PARASHAT MISHPATIEM

Rechtsregels        Exodus. 21:1 – 24:18

 

Rabbi Jitzchak Luria

 

Geschriften van de Ari, Taamei HaMitzwot

 

De Thoralezing van deze week bevat de opdracht om de drie feesten, Pesach, Shavoeot en Soekot te vieren. In het vers “Je zult voor Mij drie feesten per jaar vieren” (Exodus. 23:14), is het woord voor “feesten”, “regaliem“, het meervoud van “regel“, wat ook “been” betekent. Daarentegen is de stam van het werkwoord “vieren” (“lechog) “choeg” wat betekent “roteren” of “omcirkelen”, benadrukkend de jaarlijkse cyclus van de feesten, en ook aangevend “chag ” een ander woord voor “feest”.  Dit woord is gerelateerd aan het woord “passer” (in het Hebreeuws, “mechoega“, zie Jesaja 44:13) en leidde tot het rabbijnse gebruik van “machog“voor “gebaar”. Het draagt dus de associatie van een handbeweging.

 

De eerste drie [midot], Chesed, Gevoera en Tiferet, worden omschreven als de “handen”, terwijl de tweede drie, [Netzach, Hod, en Yesod ] worden omschreven als de “benen”.

 

 In Kabbala wordt Chesed geassocieerd met de rechter arm, Gevoera met de linker arm, Tiferet met de torso, Netzach met het rechterbeen, Hod met het linkerbeen en Yesod met het voortplantingsorgaan.

 

 

Chesed, Gevoera, Tiferet, worden geïdentificeerd als de twee armen en het algemeen harmoniserend principe, Tiferet, er tussen in, wordt ook een “hand” genoemd, aangezien het functioneert als één hand die de twee andere handen, Chesed en Gevoera omvat.

 

Dus, hoewel de torso niet een hand is, kan het, daar het dient om de twee werkelijke handen te verenigen en te harmoniseren, als een figuurlijke “hand” worden beschouwd.

 

Dit is de esoterische betekenis van “de grote hand” (Exodus. 14:31), “de sterke hand” (Deuteronomium. 3:24, 7:19, 11:2, 34:12) en “de opbeurende hand” (Numeri. 33:3) er tussen in, zoals aangehaald in de Zohar. ( I:23a, III:246b, 283a; Tikoenei Zohar, introductie, p. 9a, 58, p.89a, 69, p. 101b, 70, p. 130a).

  

 

  De “grote hand” is Chesed, een synoniem voor “gedoela” (“grootsheid”). De “sterke hand” is Gevoera. En “de opbeurende hand” is Tiferet.   

 

Corresponderend hiermee zijn Netzach, Hod, en yesod, de drie benen. Want Netzach en Hod zijn de twee benen en samen zijn zij inbegrepen in de hen harmoniserende entiteit Yesod, die dus functioneert als het derde been.

 

Dit is de esoterische betekenis van het vers “Je zult voor Mij drie feesten per jaar vieren”. Want Malchoet wordt omschreven als “het feest [in Hebreeuws, ‘chag‘] of de bruid”, als vermeld in het begin van Tikoenei Zohar.

 

Malchoet is de bruid, de gezellin van Zeir Anpin, de bruidegom. In de Zohar, wordt Malchoet beschreven als de ontvanger van de uitstroom van de drie sefirot van Netzach, Hod, Yesod, die zijn geassocieerd met de feesten. (Zohar III:257b; Tikoenei Zohar 21, 45b, 58b).

 

Vandaar dat deze drie [Netzach, Hod, en Yesod,] schijnen naar haar [Malchoet] drie keer per jaar en door hun vermogen worden de feesten op deze drie gelegenheden teweeg gebracht.

 

        

Eigenlijk hebben de drie feesten hun oorsprong in Chesed, Gevoera, Tiferet, maar Chesed, Gevoera, Tiferet schijnen neerwaarts door Netzach, Hod, en Yesod en door Netzach, Hod, en Yesod schijnen zij [Chesed, Gevoera, Tiferet] in Malchoet.

 

Dit verklaart de verplichting om naar [de Tempel] te gaan op het tijdstip van de feesten.

 

Pesach, Shavoeot en Soekot worden “pelgrimfeesten” genoemd, omdat van het grootste gedeelte van het volk wordt verlangd naar Jeruzalem te reizen en naar de Tempel te gaan om specifieke offers te brengen. (Exodus. 23:17, 34:23; Deuteronomium. 16:16)

 

 

Uitleg: De mitzwa om naar [de Tempel te gaan] is dat de enkeling zich op de drie feesten naar boven begeeft, naar het hof van de Israëlieten om daar te verschijnen. Deze verplichting wordt alleen opgelegd aan volwassen mannen.

 

 Het “Hof van de Israëlieten” bevindt zich in de meest oostelijk gelegen 11 el, van het Binnenhof (Azaradie de Tempel omringt. (Mishna Thora, Beit HaBechira 5:12)

 

De esoterische reden waarom wordt verlangd om zich daar te voet naar boven te gaan, is om [spirituele] kracht te geven aan de hemelse “benen”, Netzach, Hod, en Yesod, aan de drie feesten. Om die reden worden zij niet [bijvoorbeeld]  “drie vastgestelde tijden” genoemd, maar ” drie feesten”, om het feit aan te geven dat het licht van deze drie feesten schijnt via de hemelse “benen”, Netzach, Hod, en Yesod, in Malchoet, belichaamd in het Hof der Israëlieten.

 

  Want het woord voor “Festival” feestelijkheid, (Hebreeuws, “regel”, zoals we weten) is het zelfde woord als voor “been”. Deze drie feesten zijn dus drie “beenfeesten” feestelijkheden waarop het nodig is de hemelse “benen”” te sterken door onze eigen benen te gebruiken, met andere woorden om naar Jeruzalem te reizen om zich naar boven te begeven in de Tempel.

 

En inderdaad, het hoogteformaat van de Vrouwen Hof reikt tot aan de Yesod van zijn Malchoet, terwijl de hoogte van het Israëlieten Hof reikt tot aan de Netzach, Hod, Yesod van Zeir Anpin.

 

Het Vrouwen Hof (Ezrat Nashiem) is het aangrenzend hof buiten het Binnenhof van de Tempel. (Het wordt niet het Vrouwen Hof genoemd omdat vrouwen, niet verder kunnen binnengaan, want vrouwen kunnen zelfs het Israëlieten Hof binnengaan en zelfs het Priester Hof, wanneer zij een offer moeten aanbieden. Het wordt het Vrouwen Hof genoemd omdat de Vrouwen Galerij er boven is, er op neerkijkt.)

 

De verschillende secties van de Tempel, als men binnen komt van het oosten en westwaarts gaat, dragen een stijgende status van heiligheid, inhoudend dat alleen diegene die gelouterd zijn en in toenemende mate gezuiverd van onreinheden, hen mag betreden. In Kabbalistische termen betekent dit dat een westwaartse voortgang binnen het Tempelgebied correspondeert met een stijging door successievelijke hogere sferen van spiritualiteit.

 

Maar op de feestdagen, is [Noekva] van aangezicht tot aangezicht met Netzach, Hod, Yesod [van Zeir Anpin], dit is in wezen de esoterische betekenis van de frase “en zij zullen niet Mijn Gezicht zien met lege handen” (Exodus. 23:15).

 

Ofschoon dit vers voorkomt in de context van Pesach, wordt het opgevat als van toepassing zijnde op alle drie de pelgrimfeesten en verwijst het naar de verplichte offers (Chagiga) die moeten worden gebracht op deze drie feesten.

 

SHABBAT SHALOM    

PARASHAT JITHRO

Jithro                Exodus. 18:1 – 20:23

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Zohar, p. 69a

 

Een ontzagwekkend gedrag

 

“En Jithro, de priester van Midjan, de schoonvader van Mozes, hoorde alles wat G’D voor Mozes en Zijn volk Israël had gedaan.” (Exodus. 18:1)

 

[Om dit vers te verklaren citeert Rabbi Elazar:] “Ik zal daarom dank betuigen onder de volkeren aan U, G’D, en lof zingen ter ere van UW Naam.” (Psalm. 18:50) Koning David zei dit indertijd met G’ddelijke Inspiratie toen hij zag dat het eerbetoon aan G’D niet was zoals het zou moeten zijn en Hij niet het passende respect ontving in de wereld, uitgezonderd van diegenen [bekeerlingen vanuit] de rest van de volkeren.

 

Als je nu zegt dat de Heilige, Geprezen zij Hij, alleen wordt geëerd in deze wereld voor het belang van Israël, zou dit zeker correct zijn. Dit omdat [de zielen van] Israël het basisvuur vormen dat licht laat schijnen.

 

De zielen van Israël zijn het basisvuur die de sefira van Malchoet verlichten. Door hun positieve handelingen verhogen zij het spirituele licht dat in deze wereld schijnt.

 

Maar wanneer de andere volkeren van de wereld komen en dank betuigen en zichzelf binden aan de glorie van de Heilige Geprezen zij Hij, dan versterkt dit het basisvuur. Het schijnt over al Zijn werken in één licht [met Israël] en de Heilige, Geprezen zij Hij, regeert verheven boven en onder. Het was op deze wijze dat vrees en ontzag voor de Heilige, Geprezen zij Hij, over hen kwam [toen zij (de andere volkeren) hoorden wat Hij teweeg had gebracht in Egypte en bij de doortocht door de Rode Zee]. Toen Jithro, die de hoge priester was van de andere goden, kwam om zich te bekeren, was de glorie van de Heilige, Geprezen zij Hij, gesterkt en heerste over alles. Dit omdat de hele wereld op zijn grondvesten schudde toen zij hoorden van de machtige daden en handelingen van de Heilige, Geprezen zij Hij, en zij keken allen naar Jithro die een wijs man was  en de hoogst verantwoordelijke voor alle vormen van heidense verering in de wereld. Toen zij zagen dat hij [naar Mozes] kwam en zich bekeerde tot het eren van de Heilige, Geprezen zij Hij, en verklaarde: “Nu weet ik dat G’D, de Eeuwige groter is dan alle andere goden” (Exodus. 18:11), distantieerden zij zich van de aanbidding van hun godheden en beseften dat deze geen enkele vorm van essentie bevatten.

 

Toen werd de glorie van de heilige naam van de Heilige, Geprezen zij Hij,versterkt in alle richtingen. En dit is de reden dat deze wekelijkse Thoralezing wordt genoemd bij

de naam Jithro en er mee begint.

 

Jithro was één van de drie adviseurs van Pharao. De andere twee waren Job en Bilaam.  De allereerste was Jithro omdat er geen vorm van verering van heidense godheden was, waarvan hij niet op de hoogte was. Hij kende de precieze wijze van aanbidding en het dienen van elke godheid afzonderlijk. Bilaam was magiër en kende allerlei wijzen van tovenarij, hetzij door magische daden dan wel door formules.

 

Job was een meester van vrees (ontzag eerbied angst), deze vrees was de essentie van zijn verering. Deze [vrees is waardevol] omdat iemand niet in staat is licht neer te halen van boven, van de sfeer van Heiligheid noch van de Andere Zijde, zonder dat de verering in vrees is. Het hart en de wil moeten worden geleid door vrees en dan, met een gebroken hart, kan het hogere licht worden neergehaald en het verlangde effect bereikt.

 

Hier wordt ons een algemene regel in de spirituele wereld geleerd. Als iemand niet bidt of mediteert met vrees, krijgt hij geen innerlijk respons. Dit verklaart waarom vele mensen zich niet kunnen relateren aan een georganiseerde godsdienst. Zij weten niet hoe te focussen op waar het om gaat. Alleen wanneer dit is begrepen kan men verder gaan naar een appreciatie van waar het om gaat. Dit is het mysterie van het herverbinden met de eigen spirituele oorsprong en het bevatten van de G’ddelijke realiteit. Zo bereikte Abraham bijvoorbeeld dit niveau door meditatie op de ontzagwekkende macht van G’D als Schepper en ondersteuner van het universum.

 

Iemand kan zicht niet hechten aan de spirituele zijde tenzij hij zijn hart en wil plaatst in de sfeer van vrees. [door dit niet te doen] ontvangt hij alleen maar een miniem begrip van allerlei krachten die extern zijn aan het heilige. Meer nog is deze [mentale staat vereist] ten aanzien van hogere, heilige spirituele niveaus. Dit vereist nog grotere vrees en wilskracht.

 

SHABBAT SHALOM    

PARASHAT BESHALÁCH

En hij had laten gaan Exodus. 13:17 – 17:16

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Brood van de Hemel

 

Zohar II, p. 63b.

 

Tegen het einde van de Thoralezing van deze week leren we over het manna dat de Israëlieten ondersteunden gedurende hun veertig jaar in de woestijn. Eén van de mitzwot geassocieerd met het manna was dat niemand iets over mocht laten voor de volgende dag; alles moest geconsumeerd worden op de dag dat het werd gegeven (met uitzondering van vrijdag, wanneer een dubbele portie neerkwam, voor vrijdag en Shabbat). Het volgende gedeelte onderzoekt de esoterische reden voor het verbod tegen het overlaten van enig manna voor de volgende dag.

 

De selectie verklaart eerst de verschillende opinies of Shabbat de dagen van de voorafgaande week verheft en heiligt (zoals de Wijzen van de Talmoed stellen in Berachot 17a), of dat zij de dagen van de daar op volgende week zegent (zoals de Wijzen van de Zohar uitleggen).

 

Mozes zei tegen hen: “Niemand mag er voor de volgende morgen van overhouden.” (Exodus. 16:19)

 

[Dienaangaande dit] zei Rabbi Jehoeda: “elke en iedere dag is de wereld gezegend door die Hemelse Dag.”

 

Deze “Hemelse Dag” refereert aan Bina, die “eim habaniem” wordt genoemd, “de moeder van kinderen”. Met andere woorden, de verhouding tussen Bina en de zes sefirot van Zeir Anpin is vergelijkbaar met die van een moeder met haar kinderen. Zij koestert hen en verzekert zich er van dat zij al het nodige hebben. Overeenkomstig, is Bina,  de Shabbat  van de Hogere Werelden, die Zeir Anpin voedt.

 

Want alle Dagen [boven, de sefirot van Zeir Anpin welke “Dagen” worden genoemd, omdat zij de wereld beneden illumineren met spiritueel licht] zijn gezegend door de Zevende Dag [Bina], en elke Dag [elk van de sefirot van Zeir Anpin] geeft aan de dag waarmee het correspondeert [beneden, in onze wereld] van de zegening die het ontvangt [van de Zevende Dag, Bina].

 

Dienovereenkomstig, in de spirituele dimensie, geeft Shabbat (Bina) zegen aan de “Dagen” (Zeir Anpin) die er op volgen. Echter op het fysieke vlak, prepareren alle dagen van de week (corresponderend met Zeir Anpin) zich op Shabbat (die in onze wereld Malchoet is) die hen verheft en heiligt. Dus in werkelijkheid is er geen meningsverschil tussen de Talmoedische Wijze en de Wijze van de Zohar.  

 

Het was in dit verband dat Mozes hen vertelde: “Niemand zal iets over laten tot de volgende morgen.” Waarom niet? Omdat de ene Dag niet geeft of leent aan de andere. In plaats daarvan, elk [van de zes sefirot van Zeir Anpin] beheerst alleen de eigen dag, want de ene dag [met andere woorden, eigenschap] controleert niet een andere.

 

Dienovereenkomstig, elk van de zes Dagen domineert zijn dag, zodat de dag bevat wat het ontvangt [van boven]. Maar de zesde dag bevat meer [dan juist zijn eigen capaciteit], zoals Rabbi Elazar benadrukt, in het verse, “De zesde dag” [“jom hashishi”, gebruikend het bepalend lidwoord, “de”, [Genesis.1.31] wat niet wordt gezegd van de ander dagen [van de Schepping].

 

 

Aan de andere dagen wordt gerefereerd als “één dag”; “een tweede dag”; “een derde”; enz. Wat is nu de betekenis van het bepalend lidwoord hier, “de zesde dag”?

 

De Rabbijnen verklaren het als volgt: Want op die dag, De zesde [dag], bereid de Koningin de tafel van de Koning voor [met andere woorden, Malchoet bereidt de gemeenschap met Zeir Anpin voor]. Om die reden werden er twee porties [manna] gevonden op die dag, één voor de [zesde] dag, en één om de viering van de Koning met de Koningin voor te bereiden.

 

In die nacht {Vrijdag nacht, Shabbat avond}  verheugt zich de Koningin  op de Koning en op hun innige verbondenheid.

 

De term “zivoeg“, hier vertaald als innige verbondenheid, kan naar het vinden van en het huwen met iemands partner verwijzen. In Kabbala betekent dit de intieme relatie tussen de sefirot, waardoor zij één worden. Het verwijst eveneens naar de nullificatie van de ziel in het zich één voelen met G’D.

 

Dan zijn alle zes Dagen gezegend, elk individueel [elke dag afzonderlijk is verheven door de Shabbat]. Dienovereenkomstig zal iemand zijn tafel schikken [verwijzend naar cohabitatie] zodat de zegeningen van boven op hen kunnen rusten, aangezien zegeningen niet rusten op een lege tafel. (Berachot 40a).

 

Wat is dan de Shabbat? [ Is het Bina of Malchoet?] De dag waarin alle andere dagen hun rust bereiken en zij is de voltooiing van alle zes [werkdagen, malchoet], en ook de dag vanwaar uit zij allen worden gezegend [Bina].

 

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BO

Kom              Exodus. 10:1 – 13:16

 

RABBI  ISAIAH HOROWITZ

 

SHNEI LOECHOT HABRIET

 

 

Deze maand zal voor jullie zijn.” (Exodus. 12:2)

 

De mitzwa om de nieuwe maan te heiligen en wanneer nodig schrikkeljaren te arrangeren, is voorbestemd om veilig te stellen dat de verschillende feestdagen, aangegeven in de Thora, plaatsvinden in hun respectievelijke seizoenen. Pesach moet plaatsvinden in het voorjaar; Soekot in de herfst. Schrikkelmaanden en schrikkeljaren werden vastgesteld door kalender berekeningen zelfs tijdens era’s dat de verschijning van de nieuwe maan werd bevestigd door visuele observatie.

 

Astronomische factoren werden niet genegeerd. We hebben een traditie dat de lichtgevende hemellichamen een twee gezichten hebbend concept symboliseren [ zoals Adam en Chava voordat Chava door G’D werd gesepareerd van Adam.] De maan ontvangt haar licht alleen van de zon.

Het geheim van de zich vernieuwende maan is gelegen in het positie innemen, dichter naar de zon toe.

 

Vrouwen observeren de Nieuwe Maan meer dan hun echtgenoten, aangezien, symbolisch gesproken, de maan (als een lichtgevend hemellichaam) blijft afnemen voor niet meer dan zeven dagen, voordat zij opnieuw begint te schijnen. Dienovereenkomstig wordt een menstruerende vrouw opnieuw rein na zeven dagen.

 

De normale menstruatiecyclus van een vrouw is dertig dagen, gelijk aan de cyclus van de maan. We vinden in de Midrash Ha-nee-elam van de Zohar Chadash dat daar waar de niet joodse naties hun kalender arrangeren volgens de kringloop van de zon, het Joodse Volk rekent volgens de omloop van de maan. Aanvankelijk zou men denken dat het tegenovergestelde waar zou moeten zijn. Toen G’D de maan vertelde om zichzelf te verminderen, was de maan niet tot bedaren te brengen, totdat verteld werd dat Israël haar zou gebruiken voor het berekenen van haar kalender. (Chulin 60)

 

De maan werd ook beloofd dat de rechtvaardigen haar naam zouden dragen. Dit is een metafoor en betekent dat Israël in de wereld in duisternis zal lopen, terwijl de andere naties van de wereld in licht zullen lopen. De maan in deze wereld schijnt alleen ‘s nachts als het donker is. Wanneer Israël in verbanning is ervaart het een existentie gelijk aan die van de maan. Net zoals de maan, die ondanks zijn tijdelijke eclips, opnieuw zal schijnen, zo ook zal Israël opnieuw schijnen na de verbanning. De donkerheid [afwezigheid van licht] van de maan is een verwijzing naar het in rouw zijn over het lot van Israël in verbanning.

 

Shemot Rabba (15:26) merkt op dat er 15 generaties waren van Abraham tot Koning Solomon. Deze generaties representeren de rijzende ster van het Joodse Volk, gelijk aan de eerste helft van de maan wanneer de maan  in haar dominantie is. Na Solomon begon de ster van het Joodse Volk te verminderen, zoals de maan tegen het eind van de maand. Koning Zedekia was de 29e generatie na Abraham en het was gedurende zijn leven dat de Tempel werd verwoest, dat het licht van de Joodse Natie werd verduisterd. Het feit dat Koning Zedekia werd uit gestoken door de Babyloniërs versterkt opnieuw de allegorie tussen de maan en de voorspoed van het Joodse Volk.

 

Er zal echter een tijd komen, wanneer het licht van de maan zal schijnen zoals de zon, wanneer G’D en Zijn Naam één zillen zijn, wanneer een nieuw licht zal schijnen over Zion. De formulering gebruikt in onze zegening, wanneer we het gebed voor heiliging van de maan elke maand reciteren (Kiddoesh Lavana), bevat de woorden “een kroon van glorie aan degenen die gedragen zijn vanaf geboorte.”  Verwijzen we naar de Eeuwige die de maan gelaste zich telkens te vernieuwen als, “een kroon van glorie aan degenen die vanaf de moederschoot door Hem worden gedragen (aanduiding in Jesaja 43:3), die net zo voor bestemd zijn om zichzelf te vernieuwen zoals de maan en om hun Maker te vereren vanwege de glorie van Zijn Koninkrijk.”

 

Het onderwerp van de omloop van de maan, het vaststellen van schrikkelmaanden  en schrikkeljaren is ook gerelateerd aan aspecten van transmigratie van de zielen. Het opkomen en verdwijnen van de ene generatie na de andere herinnert aan de maancyclussen. Onze Wijzen hebben angstvallig bewaakt wat het ” geheim van de schrikkeljaren” wordt genoemd, het mechanisme van hoe en onder welke condities deze schrikkelmaanden  en schrikkeljaren af te kondigen. (Zie Ktoebot 112, gebaseerd op Ezekiel 13:9)

Een collegium van zeven geleerden hield zich bezig met deze kwestie in gesloten sessie (wegens het te grote onderling niveau verschil van kennis); normale sessies waren open voor leerlingen.

 

Shabbat Shalom            

 

           

 

 

 

PARASHAT BO

Kom              Exodus. 10:1 – 13:16

 

RABBI  ISAIAH HOROWITZ

 

SHNEI LOECHOT HABRIET

 

 

Deze maand zal voor jullie zijn.” (Exodus. 12:2)

 

De mitzwa om de nieuwe maan te heiligen en wanneer nodig schrikkeljaren te arrangeren, is voorbestemd om veilig te stellen dat de verschillende feestdagen, aangegeven in de Thora, plaatsvinden in hun respectievelijke seizoenen. Pesach moet plaatsvinden in het voorjaar; Soekot in de herfst. Schrikkelmaanden en schrikkeljaren werden vastgesteld door kalender berekeningen zelfs tijdens era’s dat de verschijning van de nieuwe maan werd bevestigd door visuele observatie.

 

Astronomische factoren werden niet genegeerd. We hebben een traditie dat de lichtgevende hemellichamen een twee gezichten hebbend concept symboliseren [ zoals Adam en Chava voordat Chava door G’D werd gesepareerd van Adam.] De maan ontvangt haar licht alleen van de zon.

Het geheim van de zich vernieuwende maan is gelegen in het positie innemen, dichter naar de zon toe.

 

Vrouwen observeren de Nieuwe Maan meer dan hun echtgenoten, aangezien, symbolisch gesproken, de maan (als een lichtgevend hemellichaam) blijft afnemen voor niet meer dan zeven dagen, voordat zij opnieuw begint te schijnen. Dienovereenkomstig wordt een menstruerende vrouw opnieuw rein na zeven dagen.

 

De normale menstruatiecyclus van een vrouw is dertig dagen, gelijk aan de cyclus van de maan. We vinden in de Midrash Ha-nee-elam van de Zohar Chadash dat daar waar de niet joodse naties hun kalender arrangeren volgens de kringloop van de zon, het Joodse Volk rekent volgens de omloop van de maan. Aanvankelijk zou men denken dat het tegenovergestelde waar zou moeten zijn. Toen G’D de maan vertelde om zichzelf te verminderen, was de maan niet tot bedaren te brengen, totdat verteld werd dat Israël haar zou gebruiken voor het berekenen van haar kalender. (Chulin 60)

 

De maan werd ook beloofd dat de rechtvaardigen haar naam zouden dragen. Dit is een metafoor en betekent dat Israël in de wereld in duisternis zal lopen, terwijl de andere naties van de wereld in licht zullen lopen. De maan in deze wereld schijnt alleen ‘s nachts als het donker is. Wanneer Israël in verbanning is ervaart het een existentie gelijk aan die van de maan. Net zoals de maan, die ondanks zijn tijdelijke eclips, opnieuw zal schijnen, zo ook zal Israël opnieuw schijnen na de verbanning. De donkerheid [afwezigheid van licht] van de maan is een verwijzing naar het in rouw zijn over het lot van Israël in verbanning.

 

Shemot Rabba (15:26) merkt op dat er 15 generaties waren van Abraham tot Koning Solomon. Deze generaties representeren de rijzende ster van het Joodse Volk, gelijk aan de eerste helft van de maan wanneer de maan  in haar dominantie is. Na Solomon begon de ster van het Joodse Volk te verminderen, zoals de maan tegen het eind van de maand. Koning Zedekia was de 29e generatie na Abraham en het was gedurende zijn leven dat de Tempel werd verwoest, dat het licht van de Joodse Natie werd verduisterd. Het feit dat Koning Zedekia werd uit gestoken door de Babyloniërs versterkt opnieuw de allegorie tussen de maan en de voorspoed van het Joodse Volk.

 

Er zal echter een tijd komen, wanneer het licht van de maan zal schijnen zoals de zon, wanneer G’D en Zijn Naam één zillen zijn, wanneer een nieuw licht zal schijnen over Zion. De formulering gebruikt in onze zegening, wanneer we het gebed voor heiliging van de maan elke maand reciteren (Kiddoesh Lavana), bevat de woorden “een kroon van glorie aan degenen die gedragen zijn vanaf geboorte.”  Verwijzen we naar de Eeuwige die de maan gelaste zich telkens te vernieuwen als, “een kroon van glorie aan degenen die vanaf de moederschoot door Hem worden gedragen (aanduiding in Jesaja 43:3), die net zo voor bestemd zijn om zichzelf te vernieuwen zoals de maan en om hun Maker te vereren vanwege de glorie van Zijn Koninkrijk.”

 

Het onderwerp van de omloop van de maan, het vaststellen van schrikkelmaanden  en schrikkeljaren is ook gerelateerd aan aspecten van transmigratie van de zielen. Het opkomen en verdwijnen van de ene generatie na de andere herinnert aan de maancyclussen. Onze Wijzen hebben angstvallig bewaakt wat het ” geheim van de schrikkeljaren” wordt genoemd, het mechanisme van hoe en onder welke condities deze schrikkelmaanden  en schrikkeljaren af te kondigen. (Zie Ktoebot 112, gebaseerd op Ezekiel 13:9)

Een collegium van zeven geleerden hield zich bezig met deze kwestie in gesloten sessie (wegens het te grote onderling niveau verschil van kennis); normale sessies waren open voor leerlingen.

 

Shabbat Shalom            

 

           

 

 

 

PARASHAT WA’ERA

Ik ben verschenen Exodus. 6:2 – 9:35

Alle wonderen door G’D uitgevoerd in Egypte, welke alle bekende natuurwetten tartten, waren opgeroepen door de onuitspreekbare Vier Letternaam, het Tetragram, YOED KEY VAV KEY, die G’D symboliseert als ÈJÈ OWÈ JÈJÈ, Hij was, Hij is, Hij zal altijd zijn, de Ene, die de wereld heeft geschapen ex nihilo en die eeuwig is. De naam ELOKIEM daarentegen symboliseert natuur m.a.w. de natuurwetten. Het Hebreeuwse woord voor natuur is hatèwa en heeft dezelfde numerieke waarde als het woord ELOKIEM.

Volgens de Zohar representeert deze naam een kaw, een lijn, een uitgezette lijn, wetten volgens een bepaalde orde, m.a.w. justitie. De karakteristieken van alle levende creaturen werden bepaald door G’D, door oproeping van Zijn eigenschap ELOKIEM.
In de woorden van de Ari Zal ( Rabbi Jitschak Luria) : “Nadat G’D het ‘hareshimoe‘,” conceptuele ruimte of plaats” voor een universum had gecreëerd, creëerde Hij alles wat die “plaats” zou gaan vullen. Dit werd bereikt door middel van kaw, zoiets als een pijplijn. Het licht dat G’D creëerde drong de “plaats”binnen, die was voorbestemd voor het universum en verspreidde zich door kaw.
Het feit dat de onuitsprekelijke vier letternaam een “hogere” eigenschap is dan die van ELOKIEM, wordt gedocumenteerd in Exodus 18,11, toen Jitro, de schoonvader van Mozes, de superioriteit erkende van deze eigenschap van G’D, boven alle anderen: “kie gadol YOED KEY VAV KEY mikol ha ELOKIEM“, “Nu weet ik dat de Eeuwige groter is”.

Alle andere eigenschappen (namen) van G’D zijn ontleend aan de onuitsprekelijke vier letternaam.
Het was deze naam en wat het impliceert die G’D aanwendde toen Hij bovennatuurlijke wonderen liet voortkomen in Egypte. Telkens wanneer Mozes verscheen voor Farao, trad hij op als boodschapper van die bepaalde eigenschap.
Farao’s reactie in Exodus 5,2, was dat hij absoluut nooit had gehoord van een Godheid met z’n eigenschap “mie YOED KEY VAV KEY ashèr èshma bekolò“, “Wie is de Eeuwige, naar wiens stem ik zou moeten luisteren”?
Daarentegen had Farao geen problemen in het accepteren van G’D in Zijn eigenschap als ELOKIEM, zoals we weten van Genesis 41,38.

De Zohar becommentarieert al eerder Genesis 41,16 waar Joséf zegt: “ELOKIEM ja’anè et shalom par’o” “G’D zal wel antwoorden wat in het welzijn van Farao is”.
Rabbi Abba zegt: “Zie de slechtheid van Farao die beweerd nooit te hebben gehoord van G’D. Hij was uitermate slim en profiteerde van het feit dat Mozes zichzelf niet had aangediend als boodschapper van ELOKIEM, die hij niet had kunnen ontkennen, maar als een boodschapper van YOED KEY VAV KEY.
Hij vond het onbegrijpelijk dat Mozes niet kwam in dezelfde naam van G’D zoals de G’D van Joséf, welke voor hem herkenbaar was. Bovendien kon hij zich niet verenigen met zo’n inhoudelijke naam van G’D.
Wanneer de Thora schrijft: Exodus 9,12 “wajechazeek YOED KEY VAV KEY et – lev par’o” “Maar de Eeuwige sterkte Farao in zijn voornemens”…, dit betekent, dat door het gebruik van de naam, Farao’s hart werd gesterkt in zijn slechte voornemens.
Dit is de reden dat Mozes nimmer een andere naam van G’D aanhief in de confrontatie met Farao. Zover de Zohar.

Wanneer we de benadering volgen van de Zohar, komen we tot realisatie dat G’D nimmer interfereerde in de besluitvorming van Farao. De oorzaak van zijn halsstarrigheid was, G’D,’s zeggen “ani YOED KEY VAV KEY” ,” Ik ben de Eeuwige.” Wanneer G’D eerder in Genesis 7,3 tot Mozes zegt: , “Ik zal het gemoed van Farao verharden”, betekent dit impliciet: ” Mijn openbaring aan hem dat Ik YOED KEY VAV KEY de Eeuwige ben, zal zijn hart verharden”.

Toen de magiërs beseften dat de plaag van kiniem, zandvlooien, niet het resultaat was van de superieure magie van Mozes en Aaron (Exodus 8,15), beperkten zij hun erkenning van dat gegeven tot ELOKIEM, daarmee sloten zij YOED KEY VAV KEY uit.
Farao had de betekenis van ELOKIEM geleerd van Joséf; hij erkende deze godheid als superieur in vergelijking met andere godheden, maar zijn erkenning ging niet zo ver dat zo’n godheid zou kunnen heersen over zijn opvatting van de natuurwetten.
Farao begreep dat de existentie van het koninkrijk van ELOKIEM, welk waarschijnlijk groter was dan zijn eigen of van anderen, niet zou interfereren in de aangelegenheden van andere koninkrijken.
Er zijn vele koninkrijken in deze wereld die met elkaar co-existeren, ofschoon de ene machtiger is dan de ander.
Het is evenzeer mogelijk dat Farao G’D erkende als Heerser van het Universum, maar dit hield niet in dat G’D dit Universum had geschapen, maar eerder dat Hij Zelf deel uitmaakte van dit Universum. Andere filosofen stellen G’D voor als niet separeerbaar van deze wereld, zoals het licht van de zon.
Farao was zeer geërgerd en kwaad toen Mozes uitlegde dat er een andere, toegevoegde, hogere dimensie was van G’D. De reactie van Farao was dat hij de werklast van zijn Joodse slaven verhoogde, zoals we lezen in Exodus 5,9.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHEMOT

Namen          Exodus. 1:1 – 6:1

 

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

 

DE GOEDE KANTEN VAN SLAVERNIJ

 

ZOHAR II, P. 14b

 

“En de Egyptenaren dwongen de Israëlieten hard werk te verrichtten.” (Exodus. 1:13)

Rabbi Elazar vroeg Rabbi Shimon [bar Jochai], zijn vader, “Waarom beschouwde, de Heilige, geprezen zij Hij, het zenden van de Israëlieten neerwaarts naar Egypte, gepast?”

Hij antwoordde, ” Stel je mij één of twee vragen?”

[Rabbi Elazar] antwoordde: “Ik stel twee vragen: waarom werden zij in ballingschap gezonden en neerwaarts naar Egypte”?

[Rabbi Shimon antwoordde: “Feitelijk zijn de twee verbonden en worden één….De mystieke uitleg van dit is, zoals we hebben geleerd, ‘De wereld werd gecreëerd met de Tien Uitdrukkingen’ “. ( Pirké Awot)

Dit zijn de tien uitdrukkingen aan het begin van Genesis, beginnend met: “En G’D zei, ‘Er zij…..'” Deze corresponderen met de tien sefirot (Avodat HaKodesh 1:8), welke “uitdrukkingen” genoemd worden, omdat zij  G’ddelijkheid willen uitdrukken.

Maar als je het onderwerp nauwkeuriger bekijkt, zul je zien dat de wereld in werkelijkheid met drie sefirot werd gecreëerd, chochma, tevoena [een aspect van bina] en da’at.

Zoals het vers bevestigt, “G’D grondvestte de aarde met wijsheid (chochma); Hij fundeerde de hemelen met begrip (tevoena) ; door Zijn kennis (da’at) werden de diepten gespleten….” (Spreuken. 3:19-20) Ofschoon er tien Sefirot zijn, zijn deze niettemin vertakkingen van de andere zeven. ( zie o.a. Tanya hoofdstuk 3)

En de aarde was gecreëerd voor niets anders dan voor het belang van de mensheid.

Zoals de Zohar verklaart (Zohar I, p. 134b; 205b) op het vers, “Ik ben het die de aarde maakte en de mens erop creëerde”. (Jesaja 45:12)

Dus, toen de Heilige het verlangen had om de wereld te vestigen, creëerde Hij Abraham met het geheim van chochma. Het was om deze reden dat hij voordien was als “Avram” [in het Hebreeuws, “Abram”], Av Ram [letterlijk, “hemelse vader”, gerelateerd aan de partzoef van Abba/ “vader”en de sefira van chochma, aangevend het verheven niveau van chochma bekend als “het intellect dat is verborgen in al het denken” ( Thora Or, Lech lecha, p. 11a]. Alleen later verpersoonlijkte hij de eigenschap van chesed, toen hij Abraham werd, “de patroon van vele natiën”. (Genesis, 17:5)

Idem, Izaak wordt geassocieerd met bina, en Jacob met da’at. Betreffende hem [Jacob] verklaart het vers, “Door da’at worden de kamers gevuld”. (Spreuken, 24:4)

Het Joodse Volk vermenigvuldigden zich door handelingen van Jacob, die 12 zonen had, inhoudend de Joodse Natie.

Vervolgens werd de wereld met vastbeslotenheid gefundeerd.

Toen de twaalf stammen in deze wereld kwamen vanuit Jacob, was alles net zo gefundeerd zo als het was Boven.

De twaalf stammen corresponderen met de twaalf paden welke de sefirot van Zeir Anpin samenbindt met de zes sefirot van chesed naar yesod, in de hogere werelden. (Mikdash Melech)     

Toen de Heilige, geprezen zij Hij, zag hoe de lagere wereld zich enorm verheugde [wegens het feit] dat zij waren gemaakt in de gelijkenis van de Hogere Wereld, zei Hij, “Misschien zal Israël zich vermengen met de andere naties en daarom schade veroorzaken aan alle andere werelden?”

Aangezien zij een reflectie zijn van de hogere werelden, zoals boven wordt vermeld, elke bevlekking hier beneden veroorzaakt een overeenkomstige bevlekking boven.

Wat deed Hij? Hij deed hen verhuizen van plaats naar plaats, tot aan het tijdstip dat zij afdaalden naar Egypte, waar zij verbleven te midden van een minachtend volk, welke de gewoonte en gebruiken van de Israëlieten zouden minachten [die herders waren, en de Egyptenaren schapen aanbidden] en afkerig waren om zich met hen te huwen en met hen te vermengen. Zij zouden hen als slaven beschouwen en de mannen zouden hen verafschuwen [de Joodse vrouwen] en de [Egyptische] vrouwen zouden hen verafschuwen [de Joodse mannen], tot het heilige zaad zich had gevestigd….zodat zij als een heilig volk Egypte zouden verlaten, zoals geschreven staat, “…. de stammen van G’D, een getuigenis van Israël”. (Psalm. 122:4)

Met andere woorden, de ballingschap in Egypte had zijn positieve kanten, het beschermde het Joodse Volk, zoals doornen de roos beschermt. (zie Zohar II, p. 189b)

SHABBAT SHALOM   

PARASHAT WAJECHÍ

En hij leefde (Genesis 47:28 – 50:26)

 Zohar, blz. 212b

Rebbe Shimon Bar Jochai legt, in de onderstaande vertaling uit, hoe een persoon de G’ddelijke aanwezigheid ertoe brengt om in hem te verblijven en wat het ertoe brengt om te vertrekken.

Kom en zie. “En toen hij de wagens zag, die Joséf gezonden had om hem te vervoeren, leefde de geest [roe’ach] van hun vader Ja’akov weer op [vatechi].” (Genisis. 45,27)

Het schijnt alsof zijn geest in eerste instantie dood was en zodoende niet een andere geest kon ontvangen.

Het woord “vatechi” in ons citaat, betekent, terugkomen, herleven of voortbestaan. Rebbe Shimon stelt nu, hoe iets, dat opgehouden heeft te bestaan, weer tot leven kan komen. Roe’ach is één van de drie niveaus van de ziel, die uit een opgaande spirituele orde bestaat van Nefesh, Roe’ach en Neshama. Nefesh is de bruisende levenskracht die via het bloed door het lichaam stroomt, het lichaam stimuleert en in staat stelt om te functioneren. Roe’ach is de levenskracht die een voertuig is voor de Neshama, analoog aan de wijze waarop het lichaam een voertuig is voor het manifesteren van de Nefesh. De andere geest die door de Roe’ach kan worden afgestemd voor ontvangst, is de Neshama / ziel en de Shechina of G’ddelijke Geest.

Dit is omdat de hogere geest niet verblijft in een leeg verblijf.

De hogere geest hier refereert aan de Shechina die niet verblijft of rust op een persoon die geen Neshama heeft. Daarom, zodra Ja’akov het nieuws hoorde dat Joséf leefde, moet hij zijn Neshama terug hebben verdiend, implicerend dat onmiddellijk ook zijn Roe’ach weer opleefde.

Rabbi Jossi zegt dat de Shechina op geen enkele plaats verblijft die niet compleet is, of in een plaats met een smet, of in een plaats die droef is.

Rabbi Jossi gaat nu uitleggen waarom de Shechina tot dit punt niet verbleef op Ja’akov. Een persoon die niet deze drie spirituele niveaus heeft verworven, heeft nog niet het werk gecompleteerd wat een vereiste is voor verbetering van iemands Sefirot, en de emotionele en intellectuele niveaus die zij impliceren. Wat inhoudt dat zijn spirituele opmaak een smet heeft. Zijn wandaden weerhouden zijn spirituele completering, een reden dat hij niet waardig is een verblijf te zijn voor de Shechina. Droefheid is ook een reden omdat het een positief gebod is om G’D te dienen in vreugde. Een staat van droefheid weerhoudt een iemands vermogen om G’D op de juiste wijze te dienen.

Integendeel, de Shechina verblijft in een plaats die af is, een vreugdevolle plaats.

Een plaats die klaar is om een verblijfplaats te worden voor de Shechina is een persoon die eerlijke vreugde heeft in het uitvoeren van de mitswot, geboden.
De herkomst van vreugde is de sefira van bina, welke zowel is verbonden met het hart als met het verstand. Vreugde kan daarom in een persoon doordringen en dienen als een verstandelijk geestelijk raamwerk die de persoon in zijn geheel beïnvloedt, net zoals het hart het hele lichaam beïnvloedt.
Een vreugdevol persoon is verenigd in lichaam en geest en kan daarom een drager, een voertuig zijn voor de manifestatie van een hogere eenheid, de Shechina. Dit is niet mogelijk in een droevig persoon.

Daarom verbleef de Shechina niet op Ja’akov gedurende de jaren dat hij droevig was. Dat waren de jaren dat Joséf was gescheiden van zijn vader.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJIGÁSH

En hij naderde (Genesis 44:18 – 47:27)

 Het paradigma van Hemel en Aarde manifesteert zich op alle niveaus van de Schepping: ziel en lichaam, “lichtstralen”en”vaten”, openbaring en verhulling, studie en daden, mannelijk en vrouwelijk, zelfbewustzijn versus onzelfzuchtigheid, etc.

Het lichaam is inherent superieur aan de ziel. Omdat de ziel dit gewaar is, gaat het akkoord met de verlaging in het lichaam. Maar in de huidige situatie van de wereld, is de ziel superieur en dient als bron van leven en hulp voor het lichaam. Het lichaam heeft de ziel nodig om zijn kracht te reveleren en te cultiveren. In de Messiaanse Tijd zal de superioriteit van het lichaam duidelijk worden.

De vrouw is inherent superieur aan de man. Zij heeft het vermogen om leven te scheppen. De man is niet in staat om leven te creëren. Doch, in deze wereld, heeft de vrouw de man nodig en moet hem ontvangen, om haar scheppingsvermogen te kunnen manifesteren. In de Messiaanse Tijd zal de vrouwelijke superioriteit duidelijk worden.

Daad, de praktische uitvoering van de G’ddelijke Wil, is superieur aan studie en G’ddelijk bewustzijn, liefde en vrees. Doch in deze wereld is “studie” superieur, aangezien het leidt [en cultiveert] naar daden. In de toekomst zal de superioriteit van de daad duidelijk worden.

En Jehoeda trad op hem (Josef) toe en sprak: In mij [gewoonlijk vertaald als ‘alstublieft’], mijn heer…” (Genesis. 44:18)

Josef en Jehoeda zijn representatief voor Hemel en Aarde.
“Josef “, betekent in het hebreeuws “toenemen, stijgen, groeien”.
Hij is als een oprijzende cederboom die grote hoogten bereikt. Hij is Zeir Anpin van Atzlioet, de “emoties”van de sefirot, welke groei ervaart.
Jehoeda daarentegen representeert Malchoet van Atziloet, de onzelfzuchtige, vandaar zijn naam “Jehoeda”, van de hebreeuwse stam “hoda’a” wat erkenning en nederigheid betekent.
De Zohar schrijft, “En Jehoeda trad op hem (Josef) toe“, dit is het samenkomen van de ene wereld met de andere. Namelijk, de lagere wereld Machoet nadert de hogere wereld Zeir Anpin, om ondersteund en gecultiveerd te worden.
Dit was de vervulling van Josef’s droom waarin alle stammen, “vergaarde schoven”, zich rondom hem schaarden en bogen naar Josef’s schoof.

SHABBAT SHALOM

SHABBAT ROSH CHODESH TEWET, DE ZESDE DAG VAN CHANOEKA

 PARASHAT MIKEETS     Aan het einde (Genesis 41:1 – 44:17)

 Rabbi Shimon bar Jochai

 

 

Zohar. P. 197a

De lessen van Rebbe Shimon Bar Jochai beginnen met de woorden “Kom en zie”, wat kan worden geïnterpreteerd als een instructie om de “Boom van het Leven” of “Boom van de Sefirot” te visualiseren, op het moment dat je leert. Dit helpt je de verhoudingen tussen de gevarieerde gebieden van energie te begrijpen, zoals zij worden uitgelegd in de tekst. In onze parasha van vorige week werd een afbeelding van de “Boom van de Sefirot” weergegeven.

KETER

BINA

CHOCHMA

(DA’AT)

GEWOERA

CHESED

TIFERET

HOD

NETSACH

YESOD

MALCHOET

 

Kom en zie; “Hij, [Far’o] liet hem rijden in zijn tweede statiekoets en men riep voor hem uit: “Avrech” [vertaald als “buig de knieën”]; en zo stelde hij hem aan over heel het land Egypte.” (Genesis. 41: 43) Wat is avrech?

Reeds hebbend uitgelegd dat het tweede voertuig inhoudt, dat Josef de Tsadik rijdt, of als een tweede wagen boven het vehikel van malchoet zweeft, maakt Rabbi Shimon nu duidelijk hoe deze twee zich verenigen, hij richt zich daarbij op het woord “avrech“, om bepaalde betekenissen te analyseren.

Avrech” betekent, relatie, verband, verbinding, implicerend de connectie door welke de zon en de maan met elkaar zijn verenigd.

Het totaal aantal lichtstralen dat uitgezonden worden door de zon zijn analoog aan de sefira van yesod, die deze stralen verzameld en concentreert en trouw overlevert aan de maan.

Het woord “avrech” impliceert het verbindingsgewricht in de benen wat de “berechl” heet, m.a.w. de knie. De knie is het verbindingsstuk waarop het hele lichaam buigt naar de koning. Opmerkelijk is de connectie tussen buigen en koninkrijk en het woord “rijbroek” die vastgemaakt wordt net onder de knie. Het hele lichaam is er op gemaakt om zich, op een gepaste manier met een koning te verbinden, door te buigen, een kniebuiging en het buigen van het hoofd en lichaam, om aan te geven dienstbaar te zijn aan hem. In de Mishna Kil’ajim 7:1 wordt het gebruikt in het beschrijven van het buigen van een tak van een wijngaard om het te planten in de aarde, buigen en verbinden, brengt een nieuwe stroming teweeg van de hoofdbron om tot groei te komen. De zon representeert het actieve aspect van G-ddelijkheid, dat Zeir Anpin wordt genoemd. Dit aspect is weergegeven in de maan, het passieve receptieve aspect van G-ddelijkheid, wat Malchoet, Koninkrijk wordt genoemd. In meditatief gebed wordt dit gerepresenteerd door de combinatie van de letters van Havayah en Ado-nai.

Iedereen boog zodat deze positie verkregen kon worden.

De precieze handeling van buigen verlaagt het lichaam over de voortplantingsorganen, wat yesod is.

Mensen drukken onderworpenheid uit door te buigen naar hun origine van levensonderhoud (“de koning”), door hun eigen essentie symbolisch weg te cijferen naar degene die hun kan onderhouden. Een andere vorm van het stamwoord “avrech” is “beracha“, wat “zegen” of “vijver, poel” betekent. Hier is het concept dat buigen de aanbidder wegcijfert en de mogelijkheid schept om een zegen te verkrijgen uit de “vijver” der zegeningen van boven. Buigen brengt een overvloedige stroming teweeg van de poel naar de vereerder.

En hij, Josef, was aangesteld over de wereld, en iedereen gaf zijn dankbaarheid aan hem [voor de overvloed die zij ontvingen].

De sefira van yesod “heerst over” alles, omdat de essentie van elke sefira er doorheen wordt gekanaliseerd, naar de sefira van malchoet. Daarom geeft Malchoet alleen dat weer, wat het verkrijgt van yesod, daarom kan er gezegd worden dat yesod heerst over malchoet.

Josef stond hier model voor, hij controleerde en verzamelde alle afdrachten van Egypte en gaf deze over aan het koninkrijk, dat het vervolgens distribueerde over het door hongersnood getroffen land. Allen betuigden aan hem hiervoor hun dank.

Daarom is alles [wat je ziet in deze wereld] een weerspiegeling van een hogere mysterie. Kom en zie; De Heilige, geprezen zij Hij, maakt het [functioneren] van het Koninkrijk in de [fysieke] wereld zoals dat van het hemelse [spirituele] Koninkrijk. Bovendien, alles wat wordt gedaan in de [fysieke wereld], is reeds daar [in spirituele vorm] voor de Heilige, geprezen zij Hij, voordat het [fysiek] plaats vindt.

Deze klassieke uitspraak is een van de meest fundamentele leringen van de Zohar. Deze wereld en de spirituele wereld zijn intiem verbonden. Elke handeling hier heeft een reactie in de spirituele regionen en die op zijn beurt heeft invloed op toekomstige gebeurtenissen. De wereldse existentie en elk facet van ons dagelijks leven is vol van de hoogste spirituele mysteries en een verwijzing hoe het totale universum wordt geregeerd. Een van de betekenissen van het stamwoord van “kabbala” in het Hebreeuws is “parallel”, verwijzend naar het feit, dat wat wij fysiek doen, de spirituele sferen effectueert. De logische uitkomst van deze lering is, dat wij veranderingen kunnen teweeg brengen in de spirituele sferen, en op hun beurt het spirituele in het fysieke. Dit is de beredenering achter het gebed voor specifieke resultaten en het doen van handelingen in deze wereld om op eventuele besluiten of beslissingen invloed uit te oefenen in de spirituele sferen, ten aanzien van de uitkomst van onze gebeden.

Kom en zie; Het Heilige Koninkrijk verkreeg geen volledige soevereiniteit [in de fysieke wereld] totdat het werd verbonden door de Voorvaderen.

Na het terugvallen van Adam en Eva van hun hoge niveaubewustzijn van Ware G’ddelijkheid, was alleen aan de mensheid overgelaten een beperkt bewustzijn van “goed en kwaad”, in plaats van Een Levende G’D. Dit resulteerde in een afnemende invloed van het G’ddelijke, aangezien wat hier beneden gebeurt, boven een effect heeft. Abraham, Izaak, en Jacob, door hun doelgericht aanhankelijk bewustzijn van de Enige G’d, herstelden dit spiritueel niveau en brachten het terug in de realiteit van deze wereld. Daarom worden zij de voertuigen van het G’ddelijke genoemd. In de taal van “sefirotaliteit“, betekent dit, dat elk een specifieke sefira rectificeerde door welk het G’ddelijke duidelijk meer tastbaar en meer voelbaar werd in deze fysieke wereld, het zij door miraculeuze gebeurtenissen of door hun levensstructuren zoals die zijn verhaald in verscheiden episoden van de Thora. Daarom zijn hun handelingen en de gebeurtenissen die in hun leven plaatsvonden zo van belang met betrekking tot het begrijpen van het G’ddelijk functioneren in de fysieke wereld.

[Dit is] omdat de Heilige, geprezen zij Hij, Zijn Hoger [spiritueel] Koninkrijk laat schijnen in het mysterie van de Voorvaderen.

Het geheim van de Voorvaderen is, dat hun leven elk een archetype was voor één van de sefirot, waardoor G’ddelijkheid kan worden ervaren op een gedoceerde wijze. Abraham was chesed, Izaak gevoera, Jacob tiferet en Josef yesod. Daarom laat het bestuderen van hun levensverhalen en handelingen zien, op welke wijze deze sefirot opereren en het spiritueel bewustzijn van de student verhogen, zodat hij in staat wordt gesteld om een glimp op te vangen, op welke wijze de spirituele werelden zich reflecteren, in elk facet en realiteit van het dagelijkse leven.

SHABBAT SHALOM EN CHAG SAMEACH CHANOEKA