PARASHAT WAJEESHEV

En hij zette zich

Genesis 37:1 – 40:23

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, P. 182a
We hebben in de vorige lezingen gezien hoe de Zohar de Voorvaderen relateert aan de sefirot. Abraham vertegenwoordigt chesed/goedhartigheid, Isaak gevoera/ strengheid, en Jacob, bemiddelaar tussen de twee, representerent tiferet/evenwicht en schoonheid. In de lezing van deze week, continueert Rebbe Shimon dit thema en leert, dat Josef de sefira van jesod, wat “basis” betekent, representeert. De Voorvaderen representeren dus het vehikel door welke spiritualiteit ( je zou kunnen zeggen “sefirotualitiet”) terug daalt in deze wereld, na te zijn opgegaan en vertrokken vanwege de status die Adam en Chava teweeg hebben gebracht. Om de uitleg van de Zohar te begrijpen is het zinvol om de “boom” van de sefirot te visualiseren en te onthouden waar jesod staat in verhouding tot tiferet en de andere sefirot.

BINA CHOCHMA
(DA’AT)
GEWOERA CHESED
TIFERET
HOD NETSACH
JESOD
MALCHOET

“Dit zijn de nakomelingen van Jacob, Josef……..” (Genesis. 37:2). Dit impliceert, zoals we hebben geleerd, dat Jacob en Josef op elkaar lijken. Alles wat plaats vond bij Jacob, overkwam ook Josef. De twee staan gelijk aan elkaar.
Er wordt niet bedoeld dat zij uiterlijk op elkaar lijken, maar eerder gelijken op elkaars sefirot. Jacob is tiferet en Josef is jesod. Deze sefirot zijn op vele wijzen gelijk. Beide staan in het midden van de sefirot boom. Beide ontvangen van boven en van de twee zijkanten en beide geven de levensvoeding/sheva door die zij ontvangen. Aangezien Josef direct onder Jacob is, wordt hij de “nakomeling” van Jacob genoemd, en niet zijn 11 andere zonen. Deze uitleg past uitstekend in de tekst en openbaart de achterliggende verborgen betekenis.
Dit is het geheim van de [Hebreeuwse] letter vav de twee [vav’s] gaan samen, omdat zij één geheim en één vorm zijn.
Om de Hebreeuwse letter vav te kunnen uitspreken moet iemand de klank van de “vav tweemaal zeggen [dus twee keer de letter v]. Dit is weergegeven waarop het woord is gespeld, zowel in het Hebreeuws ( met twee vav’s) als in het Nederlands ( met twee v). De vorm van beide letters zijn het zelfde. Bovendien, in het Hebreeuws, betekent het woord vav, verbinding, of haak. In het Nederlands representeert de letter V een haak en laat twee zijden zien die in het midden onder met elkaar zijn verbonden. De letter vav is daarom een uitstekend voorbeeld van deze “verbindende” sefirot, in beide talen. Juist zoals je vav niet kunt zeggen of taalkundig niet kan uitspreken zonder de tweede vav, kun je niet Jacob verwoorden zonder Josef aan te halen. De ene representeert het lichaam; de andere representeert de briet/besnijdenis. In de handeling van het verbond, passeren alle krachten van het lichaam door de briet om een nieuw wezen te genereren. Vanuit hier kunnen we begrijpen waarom zuivere seksualiteit de grootste test was voor Josef. Om heiligheid te kunnen doorgeven, moet de briet heilig gehouden worden. De sefira van jasod verbind alle sefirot boven zich, naar de sefira van malchoed onder zich. Het punt waarop dit in werkelijkheid gebeurde was wanneer Josef samenkwam met Juda in Egypte, maar dat is een andere verhandeling……
SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJISHLÁCH

En hij zond Genesis 32:4 – 36:43

Zohar pagina 165b:

“wajishlách ja’akov mal’achiem levánáv el- ésav achiev arsta se’ier sedé èdom,”
“Ja’akov zond engelen voor zich uit naar zijn broer Esav, naar de rode velden van het land Se’ier.” (Genesis. 32:4)
Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met vers: “Want voor u geeft Hij Zijn engelen opdracht over u te waken op al uw wegen.” (Psalm. 91:11)
Dit vers is door de medegeleerden verklaard met de betekenis dat, wanneer een persoon in deze wereld komt, de jetzer hara al op hem wacht.
“Kwade Inclinatie” is de meest kenmerkende vertaling van “jetzer hara.” De stam van het woord “jetzer” is “veroorzaken, teweegbrengen “en refereert aan hoe iemands instinctieve dierlijke driften op bepaalde tijden vragen om aan zijn”behoeften” te voldoen.
De jetzer hara is voortdurend bezig een persoon te strikken om kwaad te doen en als aanklager te dienen in de spirituele wereld. Dit is de betekenis van het vers: “De zonde [Hebreeuws, chatat] ligt voor de deur op de loer, klaar om aan te vallen.” (Genesis. 4:7)
Wat is het, wat loert, wat wacht, om zich te storten op een persoon die het lichaam van zijn moeder verlaat en in deze wereld komt?
Het is de Jetzer Hara, Koning David verwijst eveneens naar de Jetzer Hara als “Chatat”, als hij zegt: “En mijn zonde [Hebreeuws, chatati] me steeds voor de geest staat”. (Psalm. 51,5)
De Jetzer Hara staat voortdurend klaar, elke dag, om een persoon ertoe te brengen verkeerde dingen te doen in de ogen van G’d en verlaat hem niet vanaf het moment dat hij geboren is.
Daarentegen komt de Jetzer Tov [Goede Inclinatie] in een mannelijk persoon, wanneer hij de leeftijd van dertien jaar heeft bereikt, bij meisjes bij twaalf, welke de leeftijd is die een persoon in staat stelt zichzelf te purifiëren en te verbinden met zijn spirituele wortels bij het uitvoeren van mitzwot.
Op die leeftijd, wanneer een persoon verplicht is om mitzwot te doen, komt de Jetzer Hara om hem te assisteren en de twee inclinaties fuseren met de persoon, de Jetzer Tov aan zijn rechterzijde en de Jetzer Hara aan zijn linkerzijde. Deze twee inclinaties zijn eigenlijk in feite engelen, puur spirituele krachten, die belast zijn met de bescherming van de persoon voor alles dat hem zou kunnen schaden. Nooit en te nimmer verlaten zij een persoon.
Wanneer hij besluit om zichzelf te purifiëren en terugkeert naar zijn spirituele wortels [teshoewa], zwicht de Jetzer Hara voor de Jetzer Tov, en de goede inclinatie heerst over de kwade. Beide verenigen zich in een wederzijdse overeenkomst om de persoon op de weg die hij gaat te behoeden om slecht te doen.
Daarom zegt het vers: “Hij geeft opdracht aan Zijn engelen, bij jou, om op je te passen en zich om je te bekommeren, waar je ook gaat. De engelen verwijzen naar de twee inclinaties en wanneer een persoon besluit om zijn goede inclinatie sterker te laten zijn dan zijn kwade inclinatie, zegt de kwade inclinatie, zelfs tegen zijn wil in: “Amen”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJEETSÉE

En hij vertrok Genesis 28:10 – 32:3

“Ot hajom gadol lo-ét hé’aseef hamiknè hashkoe hatzon oelchoe rè’oe”, “De dag is nog zo lang,het is toch nog geen tijd dat de kudden bijeen gedreven worden.” (Genesis. 29,7)
Toen Ja’akov de herders vermaande dat hun werkdag nog niet ten einde was, betoogde hij dat het in het belang van iedereen is om anderen aan plichten te laten herinneren, wanneer zij tekort schieten.

De Zohar in parashat Wa’etchanán (Sullam editie pagina 62), becommentarieert Ja’akov’s uitspraak, dat de dag nog zo lang is, dat als Israël teshoewa, zou doen, haar verbanning niet langer dan een dag zou voortduren, en dat het zou terugkeren naar het Heilige Land. Dit is gebaseerd op Klaagliederen 1,13: “Hij plaatste mij in verlatenheid en liet mij de hele dag in misère.” Als Israël faalt om tot inkeer te komen, zegt G’D: “de dag heeft een lange tijd te gaan , het is nog niet de tijd om de kudde te verzamelen” [Een dag in het perspectief van G’D is duizend jaar]. Echter, er is een remedie voor Israël namelijk, “ga en geef de kudde te drinken,” m.a.w. laat de mensen Thora leren, drink de waters van Thora, dan kun je gaan naar de plaats waar je rust vindt, naar het Land Israël, je nalatenschap. Een alternatieve mening interpreteert het vers als een referentie naar de dag van beroering, de dag waarop de Tempel werd verwoest en Israël gedwongen was om in verbanning te gaan. Wegens Israëls imperfectie, heeft die dag een lange weg te gaan, m.a.w. “de dag is nog steeds lang” het is nog niet de tijd om de kudde te verzamelen. Aangezien het aan hen zelf te wijten was dat de dag lang duurde, is de remedie, het leren van Thora, zoals de eerste visie in deze Zohar. Aangaande laatstgenoemde visie, antwoordde Israël op deze oproep met de passage van de herders Genesis 29,8, “lo noechal ad asher jé’asfoe kol-ha’adriem wegalloe et-haèwen méal pie habeèr”, “Dat kunnen wij niet voordat alle emanaties bijeen zijn, dan kan men pas de steen (verbanningdecreet) van de bronopening wentelen”; “op die dag wordt de bron, m.a.w. de toegang tot de kennis van Thora, toegankelijk en de kudde kan van water worden voorzien.”
De samengebundelde krachten van de emanaties rollen de zware steen weg, het wrede decreet van de mond van de bron, m.a.w. de laagste van de emanaties malchoet, zodat de Thora in de be’èr, bron, in staat zal zijn om ons gedurende de rest van de verbanning te ondersteunen en onze kudde (Volk) van water te voorzien (ondersteund door Thora). Aan het einde van deze lange “dag,” zal G’D ons terug leiden naar Erets Jisraël, het Land Israël. Als Bilam spreekt over de “be achariet hajamiem”, “einde der dagen” waarin Israëls vergelding wordt beschreven op Moab (Numeri. 24,14), refereert hij aan de periode gedurende welke Israël heeft geleden in verbanning en aan het eind waar G’D die naties zal vergelden die zich tegenover Israël hebben misdragen tijdens die verbanning. De “dag” waarover Ja’akov spreekt tegen de herders is een verwijzing naar deze “be achariet hajamiem”, “einde der dagen.” Tot zover de Zohar.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT TOLEDOT JITSCHAK

De geslachten van Jitschak         Genesis. 25:19 – 28:9

Rabbi Shimon bar jochai

Zohar, P 134b

“En dit zijn de generaties van Jitschak.” (Genesis. 25:19)

Rabbi Chiya opent zijn verhandeling met het vers “Wie kan door woorden de machtige handelingen beschrijven; wie kan al zijn uitspraken verklaren?” (Psalm 106:2).
Kom en Zie. Toen voor de Heilige, geprezen zij Hij, het verlangen opkwam om de wereld te scheppen keek Hij in de Thora en creëerde het van daaruit.

Dit betekent dat Hij keek naar de 22 letters en 10 klinkers die de 10 gezegden vormden door welke Hij de wereld schiep, en alle generaties van levens zag binnen de “blauwdruk” van de Thora.

Hij keek in de Thora en creëerde daaruit ieder en elk afzonderlijk.

Deze 22 letters en 10 klinkers werden de 32 paden waaruit Wijsheid (chochma) neerwaarts vloeide om de wereld te creëren door de 32 keer dat de naam Elo-hiem optreedt ten opzichte van de Schepping.

Zoals is geschreven: “Toen was ik als een klein kind [in het Hebreeuws, amoen] met Hem, en ik was Zijn vreugde, elke dag opnieuw.” (Spreuken. 8:30) Lees niet “amoen” (een klein kind); maar lees “oman” [wat een “handwerksman” betekent, exact de zelfde spelling].

Op het moment, voordat Hij de mens creëerde, zei de Thora: “Als U de mens creëert, die vervolgens zal gaan zondigen, aangezien hij zal eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad, dan zal U over hem minachtend gaan oordelen, waarom creëert U dan überhaupt, het leidt toch tot niets?”

De Heilige, geprezen zij Hij antwoordde; “Voordat ik de wereld creëerde, creëerde Ik berouw.” Bovendien, op het tijdstip dat Hij de mens creëerde zei G’D: “Universum, O universum! Jij en je structuurlijke orde existeerde alleen bij de gratie van de Thora [sinds ook jij bent gecreëerd door haar letters]; Ik heb de mens gecreëerd om binnen jouw structuurlijke orde te leven, zodat hij zich bezig kan houden met leren. Als hij dat niet doet, breng Ik jou terug tot de staat van chaos en vormeloosheid.” Om die reden is alles geschapen ten behoeve van de mensheid, welke wordt bevestigd door het vers; ” Ik heb de aarde geschapen, en Ik heb daarop de mens gecreëerd.” (Jesaja 45:12) En elke dag roept de Thora de mensheid op met de verordening, om zich in haar te verdiepen [studeren], niemand neigt hun oor om te luisteren.

Probeer dit gegeven te vatten, al wie streeft naar het leren van Thora, draagt bij aan de continuerende existentie van het universum, en stelt zowel het micri als het macro in staat om op een gepaste wijze zijn functies uit te voeren.
Bovendien is er een directe samenhang tussen elk van de 248 ledematen van de mens en de verschillende creaturen in de wereld. Juist zoals elk persoon een organisch geheel is, verdeeld in verschillende ledematen, zo ook is de wereld een organisch geheel, verdeeld in verschillende entiteiten. Wanneer de wereld is gerectificeerd, functioneert het als één eenheid.

Vanuit dit gegeven zien we dat de levensenergie die voortkomt uit de mens die Thora leert, welke bestaat uit 22 letters en 10 klinkers, G’ddelijke overvloed teweeg brengt, [als een infuus voor de Schepping]. Goede articulatie van de letters en klinkers brengt teweeg dat deze letters bewegen en schitteren in de spirituele werelden, en dat zij op hun beurt G’ddelijke energie vrijgeven om de wereld te voorzien van spiritueel begrip en levendigheid.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT CHAYEE SARA

De jaren van Sara’s leven

Genesis. 23:1 – 25:18

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR I. P. 121b,122b

“Sara’s leven was honderdzevenentwintig jaar, de jaren van Sara’s leven.” (Genesis. 23:1)

Rabbi Jose verklaart: Sara verschilde van alle andere vrouwen van de toenmalige wereld in de beschrijving van haar dood in de Thora, daar het overlijden van andere vrouwen niet zo wordt beschreven.

Rabbi Chiya betwijfelt deze stelling. Is dit werkelijk zo? Maar er staat geschreven, “Rachel stierf en werd begraven op de weg naar Efrat” (Genesis. 35:19), en er staat geschreven, “Miriam stierf hier….”(Numeri. 20:1), en er staat geschreven, “Dewora, Rebecca’s dienstmeid, stierf” Genesis. 35:8), en er staat geschreven, “Shoea’s dochter, de vrouw van Jehoeda, stierf” (Genesis. 38:12)?

Rabbi Jose antwoordde: Geen enkel van hen is geportretteerd zoals Sara ( het heengaan), zoals het vers bevestigt, “Sara’s leven was honderdzevenentwintig jaar, de jaren van Sara’s leven.”
De precieze jaren van de andere vrouwen werden niet expliciet vermeld, zoals bij Sara. Bovendien draagt, na aanleiding van hun heengaan, een parasha niet hun naam, zoals bij Sara. Hoe dan ook, dit wijst naar het mysterieuze niveau waarvan alle jaren en dagen van mensen afhangt.

Dit verwijst naar de Shechina. Na de veranderde staat door Adam en Eva met de Boom der Kennis van goed en kwaad, was de ziel van de mensheid besmet en daalde af in het domein van kelipot. Echter, Sara in haar rechtschapenheid verhief elk aspect van haar leven boven de krachten van dood en onzuiverheid en steeg op tot het eeuwige leven [commentaar van Midash Melech], zoals de Zohar nu zal uitleggen.

Kom en zie: Toen Eva in deze wereld kwam , verbond zij zichzelf met de slang, de kracht van onzuiverheid en dood. En hij injecteerde zijn vergif van onzuiverheid in haar, wat uiteindelijke de dood ten gevolge had [geen eeuwig leven in deze wereld] voor haar en haar echtgenoot en de gehele mensheid. Maar Sara kwam in deze wereld en steeg, na haar rechtschapen leven in deze wereld op, zonder ermee in contact gekomen te zijn, zoals het vers vermeldt, ” Abram ging op van Egypte samen met zijn vrouw Sara en alles wat zij bezaten” (Genesis. 13:1)

Toen Noach in deze wereld kwam, wat werd er toen geschreven? ” Hij dronk wijn en werd dronken en ontkleedde zich” (Genesis. 9:21) [ verzuimend om zichzelf te ontdoen van onzuiverheid]
Maar omdat Abraham en Sara het onzuivere niet omhelsden, verdiende Sara het leven in de Komende Wereld voor haar zelf , haar echtgenoot, en al haar nakomelingen… want zij klemde zich vast aan het leven, daarom waren haar jaren en dagen “in leven”. In overeenstemming met het vers, “deze zullen zijn (jaren) het leven van Sara,” want ze continueerde boven, honderd in de hogere werelden, twintig in de hogere werelden, en zeven in de hogere werelden.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJERÁ

En hij verscheen         Genesis. 18:1 – 22:24

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR 99a

Rabbi Abba opent zijn verhandeling met de woorden: “Wie zal de berg van G’D bestijgen en wie zal staan op Zijn heilige plaats? ( Psalm. 24:3)
Kom en zie: Mensen in de wereld vragen zich niet af waarom zij op deze wereld zijn. Hun dagen gaan voorbij en rijzen op vóór de Heilige, geprezen zij Hij, elke afzonderlijke dag dat een persoon leeft op deze wereld. Elke dag wordt door Hem gecreëerd en zelfs nadat zij deze wereld hebben verlaten, staat ieder spiritueel voor Hem. Van waar uit leren we dit? Van het vers: “In Uw boek zijn allen ingeschreven, de dagen, toen er niet één van hen geschapen was.” (Psalm. 139:16)
Wanneer iemands tijd komt om deze wereld te verlaten, verschijnen al die dagen en stijgen op voor de Hoogste Koning, zo als staat geschreven: “De dagen van Koning David naderen zijn dood” (Koningen I 2:1) en De dagen van Israël om te sterven kwamen naderbij” (Genesis. 47:29)

Wanneer een persoon in Deze Wereld is, mediteert hij niet waarom en gaat hij niet de reden na voor zijn leven en zijn doel in Deze Wereld. Integendeel hij denkt dat al zijn dagen zonder enige betekenis voorbij gaan, wat absoluut niet het geval is, aangezien elke dag staat voor eeuwigheid. Wanneer de ziel deze fysieke wereld verlaat, weet hij niet waar naar toe zijn weg leidt. Aangezien de weg naar Gan Eden, waar de rechtvaardige zielen schitteren, aan niemand bekend is, omdat de wijze waarop een persoon zich in Deze Wereld heeft gedragen beslissend is waarnaar toe hij vertrekt.
Hetgeen hij zocht in Deze Wereld beslist de trekkende kracht van zijn ziel bij het opstijgen naar de spirituele sferen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT LECH LECHA

Ga jij (Genesis 12:1 – 17:27)

Rabbi Shimon bar Jochai.
Zohar, pg. 82a

De Zohar verklaart waarom de eerste zegen, in het Stille Gebed, Shemoné ‘Esré, “Geprezen U, Eeuwige, beschermer van Awraham” is. Het was Koning David, een soldaat, die streed met een fysiek schild, maar zich ook verliet op G’D’s bescherming. Waarom zeggen we dan niet “Beschermer van David”?

Rabbi Jossi opent zijn verhandeling [de uitzonderlijke natuur van Abraham uitleggend] met het citaat “U bent een beschermer voor mij,U houdt mij in ere en heft mijn hoofd op”. (Psalm 3:4) Hier zegt David, dat zelfs als de hele wereld zich tegen hem zou verenigen, om oorlog te voeren [zou hij geen vrees hebben voor een nederlaag] omdat “U bent een beschermer voor mij”. [m.a.w zij kunnen mij geen schade toebrengen.] Kom en zie. De Tekst zegt “een beschermer voor mij” dit betekenent dat David zegt tegen G’D, “Heer van het Universum, waarom is het dat mijn naam niet wordt gebruikt in het maken van een zegen in het Stille Gebed, zoals gedaan voor Abraham? Zoals is geschreven [dat G’D zei tegen Abraham], “Vrees niet Abram, Ik ben een schild voor je”(Genesis.15:1); en [om die reden] zeggen zij [in de eerste zegen van het Stille Gebed] ‘Beschermer van Abraham’.”

Abraham was het archetype van vriendelijkheid, dat voor misbruik natuurlijk vatbaar is. Aangezien hij het voorbeeld van zuivere vriendelijkheid in een gevaarlijke wereld was, beloofde GD om hem van iedereen te beschermen wie macht over hem zouden proberen te hebben. Koning David vraagt of hij eveneens in aanmerking komt voor een zegen voor beveiliging, aangezien hij ook goed bracht in de wereld, oprecht vertrouwde op GD als schild en beschermde bij vele gelegenheden.

De Heilige, Geprezen zij Hij, beantwoordde David door te zeggen, “Ik heb reeds Abraham [ met de 10 proeven, zoals in de Midrash aangegeven ] getest en hem gezuiverd [letterlijk, aangezien hij de oven overleefde waar Nimrod hem in wierp], en hij weerstond volledig [tegen zijn kwade neiging in] elke test.

Aangezien Abraham zijn kwade inclinatie geheel had overwonnen, konden de krachten,die door de Andere Zijde werden voortgebracht, geen enkele invloed over de zegen uitoefenen, die tot zijn verdienste was neergedaald.

Koning David zei tot Hem, dat als dit het geval is “Onderzoek me eveneens, GD en test me; zuiver mijn nieren en mijn hart “. (Psalm 26:2)

[Zo zond G’d hem een test door Bath Sheba] en toen hij handelde zoals hij deed, werd David herinnerd door GD met betrekking tot zijn verzoek. Vandaar dat hij zei “U heeft mijn hart getest” (Psalm.17:3); “U heeft mij ‘s nachts bezocht; U heeft mij getest en mijn gebrek gevonden; laat mijn mond geen overtreding begaan.”

David vraagt, “Ik vroeg U, onderzoek mij G’D en stel mij op de proef, en U testte mijn hart. Ik zei zuiver mijn nieren [om te zien of mijn raad goed was – aangezien zij de zetel van raad zijn], en U testte ze. Maar U stelde mij in gebreke. Anders gezegd, U vond me niet waardig. Ach, wat ik had gevraagd te gebeuren, had niet mijn mond mogen ontsnappen.”

Met al dat [omdat David zijn schuld erkende en berouw toonde], vergaf G’D hem, en om die reden eindigen wij een zegen met de woorden “Schild van David” [in de zegen na het lezen van de Haftara (Profetenlezing) op Shabbat]. Vanwege dit alles begreep Koning David dat G’D ook een waar schild was voor de sefira van malchoet, David zei in de boven aangehaalde quotatie, “En U, G’D, bent een schild voor mij; mijn glorie, en Degene die mijn hoofd opheft”, [dit betekenent] “Natuurlijk is deze sefira [malchoet] mijn eer en de ware kroon welke ik op mijn hoofd draag”.

Omdat de sefira van malchoet direct onder de sefirot van jesod en tiferet is, in het diagram van de Boom van het Leven, worden alle zegeningen van de hogere sefirot direct er naar gekanaliseerd, via het middenpad. Dit houdt deze zegeningen uit de greep van de externe krachten en beschermt hen. Ook moet opgemerkt worden dat de kleur,die geassocieerd is met de sefira van malchoet, blauw is. Vandaar de Ster van David op de Israëlische vlag, welke een representatie is van zijn schild, met als kleur, blauw.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT NOACH

Noach Genesis 6:9 – 11:32

Rabbi Shimon bar Jochai.

Zohar P. 64b.

In de onderstaande vertaling, verklaart de Zohar, waarom de naam van G’D, gespeld joed hé vav hé (verwijzend naar “Havayah”) wordt uitgesproken op een niet relevante manier ten aanzien van de behorende spelling. De naam wordt uitgesproken als “Ado-nai”, wat “Heer” betekent, wat zelfs nog geeneens een toespeling is tot de betekenis van de spelling. Een andere naam, Elo-hiem, wordt eveneens gebruikt om het G’ddelijke te beschrijven, in het aspect als schepper. Onze tekst onderzoekt de achterliggende betekenis in het gebruik van deze naam, en wat het betekent in ons dagelijks leven.

Om welke reden wordt op een bepaalde plaats geschreven, “En Havayah [welke een naam is die refereert aan het G’ddelijke aspect van barmhartigheid] liet zwavel en vuur regenen over Sodom en Gamora” (Genesis. 19:24)? Waar ligt het verschil tussen dit, en het verhaal van de Watervloed, waar telkens de naam Elo-hiem wordt gebruikt en niet de naam G’D?

De enige uitzondering met betrekking tot dit is wanneer de tekst gaat over de redding van Noach en zijn familie, zoals “Havajah zei tegen Noach: ‘ Ga, jij met heel je huisgezin in de ark'” (Genesis. 7:1), of “Havayah sloot hem beschermend in.” (Genesis. 7:16)

We hebben echter geleerd dat op elke plaats waar “en Havayah” wordt gezegd, het een verwijzing is naar Hem en Zijn Gerechtshof.

De intentie is om aan te geven dat Zeir Anpin, het hogere barmhartige aspect van G’D, zich heeft verbonden met Malchoed. Juist zoals een koninkrijk wordt geregeerd bij wet, resulteert de verbinding van Zeir Anpin met Malchoet, in het tot uitvoer brengen van een justitieel oordeel.

Waar de naam Elo-hiem op zichzelf wordt gebruikt, verwijst het naar het aspect van oordeel. Toen Sodom werd verwoest, was het oordeel niet de gehele wereld. Met als gevolg dat de naam Havajah [de naam] werd betrokken in het ten uitvoer brengen van het justitieel oordeel [om de zekerheid aan te geven van een gelimiteerde destructie]. Dit was niet het geval met de Watervloed. Daar werd de gehele Wereld verwoest met al zijn levende creaturen.

Nu, denk niet, dat [omdat] Noach en allen met hem, waren gered, oordeel en barmhartigheid zich met elkaar hadden vermengd. Hij was uit het zicht gehouden [voor de destructieve machten en daarom gered]. Vanwege de krachten van oordeel, was alles in de wereld verwoest. Vandaar zien we, dat waar de woorden “en Havayah” worden gebruikt, het mogelijk is om uitgesloten te worden [zoals bij Lot] en gered te worden [omdat er een differentiatie is gemaakt tussen de slechten en degenen die het verdienen om gered te worden].
Overal waar de naam Elo-hiem wordt gebruikt, dienen mensen zichzelf te verbergen en blijven beschermd in een afgesloten plaats [als een bunker!]. Omdat Hij [het aspect van oordeel] alles vernietigt [geen verschil maakt tussen rechtvaardigen en slechten]. Dit is de reden dat de naam Elo-hiem specifiek is gebruikt in direct verband met de Watervloed.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEREESHIET

In het begin

Genesis. 1:1 – 6:8

Rabbi Jitzchak Luria

Zichtbaar vanuit het niet Zichtbare

Etz Chaim, geschriften van de Ari, Sha’ar Rishon, Droesh Igoeliem V’Yosher, Anat Beth.

Weet dat vóór enig uitvloeisel was voortgekomen of enig geschapene werd gecreëerd, was er een enkel [compleet en perfect], hemels [verheven, transcendentaal] Licht dat de hele existentie vulde. Er was geen lege “plaats”, of lege ruimte. De hele realiteit was gevuld met OR EIN SOF [Licht Zonder Einde, of eenvoudig, Oneindig Licht]. Er was geen categorie van “begin” en geen categorie van “eind”. Alles was één, verenigd, simpel, ongedifferentieerd, alomtegenwoordig en homogeen Oneindig Licht, “Or Ein Sof” genoemd.

Wanneer het oprees in Zijn Wil om werelden en uitvloeisels te laten voortkomen, om tot licht te brengen, met andere woorden, de perfectie van Zijn handelingen, Zijn Namen en Zijn eigenschappen kenbaar te maken, wat het eigenlijke doel van her Scheppen van alle universums is, trok en beperkte Hij Zijn Oneindige Essentie weg van het middelpunt van Zijn, dat is van het absolute middelpunt van Zijn Licht [om een “plaats” te creëren waarbinnen een systeem van differentiële dimensies of werelden kunnen voortkomen en tot stand kunnen worden gebracht]. Aangezien oneindigheid uiteraard geen middelpunt heeft, wordt dit alleen gezegd vanuit het gezichtspunt van de “ruimte” die op het punt staat te worden gecreëerd. Hij beperkte dus dat Licht, distantieerde het naar het uiterste, rond dit middelpunt, achterlatend een vrije ruimte hol en leeg…

En Ziedaar, na deze beperking, die resulteerde in de schepping van een “vrijgekomen ruimte” een holle leegte in het midden van het Oneindige licht van Ein Sof, was er een “plaats” voor alles wat voort kan worden gebracht, [Atziloet] creëerde [Beriya], vormde [Yetzira], en completeerde [Asiya]. Hij trok voort een enkele rechte Straal van Zijn Oneindig Omgevend Licht [en verlengde het neerwaarts] in de vrijgekomen ruimte. Deze Straal daalde in fases neer in de vrijgekomen ruimte. Het hoogste uiteinde van deze Straal raakte en kwam voort van het Oneindige licht van de Ein Sof [ dat de Ruimte omgaf] en strekte zich neerwaarts [in de vrijgekomen ruimte richting middelpunt] maar niet helemaal tot de bodem [zodat het niet het ineen storten van de vrijgekomen ruimte veroorzaakt, met als gevolg dat het zich opnieuw verenigt met G’D’s Oneindig licht]. Het was door deze Straal [dienend als een kanaal] dat het Licht van de Ein Sof neerwaarts werd getrokken en beneden werd uitgespreid. In deze vrijgekomen ruimte, emaneerde, creëerde en vormde en completeerde Hij vervolgens alle werelden. Door deze Straal, welke diende als een beperkt kanaal, spreidde het uitvloeiende Hemelse Licht van de Ein Sof voort en vloeide neerwaarts in de universums die waren gevestigd binnen die Lege Ruimte.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WEZOT HABERACHA

En dit is de zegen                   Deuteronomium. 33:1 – 34:12

Rabbi Shimon bar Jochai.

Het verwelkomen van gasten van de Soekka.

Zohar, Emor bladzijde 103b.

In Chok L’Jisrael, geeft de Arizal uitleg van parashat Emor van de Zohar, welke correspondeert met parashat Zot HaBeracha.

Kom en zie, op het tijdstip, wanneer een persoon gaat verblijven in de schaduw van de soekka, welke de schaduw van het vertrouwen is, spreidt de G’ddelijk aanwezigheid Haar vleugels over hem uit en Abraham [representerend chesed], en vijf andere tsadikiem delen hun verblijf met hem.

Rabbi Aba zegt, Abraham, en vijf andere tsadikiem, en Koning David maken hun verblijf met hem. Het bewijs hier voor ligt in het “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen” (Leviticus. 23:42).
De Tekst zegt: “Zeven dagen” en niet “gedurende zeven dagen” [verwijzend naar zeven sefirot van chesed tot malchoed]. Gelijk de manier het is geschreven “Omdat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte.”

Dit laat zien dat de zes dagen, de zes sefirot zijn; chesed, gevoera, tiferet, netzach, hod, en jesod, welke samen, de “zes dagen” worden genoemd.
Door deze sefirot creëerde G’D de hemelen en aarde.

Dus zal een persoon door en door gelukkig moeten zijn, gedurende de dagen van Soekkot, en zijn gezicht zal vreugde moeten uitstralen in het hebben van zulke grote spirituele gasten met hem, in de Soekka. Rabbi Aba zegt dat de tekst in het eerste gedeelte van de zin, is geschreven in de tegenwoordige tijd en vervolgens, het tweede gedeelte van de zin, in de toekomende tijd: “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen, alle ingezetenen in Israël zullen in hutten [Soekkot] wonen.”
De eerste heeft betrekking op de spirituele gasten en de tweede refereert aan mensen in deze wereld.
De eerste, referent aan de spirituele gasten, is voortgebracht door de gewoonte van Rav Hamnoema Saba: Als hij de soekka binnenging was hij blij en gelukkig [om een vreugdevolle gezichtuitstraling te tonen aan de spirituele gasten] en ging staan bij de ingang [om aan de gasten duidelijk te maken niet binnen te gaan, tenzij de huiseigenaar aanwezig is]. Dan zou hij zeggen “De gasten zijn uitgenodigd om binnen te komen.”
Vervolgens schikte hij de tafel voor zijn gasten, stond op om hen welkom te heten en sprak de zegening over de mitzwa uit “……..om in de soekka te zitten”. Naderhand zal hij tegen zijn spirituele gasten zeggen, “G’D heeft opgedragen, “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen”.
Neem alstublieft plaats, gasten van de hogere werelden, neem plaats gasten van het vertrouwen, neem plaats.” Dan zal hij zijn handen opheffen [om zijn 10 sefirot samen te voegen, aangegeven door zijn tien vingers, met de zeven hogere sefirot die hem bezoeken] en vreugdevol zeggen, “Hoe gelukkig is ons deel, hoe gelukkig is het deel van Israël, zoals het is geschreven, “Maar het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed.” (Deuteronomium. 32:9).

Het belang van een gezicht dat geluk uitstraalt is, dat blijdschap een mechanisme is om deze zeven sefirot te verheffen naar het niveau van bina, en het vers brengt het nederige feit voort, dat deze gasten niet komen uit iemands individuele verdienste; maar dat zij eerder komen omdat G’D Israël heeft gekozen als Zijn volk.

Goed Jom Tov