JOM KIPPOER – GROTE VERZOENDAG

Rabbi Moshe Alshich

En dit zal voor jullie een eeuwige wet [Hebreeuws, “gok”] zijn: In de zevende maand, op de tiende van de maand, moeten jullie je onthoudingen opleggen, geen enkel werk mogen jullie verrichten, de ingezetene noch de vreemdeling die zich te midden van jullie ophoudt. Want op die dag zal men verzoening voor jullie verkrijgen om jullie te louteren; van al jullie zonden zullen jullie tegenover de Eeuwige rein worden. Een shabbat shabbatot van volkomen werkonthouding is het voor jullie en jullie moet je onthoudingen opleggen; een eeuwige wet. (Leviticus. 16:29-31)

De Thora heeft de uitdrukkelijke wens om te leren, dat G’D niet wil dat de mens zichzelf pijnigt (met andere woorden, vasten, etc.) maar eerder de wil heeft tot volledig berouw. Zelfkastijding is en heeft geen enkele wezenlijke waarde en neemt niet de plaats in van berouw, het is alleen om het doel te bereiken, dat van de rehabilitatie van de persoon.

G’D heeft een aantal dierlijke offergaven voorgeschreven, met de bedoeling dat de mens zelf ook op een bepaalde wijze de pijn voelt. G’D wil absoluut niet dat de mens denkt dat hij moet lijden, echter dat, Zijn belang wordt gediend door zichzelf te onthouden, van eten en drinken. Hij wenst dat de mens zichzelf beheerst “als een statuut zonder einde”, met andere woorden, op een continuerende basis, het gehele jaar, zijn hele leven lang. Vanuit dat oogpunt, worden uitzonderlijk rituelen, die naar berouw moeten leiden, compleet niet meer nodig!

Indien dit de menselijke levensstijl zou zijn, zouden deze rituelen een “gok” worden, een term voor onbegrijpelijke verordeningen (met andere woorden, niet rationeel), aangezien zij in de praktijk, overbodig zouden worden, er bestaat voor de mens geen enkele noodzaak om aangemoedigd te worden tot berouw door middel van zelfpijniging. De mens zou verzekerd zijn van goedmaking voor elke vergissing die hij heeft begaan, zonder enige noodzaak van zo’n wetgeving.
De gebeurtenis van de extreme dag van Jom Kippoer zou voor hem volstaan om zichzelf, volgens zijn eigen overeenstemming, in het openbaar te louteren, maar ook in zijn hart, “voor G’D”, met andere woorden, op een bepaalde alleen zichtbaar voor G’D Zelf. In zo’n scenario zou Jom Kippoer gewoonweg een “Shabbat Shabbatot” worden, een verhoogde Shabbat ervaring, vanwege de vergeving die deze specifieke Shabbat met zich meebrengt. Aan de andere kant zal “zelfpijniging” gewoonweg een formaliteit worden, een voortdurende verordening, zonder enig bijzonder belang.

Er is een wezenlijk verschil tussen vergoeding, verzoening en zuivering. Het eerste vindt plaats bij de gratie G’D’s, het laatste door iemands eigen inspanning. Ofschoon de dag van Jom Kippoer zelf verzoening (vergeving) met zich mee brengt, is het ultieme objectief dat je “je zelf zuivert voor G’D”, innerlijk en uiterlijk, door eigen inzet.

Om deze purificatie te bereiken, benodigd de gemiddelde persoon een zeker pijnlijden, een wetgeving van de Thora. Het is waar dat van nature Jom Kippoer een Shabbat Shabbatot is, een verhoogde Shabbat ervaring, een rustdag en een vreugdevolle dag voor de verkregen vergeving.
Desondanks, de wetgeving om zich te onderwerpen aan pijn, is een voortdurende bepaling, “een eeuwig statuut”. Ofschoon G’D variatie van handelingen van pijniging had kunnen eisen, verlangt Hij dit alleen “één maal per jaar” (Leviticus. 16:34).

GOED JOM TOV

ROSH HASHANA 5769

Het veelbetekenende ritueel geassocieerd met Rosh HaShana is het blazen van de Shofar (ramshoorn). Zeer precieze details zijn gegeven hoe een shofar moet worden gemaakt, hoe het geblazen moet worden en zelfs hoe het vast moet worden gehouden met één hand. Als dit alles een metafoor zou zijn, zouden de details overbodig zijn. Echter, het ritueel van het blazen van de Shofar, wanneer het op de juiste wijze wordt uitgevoerd, verenigt al de benodigde elementen voor het creëren van een manipuleerbaar subtiel kosmisch energieveld. Zo hebben we de synthese van tijd, ruimte, actie en bewustzijn. Elk op elkaar inwerkend en elk invloed hebbend op elkaar. Het blazen van de Shofar op Rosh HaShana is in werkelijkheid een verwezenlijking van een natuurwetenschappelijk programma welke een gestage stroom van energie toestaat te functioneren binnen het universele apparaat. Als een buitenaards communiqué.

Menselijk bewustzijn is de vitale sleutel die alle andere energievelden in het universum kan beïnvloeden. De onaangesproken vermogens van het bewustzijn worden heden ten dage buitenzintuiglijke waarneming genoemd. Wij allen hebben deze bekwaamheid. Zij maken deel uit van het menselijke wezen. Zij opereren en functioneren autonoom, al dan niet bewust door ons waargenomen. Vandaar dat wij altijd door krachten van veraf beïnvloed kunnen worden, ver in tijd en ver in ruimte. Om ons te helpen dit te verwezenlijken, voeren we rituelen (mitzwot) uit. Deze hebben diepgaande archetypische betekenissen in het onderbewustzijn en hebben een verregaand effect op ons als we op hen inwerken (door onze uitvoering).

Thorageboden zijn expressies van wetenschappelijke universele principes. Wanneer we die gepast uitvoeren, creëren we invloeden en subtiele verschuivingen van kosmische energie die een groot effect op ons en op onze omgeving hebben. Wetend de betekenis van de periode van Rosh HaShana is één ding; wetend wat te doen op welk tijdstip is iets anders. Dit zou onmogelijk zijn geweest voor de mensheid om te ontdekken, als de Thora ons niet gegeven was.

Toen Adam op deze Aarde kwam en op die metaforische plaats van zijn oorsprong (Rosh HaShana) stond, was hij nog altijd verbonden met zijn bron, ontvangend de complete energie waarin deze bron voorziet. Nu, in de zelfde periode elk jaar, keren wij, de nakomelingen van Adam, terug naar de zelfde plaats waar Adam stond. Maar wat is precies onze persoonlijke verwantschap met die oorspronkelijke “plaats” van Adam? Zijn we volledig daar of slechts gedeeltelijk? Zijn we in direct totaal contact met de stroom van natuurlijke kosmische energie voort komend vanuit onze oorsprong of zijn we er enigszins synchroon mee.
Bedenk zeer goed, dat waar we staan niet een fysieke stelling is, maar meer in de betekenis van hoe ons denken en onze ziel zich verhoudt tot onze innerlijke menselijke potentie en oorsprong.

Onze verwantschap met het kosmische energieveld die vloeit van dat andere dimensionale niveau naar het onze, bepaalt voor ons bijna alles in het leven, inclusief de tijd van sterven. Sterker nog, de influx van die andere dimensie waarmee onze dimensie begon is het geheim van het leven. De oorspronkelijke influx die ejaculeerde in onze dimensie, toen en nu, is de energie die de Thora Nefesh noemt. Dit is pure ruwe “levenskracht” energie, de fundamentele kracht van de Schepping. Dit is de immanente aanwezigheid van G’D doordringend alles in het universum en in de Traditie van de Thora wordt het de Shechina genoemd.

Vandaar dat Rosh HaShana “dag van oordeel” is. Op deze dag, als we reizen door ruimte en tijd, keren we terug naar onze plaats van oorsprong. Het oorspronkelijke kosmische energievenster Nefesh stroomt daar neer in zijn oorspronkelijke overvloed. Hoe we ons verhouden tot moment dat bepaalt welke hoeveelheid we kunnen handhaven [van het oorspronkelijke kosmische energievenster Nefesh] voor dat jaar. Er is geen groter “oordeel”dan dit. Toch is het niet maar een metafoor om te zeggen dat de Hemel of G’D over ons oordeelt. Integendeel, het zijn wij die over ons zelf oordelen. Onze psychologische spirituele staat in relatie tot ons innerlijke Hogere Zelf (onze innerlijke Adam) bepaalt voor ons en schrijft voor hoe we beïnvloed zullen worden in het komende jaar.

Goed wetend de volle omvang van ons kwantum universum, vormde de Thora voor ons mitzwot die dienen als archetypen en die ons in staat stellen om onze ware menselijke essentie opnieuw te verbinden met onze “hogere”andere dimensionale oorsprong. Dit gebeurt op een zeer precieze en specifieke manier, zoals alle andere dingen in de wetten en wijzen van de natuur. Het blazen van de Shofar op Rosh HaShana is een uitstekend voorbeeld hiervan.

We blazen de Shofar om onze innerlijke beschouwing op te wekken en uiterlijk herstel van slechte karaktertrekken en ander immoreel of illegaal gedrag. Dit wordt niet gedaan op één of andere onnozele symbolische wijze. Er is in feite een wetenschappelijke dimensie aan de Shofar, zijn tonen en de verstandelijke beschouwingen projecterende hersengolven.

De Shofar is niet een muziekinstrument; het is een instrument van geluid. Geluid heeft, net zoals een elektromagnetisch veld, een diepgaand effect op zijn omgeving. Geluid kan doden, geluidsgolven kunnen helen. Geluidsgolven creëren en geluidsgolven vernietigen. Er wordt gezegd dat G’D sprekend het universum heeft gecreëerd en tot zijn heeft gebracht. Wat G’D sprak was een unieke combinatie van geluiden. Het is interessant dat moderne wetenschappers dat de kleinste deeltjes van subatomaire materie draden noemen. Deze trillingen vormen grotere deeltjes die uiteindelijk atomen vormen, moleculen en de rest van het universum van fysische materie.

Geluid is dus de fundament van ons universum. Alles komt er uit voort. Het is geen wonder dat de Shofar een geluid uitdrukt dat primordiaal is. De Shofar creëert een geluid dat spreekt tot de essentie van ons innerlijke zijn. Zijn geluid bevat een rijkdom aan informatie, onkenbaar en niet te ontcijferen voor rationeel bewustzijn.

De Thora schrijft voor dat de Shofar gemaakt moet worden van een hoorn van een kosher dier. De details van het maken van een shofar zijn nu niet relevant, belangrijker is waar de Shofar voor wordt gebruikt. We blazen de Shofar gedurende de Rosh HaShana gebeden. Het wordt verondersteld ons er op te wijzen te overwegen ons leven te beteren. Terwijl vele religieuze en morele leringen zijn onderwezen over Rosh HaShana en het blazen van de Shofar, zijn het alleen de Kabbalisten die leren ons hoe het blazen van de Shofar werkt om het menselijk bewustzijn te wijzigen en om het concept van de realiteit te doen veranderen.

In het kort, de taal van Kabbala stelt dat het sefirotische gezicht van Bina, genoemd Imma (Hemelse Moeder) de gene is die Boven de Shofar blaast. Zij wordt verondersteld de Shofar te blazen over het hoofd van “haar zoon”, het sefirotische gezicht van Tiferet geheten Zeir Anpin.
In de synagogen heden ten dage wordt de Shofar altijd vast gehouden met de opening gericht naar boven. Echter Kabbala leert dat de opening verondersteld wordt naar beneden te worden gericht, corresponderend met het Hemelse patroon.
De Shofar is het kanaal dat Bina (het verstand) verbindt met Tiferet (het hart). Niet alleen symboliseren we dit door de opening van de Shofar neerwaarts gericht vast te houden, richting naar het hart.

De specifieke concentratie die het verstand aanneemt tijdens het blazen van de Shofar wordt door de Kabbalisten kavanot genoemd.
Tot besluit, mijn doel met het schrijven van dit essay is om een klein beetje te laten zien wat we in Thora kringen noemen, “ta’amé mitwot” (de betekenis achter de mitzwot) . We moeten weten hoe de Thora ons leert de wetenschap van geluid (gebed) en het vermogen van het menselijke verstand (kavana) in te pluggen en zo een kosmisch veld in werking te stellen en hoe het doen van mitzwot uiteindelijk verschil te weeg kan brengen en in gang kan zetten in ons kort onbewust leven in deze wereld.

Wanneer de Shofar op Rosh Hashana wordt geblazen maak dan je verstand vrij van afleidingen en luister aandachtig naar je hart. Je zou mogelijk zeer goed de “stem” van Bina/Imma kunnen horen die in je spreekt. Wat “Zij”zal zeggen, zal jij alleen weten.

GOED JOM TOV EN EEN KESIVA VECHASIMA TOVA EN SHANA TOVA U’METUKA

JUDA GROENTEMAN

DE AVODAH VAN DE MAAND ELLOEL

De maand Elloel is de maand van barmhartigheid, waarin de dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid uitstralen. Dit is de maand van medelijden, waarin de poorten van G’ddelijkheid geopend zijn voor al diegene die verlangen om dichterbij heiligheid te komen en G D te dienen door inkeer, gebed en Thorastudie.

Dit is de laatste maand van het jaar dat eindigt, die het heden passeert naar het verleden.

Het is de maand van spiritueel zelfonderzoek en inventarisatie, waarop iemand zich bezint hoe hij het afgelopen jaar heeft doorleefd en volledig teshoewa doet over wat onwenselijk was en zich voorneemt om uiterst nauwgezet en waakzaam te zijn met het in acht nemen van de mitswot, eerlijke en zorgvuldige studie van Thora en tefilla en zich eigen maakt aan positieve karaktereigenschappen.

Dit is de maand van voorbereiding op het nieuwe jaar.

Elloel is de zesde maand gerekend van af de maand Niesan, welke wordt aangegeven in de Thora als de eerste maand van het joods nationaal jaar. In het algemene kalenderjaar van de joodse traditie echter, is Tishri de eerste van alle maanden, vandaar dat Elloel de laatste maand is.

De naam Elloel werd aangenomen, zoals alle anderen, bij de repatrianten van de eerste Babylonische verbanning, zoals onze wijzen hebben verklaard: “de namen van de maanden kwamen van Babylon”. Omdat Elloel de laatste maand van het jaar is en direct voorafgaat aan Rosh Hashana (de dag van het gerecht voor alle wereldbewoners), is het daarom de maand van teshoewa en het reciteren van Seligot, de traditionele gebeden voor vergeving.

Vanaf de Sinaï waren er dagen van verzoening tussen G D en Israël. Toen de Israëlieten de zonde van het gouden kalf pleegde, besteeg Mosje de berg en smeekte voor Goddelijke barmhartigheid en vergiffenis, G D was verzoenend naar hem en zei:” Hou uit twee Tafelen van steen, zoals de eersten “.

Mosje besteeg de berg op Rosh Chodesh Elloel en verbleef daar veertig dagen tot de tiende Tishri. Op de tiende Tishri bracht hij het tweede paar stenen tafelen naar beneden, welke G D had gegeven aan Israël als een teken van hernieuwde Goddelijke begunstiging en genegenheid.

Deze veertig dagen werden van toen af vast gelegd voor alle generaties, als dagen van teshoewa en vergiffenis. Hoewel teshoewa altijd wordt geaccepteerd, zijn deze specifieke dagen uitermate geschikt voor teshoewa en vergiffenis, want zij kenmerken een blijvende terugkeer van Goddelijke meegaandheid.

De periode kenmerkt zich door het reciteren van talrijke SELICHOT ( gebeden om vergeving ). In sommige plaatsen is het gebruikelijk om Selichot te reciteren gedurende de laatste uren van de nacht van de gehele maand Elloel, met uitzondering van Rosh Chodesh en Shabbat en sommigen beginnen vanaf de vijftiende Elloel. De Ashkanasize rite echter is om Selichot te beginnen te reciteren met de eerste dag van de week in welke Rosh Hashana valt , mits dat er vier dagen resten voor Rosh Hashana . Daarom, als Rosh Hashana valt op de tweede dag of derde dag van de week, begint de recitatie van Selichot op de eerste dag van de voorgaande week.

Beginnend met de tweede dag Rosh Chodesh Elloel tot erev Rosh Hashana worden dagelijks vier sjofartonen ( ramshoorn ) geblazen na shacharit (ochtendgebed): Tekie a, Sjewariem, Teroe a, Tekie a. Deze tonen van de sjofar zijn niet voorgeschreven door de Thora , maar vinden hun oorsprong in de joodse minhagiem (gewoonterecht).

Toen Mosje op Rosh Chodesh Elloel de berg Sinaï besteeg om voor de tweede keer de stenen tafelen te ontvangen, was het kamp vol van sjofarklanken , om duidelijk te maken aan allen Israëlieten, dat Mosje zich omhoog had begeven; zodat zij zich niet opnieuw zouden bezondigen aan afgoderij. Daarom had Israël het gebruik aangenomen om de sjofar te blazen op Rosh Chodesh Elloel en om de herhaalde oproep aan Mosje om de berg te bestijgen; Israël’s teshoewa na de zonde van het gouden kalf ; de vergiffenis die hun was verleend, en het geven van de tweede stel stenen tafelen.

De intentie om deze gebeurtenissen te herinneren is, om ons te sturen naar bekentenis van teshoewa. De sjofar word alleen geblazen na het ochtendgebed, omdat Mosje’s bestijging van de berg plaats vond vroeg in de ochtend.

De aard van de sjofarklank is, het opwekken van schroom in het hart, zoals is geschreven: “Als de sjofar wordt geblazen in de stad, zullen de mensen dan niet huiveren??” (Amos 3).

Het geluid van de sjofar proclameert : ” worden jullie wakker die slapen en worden jullie die ingedommeld zijn gewekt, gaat nauwkeurig jullie daden na en keer terug naar de goede weg ” ( RamBam, Maimonides).

Op erev Rosh Hashana wordt geen sjofar geblazen , met de bedoeling een scheiding aan te brengen tussen het sjofar blazen in Elloel, welke zijn oorsprong heeft in het gewoonterecht en het sjofar blazen op Rosh Hashana welke is opgelegd en voorgeschreven door de Thora.

SELICHOT

De essentie van de Selichotgebeden is , het reciteren van de ” dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid ” welke zijn weergegeven in het vers:
EEUWIGE, EEUWIGE, een almachtige G’D, barmhartig, en genadig, lankmoedig, vol van liefde, en waarheid, die liefde blijft betonen aan duizenden geslachten, die misdaad, schuld, en zonden vergeeft, maar niet geheel en al ongestraft laat en die de misdaad der ouders bij die van de kinderen gedenkt tot in het derde en vierde geslacht. ( sjemot 34 6-7 )

Evenzo wordt Widdoej ( zondebelijdenis ) gezegd tijdens selichot, omdat het eveneens een essentieel onderdeel is van de gebeden van vergiffenis.

En de Rabbijnen citeren Rabbi Jochanan die zegt: ” als het vers niet geschreven zou zijn, was het onmogelijk om het te zeggen. We leren van G D s woorden aan Mosje dat G D zich zelf als het ware omhulde met een taliet zoals een shliach tsiboer ( voorganger ) en hem leert de orde van het gebed van de dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid en G D zij tot hem: “Telkens als Israël zondigt, laten zij houden aan deze orde van gebed en IK zal hun vergeven”.

De dertien eigenschappen van Goddelijke barmhartigheid zijn als volgt:

1) Eeuwige: IK ben het die medelijdend is voordat de mens zondigt, hoewel IK weet dat hij uiteindelijk zal zondigen.

2) Eeuwige: En IK ben het die medelijdend is nadat de mens zondigt en spijt betuigt.

3) G’D: ook dit is een eigenschap van barmhartig zoals is gezegd : ” Mijn G D waarom heeft u mij verloochend? ” iemand kan niet zeggen tot de eigenschap van strenge gerechtigheid: “Waarom heeft u mij verloochend?”.

4) Die barmhartig is: HIJ is met barmhartigheid met de armen ; m.a.w. als je de armen en zwakken minacht, minacht je mij ook.

5) En Genadig: HIJ is genadig naar de rijken.

6) Lankmoedig: HIJ is geduldig en niet snel met het vorderen van vergelding, in de hoop dat de schuldige teshoewa doet.

7) Vol van liefde: Hij handelt met liefdevolle goedheid naar diegene die gebrek hebben aan verdienste.

8) En waarheid: Hij eert en beloont die zijn wil vervullen.

9) Die liefde blijft betonen tot in het duizendste geslacht: HIJ beschermd de liefdevolle goedheid welke een persoon doet voor HEM tot in het duizendste geslacht, zelf tot het tweeduizendste.

10) Die misdaad: verdraagzaamheid ten aanzien van overtredingen welke mensen begaan opzettelijk.

11) Schuld: HIJ draagt de ongerechtigheid die een persoon begaat in een opwelling van opstandigheid.

12) En zonden vergeeft: HIJ draagt zonden die niet moedwillig zijn begaan.

13) Maar niet geheel en al ongestraft laat: HIJ zal degenen zuiveren die teshoewa doen, maar niet degenen die verzuimen om teshoewa te doen.

De dertien Goddelijke eigenschappen worden alleen gezegd in een Minjan, een gemeenschap van tenminste tien mannen.

DEFINITIE VAN HET CONCEPT TESHOEWA

Teshoewa wordt doorgaans vertaald met berouw. Dat is geen teshoewa, omdat berouw in het Hebreeuws charata is. Niet alleen zijn deze twee termen niet synoniem, ze zijn elkaars tegengestelde. Charata houdt in: wroeging of een schuldgevoel over het verleden en de intentie om zich in de toekomst anders te gaan gedragen. De persoon wenst of beslist een herboren of een nieuw mens te zijn.

Teshoewa betekent terugkeren naar het oude, naar de natuurlijke origine van iemand. Grondprincipe van het concept teshoewa is: het feit dat elk mens in essentie goed is. Begeertes, verlangens en verleidingen kunnen hem tijdelijk afbuigen van zijn eigen wezen. Maar zijn essentie blijft waarheidsgetrouw. Het slechte wat hij doet is niet een deel van hem of doet niet af aan zijn zuivere natuur. Teshoewa is terugkeren naar jezelf, terwijl berouw inhoudt het verleden verdringen en opnieuw starten.

Teshoewa betekent teruggaan naar je Goddelijke oorsprong, je innerlijke oorsprong die Goddelijk is en te beseffen je ware ik. Bijvoorbeeld een tsaddik, een totaal rechtvaardig mens, die geen strijd meer in zichzelf hoeft te voeren, die een en al goed is, die alleen maar in dienst staat van G.d en medemens, zo’n mens heeft geen reden tot berouw. En een zondaar die niet in staat is om berouw te hebben, maar beiden kunnen teshoewa doen. De zondaar om terug te keren en de tsaddik om meer goed te doen. De rechtvaardige, ofschoon hij geen zonden doet, streeft constant naar zijn innerlijk, naar G.d. En de zondaar, hoe ver dan ook verwijderd van G.d, kan altijd terug keren, omdat teshoewa is niet iets nieuws creëren, alleen opnieuw ontdekken het goede dat altijd al aanwezig was in jezelf.

DE MAAND MENACHEM AW EN SHABBAT CHAZON

De Shabbat van het visioen van Jeshajahoe (Jesaja 1, 1-27)

SEFER DEVARIM

het boek Deuteronomium

Het boek Devarim ,ook wel genoemd “Mishné Thora”,ofwel, herhaling of overzicht van de Thora , bevat desondanks toch meer dan zeventig nieuwe mitswot (opdrachten).

Moshé richtte zijn woorden ( devarim ) tot de generatie die Eretz Yisrael zou binnen gaan. Hij herhaalde daarom ook nadrukkelijk de geboden ten aanzien van “Awoda Zara” ( afgodendienst ), om de joden er voor te waarschuwen zich niet in te laten met de praktijken van de heidense volkeren in Eretz Kana’n, maar loyaal te blijven aan de Thora.

Sefer Devariem kondigt daarom ook de eventuele straffen aan bij verloochening van de Thora, waarvan verspreiding wereldwijd, van het joodse volk, er één is. Het sluit af met de bevestiging van de uiteindelijke verlossing (30:3), de voltooiing van de schepping, een historische cyclus die was begonnen met de schepping.

PARASHAT DEVARIEM

Woorden (Deuteronomium 1:1 – 3:22)

De Parasha van Devariem wordt altijd gelezen op de Shabbat vóór de 9de Aw, de datum waarop beide Tempels werden verwoest. Deze tragedies vinden hun reflectie in de keuze van de Haftara (profetenlezing na het lezen van de Thora op Shabbat, Feestdagen en Vastendagen) van afgelopen weken en de komende weken. Die van voor de 9de Aw benadrukken profetieën van berisping voor de zonden die de spirituele oorzaak waren van de verwoesting; de Haftarot na 9de Aw behielden in zich de boodschap van troost en bemoediging. De Haftara van deze week de fameuze “Visioen van Jesaja” (1, 1-27) geeft zijn naam aan de dag, Shabbat Chazon, de “Shabbat van het Visioen”. Traditioneel wordt dit gezien als een zeer krachtige aanklacht tegen een rebels volk. Maar vanuit de Chassidische traditie gezien schuilt zelfs in een vervloeking ook een G’ddelijke zegen. Rabbie Levi Jitschak van Berditchev, een van de eerste Chassidische leraren, zag het als een toekomst visioen van de Derde Tempel in de Messiaanse Tijd. Deze uiteenzetting onderzoekt de relatie tussen deze gedachten en de inhoud van de Parasha van Devariem.

DE SHABBAT VAN HET VISIOEN

Er is een uitspraak van Rabbi Levi Jitschak van Bertditchev dat deze Shabbat, Shabbat Chazon (als de fameuze Haftora van het vizioen ( chazon ) van Jasaja gelezen wordt) een dag is waarop een visioen aan ons wordt getoond van de toekomstige Derde Tempel, zelfs al zien we het alleen van een grote afstand. ( de woordenkeus visioen “chazon” geeft een visioen aan vanuit een afstand ) Dit stelt ons in staat de relatie te begrijpen tussen het “visioen” van de Haftara en de lezing van Devariem, welke altijd samen gelezen wordt op de Shabbat vóór de 9de Aw.

Want met Devariem begint de “Tweede Thora” Mozes herhaling van de Thora. Het boek Deveriem verschilt ten opzichte met de vier andere boeken van de Choemash, (de vijf boeken van de Thora) doordat het zich in zijn geheel richt op de generatie die op het punt staat het Heilige Land binnen te trekken. Zij benodigden raad en waarschuwing op een wijze die de vorige generatie niet benodigde.

Want het volk dat de wildernis doorkruist had bezat een directe kennis van het G’ddelijke, het had G’D gezien op de Sinaï.

Maar de volgende generatie was al betrokken met hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de fysieke wereld, zij waren het directe kwijt, zij hoorden G’D maar zagen Hem niet. Zij werden met de woorden toegesproken (Devariem 4,1) ” Nu dan Israël, luister…”

Het verschil tussen horen en zien is: iemand die met eigen ogen getuige is van een gebeurtenis is onwrikbaar in zijn verklaring hierover, hij heeft het met zijn eigen ogen gezien. Maar degene die hoorde over de gebeurtenis kan mogelijk enige twijfel hebben. Horen verleent geen zekerheid.

Daarom werd de generatie die het Land Israël zou binnentrekken, die G’D had gehoord maar niet had gezien, geïnstrueerd over zelfopoffering en dergelijke, een waarschuwing die compleet overbodig zou zijn voor de generatie van de wildernis.

Kortom, de latere generatie miste de spirituele directheid van hun ouders. Maar, desalniettemin, waren zij in een bepaalde staat die onbereikbaar voor hun vaders zou zijn, die was gezegd: “Jullie hebben tot nog toe niet de rust en het erfgoed bereikt die de Eeuwige, onze G’D je geeft.” (Devariem 12. 9)

Shilo en Jeruzalem was alleen haalbaar door de latere generatie.

Want alleen door betrokkenheid met materiele zaken, de omvorming van G’D’s wil tot praktische handelingen, zou de volbrenging zijn van de “de rust en het erfgoed”. (Babylonische Talmoed Megilla, 10a. Zevachiem, 119a. Jeruzalem Talmoed Magilla 1. Zohar, deel II, 241a, 242a.)

Devariem, vertelt ons over de paradox, dat ware betrokkenheid met het aardse, ware verheffing teweeg brengt; het hoogst bereikbare van de geest is haalbaar in aardse zaken, niet in hemelse sferen.

En dat is evenzo de boodschap van het “visioen” alhoewel deze Haftara gelezen wordt in de “Negen Dagen” van rouw om het verlies van de Tempels, is het niettemin dat door de resulterende verbanning ware verlossing zal komen, het visioen welke ons een vluchtige kijk geeft ( volgens de woorden van de Berditchever ) op de toekomstige hoop.

DROEFHEID EN VREUGDE

Het rouwgevoel, dat ons bewustzijn domineert tijdens de Negen Dagen wanneer wij ons de verwoesting van de Tempels herinneren, wordt gebroken door de Shabbat, de dag waarop vreugde prevaleert.

Inderdaad, op de Shabbat vóór de 9de Aw worden we gelast om meer vreugdevoller te zijn dan gewoonlijk om mogelijke melancholie van de omliggende periode niet te laten binnendringen in de Shabbat sfeer.

Maar het gelasten heeft een diepere betekenis. Shabbat is een weerspiegeling van de Komende Wereld; de toekomstige verlossing zal zo volkomen zijn dat zij alle sporen van de verbanning heeft uitgewist.

Daarom is op deze dag geen plaats voor evocatieve gevoelens van verbanning. We gaan verder dan alleen maar het elimineren van droefheid, we verhogen onze vreugde. Want de toekomstige verlossing zal spiritueel intenser zijn dan alle anderen tevoren.

SHABBAT SHALOM

SHAWOEOT

Geschriften van de Ari, Sha’ar HaPesoekiem

Op Shawoeot zijn echtelijke relaties zowel bij dag als bij nacht verboden, stelt Rabbi Shimon bar Jochai in de Zohar (I:9a): we moet de hele nacht van Shawoeot opblijven om Thora te leren. Omdat wij in de nacht van Shawoeot ornamenten prepareren voor de Bruid.

De Thora werd gegeven in de vroege ochtend, terwijl het Volk van Israël nog sliep. G’D moest ons wakker maker om de Thora te geven en dit wordt gezien als teken van oneerbiedigheid voor de G’ddelijke gift van de Thora. Om deze fout te rectificeren, is het een gewoonte om de hele nacht van Shawoeot op te blijven en Thora te leren in afwachting van de zich jaarlijks herhalende revelatie die zich voordoet in de vroege morgen.

Een meer esoterische reden voor deze gewoonte is de volgende; we moeten de “ornamenten” voorbereiden voor de bruid. Het geven van de Thora is een huwelijk tussen G’D (de Bruidegom) en het Joodse Volk (de bruid); de vloeiing van G’ddelijke Thora inzichten en wijsheid van G’D aan ons is analoog aan de vloeiing van vitaal zaad van de bruidegom aan de bruid in de huwelijksnacht.

In de Zohar (III:79a en I:48b) wordt aangegeven dat G’D Eva voorbereidde op haar huwelijk met Adam door haar te verfraaien met 24 ornamenten; ter verduidelijking, de numerieke waarde van het woord “ en Hij bracht haar [In Hebreeuws, ‘vayevi’eha’] naar Adam” (Genesis. 2:22) is 24. De oerslang bezoedelde haar met 24 typen van venijn; dit wordt geïllustreerd door het woord “en Ik zal onmin plaatsen tussen jou en haar” (Genesis. 3:15), de letters in G’D’s vloek van de slang zijn de zelfde letters als voor het woord “en Hij bracht haar”, zijn numerieke waarde is uiteraard ook 24.

Toen wij de Thora ontvingen aan de Berg Sinaï, werden we gezuiverd van de bezoedeling van de slang en de 24 ornamenten werden aan ons teruggeven, de nieuwe Eva. De 24 ornamenten worden gedetailleerd opgesomd in Jesaja 3:18-24.

Deze 24 ornamenten manifesteren zich als de 24 boeken van de Bijbel (de 5 boeken van Mozes, de 7 boeken van de Profeten, en de 9 boeken van de Geschriften). (Midrash Tachoema en Rashi)

Het is daarom de gewoonte om de nacht door te brengen met het lezen van selecties van deze boeken (hoofdzakelijk het begin en het eind van elke parasha van de Thora en het boek van de Profeten en de Geschriften) en ook gedeelten van de Mondelinge Thora. Dit wordt de tikoen, “rectificatie” genoemd of “restoratie” van de 24 ornamenten van de bruid.

De “Bruid”is het vrouwelijk principe, de Shechina, die de collectieve ziel van het Joodse Volk is. De “bruid” die wij verfraaien door het leren van Thora in de Shawoeot nacht is dus in wezen ons individuele zelf als ook de collectieve gemeenschap van Israël.

Aangezien we bezig zijn met de werking van de hemelse verbinding in de nacht van Shawoeot, zijn echtelijke relaties, gezien als wereldse verbinding, ons in die niet nacht toegestaan.

CHAG SAMEACH

De veelbetekenende dagen van de Omer

Volgens de stellingen van Kabbala ontberen de dagen van de Omer het complete Licht van HaShem dat voor het eerst voortscheen in Egypte op de Pesach nacht en opnieuw op de Sinai 50 dagen later op Shavoeot. [het ontvangen van de Thora op de Berg Sinaï]

Gedurende dit interludium, zijn de hemelse sefirotische Lichten in een staat van “herbouw”. Dag in Dag uit, niveau voor niveau worden de G’ddelijke Lichten, gereveleerd op Pesach, “opnieuw geladen”.

Deze procedure continueert tot Shavoeot wanneer alle Lichten zijn herbouwd en opnieuw zijn geladen, dus in staat om de Thora te reveleren. Echter in de tussentijd zijn deze intermediaire dagen, dagen van onvoltooiing en gebrek aan Licht.

Daarom, institutionaliseerden de Geleerden, zich bewust van deze spirituele waarheid, dat tijdens de dagen van de Omer men zich gedraagt in een staat van rouw en spirituele oplettendheid, Zoals iemand die in rouw is, knippen wij gedurende die tijd ons haar niet, geen nieuwe kleren en houden geen feestelijke bijeenkomsten zoals bruiloften.

Volgens de Kabbalisten duren deze bepalingen de gehele periode van de Omer, tot aan de dag voor Shavoeot. Maar niet iedereen is zo voorzichtig als de Kabbalisten. Traditioneel religieuze Ashkenazische Joden nemen deze restricties alleen in acht tot de 33e dag van de Omer, Sefardiem één dag meer.

Zelfs vandaag, zoals in de tijd van Rabba Akiva, hebben we verschillende niveaus van studenten. De Kabbalisten van vandaag kunnen vergeleken worden met het hoogste level van studenten van Rabbi Akiva, terwijl de overige studenten vergeleken kunnen worden met de eenvoudigen die nog niet de hogere verheven status bereikt hebben.

De Kabbalisten van vandaag zijn in feite de moderne studenten van Rabbi Akiva, redacteur van Sefer Yetzira of Rabbi Shimon Bar Jochai (Rabbi Akiva’s erfgenaam), auteur van de Zohar. Van Kabbalisten van vandaag, net zoals van de studenten van de grote Leraren vóór hen, wordt verlangd dat zij leven op het hogere niveau, boven en hoger dan de gewone studenten om hen heen. Zij moeten hiervoor gerespecteerd en bewonderd worden.

De Omer is een tijd voor ons om uiterst zorgvuldig te zijn. De Omer is een tijd waarin we spiritueel kwetsbaar zijn in het ontvangen van vergoeding van negatiefgedrag. De Omer is een tijd van een spirituele “Wet van Murphy”, de wet van behoud van ellende, die stelt dat als iets fout kan gaan, het fout zál gaan en wel in de ergst denkbare mate.

We kunnen niet de veelbetekende invloed die de Omer over ons brengt veranderen. Doch, wij kunnen ons concentreren op wat eventueel fout kan gaan, door het juiste te doen.

Tijdens deze 49 dagen van de Omer wanneer de krachten van strengheid heersen over het Joodse Volk, signaleren de Kabbalisten dat er algemene hemelse eenheid van de Sefirotische krachten is.

Daarom onthouden zij zich van de poging om zo’n eenwording uit te voeren in hun gebeden. Gedurende de tijd van de Omer voeren de Kabbalisten geen meditatie uit in het gebed, met uitzondering van de Omer telling zelf.

Tijdens de telling van de Omer, participeert de Kabbalist in de herbouw van de sefirotische structuur, sefira voor sefira, week voor week, tot alles is gecompleteerd op de 50e dag, de nacht van Shavoeot.

Elke afzonderlijke week van de zeven weken, herstelt één van de sefirot. Elke dag van de week herstelt één van de zeven aspecten binnen elk van de zeven sefirot. Dus tijdens de eerste week is de sefira van Chesed herbouwd. Op dag één is, de Chesed van Chesed herbouwd, op dag twee, is de Gevoera van Chesed herbouwd, op dag drie is de Tiferet van Chesed herbouwd enz.

In week twee is de sefira van Gevoera herbouwd op de zelfde wijze. Op dag één van de tweede week is Chesed van Gevoera herbouwd, op dag twee van de tweede week is de Gevoera van Gevoera herbouwd enz.

Op de 49e dag van de Omer is uiteindelijk Malchoed van Malchoed herbouwd.

Op de 50e dag, de kroon van Keter, wordt chochma en Bina toegevoegd aan de herbouwde lagere zeven binnen de zeven, dus completerend het geheel, wat met zich mee brengt de revelatie van de Thora.

Deze cyclus herhaalt zich elk jaar. Het is niet alleen een gebeurtenis in de tijd, het is evenzo een gebeurtenis in het denken. Het is een psychologisch proces van innerlijke groei en spirituele ontwikkeling dat we voorbestemd zijn te volgen. Net zoals we de spirituele Lichten in de hemelse wereld bouwen, zo bouwen we ook de innerlijke “Lichten” van expanderend bewustzijn in ons. Wat voor grotere expansie van bewustzijn kan er zijn dan het ontvangen van de Thora.

Niettegenstaande dat de Thora komt in de tijd dat die komt, moeten wij eerst het onontbeerlijke vat bouwen om het op een gepaste wijze te kunnen ontvangen. Niet voor niets noemt de Talmoed de studenten van Thora, bouwers, want zij bouwen de hemelse wereld van de sefirot en leren ons hoe we de innerlijke wereld van spirituele ontwikkeling, mentaal vermogen, emotionele veiligheid en fysieke zekerheid kunnen bouwen.

De Omer is een tijd om voorzichtig te zijn. Het is niet een tijd bang te zijn. Als we onze harten richten op de Hemel en onze ogen op het bouwen van de sefirot elk van de 49 dagen, zullen we gezegend worden door HaShem en beschermd zijn voor al het schadelijke.

De opdracht van het bouwen van de sefirot tijdens de Omer kan worden gevonden in meeste Orthodoxe Siddoers (gebedenboeken). Ongeacht wat iemand al dan niet begrijpt, zal men aandacht schenken aan wat elke dag van de telling betekent. Het kleine beetje licht dat iemand in zichzelf toelaat op die dag, zou genoeg kunnen zijn om iemand te bewaren voor de veelzeggende kracht van de Omer die latent over ons aanwezig is gedurende deze tijd.

Moge HaShem Zijn volk Israël en de gehele mensheid beschermen en ons een veilige telling en voltooiing van de Hemelse Lichten brengen.

Juda Groenteman

DE KABBALISTISCHE PSYCHOLOGIE VAN PESACH

HOE DE MITZWOT DIENEN ALS ARCHETYPES VAN HET COLLECTIEVE BEWUSTZIJN

Elk jaar, met Pesach, opent zich een unieke vortex in het tijd/ruimte continuüm, die een bijzondere wijze van G’ddelijke lichtstraling mogelijk maakt om in deze wereld binnen te komen. Deze kosmische ingang is maar voor een zeer korte tijd geopend, slechts enkele uren tijdens de nacht van Pesach.

De Hagada brengt naar voren dat “iemand die zichzelf niet ziet alsof hij Egypte verlaat, niet zijn plicht heeft vervuld in het vertellen van het verhaal.”

De exodus is niet alleen een historische gebeurtenis. Het is een ononderbroken voortdurende gebeurtenis, die elk jaar, op de seideravond een dramatische impuls ontvangt. Het klassieke Sefer Yetzirah, de Gids met de meeste autoriteit om de structuur van het universum te begrijpen, verklaart dat er drie algemene sferen kunnen worden benoemd, Olam, Shana en Nefesh. Olam (wereld) verwijst naar de dimensie van ruimte. Shana (jaar) verwijst naar de dimensie van tijd. Deze twee vormen de heden bekende tijd/ruimte continuüm waarin we leven. Maar er is een derde element, de ene waarvan de meeste mensen geen idee hebben hoe het is verbonden de met twee anderen. Het derde element, Nefesh (ziel) is het gebied van de geest, met andere woorden, het denken.

Denken, met andere woorden, het denkvermogen, is de dimensie welke heerst over het tijd/ruimte continuüm, Olam, Shana. Dus is het door Nefesh, het vermogen van het menselijke brein dat wij in staat zijn om ons te verheffen en te bevrijden van de gelimiteerde materiële omheining. Egypte, in het Hebreeuws, Mitsrajiem, betekent begrenzing beperking.

Door het vermogen van zuiver denken, kunnen wij opnieuw ervaren wat het betekent om vrije zielen te zijn, zielen die niet zijn onderworpen aan de limitaties van een gedachte gevangen door de zintuiglijke waarneming.

De rituelen van de Pesach Seider stelt het ware denken in staat om te worden vrijgelaten, om de vervoering van spirituele vrijheid te ervaren. Om dit te kunnen laten plaatsvinden, moet de de Seider op gepaste wijze in acht worden genomen, met andere woorden, in al zijn Halachische details. Meer dan gewoonlijk moet men de archetypen van de Seider activeren door hen uit te voeren met Kavanot en meditatie. Deze mentale functie van het brein stelt de Seider en de Hagadah in staat om te worden getransformeerd tot een platvorm voor spiritueel psychische verheffing in onbekende gebieden van de ziel.

Wanneer een maal de Seider op de juiste wijze is vervolledigd, met de gepaste Kavanot, is iemands ziel gereed om hoger op te stijgen in deze Lil Shimoeriem [bewaakte en beschermde nacht].

De boodschap is duidelijk: wordt wakker slapende zielen, grijp je vrijheid die je zielsbewustzijn onthouden wordt, de ziel die in deze wereld in slavernij wordt gehouden en zo je ware spirituele natuur verbant. Sta op en proclameer vrijheid, vrijheid van onwetendheid, van spirituele infantiliteit, vrijheid van de verstikkende greep van beperkingen van onze zintuiglijke vermogens, vrijheid om te zijn wat we werkelijk zijn: veelzijdig van niveau en meta – dimensionale wezens van geest en lichaam.

Or met een alef en or met een ayin.

PESACH SAMEACH

POERIM

PERZISCHE NAMEN

Waar wordt Esther aangehaald in de Thora? “Ik [G’D] zal Mijn gezicht verbergen [in het Hebreeuws, ‘astir‘,]” betrekking hebbend op de naam ‘Esther.” (Deuteronomium. 31:18)

Waar wordt Mordechai aangehaald in de Thora? Als wordt vermeld, ‘….Puur mirre'(Exodus. 30:23), wat wordt vertaald [ook in het Aramees] met ‘mara dachhia’ [de medeklinkers welke samen ‘Mordechai’ spellen]. (Sefer HaKana,Sod Sheloach HaKan“)

“Esther” en “Mordechai” zijn Perzische namen, weerspiegelend de tijd waarin zij leefden. Zij waren beiden zonder moeder en vader, afstammend van Koning Saul en alleen in de Perzische verbanning. Hij was haar neef, het hoofd van het Sanhedrin, de Thoraleider van de generatie, die de verantwoording nam om haar groot te brengen vanaf haar jeugd; Hij bleef haar adviseren zelfs nadat zij was gekroond tot koningin van Perzië.

De Midrash zegt dat de Joden hun eerste verlossing van Egypte verdienden, ondanks het feit dat zij zich niet hielden aan de opdrachten van de Thora en in bepaalde mate afgoderij praktiseerden net als de Egyptenaren, door hun kenmerkende namen, wijze van kleding, en taal.

Waarom zijn dan onze Poerim helden uitdrukkelijk bekend onder hun Perzische namen? Esther ’s Hebreeuwse naam, “Hadassa”, wordt in de Megilla maar een keer genoemd en die van Mordechai geheel niet. De klassieke commentator, de Maharsha vraag zich af, hoe het dan mogelijk is dat zij redding verdienden, vooral in een periode van G’ddelijke verhulling, buiten het Land Israël en in een tijdsperiode dat de Heilige Tempel, de zetel van de G’ddelijke Aanwezigheid in deze Wereld, zelfs niet meer stond?

Om die reden vond Sefer HaKana bronnen voor deze namen in de Thora om de integrale heiligheid van de namen aan te tonen, evenzeer om wat zij ons te zeggen hebben over de hoofdkenmerken van elk persoon afzonderlijk. Esther karakteristiek was haar geslotenheid, evenzo als de verborgen hand die de gebeurtenissen in haar leven stuurde, zoals beschreven in het vers in het Boek Deuteronomium welke duidt op haar naam, indicerend dat na de verwoesting van de Eerste Tempel, G’D Zijn betrokkenheid met de existentie zal verbergen en de inwerking met de wereld op een verborgen wijze zal laten plaatsvinden. Mordechai ’s karakteristiek was zijn aard van rechtschapenheid en leiderschap zoals aangegeven door “mara dachya“, wat de geur van muskus betekent, zoals Rashi verklaart: “De pure mirre wordt bedoeld in dit vers als ‘hoofd van alle kruiden’; de rechtvaardige Mannen van de Grote Vergadering worden vergeleken met aromatische kruiden, en hun leider in deze periode was Mordechai.”

De deugd van zwijgzaamheid

Eenmaal genesteld in het paleis, bleef Esther zwijgzaam over haar familiale afkomst, zoals haar bescheiden voorvader Saul in eerste instantie verzweeg te zijn gekroond als de eerste Joodse koning. Zij wordt door de Wijzen met de Morgenster (“ayelet hashachar” geheten, zie Psalm 22) vergeleken, welke langzaam stijgt in het donkerste van de nacht, voor het dagen van het eerste licht. Zo ook, manifesteerde zich het Poerim wonder langzaam en vondplaats in de diepte van de verbanning.

Echter, Esther was niet zwijgzaam in gebed:

“Mijn G’D, mijn G’D waarom heeft U mij verlaten? Mijn heer [ in staat tot zulke wonderen zoals] bij [de splijting] van de zee, mijn Heer op de Sinaï, waarom heeft U mij verlaten? Waarom heeft de orde van de wereld zicht ten aanzien van mij gewijzigd? De schikking van de moeders? Met betrekking tot onze moeder Sara, zij werd een nacht gevangen gehouden door Pharao en hij en zijn hele huisgezin werden getroffen door een plaag….Maar ik ben al deze jaren geplaatst in de boezem van deze slechte man, voor mij doet U geen wonderen? Mijn G’D, mijn G’D, waarom heeft U mij verlaten?” (Midrash Tehiliem Buber, 22:16)

Ofschoon Esther G’D absoluut niet kon zien, was Hij ongetwijfeld de hele tijd met haar, zoals specifiek wordt aangegeven in haar naam.

Een beroep doen op de koning:

Mordechai overtuigde haar dat het haar missie was om een appel op de koning te doen het kwade decreet ongedaan te maken en zij verzocht 3 dagen Mordechai te vasten:

“[Esther zei,] En vast voor mij voor drie dagen, de 13e, 14e, en de 15e dag van Nissan. ‘Mordechai zei tot haar, ‘Maar de derde dag is Pesach!’ Zij zei tot hem, ‘Heilige man van Israël, als er geen Israël is, waarom hebben we dan Pesach nodig? …En Mordechai ging en schafte [alleen voor dat jaar] de eerste dag van Pesach af en veranderde het in een vastedag.” (otzar Midrashiem Eisenstein,pagina 51)

Vervolgens kleedde Eshter zich met een roeach van profetie, als voorbereiding voor het benaderen van de koning. Echter, de enige doorgang die leidde naar de troonzaal werd gesierd, van begin tot het eind, met afgoden en daardoor voelde zij dat de Roeach HaKodesh haar zou verlaten. Zij schreeuwde toen uit: “Mijn G’D! Mijn G’D! Waarom hebt U mij verlaten?”

Toen zijn voor Koning Achashwerosh verscheen, richtte zij in werkelijkheid haar gebeden tot G’D “nachach hamelech” wat letterlijk “tegenover de koning” betekent, maar ook tegenover de [plaats van de] Heilige Tempel. (Zohar)

[De Tikoenei Zohar verklaart dat de term “Jom Hakippoer” de Dag van Verzoening, letterlijk “een dag zoals Poerim”betekent, en brengt de opvallende gelijkenissen naar voren tussen Esther’s nadering tot Achashwerosh en de dienst van de Hoge Priester in de Tempel op Jom Kippoer: het vasten van Koningin Esther, het aandoen van speciale kledingstukken, het binnengaan in de privévertrekken van de Koning met risico voor eigen leven om redding te brengen aan het Joodse Volk, in vergelijking met het vasten van de Hoge Priester, gekleed in witte gewaden, het binnengaan van het normaal verboden terrein van het innerlijke Heilige der Heilige van de Tempel met risico voor zijn eigen leven, om verzoening en vergiffenis te bewerkstelligen voor het Volk. (Tikoen 21)

Redding

Door de deugd van haar onbaatzuchtigheid en diepgaande toewijding aan G’D, vond zij gunst in de ogen van de Almachtige en werd redding voor haar zelf en voor het gehele Joodse Volk gegeven, zelfs in de donkerheid van verbanning en met geen ander verdienste voor het volk dan hun vasthoudendheid aan de Joodse Godsdienst. Het mirakel van Poerim was een natuurlijk bedekt mirakel, waarbij de betrokkenheid van G’D niet duidelijk was en dit schijnt ook de draad en het thema te zijn door Eshter ’s persoonlijk leven, zoals aangeduid wordt door haar werkelijke naam.

Koning Cyrus had de bouw van de Heilige tempel jaren voor het Poerim verhaal toegestaan. Maar het edict werd herroepen vanwege het klagen van de Samaritanen.

Volgens sommige bronnen, ofschoon Esther bevreesd was om een zoon te hebben van Achashwerosh en alles deed om dit te voorkomen, had zij door G’ddelijke voorzienigheid een zoon Darius genaamd, de koning die uiteindelijk de Joden zou toestaan om te beginnen met de bouw van de Tweede tempel in Jeruzalem na jaren later te zijn gekroond.

Een vreugdevol Poerim

IN EEN SCHRIKKELJAAR ZIJN ER TWEE ADARS

Twee Artikelen Over De Maand Adar

HET BEHOUDEN VAN HET KOSMISCHE EVENWICHT

Het zwangere jaar

Aan de seculiere Gregoriaanse kalender wordt elke vier jaar, in de maand februari, een extra dag toegevoegd, aangezien de zonomwenteling bijna 365 en een kwart dag in beslag neemt. Het Joodse systeem van het schrikkeljaar is veel drastischer, het moet, het is verplicht.

De Thora gebiedt ons om de weg van maansvernieuwing te volgen, met andere woorden, het houden van een maankalender (zie Exodus-Shemot, 12:2). Aangezien de maancyclus ongeveer 29.5 dag is, bevat een maanjaar van 12 maanden 354 dagen (de maanden duren afwisselend tussen 29 en 30 dagen, een maand kan geen 29.5 duren, dan zou een kalenderjaar 365 1/4 dagen zijn). Een van de consequenties van het houden van een maankalender zal zijn dat onze feestdagen (zoals de Islamitische feestdagen) elk jaar circa 11 dagen vroeger zouden plaatsvinden in vergelijking met de kringloop van de zon, zodat de feestdagen, elke drie jaar meer dan een zonnemaand eerder zouden vallen en elke negen jaren, een heel seizoen.

Nochtans is het in de Thora gedetailleerd aangegeven dat Pesach [Joodse paasfeest] altijd moet worden gevierd in het voorjaar (Deuteronomium. 16:1) en Soekot [Loofhuttenfeest] gedurende de herfst (ibid. 16:12).

Om de feestdagen in overeenstemming te houden met hun positie ten opzichte van de seizoenen, moet een aanpassing worden toegepast om de maankalender in harmonie te houden met de zonnecyclus, en inderdaad werd een buitengewone voorziening getroffen. In het 3e , 6e , 8e , 11e , 14e , 17e en 19e jaar, van elke cyclus van 19 jaar, wordt voor de maand waarin Pesach valt, een extra maand toegevoegd, en niet een dag. Zo’n een jaar wordt “shana m‘oeberret” genoemd, letterlijk “een zwanger jaar”.

Dit jaar, 5768 , is zo’n jaar, een zwanger jaar met een dertiende maand en ook met een bijkomende betekenis en potentiële ontwikkeling. Laten we kijken naar de interessante lessen die kunnen worden getrokken uit de “verzoening” van de zon en de maan en de praktische toepassingen ervan overwegen voor ons persoonlijk leven:

De maan en zoncyclus symboliseren twee spirituele grondprincipes, namelijk, vernieuwing en consequentheid.

De zon symboliseert stabiliteit in die zin dat de hoeveelheid licht die elke dag wordt uitgestraald constant is. De “zon kringloop” in ons leven is ons regelmatig patroon van naleving van onze grondbeginselen en doelstellingen, gebieden waar het belangrijk is om stabiel en consequent te zijn.

De maan symboliseert verandering in die zin dat de hoeveelheid licht die wordt gereflecteerd ononderbroken varieert. Als zodanig, is de “maan kringloop” in ons leven het streven naar verbetering, vooruitgang en groei, en nuttig voor iemands creativiteit.

Elk wijze van dienst doen, standvastig en veranderlijk, bezit een bepaald voordeel. Wanneer mitzwot worden uitgevoerd met standvastigheid over een periode van tijd, leidt de herhaling zelf naar een doen van dienst die deel gaat uitmaken van onze natuurlijke aard (zie Mishna Awot 4:2).

Iemands dienst aan G’D wordt een geheel als deze tegengestelde kringlopen gecomplementeerd worden, juist zoals de zon en de maan een gelijkwaardige rol spelen in het bepalen van de Joodse kalender en zijn feestdagen.

De Dertiende Maan

Laten we nu de maand zelf in aanmerking nemen. Het interessante is dat het de zelfde naam heeft als de twaalfde maand: Adar. Dus, in elk “zwanger” jaar hebben we een Adar I en een Adar II. Twee volle maanden die Adar impliceren. Hoe buitengewoon!

Adar, welke het feest van Poeriem bevat, is de officiële geluksmaand van het Joodse Volk. Dat is zelfs in de Joodse wet opgenomen, waar het wordt aanbevolen om een rechtsstrijd te plannen in de maand Adar. Het is evenzo de officiële vreugdemaand, zo als geschreven, “zodra de maand Adar begint, groeit de vreugde!”

Gedurende zestig dagen (6 Februari – 6 April) is het een mitzwa om extra vreugdevol te zijn. Moge al onze lezers deze mitzwa serieus nemen. Als je extra godsdienstig hierover wilt zijn, moet je in toenemende mate elke dag gelukkig zijn in vergelijking met elke vorige dag van Adar. Moge G’d ons allen helpen met dit te volbrengen door onze uiteindelijke vreugde te bespoedigen, de volledige verlossing van het Joodse Volk en de gehele Mensheid.

DE MAAND VAN MAZAL

Toen de aartsvijand van de Joden, Haman, het lot raadpleegde voor de geschikte tijd voor de aanvang van zijn persoonlijke oorlog tegen de Joden, was hij opgetogen over het feit dat de datum van het dodelijke decreet viel in de maand van Adar. De reden voor zijn blijheid was dat hij vond dat iedere andere maand van de Joodse kalender gunstige hulp bood aan het Joodse Volk, maar in Adar, zag hij dat Mozes op de zevende dag was overleden. Haman was er zó van overtuigd dat deze datum voor het Joodse Volk rampzalig zou zijn, dat hij Adar tot deadline maakte voor het decreet.

Echter, Haman wist niet, dat de 7e Adar ook de geboortedatum van Mozes was, wat het een zeer gunstige maand voor het Joodse Volk maakt, niet alleen tijdens de gebeurtenis van Poerim, maar ook vandaag. Hoe elimineert de vreugde van Mozes geboorte de tragedie dat de 7e ook de dag van zijn overlijden is en wat zijn de bijzondere eigenschappen van de maand Adar die het Joodse Volk een goede lotsbeschikking verlenen?

Adar valt onder de constellatie van de vis. Haman zag niets gelukkigs of speciaal voordelig in de constellatie van de vis. Hij dreigde het Joodse Volk te verzwelgen zoals een vis voedsel verzwelgt. Maar hij zag niet dat er een grotere vis was, en dat hij zelf verzwolgen zou worden. Juist zoals een grote vis een kleinere verzwelgt, zo is de tragedie van Mozes overlijden verzwolgen door zijn geboorte, want die vreugde is groter, dan de droefheid van de rouw.

Hoe kunnen wij dit weten? De Lubavitcher Rebbe merkt op dat de ziel van iemand krachtiger schijnt op zijn of haar geboortedag. Het aspect van de ziel die in iemand huist, is in feite een vonk van de eigenlijke bron van de ziel, de Neshama, welke boven blijft.
Deze Neshama die boven de aardse Neshama staat, wordt “mazal” genoemd. Iemands mazal is krachtiger op zijn geboortedag omdat de mazal, vitaliteit in de ziel laat vloeien en zodoende de ziel op die dag op één perfecte lijn brengt.
Alhoewel wij allen individuele geboortedagen hebben, is de geboortedag van Mozes als een collectieve geboortedag van het Joodse Volk.
Waarom is dat zo? Omdat de leider van het Joodse Volk gelijk staat aan het Joodse Volk als collectief (zie Rashi op Numeri. 21:21). Aangezien elke generatie een vonk van de ziel van Mozes heeft, is zijn geboortedag de essentie van de geboorte van alle zielen van het Joodse Volk. Daarom is de Mazal van het Joodse Volk sterker en krachtiger in de maand Adar.

Adar is ook de maand van completering en rectificatie van het maanjaar ten opzichte van het zonnejaar en bereid ons voor op openbaring. In een schrikkeljaar zijn er twee Adars. In zo een jaar, welke incompleet was, bereikt het zijn volle potentie. Juist zoals het Joodse Volk vaak vergeleken wordt met de maan is Adar een geschikte tijd in het bereiken van iemands spiritueel potentieel.

ALS JOM KIPPOER, GROTE VERZOENDAG, OP SHABBAT VALT

Mozes riep de gehele gemeenschap van de Kinderen Jisraël in vergadering bijeen en zei tegen hen: Dit zijn de woorden die De Eeuwige heeft opgelegd aan jullie om te doen. Zes dagen van de week mag er werk verricht worden, maar de zevende dag moet het iets heilig voor jullie zijn, als een Shabbat van Shabbaton ter ere van de Eeuwige (Exodus. 35: 1-2)

En dit zal voor jullie een eeuwige wet zijn : In de zevende maand, op de tiende van de maand, moet je vasten en geen enkel werk verrichten, noch de proseliet noch de vreemdeling. Want op die dag zal men verzoening voor jullie verkrijgen om jullie te louteren, van al jullie zonden zullen jullie tegenover de Eeuwige rein worden.
Het is een Shabbat van Shabbaton voor jullie, een dag waarop je vast en geen enkel werk verricht, een eeuwige wet. (Leviticus. 16:29-31)

We weten dat Shabbat een concept van de Thora is. Van deze twee verzen kunnen we zien, dat beide, Shabbat en Jom Kippoer “Shabbat van Shabbaton” worden genoemd, de ultieme expressie van Shabbat. Wanneer de twee samenkomen bereiken de gebundelde interessen ongekende hoogten.

De Talmoed verklaart, “Als heel Israël twee maal achtereenvolgens Shabbat zou houden, zouden zij onmiddellijk worden verlost.” (Shabbat 118b)
Het boek Noam Megadiem (parasha Emor), van Rabbi Eliezer Ish Horowitz, een discipel van Rabbi Elimelech van Lizhensk, geeft een fascinerende interpretatie weer van deze Talmoedpassage; dat de twee Shabbatten verwijzen naar de twee Shabbatten welke samenvallen. Dat kan alleen zijn als Jom Kippoer samenvalt op Shabbat. Dan is de directe mogelijkheid van onmiddellijke verlossing van ons volk voorhanden. Het enige wat we moeten doen is, ze in acht nemen, onszelf van ganser harte plaatsen in dienst van de dag, zonder te worden afgeleid.

In principe is in elke Jom Kippoer de mogelijkheid aanwezig van een snelle verlossing. De heilige Zohar (parashat Noach) verklaart, dat zelfs als het volk in een enkele synagoge volledig teshoewa zou doen, op Jom Kippoer, het Joodse Volk onmiddellijk zou worden verlost! Dit is des te meer dit jaar het geval, wanneer de twee ultieme Shabbatten samenvallen. Een unieke gelegenheid.

Moge de komst van Mashiach deze Jom Kippoer een realiteit zijn.

GOED JOM TOV EN SHABBAT SHALOM