ROSH HASHANA

DAG VAN HET GERECHT?

ROSH HASHANA 5765 – HET JOODSE NIEUWJAAR 2004/2005

Om dit te kunnen begrijpen moeten we eerst de betekenis en de essentie van Rosh Hashana weten.
Rosh Hashana correspondeert met de zesde dag van de Schepping. De wereld was geschapen op de 25e van de maand Elloel1, Rosh Hashana, welke valt op de eerste dag van de maand Tishri, is de zesde dag van de Schepping, de dag dat Adam, de eerste mens, was geschapen. De vraag is: Waarom wordt Rosh Hashana [welke aan de Schepping herinnert] gevierd op de dag dat Adam werd geschapen, en niet op de 25e Elloel, de eerste dag van de Schepping? Een andere vraag: Rosh Hashana is de Dag van het Gerecht. Waarom wordt het gegeven van de Dag van het Gerecht, niet expliciet (in de beschrijving van Rosh Hashana) door de Thora aangegeven, m.a.w dat Rosh Hashana het begin van het jaar is ten opzichte van het oordeel. De Thora zegt slechts: "In de zevende maand zal het voor jullie op de eerste dag van de maand een dag van werkonthouding zijn, een herinnering door bazuingeschal, een oproep tot bijzondere wijding."2
Het zijn de geleerden die afleiden dat de eerste dag van Tishri het begin van het jaar is en de dag van het gerecht. Zij leiden dit af van het vers, "De ogen van de Eeuwige zijn voortdurend erop gericht (het Land Israël), van het begin van het jaar tot aan het einde ervan,"3 wat zij interpreteren als: "In het begin is beslist hoe het op het einde zal zijn."4 Verder staat geschreven: "Blaast de Shofar bij de nieuwe maan… want het is een decreet voor Israël, een oordeel…"5 zoals is uitgelegd in de Talmoed ( eerste hoofdstuk Rosh Hashana, aan het eind van 8a ). Waarom is het een feit dat Rosh Hashana het begin van het jaar is en de Dag van het Gerecht niet expliciet wordt genoemd in de Thora?

Om het bovenstaande volledig te begrijpen hebben we een uitleg van de geleerden nodig uit Midrash Rabba 6 : In eerste instantie, dacht G’D de wereld te scheppen met de Eigenschap van Justitie. Vandaar het vers, "In het begin schiep Elokiem (G’D)…"7 Elokiem is de Naam van G’D die geassocieerd is Recht. Maar Hij zag dat de wereld dit niet kon doorstaan, Hij verbond het met de Eigenschap van Barmhartigheid. Vandaar het vers, Dit is de geschiedenis van hemel en aarde op de dag dat Havayah Elokiem (Eeuwige, G’D) de aarde en de hemel schiep8 met ook het vermelden van de Naam Havayah, dit is de informele vorm van het onuitsprekelijke Tetragammaton, J-H-V-H, de Naam die geassocieerd is met de eigenschap van barmhartigheid.
We moeten ons ervan bewust zijn dat G’D de bron is van alle goedheid en liefdadigheid. Waarom dacht Hij dan in eerste instantie om de wereld te creëren met de Eigenschap van Justitie, en alleen, omdat Hij zag dat de wereld het niet kon verdragen, verbond met de Eigenschap van Barmhartigheid?
Als, "de aard van de benevolent is om goed te doen," waarom is de wereld dan niet in eerste instantie met de Eigenschap van Barmhartigheid geschapen?
Vooral omdat, in essentie, de beweegreden voor het scheppen van de wereld, barmhartigheid was.9
Midrash Rabba10 geeft het bovenstaande weer met een parabel:
Er was eens een koning die zeer fragiele kelken bezat (dit is de versie van Aroech, een fameuze Talmoedisch lexicon). De koning zei, "Als ik ze vul met warme vloeistof zullen ze breken. Maar als ik ze vul met een koude vloeistof, heim makrisin, zullen zij verdikken." (Arouch vergelijkt makrisin met de expressie jajin shehikris, verdikte wijn, hikris betekent verdikken, stremmen.)
Dus met koud zullen zij verdikken betekent dat de koude substantie het omhulsel zal verdikken en stollen, dit brengt een bepaalde mate van verontreiniging. De koning besloot om het koude en het warme te vermengen, schonk het in de kelken en zij bleven intact.
Zo ook zei de Heilige die Geprezen zij: "Als Ik de wereld creëer met de Eigenschap van Barmhartigheid, chetyoha sagiin (zullen zonde en zondaars overvloedig aanwezig zijn, aangezien zij niet eerlijk worden bestraft, Matnot Kehoena. Maar als Ik de wereld creëer met de Eigenschap van Justitie, hoe zal de wereld dit kunnen doorstaan? Nu, Ik zal de wereld scheppen met beide, de Eigenschap van Justitie en de Eigenschap van Barmhartigheid, moge hiermee de wereld voortduren!"

Noten:
1. Wajikra Rabba, hfd. 29, Tosafot Rosh Hashna 8a
2. Levitticus. 23:24
3. Deuteronomium.11:12
4. Jasaja. 46:10
5. Psalm.81:4
6. Rashi Genesis 1:1, Midrash Rabba 12:15 ibid 14:1
7. Genesis. 1:1
8. Genesis. 2:4
9. Micha 7:18
10. Hfd. 12

DE BETEKENIS EN BELANG VAN DE SHOFAR

De diepere betekenis van het shofar blazen is, om Teshoewa (inkeer, terugkeer) te inspireren, welke een mitzwa is, die alle andere mitzwot te boven gaat. Dus zelfs als iemand, G’D behoede, onachtzaam is in het vervullen van Thora en mitzwot , kan remediëren door Teshoewa, aangezien niets in zijn weg staat, en direct vergeving van zonden teweegbrengt. Om die reden is het dat Teshoewa, welke in feite de diepe betekenis is van Shofar, alle andere mitzwot te boven gaat.

Bovendien: Alle toevloed van G’ddelijke energie* voor het hele jaar, de spirituele voor het vervullen van Thora en mitzwot over het gehele jaar, als ook de fysieke toevloed, m.a.w de stroom van levenskracht voor de werelden, worden teweeg gebracht door het blazen van de shofar.
(Als beschreven in de Zohar en de geschriften van de AriZal)

* De levenskracht ingekapseld in het hoofd (brein) vloeit door het zenuwstelsel naar de organen. Dus alle mentale en fysieke capaciteiten zetelen in potentie in de hersenen. Vergelijkbaar wordt Rosh HaShana, letterlijk, "hoofd van het jaar" gezien, in de zin van de levenskracht voor het gehele jaar.]

LESHANA TOVA OEMESOEKA – EEN GOED EN ZOET JAAR

SHAVOE’ÓT (WEKENFEEST) – PARASHAT NASÓ 26-29

MEI, 2004

PARASHAT NASÓ

Neem op (Numeri 4:21 – 7:89 )

SHELOSHA MACHANOT – DRIE KAMPEMENTEN

BEMIDBÁR, NASÓ, BEHA’ALÓTCHA

De respectievelijke cijfers, drie en vier, spelen een belangrijke rol in onze Parasha en vinden hun tegenhanger in de indeling van Jeruzalem en de Heilige Tempel.

  1. machanè shechina, het kampement dat alleen toegankelijk was voor Priesters.
  2. lewie machanè, het gebied waarin de levieten verbleven en waar zij het meeste van hun taken uitvoerden.
  3. machanè jisraël, het gebied waarin de vier legers, gevormd uit drie stammen, waren gelegerd, elk groep respectievelijk met hun eigen vlag.

Later in Jeruzalem hebben we a) de Heilige Tempel, b) Tempelberg, c)de rest van de stad Jeruzalem (binnen de ommuring) en eveneens de vier walmuren van de stad, m.a.w de omwalling in de vier verschillende richtingen die de stad omheinden.
Wanneer we dit betrachten vanuit een metafysisch oogpunt zien we dat de machanè shechina, drie aparte gedeelten, gebieden van Heiligheid bevat:

  1. het kadeshé kedoshiem, het binnenste Heiligdom, het Heilige der Heiligen, waarin alleen de Hoge Priester handelingen kon uitvoeren en dan alleen op Grote Verzoendag.
  2. De Heichal, “Paleis”, omvattend het Gouden Altaar, de Tafel en de Kandelaber. Waarop de Priesters dagelijks en wekelijks reguliere taken uitvoerden.
  3. Het gedeelte dat het koperen altaar omvat, beter bekend als mizbach haolè, het altaar waarop de dagelijkse gemeenschapsoffers en andere offers werden gebracht.

De drie kampementen die wij hebben beschreven verdeelden eveneens de drie vormen van competentie van de Priesters, Levieten en de vertegenwoordigers van de twaalf respectievelijke stammen, de moeamadoet. In de machanè shechina, deden de Priesters de dienst. In de lewie machanè, zongen de Levieten en speelden muziek tijdens de offerdienst. De Israëlieten voorzagen, de afgevaardigden uit verschillende delen van erets jisroël van een symbolische aanwezigheid als “eigenaars” van de dagelijkse gemeenschapsoffers. ( Taanit 27)
Het cijfer vier vertegenwoordigt de vier vlaggen, de vier legergroepen van het Joodse Volk.

Later in Jeruzalem werd hun plaats ingenomen door de vier walmuren die de stad omringden, met het gezicht naar de vier richtingen. Dit cijfer correspondeert met vier letters van de onuitsprekelijke naam van G’D, het Tetragrammaton “JHWH” welke eigenlijk maar drie elementen bevat, want de letter komt tweemaal voor in de naam. Deze drie letters representeren drie chochmot, wijsheden, zoals is verklaard in Sefer Yetzira. Zij zijn de essentie van de voornaamste kawiem, “lijnen” in het universum, m.a.w de lijn van cheset, naaste liefde, de lijn van gevoera, gerechtigheid en de lijn van rachamiem, barmhartigheid. Door gebruik te maken van de laatste letter in de naam van G’D, eindigen we met vier letters, vier letters welke vervolgens duiden op vier van de tien “sefirot” wezenlijke G’ddelijke eigenschappen, namelijk die van chochma, wijsheid, biena, inzicht, Tiferet, schoonheid en malchoet, koningschap.
Deze “sefirot”zijn vier van de tien uitvloeiingen, de fundamentele krachten of G’ddelijke energiekanalen die in gronde abstracte concepten geleidelijk konden converteren of toepasselijk maken aan de materiële wereld waarvan wij deel uitmaken. Deze vier uitvloeiingen verwijzen ook naar de vier “poten” die de merkawa eljona dragen, de “wagen”in de hoogste regionen die de shechina draagt.

SHABBAT SHALOM

PESACH 5764

HET VOORWOORD VAN DE LUBAVITCHER HAGGADA

Voorjaar roept de geest op van een frisse bries, blauwe hemel en versterkende zonneschijn. De grond is ontdooid, bloemen ontluiken, bomen staan in bloei, vernieuwing weerklinkt door de wereld.

Dit patroon reikt tot in de menselijke sfeer. Voorjaar is een tijd van herleving, wanneer nieuw leven en vitaliteit bloeien. Ontspannen en met natuurlijke vreugde openen wij onszelf voor nieuwe ervaringen.

Pesach is chag ha’aviv, het feest van het voorjaar, een tijd waarin beide, individuelen en volk als geheel, gevoelens van vernieuwing ervaren. En inderdaad impliceert de naam Pesach, sprong, verspringen, wat betekent een sprong vooruit naar een nieuw referentiekader.

Pesach herdenkt de uittocht van Egypte. Maar de Joodse feesten zijn meer dan alleen maar het herdenken van historie, zij brengen historie tot leven. Door de viering van het feest, wordt de zelfde spirituele kracht die het feest voortbracht, opnieuw benadrukt en gereflecteerd in de besloten wereld van onze zielen.

In spirituele zin heeft iedereen van ons zijn eigen Egypte. Mitzrajiem, het Hebreeuwse woord voor Egypte, is gerelateerd aan het Hebreeuwse woord Meitzariem, (begrenzing, limitatie). Op Pesach laten we de krachten achter ons welke onze geest begrenst en beginnen een nieuwe fase van G’ddelijke dienst.

EEN STIMULERENDE EMOTIE

De vijftiende Niesan, de datum van de uittocht, blijft voor eeuwig de symbolische begintijd van onze vrijheid, de tijd waarin we potentiële vernieuwing verkrijgen zoals boven is beschreven.
Ondanks echter, dat dit potentieel is verleend, kunnen wij dit gevoel niet uiten op bevel en louter de begindatum zal het noodzakelijke niet oproepen om het te ervaren.
Wat zal de gevoelens van vernieuwing inspireren? Een gecreëerde vastgestelde orde, specifiek voor dit doel. Dit is de intentie van de mitzwot die zijn opgelegd om Pesach in acht te nemen: onze huizen ontdoen van chameets (brood en andere rijsmiddelen), het eten van matsa en het verhaal vertellen van de uittocht.
Deze mitzwot creëren een effect dat leidt naar het uiten van de bovengenoemde gevoelens.

Dit is het doel van de Seideravond. Het woord Seider betekend Aorde; het is een volgorde van voorlezingen en handelingen met de intentie om te sturen naar een spirituele ervaring.
De Haggada leid ons door deze vastgestelde ervaringen. Het is een klassieke tekst; de hoofdlijnen zijn opgenomen in de Mishna (Mondelinge Thora) (Pesachiem, hfst. 10).Door de eeuwen heen is het door alle vier types van zonen waaruit ons volk bestaat gekoesterd.
Als gevolg van de omzwervingen van het Joodse volk van land naar land, onderging de Haggada enige veranderingen. De tekst en de basis uitvoeringen bleven echter behouden zonder substantiële veranderingen, alleen zijn er kleine verschillen met de huidige tekst en de gequoteerde tekst in de Mishna en praktisch geen verandering met de tekst die werd gebruikt door de Geonim van de begin-Talmoedische era. Maar in elke generatie hebben gemeenschappen commentaar en gewoonten toegevoegd die een unieke karakteristiek verleenden zonder de standaard tekst te niet te doen. De spirituele aspiraties van elke Joodse gemeenschap werd vaak gereflecteerd door het inzicht welke zijn leiders deelden in verband met Pesach.

EEN DROOM WORDT PRAKTISCHE WERKELIJKHEID

Er is geen chassied die er niet van droomt om aan de Sedertafel te zitten van zijn Rebbe. Het doel van het commentaar tot deze Haggada is om een hoogst mogelijke ervaring dichterbij te brengen door de inzichten te delen van de Baal Shem Tov, De Maggid van Mezeritch en de zeven Lubavitcher Rebbes, en hun te presenteren als Levend Thora waarheden waaraan een persoon zich kan relateren en richten. Daar het uitdrukkelijke oogmerk van deze tekst is om de leerstellingen van de Lubavitcher Rebbes over te brengen, mogen bepaalde gedeelten van dit commentaar alleen toegankelijke zijn voor diegenen die ervaring hebben in hun stijl en gedachtegang.
Desalniettemin, sinds aanreiken en overbrengen een fundamenteel onderdeel is van de Lubavitcher levensstijl, moet de moeite genomen worden voor meer toegankelijkheid naar diegene toe die niet zo eigen zijn met de manier van denken. Een gevarieerde presentatie van ideeën van de toepassingen en een overbrenging in termen dat het niet lezenswaardig beperkt is.

BRONNEN EN GEBRUIKEN

De tekst van de Lubavicher Haggada is oorspronkelijk samengesteld door de Alte Rebbe, Rabbi Shneur Zalman van Liadi, als onderdeel van zijn Siddoer (de geordende gebeden voor het hele jaar), gepubliceerd in 1803.Zijn doel was om de Kabbalistische leerstellingen van Rabbi Isaak Luria, Ha Ari Zal met de Talmoedische en Halachische bronnen ten aanzien van gebeden samen te voegen, met de intentie om een foutloze linguïstische tekst voort te brengen, nauwgezet vasthoudend aan de Hebreeuwse grammatica en zinsbouw.
Tezamen met de tekst voegde Rabbi Shneur Zalman bepaalde instructies toe. Deze waren toegevoegd en in bepaalde gevallen geamendeerd door de Rebbe om de heersende Lubavitcher gebruiken weer te geven. Deze instructies werden voor het eerst gepubliceerd in zijn editie van de Haggada, Haggada Shel Pesach im Likkoetei Taámim U=Minhagiem (De Haggada van Pesach met een verzameling van verklaringen en gebruiken).

Vele van deze gebruiken of gewoontes zijn minhag beis harav, de huishoudelijke gewoontes van Rebbe. Er waren tijden dat zulke gewoontes exclusief waren voor de Rebbes en niet de intentie hadden te worden gevolgd door anderen, B.v. (het nemen van een zilver presenteerblad voor matzot), in vele gevallen echter werden de gewoonten van de Rebbes de gewoonten van de chassidiem.

Ter onderscheiding van deze aard gebruiken refereren wij hun met de term A de heersende Lubavitcher gewoonte A.

VAN VERLOSSING NAAR VERLOSSING

De Profeet belooft (Micha 7:15), Zoals in de dagen van jullie uittocht van het land Egypte, zal Ik wonderen laten zien [aan het volk]. Wat de vraag is, (Zohar lll, 176a) aangezien de Joden Egypte in een één dag verlieten, waarom gebruikt de Profeet het woord Adagen? Het is verklaard dat de uittocht van Egypte een kanaal heeft geopend niet alleen voor de verlossing van Egypte, maar voor alle volgende verlossingen die het Joodse volk zal ondervinden, meegerekend de uiteindelijke verlossing geleid door Mashiach. De gehele periode voorafgaand aan de komst van Mashiach wordt dus gerefereerd als Ade dagen van jullie uittocht van het land Egypte. In deze context IS DE SEIDER NIET ALLEEN HERBELEVEN VAN DE UITTOCHT VAN EGYPTE, MAAR EEN VOORPROEF OP DE KOMST VAN HET KOMEN VAN MASHIACH.

Dit gegeven is verbonden met de inhoud van deze Haggada. In een befaamde brief, (Ben Poras Yosef / Keser Shem Tov) verhaalt de Baal Shem Tov dat hij een visioen had van Mashiach, en hem vroeg, Wanneer komt u? Mashiach antwoordde, wanneer de onuitputtelijke bron van je leer wijd verspreid zal zijn.

De leer van de Baal Shem Tov werd overgedragen en versterkt door de Maggid van Mezeritch en zijn studenten en in het bijzonder, door het uniek innerlijke inzicht van Rav Shneur Zalman van Liadi en de aansluitende Rebbes van Lubavitch-Chabad. Deze anthologie van hun inzichten vormen samen de verspreiding van de Baal Shem Tov’s gedachten en bespoedigen de komst van MASHIACH.

CHAG SAME’ACH

SJEMINIE ATSERET – SLOTFEEST, SIMCHAT THORA – VREUGDE DER WET

Soekot en Simchat Thora staan bekend als ‘De tijd van onze vreugde’. Een periode die overstroomd is van zuiver geluk, dat we met emmers kunnen opvangen. Van uit deze optiek dienen deze feestdagen als een natuurlijke beëindiging van de reeks die begon met de Hoge Feestdagen. Op Rosh Hashana en Jom Kippoer delen en verbinden wij de essentie van onze ziel met G’D. Op Soekot en Simchat Thora, komt de vreugde, die deze verbintenis innerlijk voortbrengt, tot uiting.

‘Waarom ben je zo overweldigend uitbundig?’, vroeg de geleerde aan de eenvoudige man. ‘Het is Simchat Thora, de dag van vreugde om de Thora.’

Aangezien jij niet geleerd bent, wat is jou connectie tot de Thora en waarom is het voor jou vandaag een reden om vreugdevol te zijn?

‘Wanneer de dochter van je broer trouwt neem je dan niet deel aan de feestvreugde?’ vroeg de eenvoudige man.

‘Natuurlijk,’ antwoordde de geleerde, onzeker over de intentie van de eenvoudige man. ‘Nou, voor dezelfde reden vier ik deze dag zo uitbundig feest,’ antwoordde de eenvoudige man. ‘Alle Joden zijn broers van elkaar. Als het vandaag een feestdag is voor geleerden, is het evenzo een feestdag voor mij.’

In feite is het zo, dat de reden van onze viering van Simchat Thora veel dieper gaat dan de connectie met de Thora die behaald is door studie.

Op Simchat Thora vieren wij onze connectie met de essentie van de Thora, een niveau dat het bevattingsvermogen geheel te boven gaat.

Om die reden wordt de viering gehouden met gesloten, dicht gebonden Thora.

Op Simchat Thora vieren we uitbundig feest omdat we Joden zijn. En als Joden de verbintenis delen met de essentie van de Thora, een verbintenis dat ons innerlijke verbindt met de essentie van G’D.

Op dit niveau zijn de eenvoudige man en de geleerde gelijk, want de ziel is een deel van G’D Zelf, zo oneindig en ongebonden als G’D. Dit geldt voor ons allen. Elke Jood heeft een ziel welke in essentie een G’ddelijke vonk is en dank zij deze vonk delen wij een connectie met de essentie van de Thora.

Zoals de Zohar verklaart: ‘Israël, de Thora, en de Heilige, Hij zij geprezen, zijn één.’

Om die reden vieren de eenvoudige man en de geleerde gelijkwaardig, want de ene is niet méér joods dan de andere.

In bepaalde mate is de viering van de eenvoudige zelfs groter, want zijn intellect zit hem niet in de weg, tot zijn connectie met zijn Joodse essentie.

Met de uitstroom van vreugde op Simchat Thora, zetten wij onze koers uit in het nieuwe jaar. Met het verkrijgen van herstelling met ons innerlijke wezen op de Hoge Feestdagen en de viering van deze connectie met G’D op Soekot en Simchat Thora, prepareren en verhogen wij de sfeer van ons dagelijks functioneren in het komende jaar.

ZIEVOOR VERDERE UITLEGOVERSJEMINIE ATSERETENSIMCHAT THORA IN HET ARCHIEF, ONDER LEZINGEN.

SOEKOT

NIEUWSBRIEF SOEKOT

SHABBAT 15-16 OKTOBER

DE VIER SOORTEN

Lev. 23:40 En jullie moet je nemen, op de eerste dag, een vrucht van de Hadarboom, een palmtak, en takken van de boom Awot, en beekwilgen.

De traditie heeft deze aanduiding gepreciseerd tot de etrog (een op een citroen lijkende vrucht), de loelav (palmtak), de myrte en wilgetakken.  Rambam (Moreh III, 24) duidt de symboliek als ‘de vreugde om het trekken uit de woestijn, náár een land van vruchtbomen en waterstromen’.

Omdat de loelav de langste van het viertal is, spreekt men van ‘de loelav’ ook wanneer men het geheel bedoelt.

Een met Soekkot veel geciteerde agada (Wajikra R. 30, 12) vergelijkt de vier soorten met het volk Israël:

‘Zoals de etrog smaak en geur heeft, zo zijn er in Israël mensen die Thora leren en goede daden doen. Zoals de palm smaak heeft (de vruchten) en geen geur, zo zijn er die geen Thora leren, maar wel goede daden doen. En zoals de wilg noch smaak, noch geur heeft, zo zijn er die noch het een noch het ander doen.

Wat doet de Heilige Hij zij gezegend met hen? Ze verloren laten gaan kan niet. Daarom zegt Hij: laat ze alle worden samengenomen tot een geheel, dan verzoenen ze voor elkaar. En wanneer jullie dat op dat moment doet, dan verhef Ik me, zoals er staat (Amos 9, 6): ‘Die in de hemel Zijn hoogten bouwt’. En wanneer verheft Hij zich? Wannéér ze een eenheid zijn, zoals er staat (zelfde plaats): Én Zijn eenheid, op aarde vestigt Hij haar’. Vandaar dat Mosje Israël oproept: En jullie moet je nemen op de eerste dag, enz.

EEN SOEKOTVERHAAL DOOR RABBIJN BARUCH KAPLAN, JERUZALEM.

Het was vlak voor het begin van het feest van Soekot en er was geen etrog in Berdichev. Reb Levi Jitschak wachtte, en zo deden ook de andere joden in de stad, maar geen esrog, die zoals gewoonlijk elk jaar, arriveerde. De Tsaddik zei tegen zijn chassidiem: "Ga naar het kruispunt, misschien zullen jullie daar iemand ontmoeten die een esrog heeft."

Dit deden ze, en inderdaad ontmoetten zij een jood die op weg was naar huis met een prachtige etrog in zijn bezit. Echter, hij woonde niet in Berdichev, maar in een andere stad, ver weg.

Ze brachten hem naar Reb Levi Jitschak. De Tsaddik smeekte hem om het feest in Berdichev door te brengen, waardoor hij de mogelijkheid zou scheppen om alle joden in de stad de mitzwa te laten vervullen.

De man weigerde, hij was op weg naar huis naar zijn familie om het feest van Soekot te vieren. Waarom zou hij zomaar van plan veranderen en hemzelf en zijn familie de vreugde ontnemen van het samen zijn op Jom-Tov?

De Tsaddik was vasthoudend en beloofde hem rijkdom en zonen, maar de reiziger bleef bij zijn standpunt. G’D zij dank had hij beide, rijkdom en kinderen. Hij had niets nodig. Uiteindelijk fluisterde de Tsaddik: "Als je aan mijn wens voldoet, beloof ik je dat je met mij in de Komende Wereld zult zijn."

Toen de man dit hoorde ging hij onmiddellijk akkoord met het verzoek van de Tsaddik. Hij zou de dagen van Soekot in Berdichev verblijven.

De Tsaddik was vol van vreugde en alle andere in Berdichev inclusief de eigenaar van de etrog die overtuigd was dat hij een goede deal had afgesloten.

Ondertussen echter had Reb Levi Jitschak een geheime opdracht uitgevaardigd. Niemand was het toegestaan om de eigenaar van de etrog toe te laten in zijn soeka. Ondanks dat niemand zijn redenen  begreep. zou men gehoorzamen aan zijn uitvaardiging.

Op de eerste avond van het feest, toen de eigenaar van de etrog terug kwam van het avondgebed, trof hij op de tafel in zijn kamer, kandelaars, wijn en galles (broden) aan. Hij was zeer verbaasd!! Had de herbergier, een goeie Jid, niet een soeka? Hij spoedde zich naar de binnenplaats en natuurlijk was daar een soeka, gebouwd volgens de halagische regels. De herbergier en zijn familie zaten al rond de tafel en gasten kwamen aan, maar hem lieten zij niet binnen. Nota bene, gaven zij geen enkele verklaring voor hun weigering. De ongelukkige vroeg het toen maar aan de buren.

Hij trof elke familie aan in de soeka, genietend van het feest. Hij smeekte hen om hem binnen te laten en mee te kunnen genieten, maar iedereen weigerde. Uiteindelijk kwam het er uit dat Reb Levi zelf de order had gegeven, dat het hem niet was toegestaan in welke soeka dan ook te mogen verblijven.

Hij rende zeer opgewonden naar de Tsaddik en vroeg: "Wat is dit? Wat is mijn zonde? Wat heb ik gedaan?"

De Tsaddik antwoordde hem kalm: "Als je mij de belofte teruggeeft die ik jou gaf over het zijn met mij in De Komende Wereld dan zal ik de herbergier opdracht geven je toe te laten in zijn soeka." De gast was met stomheid geslagen en wist geen woord uit te brengen. Wat moest hij doen?

Aan de ene kant had hij een belofte dat hij samen met de Tsaddik zou zijn in de Komende Wereld, aan de andere kant, had hij de gelegenheid om de mitswa te vervullen en in de soeka te zitten. Uiteindelijk besloot hij, om de mitswa te kunnen doen, voor het zitten in de soeka te kiezen, ten nadele van De Komende Wereld. Hoe kan een jood zoals hij zelf, een jid die elk jaar van zijn leven de mitswa vervulde van het zitten in de soeka, het nu niet doen?

En hoe kan het, terwijl de meeste joden wereldwijd  in hun soeka zitten, dat hij er van uitgesloten is.

Daarom gaf de man de belofte die de Tsaddik hem gegeven had terug. Hij schudde zelfs de hand van de Rav toen deze vroeg om de deal af te afsluiten. Onmiddellijk daarna spoedde hij zich naar de soeka om zijn avondmaal te nuttigen, zoals de regel het verlangt.

Toen het feest voorbij was, zond Reb Levi Jitschak zijn shammas naar de eigenaar van de esrog met de boodschap, dat hij bij hem moest komen. Nu zei de Tsaddik: "Ik geef je de originele belofte die ik jou deed terug. Ik wil namelijk dat je je heel goed realiseert, dat ik niet wilde dat je De Komende Wereld verdiende als gevolg van een zakelijke transactie. Ik wou je het verwerven van je verdiensten laten verdienen door je eigen goede daden. Dat is waarom ik de uitvaardiging deed om je te testen t.a.v. de mitswa. Nu, nadat je de test hebt doorstaan en dat je in staat was je zelf zo op te offeren voor de mitswa van de soeka, nu heb je je plaats verkregen met mij in de Komende Wereld."

SHABBAT SHALOM EN CHAG SAMEACH

Zie voor verdere uitleg over SOEKOT in het Archief, onder Artikelen.

DE TIEN DAGEN VAN INKEER

PARASHAT HA’AZINOE; SHABBAT SHOEWA
JOM KIPPOER.

DICHTBIJ DE HEMEL, DICHTBIJ DE AARDE

WOORDEN VAN NABIJHEID EN AFSTAND

De Midrash1 vertelt ons dat Mozes “dichtbij de hemel” en “ver van de aarde” was, en dat hij daarom de Thoralezing van Ha’azinoe begint met de woorden:

“Neig het oor, hemel, dan ik wil spreken en luister, aarde, naar wat mijn mond zeggen wil.”

“Neig het oor” spreekt in de geest van dichtbij (ha’azinoe), “luister aarde” benadrukt afstand.

Op de zelfde wijze, maar in precies het tegenovergestelde, vertelt de Midrash dat de Profeet Jesaja 2 “ ver van de hemelen …. en dichtbij de aarde” was, want hij zei letterlijk “Hoor O hemelen, en neig het oor, O aarde.”

Dit is een wonderlijke tegenstelling, zeker als men bedenkt dat de Thora , wat leer betekent, instructies zijn voor het dagelijkse leven van elke Jood.3

Toen Mozes zei, “ neig het oor, hemel en luister aarde” impliceerde dat dat elke Jood moet streven dichtbij de hemel te zijn en zich te ontdoen van de beperkingen van de aarde.

Als Jesaja, de grootste onder de Profeten4 dit niet kon, hoe kan de Thora dan dit verlangen van elke Jood? En, als het “dichtbij de hemel zijn” als het ware binnen het bereik van elke Jood5 zou zijn, zoals Mozes stelt, waarom had Jesaja dan gefaald om dit te bereiken?

De zaak wordt nog vreemder als de Midrash6 verklaart dat de woorden van Jesaja een continuatie is van het spreken van Mozes. Spreken onder de directe inspiratie van Mozes zou het makkelijker hebben gemaakt voor Jesaja om te groeien naar zijn niveau.

We zijn daarom gedwongen te concluderen, dat Jesaja niet een lager niveau schetste, maar zelfs een hoger dan Mozes. Het was in deze strekking dat hij continueerde waar Mozes eindigde.

Het bereiken van Mozes’s niveau, “dichtbij de hemel” stelde hem in staat om nog een hoger niveau te bereiken “dichtbij de aarde”.

En omdat Jesaja’s woorden ook een integraal deel van de Thora zijn, vormen zij een universele boodschap aan elke Jood.

We moeten ons eveneens realiseren dat elke lering van de Thora ook specifiek verwijst naar de periode van het jaar waarin zij wordt gelezen,7 de woorden van Mozes en hun continuatie in Jesaja verwijzen in het bijzonder naar de periode tussen Rosh Hashana en Soekot (Loofhuttenfeest) waarin zij altijd wordt gelezen.

DE BEGRENZING VAN DE WERELD EN ZIJN VERBREDING

Wat is de relatie tussen Parashat Ha’azinoe, de roep van Mozes en Jesaja’s continuatie van die roep en de tien dagen van inkeer (de vier dagen volgend op Jom Kippoer inbegrepen) : Door het gehele jaar is ons religieus leven bekommerd met dingen van de “aarde”; de studie van de Thora en de praktische uitvoering van de geboden, zelfs de emoties van het hart , ons intellect en ons temperament.

Maar gedurende de Tien Dagen “zal de geest terugkeren naar G’D die hem heeft gegeven.” Elke Jood moet bewust worden van de “begrenzing” die de wereld symboliseert, tot aan het punt van tranen.Hij moet “G’D aanroepen”, vol van verlangen en vertrouwen om één met Hem te worden.

Een mens is waar zijn wil is. Bij het uitstorten in tranen over zijn begrenzing, brengt hij zichzelf er overheen.

Hij komt “dichtbij de hemel” en “ver van de aarde”. Zijn overweldigende verlangen is om “dichtbij de hemel” te zijn. G’D’s respons is”mij te antwoorden met verbreding”, dat is met Zijn aanwezigheid in het aardse, welke de ware essentie van G’D openbaart, net zoals in het hogere. Het Oneindige komt in zijn menselijke behuizing. En dan ondervindt hij G’D “dichtbij de aarde”en “ver van de hemel”.

DE LES VAN JESAJA

Gedurende het leven van een Jood is de “Hemel”, de Thora, het woord van G’D. “Aarde” zijn de geboden, de handelingen van de mens.8 Door het leren van Thora komt een Jood nader tot G’D. Door de geboden brengt hij G’D in deze wereld.9

Eerst moet hij “dichtbij de hemel”zijn, niettemin moet hij de geboden in acht nemen met in zijn hart de studie van Thora`.

Maar dat is alleen de eerste fase. Hij moet zich op een bepaald moment realiseren dat “niet het leren maar het doen”10 de essentie is, want de werkelijke taak van de mens is, deze wereld te veranderen tot een verblijfplaats van G’D.11

Voor de tweede fase was Jesaja nodig. Want de Thora werd door Mozes in ontvangst genomen, maar aan Jesaja werd de profetie van de toekomstige verlossing gegeven, de tijd waarin de wereld G’D’s verblijfplaats zal zijn, wanneer “elke verschijning zal weten dat U het heeft gevormd”12 wanneer de vorm van de wereld zal worden samengesmolten met de Oneindigheid van G’D.

JOM KIPPOER

Maimonides beschrijft Jom Kippoer als “de tijd van teshoewa voor iedereen; zowel individueel als gemeenschaplijk.”

De ultieme expressie van dit grondthema zal komen in de era van de Verlossing wanneer, zoals de Zohar, de fundamentele tekst van het Joodse mysticisme, leert, Mashiach zelfs de rechtvaardigen zal motiveren om te keren naar G’D in teshoewa.

Wat is teshoewa? Terugkeren naar G’D door zich te richten op de G’ddelijke vonk die in elk van ons aanwezig is. In de era van volledige spiritualiteit, ingeleid door Mashiach, zal iedereen zich bewust worden van zijn sterfelijke beperkingen en zoeken naar het diepste innerlijke van zijn spirituele potentie.

Evenzo, het is de expressie van het potentieel voor teshoewa dat zal dienen als een katalysator voor de Verlossing. Want het streven en bereiken van ons diepste innerlijk, zal dienen als een katalysator voor de openbaring van het G’ddelijke in alles wat existeert. Zoals Maimonides schrijft: “Israël zal alleen worden verlost door teshoewa. De Thora heeft beloofd dat uiteindelijk, met betrekking tot het einde van haar verbanning, Israël zal terugkeren [tot G’D], en onmiddellijk zal zijn verlost.

SHABBAT SHALOM EN GOED JOM TOV

zie ook Rosh Hashana, Tien dagen van Inkeer, Jom Kippoer onder Joodse Feestdagen of zoek in het Archief

NOTEN:

1. Sifri, aan het begin van Ha’azinoe, Zohar, Ha’azinoe, 286b
2. Jesaja 1, 2
3. Zohar, III, 53b
4. Jalkoet, Jesaja, Remez 385
5. Tanja, Deel I, Hfd. 42
6. Sifri; Jalkoet, Ha’azinoe, Remez 942.
7. Sever Shalo, Shaar Hashofar, Hfd. 5
8. Thora Or Bereishiet; Likkoetei Thora, Ha’azinoe, 74
9. Tanja, Deel 1, Hfd. 23
10. Pirkei Awot 1, 17
11. Sefer. Baba Batra, 14b
12. Gebeden Rosh Hashana en Jom Kippoer

ROSH HASHANA

HET JOODSE NIEUW JAAR

ROSH HASHANA 5764 – 27/28 SEPTEMBER 2003

De Lubavitcher Rebbe, Rabbi Menachem M. Sneerson, in gezegende herinnering, heeft zowel Joden als de gehele mensheid, voorzien van spirituele en praktische leiding.

Met brede visie heeft hij een weg aangegeven en omlijnd naar zelfverbetering voor al diegenen die met hem in contact kwamen en voor de samenleving als geheel. Gerespecteerd door zijn volgelingen en voorstanders voor zijn voorbeeldige spirituele eigenschappen en door anderen voor zijn begaanheid met ethische en menselijke waarden, had hij een grote invloed op onze tijd.

Als veelzijdige persoonlijkheid – hij verenigde verschillende functies: Talmoedist, halachist (wetgever), Bijbels exegeet, en Rebbe van de Chabad Chassidische traditie – in de vast opgestelde orde van zijn Thora verhandelingen.

In deze verhandelingen expliceert de Rebbe de verschillende aspecten van de verhouding tussen G’D, Thora en Israël.

Lezers en luisterend en kregen een panoramisch inzicht van alle niveaus van Thorastudie: peshat (letterlijk) remez (aanduiding op) derush (ethische homiletiek) en sod (esoterische betekenis). Alles gezien door het prisma van het Chabad Chassidisch denken en gevormd tot een coherent geheel.

De verhandelingen met betrekking tot de Joodse feestdagen geven een overzicht van de primaire concepten van Chabad chassidoet, welke zich richt op: A. de G’D-Jood, Jood-G’D verhouding; B. de Jood als lid van een collectieve gemeenschap; C. de individuele Jood in verhouding tot zichzelf.

De sleutel van deze verhoudingen zijn de vereniging tussen G’D en de overigen van de schepping en in het bijzonder de vereniging tussen G’D, de Thora en het Joodse Volk. De Rebbe’s diepzinnig denken verheldert deze vereniging, maar zijn benadrukking belast niet de intellectuele inspanning alleen. Herhaaldelijk benadrukt hij de praktische implicaties voor Joden en hun dienst aan G’d.

En inderdaad, de vraag voor zelfkennis, verbondenheid met het G’ddelijke, en voor eenheid onder het Joodse Volk, ligt uiteindelijk in de taak van het dagelijks reveleren van het G’ddelijke in de wereld.

De intellectuele en emotionele oproep van deze verhandelingen vormen een diepgaande studieleringen. Deze verhandelingen hebben de inspanningen

van zijn uitgezondenen en volgelingen geïnspireerd en gestuurd en stelden hen in staat om diepzinnige invloed aan te wenden op de internationale Joodse gemeenschap.

Sommige verhandelingen gaan over de volgende vragen en concepten: waarom moeten Joden op Rosh Hashana vragen voor mondaine, fysieke benodigdheden, de periode van de kroningsplechtigheid van G’D als Koning van het Universum?

Antwoord: Vragen om fysieke noden in gebed komt voort uit de innerlijke essentie van een Jood en gaat zelfzucht te boven. Een Jood bidt voor fysieke behoefden om in staat te zijn G’D’s wil te vervullen, het vervullen van G’D’s wil realiseert spiritualiteit in deze wereld.

Op de tweede dag van Rosh Hashana wordt de Akeida (de binding van Izaak op het altaar als offer) gelezen. Abraham’s bereidheid om zijn enige zoon te offeren brengt de verbazingwekkende capaciteit van het Joodse Volk voort om zelfopoffering te tonen voor Judaïsme. Ondanks dat Abraham zichzelf al had bewezen door negen voorgaande beproevingen, geeft een raadselachtige Talmoedische verklaring aan dat het belang van deze beproevingen afhing van zijn succes in de laatste. Wat maakt deze beproeving dan zo cruciaal? Antwoord: Er is een verschil tussen zelfopoffering die gebaseerd op een intellectuele rationele redenen ter bevordering van een ideaal en een zelfopoffering die compleet gebaseerd is op vertrouwen van en onderwerping aan G’D, welke het tegenovergestelde is van het intellect.

Volgens de Chassidische gedachte, opende Abraham’s laatste beproeving het “spirituele kanaal” van zelfopoffering voor alle verdere generaties van het Joodse Volk. Het is deze heroïsche eigenschap die de Joden in staat stelt om de “beproevingen en uitdagingen van verbanningen” te doorstaan, door welke zij uiteindelijk de Messiaanse Verlossing zullen bereiken.

DE ROEP VAN DE SHOFAR

TWEE CHASSIDISCHE PARABELEN

Het geluid van de Shofar staat centraal in de inachtneming van Rosh Hashana en is het middelpunt van de feestdagen, zoals is aangegeven door de verklaring in de Talmoed, dat het spiritueel gegeven van de kroning van G’D als Koning en het oproepen van de herinnering van het Joodse Volk vóór G’D, wordt geactualiseerd door het blazen van de Shofar.

Het volgende excerpt van een sicha (verhandeling) geeft de diepere betekenis weer door middel van twee gedetailleerde Chassidische parabels, van het blazen van de Shofar en hun verbintenis met de hoofdthema’s van de inachtneming van Rosh Hashana.

HOE WORDT DIT TOT STAND GEBRACHT?

De Talmoedische geleerde Rabba verklaart1: “G’D zegt tot het Joodse Volk: Op Rosh Hashana, reciteer voor Mij (verzen van Koningschap), (verzen van) herinnering, en (laat horen) de klanken van de shofar. Koningschap, dat jullie Mij als Koning over jullie proclameren; herinnering, dat jullie geheugen vóór Mij zal komen; hoe kan dit bereikt worden? Door de geluidsklanken van de shofar.”

Wat is de zin van de Talmoedische verklaring dat shofar de betekenis is om G’D te proclameren als Koning en het Joodse Volk oproepen te herinneren?

We vinden twee parabels met betrekking tot het blazen van de shofar in chassidische werken. Één in naam van Rabbi Israel Baal Shem Tov.2

DE PARABEL VAN DE BAAL SHEM TOV

Er was eens een koning die maar één zoon had, die zeer onderlegd was en de oogappel van zijn vader. De koning besloot, voor het welzijn van de prins, dat hij zou reizen naar een ver afgelegen land om wijsheid en kennis te vergaren over het menselijke gedrag.

De koning voorzag zijn zoon van een brede escorte, een groep van notabelen en eminente staatsfunctionarissen, en een gevolg van bedienden om hem bij te staan. De koning schonk hem evenzo grote rijkdom, zodat hij met gemak en in luxe naar de vele landen en verre eilanden kon reizen. Hij hoopte dat de prins tot een hoog geestelijk niveau zou groeien bij het verwerven van wijsheid en ervaring.

Gedurende de lange reis gewende de zoon zich aan de grote luxe, en verspilde het geld aan zucht naar fysieke lusten; zijn levensstijl werd een continue toenemende vraag naar sensualiteit en zelfvoldoening.

Dit resulteerde uiteindelijk in de verkoop van alles wat hij bezat.

Ten slotte belandde hij zielsalleen in een ver afgelegen land waar men zijn vader niet kende was. Vanuit bittere armoede en leed besloot hij huiswaarts te keren. Maar er was zoveel tijd voorbijgegaan dat hij zijn eigen taal was vergeten. Bij terugkomst in zijn eigen land, probeerde hij te communiceren in gebarentaal en symbolische tekens, dat hij de zoon van de koning was, maar het volk begreep hem niet. Uiteindelijk bereikte hij de plaats van het koninklijke paleis en opnieuw probeerde hij met allerlei gebaren en tekens aan de aanwezige mensen duidelijk te maken wie hij was, maar het mocht niet baten. In volledige wanhoop schreeuwde hij met luide stem, in de hoop dat zijn vader hem zou horen en herkennen. Plotseling werd de koning gewaar dat dit de stem van zijn zoon was, huilend met grote smart. Dit riep al zijn vaderlijke gevoelens van liefde en begaanheid op, en hij omarmde en kuste zijn zoon.

Deze allegorie geeft de verhouding weer tussen G’D en het Joodse Volk, want alle Joden worden omschreven als
de zonen van G’D.

De zielen van Israël zijn naar deze wereld gezonden om wijsheid te vergaren, op dezelfde wijze als de lange reis van de prins. In spirituele zin betekent dit dat door Thora en mitzwot, de ziel voortdurend naar een hoger niveau kan groeien. Echter, de lichamelijke fysieke verlangens en de zucht naar lust brengt de ziel naar een ver afgelegen plaats, waar hij vervreemdt van zijn Vader, en waar hij de herinnering verliest van zijn aangeboren taal, de Thora.

Alleen in het terugkeren naar de Koning en door een simpele, maar hartverscheurende schreeuw, is de ziel herenigd met G’D, de Vader van het Joodse Volk. Dit is de bijzonderheid van de Rosh Hashana shofar uitstoot, de kreet welke komt en zich verheft vanuit het diepste van het Joodse hart.

Het is een werkelijk diepzinnige expressie van berouw, wroeging voor het verleden en een oprechte overtuiging voor de toekomst, om de Vader, G’D’s wil, te gehoorzamen. Deze schreeuw roept een begaanheid op, een G’ddelijke antwoord, Hij bewijst Zijn liefde aan Zijn enige zoon met vergeving voor zijn vroegere daden.

DE PARABEL VAN LEVI JITZCHAK VAN BERDITCHEV

De Tweede parabel staat beschreven in Kedoeshat Levi,3 een Thora compendium van Chassidische leringen van Rabbi Levi Jitzchak van Berditchev:

Eens reisde een koning door een groot woud. Hij drong zo diep in het woud door dat hij er in verdwaalde, en kon onmogelijk de weg terug vinden.

In het diepste van het woud ontmoette hij eenvoudige boeren, en vroeg hun om hem uit het woud te leiden, maar zij waren niet in staat om hem te helpen, want zij hadden nooit gehoord van de koningsallé, welke direct leidt naar het koninklijke paleis.

Ten slotte vond de koning een wijs en begrijpelijk man en vroeg om zijn hulp. De wijze bemerkte onmiddellijk dat het de koning was, en was diep ontroerd bij deze ontmoeting. In zijn wijsheid, leidde hij de koning onmiddellijk naar het juiste pad en begeleidde hem tot in het koninklijke paleis en stond hem bij tot aan het punt dat hij volledig in ere was hersteld en plaats genomen had op zijn majestueuze troon.

De redder, vond uiteraard, grote gunst bij de koning.

Tijd verging en de wijze man handelde onfatsoenlijk op zo danige wijze dat het de koning ergerde. De koning beschouwde hem als iemand die de koninklijke wetten had overschreden en sleepte hem voor het gerecht.

De man wist dat hij zeer streng zou worden aangepakt. In grote angst knielde hij voor de koning en smeekte om de verlening van een gunst, voordat het gerecht zou oordelen. Hij wenste te worden gekleed in dezelfde kleren die droeg bij de eerste ontmoeting met de koning in het woud. En ook de koning zou de originele kleding dragen van toen. De koning aanvaardde zijn verzoek. Toen de woudontmoeting opnieuw was geënsceneerd door het dragen van hun originele kleding, herinnerde de koning zich krachtig en helder de levensreddende vriendelijkheid van zijn redder. Grote vergevensgezindheid werd bij hem opgewekt toen hij zich eveneens herinnerde hoe hij opnieuw in ere werd hersteld op de troon. Met begaanheid en genade vergaf de koning grootmoedig zijn redder en bracht hem terug naar zijn hoge positie van eer.

Ook dit verhaal karakteriseert de verhouding tussen G’D en het Joodse Volk. Ten tijde van de grote Sinaï openbaring, ging G’D van natie tot natie en bood hen de Thora aan, maar zij weigerden. Wij, het Joodse Volk, accepteerden de Thora verheugd en met vreugde, en bevestigden dit met “we zullen doen en we zullen horen.”4

We hebben nu gezondigd en gerebelleerd tegen Hem. Een van de meest belangrijke chassidische concepten verklaart dat de mitzwot (opdrachten) de spirituele “kledingstukken” zijn van de ziel.5 Wanneer de shofar wordt geblazen, is het vergelijkbaar als te zijn gekleed in de “kledingstukken” van de mitzwot. Het herinneren van de originele acceptatie door de Joden van de Thora, roept G’D’s vergevingsgezindheid op voor al onze zonden, Hij schrijft ons onmiddellijk in voor een goed leven, etc.

Deze twee parabels kunnen vergeleken worden met thema’s van de zegeningen die we zeggen voor Malchiot (koningschap) en Zichronot (herinnering) op het moment van het shofar blazen tijdens de Rosh Hashana gebedsdienst. De eerste parabel benadrukt de handelingen van de zoon van de koning: zijn terugkeer en het eenvoudig, hartverscheurend uitschreeuwen, een allegorische expressie van onze acceptatie van “het juk van (G’D’s) Koningschap.”

De tweede parabel benadrukt de herinnering aan de opmerkelijke eigenschap van het Joodse Volk kenbaar gemaakte tijdens het geven van de Thora, welke in latere tijd opriep dat “jullie herinnering zal vóór Mij (G’D) komen om gunst.”

Nu kunnen we de voornoemde Talmoed begrijpen: “Hoe kan koningschap en herinnering worden opgeroepen.” En het antwoord: “door middel van de Shofar,” want het geluid van de shofar is een replicatie van ons uitschreeuwen als we berouw hebben en opnieuw G’D’s soevereiniteit accepteren in de gebedsdienst “proclameer Mij om Koning te zijn over jullie.”

Het brengt evenzo aan het licht de relatie herinnering tot de mitzwa “kledingstukken” van het Joodse Volk welke “kom vóór Mij om gunst.”

L’SHANA TOVA

LIKKOETEI SICHOT, VOL. 34, PP. 183-185

NOTEN:

1. Rosh Hashana 32b
2. Hemshech Vekacha 5637, Hfd 38
3. Drush leRosh Hashana, “Bechatzotzerot”
4. Exodus 24:7 5. Tanya, Hfd. 4

zie ook Rosh Hashana onder Joodse Feestdagen of doorzoek het Archief

ROSH CHODESH AW EN SHABBAT CHAZON

de Shabbat van het visioen van Jeshajahoe (Jesaja 1, 1-27)

SEFER DEVARIM

het boek Deuteronomium

Het boek Devarim ,ook wel genoemd “Mishné Thora”,ofwel, herhaling of overzicht van de Thora , bevat desondanks toch meer dan zeventig nieuwe mitswot (opdrachten).

Moshé richtte zijn woorden ( devarim ) tot de generatie die Eretz Yisrael zou binnen gaan. Hij herhaalde daarom ook nadrukkelijk de geboden ten aanzien van “Awoda Zara” ( afgodendienst ), om de joden er voor te waarschuwen zich niet in te laten met de praktijken van de heidense volkeren in Eretz Kana’n, maar loyaal te blijven aan de Thora.

Sefer Devariem kondigt daarom ook de eventuele straffen aan bij verloochening van de Thora, waarvan verspreiding wereldwijd, van het joodse volk, er één is. Het sluit af met de bevestiging van de uiteindelijke verlossing (30:3), de voltooiing van de schepping, een historische cyclus die was begonnen met de schepping.

PARASHAT DEVARIEM

Woorden (Deuteronomium 1:1 – 3:22)

De Parasha van Devariem wordt altijd gelezen op de Shabbat vóór de 9de Aw, de datum waarop beide Tempels werden verwoest. Deze tragedies vinden hun reflectie in de keuze van de Haftara (profetenlezing na het lezen van de Thora op Shabbat, Feestdagen en Vastendagen) van afgelopen weken en de komende weken. Die van voor de 9de Aw benadrukken profetieën van berisping voor de zonden die de spirituele oorzaak waren van de verwoesting; de Haftarot na 9de Aw behielden in zich de boodschap van troost en bemoediging. De Haftara van deze week de fameuze “Visioen van Jesaja” (1, 1-27) geeft zijn naam aan de dag, Shabbat Chazon, de “Shabbat van het Visioen”. Traditioneel wordt dit gezien als een zeer krachtige aanklacht tegen een rebels volk. Maar vanuit de Chassidische traditie gezien schuilt zelfs in een vervloeking ook een G’ddelijke zegen. Rabbie Levi Jitschak van Berditchev, een van de eerste Chassidische leraren, zag het als een toekomst visioen van de Derde Tempel in de Messiaanse Tijd. Deze uiteenzetting onderzoekt de relatie tussen deze gedachten en de inhoud van de Parasha van Devariem.

DE SHABBAT VAN HET VISIOEN

Er is een uitspraak van Rabbi Levi Jitschak van Bertditchev dat deze Shabbat, Shabbat Chazon (als de fameuze Haftora van het vizioen ( chazon ) van Jasaja gelezen wordt) een dag is waarop een visioen aan ons wordt getoond van de toekomstige Derde Tempel, zelfs al zien we het alleen van een grote afstand. ( de woordenkeus visioen “chazon” geeft een visioen aan vanuit een afstand ) Dit stelt ons in staat de relatie te begrijpen tussen het “visioen” van de Haftara en de lezing van Devariem, welke altijd samen gelezen wordt op de Shabbat vóór de 9de Aw.

Want met Devariem begint de “Tweede Thora” Mozes herhaling van de Thora. Het boek Deveriem verschilt ten opzichte met de vier andere boeken van de Choemash, (de vijf boeken van de Thora) doordat het zich in zijn geheel richt op de generatie die op het punt staat het Heilige Land binnen te trekken. Zij benodigden raad en waarschuwing op een wijze die de vorige generatie niet benodigde.

Want het volk dat de wildernis doorkruist had bezat een directe kennis van het G’ddelijke, het had G’D gezien op de Sinaï.

Maar de volgende generatie was al betrokken met hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de fysieke wereld, zij waren het directe kwijt, zij hoorden G’D maar zagen Hem niet. Zij werden met de woorden toegesproken (Devariem 4,1) ” Nu dan Israël, luister…”

Het verschil tussen horen en zien is: iemand die met eigen ogen getuige is van een gebeurtenis is onwrikbaar in zijn verklaring hierover, hij heeft het met zijn eigen ogen gezien. Maar degene die hoorde over de gebeurtenis kan mogelijk enige twijfel hebben. Horen verleent geen zekerheid.

Daarom werd de generatie die het Land Israël zou binnentrekken, die G’D had gehoord maar niet had gezien, geïnstrueerd over zelfopoffering en dergelijke, een waarschuwing die compleet overbodig zou zijn voor de generatie van de wildernis.

Kortom, de latere generatie miste de spirituele directheid van hun ouders. Maar, desalniettemin, waren zij in een bepaalde staat die onbereikbaar voor hun vaders zou zijn, die was gezegd: “Jullie hebben tot nog toe niet de rust en het erfgoed bereikt die de Eeuwige, onze G’D je geeft.” (Devariem 12. 9)

Shilo en Jeruzalem was alleen haalbaar door de latere generatie.

Want alleen door betrokkenheid met materiele zaken, de omvorming van G’D’s wil tot praktische handelingen, zou de volbrenging zijn van de “de rust en het erfgoed”. (Babylonische Talmoed Megilla, 10a. Zevachiem, 119a. Jeruzalem Talmoed Magilla 1. Zohar, deel II, 241a, 242a.)

Devariem, vertelt ons over de paradox, dat ware betrokkenheid met het aardse, ware verheffing teweeg brengt; het hoogst bereikbare van de geest is haalbaar in aardse zaken, niet in hemelse sferen.

En dat is evenzo de boodschap van het “visioen” alhoewel deze Haftara gelezen wordt in de “Negen Dagen” van rouw om het verlies van de Tempels, is het niettemin dat door de resulterende verbanning ware verlossing zal komen, het visioen welke ons een vluchtige kijk geeft ( volgens de woorden van de Berditchever ) op de toekomstige hoop.

DROEFHEID EN VREUGDE

Het rouwgevoel, dat ons bewustzijn domineert tijdens de Negen Dagen wanneer wij ons de verwoesting van de Tempels herinneren, wordt gebroken door de Shabbat, de dag waarop vreugde prevaleert.

Inderdaad, op de Shabbat vóór de 9de Aw worden we gelast om meer vreugdevoller te zijn dan gewoonlijk om mogelijke melancholie van de omliggende periode niet te laten binnendringen in de Shabbat sfeer.

Maar het gelasten heeft een diepere betekenis. Shabbat is een weerspiegeling van de Komende Wereld; de toekomstige verlossing zal zo volkomen zijn dat zij alle sporen van de verbanning heeft uitgewist.

Daarom is op deze dag geen plaats voor evocatieve gevoelens van verbanning. We gaan verder dan alleen maar het elimineren van droefheid, we verhogen onze vreugde. Want de toekomstige verlossing zal spiritueel intenser zijn dan alle anderen tevoren.

SHABBAT SHALOM

SJAWOE’OT – WEKENFEEST

De Zohar 1 verklaart dat de feestdag van Sjawoe’ot meer verheven is dan alle andere feestdagen. Het wordt tussen Pesach en Soekot gevierd, omdat het het absolute middelpunt van alles is; want de Thora is het absolute middelpunt.

Sjawoe’ot wordt maar één dag gevierd, in tegenstelling tot Pesach en Soekot, welke respectievelijk zeven en acht dagen. Dit doet niets af aan haar bijzonderheid, want de dag van Sjawoe’ot bewerkstelligt het feit van “Wie is gelijk Uw volk, zoals Israël, één natie in deze wereld.”2

Dit absolute denkbeeld betekent , dat ultieme eenheid is gegrondvest in de Thora welke daarom speciaal was gegeven in de derde maand.3

Centralisatie, in het midden, heeft twee voordelen: a) De centrale positie is meer eminent dan de twee uiteinden. De Gamara stelt daarom, “De meester gaat in het midden , de senior discipel aan de rechter en de junior discipel aan de linker kant.”4

b) Het middenpunt is de oorsprong voor alle andere richtingen, want het gaat op naar keter de kern en bron van alle Sefirot.5

De centralisatie van het feest van Sjawoe’ot heeft deze beide eigenschappen: a) Sjawoe’ot is op zichzelf méér subliem dan alle anderen feesten; en b) op Sjawoe’ot is ons de Thora gegeven welke alle andere feesten bevat.

Het hoofd aspect van Sjawoe’ot, zoals is verklaard, is Thora. De superioriteit van Thorastudie over het doen van mitzwot zijn beide zichtbaar in deze eigenschappen:

a) Thorastudie is hoger dan alle mitzwot, zoals onze wijzen zeggen , “De studie van Thora is equivalent aan hen allen.”6

b) Thorastudie is de oorsprong en leidt naar alle mitzwot ” Thorastudie is hoger omdat het tot uitvoering leidt.”7

Aldus, nader verklaart: De 613 voorschriften corresponderen met de 613 componenten in het menselijke lichaam: 248 geboden corresponderen met de 248 organen en 365 verboden corresponderen met de 365 bloedvaten.8 Thora correspondeert met de hersenen, het intellect.9

Het overwicht van het intellect over de componenten van het lichaam is tweevoudig: a) De vitale kracht van de hersenen reikt uit over alle anderen lichaamsdelen.

b) het brein bundelt de vitaliteit van alle andere lichaamsdelen en is tevens een bron voor hen.10

Analoog aan dit is het geciteerde overwicht van de Thora over alle andere mitzwot.

Centralisatie heeft het bijkomstig voordeel om op te stijgen naar het hart en essentie van keter, welke zelfs het niveau te boven gaat van de oorsprong en bron van de sefirot in Keter.11

Hetzelfde geldt ten aanzien van Thora. De twee eigenschappen van ” leidt tot uitvoering ” en ” superioriteit over alle mitzwot ” zijn vermogens in de mitzwa van Thorastudie. Echter, de Thora heeft van zichzelf de bijkomende omstandigheid van het absolute zijn van ” de Wijsheid van de Almachtige “: “Ik ben met Hem als een handwerker”.12

Dit is inderdaad de ware betekenis van Thorastudie lishma, “voor zijn eigen belang, ” m.a.w. “voor het belang van de Thora zelf.”

Dat impliceert dat iemand niet leert voor het belang om kennis te vergaren en hoe hij zich moet gedragen, noch voor het belang van het doen van mitzwot of Thorastudie, maar puur voor het belang van de Thora zelf. Dit is vergelijkbaar met een kind dat zijn vader voor een lange tijd niet heeft gezien en sterk naar hem verlangt.

Bij weerzien wil het kind zijn vader omhelzen en hem kussen.

Het kind zal dit niet doen, omwille van enig voordeel te behalen voor zichzelf, maar strikt om het belang van de vader zelf.

Hetzelfde is het geval met een Jood: elk vrij moment maakt hij van de gelegenheid gebruik om zijn Vader, de Koning te omhelzen,  m.a.w. de Thora, hij denkt aan niets anders. Hij denkt niet over leiding voor actie, noch over de vervulling van het voorschrift van Thorastudie. Hij grijpt en omhelst de Thora zelf, want “de Thora en de Heilige, geprezen zij Hij, zijn geheel één.13

CHAG SAMEACH

Noten:

1. Zohar III:96a

2. Samuel 7:23

3. Siewan

4. Joma 37a

5. Zie onze website Archief, Kabbala en Chassidisme, mystieke concepten en de Orde van de Sefirot.

6. Pe’a 1:1

7. Kidoeshiem 40b.

8. Zohar I. 170b

9. Tanchoema, Vajelech:2, Zohar II:62b, Zohar III:85a.

10. Tanja, 51

11. Zie noot 5

12. Spreuken 8:30, Tanchoema Bereshiet 1, Bereshiet Rabba 1:1.

13. Zohar I. 24a, Zohar II. 90b

DE LAATSTE DAGEN VAN PESACH

FEESTMAAL VAN MASJIE’ACH

Een van de meest belangrijke elementen van Pesach, de viering van de vrijheid van het Joodse Volk, is, dat het dient als een voorbereiding voor de uiteindelijke en eeuwige verlossing door onze rechtschapen Masjie’ach [Mashiach, Messias]. (Haggada shel Pesach, Likkutei Taamin)

Zoals het vers bevestigt: "Ik zal wonderen openbaren [in de periode van de uiteindelijke verlossing] zoals in de periode van jullie uittocht van Egypte." (Micha 7:15) In feite maakt de uittocht van Egypte alle aansluitende verlossingen, inclusief de uiteindelijke, mogelijk. (zie Sefer HaMaamariem 5708, p.164.)

Ter verduidelijking: de eerste dagen van Pesach hebben het meest betrekking op de uittocht van Egypte zelf, terwijl de laatste dagen meer verbonden zijn met de toekomstige verlossing. (Sefer HaSichot 5700, p.72) Dit is eveneens te zien in de Haftarot [Profetenlezingen na de Thoralezing] gedurende de twee laatste dagen. (Sjoelchan Aroech Admoer HaZakein, Orach Chayiem 480:5,6) De Haftara van de zevende dag Pesach is het lied van David, (Megilla 31a; Toer en Sjoelchan Aroech) aangezien die dag (en ook de achtste dag van Pesach) een connectie is naar Masjie’ach, een nakomeling van David. En in het bijzonder ten aanzien van de Haftara op de laatste dag, welke direct spreekt over de komende Verlossing. Gedurende deze twee laatste dagen van Pesach, benadrukt Acharon Shel Pesach de laatste dag, het meest de uiteindelijke verlossing. De Haftara spreekt openlijk en uitgebreid over de komende verlossing en over de persoonlijkheid van Masjie’ach zelf, de houding van de wereld en de verzameling van Joden. (Jesaja 11: 1-3, 6-9, 11-12)

De relatie tussen Acharon Shel Pesach en de komende Verlossing werd zelfs door de Baal Shem Tov naar een hoger niveau gebracht door het instellen van een speciaal derde en laatste Acharon Shel Pesach maal, genaamd "het feestmaal van Masjie’ach" omdat "deze dag is geïllumineerd door een lichtstraal van Masjie’ach."

Wat is er bijzonder aan om zoiets als de zeer verheven toekomstige Verlossing te viering met nog een extra fysieke maaltijd? Het vieren van de komende Verlossing op zo’n manier verlicht de persoon niet alleen door geest en woord (bereikt door het zeggen van de Haftara), maar evenzo zijn fysieke lichaam.

Dus dit concept is geassimileerd in het eigenlijke lichaam van de persoon zelf. Bovendien, gedenken en vieren door een maaltijd verwijst naar de heiligheid die de gehele wereld zal doordringen wanneer Masjie’ach komt. Want in die tijd "Zal zich de Glorie van de Eeuwige openbaren en al wat vlees is zal gewaar worden……." (Jesaja 40,5)

Dit doordringen van het materiele door het spirituele wordt het best bereikt door heiliging van voedsel. Want een Jood eet zelfs een gewone maaltijd met de intentie om heiligheid in deze wereld te brengen en des te meer met betrekking tot een maaltijd op een heilige dag! Dus zeker de speciale, eenmaal per jaar, Acharon Shel Pesach "De feestmaal van Masjie’ach" die ons in staat stelt ons te realiseren hoe al het fysieke zal worden doordrenkt met heiligheid in de tijd van de Verlossing.

Het effect van dit speciale gebeuren is natuurlijk niet beperkt tot de dag van Acharon Shel Pesach zelf, integendeel, het idee is dat het de Jood door het hele jaar moet effectueren, zodat alles wat hij doet in relatie tot de mondaine wereld doordrongen zal worden met heiligheid en spiritualiteit, net zoals de spiritualiteit die de wereld zal doordringen bij de komst van Masjie’ach.

De lering van Acharon Shel Pesach echter, is niet gelimiteerd aan iemands verhouding tot de fysieke wereld; het relateert tevens ook naar het spirituele innerlijk van elke Jood. Want het niveau van Masjie’ach is naar de essentie van elke Jood ziel. Acharon Shel Pesach stelt elke Jood in staat om deze essentie het hele jaar door te openbaren, daarbij dient hij G’D met elk element van zijn wezen.

Chag Sameach