de ultra orthodoxen, orthodoxen, traditionelen, conservatieven, liberalen, seculair rechts, seculair links,  etc. etc.

Onze fragmentatie en wanorde in de zogenaamde tegenwoordige ontwikkelde “geciviliseerde” wereld, is in erbarmelijk contrast met de orde van de kampementen in de onbeschaafdheid van de woestijn, die onze staat van geboorte aanschouwde. Misschien moeten we een nieuwe zienswijze ontwikkelen ten aanzien van de verschillende typen die het Volk van Israël uitmaken, in termen van de orde vastgelegd in BEMIDBAR: hoe dicht zijn zij bij het Heiligdom-Tempel idee of hoe ver verwijderd.

SHABBAT SHALOM                

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PARASHOT BEHÁR- BECHOEKOTAI

Op de berg – In Mijn inzettingen.                      Leviticus. 25:1 – 26:2, 26:3 – 27:34

Shabbat: Rusten en Verheffen

Geschriften van de Ari

Als jullie in het land komen dat Ik jullie geef, dan zal het land rusten, een Shabbat voor G’d. (Leviticus. 25:2)

De betekenis van het Shabbatjaar en jubeljaar zal worden [na de volgende uiteenzetting].

We zien dat er een wekelijkse Shabbat is en een Shabbatjaar, dat eveneens Shabbat wordt genoemd. Zoals is geschreven “….een Shabbat voor G’D” (ibid. 25:2) en “De Shabbat van het land….” (Ibid. 25:6). Laat ons nu onderzoeken waarom het Shabbatjaar ook Shabbat wordt genoemd en wat de verschillen zijn tussen de [wekelijkse] Shabbat en het Shabbatjaar.

We hebben al eerder uitgelegd dat het spiritueel rijzen van alle werelden de essentie van Shabbat is. Elke wereld stijgt naar een hoger niveau dan waar het zich gedurende de rest van de week.

Meer preciezer: De netzach-hod-yesod-malchoet van Asiya [als een groep] stijgt naar een niveau [dat normaal wordt bezet door] chesed-gevoera-tiferet; chesed-gevoera-tiferet stijgt naar het niveau van chochma-bina-da’at; chochma-bina-da’at van Asiya stijgt naar het niveau netzach-hod-yasod-malchoet van Yetzira, enzovoort, tot aan het oorspronkelijke begin van de emanatie zelf. Want zelfs Arich Anpin stijgt [op Shabbat], en zijn plaats wordt ingenomen door Abba en Imma, zoals bekend.

De sefirot gedragen zich als een groep met betrekking tot hun “energie niveaus”. Ofschoon elke sefira zijn eigen identiteit heeft, werken de sefirot van het intellect en van de emotie samen als functionele gedragseenheden. Om die reden, vindt de stijging die zij ondergaan op Shabbat relatief tot deze energie niveaus plaats.

Een “wereld” in Kabbala is een niveau van bewustzijn, een sfeer waarin alles in een gemeenschappelijk besef van G’D deelt. Een lagere wereld draagt minder bewustzijn; een hogere wereld meer. De stijging van de werelden op Shabbat is een snede in de hiërarchie van bewustzijn, dit betekent dat elk niveau tijdelijk in staat is om een bewustzijnsniveau van G’D te dragen die normaal te hoog zou zijn. Normaal als iemand of iets op het niveau van chesed- gevoera-tiferet van Asiya het bewustzijn chochma- bina- da’at van Asiya wil verwerven, betekent dit dat hij zich zou moeten verheffen van het bestaande niveau naar het volgende hogere niveau. Op Shabbat echter stijgt het lagere niveau naar het hogere niveau terwijl zijn identiteit toch op het lagere niveau bewaard blijft. Deze tijdelijke “ombuiging” van realiteit vind alleen plaats op Shabbat. Zodra Shabbat voorbij is, keert de voorafgaande staat naar zijn realiteit terug.

Het Shabbatjaar wordt een Shabbat genoemd omdat het gelijk is ten opzichte van de Shabbat. Alle werelden stijgen naar een niveau hoger dan normaal, net zoals zij doen op een [wekelijkse] Shabbat.

Het verschil is dat op Shabbat de hele schepping een verheffing beleeft, terwijl in het Sabbatjaar alleen de drie [lagere] werelden, Beriya, Yetzira, en Asiya zich verheffen.

SHABBAT SHALOM

LAG BA’OMER

DOE MEE AAN DE FEESTVIERING VAN HET LICHT VAN RABBI SHIMON BAR JOCHAI

 In Joods Recht is, Lag Ba’Omer, de 18e dag van de Joodse maand Iyar en 33 (de numerieke waarde van de letters lamed = 30, en gimel = 3) dagen na Pesach, een beëindiging van de semi- rouw restricties tussen Pesach en Shavoe’ot. Bruiloften, het knippen van haar, en het luisteren naar live muziek zijn niet toegestaan. Lag Ba’Omer  is een heugelijke gelegenheid, waarop velen de gewoonte hebben om ‘s nachts  grote vreugde vuren aan te steken en overdag pleziertochtjes te doen in landelijke omgeving.

Lag Ba’Omer in Meron  

 Meron is een slaperig bergdorp een paar kilometer westelijk van Tsfat, dat een maal per jaar een opmerkelijke transformatie ondergaat. Elk jaar op Lag Ba’Omer komen meer dan 250.000 Joden van allerlei pluimage samen vanuit alle delen van het Land.

De grote verkeersweg is afgesloten voor verkeer en het hele gebied is bedekt met tenten, caravans en busjes. Enorme vreugdevuren worden aangestoken ter ere van het uitstralende spirituele licht van Rebbe Shimon.

Lag Ba’Omer is de “celebratie dag” van Rabbi Shimon bar Jochai, de legendarische auteur van de Zohar, wiens graftombe is gelegen op de Berg Meron. Ofschoon Lag Ba’Omer de jaardag van zijn overlijden is, wordt het, in overeenstemming met zijn geuite wens, beschouwd als een gelegenheid van grote vreugde.

De feestviering neemt vele vormen aan (de reacties “meest verheven tot Joodse Woodstock” zijn beide veel gehoord.  ‘s nachts leunen vele Sefardim in enorme tenten over vele gangen menu’s en levende muziek en gedurende de dag worden dozijnen schapen kosher geslacht, gebarbecued en geconsumeerd.

Gedurende de nacht en de dag is het voor honderden, of zelfs duizenden drie jarige jongetjes, Ashkenaziem en Sefardim op de zelfde manier, de eerst keer dat hun haar wordt geknipte en peyot zichtbaar wordt. Overal kamperen, picknicken en feesten mensen.

‘s Avonds worden enorme vreugde vuren aangestoken op het dak van het koepelvormige tombe gebouw, ter ere van het uitstralende spirituele licht dat Rebbe Shimon in de wereld bracht. Gedurende de hele 24 uur, dansen Chassidiem groepen in vurig wervelingen, ongewoon vurig zelfs voor hen, dichtbij de vreugdevuren of het binnenhof beneden, telkens weer het aanstekelijke traditionele gezang zingend ter ere van Rabbi Shimon.

Binnen het kasteelachtige bouwwerk, overkoepelend de tombe van Rabbi Shimon, in de kleine ruimte gereserveerd voor mannen (de grote ruimte wordt gewoonlijk gebruikt door vrouwen) weerkaatsen deze gezangen. Enkelingen en kleine groepjes bestuderen de Zohar en reciteren Psalmen, terwijl de compacte menigte ononderbroken in de ruimten stromen, worstelend om de tombe te bereiken. Een sterke traditie bestaat dat ieder die oprecht bidt “naar Rabbi Shimon”, speciaal op Lag Ba’Omer, zal worden verhoord.

Het steile kronkelende pad dat leidt naar de tombe is vol omzoomd door kraampjes. Vele zijn bemand door representanten van jeshivot en andere vooraanstaande figuren en mensen doneren vreugdevol “ter ere van” Rabbi Shimon. Verder weg, verkopers venten verkopers alle soorten koopwaar en domineren de hoofd doorgang.

Overal kamperen, picknicken en feesten mensen en vaak schijnt gemakkelijk het oorspronkelijke religieuze doel van de festiviteiten uit het oog te zijn verloren, of zelfs ermee in tegenspraak. Toch zijn er optekeningen van verschillende Thora autoriteiten die van plan waren de aanwezigen wegens de “ongebondenheid” toegang tot de viering  te ontzeggen, totdat Rabbi Shimon in hun dromen verscheen, zeggende niet het lef te hebben afbreuk te doen aan  zijn dag van vreugde.

Lag Ba’Omer in Meron is een basis component van de Israël ervaring. Terwijl sommige deelnemers meer “harmoniëren” dan anderen, zover Rabbi Shimon betreft, zijn alle Joden welkom,  zo lang als er inspanning wordt geleverd om blij zijn.

 Zie jullie daar!!

 

 

 

 

PARASHAT EMOR

 Zeg                            Leviticus.21:1 – 24:23

 KABBALA LEERT DAT ONZE VERBINDING MET HET G’DDELIJKE VOORTDUREND GROEIT.

 LIKOETEI SICHOT

 De Eeuwige sprak tot Mozes: “ Wanneer een rund of schaap  of geit geboren wordt, dan blijft het zeven dagen onder de hoede van het moederdier en van de achtste dag af en verder kan het als vuuroffer voor de Eeuwige aanvaardbaar zijn.” (Leviticus. 22:27)

 De esoterische betekenis van dit voorschrift is als volgt:

“Moeder” geeft het intellect aan,  aangezien het intellect aanleiding geeft tot het baren van een emotie.

Wanneer het intellect de goedheid van iets herkent, baart het een emotie van liefde hier over, wanneer het ongewenste schade of nadeel van iets herkent, baart het er een emotie van haat of vrees over, enz. Het “dier” geeft de emoties aan, aangezien dieren in hoge mate worden geleid door hun instinctmatige emoties in plaats van door hun intellect.

Wanneer een emotie wordt “geboren”, moet het worden uitgebroed, met andere woorden, volwassen worden door het intellect. Dit is een proces van zeven dagen, met andere woorden, een zevenvoudig proces, een voor elk van de zeven basis emoties. Alleen nadat de emoties volwassen zijn geworden, zijn ze geschikt “om te worden geofferd voor G’D”, met andere woorden, deel uit te kunnen maken van de menselijke psyché gewijd aan G’ddelijke dienst.

Hier volgen de vastgestelde feestdagen van de Eeuwige, die jullie als een oproep tot bijzondere wijding op de voor hen bepaalde tijd moeten afkondigen.” (Leviticus. 23:4)

 De drie pelgrims feesten werden vastgesteld op basis van de landbouw cyclus: Pesach vindt plaats wanneer de producten beginnen te rijpen, Shavoe’ot wanneer de tarweoogst word binnengehaald en Soekkot aan het einde van het seizoen, wanneer alle producten van het veld worden verzameld.

Chassidisme interpreteert dit verband als volgt:

G’D refereert aan het Joodse Volk als Zijn “producten”. (Jeremia. 2:3, Hosea. 2:25)

Juist zoals iemand graankorrels zaait, in de hoop op veel grotere oogsten, “plant” G’D zielen in de fysieke wereld  zodat zij meer tot stand zullen brengen dan in hun spirituele verblijf.

De wijze waarop graan groeit is ook een les voor mensen. Het zaad zoals we dat planten groeit niet zelf. Het is alleen wanneer de buitenste schil van het zaad verrot en de vorm van het zaad zoals we dat kennen ophoudt te bestaan, dat de groei kan beginnen. Omdat het oorspronkelijke zaad per se, niet langer bestaat, is de nieuwe groei niet beperkt door limitatie van de oorspronkelijke verschijningsvorm van het zaad.

Het zelfde is waar ten aanzien van de menselijke groei. Ego staat groei in de weg.

Pas wanneer deze is overwonnen en te niet gedaan, kan de ziel haar volle potentie  bereiken.

SHABBAT SHALOM         

 

 

 

 

 

 

 

 

PARASHOT ACHARE MOT – KEDOSHIEM

Na de dood –  Heilig  Leviticus. 16:1 -18:30, 19:1 – 20:17

 De essentie van de menselijke aard is het verlangen om te ontvangen.

 Aan het begin van de parasha, wordt de dienst van de Kohen Gadol (Hoge Priester)op Jom Kippoer beschreven. Hij placht loten te trekken over twee geiten om te kunnen beslissen welke “ Voor G’D” zou worden bestemt, dat wil zeggen, welke in de Heilige Tempel als offer gebracht zou worden en “Naar Azazel” (de naam van een steile rots waar de geit vanaf zou worden gegooid,) moest worden gezonden, beide dienden dus als verzoening voor de zonden van het Joodse Volk.

Deze meest heilige dag is bekend als “Jom Kippoer”, letterlijk, “de Dag van Verzoening” en ook als “Jom HaKippoeriem” , “een Dag zoals Poeriem”. (letterlijk loten), refererend aan het lot trekken over de twee geiten. Volgens de heilige Zohar, werd de geit die werd aangewezen voor Azazel geofferd met de bedoeling om de Sitra Achra (letterlijk, “De andere Zijde”, een Kabbalistische term voor de krachten van onzuiverheid) te sussen, om interferentie met de heiligheid van de dag te voorkomen. Dit is veelbetekenend om de volgende redenen:

Het neer gehaalde licht van chochma wordt specifiek volbracht door een groot verlangen om te ontvangen, het aspect van de linkerzijde [van de sefirot, de zijde van oordeel, waarmee de harde aspecten van de Sitra Achra zijn geassocieerd]. Want de aard van heiligheid is het verlangen om te geven en te uit stromen, dit correspondeert met de geit die is bestemd “ voor Hashem”.

Het is echter bekend dat het aantrekken of neerhalen van dit licht alleen mogelijk is als er verheven vaten, houders zijn om dit te kunnen ontvangen. Daarom, om het te kunnen ontvangen in Heiligheid, nadat het verheven licht is neergehaald, wordt ze ontvangen via de middelste lijn [van de sefirot]die dit licht kleedt in de chassadiem van de rechter zijde. Dus de rol van de Sitra Achra is om het licht gewoonweg neer te halen, maar er geen gebruik van te maken, behalve door middel van chesed, het aspect van geven en uitstroom.

De Sitra Achra kent ook het voordeel van het ontvangen van dit licht, maar dit voordeel veroorzaakt grote strengheid (din), aangezien ze het licht niet gebruikt volgens de weg van heiligheid. In plaats van het licht positief te gebruiken, veroorzaakt het licht een revelatie van destructie en kwaad in de wereld.

Evenzo, het is onmogelijk voor iemand om te zeggen dat hij geen persoonlijk voordeel wil hebben, maar dat het allemaal in het belang van de Hemel moet zijn. Dit ligt niet in het vermogen van de mens, aangezien het verlangen om te ontvangen de essentiële menselijke natuur is

Dit wordt beschreven in parashat Kedoshiem 19:2: “ Weest heilig, want IK G’D ben Heilig”. Rashi zegt, “Iemand zou zich kunnen afvragen “zou ik als G’D zijn”?

Daarom betekent de uitspraak aan het begin van parashat Kedoshiem, “Ik ben G’D, dat mijn Heiligheid boven jouw heiligheid is.” Dit betekent dat alleen de Schepper geen verlangen heeft om te ontvangen voor Zichzelf en dat Hij uitsluitend geeft. Echter een geschapen iemand moet ook zich nemen, wat betekent dat ontvangen nodig is om te eten en te drinken en slapen om in staat te zijn om G’D te dienen.

Iemand kan niet alleen maar een gever zijn zonder iets te ontvangen voor zichzelf.

Het zelfde geld voor de studie van Thora. Het is toegestaan en zelfs wenselijk dat iemand vreugdevol leert,  want dit motiveert hem om meer te leren. Dit is de betekenis van “Iemand zou zich kunnen afvragen “zou ik als G’D zijn”? Wat we ontvangen is het deel dat we geven aan de Sitra Achra, die in elk mens aanwezig is, anders zou heiligheid niet voortdurend kunnen existeren. Dit is de betekenis van “Weest heilig”: geef aan anderen wat je hebt ontvangen naast wat nodig is voor je zelf, want dit is de passende wijze voor iemand, die geschapen is, om zijn G’D gegeven heiligheid kenbaar te maken.

SHABBAT SHALOM

 

   

PARASHOT TAZRIA – METSORA

Zij geeft zaad – Melaatse   Leviticus. 12:1 – 13:59, 14:1 – 15:33.

 

 De Heilige Melaatse.

 

 De Lubavitcher Rebbe.

 

De Thora begint het bespreken van de symptomen en voorschriften van de metzora [“melaatsheid”] met de woorden:

 

Als een persoon [in het Hebreeuws, adam] op zijn huid, ergens op zijn lichaam een  witte vlek krijgt ……..” (Leviticus. 13:2).

 

Waar naar gerefereerd wordt in de Thora als “tzara’at” is niet melaatsheid in de zin zoals het in onze tijd medisch wordt geïnterpreteerd of enige andere fysieke ziekte. Het is een miraculeuze fysieke manifestatie van een spirituele aandoening die optreedt als een witte vlek op de huid (of kleding, of muren van een huis).

 

Het Thora gebruik van het woord “adam” in verband met de metzora, is een indicatie dat deze persoon op een subliem spiritueel niveau is.

 

De “adam-persoon” is een volmaakt iemand. Zoals de Zohar het zegt, “shlimoe d’koela, “de perfectie van alles”. Hij is opgebouwd uit alle attributen: chesed, gevoera, rachamiem en alle karakteristieken en gedragsvormen van iemand die een heerser in deze wereld is. Daarentegen wordt iemand die verbonden is met alleen een of twee specifieke eigenschappen niet een “adam” genoemd, maar, zoals Mozes, “Ish”. Ofschoon Mozes op een subliem niveau is, is desondanks het niveau van “adam” daarboven, zoals wordt beschreven in de Zohar, Tazria 48a: “De plaatsen zijn zelf van een sublieme oorsprong….. Want “adam” is iemand die alle eigenschappen bezit en daarom in staat is uit te stijgen boven zijn aangelegenheden en daden. Hij is ook in staat om zichzelf neerwaarts te verlagen. Inderdaad is de hele wereld van hem afhankelijk. (Zie ook Zohar Mishpatiem 94b)

 

Een man heeft vier benamingen in de Thora en wel in de volgende dalende volgorde:

Adam”, “Ish”, “Gever”, en “Enosh”.

 

Deze “adam” nu, die al zijn “gevestigde aangelegenheden en daden en niveaus daarboven” heeft geperfectioneerd, kan toch iets van “residu” bevatten” dat raffinage verlangt. Maar deze “residu” is alleen in het vlees van zijn huid, met andere woorden, het uiterste en meest externe aspect van zijn zelf.

 

Zijn spirituele smet veroorzaakt een miraculeuze fysieke reactie in de vorm van tzara’at. Tegenwoordig vertonen we deze symptomen niet, aangezien ze alleen relevant zijn bij iemand die bijna geheel is gepurificeerd, er is alleen een gering vleugje van ongezuiverd “residu” aan het “einde van zijn kleding”.

 

In feite zijn de vlekken zelf van sublieme oorsprong. Ze zijn dus niet object van onreinheid, totdat de priester er als zodanig over oordeelt. Tot dan zijn ze niet onrein; integendeel, ze zijn manifestaties van subliem licht, ze zijn harde oordelen uit de van sfeer van heiligheid, zoals is geschreven in Etz Chaim (Sha’ar Leah v’Rachel 7)…. verheven verwezenlijkingen van hemels oordeel….die uiteindelijk belanden in een staat van onreinheid….

 

Rabbi Mozes Cordovero schrijft in zijn Pardes (zie ook Zohar I:26, beginnend aan kant b, et al) “Naga”, letterlijk “aandoening”, (het woord dat door de Thora wordt gebruikt om de tzara’at te beschrijven), is het tegenovergestelde van “oneg”, betekenend, “verrukking”, een sublieme spirituele staat geassocieerd met het hoogste niveau, de innerlijke dimensie van keter. De Hebreeuwse letters van het woord “nega”, noen, gimel, ayin, wanneer her schikt, vormen het woord “oneg”, ayin, noen, gimel.

 

Hierover is gezegd: “Er is niets boven Oneg en niets beneden Nega.” Want ook hierin creëerde G’D het een tegenover het ander.

 

Al het heilige heeft zijn tegenhanger in het onreine zodat er uitdaging en vrijheid van keuze wordt verschaft. Het onreine equivalent wordt verondersteld de neerkomend negatieve vorm te zijn van zijn heilige tegenhanger.

 

De metzora wordt daarom voor Aaron de Priester gebracht, die de belichaming van de hemelse chesed is en die in staat is om dit licht te verheffen en het oordeel te verzachten, verzoeten door de tzara’at puur te verklaren.

 

Er zijn eigenlijk twee typen van symptomen. Een type wordt direct puur verklaard door de priester. In dit geval dient de priester om deze tzara’at “ te verzachten, verzoeten”, ofschoon dit oordeel belichaamt, toch in de sfeer van heiligheid en puurheid is.

 

Het tweede type wordt door de priester onrein verklaard. Het zijn lichten die ontstaan als verheven belichamingen van hemels oordeel, maar die uiteindelijk uitmonden in een staat van onreinheid. (Likoetei Sichot 37:35)

 

Dus, zoals eerder gezegd, treedt tzara’at vandaag de dag niet op, aangezien het een symptoom is van een feitelijk compleet raffinement van het kwaad van het innerlijke van lichaam en ziel. Heden ten dage existeert geen persoon die zo is, aangezien zelfs een zeer godsdienstig en goed iemand toch een kleine hoeveelheid van kwaad innerlijk bezit. Dit zal voldoende zijn voor hij die begrijpt. (Zie Tanya hfd.10) Gevoera….is een influx van buitengewone intensiteit die meer is dan de ontvanger kan hanteren….

 

In het algemeen is gevoera eigenlijk in zijn essentie het tegenovergestelde van terughouden. Inderdaad gevoera heeft ook de connotatie van intensiteit, zoals in “gevoerot geshamiem“, “intense [met andere woorden, overvloedige] regen” (aan het begin van Mishna Ta’aniet). Zijn essentie is een influx van buitengewone intensiteit die meer is dan de ontvanger kan hanteren. Daarom baart het uiteindelijk aan gevoera de zin van terughoudende goedheid.

 

Zo ook, is tzara’at in zijn oorspronkelijke vorm de belichaming van een intensiteit van heiligheid. Vanuit deze intensiteit wordt streng oordeel geboren zoals ze existeert in de sfeer van heiligheid, die uiteindelijk onreine symptomen baart.

 

In de menselijke dienst aan G’D, is het concept van tzara’at een heilige intensiteit die alle grenzen en beperkingen te boven gaat. Het is “voortbewegen” [ratzo” in het Hebreeuws] zonder “terugkeren” [“shov”] (Zie Ezekiel 1:14, een hunkering en ontvallen naar spirituele vervoering die niet gevolgd wordt door een terugkeer naar de fysieke wereld en de verwerkelijking van het mandaat om de fysieke wereld tot een verblijfplaats te maken voor het G’ddelijke (zie Tanchoema Naso).

 

Bijvoorbeeld, als na intens en fervent gebed, de godsdienstige er niet in slaagt om zich bezig te houden met Thorastudie, kan deze vurigheid zich verheffen tot “ strengheid” in de vorm van woede, die omslaat naar het creëren van ego en arrogantie. Thora studie, wat tiferet is (Berachot58a:” Tiferet, is het geven van de Thora”) vormt het evenwicht tussen chesed en  gevoera, ratzo en shov (Sefer Hasichot 5751, citerend Likoetei Thorta).

 

De grote kabbalist Rabbi Levi Jizchak Sneerson brengt naar voren dat het woord “hametzora” (“de metzora”) numeriek equivalent is aan “Tohoe”, de wereld van Wanorde, waar de sefirot egocentrisch en onmatig zijn. Intellect moet voorafgaan en heersen over emoties in de voor-messiaanse wereld.

 

Dus de Talmoed, in Sanhedrin 98b citeert Isaiah 53:4, die Mashiach een “metzora” noemt, want, in de Messiaanse era zal de wereld van Tohoe worden gezuiverd [door de verheffing van zijn versplinterde vonken die waren verspreid door heel de fysieke sfeer] en intensiteit en gevoera zullen suprême regeren.

 

Het uiteindelijke doel van de Schepping is de integratie van Tohoe en Tikoen, waar het intense licht van Tohoe zal worden vastgehouden in de gestructureerde vaten van Tikoen. Terwijl we momenteel onszelf gedragen op de wijze van Tikoen, zullen we de gewoonte regel van Tohoe in de Messiaanse era volgen.

 

Bijvoorbeeld, het geldende recht in joods-wettelijke zin nu, volgt de opinie van de Mishna Wijze Hillel, wiens oorsprong chesed is (Tikoen). In de Messiaanse tijd, zal het joods recht Shammai volgen, wiens oorsprong gevoera is (Tohoe).

 

Zo ook, moet intellect voorafgaan en heersen over emoties in de voor-messiaanse wereld. Dit omdat emoties heftig, buitensporig zijn en moeten worden gecontroleerd door het intellect. In de Messiaanse tijd echter, wanneer de intensiteit van emotie alleen leidt tot goede dingen, zal emotie suprême regeren vanwege zijn grotere intensiteit.

 

Vandaar dat we zien dat Jacob en Ezau van elkaar verschillen in hun opstelling van mannen en vrouwen. In Jacobs kamp gaan de mannen de vrouwen vooraf; in Ezaus kamp gaan de vrouwen voor de mannen. Want Jacob en Ezau zijn respectievelijk  Tikoen en Tohoe. In Tikoen,de huidige wereld, moeten mannen (“intellect”) vrouwen (“emoties”) voorafgaan. In de Messiaanse tijd, de wereld van Tohoe, zullen de vrouwen de mannen voorafgaan.

 

In de Tijd van Verlossing, zullen we de uittocht van alle grenzen en limitatie ervaren, een revelatie van G’ddelijkheid die alle beperkingen te boven gaat.

 

De Maharal stelt evenzo dat Mashiach een “metzora” wordt genoemd, omdat juist zoals tzara’at een bovenaards fenomeen is, zo ook Mashiach en de Messiaanse realiteit de natuurlijke en tijdelijke orde overtreft. En juist zoals de metzora is “gesepareerd” van het kampement, zo ook is Mashiach “gesepareerd” van het aardse.

 

De kabbalist Rabbi Chaim ibn Attar in zijn Ohr Hachaim  wijst eveneens op een connectie tussen de metzora en de Messiaanse era, stellend, dat de twee vogels die de metzora gebruikt in zijn purificatie proces, corresponderen met de twee Mashiachs: Mashiach, zoon van Josef en Mashiach zoon van David.

 

Mogen we inderdaad de verwerkelijking verdienen van de profetie dat “jullie Meester zal niet langer verhuld zijn en jullie ogen zullen je Meester zien” (Isaih 30:20) door ware en complete verlossing.

 

SHABBAT SHALOM    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

DE REVELATIE VAN LICHT EN WIJSHEID

Moshe Rabbeinoe was een vat waarin het licht van Chochma (wijsheid) werd gereveleerd. Moshe droeg dit over aan Jehoshoea en Jehoshoea aan de oudsten, etc. Tot aan de generaties van de paren (de zoechot, voor het eerst aangehaald in Mishna 4), was de leer in haar helderste vorm, een revelatie van licht van Hemelse Wijsheid.

WAT HOUDT HET IN “SPREUKEN DER VADEREN” OF “ETHIEK VAN ONZE VADEREN”?

“HIJ DIE WENS EEN CHASSIED TE WORDEN MOET DE WOORDEN VAN AWOT VERWERKELIJKEN”

 

TALMOED, BAVA KAMMA 30A

 

 OVERDRACHT VAN ETHIEK

 Bovenop de Berg Sinai, tijdens de veertig dagen en nachten, onderwees G’D aan Mozes de hele Thora. De Thora was een tweedelige studie: de “Geschreven Thora”, weergegeven en opgeschreven in de Vijf Boeken van Mozes (en later inhoudelijk uitgebreid tot alle 24 boeken van de Heilige Schrift), en de “Mondelinge Thora”, een mondelinge uitleg en commentaar op de Geschreven Thora. De Mondelinge Thora werd gedurende vele generaties mondeling doorgegeven van leraar aan student. In de 2e eeuw n.d.g.j., vreesde Rabbi Jehoeda Hanasie dat de Mondelinge Thora zou worden vergeten tenzij deze werd opgeschreven. Dus stelde hij de grondbeginselen samen en verzamelde die in een zesdelig werk genaamd de Mishna.

De Mishna bevat 63 delen (traktaten) die alle gebieden van het Joods Recht bespreken: agricultuur, feestdagen, civiel en crimineel recht, huwelijkswetten, offerwetgeving, cultische rituele onreinheid, en veel meer. Een van de traktaten echter is compleet gewijd aan Joodse moraal, waarden en ethiek. Dit traktaat wordt Awot genoemd, letterlijk vertaald als “Vaders”.

 

ZOMERSTUDIE

  Het is gebruikelijk om Pirkei Awot (de “hoofdstukken van de Vaders”) te bestuderen op de Shabbatten tussen de feestdagen van Pesach en Shavoe’ot, de zeven weken van de Omertelling.

Velen volgen het wekelijkse hoofdstuk ritme gedurende de zomer maanden.

Pirkei Awot bevat zes hoofdstukken en er zijn zes Shabbatten tussen Pesach en Shavoe’ot.

Elke Shabbat, gewoonlijk na het middag Mincha gebed, bestuderen we een hoofdstuk. Nadat de Joden Egypte hadden verlaten, begon een periode van zelfverbetering en karaktervorming. Dit was cruciaal opdat zij waardig bevonden zouden worden de Thora te ontvangen op Shavoe’ot. Tijdens het Tellen van de Omer , proberen we om ons karakter te verbeteren. Om dit doel te kunnen bereiken, bestuderen we Awot, het traktaat dat is gewijd aan vroomheid, nederigheid, goedheid en ethica.

 

PROLOOG

 Velen continueren dit wekelijkse hoofdstuk ritme gedurende de zomer maanden tot aan Rosh Hashana. De zomer is algemeen een tijd waarin mensen actiever zijn, op vakantie gaan en maat al te vaak hun morele en religieuze standaard verlagen.

Het wekelijkse Awot hoofdstuk houdt ons sterk en gezond en stelt ons in staat het hoofd te bieden aan de morele uitdagingen die zich voordoen tijdens de zomermaanden.

Er is een rijkdom aan commentaren op Pirkei Awot, waarvan we er gedurende deze periode enkele zullen publiceren.

De Nederlandse tekst van Pirkei Awot is in zijn geheel afgedrukt in de siddoer,  gebedenboek, uitgegeven door het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap Amsterdam.

 

Voor het bestuderen van het wekelijkse hoofdstuk van Pirkei Awot, is het gebruikelijk om de volgende paragraaf van de Mishna te zeggen:

Sanhedrien 10,1. “Heel Israël heeft aandeel aan de wereld, die eens komen zal want er is gezegd: Alle rechtvaardigen van uw volk zullen voor eeuwig, het land van leven, in bezit houden, een stekje dat Ik plantte met eigen handen, waar Ik Mij op kan beroemen (Jesaja. 60,21).”

 Zoals kan worden verwacht zijn er vele redenen gegeven voor de keuze van deze passage als inleiding op de wekelijkse Ethische Spreuken van de Vaderen. Hier volgen er enkele:

 

Grotendeels handelen de traktaten van Pirkei Awot over intermenselijke relaties.

Iedereen groeten met een glimlach, het openen van iemands huis voor de behoeftigen, het respecteren van geleerden, etc. Dit kan soms moeilijk zijn, gezien het feit dat onze mede mensen soms ver van volkomen schijnen te zijn, of zelfs maar fatsoenlijk.

 

Ongeacht iemands uiterlijke voorkomen, “Elke Israëliet heeft een deel in de Komende Wereld…..”Dit is waarom we de studie vooraf laten gaan door een gezegde dat ieders individuele intrinsieke waarde benadrukt. Ongeacht iemands uiterlijke voorkomen, “Elke Israëliet heeft een deel in de Komende Wereld…..” omdat van “Uw volk allen rechtvaardig zijn.”

 

EPILOOG

 Na de studie van een hoofdstuk, wordt gewoonlijk de volgende Mishna passage gereciteerd:

 

Makkot 3, 16. “Rabbi Channanja ben Akasha zegt: De Heilige die geprezen wordt, wilde Jisrael verdienstelijk maken; daarom gaf Hij hen veel Thoravoorschriften. Want er is gezegd: De Eeuwige wil graag, om hem, Jisrael, de hoogste graad van overvloed  geven, de Thora steeds groter en prachtiger maken (Jesaja. 42,21).

 

Het Hebreeuwse woord voor “verdienstelijk”, lizakot, kan ook “ verbeteren, zuiverder  worden” betekenen. Als zodanig kan Rabbi Channanja’s uitspraak ook betekenen dat G’D ons de Thora gaf om ons verbeteren. En voor dat doel gaf Hij ons een omvangrijke Thora en vele mitzwot, en elke mitzwa heeft de kracht om ons op een unieke wijze te verfijnen.

 

Hoewel de hele Thora is bedoeld om ons te zuiveren, verbeteren, is dit traktaat een van de meest directe toegewijd aan dit streven.

PARASHAT SHEMINI

ACHTSTE   LEVITICUS. 9:1 – 11:47

 

DE UNIEKHEID VAN DE ACHTSTE DAG

 De Kli Yakar, Rabbi Slomo Ephraim van Luntshits, 1550-1619, verklaart dat de frase in Wajikra. 9:1, “Op de achtste dag”, een verbinding impliceert met de voorafgaande zeven dagen van miluim, ter voorbereiding op de uiteindelijke oprichting van het Heiligdom, zoals is geschreven in, ibid, 8:33, : “ Jullie inauguratie zal zeven dagen duren”.  Tijdens deze zeven dagen werd het altaar ingewijd.

 De achtste dag daarentegen dient een ander doel, deze was voor de opdracht en inwijding van Aharon en zijn zonen. Waarom kreeg deze dag dan een naam die een continuatie impliceert van de vorige zeven?

 De Kli Yakar verklaart dat de intentie was, met de naam de uniekheid van de dag te doen uitkomen, “G’D zal zich aan jullie reveleren”. De achtste dag is gekenmerkt door een unieke  eigenschap van heiligheid, en zoals de Kli Yakar continueert:” Het cijfer zeven refereert altijd aan deze wereld, terwijl het cijfer acht refereert aan heiligheid.”

 Dit wordt weergegeven in het feit dat de mitzwa van de besnijdenis het verbod van verboden werk op Shabbat overschrijdt. De besnijdenis wordt geassocieerd met het cijfer acht en Shabbat met het cijfer zeven en “het spirituele gaat het fysieke vooraf”.

 TWEE NIVEAUS VAN HEILIGHEID

 De uitdrukking dat “zeven refereert aan deze wereld”, moet niet strikt in de letterlijke zin worden opgevat, want de zevende dag is eveneens heilig. Aangezien Shabbat een van de zeven dagen van de schepping is, deelt het een verbinding met de wereld. Het cijfer acht daarentegen gaat boven de schepping uit en is “gereserveerd voor Hem, gezegend zij Hij”. In vergelijking hiermee wordt zelfs Shabbat als werelds beschouwd.

 Een voorbeeld: Er zijn twee niveaus van Shabbat: Een niveau is geassocieerd met de zeven dagen van de Schepping. In verhouding tot de vorige zes dagen is deze heilig. Desondanks is haar heiligheid binnen de natuurlijke orde en wordt daarom naar beneden gebracht door de G’ddelijke dienst van het Joodse Volk, aan wie is opgedragen om “Shabbat te maken en te houden en te heiligen”.

 Een andere dimensie van Shabbat is haar rol als een microkosmos van de Era van Verlossing, die wordt beschreven als “de dag van volledige Shabbat en rust voor eeuwigheid.” Zoals eerder aangehaald, dit niveau kan niet worden neergehaald door onze G’ddelijke dienst, maar vereist G’ddelijk initiatief.

 In deze context citeren onze Wijzen in Shabbat 10b: G’D zeggende: “Ik heb een prachtig geschenk in Mijn schatkamer. Het is Shabbat genaamd”.

Want dit hoger niveau van de Shabbat, is een geschenk van Boven, een geschenk is niet een verworvenheid, maar afhankelijk van de schenkers vrijgevigheid. (Want wanneer een geschenk is gegeven als gevolg van iemands inspanning, is het iets dat is verworven).     

 DE OMER TELLING.

Parshat Shemini wordt meestal gelezen direct na Pesach, even na de aanvang van de zeven weken periode van de Omer telling. Wat is het verband tussen die twee? De Thora zegt over de Omer, “Je zult vijftig dagen tellen” (Leviticus 23:16). Maar in feite tellen we maar negen en veertig dagen. Waarom? In de zeven weken ontdoen we ons stap voor stap van de negen en veertig “poorten van onreinheid” en gaan door negen en veertig “poorten van inzicht”. De vijftigste, het ultieme niveau van inzicht, is boven ons. Pas wanneer we deze negen en veertig inspanningen hebben geleverd, kan het vijftigste tot ons komen als een gift van G`D. De zeven weken van de Omer zijn als de zeven dagen van inwijding. Zij vertegenwoordigt de spirituele verwerkelijking van de mens. De vijftigste dag van de Omer is als de achtste dag van het Heiligdom: het is de openbaring die van buitenaf bij ons binnendringt, het antwoord van G`D op ons streven. De vijftigste dag is Shawoeot, de dag dat de Thora geopenbaard werd op de Berg Sinai.

 SHABBAT SHALOM   

 

DE LAATSTE DAGEN VAN PESACH

FEESTMAAL VAN MASJIE’ACH

Een van de meest belangrijke elementen van Pesach, de viering van de vrijheid van het Joodse Volk, is, dat het dient als een voorbereiding voor de uiteindelijke en eeuwige verlossing door onze rechtschapen Masjie’ach [Mashiach, Messias]. (Haggada shel Pesach, Likkutei Taamin)

Zoals het vers bevestigt: “Ik zal wonderen openbaren [in de periode van de uiteindelijke verlossing] zoals in de periode van jullie uittocht van Egypte.” (Micha 7:15) In feite maakt de uittocht van Egypte alle aansluitende verlossingen, inclusief de uiteindelijke, mogelijk. (zie Sefer HaMaamariem 5708, p.164.)

Ter verduidelijking: de eerste dagen van Pesach hebben het meest betrekking op de uittocht van Egypte zelf, terwijl de laatste dagen meer verbonden zijn met de toekomstige verlossing. (Sefer HaSichot 5700, p.72) Dit is eveneens te zien in de Haftarot [Profetenlezingen na de Thoralezing] gedurende de twee laatste dagen. (Sjoelchan Aroech Admoer HaZakein, Orach Chayiem 480:5,6) De Haftara van de zevende dag Pesach is het lied van David, (Megilla 31a; Toer en Sjoelchan Aroech) aangezien die dag (en ook de achtste dag van Pesach) een connectie is naar Masjie’ach, een nakomeling van David. En in het bijzonder ten aanzien van de Haftara op de laatste dag, welke direct spreekt over de komende Verlossing. Gedurende deze twee laatste dagen van Pesach, benadrukt Acharon Shel Pesach de laatste dag, het meest de uiteindelijke verlossing. De Haftara spreekt openlijk en uitgebreid over de komende verlossing en over de persoonlijkheid van Masjie’ach zelf, de houding van de wereld en de verzameling van Joden. (Jesaja 11: 1-3, 6-9, 11-12)

De relatie tussen Acharon Shel Pesach en de komende Verlossing werd zelfs door de Baal Shem Tov naar een hoger niveau gebracht door het instellen van een speciaal derde en laatste Acharon Shel Pesach maal, genaamd “het feestmaal van Masjie’ach” omdat “deze dag is geïllumineerd door een lichtstraal van Masjie’ach.

Wat is er bijzonder aan om zoiets als de zeer verheven toekomstige Verlossing te viering met nog een extra fysieke maaltijd? Het vieren van de komende Verlossing op zo’n manier verlicht de persoon niet alleen door geest en woord (bereikt door het zeggen van de Haftara), maar evenzo zijn fysieke lichaam.

Dus dit concept is geassimileerd in het eigenlijke lichaam van de persoon zelf. Bovendien, gedenken en vieren door een maaltijd verwijst naar de heiligheid die de gehele wereld zal doordringen wanneer Masjie’ach komt. Want in die tijd “Zal zich de Glorie van de Eeuwige openbaren en al wat vlees is zal gewaar worden…….” (Jesaja 40,5)

Dit doordringen van het materiele door het spirituele wordt het best bereikt door heiliging van voedsel. Want een Jood eet zelfs een gewone maaltijd met de intentie om heiligheid in deze wereld te brengen en des te meer met betrekking tot een maaltijd op een heilige dag! Dus zeker de speciale, eenmaal per jaar, Acharon Shel Pesach “De feestmaal van Masjie’ach” die ons in staat stelt ons te realiseren hoe al het fysieke zal worden doordrenkt met heiligheid in de tijd van de Verlossing.

Het effect van dit speciale gebeuren is natuurlijk niet beperkt tot de dag van Acharon Shel Pesach zelf, integendeel, het idee is dat het de Jood door het hele jaar moet effectueren, zodat alles wat hij doet in relatie tot de mondaine wereld doordrongen zal worden met heiligheid en spiritualiteit, net zoals de spiritualiteit die de wereld zal doordringen bij de komst van Masjie’ach.

De lering van Acharon Shel Pesach echter, is niet gelimiteerd aan iemands verhouding tot de fysieke wereld; het relateert tevens ook naar het spirituele innerlijk van elke Jood. Want het niveau van Masjie’ach is naar de essentie van elke Jood ziel. Acharon Shel Pesach stelt elke Jood in staat om deze essentie het hele jaar door te openbaren, daarbij dient hij G’D met elk element van zijn wezen.

Chag Sameach