SHABBAT ROSH CHODESH TEWET, DE ZESDE DAG VAN CHANOEKA

PARASHAT MIKEETS Aan het einde (Genesis 41:1 – 44:17)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar. P. 197a

De lessen van Rebbe Shimon Bar Jochai beginnen met de woorden “Kom en zie”, wat kan worden geïnterpreteerd als een instructie om de “Boom van het Leven” of “Boom van de Sefirot” te visualiseren, op het moment dat je leert. Dit helpt je de verhoudingen tussen de gevarieerde gebieden van energie te begrijpen, zoals zij worden uitgelegd in de tekst. In onze parasha van vorige week werd een afbeelding van de “Boom van de Sefirot” weergegeven.

Kom en zie; “Hij, [Far’o] liet hem rijden in zijn tweede statiekoets en men riep voor hem uit: “Avrech” [vertaald als “buig de knieën”]; en zo stelde hij hem aan over heel het land Egypte.” (Genesis. 41: 43) Wat is avrech?

Reeds hebbend uitgelegd dat het tweede voertuig inhoudt, dat Josef de Tsadik rijdt, of als een tweede wagen boven het vehikel van malchoed zweeft, maakt Rabbi Shimon nu duidelijk hoe deze twee zich verenigen, hij richt zich daarbij op het woord “avrech”, om bepaalde betekenissen te analyseren.

Avrech” betekent, relatie, verband, verbinding, implicerend de connectie door welke de zon en de maan met elkaar zijn verenigd.

Het totaal aantal lichtstralen die uitgezonden worden door de zon zijn analoog aan de sefira van jasod, die deze stralen verzamelt en concentreert en trouw overlevert aan de maan.

Het woord “avrech” impliceert het verbindingsgewricht in de benen wat de “berechl” heet, m.a.w de knie. De knie is het verbindingsstuk waarop het hele lichaam buigt naar de koning. Opmerkelijk is de connectie tussen buigen en koninkrijk en het woord “rijbroek” die vastgemaakt wordt net onder de knie. Het hele lichaam is er op gemaakt om zich, op een gepaste manier met een koning te verbinden, door te buigen, een kniebuiging en het buigen van het hoofd en lichaam, om aan te geven dienstbaar te zijn aan hem. In de Mishna Kil’ajim 7:1 wordt het gebruikt in het beschrijven van het buigen van een tak van een wijngaard om het te planten in de aarde, buigen en verbinden, brengt een nieuwe stroming teweeg van de hoofdbron om tot groei te komen. De zon representeert het actieve aspect van G-ddelijkheid, dat Zeir Anpin wordt genoemd. Dit aspect is weergegeven in de maan, het passieve receptieve aspect van G-ddelijkheid, wat Malchoed, Koninkrijk wordt genoemd. In meditatief gebed wordt dit gerepresenteerd door de combinatie van de letters van Havayah en Ado-nai.

Iedereen boog zodat deze positie verkregen kon worden.

De precieze handeling van buigen verlaagt het lichaam over de voortplantingsorganen, wat is jesod.

Mensen drukken onderworpenheid uit door te buigen naar hun origine van levensonderhoud (“de koning”), door hun eigen essentie symbolisch weg te cijferen naar degene die hun kan onderhouden. Een andere vorm van het stamwoord “avrech” is “beracha”, wat “zegen” of “vijver, poel” betekent. Hier is het concept dat buigen de aanbidder wegcijfert en de mogelijkheid schept om een zegen te verkrijgen uit de “vijver” der zegeningen van boven. Buigen brengt een overvloedige stroming teweeg van de poel naar de vereerder.

En hij, Josef, was aangesteld over de wereld, en iedereen gaf zijn dankbaarheid aan hem [voor de overvloed die zij ontvingen].

De sefira van jasod “heerst over” alles, omdat de essentie van elke sefira er doorheen wordt gekanaliseerd, naar de sefira van malchoet. Daarom geeft Malchoed alleen dat weer, wat het verkrijgt van jasod, daarom kan er gezegd worden dat jasod heerst over malchoed.

Josef stond hier model voor, hij controleerde en verzamelde alle afdrachten van Egypte en gaf deze over aan het koninkrijk, dat het vervolgens distribueerde over het door hongersnood getroffen land. Allen betuigden aan hem hiervoor hun dank.

Daarom is alles [wat je ziet in deze wereld] een weerspiegeling van een hogere mysterie. Kom en zie; De Heilige, geprezen zij Hij, maakt het [functioneren] van het Koninkrijk in de [fysieke] wereld zoals dat van het hemelse [spirituele] Koninkrijk. Bovendien, alles wat wordt gedaan in de [fysieke wereld], is reeds daar [in spirituele vorm] voor de Heilige, geprezen zij Hij, voordat het [fysiek] plaats vindt.

Deze klassieke uitspraak is een van de meest fundamentele leringen van de Zohar. Deze wereld en de spirituele wereld zijn intiem verbonden. Elke handeling hier heeft een reactie in de spirituele regionen en die op zijn beurt heeft invloed op toekomstige gebeurtenissen. De wereldse existentie en elk facet van ons dagelijks leven is vol van de hoogste spirituele mysteries en een verwijzing hoe het totale universum wordt geregeerd. Een van de betekenissen van het stamwoord van “kabbala” in het Hebreeuws is “parallel”, verwijzend naar het feit, dat wat wij fysiek doen, de spirituele sferen effectueert. De logische uitkomst van deze lering is, dat wij veranderingen kunnen teweeg brengen in de spirituele sferen, en op hun beurt het spirituele in het fysieke. Dit is de beredenering achter het gebed voor specifieke resultaten en het doen van handelingen in deze wereld om op eventuele besluiten of beslissingen invloed uit te oefenen in de spirituele sferen, ten aanzien van de uitkomst van onze gebeden.

Kom en zie; Het Heilige Koninkrijk verkreeg geen volledige soevereiniteit [in de fysieke wereld] totdat het werd verbonden door de Voorvaderen.

Na het terugvallen van Adam en Eva van hun hoge niveaubewustzijn van Ware G’ddelijkheid, was alleen aan de mensheid overgelaten een beperkt bewustzijn van “goed en kwaad”, in plaats van Een Levende G’D. Dit resulteerde in een afnemende invloed van het G’ddelijke, aangezien wat hier beneden gebeurt, boven een effect heeft. Abraham, Izaak, en Jacob, door hun doelgericht aanhankelijk bewustzijn van de Enige G’d, herstelden dit spiritueel niveau en brachten het terug in de realiteit van deze wereld. Daarom worden zij de voertuigen van het G’ddelijke genoemd. In de taal van “sefirotaliteit”, betekent dit, dat elk een specifieke sefira rectificeerde door welk het G’ddelijke duidelijk meer tastbaar en meer voelbaar werd in deze fysieke wereld, het zij door miraculeuze gebeurtenissen of door hun levensstructuren zoals die zijn verhaald in verscheiden episoden van de Thora. Daarom zijn hun handelingen en de gebeurtenissen die in hun leven plaatsvonden zo van belang met betrekking tot het begrijpen van het G’ddelijk functioneren in de fysieke wereld.

[Dit is] omdat de Heilige, geprezen zij Hij, Zijn Hoger [spiritueel] Koninkrijk laat schijnen in het mysterie van de Voorvaderen.

Het geheim van de Voorvaderen is, dat hun leven elk een archetype was voor één van de sefirot, waardoor G’ddelijkheid kan worden ervaren op een gedoceerde wijze. Abraham was chesed, Izaak gevoera, Jacob tiferet en Josef jesod. Daarom laat het bestuderen van hun levensverhalen en handelingen zien, op welke wijze deze sefirot opereren en het spiritueel bewustzijn van de student verhogen, zodat hij in staat wordt gesteld om een glimp op te vangen, op welke wijze de spirituele werelden zich reflecteren, in elk facet en
realiteit van het dagelijkse leven.

SHABBAT SHALOM EN CHAG SAMEACH CHANOEKA

PARASHAT WEZOT HABERACHA / BEREESHIET

SHEMINIE ‘ATSERET – SIMCHAT THORA Op de feestdag van Simchat Thora (26 okt, buiten Israël), of de gecombineerde feestdag van Sheminie ‘Atseret-Simchat Thora (25 okt, in Israël ), lezen we het laatste gedeelte van de Thora, WeZot HaBreracha. Direct, aansluitend, begint de voorlezer de eerste Thora paragrafen te lezen van Bereeshiet, het einde verbinden met een nieuw begin. Het hele gedeelte van Bereeshiet wordt gelezen op de eerste Shabbat na Simchat Thora, welke dit jaar 29 okt is!

PARASHAT WEZOT HABERACHA

En dit is de zegen (Deuteronomium. 33:1 – 34:12)

Rabbi Shimon bar Jochai.
Het verwelkomen van gasten van de Soekka.
Zohar, Emor bladzijde 103b.

In Chok L’Jisrael, geeft de Arizal uitleg van parashat Emor van de Zohar, welke correspondeert met parashat Zot HaBeracha.

Kom en zie, op het tijdstip, wanneer een persoon gaat verblijven in de schaduw van de soekka, welke de schaduw van het vertrouwen is, spreidt de G’ddelijk aanwezigheid Haar vleugels over hem uit en Abraham [representerend chesed], en vijf andere tsadikiem delen hun verblijf met hem.

Rabbi Aba zegt, Abraham, en vijf andere tsadikiem, en Koning David maken hun verblijf met hem. Het bewijs hier voor ligt in het “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen” (Leviticus. 23:42).
De Tekst zegt: “Zeven dagen” en niet “gedurende zeven dagen” [verwijzend naar zeven sefirot van chesed tot malchoed]. Gelijk de manier het is geschreven “Omdat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte.”

Dit laat zien dat de zes dagen, de zes sefirot zijn; chesed, gevoera, tiferet, netzach, hod, en jesod, welke samen, de “zes dagen” worden genoemd.
Door deze sefirot creëerde G’D de hemelen en aarde.

Dus zal een persoon door en door gelukkig moeten zijn, gedurende de dagen van Soekkot, en zijn gezicht zal vreugde moeten uitstralen in het hebben van zulke grote spirituele gasten met hem, in de Soekka. Rabbi Aba zegt dat de tekst in het eerste gedeelte van de zin, is geschreven in de tegenwoordige tijd en vervolgens, het tweede gedeelte van de zin, in de toekomende tijd: “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen, alle ingezetenen in Israël zullen in hutten [Soekkot] wonen.”
De eerste heeft betrekking op de spirituele gasten en de tweede refereert aan mensen in deze wereld.
De eerste, referent aan de spirituele gasten, is voortgebracht door de gewoonte van Rav Hamnoema Saba: Als hij de soekka binnenging was hij blij en gelukkig [om een vreugdevolle gezichtuitstraling te tonen aan de spirituele gasten] en ging staan bij de ingang [om aan de gasten duidelijk te maken niet binnen te gaan, tenzij de huiseigenaar aanwezig is]. Dan zou hij zeggen “De gasten zijn uitgenodigd om binnen te komen.”
Vervolgens schikte hij de tafel voor zijn gasten, stond op om hen welkom te heten en sprak de zegening over de mitzwa uit “……..om in de soekka te zitten”. Naderhand zal hij tegen zijn spirituele gasten zeggen, “G’D heeft opgedragen, “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen”.
Neem alstublieft plaats, gasten van de hogere werelden, neem plaats gasten van het vertrouwen, neem plaats.” Dan zal hij zijn handen opheffen [om zijn 10 sefirot samen te voegen, aangegeven door zijn tien vingers, met de zeven hogere sefirot die hem bezoeken] en vreugdevol zeggen, “Hoe gelukkig is ons deel, hoe gelukkig is het deel van Israël, zoals het is geschreven, “Maar het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed.” (Deuteronomium. 32:9).

Het belang van een gezicht dat geluk uitstraalt is, dat blijdschap een mechanisme is om deze zeven sefirot te verheffen naar het niveau van bina, en het vers brengt het nederige feit voort, dat deze gasten niet komen uit iemands individuele verdienste; maar dat zij eerder komen omdat G’D Israël heeft gekozen als Zijn volk.

********

PARASHAT BEREESHIET

In het begin (Genesis. 1:1 – 6:8)

Rabbi Shimon bar Jochai.
Zohar I:39b.

“In het begin schiep G’D de hemel en de aarde.”(Genesis. 1:1)

Onze Wijzen verklaren dat de wereld was geschapen met tien uitdrukkingen (Avot 5:1), weergegeven over de periode van de zes dagen van de schepping. Hoewel er ogenschijnlijk maar negen uitdrukking worden weergegeven, concluderen de Wijzen dat het woord “bereeshiet” (in het begin) ook een uitdrukking is, ondanks dat het niet expliciet vooraf gegaan wordt door de woorden, “en G’D zei…..” (Rosh hashana 32a; Meggila 21b; Zohar 15a, 30a)

De volgende passage verklaart deze mening.

Rabbi Abba zegt: De Hogere Wereld is verhuld, en alles wat is geassocieerd met de Hogere Wereld eveneens, omdat zij deel uitmaken van het sublieme mysterie van de dag welke alle andere dagen in zich draagt.

Alle negen uitdrukkingen, verspreid over de zes dagen van de schepping, zijn in de eerste uitdrukking, “Bereeshiet, In het begin”, ingesloten.

[In deze fase manifesteert de Schepping zich nog niet tot een fysische existentie.] Echter, toen de Heilige, geprezen zij Hij, de Schepping tot zichtbare existentie bracht, bracht Hij de emanatie van de zes voort.

De zes dagen van de schepping (Mikdash Melech) gedurende welke de fysische schepping geschiedde. Vervolgens wordt elk van de negen uitdrukkingen door welke de Schepping geschiedt, vooraf gegaan door de uitdrukking “En G’D zei”.

Maar aangezien de Hogere Wereld is verhuld, en alles wat is geassocieerd eveneens, zegt het vers in feite alleen maar “Bereeshiet….”[wat betekent:] “bara – [Hebreeuws voor “Hij schiep”] – shiet [wat “zes” betekent]. [Dit impliceert de schepping van] zes hemelse dagen.

Het openingswoord ”bereeshiet” wordt niet vooraf gegaan door de uitdrukking “En G’D zei”. Dat alle dagen van de Schepping ingesloten zijn in het woord “bereeshiet” kan van het woord zelf worden afgeleid, wanneer het gebroken wordt in twee componenten, wat dan: “Hij schiep – zes”, betekent.

Desalniettemin, [de tijdsduur dat de zes scheppingsdagen zich in het woord “bereeshiet” bevinden] wordt niet genoemd wie hen heeft gecreëerd, omdat dit verwijst naar de verhulde Hogere Wereld.

Deze verhulde, Hogere Wereld, blijft verborgen voor de gecreëerde schepselen van de lagere werelden (Or HaChama) en daarom wordt “bereeshiet” niet vooraf gegaan door “En G’D zei”.

Naderhand, wanneer Hij [kiest om te] openbaren en te articuleren [de overgebleven negen uitdrukkingen, door welk de wereld werd gecreëerd, verklaart het vers,] “G’D [Elo-hiem] schiep de hemel en de aarde” – niet dubbelzinnig en alleen maar “schiep” [zoals boven vermeld] – maar geheel voor “Elo-hiem schiep, want de naam “Elo-hiem” refereert aan het geopenbaarde.

Daarom gebruikt het vers de G’ddelijke naam “Elo-hiem, want deze naam geeft de eigenschap van begrenzing aan en de beperking van het Oneindige Licht (Or Ein Sof) zodat een fysieke wereld kan existeren. (Zohar, Midrash Ha Ne’elam, parashat Noach, Ma’amar “Dor Hamaboel”).

Het begin, is in het verhulde, wat de Hogere Wereld betekent

Dit duidt op het woord “Bereeshiet”, welk vooraf gaat aan de materiele Schepping. Wie het schiep, is niet aangegeven, omdat het verwijst naar de verhulde Hogere Wereld.

De Lagere Wereld is geopenbaard.

Dat is omdat de daden van de Heilige, geprezen zij Hij [altijd twee niveaus bevatten:] het verhulde en het geopenbaarde. Dit is het mysterie van de Heilige Naam [Havayah], welke zowel verhuld is als geopenbaard.

De intentie is om duidelijk te maken dat alles in de geopenbaarde wereld voorafgaat door, en afhankelijk is, van hun origine, de Hogere Wereld. (Or HaChama)

GOED JOM TOF EN SHABBAT SHALOM

SOEKOT- LOOFHUTTENFEEST, SHABBAT CHOL HAMO’ED SOEKOT

ZEVEN HEMELSE GASTEN

De Zohar vertelt ons dat de “Ushpizien,” (letterlijk, invitatie om plaats te nemen), de zeven “Herders” van het Joodse Volk, iedere Jood in zijn Soeka bezoekt, elke nacht een ander. En elk van hen is een paradigma voor één van de zeven G’ddelijke eigenschappen.

1e dag – Abraham – chesed

2e dag – Isaac – gevoera

3e dag – Jacob – tiferet

4e dag – Mozes – netzach

5e dag – Aaron – hod

6e dag – Josef – jesod

7e dag – David – malchut

Aan Rabbi Menachem Mendel van Kotsk, werd eens verteld dat een zekere tsadiek, die van zich zelf zei, dat hij elk jaar alle zeven Ushpizien in zijn soeka ziet. de Kotsker antwoordde: “Ik zelf zie ze niet, maar desondanks geloof ik de verklaring van onze Wijzen ,in zaliger nagedachtenis, dat zij naar elke Soeka komen. En door dit te geloven, zie ik meer dan zij doen met hun ogen!”

GOED JOM TOV!

staf Beth HaMidrash

JOM KIPPOER (GROTE VERZOENDAG)

HET IS DE DAG, DIE VERGOEDING BRENGT.

Er is een meningsverschil in de Gemara (Shavoeot 13a) over, hoe vergoeding, verzoening, wordt bereikt op Jom Kippoer. De meerderheid van de geleerden zijn van mening dat “Jom Kippoer alleen vergoedt voor diegenen die ‘Teshoewa’ doen”; Rebbe (Rabbi Jehoeda HaNasi) behoudt de mening dat vergoeding, verzoening wordt bereikt vanwege de dag van Jom Kippoer “of hij nu teshoewa doet, of niet,” het is deze “specifieke dag [Jom Kippoer] die vergoeding brengt.” De halagische beslissing (het geldende recht in joodswettelijke zin) is ten gunste van de geleerden.

De geleerden argumenteren niet Rebbe’s standpunt dat “de specifieke dag vergoeding brengt”; zij zijn het er volledig over eens, dat een individuele teshoewa onmogelijk de hoogte van vergoeding en verzoening van de dag van Jom Kippoer zelf kan bereiken en volbrengen.

Eerder richt het dispuut zich meer op de wijze waarin iemand zich plaatst op de “specifieke dag [Jom Kippoer] die vergoeding brengt.” De Rebbe behoudt de mening dat, zodra Jom Kippoer begint, de heiligheid van de dag vergoeding en verzoening verzekert voor iemands individuele zonden, zelfs als hij faalt teshoewa te doen. De geleerden zeggen echter, om de vergoeding, verzoening te verkrijgen die Jom Kippoer met zich brengt, is het noodzakelijk om eerst teshoewa te doen. Na teshoewa, is een mens in staat om de hoog verheven vergoeding te ontvangen welke alleen de dag van Jom Kippoer in zich heeft.

Wanneer een Jood oprecht zijn zonden berouwt, door teshoewa, wist hij op dat moment uit, het genot dat hij daarbij had ondervonden, wat een zuivering van kwaad dat aan hem kleefde ten gevolge heeft. Maar hoe is het mogelijk dat iemands zonden zijn uitgewist en uitgebannen simpel en alleen om de dag van Jom Kippoer?

De verbondenheid van een Jood met G’D, bestaat uit verschillende niveaus. Bijvoorbeeld, een Jood is verbonden met G’D door het doen van de Mitzwot, de geboden en verboden, het hemelse juk op zich te nemen en bereid alles te doen wat G’D van hem verlangt. Er is ook een dieper niveau van verbondenheid, dat tot uiting komt in het doen van teshoewa. Als een Jood de geboden van G’D overtreedt en zichzelf ontdoet van het hemelse juk, verzwakt hij zijn relatie met G’D. Verontrust hier door, doet hij teshoewa. Omdat teshoewa voort komt van een zielsniveau dat veel dieper ligt dan een niveau welkesimpel aanmoedigt om G’D’s geboden te gehoorzamen, heeft het de mogelijkheid om alle smet te verwijderen, die was veroorzaakt door de zonden en de geopenbaarde relatie had verzwakt.

Echter, het hoogst verheven niveau in de relatie van een Jood met G’D is de fundamentele en intrinsieke band tussen de essentie van de ziel en G’D’s Essentie, aangezien de ziel een waarlijk deel van G’D is. Deze verbintenis kent geen limieten en kleineert elke uitingsvorm, zelf zo een als teshoewa. Want elke uiting van een sterveling is van nature gelimiteerd, terwijl deze verbintenis waarlijk zonder enige beperking is.

Juist zoals deze band alle voorstelling te boven gaat en niet beïnvloedt of verbeterd kan worden door menselijke dienst aan het G’ddelijke, zo ook blijft het onaangetast door gebrek aan menselijke dienst aan G’D, of zelfs door zijn zonden. Op dit niveau van verbondenheid, hebben zonden simpel geen invloed. Op de dag van Jom Kippoer is deze verhouding met G’D geopenbaard in elke Jood, en vervolgens al zijn zonden verdreven als een gevolg van deze dag. Het debat tussen de geleerden en Rebbe is meer over het feit of iemand eerst teshoewa moet doen om voor dit niveau, geopenbaard te worden; allen zijn het er echter over eens dat wanneer eenmaal het niveau van Jom Kippoer is geopenbaard, “de dag zelf vergoeding, verzoening brengt”, het volbrengt veel meer dan louter teshoewa alleen.

Dus, aangaande die niveaus in een mens die beïnvloed en bevlekt zijn door zonde, moet vergoeding, verzoening gebracht worden door teshoewa, want teshoewa heeft de capaciteit om zijn band met G’D te versterken en de zonden, welke zijn relatie met Hem beladen, weg te cijferen.

De vergoeding, verzoening van Jom Kippoer komt echter voort, uit de openbaring in de Jood van het suprème niveau van verbondenheid met G’D. Zonden missen het vermogen om deze verbintenis, op geen enkel niveau, te bezoedelen.

GOED JOM TOV

ONDERWORPENHEID

Een gedachte over de sjofar:

Rosj Hasjana is de verjaardag van de schepping van de mens, het laatste schepsel in de volgorde van de Schepping, en het hoogst ontwikkelde.
De superioriteit van de mens aan het dier is in zijn intellect gelegen. Men had daarom kunnen denken, dat de dienst van Rosj Hasjana zou bestaan uit wetenschappelijke verhandelingen en discussies, waarin de mens zijn superioriteit zou kunnen demonstreren. Maar de essentie van de dienst op Rosj Hasjana is juist een eenvoudige ceremonie, n.l. het blazen op de hoorn van een ram, geen verfijnd muziekin­strument, maar een eenvoudige hoorn die eenvoudige ge­luiden voortbrengt.

Hierin ligt een diepzinnige les opgesloten: Het jaar wordt door middel van het blazen op een ramshoorn ingewijd om ons te leren dat, al is de mens een schepsel met intellect, de basis voor zijn intellectuele leven onderworpenheid aan G.d moet zijn. Een absolute onderworpenheid zoals deze aanwezig is bij een van intellect gespeend dier.

RABBI M.M. SCHNEERSON

L'SHANA TOVA.

PESACH

23 April – 1 Mei, 2005.

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, parashat Bo P.40b

Het vertellen van het verhaal over de uittocht uit Egypte is een van de belangrijkste onderdelen van de Seideravond. De wijze van vertellen moet levendig, waarlijk en vreugdevol zijn, en mag in de taal worden gedaan die men eigen is. De Zohar leert ons het volgende:
Op iedereen, die vertelt, rust de verplichting om het verhaal van het verlaten van Egypte te doen met lofspraak, deze mitzwa impliceert, dat dit geldt voor alle tijden. Elk persoon die het verhaal over de uittocht uit Egypte vertelt, op een blije verheuggelijke wijze, zal in de toekomst geïnviteerd worden om samen, met de Shechina, zich te verheugen.

Door het verhaal op een opgewekte manier te vertellen, verwijzen we naar de sefira van bina, welke de bron is van alle blijdschap. Dit heeft als gevolg dat de sefira van malchoet evenzo vol van vreugde is, omdat bina op deze sefira een direct invloed heeft. Als beloning voor deze totstandkoming van verbondenheid, terwijl zij (de Shechina) in verbanning is, zal deze persoon deel uitmaken van haar vreugde in de tijd van de uiteindelijke verlossing.

Deze vreugde, in de tijd van de uiteindelijke verlossing zal groter zijn dan elke andere vreugde. Dit is iemand die zich heeft verheugd met zijn Meester.

Iemand die de mirakels van de Exodus in blijdschap verhaalt, alsof hij het was die bevrijd werd, brengt deze verlichte blijheid opnieuw tot leven zoals zij werd geuit ten tijde van de eerste Uittocht. Om die reden gebruikt de Zohar het Hebreeuwse woord “sippoer”, verhaal, als beschrijving voor het opzeggen van de Pesach Haggada; het woord “sippoer” is gerelateerd aan het woord edelstenen, in het Hebreeuws “sapiriem”, uitzonderlijk fonkelend.
Het Nederlandse woord en ook het Engelse woord “saffier”, “sappfhire” relateren aan vuur, fire, welke verborgen is in het woord “saffier”, “sappfhire”, een hint naar de wijze waarop deze edelstenen het licht breken.
Het vurig overbrengen van het verhaal, zodat de vonken ervan springen, weerspiegelt de originele vreugde die geworteld is in de ziel. We geven dit zelfs weer in de begroeting “vreugdevol Pesach” Pesach kan in het Hebreeuws gelezen worden in twee woorden: “” betekent “mond” en “sach” “spreekt”. Dit is een verwijzing naar de mitzwa van het reciteren van het verhaal van de Exodus. Dus groeten wij elkaar met de zegen om het verhaal van de uittocht uit Egypte op een vreugdevol en blijde manier te vertellen!

EEN VREUGDEVOL PESACH

POERIEM 5765 – LOTENFEEST 2005

KONINGIN ESTHER FYSIEKE SCHOONHEID WAS EEN MANIFESTATIE VAN HAAR SPIRITUELE STATUS.

RABBI SHIMON BAR JOCHAI.

ZOHAR 169b.

Rebbe Shimon spreekt in deze passage met een ziel van de spirituele Tuin van Eden (Paradijs).

Rebbe Shimon zegt: Ik weet zeker dat daar [in de lagere Tuin van Eden] jullie gekleed gaan in de glorie van een lichaam dat puur en heilig is.

Dat lichaam van zielen is een lichaam van licht dat gemaakt is van het spirituele licht, dat is opgewekt door het verrichten van mitzwot in de fysieke wereld.

Was er ooit iets gelijk aan deze kleding in de fysieke wereld? Dat een persoon in deze wereld in het zelfde lichaam verschijnt zoals jij verschijnt in de spirituele werelden.

Rebbe Shimon wil weten of er mensen waren in de fysieke wereld die zo rechtvaardig waren dat hun lichamen een extensie was van hun zuivere spiritualiteit.

Hij antwoordde hem: “Twee jonge mensen, die gekleed waren te midden van ons stelden deze vraag aan het Hoofd van de Academie, nadat zij spijt ondervonden ten opzichte van een zonde, die ongeschikt is voor de openbaarheid. Dit is wat zij vroegen aan het Academie Hoofd, en hij antwoordden hen: Dat er wel degelijk zo een gebeuren was in de fysieke wereld. Van waar leren we dat? Van het vers: “ En het gebeurde op de derde dag[van haar vasten] dat Esther zich koninklijk (letterlijk “malchoet”) kleedde en in het binnenhof van het koninklijke paleis stond, tegenover de residentie van de Koning…..”(Esther 5:1). Dit betekent dat zij zich kleedde in het evenbeeld van de spirituele wereld, omdat het woord “koninklijk” verwijst naar de geest van heiligheid.

De [sefira] van malchoet, koninklijk, is van de hemelse sferen en [ondanks het feit dat het in de fysieke sfeer is] houdt het in zich, de atmosfeer van de hogere spirituele sfeer.

Na drie dagen van vasten en gebed, had Koningin Esther haar fysieke lichaam tot zo’n extensie gezuiverd en gepurificeerd, dat zij waardig was om de spirituele kleding te ontvangen, zelfs in deze fysieke realiteit.
Haar schoonheid moet een wonderbaarlijke aanschouwing geweest zijn, en verklaart waarom zij gunst vond in de ogen van Koning Achaswerus.

En toen Esther tegenover Koning Achaswerus stond en deze haar verschijning van spirituele licht zag, was haar voorkomen als een engel van G’D. Toen [hij haar zag], verliet zijn ziel hem voor een moment.

Eveneens zo was het met Mordechai, zoals is geschreven, “En Mordechai verwijderde zich van de aanwezigheid van de Koning in koninklijke kleren” ( Esther 8:15 ).
Dit was letterlijk de kleding, of externe verschijning van de sefira van malchoet
[van Zeir Anpin], het evenbeeld of gezicht van die hogere wereld.
Daarom is er geschreven dat “de angst voor Mordechai had hun bevangen” (ibid. 9:3).
Zij waren bang voor Mordechai wegens het angstaanjagende van zijn spirituele verschijning, en niet voor Achaswerus.

Goed Poeriem.

SHABBAT SHÈKELIEM – 2e DAG ROSH CHODESH ADAR b

PARASHAT PEKOEDÉ

De berekeningen (Exodus 38:21 – 40:38)

De Lubavitcher Rebbe.

Intellect en Emoties.

Sefer Hamamarim Meloekat 5:199

Dit zijn de inventarisberekeningen van de ‘Woning’, de ‘Woning van het Getuigenis’”……(Exodus. 38:21)

Het vers verwijst naar het feit dat er twee aspecten zijn ten aanzien van het Tabernakel. Één aspect wordt “het Tabernakel” genoemd, en het andere, “Tabernakel van het Getuigenis”. De twee Tabernakels refereren aan de twee G’ddelijke lichtniveaus, één dat is geopenbaard en één dat verhuld blijft.
Deze twee niveaus worden de “lagere Shechina” en de “hogere Shechina” genoemd. (In Tikoenei Zohar, 1b, wordt de lagere Shechina geïdentificeerd met malchoet en de hogere Shechina met bina).

Het eerste Tabernakel geeft onthulling weer, omdat het “het Tabernakel” wordt genoemd [ niet “een Tabernakel”], m.a.w een Tabernakel dat bekend is. Het tweede Tabernakel impliceert verhulling, aangezien het, “het Tabernakel” van het Getuigenis wordt genoemd, getuigenis namelijk, is alleen essentieel wanneer een onderwerp onbekend of verhuld is.

De mens in zijn dienst aan G’D, creëert daarbij zijn eigen Tabernakel, betreedt de lagere Shechina door het ten uitvoer brengen van “actieve” mitzwot, zoals het aanleggen van tefillien en het geven van weldadigheid. Men betreedt de hogere Shechina door het ten uitvoer brengen van “passieve” mirzwot, zoals zich te onthouden van het eten van niet kosjer voedsel of niet werken op Shabbat.

Dit is omdat de hogere Shechina, het Tabernakel dat is verhuld, niet kan worden “verstaan” door het doen van actieve menselijke daden, het is boven het menselijke bereik, het kan alleen toegankelijk worden door iets niet te doen.

Daarom zijn de passieve mitzwot geassocieerd met de letters yoed en hei, de eerste twee letters van de naam Havaya, terwijl de actieve mitzwot geassocieerd zijn met de laatste twee letters, vav en hey:

Yoed en hei refereren aan de verborgen sferen, terwijl vav en hei verwijzen naar de gereveleerde sferen (Tikoenei Zohar 10, 25b commentariërend op Deuteronomium. 29,28: “Verborgen dingen zijn aan G’D….terwijl gereveleerde dingen aan ons toe behoren……”). Yoed en hei refereren aan het intellect, vav en hei naar de emoties. Het intellect, in relatie tot anderen, is verhuld. Het intellect dient de persoon om separaat van anderen te kunnen functioneren. Emoties, liefde en vrees zijn ontbloot aan anderen. Zij zijn voorbestemd om te existeren naar anderen toe.

Met andere woorden, het is niet alleen de bepaling van emotionele drang, zoals goedhartigheid, die het nodig hebben, van anderen, vereist; het ware bestaan van emoties is geheel afhankelijk van de existentie van anderen. Zonder anderen, existeert het hele concept van goedhartigheid niet. Oké, zodra er anderen zijn, kan men het verlangen ervaren om goed te doen, zelfs wanneer er geen ander aanwezig is (zoals bij Abraham die bedroefd was om het feit dat geen enkele reiziger zijn tent had gepasseerd gedurende de eerste twee dagen na zijn besnijdenis en dat hij niet in staat was om de goedheid van gastvrijheid uit te voeren). Maar zonder anderen in de wereld, zou de emotie van goedhartigheid niet bestaan.

Daartegen is het intellect een autonoom vermogen. Iemand heeft niet de existentie van een ander nodig om te denken.

Idem met het hemelse intellect en emoties. Hemels intellect, yoed en hei, is op zichzelf gericht en verborgen voor het geschapene. Daarentegen hebben de Hemelse emoties het doel om, voor al de gecreëerde creaturen, geopenbaard te worden. Omdat emoties existeren met doel om gereveleerd te worden en om zich te verbinden met anderen, zijn zij in een geopend gebied, zelfs wanneer zij nog niet geheel kenbaar of zichtbaar zijn, zij zijn nog in het hart.

Tegenovergesteld, om dat het intellect inherent zelf-gericht is, blijft het verborgen, zelfs wanneer het technisch uit de doeken is gedaan en zodoende kenbaar is: a) men openbaart nooit en te nimmer de essentie van iemands intellect aan een ander, alleen een secondaire manifestatie van het intellect is kenbaar; b) het gereveleerde intellect heeft geen wezenlijke connectie met het intellect zelf. De verhouding is secondair (anders dan emoties wiens revelatie het uiteindelijke doel is).

Nota bene, het feit dat intellect inherent boven interactie is met anderen refereert het niet alleen aan anderen, buiten de persoon, maar ook naar de “anderen” in hem zelf.

Dus, “het Tabernakel”, het gereveleerde Tabernakel, verwijst naar de dienst aan G’D het impliceert emoties, het hart, het geopenbaarde.
“Tabernakel van het Getuigenis” verwijst naar de dienst aan G’D en impliceert het verstand, het verborgene.

SHABBAT SHALOM

SOEKOT

REDENEN VOOR DE MITSWA VAN SOEKA

“Zeven dagen moeten jullie in hutten wonen: alle ingezetenen in Jisra’eel moeten in hutten wonen, opdat jullie toekomstige geslachten het zullen weten, dat IK de Kinderen van Jisra’eel in hutten (soekot)heb laten wonen, toen IK hen uit het land Egypte heb gevoerd, IK, de Eeuwige jullie G’D.” (Leviticus 23, 42:43)

“Dat IK de kinderen van Jisra’eel in soekot heb laten wonen.” Rabbi Eliëzer zegt: “Met Soekot worden de zeven G’ddelijke wolken bedoeld die de B’nee Jisra’eel in de woestijn omringden.” (Talmoedtraktaat soeka 11b).

Zes wolken omringden de B’nee Jisra’eel en de zevende ging voor hen uit. De wolken waren een openbaring van G’D en een manifestatie van Zijn voorzienigheid, zoals er staat geschreven: “Dat U, Eeuwige, te midden van dit volk vertoeft en ook dat U, Eeuwige, hen op de meest duidelijke wijze verschenen bent en dat Uw wolk boven hen staat en dat U in een wolkzuil overdag voor hen uitgaat en in een vuurzuil ’s nachts.” (Numeri. 14,14) Als herinnering aan de zeven G’ddelijke wolken vieren wij Soekot gedurende zeven dagen in de zevende maand (gerekend vanaf Niesan, toen de uittocht uit Egypte plaatsvond).

“Dat IK de Kinderen van Jisra’eel in soekot heb laten wonen.” Rabbi Akiwa zegt: “Dit waren echte hutjes die de B’nee Jisra’eel in de woestijn hadden gemaakt.” (Traktaat soeka 11b)

De soeka is een herinnering voor alle toekomstige generaties aan de wonderen die in de woestijn zijn gebeurt. Veertig jaar lang zwierf een volk, mannen, vrouwen en kinderen, in een dorre en verlaten woestijn waarin mensen gewoonlijk niet kunnen overleven. Het Joodse Volk overleefde dankzij wonderen die voortdurend plaatsvonden, zoals het manna, de kwartels, de waterbron en de kleding die nooit versleet. Ter bescherming tegen de koude winter bouwden ze soekot. (Kad Ha’Kemach)

Toen de B’nee Jisra’eel de steden van de Emorieten en van het land Kena’an belegerden, woonden zij ook in soekot, zoals gebruikelijk bij de belegering van een stad. Zie bijvoorbeeld Samuel II. 11,11: “De Arke, Jisra’eel en Jehoeda woonden in soekot.” Ter herinnering is het ons geboden in soekot te wonen, zodat de latere generaties zullen weten dat wij niet onafgebroken vanaf de tijd van onze voorvaderen, Awraham, Jitschak, Ja’akov in Erets Jisra’eel gewoond hebben. Maar G’D heeft ons uit Egypte gevoerd en ons Erets Jisra’eel gegeven. (Rokeach)

GOED JOM TOV

JOM KIPPOER

ALS JOM KIPPOER, GROTE VERZOENDAG, OP SHABBAT VALT

Mozes riep de gehele gemeenschap van de Kinderen Jisraël in vergadering bijeen en zei tegen hen: “Dit zijn de woorden die De Eeuwige heeft opgelegd aan jullie om te doen. Zes dagen van de week mag er werk verricht worden, maar de zevende dag moet het iets heilig voor jullie zijn, als een Shabbat van Shabbaton ter ere van de Eeuwige.” (Exodus. 35: 1-2)

En dit zal voor jullie een eeuwige wet zijn : In de zevende maand, op de tiende van de maand, moet je vasten en geen enkel werk verrichten, noch de proseliet noch de vreemdeling. Want op die dag zal men verzoening voor jullie verkrijgen om jullie te louteren, van al jullie zonden zullen jullie tegenover de Eeuwige rein worden.
Het is een Shabbat van Shabbaton voor jullie, een dag waarop je vast en geen enkel werk verricht, een eeuwige wet.
(Leviticus. 16:29-31)

We weten dat Shabbat een concept van de Thora is. Van deze twee verzen kunnen we zien, dat beide, Shabbat en Jom Kippoer “Shabbat van Shabbaton” worden genoemd, de ultieme expressie van Shabbat. Wanneer de twee samenkomen bereiken de gebundelde interessen ongekende hoogten.

De Talmoed verklaart, “Als heel Israël twee maal achtereenvolgens Shabbat zou houden, zouden zij onmiddellijk worden verlost.” (Shabbat 118b)
Het boek Noam Megadiem (parasha Emor), van Rabbi Eliezer Ish Horowitz, een discipel van Rabbi Elimelech van Lizhensk, geeft een fascinerende interpretatie weer van deze Talmoedpassage; dat de twee Shabbatten verwijzen naar de twee Shabbatten welke samenvallen. Dat kan alleen zijn als Jom Kippoer samenvalt op Shabbat. Dan is de directe mogelijkheid van onmiddellijke verlossing van ons volk voorhanden. Het enige wat we moeten doen is, ze in acht nemen, onszelf van ganser harte plaatsen in dienst van de dag, zonder te worden afgeleid.

In principe is in elke Jom Kippoer de mogelijkheid aanwezig van een snelle verlossing. De heilige Zohar (parashat Noach) verklaart, dat zelfs als het volk in een enkele synagoge volledig teshoewa zou doen, op Jom Kippoer, het Joodse Volk onmiddellijk zou worden verlost! Dit is des te meer dit jaar het geval, wanneer de twee ultieme Shabbatten samenvallen. Een unieke gelegenheid.

Moge de komst van Mashiach deze Jom Kippoer een realiteit zijn.

GOED JOM TOV EN SHABBAT SHALOM