PARASHAT CHOEKAT

De inzetting       Numeri. 19:1 – 22:1


Op het juiste spoor blijven


Rabbi Shimon bar Jochai


Zohar, p. 283b

[En Hij deed meer goed voor hen, in de zin dat] drie heilige bloedverwanten te midden van hen. Wie waren zij? Zij waren Mozes, Aaron, en Miriam. Het was hun verdienste dat G’D Israël geschenken gaf vanuit de spirituele sferen [het Manna, de Wolken van Glorie en de Bron van Miriam, die hen voedde en voorbereidde zowel fysiek als spiritueel en hen in staat stelde om de Thora te absorberen]. De Wolken van Glorie vertrokken niet zolang Aaron leefde. Dit is zoals is uiteengezet, omdat Aaron de rechter arm [representerend Chesed] van Israël was. Het wordt ook aangegeven door het vers “Toen de Kana’aniet, de koning van ‘Arad’, die in de Negev, het zuiderland, woonde, had vernomen dat Israël in aantocht was langs de weg van Atariem, voerde hij oorlog met Israël.(Numeri.21:1)

 

Rashi zegt dat Arad hoorde dat Aaron was overleden en dat de beschermende Wolken van Glorie waren verdwenen. Hij hoorde ook dat zij door Atariem moesten komen, de eenvoudige Aramese vertaling van  “plaatsen”. Dit verwijst duidelijk naar het feit dat zij begonnen te dwalen omdat  zij de precieze begeleiding misten van de wolken.

 

Zij dwaalden zoals iemand zonder een voorarm, die zichzelf overal waar mogelijk moet ondersteunen [om vallen te voorkomen]. [Omdat zij doelloos waren], bevocht hij Israël en maakte onder hen gevangenen. Dit omdat zij werden achtergelaten zonder hun rechter arm [Aaron].

***********************************************************

Rabbi Jitzchak Luria

 

De Geschriften van de Arizal

De Thoralezing van deze week opent met de mitzwa van de rode koe (vaars),”in het Hebreeuws, “Parah”. De as van de rode koe werd gebruikt om iemand te zuiveren van de onreinheid van dood. “Dood” is een spirituele afname van de ene staat van G’ddelijk bewustzijn naar een lagere (of gebrek aan) G’ddelijk bewustzijn. Dus de mitzwa van de rode koe bevat in zich de esoterische verklaring van kwaad en de purificatie van bezoedeling van kwaad, dood, met andere woorden, verlies van G’ddelijk bewustzijn.

“De Eeuwige sprak tot Mozes en tot Aaron, ‘Dit is de choekat (G’ddelijk decreet) van de Thora, die de Eeuwige uitvaardigde. Hij zei: draag de kinderen van Israël op dat ze je een volkomen rode koe brengen, zonder gebrek, waarop nog geen juk gelegd is.

Jullie moeten die aan de priester El’azar geven en die moet haar naar buiten de legerplaats brengen en men slacht haar waar hij bij is. De priester El’azar neemt dan met zijn vinger iets van het bloed ervan en spat met dat bloed zeven keer in de richting van de voorzijde van de tent der samenkomsten.

Men verbrandt de koe voor zijn ogen; men moet de huid, het vlees en het bloed ervan samen met de mest ervan verbranden. (Numeri. 19:1-5)

Weet dat de vijf vormen van de sluitletters aangeven de vijf staten van Gevoera. Hun gecombineerde numerieke waarde is 280, en wanneer we 5 toevoegen voor de letterts zelf, hebben we [285, de numerieke waarde van] “rode koe”.

Vijf letters van het Hebreeuwse alfabet hebben verschillende vormen die zij aannemen aan het eind van een woord. Omdat deze sluitvormen een pauze te kennen geven in de stroom van het lezen, beduiden zij de vijf staten van strengheid (Gevoera), of beheersing. De vijf letters met hun numerieke waarden zijn:

 

Mem (40), noen (50), tzadik (90), (80), chaf (20). Rode koe (vaars),”in het Hebreeuws, “Parah”, pé, résh, hé = 80+200+5= 285. De rode koe moest rood zijn, omdat het is neergehaald van Bina.

Alternatief, [de extra hé, waarvan de numerieke waarde de vijf is, noodzakelijk om gelijk te zijn aan de numerieke waarde van “rode koe”, en aangevend dat de vijf staten van Gevoera] afdalen naar Bina, waaraan wordt gerefereerd door de eerste letter [van de Naam Havayah] of afdaalt naar Malchoet, waaraan wordt gerefereerd door de tweede letter [van de Naam Havayah] . Daarom wordt de rode koe “parah” genoemd, met andere woorden, de koe [“par”] van de hé.

SHABBAT SHALOM

 

 

PARASHAT KORÁCH

Korach (Numeri 16:1 – 18:32)

De Thora wordt “or” “licht”genoemd, omdat het licht brengt. Ook wordt het “ésh” “vuur” genoemd. Men kan zich aan haar warmen wanneer men afstand behoudt, maar kan zich branden als men te dichtbij komt, zo is het ook met het “esoterische” van de Thora.
Als iemand de Tempel te dichtbij komt, verder en boven de positie in het leven gaat, waar hij recht op heeft, maakt men zich kwetsbaar en verwondbaar en kan men in het ernstigste geval, zelfs sterven, hij aanschouwt wat hij in feite niet kan aanschouwen. We hebben dit uitvoerig beschreven en uitgelegd in verband met de dood van de twee zonen van Aaron, Nadav en Avihoe, waar zij de aanwezigheid van de Eeuwige te dichtbij kwamen. (Leviticus 16:1)
De Thora koos niet de verwoording bahakriwam, wat zou betekenen, “toen zij een offer brachten.” De uitdrukking die de Thora gebruikte, geeft aan dat deze zonen een gebied betraden die hun positie in het leven ver te boven ging. Met als gevolg, dat zij stierven.
Enigszins het zelfde gebeurde met de tweehonderd en vijftig mensen toen zij G,D wilden aanschouwen, (volgens Sefer Briet Menoecha) zie Numeri 16, vers17-18 en 35; Numeri 17, vers 1 t/m 5.
Men kan hier van leren dat men niet moet pogen om een positie van een groter en hoger persoon in te nemen tijdens de aanwezigheid van die persoonlijkheid. Men zal niet in staat zijn om die houding te handhaven.
Bedenk dat het Joodse Volk het aantal van zeshonderd duizend vormt, bovendien zeggen de kabbalisten dat zij, de zeshonderd duizend zielen, hun oorsprong hebben in de zeshonderd duizend letters van de Thora. De spiritualiteit van de Thora bestaat uit de zielen van Israël, dus is het toepasselijk dat de generatie die de Thora ontvangt uit zeshonderd duizend zielen bestaat.
Alle successievelijke generaties en hun zielen moeten gezien worden als “vertakkingen” van deze zeshonderd duizend zielen.
Dit roept de voor de hand liggende vraag op, waar de zielen van de Levieten hun oorsprong hebben, aangezien het aantal zeshonderd duizend reeds was bereikt, toen de andere stammen waren geteld. Was de stam Levi niet de uitverkorene? Waar zijn hun zielen uit voortgekomen?

Bedenk dat de eerste van de dertien interpretatieregels (zie Talmoedisch Denken, Rabbijn Mr Drs. R. Evers, de methodologie van de Talmoed en de dertien interpretatieregels van Rabbi Jisjmaëel) die gebruikt worden voor exegese van de Thora, het principe zijn van klal oefrathet algemene en het bijzondere m.a.w de algemene term bevat niet alles, het bijzondere beperkt de betekenis van de algemene term, die eraan voorafgaat
In onze dagelijkse recitaties van deze dertien interpretatieregels is deze gerangschikt als nummer vier.
Het is een algemeen gedachtegoed dat deze dertien interpretatieregels niet zijn samengesteld door het menselijk intellect, maar dat zij grondregels zijn waardoor G’D te werk gaat, zowel voor ons op visueel gebied, als in domeinen die compleet verborgen zijn voor ons. Onze geleerden, die de aspecten van ma’asé beréshiet, de scheppingdaden bediscussieerden, hebben reeds gezegd, met betrekking tot het fysieke universum, dat elk minuscuul detail dat uiteindelijk zal worden onthuld, reeds deel uitmaakte van de dingen die geschapen waren op de eerste dag. Bij het voortgaan van de schepping werden deze pratiem, details, onthuld en werden dag na dag functioneel toepasselijk. Rashi heeft dit uitvoerig verklaard in zijn commentaren op Genesis 1:14 en 1:24.
Filosofen noemen deze eerste fysieke existentie hiyoeli, de grondstof van de wereld. Alle andere elementen zijn daaruit voortgekomen.
Enigszins parallel gebeurde dit in de Celestische Regionen. De oorspronkelijke oorzaak en beweegreden, m.a.w de gedachte van G’D om het universum te creëren, is wat we noemen kalal, omvatten, geheel, een potentieel geheel waarin alles in kon existeren. Alle andere gedachten en plannen van G’D zijn in vergelijking Pratiem, “details”.
Dit concept wordt geheel weergegeven in het feit dat het aantal Levieten bij telling exact twee en twintigduizend bedroeg. Als zodanig waren zij de kalal ten aanzien van de zeshonderd duizend Israëlieten. De Israëlieten zijn de pratiem van de kalal, de Levieten.

SHABBAT SHALOM

 

 

PARASHAT SHELÁCH LECHÁ

Zend jij                                            Numeri. 13:1 – 15:41

 

Het bespioneren van de sefirot


Likutei Thorah 3:51c; Sefer HaMa’amarim Melukat, vol. 2, pp./ 311-314

“Je moet één man van elke stam van zijn voorvaderen sturen” (Numeri. 13:2)

Mozes wist dat het niet noodzakelijk was om het Land te verkennen. Echter van de andere kant gezien, wist Mozes ook, dat ondanks G’D’s belofte van bovennatuurlijke assistentie, het de juiste benadering was om het Beloofde land, op een natuurlijke wijze binnen te trekken , want er is nooit enige garantie dat mirakels zullen plaatsvinden. Door ons zelf maximaal op een natuurlijke wijze voor te bereiden, maken we de weg vrij voor G’D om onze inspanningen te zegeningen op een miraculeuze wijze en zelfs deze G’ddelijke begunstiging teweeg te brengen. In deze context keurde Mozes het uitzenden van verkenners goed om te zien hoe het Land op een natuurlijke wijze kon worden veroverd.

 

Bovendien wist Mozes, dat G’D van ons verlangt dat wij onze G’ddelijke opdracht  verwerkelijken met ons eigen verstandelijke vermogen, niet alleen uit puur geloof.  Wanneer we de bijzonderheden begrijpen van wat G’D dat wij doen, doen we het met groter enthousiasme en betrokkenheid. Hij dacht daarom dat het juister was mannen te zenden om te rapporteren over de aard van het Land en te onderzoeken hoe het te veroveren, op deze wijze, zou het Volk enthousiaster worden over het binnentrekken en er zekerder van zijn  dat het kon worden veroverd.

 

Om die reden liet G’D de uiteindelijke beslissing om al dan niet verkenners te sturen aan Mozes over.

 

Door dit te doen werd de hele onderneming een uitdrukking van eigen initiatief, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op G’D’s instructies.

 

De beoordelingsfout van de verkenners in deze zin bestond hieruit dat zij verder gingen dan de reikwijdte van hun opdracht en de verkeerde conclusies trokken. Zij waren in wezen niet uit op bedrog, Mozes had hen gevraagd om te zien hoe het Land op een natuurlijke wijze kon worden veroverd en zij vonden dat dit niet kon. Maar zij hadden zich goed moeten realiseren en herinneren dat  Mozes hen alleen had gevraagd hoe het Land kon worden veroverd, en niet of.

 

De les voor ons is dat zelfs wanneer we ons eigen verstand gebruiken, we niet moeten vergeten dat we dit doen omdat G’D dit van ons verlangt, dat wij dit doen namens Hem.

 

Het vers zegt dat Mozes mannen er op uit moet sturen. Het veroveren van het Land van Kana’an en transformeren in het Land van Israël, betekent allegorisch, het veroveren van het lichaam en de dierlijke ziel, ze heiligen en transformeren tot geweide entiteiten.

 

De verkenningsopdracht hier besproken, is de eerste operatie van dergelijke aard vastgelegd in de Schrift. De opdracht van de verkenners door Joshoea gezonden is de derde. (Deze verkenningsopdracht wordt gelezen als Haftora [Profetenlezing] na deze parasha. Er zijn twee wezenlijke verschillen  tussen de twee opdrachten. Ten eerste, terwijl Joshoea’s opdracht was gedicteerd door G’D, was Mozes’ opdracht overgelaten aan Mozes’ wijsheid.  Ten tweede, Mozes’ verkenners onderzochten het hele Land, terwijl die van Joshoea specifiek waren gezonden naar Jericho. Deze verschillen reflecteren de spirituele verscheidenheid inherent aan de opdrachten.

 

De zeven volkeren die het Land van Kana’an bewoonden verwijzen naar en belichamen de zeven fundamentele emoties. G’D commandeert ons niet om onze zeven fundamentele emoties te “onderzoeken”en te veroveren, omdat een doorsnee persoon niet in staat is om volledige controle te hebben over zijn zeven emoties en ze te transformeren, met andere woorden, zijn innerlijke zelf. Zo een onderneming kan alleen worden bereikt door iemand wiens G’ddelijk bewustzijn  op een niveau van Mozes is, een Tzadiek.

 

De doorsnee persoon heeft alleen complete controle over zijn buitenste zelf, met andere woorden zijn ziels uitdrukkingen, handelingen, woorden en gedachten. Dit vermogen tot expressie wordt gesymboliseerd door de stad Jericho. Jericho betekent “geur” en een geur is een extern aspect van iemands zijn, het benadrukt zijn gedrag, denken, woorden en daden, die extern zijn in tegenstelling tot zijn emoties. De uitdrukkingsvormen van de ziel zijn haar “kledingstukken”: we kunnen onze vormen van denken, praten en handelen veranderen, net zoals we onze kleding verwisselen. Joshoea’s  opdracht, het “onderzoeken van Jericho”, is van toepassing op ons allen, aangezien iedereen kan onderzoeken en heersen over zijn “Jericho”. Dus G’D beval direct Joshoea om verkenners te zenden naar Jericho.

 

De uitleg van Mozes’ opdracht is relevant voor de rest van ons, wij moeten ook trachten om Mozes niveau van G’ddelijk bewustzijn te bereiken. Hoe meer we mediteren op de futiliteit van het materialisme en de ontzagwekkendheid van G’D, des te meer ontwikkelen we extatische liefde voor G’D en antipathie voor alles dat tegen G’ddelijkheid is. Voor zover we hierin slagen, kunnen we onze zeven emoties ook onderzoeken en veroveren.

 

Desalniettemin, is het onze primaire taak om onze vormen van uitdrukking te onderzoeken en te veroveren. Dit is in feite de sleutel tot onze uiteindelijke verovering van onze emoties (de zeven volkeren) en intellect (de bijkomende drie volkeren), juist zoals de “sleutel” van de versterkte stad, die de weg naar het Land van Israël “opent”.

 

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEHA’ALÓTCHA

Wanneer je ontsteekt                               Numeri. 8:1 – 12:16


Rabbi Shimon bar Jochai


Het geheim van de lamp


Zohar, p. 151a

De parasha van deze week begint met de voorschriften over de zevenarmige kandelaar [Menora] die Aaron in het tabernakel in de woestijn aansteekt. De beschrijving van de Menora wordt herhaald, evenals de wijze waarop deze moet worden aangestoken. Deze dingen werden reeds behandeld in de wekelijkse Thoralezing van Teroema en Tezave. Deze herhaling leidt naar de volgende verhandeling door de zoon van Rebbe Shimon, Rabbi Elazar.

 

Rabbi Elazar stelt met betrekking tot de herhaling in deze parasha, beschrijvend de bewerking en het gebruik van de Menora en alles wat ermee verbonden is, de vraag. Waarom wordt het herhaald op een ander tijdstip?

De reden hiervoor is dat de prinsen van de stammen hun offergaven hadden gebracht bij de inwijding van het altaar [ zoals beschreven in de parasha Bemidbar, twee weken geleden] zowel als al hun andere offergaven en nu gaat de tekst ons duidelijk maken [opnieuw] over het functioneren van de Menora, welke werd gedaan en uitgevoerd door Aaron [ dus aantonend dat het belangrijker was dan alle andere offers].

Dit omdat Boven [in de wereld van Atziloet] de Menora [die wijsheid vertegenwoordigt verlichtend de sefira van Malchoet] al de lichten op zijn armen [die de sefirot representeren] alles verlicht door de verrichtingen van Aaron.

Aaron steekt de Menora aan bij dageraad. Dit is de tijd van Chesed, aangezien goedhartigheid is geassocieerd met overdag. Het licht van de zon is een goedheid van G’D aan de mensheid, welke ons in staat stelt de wereld om ons heen te zien, vegetatie toestaat om te groeien en de wereld te laten functioneren. Aaron representeert de sefira van Chesed. Zijn aansteken van de Menora is een fysieke meditatieve handeling, om een stroom van overvloed van de wereld van Atziloet te weeg te brengen van de hogere sefirot aan deze wereld, welke wordt gerepresenteerd door elke olie lontje afzonderlijk in elke arm van de Menora.

 

Kom en zie. Het externe altaar werd opgedragen en op de juiste wijze voorbereid door de twaalf prinsen, zoals we dit hebben uitgelegd.

De opstelling van de twaalf stammen onder hun vlag in de woestijn representeren de 12 verschillende combinaties van de vier – letterige naam van G’D. Deze vier letters en vier hoofdvlaggen representeren de vier richtingen, Noord, Zuid, Oost en West. Nu stelt de Zohar “Kom en zie” omdat het visualiseren van de Sefirot boom iemand helpt te begrijpen, dat deze vier richtingen in de fysieke wereld op hun beurt de vier hoofd sefirot van Chesed, Gevoera, Tifert en Malchoet weergeven.

 

Elk van deze vier hoofd sefirot zijn verbonden met elke andere in de sefirot boom, bestaande uit drie lijnen. Deze drie lijnen representeren de drie verschillende richtingen van invloedstroom en laat zien hoe zij samenkomen en onderling reageren met de ander sefirot. Op het moment dat de prinsen van de stammen het externe altaar hadden opgedragen was het geschikt als een representatie van de sefira van Malchoet. Elke prins bracht van zijn opgedragen “richting”, representerend het koninkrijk van de Koning der Koningen.

 

Aaron de Hoge priester was aangesteld om de zeven lontjes van de Menora aan te steken, allen op de wijze van [de spirituele wereld] Boven.

 

De olie in de Menora representeert de sefira van Chochma. Zoals men kan zien aan het diagram van de sefirot, de eerste van de zeven “emotionele” in het ontvangen van het licht van wijsheid is Chesed. Aaron representeert Chesed, de sefira direct onder Chochma. Hij heeft vrede en Chesed lief, en streeft er naar om disputen op een vriendelijke wijze bij teleggen. Het was daarom gepast om hem te benoemen voor het aansteken van de olie/wijsheid en er over te mediteren, het gevoel op zich te nemen van alle zeven “lichten” van menselijke emoties, gerepresenteerd door de zeven sefirot van Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod, Yesod en Malchoet. In de wereld “Boven” worden deze sefirot, Zeir Anpin genoemd. De heilige Ari verklaart dat  wierrook alle tien sefirot van Zeir Anpin verbind door het bewustzijn  van Bina/Imma. De olie van de Menora representeert het bewustzijn van Chochma/Abba. Dit was de reden om wierrook aan te steken van op de zelfde tijd als de Menora, aangezien zij samen het neerwaarts halen  van de hogere niveaus van bewustzijn in eenheid representeren.

 

Het bestaan van de Menora was op zichzelf en de wijze waarop het gevormd was een groot mirakel, zoals [in parashat Teroema] wordt uitgelegd.

De Menora was gemaakt toen Mozes een kikar (een maat) goud wierp in een oven en tot G’D bad om het te vormen.

 

Het verscheen onmiddellijk geheel in zijn vorm. Dit verbindt de Menora verder met de sefira van Chochma.

 

En het interne altaar en de Menora stonden samen om allen vreugde te geven, zoals staat geschreven: “Olie en wierrook verheugen het hart.” (Spreuken. 27:9)

 

Het tabernakel, en later de Tempel, had een intern binnenhof waar de Menora en het Wierrook altaar stond en een extern binnenhof waar het buitenste altaar was geplaatst. Olie representeert wijsheid dat altijd wordt begrepen wanneer woorden worden gesproken op een vreedzame en rustige wijze. Dit is weergegeven in fysieke realiteit, waar olie kalmeert en lawaai stopt. Wierrook representeert Bina, zoals wordt aangeduid door de Hebreeuwse en Aramese naam, “Ketoret”. In het Aramees staat de letter “t” vaak voor de letter “s” in het Hebreeuws; dus “Ketoret” kan als “Keshoret” worden gelezen, betekenend, “verbinden”. Bina verbindt al de lagere sefirot om de gekozen functie in realiteit uit te voeren. Deze twee “verborgen” sefirot van Chochma en Bina zijn daarom vertegenwoordigd in het interne binnenhof, of “brein”van de Tempel, terwijl het externe binnenhof werd vertegenwoordigd door de sefira van Malchoet. De sefira van Malchoet wordt “het hart”genoemd, omdat het alle voeding van de andere sefirot/organen ontvangt. Iemand is waarlijk gelukkig wanneer hij ziet dat de realiteit wordt bedekt met het begrip van wijsheid en glorie van het G’ddelijke.

 

We hebben al eerder uitgelegd dat er twee altaren zijn. Één altaar binnen om vreugde voort te brengen en één buiten waarop offers werden gebracht. Het binnen altaar verspreidt zijn werking naar het buitenste altaar.

Vanuit het interne altaar (Bina), dat wordt gerepresenteerd door de naam Havayah, vloeit G’ddelijke zegen en overvloed naar het externe altaar (Malchoet) dat wordt gerepresenteerd door de naam Ado-nai.

 

En iemand die kijkt en mediteert [hierop] zal de hogere wijsheid realiseren, dat is het mysterie van de naam Ado-nai Elo-hiem.

Door heel de Tenach, waar ook deze twee namen verschijnen worden zij uitgesproken zoals boven geschreven. De naam Elo-hiem is geassocieerd met de sefira van Bina en de tekens passend aan de naam worden gebruikt om te laten zien hoe de vier – letterige naam moet worden uitgesproken. Het associeert daarbij Bina met Malchoet.

Daarom werd het wierrook offer alleen geofferd op het tijdstip waarop de olie van de Menora werd aangestoken.

Dit garandeerde dat er eenheid was tussen de intellectuele sferen van Chochma, Bina en Malchoet.

Nu kunnen we de innerlijke – reden begrijpen voor het gezegde “korbanot” als onderdeel van de ochtend dienst. Wierrook en Menora worden eerst genoemd en dan de afzonderlijke typen van offers. Dit verbindt Chochma en Bina met Malchoet, zoals we hebben uitgelegd, en rectificeert de wereld van Asiya.

 

Een laatste belangrijke noot is dat Chochma in het diagram boven de sefira van Chesed is. Dit impliceert dat wijsheid (Chochma) alleen met handelingen van goedheid en barmhartigheid is geassocieerd, zoals wordt gesymboliseerd bij Aaron. Dit verklaart waarom kwaad nimmer zegeviert, het heeft eenvoudig geen manier om de wijsheid te ontvangen die wordt vereist om zijn opponenten te overwinnen.

 

SHABBAT SHALOM

 

PARASHAT NASÓ

Neem op                   Bemidbar. 4:21 – 7:89


DE TWEEDE DAG VAN DE MAAND SIEWAN, VIER DAGEN VOOR SHAWOEOT, HET GEVEN VAN DE THORA OP DE BERG SINAÏ.

De twee parashot, Bemidbar en Nasó, handelen over de Mishkan [heiligdom] in de woestijn en de verdeling van plichten met betrekking tot het transporteren van het heiligdom van plaats naar plaats.

Dit benadrukt dat zelfs in een woestijn Joden het vermogen hebben om een plaats van heiligheid, een Mishkan voor de Shechina te vestigen, om in het algemeen onder hen te verblijven en in elk Jood afzonderlijk. [Zie Exodus 25:8, “Zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal onder verblijven”, er niet staat “Ik zal er in verblijven”, maar “in hen”, met andere woorden, in elk van Israël afzonderlijk.

Juist zoals er een fysieke woestijn is, een woestijn geregeerd door extreme klimaten en allerlei gevaren, zo ook is er een spirituele woestijn die wordt geregeerd door de meest schadelijke ideeën. Het voorlaatste kan zelfs existeren in een land dat fysiek een bloeiend paradijs is.

Onze heilige Thora leert ons dat wanneer we ons in een spirituele woestijn bevinden, we een heiligdom kunnen en moeten oprichten en vestigen. Bovendien kunnen en moeten we het voorwaarts dragen, lopen in de voetstappen, als het ware, van de Shechina, totdat we het G’ddelijke gezegende Heilige Land bereiken, met andere woorden, de ware en volledige verlossing door de rechtvaardige Mashiach.

[Toen Israël Egypte verliet, leidde de Shechina hen gedurende hun tochten in de woestijn naar het Heilige Land. Zie Exodus. 13:21].

ZOHAR NASO 122

Gelukkig is de persoon die de Thora verdient, te volgen en zich kleeft aan Zijn wegen. Wanneer een persoon de wegen van de Thora volgt, haalt hij een heilige Hemelse energie op zichzelf neer, zoals het vers zegt, “Totdat een energie op ons wordt uitgegoten vanuit het Hoge” (Jesaja. 32:15). Wanneer iemand deze wegen afdwaalt haalt hij een energie van de Andere Zijde op zichzelf neer wat de onreine zijde is. De verontreinigde zijde.

Jethro was oorspronkelijk een priester van afgoden en hij diende die zijde. Hij haalde een energie van die zijde op zich neer. Om die reden werd hij ook de Keniet genoemd, later, nadat hij zich separeerde van Kain en G’D naleefde. Al wie zich bindt aan G’D en de opdrachten van de Thora uitvoert, is als of hij de werelden draagt en ondersteunt, de wereld Boven en de Wereld Beneden.

Iedereen die de opdrachten van de Thora negeert, creëert als het ware een defect  Boven en doet schade hier Beneden, en wordt zelf gebrekkig en benadeelt het hele universum.

Daarom zal de Barmhartige ons verlossen van de boosaardigen van deze wereld en van de schade die zij aanrichten, aangezien vele rechtvaardigen om hen zijn gestorven, bovenop wat zij veroorzaakten Boven en Beneden.

SHABBAT SHALOM

 

PARASHAT BEMIDBAR

In de woestijn     Numeri. 1:1 – 5:26


Heilige Hoofd Telling


Hoger Bewustzijn Wordt Zeer Gewaardeerd Door Het Joodse Volk


De Leringen Van De Lubavitcher Rebbe, Likoeté Sichot, Vol.8, p. 231-2

De Eeuwig sprak tot Mozes in de woestijn Sinaï in de Tent der Samenkomsten………neem een volkstelling [letterlijk, “verhoog de hoofden”] van heel de Gemeenschap van de Kinderen van Israël. (Bemidbar. 1:13)

“…in de woestijn Sinaï”: De dorre woestijn is een metafoor voor de overweldigende dorst naar G’ddelijkheid die we voelen en weergeven in gebed. Koning David verwoordt deze beeldspraak in het vers: Een lied van David toen hij in de Judea woestijn was: “G’D, U bent mijn G’D, ik zoek U in de ochtend, mijn ziel is dorstig naar U.” (Psalm. 63:1-2)

 

De Tent der Samenkomsten duidt op de revelatie van G’D in de Thora en de mitzwot. Een tent is een omhullende bedekking, beschutting, aanduidend de transcendente G’ddelijkheid [makief] die wij binnentreden bij het uitvoeren van mitzwot, terwijl het woord “samenkomst “ de intieme ontmoeting met het G’ddelijke [penimi] aanduidt, die wij ervaren bij het leren van Thora.

 

Dus de woestijn is een metafoor voor ons opwaarts streven naar G’ddelijkheid, terwijl de Tent der Samenkomsten verwijst naar de neerwaartse stroom van G’ddelijkheid in ons leven.

 

Onze verhouding met G’D moet deze beide tegenovergestelde en tegelijkertijd complementaire dynamische krachten belichamen, de opstijging van gebed en de neerdaling bij het leren van Thora en het doen van mitzwot. Dan kan het “onze hoofden verhogen”, ons verheffen naar de hoogste expressie van onze ziel, de revelatie van onze oorsprong. “

 

“….neem een volkstelling”: Het tellen van iets is soms een manier om de waarde ervan te laten zien. Door te tellen hoeveel we van iets bezitten, geven we weer hoeveel elke eenheid van het totaal toevoegt aan de waarde van het geheel en hoe essentieel en onmisbaar elke eenheid is in het geheel.

 

In deze volkstelling, het feit dat elke Jood als een wordt geteld, niet meer en niet minder, indiceert dat elke Jood even dierbaar is voor G’D, als individu. Elke Jood bezit deze onschatbare waarde krachtens zijn of haar unieke zielsoorsprong. Krachtens deze essentie, die de eenvoudigste Jood bezit, niet minder dan Mozes, zijn alle Joden op gelijke wijze G’D’s kinderen. Wanneer we dit herkennen, zullen we dit ook koesteren en nooit en te nimmer een Jood afwijzen of over het hoofd zien.

 

“….neem een volkstelling”, [letterlijk. “verhoog de hoofden”] : Om de verlatenheid van de spirituele woestijn te overwinnen, moeten wij altijd er boven uit reiken. Dus de eerste fundamentele aanwijzing van de Shoelchan Aroech, de Code van Joods Recht is, dat wanneer het aankomt op Joodse inachtneming, we ons niet bezorgd moeten maken over spotters . Dit houdt ook in externe spotters, diegenen die proberen ons te bespotten voor onze toewijding aan onze idealen en de interne spotters, de kwade inclinatie.

 

Ofschoon de ziel neerdaalt in een fysiek lichaam, blijft het “hoofd” van de ziel, de spirituele essentie, afstandelijk en onafhankelijk van het lichaam. Desalniettemin wordt het “hoofd” van de ziel beïnvloed door wat de rest van de ziel doet hier beneden. Door het uitvoeren van G’D’s opdrachten, de mitzwot en het vervullen van zijn missie vanuit het lichaam, verheft de ziel zijn “hoofd” in de hemelse sferen. Door de G’ddelijke oorsprong en intentie te reveleren in de materiële realiteit, bereikt de ziel een hoger besef van G’D.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

PARASHAT BECHOEKOTAI

In Mijn inzettingen                       Leviticus. 26:3 – 27:34

 

Maar als jullie niet naar Mij luisteren en jullie al deze mitzwot niet doen. (Leviticus. 26:14)

Er zijn verschillende meningen onder Kabbalisten ten aanzien van beloning en straf die de Thora voorspelt voor het in acht nemen en het niet in acht nemen van de mitzwot.

Nachmanides (Rabbi Moshe ben Nachman) opinie is dat, “De beloning die een persoon ten deel valt voor het doen van een mitzwa, of de straffen vanwege overtreding, alleen komt door het boven natuurlijke. Wanneer een persoon is overgeleverd aan zijn natuur en natuurlijke lot, zou de rechtschapenheid van zijn daden hem niets geven, en niets van hem nemen. Daarentegen zijn de Thora beloningen en straffen in deze wereld allen wonderen. Zij komen verhuld, zodat de in acht nemende denkt dat zij hebben plaats gevonden door de normale gang van zaken van de wereld; maar zij zijn in waarheid G’ddelijk verordende beloningen en straffen aan een persoon.”

Andere Kabbalisten echter, houden staande dat dit een natuurlijk proces is. In de woorden van de Shaloh: “De boven natuurlijke werelden reageren op de handelingen van de lagere wereld en vandaar spreid de zegen zich uit naar de gene die het heeft veroorzaakt. Voor de gene die deze waarheid begrijpt, is het geen wonder, maar de aard van de avodah ( menselijk levenswerk in het dienen van G’d)”.

Met ander woorden, juist zoals de Schepper bepaalde wetten heeft vastgesteld van oorzaak en gevolg die de natuurlijke werking van de fysieke wereld karakteriseren, zo ook bepaalde Hij een spirituele morele “natuur”, door welk goed doen resulteert in een goed en voldoening gevend leven en kwaad doen resulteert in negatieve en conflictvolle gewaarwording.

Een derde benadering associeert lijden met zonde als een bijproduct van G’Ds rehabilitatie van de snode ziel. De analogie is het verwijderen van een geïnfecteerde splinter van iemands lichaam: de pijn die wordt ervaren is niet een “straf” voor de onvoorzichtigheid van de persoon als zodanig, maar een onvermijdelijk onderdeel van het genezingsproces zelf. Het feit dat een vreemde substantie zich heeft ingebed in levend vlees welke tot bederf leidt, veroorzaakt bij verwijdering een pijnlijke gewaarwording. Hetzelfde gebeurt wanneer iets dat vreemd is aan de verbintenis van de ziel met G’D wordt ingebed, het onttrekken van dit vreemde lichaam en helen van de verbintenis wordt als pijnlijk ervaren zowel voor het lichaam als voor de ziel.

SHABBAT SHALOM

 

PARASHAT BEHÁR

Op de berg               Leviticus. 25:1 – 26:2


Shabbat: Rusten en Verheffen


Geschriften van de Ari

Als jullie in het land komen dat Ik jullie geef, dan zal het land rusten, een Shabbat voor G’D. (Leviticus. 25:2)

De betekenis van het Shabbatjaar en jubeljaar zal worden [na de volgende uiteenzetting].

We zien dat er een wekelijkse Shabbat is en een Shabbatjaar, dat eveneens Shabbat wordt genoemd. Zoals is geschreven “….een Shabbat voor G’D” (ibid. 25:2) en “De Shabbat van het land….” (Ibid. 25:6). Laat ons nu onderzoeken waarom het Shabbatjaar ook Shabbat wordt genoemd en wat de verschillen zijn tussen de [wekelijkse] Shabbat en het Shabbatjaar.

We hebben al eerder uitgelegd dat het spiritueel rijzen van alle werelden de essentie van Shabbat is. Elke wereld stijgt naar een hoger niveau dan waar het zich gedurende de rest van de week.

Meer preciezer: De Netzach – Hod – Yesod – Malchoet van Asiya [als een groep] stijgt naar een niveau [dat normaal wordt bezet door] Chesed – Gevoera – Tiferet; Chesed – Gevoera – Tiferet stijgt naar het niveau van Chochma – Bina -Da’atChochma – Bina – Da’at van Asiya stijgt naar het niveau Netzach – Hod -Yesod – Malchoet van Yetzira, enzovoort, tot aan het oorspronkelijke begin van de emanatie zelf. Want zelfs Arich Anpin stijgt [op Shabbat], en zijn plaats wordt ingenomen door Abba en Imma, zoals bekend.

De sefirot gedragen zich als een groep met betrekking tot hun “energie niveaus”. Ofschoon elke sefira zijn eigen identiteit heeft, werken de sefirot van het intellect en van de emotie samen als functionele gedragseenheden. Om die reden, vindt de stijging die zij ondergaan op Shabbat relatief tot deze energie niveaus plaats.

Een “wereld” in Kabbala is een niveau van bewustzijn, een sfeer waarin alles in een gemeenschappelijk besef van G’D deelt. Een lagere wereld draagt minder bewustzijn; een hogere wereld meer. De stijging van de werelden op Shabbat is een snede in de hiërarchie van bewustzijn, dit betekent dat elk niveau tijdelijk in staat is om een bewustzijnsniveau van G’D te dragen die normaal te hoog zou zijn. Normaal als iemand of iets op het niveau van Chesed – Gevoera -Tiferet van Asiya het bewustzijn Chochma- Bina- Da’at van Asiya wil verwerven, betekent dit dat hij zich zou moeten verheffen van het bestaande niveau naar het volgende hogere niveau. Op Shabbat echter stijgt het lagere niveau naar het hogere niveau terwijl zijn identiteit toch op het lagere niveau bewaard blijft. Deze tijdelijke “ombuiging” van realiteit vind alleen plaats op Shabbat. Zodra Shabbat voorbij is, keert de voorafgaande staat naar zijn realiteit terug.

Het Shabbatjaar wordt een Shabbat genoemd omdat het gelijk is ten opzichte van de Shabbat. Alle werelden stijgen naar een niveau hoger dan normaal, net zoals zij doen op een [wekelijkse] Shabbat.

Het verschil is dat op Shabbat de hele schepping een verheffing beleeft, terwijl in het Sabbatjaar alleen de drie [lagere] werelden, Beriya, Yetzira, en Asiya zich verheffen.

SHABBAT SHALOM

 

 

PARASHAT EMÓR

Zeg          Leviticus. 21:1 – 24:23


Geschriften van Rabbi Jitzchak Luria


Broodkruimels in de Baard


Kabbala beschrijft de mystieke verbinding tussen brood en G’ddelijke barmhartigheid

Aan het einde van het Thoragedeelte van deze week wordt de opdracht gegeven om de “toonbroden” te bereiden. (Leviticus. 24:5:9)  Er waren twaalf exemplaren van dit speciale brood, die werden geplaatst op een speciale tafel in het Heiligdom voor Shabbat en een week later vervangen door nieuw gebakken broden..

 

[We zullen in het kort uitleggen] waarom er twaalf toonbroden waren en waarom zij [miraculeus] warm waren, zelfs een [week later] wanneer zijn vervangen werden.

 

Onze Wijzen stellen dat de toonbroden de hele week warm bleven. (Chagiga.26b). Dit wordt afgeleid uit de woorden: “om het te vervangen door warm brood op de dag dat het was weggenomen.” (Samuel I 21:7), verwijzend naar de toonbroden. Ofschoon de eenvoudige interpretatie van het vers niet inhoud dat de toonbroden de hele week warm bleven, is de Homiletische interpretatie gebaseerd op het feit dat de frase “warm brood” refereert aan het brood van de vorige week: “warm brood op de dag dat het was weggenomen”.

 

Ter verduidelijking: Er is verklaard dat een aantal verschillende koppelingen [tussen verschillende partzoefiem] boven [in de spirituele sferen] worden omschreven als “eten”.

De sefirot veranderden zodat zij op elkaar konden inwerken. Deze koppelingen of paringen kregen de term “eten”. Het doel van de transformatie (of metamorfose) van de sefirot in partzoefiem was dat zij daardoor in staat waren om op elkaar in te werken en elkaar wederzijds konden bevruchten. Deze vereniging produceerde “fruit” of “nakomelingen” in de vorm van G’ddelijk “Licht” dat in de lagere partzoefiem en de lagere werelden schijnt. De reden dat sommige van deze koppelingen de term “eten” kregen, wordt hieronder in het kort verklaard.

 

Dit is de mystieke betekenis van de frase “Eet, O geliefde metgezellen” (Hooglied.5:1).  Dit vers refereert aan de koppeling van Abba en Imma die werd veroorzaakt door de stroom van energie van de heilige mazal van de baard van Arich Anpin. (Sha’ar HaMitzwot, parashat Emor)

 

Willen Abba en Imma zich kunnen verenigen, dan moeten zij een beïnvloeding van hoger bewustzijn ontvangen van de partzoef boven hen, die van Arich Anpin. In een parallelle passage in de geschriften van de Arizal (Taámei HaMitzwot, parashat Emor)  wordt de frase “de mazal van de baard van de “Atika Kadisha” gebruikt, in plaats van “de heilige mazal van de baard van Arich Anpin”. Hoewel de term Atik Yomin specifiek refereert aan de hogere van de twee partzoefiem van Keter, wordt de term Atika Kadisha (“de heilige Oude”) een algemene term voor Keter.

De baard wordt gezien in Kabbala als de zetel van barmhartigheid (rachamiem). Kabbalistische werken identificeren de dertien componenten van de baard (hetzij plukken haar of delen van het gezicht die zijn verstoken van haar en dus de baard omlijnen), met G’D’s Dertien Eigenschappen van Barmhartigheid (Exodus. 34:3-7).  En inderdaad Arich Anpin suggereert “geduld”, een concept dicht gelieerd aan dat van barmhartigheid. De Dertien componenten van de baard van Arich Anpin worden mazalot genoemd (enkelvoud, mazal), wat  “oorspronkelijke uitstroming” of beïnvloeding betekent.

 

Zoals bekend bestaat de baard van Arich Anpin uit drie iteraties van de G’ddelijke Naam Havayah, die samen 12 letters verschaffen, corresponderend met de 12 delen van de baard [naast de 13e mazal]. De numerieke waarde van deze drie namen [3×26] zijn de zelfde als die van het woord [in het Aramees voor “mazal’] mazla[78].

 

Deze dertien mazalot waren verdeeld in twee groepen. Twaalf correspondeerden met de G’ddelijke vier letter Naam Havayah, drie keer herhalend (geeft 12 letters). De dertiende mazal staat op zichzelf en behelst tezamen of kapselt de andere twaalf in.

Dit wordt aangeduid door het feit dat de numerieke waarde van drie keer de G’ddelijke Naam Havayah, 3×26, gelijk is aan de numerieke waarde van het Aramese woord [de Zohar is geschreven in het Aramees] voor ´mazal”, “mazla” (78). Het is deze dertiende mazal die moet schijnen op Abba en Imma om hen te koppelen, te paren.

 

In Kabbala en Chasidoet wordt uitgelegd dat de dertiende mazal de hele reeks van mazalot in eigenschappen van barmhartigheid transformeert. Dit is omdat numeriek gezien, twaalf een gesloten streng perfect systeem is; gereflecteerd in de fysieke wereld door de twaalf maan maanden en de twaalf tekens van de zodiak; in het Joodse Volk door de twaalf stammen; in de spirituele sferen door de twaalf permutaties van de letters van de G’ddelijke Naam Havayah enz. In elk van deze reeksen echter is [soms verborgen] een dertiende element dat flexibiliteit en een aanpassende kwaliteit toevoegt, die de reeks levend en buigzaam en uitvoerbaar maakt. Dit is misschien het meest zichtbaar met betrekking tot de twaalf maan maanden. In de Joodse kalender wordt een dertiende maand toegevoegd in 7van elke 19 jaar om het maanjaar op één lijn te brengen met het zonnejaar. Hier maakt de dertiende maan maand de twaalf oorspronkelijke tot een krachtig systeem, dat kan samenwerken met zijn zon “maat”. Het zelfde gaat op voor de dertiende stam Levi, dienend in de Tempel, de twaalf stammen van het Joodse Volk verzoenend met hun “maat” G’D.

 

Deze passage betekent dus, dat om Abba en Imma om te koppelen, zij eerst een stroom van barmhartigheid of meedogend bewustzijn moeten ontvangen. Dit is natuurlijk ook een relevante les ten aanzien van echtelijke verhoudingen en zelfs voor alle typen van intermenselijke communicatie: het onderliggende bewustzijn en benadering naar de andere partner toe, moet er een zijn van barmhartigheid, empathie en goedhartigheid.

 

…..en van het woord voor “brood” [“lechem”, dat een numerieke waarde heeft van 78].

Dit indiceert de afhankelijkheid van koppeling (eten van brood) op de stroom van bewustzijn van de mazal.

 

Corresponderend met deze twaalf letters zijn de twaalf toonbroden. Dit omdat de heilige dertiende mazal het concept van de dubbele vav uitdrukt, die gelijk is aan 12 [aangezien de numerieke waarde van vav 6 is].

 

[Dit is waarom de toonbroden werden gerangschikt in twee stapels] zes aan de ene zijde en zes aan de andere zijde.

SHABBAT SHALOM

 

PARASHAT KEDOSHIEM

Heilig

 

Leviticus 19:1 – 20:27

Het aspect kedoesha, heiligheid, kent drie verschillende vormen van heiligheid, vijf, als we de subcategorieën meerekenen. De drie basiscategorieën zijn:

  1. De heiliging van het lichaam, zoals al in eerdere parashot van het boek Leviticus is besproken, zegt de Thora:”We’hitkadishtem” “zorg ervoor dat jullie heilig zijn” (11:44)
  2. De heiliging van ruimte, zoals wordt genoemd in het vers: “….kie hamakom……kodesh hoe” “want de plaats is heilig” ( Exodus 3:5 ) dit heeft te maken met fysieke separatie van andere plaatsen.
  3. De heiliging van tijd, zoals wanneer de Shabbat “mikra kodesh” wordt genoemd “een heilige convocatie.”

De heiliging van het lichaam is verdeeld in verschillende drie niveaus. Het zijn de drie niveaus die onze geleerden hebben gerangschikt en welke behandeld worden in Reshiet Chochma. Onze wijzen in Berachot 57 spraken over deze drie categorieën in termen van “een prachtig verblijf “, ” een prachtige vrouw “, en “een prachtige meubilering, verrijkt en ontwikkelt het verstand van een mens”. Het woord “verblijf” is een metafoor voor het hart, de zetel van het leven. Het woord “vrouw” is een metafoor voor de heilige ziel. Het woord “meubilering” is het metafoor voor iemands handwerktuigen, instrumenten.

De betekenis van dit alles is dat de taal van de verschillende menselijke ledematen, als instrumenten, waarmee hij G’D’s wetten uitvoert om de eigenaar ervoor te bewaren voor eventuele potentiële gevaarlijke situaties, welke hem kunnen leiden naar een staat van onreinheid. Deze “instrumenten” moeten worden aangewend om te verzekeren dat de mens de positieve geboden uitvoert en eveneens er op toeziet dat hij zich weerhoudt in het overtreden van de negatieve geboden. De functie van het hart, is de sferische verblijfplaats van gedachte en bezinning. Het hart moet een instrument zijn, welke de mens instaat stelt om het Heilige der Heiligen te bereiken, de spirituele elevatie binnen zijn bereik. Er zijn zo veel dingen waarmee het hart is uitgerust, dat het onmogelijk is ze allemaal te noemen. Zij bevat begrippen als, “haat niet,” “neem geen wraak,” “draag geen wrok en misgunst uit,” ” heb je naaste lief,” om er maar een paar te noemen. De meeste en hun Thorabronnen worden omschreven en verklaard in het boek Chovat Halevavot. De heiligheid van de ziel, een deel van G’D, is, om zich te hechten aan elk esoterisch aspect van Thora binnen iemands bereik. Men verdient dan de verborgen aspecten van het scheppingsproces en zelfs het gedeelte wat gewoonlijk genoemd wordt als “Ma’asè Merkava“, beschouwingen over procedures in de Hemelse Regionen. Het bereiken van de hogere stadia van heiligheid in de drie genoemde gebieden, behelzen allen het directief van het heiligen van het lichaam. Dit directief bevat het gehele domein wat wordt genoemd “de gestalte van de mens” zowel zijn visuele als zijn niet visuele aspecten.

De heiliging van ruimte is een esoterische dimensie van “kawot“, respect, eerbetoon. De Thora verwijst hier naar, als het voorschrijft dat de meeste offers gebracht moeten worden aan de noordzijde van het altaar. M.a.w. Telkens wanneer de Thora deze term gebruikt, is het geassocieerd met de woorden: “lifnè HaShem“, “voor G’D” aan de voorkant van Zijn aanwezigheid. Dus het respecteren van een bepaalde plaats voor Hem.

Ik heb al eerder, in een andere parasha, gesproken over de heiliging van tijd. De reden dat onze geleerden de wekelijkse dagen relateren aan Shabbat [Vandaag is het de eerste dag van de week naar de Shabbat, Vandaag is het de tweede dag van de week naar de Shabbat, enz.] is dat zij wensen dat wij elke dag van de week bij onszelf de spiritualiteit ervaren van het feit, dat elke dag, in essentie een element in zich draagt van Shabbat. Als wij dit doen, hechten wij ons aan een wereld welke totaal onder de bescherming is van de Shabbat- geest, en onze mondaine activiteiten nemen daardoor een gestalte van heiligheid aan. Deze gedachte domineert de zegen die we zeggen aan het einde van de Shabbat wanneer we verwijzen naar “Geprezen, U, Eeuwige, onze G’D, Koning van de wereld die een onderscheid maakt tussen gewijd en ongewijd, tussen licht en duisternis, tussen Jisraël en de volkeren, tussen de zevende dag en de zes werkdagen.

De bovengenoemde drie voorbeelden van heiligheid, welke in feite vijf zijn, verwijzen naar de inhoudelijke verklaring van G’D met betrekking tot de drie schenkingen die Hij gaf aan Israël, Thora, het Land Israël en Olam Haba, de Komende Wereld. Het geschenk van Thora bestaat uit de drie resultaten welke haalbaar zijn via het hart.

a. De studie van alle aspecten van de Thora die leidt naar het uitvoeren van zijn geboden.

b. De gift van Erets Jisraël vertegenwoordigt de heiligheid van ruimte.

c. De gift van De Komende Wereld representeert de heiligheid van tijd, m.a.w. een wereld die authentiek is aan het concept van Shabbat.

 

SHABBAT SHALOM