SHAWOE’OT – WEKENFEEST

De Zohar 1 verklaart dat de feestdag van Sjawoe’ot meer verheven is dan alle andere feestdagen. Het wordt tussen Pesach en Soekot gevierd, omdat het het absolute middelpunt van alles is; want de Thora is het absolute middelpunt.

Sjawoe’ot wordt maar één dag gevierd, in tegenstelling tot Pesach en Soekot, welke respectievelijk zeven en acht dagen. Dit doet niets af aan haar bijzonderheid, want de dag van Sjawoe’ot bewerkstelligt het feit van “Wie is gelijk Uw volk, zoals Israël, één natie in deze wereld.”2

Dit absolute denkbeeld betekent , dat ultieme eenheid is gegrondvest in de Thora welke daarom speciaal was gegeven in de derde maand.3

Centralisatie, in het midden, heeft twee voordelen: a) De centrale positie is meer eminent dan de twee uiteinden. De Gamara stelt daarom, “De meester gaat in het midden , de senior discipel aan de rechter en de junior discipel aan de linker kant.”4

b) Het middenpunt is de oorsprong voor alle andere richtingen, want het gaat op naar keter de kern en bron van alle Sefirot.5

De centralisatie van het feest van Sjawoe’ot heeft deze beide eigenschappen: a) Sjawoe’ot is op zichzelf méér subliem dan alle anderen feesten; en b) op Sjawoe’ot is ons de Thora gegeven welke alle andere feesten bevat.

Het hoofd aspect van Sjawoe’ot, zoals is verklaard, is Thora. De superioriteit van Thorastudie over het doen van mitzwot zijn beide zichtbaar in deze eigenschappen:

a) Thorastudie is hoger dan alle mitzwot, zoals onze wijzen zeggen , “De studie van Thora is equivalent aan hen allen.”6

b) Thorastudie is de oorsprong en leidt naar alle mitzwot ” Thorastudie is hoger omdat het tot uitvoering leidt.”7

Aldus, nader verklaart: De 613 voorschriften corresponderen met de 613 componenten in het menselijke lichaam: 248 geboden corresponderen met de 248 organen en 365 verboden corresponderen met de 365 bloedvaten.8 Thora correspondeert met de hersenen, het intellect.9

Het overwicht van het intellect over de componenten van het lichaam is tweevoudig: a) De vitale kracht van de hersenen reikt uit over alle anderen lichaamsdelen.

b) het brein bundelt de vitaliteit van alle andere lichaamsdelen en is tevens een bron voor hen.10

Analoog aan dit is het geciteerde overwicht van de Thora over alle andere mitzwot.

Centralisatie heeft het bijkomstig voordeel om op te stijgen naar het hart en essentie van keter, welke zelfs het niveau te boven gaat van de oorsprong en bron van de sefirot in Keter.11

Hetzelfde geldt ten aanzien van Thora. De twee eigenschappen van ” leidt tot uitvoering ” en ” superioriteit over alle mitzwot ” zijn vermogens in de mitzwa van Thorastudie. Echter, de Thora heeft van zichzelf de bijkomende omstandigheid van het absolute zijn van ” de Wijsheid van de Almachtige “: “Ik ben met Hem als een handwerker”.12

Dit is inderdaad de ware betekenis van Thorastudie lishma, “voor zijn eigen belang, ” m.a.w. “voor het belang van de Thora zelf.”

Dat impliceert dat iemand niet leert voor het belang om kennis te vergaren en hoe hij zich moet gedragen, noch voor het belang van het doen van mitzwot of Thorastudie, maar puur voor het belang van de Thora zelf. Dit is vergelijkbaar met een kind dat zijn vader voor een lange tijd niet heeft gezien en sterk naar hem verlangt.

Bij weerzien wil het kind zijn vader omhelzen en hem kussen.

Het kind zal dit niet doen, omwille van enig voordeel te behalen voor zichzelf, maar strikt om het belang van de vader zelf.

Hetzelfde is het geval met een Jood: elk vrij moment maakt hij van de gelegenheid gebruik om zijn Vader, de Koning te omhelzen,  m.a.w. de Thora, hij denkt aan niets anders. Hij denkt niet over leiding voor actie, noch over de vervulling van het voorschrift van Thorastudie. Hij grijpt en omhelst de Thora zelf, want “de Thora en de Heilige, geprezen zij Hij, zijn geheel één.13

CHAG SAMEACH

Noten:

1. Zohar III:96a

2. Samuel 7:23

3. Siewan

4. Joma 37a

5. Zie onze website Kabbala en Chassidisme, mystieke concepten en de Orde van de Sefirot.

6. Pe’a 1:1

7. Kidoeshiem 40b.

8. Zohar I. 170b

9. Tanchoema, Vajelech:2, Zohar II:62b, Zohar III:85a.

10. Tanja, 51

11. Zie noot 5

12. Spreuken 8:30, Tanchoema Bereshiet 1, Bereshiet Rabba 1:1.

13. Zohar I. 24a, Zohar II. 90b

PESACH

AHAVAT JISRAËL

EIGENBELANG OF GEMEENSCHAPPELIJKBELANG

Het onderwerp van deze sicha van de Rebbe, Rabbi Menachem M. Scheerson, bediscussieert de verantwoordelijkheid van elke Jood voor het fysieke en spirituele welzijn van anderen, zowel individueel als gemeenschappelijk. Het paradigma, het supreme voorbeeld van actieve verantwoordelijkheid en ware leiderschap, is onze grote leider Mozes, door het volgen van G’D’s directieven in het leiden van het Joodse Volk van slavernij naar vrijheid en in het dienst doen aan G’D.

“GA NAAR JULLIE VERANTWOORDELIJKHEDEN”

De Thora vertelt ons dat, toen in G’D’s opdracht Mozes en Aaron tegen de farao kwamen vragen om het Joodse Volk vrij te laten, “de Koning van Egypte hen antwoordde, ‘Mozes en Aaron, waarom verstoren jullie de natie? Ga naar jullie verantwoordelijkheden!'”

Bij de term ” jullie verantwoordelijkheden! ” bedoelde de Farao, hun persoonlijke inspanningen, niet het zwoegen en slaven van het Joodse Volk in het algemeen. Dit geeft aan dat de gehele stam Levie, de stam van Mozes en Aaron, was vrijgesteld van slavenarbeid die aan de rest van het Joodse Volk verplicht was opgelegd.

Nachmanides verklaart “dat het voor elke natie gebruikelijk was om Wijzen te hebben die anderen onderwezen in hun [inheemse] leerstellingen.” Ad loc.

Aan de stam van Levie was deze bijzondere status gegeven, en vrijstelling van werk omdat zij dienden als de “Wijzen en Oudsten” van het Joodse Volk. Toen de farao tegen Mozes en Aaron zei: “Ga naar jullie verantwoordelijkheden!,” bedoelde hij, naar hun rol als leraren van het Joodse Volk. De woorden van de farao impliceerden ook het argument dat Mozes en Aaron tevreden moesten zijn met hun eigen persoonlijke vrijheid en niet het volk moesten aanmoedigen om de wetten van het land te overtreden en te stoppen met hun werk. Het feit dat Mozes en Aaron te allen tijde vrij waren om het Joodse Volk te onderwijzen in de Thoratraditie, zou genoeg moeten zijn om hen tevreden te stellen.

De Zohar verklaart dat “de wijsheid van Egypte alle andere naties overtreft ( in die periode ).” Bovendien was de Farao zelf, een groot geleerde. ( Zohar Chadash II 52b )

Er ligt dus een belangrijke betekenis in de woorden van de farao. En inderdaad vertellen onze Wijzen ons dat de slavernij van Egypte zo zwaar was dat het “onmogelijk was voor een slaaf om te vluchten uit Egypte.” ( Mechilta, Exodus 18:11 )

Aangezien, volgens het Hemelse decreet, de tijdsduur van de verbanning in Egypte voor een periode van vierhonderd jaar zou zijn,( Genesis 15:13 ) dienden waarschijnlijk deze zware omstandigheden in Egypte als bestemming en volbrenging van dit decreet. Met als gevolg dat de Farao argumenteerde dat er geen enkele poging ten aanzien van de tijdslengte van de G’ddelijke verkondiging zou moeten worden gedaan. De slavernij was zo bepaald en moest continueren; Mozes en Aaron moesten zich bezighouden met aan hun toevertrouwde Thorastudie en onderwijzen.

DE ARGUMENTATIE VAN EEN VIJAND

Ondanks het feit dat dit een redelijk standpunt lijkt te zijn, moeten wij niettemin bewust zijn dat dit een argument van de Farao is, onze vijand. Had men zijn woorden geaccepteerd, dan was de mogelijkheid van vrijheid en verlossing van Egypte compleet verloren gegaan.

Want, zoals de grote mystieke leraar de Arizal het stelt, het was nodig dat de verlossing van het Joodse Volk in grote haast plaatsvond. Waren zij langer gebleven, zelfs maar voor een korte tijd, zouden zij totaal geabsorbeerd zijn geworden door het kwaad in Egypte en de mogelijkheid van vrijheid hebben verloren.

Ondanks dat de argumenten van de Farao logische lijken, zijn zij niet overweegbaar voor het Joodse Volk, met zijn mogelijkheid om de beperkingen van het menselijk intellect en de natuurlijke orde van dingen te boven te gaan. Ondanks het aanvankelijke decreet van slavernij voor vierhonderd jaar, besloot G’D de gang van de historische gebeurtenissen te versnellen door een verspringing teweeg te brengen om de verbanning te beëindigen. De bittere ervaring van slavernij, bij G’ddelijk decreet, eindigde sneller dan de Farao had aangenomen.

Deze gebeurtenis in onze historie heeft diepgaande implicaties voor elk persoon. Geen enkele Jood zou moet zwichten voor de veronderstelling dat iemand alleen maar bezorgd moet zijn voor zijn eigen welzijn en zekerheid en mag denken ” Ik heb mijn eigen ziel gered”. Noch moet hij zich overgeven aan het aannemelijk maken dat lesgeven van tijd tot tijd van Thora, de adequate betrokkenheid is met de spirituele noden van anderen. Waarom zou hij zich moeten bekommeren over de omvang van inachtneming van mitswa’s van andere Joden? Waarom zou hij proberen vast testellen of een Jood toegewijd is aan het dienen van G’D ofwel onderdanig is aan de autoriteit van een kwade Farao? Dit was namelijk de werkelijke argumentatie van de Egyptische Farao, welke radicaal door Mozes en Aaron werd verworpen.

HET UITBREKEN VAN EEN BRAND

We moeten de situatie vergelijken met het uitbreken van een brand in een huis. Niemand haalt het in zijn hoofd om te denken of hij hier wel of niet in betrokken zou willen worden. Ieder normaal mens zou proberen zo snel mogelijk te handelen in de vereiste hulpverlening om mensenlevens te redden. Als dit van toepassing is op fysieke veiligstelling, dan is het des te meer relevant dat beide, het fysieke en het spiritueel, veilig worden gesteld. Snelheid is essentieel, levens moeten gered worden.

Er is een diepzinnige schakel die alle Joden verbindt. Betreffende de aard van deze verwantschap, relayeert de zesde Lubavitcher Rebbe, Rabbi Josef Jitzchak, in naam van de Baal Shem Tov: De verplichting van liefde voor een mede- Jood is niet alleen relevant voor familieleden, vrienden en bekenden, maar strekt zich zelfs uit naar een Jood waar ook ter wereld, op een van wijze “zoals je je zelf lief hebt.” Juist zoals eigenliefde geen grenzen kent, zo moet een Jood onbegrensd betrokken zijn met zijn mede-Jood.

Rabbi Josef Jitzchak zei, dat het de fervente wens van de Mezritcher Maggid was dat hij een Sefer Thora zou willen kussen met het zelfde intense gevoel en liefde die zijn leraar, Rabbi Israel Baal Shem Tov, had voor zijn mede-Jood. Alhoewel de mitswa van Ahavat Jisraël [liefde voor een mede-Jood] een zware verplichting oplegt aan elke Jood, is ons niettegenstaande gezegd dat ” G’D Zijn schepping niet zal overbelasten.” ( Avodah Zara 3a )

Dus kunnen we er zeker van zijn dat G’D ons heeft begiftigd met de spirituele capaciteit om deze verantwoordelijkheid uit te voeren.

Maar het is noodzakelijk dat we zeer snel handelen, zelfs zonder enig uitstel. Juist zoals het in Egypte het geval was, blijft het Joodse Volk in verbanning, of verdient zij verlossing.

De verplichting van liefde en verantwoording voor iedere Jood heeft zeer diepgaande gevolgen, zelfs voor iemand wiens primaire bezigheid Thorastudie is, inbegrepen jesjiewastudenten en toegewijde leraren en geleerden. Men mag niet zelfingenomen zijn over persoonlijk prestatie en bekwaamheid, ten koste van anderen door onachtzaamheid. Aangezien alle Joden komah sheleimah zijn, één collectieve ziel, is een tekortschieting van een andere Jood, een vlek op de identiteit van de Thorageleerde. Zelfs een eminent persoon is geëffectueerd door tekortkomingen van personen die van een lager niveau zijn.

De Thora verklaart, ” Jullie staat vandaag allen voor de Eeuwige, jullie G’D: jullie aanvoerders, jullie stamhoofden, jullie oudsten en jullie rechtsbeambten, alle mannen van Jisraël, jullie kinderen, jullie vrouwen, de vreemdeling bij jou die zich in je legerkamp bevindt, zowel houthakker als waterschepper.” ( Deuteronomium 29,9-10 )

We moeten zeer bewust zijn van het feit dat we gezamenlijk voortdurend in de aanwezigheid van G’D staan.

De “houthakker en waterschepper” kunnen niet enkel en uitsluitend voor hun mogelijke tekortkomingen verantwoordelijk worden gesteld. Integendeel, de primaire verantwoordelijkheid ligt bij de “hoofden der stammen.”

Hun argument, dat hun eigen zelfverbetering hun meest primaire belang is, is totaal onaanvaardbaar in Hemelse ogen.

Wanneer we geheel bewust en doordrongen zijn van onze “komah sheleimah,” één verenigde spirituele identiteit, zal ons dat motiveren om dienovereenkomstig te handelen, en van allen “één [perfecte] eenheid te maakt.”

We zullen dan de verdienste verwerkelijken “van het doen van UW ( G’D’s) Wil met heel het hart.”

In die tijd zal er de vervulling zijn van de Messiaanse openbaring van G’ddelijkheid: “op die dag is de Eeuwige EEN en ZIJN NAAM is EEN.” ( Zecharia 14,9 )

Likkutei Sichot, Vol. 16, pp. 29-32

SIMCHAT THORA – VREUGDE DER WET

DE LUBAVITCHER REBBE

Het hoofdconcept van Simchat Thora is simcha, of vreugde, zoals de naam van het feest al aanduidt. Het is van deze uitzonderlijke dag dat wij al ons geluk voor het hele jaar verkrijgen.
Alhoewel het waar is dat alle feestdagen, tot een bepaalde hoogte, geassocieerd zijn met simcha, in het bijzonder Soekkot, welke "de tijd van vreugde" wordt genoemd, brengt Simchat Thora een groter aspect van simcha dan alle andere feestdagen en is het het hoogtepunt van de simcha  van Soekkot.

Wat is de bron van de vreugde op Simchat Thora, en wat zet het apart van het geluk dat we ervaren van andere feestdagen? In de Zohar, parashat Pinchas, wordt gezegd dat het  gebruikelijk is dat Simchat Thora een dag is van vreugde en geluk.
Dit maakt Simchat Thora anders dan de dagen van Soekkot, welke de eigenschap beschrijven van vreugde omdat zij geassocieerd zijn met de graanoogst, daar de verheven stemming van Simchat Thora een verwijzen is naar "gebruik", omdat het komt van een plaats verder dan natuur en oogst.

Bovendien zou iemand misschien zeggen dat de simcha van Simchat Thora is afgeleid van het lezen van de Thora. Echter, de vreugde die het leren van Thora geeft is eveneens natuurlijk, eerder dan een gewoonte, zoals het vers zegt, "De opdrachten van G’D zijn puur, en verblijden het hart. (Psalm. 19:9)

Misschien komt de blijdschap van Simchat Thora van het dansen? Dansen is de G’ddelijke dienst van het accepteren van Hemels Koningschap.
Dansen verhoogt de vreugde, maar het is niet de ware grond van de simcha. Vergelijkbaar met de manier waarvan de spraak komt met het intellect en het hart, en, op het zelfde moment emoties en begrip toevoegt. Hoe dan ook, niemand zou zeggen dat de bron van emotie en begrip komt van de spraak zelf. Insgelijks, simcha inspireert tot dansen en het dansen verhoogt de simcha, maar het dansen is niet de oorsprong van de vreugde.

Het centrale punt van de dienst op Simchat Thora is de hakafot, wanneer we zeven keer rondlopen met de Thora, er is gezegd dat de simcha op dat moment zo groot is dat zelfs de voeten zich verheugen. Als het concept van Simchat Thora zo nauw verbonden is met dansen, waarom lezen we dan nog van de Thora?
Het antwoord ligt in het feit dat, op Simchat Thora, het Joodse Volk een hoger aspect van de Thora neer haalt vanuit de Thora zelf, een vreugde die de Thora kroont van het aspect van keter.

Op de feestdag van Simchat Thora (15 oktober, buiten Israël), of de samengevoegde feestdag SheMini Atseret Simcha Thora (14 oktober in Israël) lezen wij het afsluitende gedeelte van de Thora Wezot HaBeracha. Wanneer dit is voltooid, begint de lezer onmiddellijk met het lezen van het eerste gedeelte van de eerste parasha van de Thora, Bereeshiet, dus het einde verbinden naar een nieuw begin. Het volledige gedeelte van Parashat Bereeshiet wordt gelezen op de Shabbat die volgt op Simchat Thora, wat betekent Shabbat 21 oktober.

SHABBAT SHALOM – GOED JOM TOV

SOEKOT – LOOFHUTTENFEEST

RABBI JITZCHAK LURIA

Van de vele mitzwot verbonden aan de feestdag van Soekot, is misschien het meest opvallende de eigenlijke structuur van de soeka (hut) in welke wij alle feestdagen verblijven en waarnaar het feest is genoemd. Hoewel de expliciete reden voor het bouwen van de soeka is, om te herinneren aan de miraculeuze uittocht uit Egypte en G’D’s bescherming tijdens de reizen door de Sinaï woestijn, verklaart de Ari dat, op de juiste manier geconstrueerd, de soeka dient als een model van de spirituele werelden en een kanaal voor verruimend bewustzijn, een kanaliserende G’ddelijke vrijgevigheid in de Lagere Sferen.

Een belangrijk element voor een geldige soeka is de "schach", de dakbedekking, gemaakt van organische natuurlijke materialen welke rusten op de wanden. Chassidische literatuur leert dat zowel de woorden "soeka" en "schach" verwijzen naar de uitdrukking "beseffen [Hebreeuws, "sochei" met G’ddelijke inspiratie", welke gebruikt wordt in de beschrijving van onze matriarche Sara, ook bekend als "Isca" (van de zelfde stamletters).

De Ari leert dat deze connectie tussen schach en G’ddelijke inspiratie, profetie of enig andere verruimend bewustzijn allesbehalve bijkomstig is.
In feite, de schach van een koshere soeka in het bijzonder dient als een medium door welke wij hemelse wijsheid en begrip absorberen.
Kabbala reikt niet alleen voorbeelden aan van spirituele realiteiten in de celestiale werelden, maar dat ook wij een actieve rol kunnen spelen in hun manifestatie in Deze Wereld. In de soeka functioneren wij in de rol van de partzoefiem van Zeir Anpin en Noekva, gelijk een onvolwassen zoon en dochter (of kuikens in een nest), en de schach functioneert als een interface met de partzoef van Imma, de verzorgende "moeder", niet verschillend van "onze moeder" Sara, zwevend over haar jongen in haar nest, toekennend wijsheid en begrip, en hen de mogelijkheid geeft om tot volwassenheid te komen, en hen een glimp te laten opvangen van het universum van uit haar verheven perspectief.

GOED JOM TOV

JOM KIPPOER – GROTE VERZOENDAG

Rabbi Moshe Alshich

En dit zal voor jullie een eeuwige wet [Hebreeuws, "gok"] zijn: In de zevende maand, op de tiende van de maand, moeten jullie je onthoudingen opleggen, geen enkel werk mogen jullie verrichten, de ingezetene noch de vreemdeling die zich te midden van jullie ophoudt. Want op die dag zal men verzoening voor jullie verkrijgen om jullie te louteren; van al jullie zonden zullen jullie tegenover de Eeuwige rein worden. Een shabbat shabbatot van volkomen werkonthouding is het voor jullie en jullie moet je onthoudingen opleggen; een eeuwige wet. (Leviticus. 16:29-31)

De Thora heeft de uitdrukkelijke wens om te leren, dat G’D niet wil dat de mens zichzelf pijnigt (m.a.w vasten, etc.) maar eerder de wil heeft tot volledig berouw. Zelfkastijding is en heeft geen enkele wezenlijke waarde en neemt niet de plaats in van berouw, het is alleen om het doel te bereiken, dat van de rehabilitatie van de persoon.

G’D heeft een aantal dierlijke offergaven voorgeschreven,  met de bedoeling dat de mens zelf ook op een bepaalde wijze de pijn voelt. G’D wil absoluut niet dat de mens denkt dat hij moet lijden, echter dat, Zijn belang wordt gediend door zichzelf te onthouden, van eten en drinken. Hij wenst dat de mens zichzelf beheerst "als een statuut zonder einde", m.a.w op een continuerende basis, het gehele jaar, zijn hele leven lang. Vanuit dat oogpunt, worden uitzonderlijk rituelen, die naar berouw moeten leiden, compleet niet meer nodig!

Indien dit de menselijke levensstijl zou zijn, zouden deze rituelen een "gok" worden, een term voor onbegrijpelijke verordeningen (m.a.w niet rationeel), aangezien zij in de praktijk, overbodig zouden worden, er bestaat voor de mens geen enkele noodzaak om aangemoedigd te worden tot berouw door middel van zelfpijniging. De mens zou verzekerd zijn van goedmaking voor elke vergissing die hij heeft begaan, zonder enige noodzaak van zo’n wetgeving.
De gebeurtenis van de extreme dag van Jom Kippoer zou voor hem volstaan om zichzelf, volgens zijn eigen overeenstemming, in het  openbaar te louteren, maar ook in zijn hart, "voor G’D", m.a.w op een bepaalde alleen zichtbaar voor G’D Zelf. In zo’n scenario zou Jom Kippoer gewoonweg een "Shabbat  Shabbatot" worden, een verhoogde Shabbat ervaring, vanwege de vergeving die deze specifieke Shabbat met zich meebrengt.  Aan de andere kant zal "zelfpijniging" gewoonweg een formaliteit worden, een voortdurende verordening, zonder enig bijzonder belang.

Er is een wezenlijk verschil tussen vergoeding, verzoening en zuivering. Het eerste vindt plaats bij de gratie G’D’s, het laatste door iemands eigen inspanning. Ofschoon de dag van Jom Kippoer zelf verzoening (vergeving) met zich mee brengt, is het ultieme objectief dat je "je zelf zuivert voor G’D", innerlijk en uiterlijk, door eigen inzet.

Om deze purificatie te bereiken, benodigt de gemiddelde persoon een zeker pijnlijden, een wetgeving van de Thora. Het is waar dat van nature Jom Kippoer een Shabbat Shabbatot is, een verhoogde Shabbat ervaring, een rustdag en een vreugdevolle dag voor de verkregen vergeving.
Desondanks, de wetgeving om zich te onderwerpen aan pijn, is een voortdurende bepaling, "een eeuwig statuut". Ofschoon G’D variatie van handelingen van pijniging had kunnen eisen, verlangt Hij dit alleen "één maal per jaar" (Leviticus. 16:34). 

GOED JOM TOV

ROSH HASHANA – NIEUWJAAR 5767

Rabbi Jitzchak Luria

De geschriften van de Ari

In Kabbala en Chasidoet wordt verklaard dat op Rosh Hashana de scheppingsdaad van de wereld, in zekere zin wordt herhaald. Ofschoon G’D een verbond sloot met Noach om de wereld nooit meer te verwoesten, zou de continuïteit van de wereld existeren van jaar tot jaar, toch blijft de overgang van oud naar nieuw jaar een cruciaal verbindingspunt.  Dit is omdat over de bestaans aard van het gecreëerde universum op dat tijdstip wordt beslist. De energie, die het voorafgaande jaar motoriseerde, wordt teruggetrokken en een nieuwe energie komt neerwaarts. Aangezien de creatieve energie die de wereld aandrijft teruggetrokken wordt naar zijn bron, zijn er geen "regels", alles is in zekere zin voor het grijpen. Kwaad kan er op aandringen om de nieuwe energie, voor het komende jaar te ontvangen, speciaal ten opzichte van zijn zogenoemde wettelijke ontvangers, gedurende het voorafgaande jaar. Daarom, voor goede orde, dat de levenskracht voor het nieuwe jaar neerkomt, zo als het hoort,  gekanaliseerd, voornamelijk door heiligheid (en zijn vaandeldragers in deze wereld, het Joodse Volk), is het noodzakelijk dat G’D, bij wijze van spreken, wordt "herinnerd" aan Zijn oorspronkelijk visie van de Schepping, waarin het Joodse Volk Zijn afgezant is om deze wereld tot Zijn woonplaats te maken.

************

De Shabbat Shofar

Wanneer de feestdag van Rosh Hashana op een Shabbat viel , werd in de Beth HaMikdash (deTempel) de shofar gehoord, maar niet in de Medina (de synagogen steden en dorpen buiten Jeruzalem) (Rosh HaShana 29b)

Rabbi Avraham van Sloniem, de Beis Avraham, verklaart dat alle mitzwot  existeren zowel in de sfeer van denken en intellect als in de sfeer van actief fysiek handelen. De intellectuele sfeer verwijst naar "Mikdash", terwijl de actieve fysieke sfeer verwijst naar "Medina".
We horen de shofar in een innerlijke vorm, zonder de eigenlijke shofar. De onderliggende intenties van de shofar worden alleen gerealiseerd via het innerlijke aspect. Wanneer Rosh HaShana op een Shabbat valt, is het blazen van de shofar een sublieme spirituele handeling welke moet plaatsvinden in de interne verscholenheid van iemands hart, en in de diepten van iemands ziel.     

WIJ WENSEN AL ONZE VRIENDEN  EN SUPPORTERS EEN KETIVA VECHATIMA TOVA, MAG DE ALMACHTIGE U EN DE UWEN INSCHRIJVEN VOOR EEN GOED EN ZOET JAAR.

ROSH CHODESH ELLOEL

LIED VOOR ELLOEL

Psalm 27 begint met de woorden “De Eeuwige is mijn licht en mijn redding.” Het wordt gelezen aan het einde van de ochtenddienst gedurende de Elloel  en tot na Hoshana Rabba-Simcha Thora, de zevende dag van het Soekotfeest. Vers 6 van de psalm, leest: “Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding”.

Heb dit vers in gedachten zodat je de woorden ziet schitteren in het analytisch licht overeenkomstig aan de Kabbala.

Lees ook: PARASHAT SHOFTIEM (Parashat HaShavua, 22-8-2006)

SHAWOEOT – WEKENFEEST

Van de drie pelgrimfeesten (eigenlijk vier, als je SheMini Atseret meetelt), was Shawoeot altijd de meest problematische en op het eerste gezicht de minst aantrekkelijke. Het mist de zintuiglijke impact van Soekkot met zijn loelav, etrog en soekka, en het drama van Pesach met de seder en de Haggada. De Kabbalistische Tikkoen invloed heeft zijn pluspunten, maar ook zijn nadelen. Niet iedereen is geïnteresseerd om de hele nacht op te blijven. De vroege galoetziem probeerden het  inhoudelijk landbouw aspect te doen herleven, door bikkoeriem ceremonieën, maar dit vervaagde als agricultuur minder en minder belangrijk werd voor Israël.

De problemen van Shawoeot zijn niet nieuw, zij hebben een lange historie. In de Thora is Shawoet het enige feest zonder historische uitleg. Het verband dat de Farizeeërs maakten tussen Shawoeot en de gebeurtenis aan de Sinaï, gaf Shawoeot een nieuwe importantie gedurende de Tweede Tempel periode.

Echter de dringende vraag is niet waarom Shawoeot geen historie verbinding heeft, maar waarom de Thora niet een heilige dag bestemde voor de vereeuwigende gebeurtenis op de Sinaï.

Het is aannemelijk dat men kan beargumenteren of de Sinaï net zo belangrijk is als de Exodus of niet. De Exodus is het kiem gebeuren van onze geschiedenis, zonder het zou er niets zijn. Wij zijn onze existentie geheel verschuldigd aan de Exodus. Van de andere kant, kan men argumenteren dat de Sinaï zelfs veel belangrijker is. De Exodus leidde naar de Sinaï, het doel van de Exodus was de Sinaï, voorspeld in G’D’s eerste openbaring aan Mozes: "Als je het volk uit Egypte zult hebben gevoerd, zullen jullie G’D op deze berg dienen." (Exodus. 3:12)

Bovendien, de tijdsbepaling van Shawoeot, zeven weken na Pesach,  schijnt op een natuurlijke wijze te passen in de chronologische gebeurtenis van het gebeuren. De manifestatie van G’D op de Sinaï begon, volgens de Thora, "Op de derde nieuwemaan dag na de uittocht van de Israëlieten uit het land Egypte"(Exodus.19:1). Het is bijna alsof de Thora de vereeuwiging van die gebeurtenis uit de weg gaat,. Ware het niet dat de vastbeslotenheid van de Farizeeërs om Shawoeot met Zeman Matan Thorateinoe, het tijdstip van het geven van onze Thora, zou er niets op de Joodse Kalender zijn om ons te herinneren aan de Sinaï.

Het antwoord tot dit raadsel ligt in de natuur van het gebeuren op de Sinaï zelf. Vergelijk het voor een moment met de Exodus. De Exodus is een gebeurtenis binnen de historie. Het is iets dat men kan beschrijven en tastbaar is.  In zekere zin kan het zich zelfs herhalen. Denk aan de uitspraak van  Amos, "Heb Ik Israël niet uit het land Egypte gebracht en de Filistijnen van Kaftor en de Syriërs van Kir?"

Aan de andere kant is het gebeuren op de Sinaï een zo mysterieuze ervaring dat zelfs de Thora het niet op een adequate manier kan beschrijven. Het is eerder een subjectief, dan een objectief gebeuren. Het verblijft eerder in het mystieke , dan in het historische domein. Om het te vatten schijnt onmogelijk. Wat gebeurde daar in feite? Wat werd gehoord? De beschrijving van de tekst, in het boek Exodus, is onmogelijk te definiëren. Zij zijn impressies, bijna met opzet inconsequent, omdat zij het onbeschrijfelijke beschrijven, een collectieve mystieke ervaring. Zo laat de Thora het aan ons over om over deze vreemde ontmoeting na te denken, maar absoluut niet om het opnieuw te bepalen. Dit zou een daad  van minachting zijn.

Van de kant van de Farizeeërs gezien, lang levend ná het gebeuren,  een ontwikkelingsperiode van de Thora sinds de openbaring op de Sinaï, en het middelpunt van het  religieus Joods leven, scheen het onmogelijk dat dit belangrijk vereeuwigend  gebeuren niet elk jaar gevierd zou moeten worden. Zij trokken de logische conclusie dat Shavoeot, een feestdag zonder connectie aan een gebeuren, en Sinaï, ook een gebeuren zonder een connectie tot een feestdag, samen moesten passen.

Er zijn drie wijzen waarop wij G’D kunnen en mogen ervaren, historisch, natuurlijk, en in de persoonlijke, mystieke, ontmoeting. Pesach accentueert G’D in de geschiedenis, Soekkot benadrukt G’D in de natuur en Shawoeot, de mystieke ontmoeting. Het kan nauwelijks een toeval zijn dat deze drie vormen ook worden weergegeven in de drie openings paragrafen van de Amida, het achttiende, stille gebed. De eerste paragraaf, Awot (Voorvaderen), is toegewijd aan de ontmoeting met G’D in de historie.

De tweede, Gevoerot (machtige krachten), spreekt over G’D’s rol in de natuur, het ondersteunen van de wereld. De derde, Kedoesha (heiligheid) is een weergave van de persoonlijke, directe,  mystieke ontmoeting. Maar het eindresultaat van de mystieke ontmoeting is praktisch, het ontstaan van een verbond tussen G’D en Israël: "Als jullie goed naar Mijn stem luisteren en Mijn verbond in stand houden, dan zullen jullie van alle volkeren Mij het meest dierbaar bezit zijn, alhoewel Mij de gehele aarde toebehoort. Maar jullie, jullie zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een gewijd volk." (Exodus. 19:5-6)

Deze verhouding is het hart  van het Judaïsme en het is dit wat constant moet worden herbevestigd om betekenisvol te zijn. De herinnering van de Sinaï op Shavoeot is daarom een cruciaal element van de Joodse Godsdienst.

CHAG SAMEACH

PESACH 5766-2006

EEN BRIEF VAN DE REBBE KALONYMUS KALMAN VAN PIASCEZTNA AAN ZIJN VOLGELINGEN

PESACH 5699 (1939)

Mijn dierbaren, ik roep jullie op, en spreek tot jullie ziel. De Heilige dagen van Pesach naderen. De heiligheid van deze dagen vervult ons oprecht, zowel innerlijk als uiterlijk. Het behorende licht vult en omgeeft ons.

Niettemin is er verklaard, "Een licht is uitgespreid over de rechtvaardige, een vreugde voor hen die van harte oprecht zijn." (Psalm.97:11) Licht is als zaaien, in het begin verlangt het onze koestering en moeite om zijn groei aan te moedigen. Zoals een veld benodigt om te worden geploegd, geschoffeld en te worden besproeid, zo moeten wij ons ook voorbereiden op de feestdag. Zonder voorbereiding is er geen vreugde, geen groei en geen licht.

Het hoofd aspect van de feestdag is om vreugdevol te zijn; Om G’D te loven en prijzen voor alle mirakels en het goede. In feite is dit het doel van de gehele Schepping en de essentie van de verhouding tussen de aardse schepping en de hemelse Familie boven.

Wanneer de tijd van het Pesach Avond Gebed aanbreekt, zullen jullie zich enorm moeten verheugen voor het geluk wat jullie te beurt valt, het is een groot privilege om geëngageerd te zijn in de G’ddelijke dienst van Pesach. Je zult tegen je zelf zeggen; "Mijn vreugde heeft geen grenzen, dat ik in de gelegenheid wordt gesteld mijn doel in deze wereld te bereiken en om te worden verheven naar de hogere sferen. Natuurlijk heb ik mijn problemen, zowel materieel als spiritueel, maar voor nu, dit ogenblik, ben ik ze kwijt. Ik cijfer mijn eigen ik zelfs weg om in het gezelschap van engelen te staan, in afwachting van G’D’s aanwezigheid. Mijn enige gedachte is om Zijn grote naam te loven en te prijzen en het neerwaarts halen van de heilige glorie van G’D’s licht in de wereld, in mijn eigen ziel en in de zielen van mijn familie.

Je vreugde zal zo enorm zijn dat je nauwelijks je gevoelens kan onderdrukken om in een extatische dans uit te barsten, springend van de aarde naar de hemelen.

Nadien, wanneer je aan de Seider tafel zit, verbeeld je je aan een feestmaal in de Tuin van Eden zelf te zitten, deelnemend aan het feest van de Uiteindelijke Verlossing. Alle aspecten van de Seider, eten van matza en marror, het drinken van de vier glazen wijn, en het reciteren van de Haggada, Hallel en de andere lofgezangen, omvatten een heilige dienst aan G’D.
De engelen zijn verzameld om onze lof voor G’D te horen. Onze esoterische lectuur vertelt ons dat G’D zelf zich verheugt en plezier heeft in het ontvangen van onze lof en gezang. Een Jood heeft het vermogen om G’D’s vreugde te voelen in elk woord dat hij uitspreekt van de Haggada. Zijn hele wezen is één met zijn Schepper als hij de woorden van ongelofelijke zoetheid van de Haggada reciteert, welke open voor hem ligt. Men moet zich inspannen om een gewijd toevluchtsoord te verkrijgen voor alle heiligheid van deze avond, zodat het, het hele jaar bij hem zal blijven… Continueer het aanmoedigen van de liefde voor je mede Jood, want dat is het gegeven waarop het in de dienst aan G’D om gaat… Ik zegen jullie met… een Kosher en vreugdevol Pesach.

DE VEELBETEKENENDHEID VAN HET POERIEMFEEST

Het Poeriemfeest is speciaal zo bijzonder, omdat het zowel de ziel als het lichaam voorziet van vreugde en plezier, zoals wordt aangeven in de Zohar: op Poeriem mag men door lichamelijk plezier bereiken, wat men op Jom Kippoer bereikt door het lichaam te onthouden van voeding, m.a.w kwellen. (Jom Kippoer, letterlijk vertaald, Dag zoals Poeriem) Het Volk Israël is toegerust, zowel met lichamelijke heiligheid als met spirituele heiligheid. En het is zeer gepast dat hun fysieke handelingen altijd worden geheiligd en gedaan voor het belang van G’D alleen. Maar zolang echter als Amalek bestaat corrumpeert hij de zuiverheid van Israëls handelingen. Wanneer de macht van Amalek is verzwakt en onderworpen, zijn de fysieke handelingen van Israël opnieuw gezuiverd. Dan is de vreugde van het Volk Israëls over het Poeriemfeest bijzonder groot, want het getuigt dat de straf die zij betaalden in de dagen van Haman voor de zonden die zij hadden begaan, volledig hadden goedgemaakt. Anders zou lichamelijke kwelling aan hen zijn voorgeschreven, in plaats van lichamelijk plezier. VROLIJKE POERIEM