PARASHAT BECHOEKOTAI

In Mijn inzettingen Leviticus. 26:3 – 27:34

Maar als jullie niet naar Mij luisteren en jullie al deze mitzwot niet doen. (Leviticus. 26:14)

Er zijn verschillende meningen onder Kabbalisten ten aanzien van beloning en straf die de Thora voorspelt voor het in acht nemen en het niet in acht nemen van de mitzwot.

Nachmanides (Rabbi Moshe ben Nachman) opinie is dat, “De beloning die een persoon ten deel valt voor het doen van een mitzwa, of de straffen vanwege overtreding, alleen komt door het boven natuurlijke. Wanneer een persoon is overgeleverd aan zijn natuur en natuurlijke lot, zou de rechtschapenheid van zijn daden hem niets geven, en niets van hem nemen. Daarentegen zijn de Thora beloningen en straffen in deze wereld allen wonderen. Zij komen verhuld, zodat de in acht nemende denkt dat zij hebben plaats gevonden door de normale gang van zaken van de wereld; maar zij zijn in waarheid G’ddelijk verordende beloningen en straffen aan een persoon.”

Andere Kabbalisten echter, houden staande dat dit een natuurlijk proces is. In de woorden van de Shaloh: “De boven natuurlijke werelden reageren op de handelingen van de lagere wereld en vandaar spreid de zegen zich uit naar de gene die het heeft veroorzaakt. Voor de gene die deze waarheid begrijpt, is het geen wonder, maar de aard van de avodah ( menselijk levenswerk in het dienen van G’d)”.

Met ander woorden, juist zoals de Schepper bepaalde wetten heeft vastgesteld van oorzaak en gevolg die de natuurlijke werking van de fysieke wereld karakteriseren, zo ook bepaalde Hij een spirituele morele “natuur”, door welk goed doen resulteert in een goed en voldoening gevend leven en kwaad doen resulteert in negatieve en conflictvolle gewaarwording.

Een derde benadering associeert lijden met zonde als een bijproduct van G’Ds rehabilitatie van de snode ziel. De analogie is het verwijderen van een geïnfecteerde splinter van iemands lichaam: de pijn die wordt ervaren is niet een “straf” voor de onvoorzichtigheid van de persoon als zodanig, maar een onvermijdelijk onderdeel van het genezingsproces zelf. Het feit dat een vreemde substantie zich heeft ingebed in levend vlees welke tot bederf leidt, veroorzaakt bij verwijdering een pijnlijke gewaarwording. Hetzelfde gebeurt wanneer iets dat vreemd is aan de verbintenis van de ziel met G’D wordt ingebed, het onttrekken van dit vreemde lichaam en helen van de verbintenis wordt als pijnlijk ervaren zowel voor het lichaam als voor de ziel.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEHÁR

Op de berg Leviticus. 25:1 – 26:2

Shabbat: Rusten en Verheffen

Geschriften van de Ari

Als jullie in het land komen dat Ik jullie geef, dan zal het land rusten, een Shabbat voor G’d. (Leviticus. 25:2)

De betekenis van het Shabbatjaar en jubeljaar zal worden [na de volgende uiteenzetting].

We zien dat er een wekelijkse Shabbat is en een Shabbatjaar, dat eveneens Shabbat wordt genoemd. Zoals is geschreven “….een Shabbat voor G’D” (ibid. 25:2) en “De Shabbat van het land….” (Ibid. 25:6). Laat ons nu onderzoeken waarom het Shabbatjaar ook Shabbat wordt genoemd en wat de verschillen zijn tussen de [wekelijkse] Shabbat en het Shabbatjaar.

We hebben al eerder uitgelegd dat het spiritueel rijzen van alle werelden de essentie van Shabbat is. Elke wereld stijgt naar een hoger niveau dan waar het zich gedurende de rest van de week.

Meer preciezer: De netzach-hod-yesod-malchoet van Asiya [als een groep] stijgt naar een niveau [dat normaal wordt bezet door] chesed-gevoera-tiferet; chesed-gevoera-tiferet stijgt naar het niveau van chochma-bina-da’at; chochma-bina-da’at van Asiya stijgt naar het niveau netzach-hod-yasod-malchoet van Yetzira, enzovoort, tot aan het oorspronkelijke begin van de emanatie zelf. Want zelfs Arich Anpin stijgt [op Shabbat], en zijn plaats wordt ingenomen door Abba en Imma, zoals bekend.

De sefirot gedragen zich als een groep met betrekking tot hun “energie niveaus”. Ofschoon elke sefira zijn eigen identiteit heeft, werken de sefirot van het intellect en van de emotie samen als functionele gedragseenheden. Om die reden, vindt de stijging die zij ondergaan op Shabbat relatief tot deze energie niveaus plaats.

Een “wereld” in Kabbala is een niveau van bewustzijn, een sfeer waarin alles in een gemeenschappelijk besef van G’D deelt. Een lagere wereld draagt minder bewustzijn; een hogere wereld meer. De stijging van de werelden op Shabbat is een snede in de hiërarchie van bewustzijn, dit betekent dat elk niveau tijdelijk in staat is om een bewustzijnsniveau van G’D te dragen die normaal te hoog zou zijn. Normaal als iemand of iets op het niveau van chesed- gevoera-tiferet van Asiya het bewustzijn chochma- bina- da’at van Asiya wil verwerven, betekent dit dat hij zich zou moeten verheffen van het bestaande niveau naar het volgende hogere niveau. Op Shabbat echter stijgt het lagere niveau naar het hogere niveau terwijl zijn identiteit toch op het lagere niveau bewaard blijft. Deze tijdelijke “ombuiging” van realiteit vind alleen plaats op Shabbat. Zodra Shabbat voorbij is, keert de voorafgaande staat naar zijn realiteit terug.

Het Shabbatjaar wordt een Shabbat genoemd omdat het gelijk is ten opzichte van de Shabbat. Alle werelden stijgen naar een niveau hoger dan normaal, net zoals zij doen op een [wekelijkse] Shabbat.

Het verschil is dat op Shabbat de hele schepping een verheffing beleeft, terwijl in het Sabbatjaar alleen de drie [lagere] werelden, Beriya, Yetzira, en Asiya zich verheffen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT EMÓR

Zeg Leviticus 21:1 – 24:23

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, blz..93a

De parasha van deze week bevat de mitzwa om de heiligheid van G’D te proclameren, temidden van het volk Israël. We vervullen dit gebod in de herhaling van shemoné-‘esré, 18e tiende gebed door de voorlezer bij de “kedoesha” in het ochtend en in het middaggebed.

“Ontwijdt Mijn heilige Naam niet, want geheiligd wil Ik worden temidden van de Kinderen van Jisraël, Ik, de Eeuwige, die jullie heiligt.” (leviticus. 22:32)
De opdracht om Hem elke dag te heiligen is om Zijn heiligheid te verheffen van een lage [fysieke sfeer] naar een hogere [spirituele sfeer], op de zelfde wijze als de engelen] boven.

Het is een fundamentele doctrine van de Zohar dat het uitvoeren van mitzwot, met de juiste intenties in deze fysieke wereld, een antwoord teweeg brengt in de spirituele wereld. Dus, om op een fysiek niveau bewust te worden van heiligheid, moet het van boven nederwaarts gebracht worden. Het woord voor “heilig” in het Hebreeuws is “kodesh” en impliceert dat Hij is gesepareerd uit het mondaine en verheven is, op een zuivere en eerbiedige wijze.

De Zohar zal ons nu duidelijk maken, hoe heiligheid neder gebracht kan worden.
De eerste stap, hier beneden is, het verzamelen van een minjan, een gebedsgroep van tenminste tien personen, zodat hier beneden een handeling kan worden gecreëerd die een reactie van boven veroorzaakt. Elk lid van deze minjan correspondeert met één van de tien sefirot.
Samen vormen zij hier beneden een eenheid die waardig is om G’D te heiligen en evenredig is aan de wijze van de Engelen boven.

De heiligheid van G’D is verheven totdat het de hoogte bereikt van de voorvaderen en hun zonen. Dit is het geheim achter de woorden “Ik wil geheiligd worden te midden van de kinderen van Israël” [Geheiligd] boven en beneden, boven in drie niveaus en beneden.

De vaders van het Joodse Volk zijn Abraham, Izaak, Ja’akov. Zij representeren de drie sefirot van chesed, gevoera en tiferet. Hun “zonen” zijn de drie sefirot daaronder, netzach, hod, en jasod. De eerste drie zijn de intellectuele sefirot, chochma, bina en da’at. Onder hen de drie “vaders” en daaronder de “zonen”.
De laatste sefirot is malchoet, en het staat alleen om de abondantie te ontvangen van de geordende negen sefirot daarboven.

Het Kedoesha [gebed] is op vele en verschillende plaatsen reeds uitgelegd, maar zal nu worden verklaard als volgt. Zoals boven alles, allesomvattende heiligheid is [de drie sefirot van chochma, bina en da’at die de bron zijn van heiligheid], zo is er ook heiligheid in de middelste triade de sefirot en heiligheid beneden [in de lagere triade]. Allen zijn in de niet te verklaren serie van drie.

De hoogste heiligheid is een mysterie, vandaar daalt het neer om de heiligheid in de middelste en de lagere niveaus te heiligen. Deze drie niveaus zijn een eenheid.

De essentie van de drie intellectuele sefirot is chochma. Dit wordt weergegeven in het vers “U creëert alles met Uw wijsheid”(Psalm 104:24).
Juist zoals ons eigen denkproces niet kenbaar is aan anderen, tenzij openlijk weergegeven, zo is ook de wijsheid van G’D geïsoleerd en heilig. Deze wijsheid kan neerwaarts worden gebracht, in de sefirot hier beneden, dit is in feite het integrale deel van het Kedoesha gebed, zoals we nu zullen zien.
Dit neerwaarts brengen van het derde niveau van de sefirot verklaart ook waarom wij het woord “heilig / kadosh” drie keer herhalen in het Kedoesha gebed, we zeggen namelijk: “Heilig, Heilig, Heilig is de Eeuwige-Tsewaot, heel de aarde is vol van Zijn Majesteit”.

De eerste “Heilig” verwijst naar het aspect van het hoogste [chochma] dat het hoogste is van alle niveaus [de eerste sefirot]. Ondanks dat het een verborgen niveau is wordt er geroepen “heilig/kadosh” het is de bron vanwaar heiligheid wordt verspreid. en neerschijnt in een tengere verbogen baan naar het middelste niveau, waar het de letter vav [in het Hebreeuwse woord “kodesh”] verlicht, waardoor het wordt uitgesproken als “kadosh”.

De Hebreeuwse letter vav heeft een numerieke waarde van zes en het representeert de zes richtingen, boven, beneden, noord, zuid, oost en west. De Arizal beschrijft in Shaar HaKavonot de meditatieve intentie voor het Kedoesha gebed. Hij verklaart dat G’D wordt geheiligd door Israël, en Hij, op zijn beurt, hen heiligt.
Dit proces begint met de bewuste elevatie van de letter vav, welke tiferet representeert, de middelste sefira welke alle andere op het emotionele niveau verbindt met het woord “kodesh“.

In de naam Havaya, representeert de letter hei de sefira van Machoet. Dit symboliseert de fysieke aanwezigheid van het goddelijke. De drievoudige herhaling van het woord “kadosh“, met de bovengenoemde intenties, heeft nu geresulteerd in het neerwaarts brengen van heiligheid / kedoesha, in deze fysieke wereld. Dit wordt zeer precies uitgedrukt aan het einde van het gebed met de woorden “…..heel de aarde is vol van Zijn Majesteit“.

PARASHAT KEDOSHIEM

Heilig Leviticus 19:1 – 20:27

Het aspect kedoesha, heiligheid, kent drie verschillende vormen van heiligheid, vijf, als we de subcategorieën meerekenen. De drie basiscategorieën zijn:

  1. De heiliging van het lichaam, zoals al in eerdere parashot van het boek Leviticus is besproken, zegt de Thora:”We’hitkadishtem” “zorg ervoor dat jullie heilig zijn” (11:44)
  2. De heiliging van ruimte, zoals wordt genoemd in het vers: “….kie hamakom……kodesh hoe” “want de plaats is heilig” ( Exodus 3:5 ) dit heeft te maken met fysieke separatie van andere plaatsen.
  3. De heiliging van tijd, zoals wanneer de Shabbat “mikra kodesh” wordt genoemd “een heilige convocatie.”

De heiliging van het lichaam is verdeeld in verschillende drie niveaus. Het zijn de drie niveaus welke onze geleerden hebben gerangschikt en welke behandeld worden in Reshiet Chochma. Onze wijzen in Berachot 57 spraken over deze drie categorieën in termen van “een prachtig verblijf “, ” een prachtige vrouw “, en “een prachtige meubilering, verrijkt en ontwikkelt het verstand van een mens”. Het woord “verblijf” is een metafoor voor het hart, de zetel van het leven. Het woord “vrouw” is een metafoor voor de heilige ziel. Het woord “meubilering” is het metafoor voor iemands handwerktuigen, instrumenten.

De betekenis van dit alles is dat de taal van de verschillende menselijke ledematen, als instrumenten, waarmee hij G’D’s wetten uitvoert om de eigenaar ervoor te bewaren voor eventuele potentiële gevaarlijke situaties, welke hem kunnen leiden naar een staat van onreinheid. Deze “instrumenten” moeten worden aangewend om te verzekeren dat de mens de positieve geboden uitvoert en eveneens er op toeziet dat hij zich weerhoudt in het overtreden van de negatieve geboden. De functie van het hart, is de sferische verblijfplaats van gedachte en bezinning. Het hart moet een instrument zijn, welke de mens instaat stelt om het Heilige der Heiligen te bereiken, de spirituele elevatie binnen zijn bereik. Er zijn zovele dingen waarmee het hart is uitgerust, dat het onmogelijk is ze allemaal te noemen. Zij bevat begrippen als, “haat niet,” “neem geen wraak,” “draag geen wrok en misgunst uit,” ” heb je naaste lief,” om er maar een paar te noemen. De meeste en hun Thorabronnen worden omschreven en verklaard in het boek Chovat Halevavot. De heiligheid van de ziel, een deel van G’D, is, om zich te hechten aan elk esoterisch aspect van Thora binnen iemands bereik. Men verdient dan de verborgen aspecten van het scheppingsproces en zelfs het gedeelte wat gewoonlijk genoemd wordt als “Ma’asè Merkava“, beschouwingen over procedures in de Hemelse Regionen. Het bereiken van de hogere stadia van heiligheid in de drie genoemde gebieden, behelzen allen het directief van het heiligen van het lichaam. Dit directief bevat het gehele domein wat wordt genoemd “de gestalte van de mens” zowel zijn visuele als zijn niet visuele aspecten.

De heiliging van ruimte is een esoterische dimensie van “kawot“, respect, eerbetoon. De Thora verwijst hier naar, als het voorschrijft dat de meeste offers gebracht moeten worden aan de noordzijde van het altaar. M.a.w. Telkens wanneer de Thora deze term gebruikt, is het geassocieerd met de woorden: “lifnè HaShem“, “voor G’D” aan de voorkant van Zijn aanwezigheid. Dus het respecteren van een bepaalde plaats voor Hem.

Ik heb al eerder, in een andere parasha, gesproken over de heiliging van tijd. De reden dat onze geleerden de wekelijkse dagen relateren aan Shabbat [Vandaag is het de eerste dag van de week naar de Shabbat, Vandaag is het de tweede dag van de week naar de Shabbat,enz] is dat zij wensen dat wij elke dag van de week bij onszelf de spiritualiteit ervaren van het feit, dat elke dag, in essentie een element in zich draagt van Shabbat. Als wij dit doen, hechten wij ons aan een wereld welke totaal onder de bescherming is van de Shabbat- geest, en onze mondaine activiteiten nemen daardoor een gestalte van heiligheid aan. Deze gedachte domineert de zegen die we zeggen aan het einde van de Shabbat wanneer we verwijzen naar “Geprezen, U, Eeuwige, onze G’D, Koning van de wereld die een onderscheid maakt tussen gewijd en ongewijd, tussen licht en duisternis, tussen Jisraël en de volkeren, tussen de zevende dag en de zes werkdagen.

De bovengenoemde drie voorbeelden van heiligheid, welke in feite vijf zijn, verwijzen naar de inhoudelijke verklaring van G’D met betrekking tot de drie schenkingen die Hij gaf aan Israël, Thora, het Land Israël en Olam Haba,de Komende Wereld. Het geschenk van Thora bestaat uit de drie resultaten welke haalbaar zijn via het hart.

a. De studie van alle aspecten van de Thora die leidt naar het uitvoeren van zijn geboden.

b. De gift van Erets Jisraël vertegenwoordigt de heiligheid van ruimte.

c. De gift van De Komende Wereld representeert de heiligheid van tijd, m.a.w. een wereld die authentiek

is aan het concept van Shabbat

SHABBAT SHALOM

PARASHAT ACHARÉ MOT

Na de dood Leviticus. 16:1 – 18:30

SHABBAT HAGADOL

Rabbi Jitzschak Luria

Geschriften van de Ari

Het Thoragedeelte van deze week opent met de beschrijving van de rituelen van Jom Kippoer toegepast in de Heilige Tempel. Gewoonlijk worden G’D’s geboden vooraf gegaan door de instructie “En G’D sprak tot Mozes, zeggend…….” In dit geval echter wordt een tijds-kader voor deze communicatie aangegeven: En G’D sprak tot Mozes na de dood van de twee zonen van Aaron, toen zij G’D naderden en stierven. En G’D zei tot Mozes….”(Leviticus. 16:1-2) Dit verwijst naar het incident beschreven in parshat Shemini (Ibid. 10:1-2) waarin Nadaw en Awihoe, de twee oudere zonen van Aaron werden gedood door een vlam van vuur die voort schoot uit het Heilige der Heilige en hun neusgaten binnenging toen zij wierrook offerden die G’D niet had opgedragen.

Betreffende Nadaw en Awihoe, moeten we opmerken dat de letters die de naam “Nadaw” vormen, hergerangschikt kunnen worden waardoor de spelling zou zijn “vier zonen” [In het Hebreeuws, “ben dalet“, de letter dalet aangevend het cijfer vier]. Dus zijn naam duid op de “vier zonen van wie de Thora sprak” [ als vermeld in de Pesach Haggadah]: Adam en zijn drie zonen [Cain, Abel en Seth].

In de loop van zijn bespreking van de geboden om het verhaal van de Uittocht na te vertellen, brengt de Haggadah van Pesach naar voren dat dit gebod op vier verschillende manieren in de Thora wordt uitgedrukt. De vier verschillende manieren worden gezien als respons op de vier verschillende typen kinderen; het verhaal moet worden naverteld aan elk kind in overeenstemming met zijn niveau van begrip en benadering van het Jodendom.

Hier gebruikt de Arizal de frase van de Haggadah “De Thora sprak van vier zonen” refereert aan de vier mannelijk leden van Adams naaste familie, genoemd in de Thora. [Ons wordt verteld dat Adam meer zonen naast deze drie had, maar zij worden niet bij naam genoemd en worden daarom niet beschouwd als spirituele archetypen.]

Alle vier werden opgenomen in Nadaw en Awihoe, want de twee werden beschouwd als één persoon aangezien zij niet waren getrouwd.

Omdat Adam en zijn zonen zondigden, moesten hun zielen worden gereïncarneerd zodat hun gedrag kon worden gerectificeerd in hun volgende levensduur. Nadaw en Awihoe waren de collectieve verwezenlijking van deze vier oorspronkelijk zielen. De Geleerden van de Talmoed zeggen dat een ongetrouwd persoon slechts een half persoon is, en daar deze twee, Nadaw en Awihoe, niet waren getrouwd, worden zij tezamen geteld als één enkel persoon.

De naam Awihoe duidt eveneens op Adam, omdat het verdeeld kan worden in de twee woorden “hij is mijn vader”[in Het Hebreeuws, “avi hoe, met andere woorden mijn eerste voorvader.

SHABBAT SHALOM, KOSHER PESACH, GOED JOM-TOV

PARASHAT METSORÁ

Melaatse Leviticus. 14:1 – 15:33

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

SCHADUW EN BOEZEMVRIEND

ZOHAR. P. 43a

Het tweede vers van de wekelijkse Thoralezing handelt over het brengen van een offer van een vrouw als zij een mannelijk kind heeft gebaard. De precieze formulering is echter niet direct. Het vers zegt letterlijk: ” Een vrouw, die omdat zij eerst zaad geeft en een mannelijk kind baart; zal vervolgens onzuiver zijn voor zeven dagen.” (Leviticus. 12:2) De Zohar gebruikt dit vers als uitgangspunt om de esoterische betekenissen van conceptie van het masculiene en feminiene uiteen te zetten en het schaduw evenbeeld dat iemand heeft in de spirituele dimensie.

Kom en zie. Op het moment dat de ziel neerdaalt [ van de schatkamer van zielen in malchoet van Atziloet] om zijn intrede te doen in deze wereld [gekleed in een lichaam van een persoon] daalt zij eerst af naar de Tuin van Eden, welke is [verbonden met] deze wereld. Vervolgens gaat zij naar Gehinom om de [behandeling van] de zieken te zien, die schreeuwen “Voi, Voi!” [“Waarom, Waarom?!”], en geen mededogen wordt aan hen getoond. In elke plaats is zij getuige van het bewijs [van de beloning van mitzwa en het ziekelijke gevolg van negatief gedrag], en deze heilige schaduw staat over haar totdat zij uitmond in deze wereld.

Het lichaam groeit in de vorm van deze schaduw die handelt als een zeef voor het licht van de Neshama om door de persoon te schijnen bij elke mitzwa die zij doet. Negatief gedrag veroorzaakt vertroebeling van de schaduw van de ziel in iemand door het blokkeren van de openingen in de zeef. Het is interessant om te weten dat in het Hebreeuws het woord voor blokkeren “atoem”, is verbonden met het woord onzuiver, “tamei“. Onzuiverheid is dus een spiritueel concept welke het effect van iemands daden verklaart op hun spirituele schaduw. Dus een vrouw die een mannelijk kind heeft gebaard is niet onzuiver in de Nederlandse zin van het woord. Het is meer dat het spirituele effect dat uit de pijn van baren een voortvloeit, tijd nodig heeft om te helen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHEMINI

Achtste Leviticus. 9:1 – 11:47

SHABBAT PARA

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR, p. 38b

Blijheid Boven, Blijheid Beneden

En Mozes zei tegen Aaron, en tegen diens zonen El’azar en Itahamar: Laat jullie haren niet wild groeien en scheur jullie kleren niet in, anders zouden jullie sterven en zou Zijn woede zich tegen de gehele gemeente keren, maar jullie broeders, het hele Huis van Israël zullen wenen over de brand die de Eeuwige heeft aangestoken. Bovendien, ga niet weg van de ingang van de tent der samenkomsten opdat jullie niet sterven, de zalvingolie is immers op jullie.” (Leviticus. 10:6;7)

Rabbi Aba verwoordt een algemene regel om de uitleg van de diepere betekenis van deze opdracht te vergemakkelijken, welke Aaron en zijn twee overgebleven zonen ontvingen na de dood van Nadav en Avihoe: Elke handeling Beneden brengt handelingen teweeg [in de spirituele werelden] Boven, en de handelingen Beneden moeten lijken op vorm van de handelingen Boven [om effectief te zijn].

Kom en zie, al het geluk Boven is afhankelijk van die heilige olie [het bewustzijn van chochma], want van daar vloeit vreugde en zegeningen naar alle lichten. En de Hemelse Priester [gerelateerd aan chesed] is gekroond met de vloed van olie [ chochma bewustzijn]. [Hij ontvangt die overvloed eerst, en] daarom moet de Priester, hij die symbolisch is gezalfd met de heilige zalvingolie, parallel met de hogere spirituele werelden, een stralend gezicht en vreugde uiten.

Onverzorgd haar en gescheurde kleding tonen een gebrek aan meditatieve vreugde en veroorzaken als zodanig schade aan de corresponderende spirituele sefirot in Zeir Anpin. Onverzorgd haar, een teken van rouw en een gebrek aan interesse met de uitwendige verschijning van het hoofd, veroorzaakt een onvolkomenheid in de drie Sefirot van bewustzijn in Zeir Anpin en gescheurde kleding [ook een teken van rouw] veroorzaakt een onvolkomenheid in de zeven lagere sefirot van Zeir Anpin.

De Priester moet eerder compleet zijn in al zijn fysieke aspecten, op de zelfde wijze als de spirituele tegenhanger die hij vertegenwoordigt. Hij zou geen enkele onvolkomenheid mogen tonen zodat geen smet wordt veroorzaakt Boven.

Kom en Zie. Als El’azar en Itahamar de traditionele tekenen van rouw hadden getoond voor hun broers door hun kleding te scheuren en uiterlijk onverzorgd waren geweest op het tijdstip dat zij werden gezalfd met de heilige olie en gekleed in de priesterlijke kleren, zouden zij op dat tijdstip niet worden gespaard, aangezien een ogenblik van oordeel teweeg was gebracht [met andere woorden, zij moesten vooral zorgvuldig zijn om geen aanleiding te geven dat dit oordeel tegen hen zou worden aangewend.]

Om die reden eindigde hun instructie [in het bovengenoemde vers] met de woorden “Opdat jullie niet sterven”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT TSAV

Gebied Leviticus. 6:1 – 8:36

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

OPGAAN IN ROOK

Zohar, pp. 26a

Het Thoragedeelte van deze week begint met de instructie om een In Vlammen Opgaand Offer te brengen. Dit offer maakt slechte en verdorven gedachten goed en wordt beschouwd als de meest uitgelezen van alle offergaven. De naam van het In Vlammen Opgaand Offer impliceert opstijgen en is dus zowel verbonden met het gedachte idee welke opkomt en het meest uitgelezen, omdat de tikoen van de intellectuele faculteiten zo belangrijk is.

“En de Eeuwige sprak tot Mozes: ‘Draag Aharon en zijn zonen het volgende op: Dit is de Thora (instructie) van het In Vlammen Opgaand offer.'” (Leviticus. 6:1)

Rebbe Shimon opent zijn verhandeling [op dit vers] en citeert daarbij het vers “Uw gerechtigheid is als de machtige bergen; Uw uitspraken zijn van grote diepte O Heer, U bewaart mens en beest.” (Psalm. 36:7) We hebben reeds eerder over dit vers geleerd en het [op een ander wijze verklaard dan nu] kom en zie; dit In Vlammen Opgaand offer stijgt op [in de spirituele werelden] en verbindt het Joodse Volk boven.

Als algemene regel heeft de sefira van malchoet drie namen in de Zohar. Wanneer zij in verbanning is, ver verwijderd van haar hechte spirituele bron boven in Zeir Anpin, wordt zij de Shechina genoemd. Wanneer zij hecht is verbonden met Zeir Anpin “ontvangt” (in het Hebreeuws “konesset”) zij de spiritualiteit boven en heeft een naam die deze verheven status meer weergeeft, Knesset Jisraël ( vertaald boven als “het Joodse Volk”).

Het vrouwelijke “zij” wordt altijd gebruikt om het feit weer te geven dat zij een voertuig is voor het ontvangen van de G’ddelijke inwerking. Naar haar wordt ook verwezen als zijnde “de Maan”, omdat de maan het licht van de zon op de zelfde manier weergeeft, malchoet ontvangt en geeft het G’ddelijk “licht” (energie) weer van de spirituele bron boven.

Zij hecht zich aan hem [Zeir Anpin], en samen gaan zij op naar de Komende Wereld.

De Intellectuele sefira van bina is bekend als de “Komende Wereld”. Er wordt verwezen naar het vrouwelijke omdat zij zowel ontvangt van beneden door handelingen in deze wereld gedaan met spirituele intentie als van boven van de sefirot van keter en chochma. Bina is verbonden met begrijpen en planning. Plannen zijn altijd een blauwdruk voor handelingen in de toekomst en waar begrip voorbij onze fysieke grenzen welke onze waarneming van het oneindige licht hinderen is eveneens in de toekomst, Vandaar de term “Komende Wereld”.

Zij zijn alle blij verbonden tot een eenheid.

De sefira van bina is ook de bron van vreugde. Dit is de vreugde van zekerheid na opheldering van alle twijfels, de vreugde van verbinding met de G’ddelijke wijsheid. Deze vreugde is op zijn beurt een vat voor het ontvangen van “Mochin deGadloet” hogere bewustzijn, van de partzoefiem van Abba en Imma. In hedendaagse terminologie noemen we dit verlichting.

Omdat zij hoger en hoger gaan wordt naar hen verwezen als “Dit is de Thora”. Dit is het mysterie van het mannelijke en vrouwelijke samen, De Geschreven en Mondelinge Thora stijgen op in liefde.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT VAJIKRA

En Hij riep Leviticus. 1:1 – 5:26

Rabbi Moshe ben Nachman

Het brengen van offers alleen aan de Ene

Commentaar van de Ramban op de Thora

Kabbala leert dat esoterische kennis ligt opgesloten in de offergaven. Onze Rabbi’s hebben gezegd, in de Sefré en aan het eind van Tractaat Menachot: “Shimon ben Azai zegt, ‘Kom en zie wat is geschreven in het gedeelte van offergaven: Het zegt niet met betrekking tot deze offergaven ‘E-l’, noch ‘Elo-hecha (jouw G’D)’ noch ‘Elo-hiem‘, noch ‘Sha-dai‘, noch ‘Tze-vaot‘, maar alleen de naam Havayah, om niet een tegenstander [ met andere woorden, een gelover van meervoudigheid] de gelegenheid te geven om denigrerend aan te vallen.”

Mogelijkerwijs zou men kunnen zeggen dat G’D behoefte heeft aan voedsel, daarom zegt de Schrift: ‘Als Ik honger had, zou Ik het u niet zeggen, want de wereld is Mijn en de volledigheid ervan.’ (Psalm 50:12), zo te zeggen, ‘Ik heb alleen offergaven aan jullie opgelegd omdat Mijn Wil zal worden genoemd en volbracht.'”

Aan het begin van Torat Kohaniem vinden we evenzo: “Rabbi Josei zegt: Overal waar een offergave is aangehaald in de Schrift, wordt de naam Havayah gebruikt, om geen aanleiding te geven voor het vinden van pluralistische zinspellingen tegen het principe van Eenheid. Dit zijn de woorden van de Rabbi’s zaliger gedachtenis.

Maar we vinden wel [ergens anders in de Schrift] verzen zoals: “het brood van ‘Elo-heichem‘[hun G’D], zij offeren; offer aan ‘Elo-hiem‘ de offers dankzegging” (Psalm 50:14), enzovoort. Echter, het slachten [van de offergaven] behoort toe aan de naam Havayah alleen, met de bedoeling dat [degene die slacht] geen enkele intentie heeft ten aanzien van iets anders in deze wereld, dan Havayah alleen. Dit is wat de Wijzen bedoelen wanneer zij zeggen: “De Schrift heeft al deze Diensten toegewijd aan de naam Havayah.”

SHABBAT SHALOM

PARASHAT PEKOEDÉ

De berekeningen Exodus 38:21 – 40:38

SHABBAT SHÈKELIEM – 2e DAG ROSH CHODESH ADAR b

De Geschriften van de Ari

Sefer Halikoetiem

In de Thoralezing van deze week wordt verslag gedaan van de donaties van het Joodse Volk, ten behoeve van de constructie van het Tabernakel en van wat met de donaties wordt gedaan. Ons wordt verteld dat “het zilver [verzameld] van hen van de gemeenschap die werden opgenomen,100 Kikkar waren en 1,775 shekel naar de shekel van het gewicht van het Heiligdom….De 100 Kikkar van zilver [werden gebruikt] voor het gieten van de sokkels van het Heiligdom en de sokkels van het voorhangsel: 100 Kikkar voor 100 sokkels, dus een kikkar per sokkel.” (Exodus. 38:25-27)

Het woord voor sokkel” in het Hebreeuws is “aden” en de meervoudsvorm (“de sokkels van”), de vorm gebruikt in deze passage, is “adnei“. Deze spelling is precies het zelfde als de G’ddelijke naam Ado-nai. Vanuit deze gedachte weidt de Ari verder uit:

Weet dat de 100 sokkels van het Tabernakel manifestaties zijn van de sefira van malchoet, welke synoniem is met de G’ddelijke Naam Ado-nai.

De Sokkels waren de basis van het tabernakel; de wanden welke de muren vormden werden in deze sokkels geplaatst. Het tabernakel was, zoals we eerder hebben opgemerkt, de wijze waarop G’D’s aanwezigheid in de wereld werd gemanifesteerd (en in het bewustzijn van elk mens); het was daarom een microkosmos van de gehele Schepping. De laatste, de laagste sefira van de tien sefirot is malchoet, dus de sokkels, de laagste elementen van het Tabernakel, manifesteren deze sefira. In tegenstelling tot de voorafgaande negen sefirot, bezit malchoet geen “inhoudelijkheid” of “persoonlijkheid” van zichzelf. Het is niet een eigenschap van G’D per se maar eerder de expressiekracht van al de andere, voorafgaande eigenschappen. Bijgevolg wordt het in de Zohar verklaard dat malchoet “niets van zichzelf heeft”. Het woord “malchoet” betekent “koninkrijk”, met andere woorden, de manifestatie van de voorgaande eigenschappen van G’D door geheel de Schepping, het creëren en doorgeven van de realiteit in een verenigd harmonieus geheel, een koninkrijk gestuurd door een koning, namelijk G’D. De G’ddelijke Naam die deze aanspreektitel over de realiteit uitdrukt is natuurlijk Ado-nai, welke letterlijk “Mijn Heer” betekent. Elke sefira, zijnde een manifestatie van G’D in de context van de Schepping, is in feite een andere “naam” van Hem, aangezien het doel van een naam of titel is om een persoon te identificeren in de context van de rol die hij speelt ten opzichte van de wereld om zich heen.

Deze naam bezit de numerieke waarde van 100, als volgt:

De eenvoudige numerieke waarde van het woord Ado-nai (gespeld alef- daled- noen- joed) is 65, maar door zijn milui te ontleden ( de volledige spelling letter voor letter), is zijn numerieke waarde verhoogd naar 100. Zoals eerder vermeld, verwijst de volledige spelling letter voor letter in Kabbala, naar de totale manifestatie van alle G’ddelijke latente kracht in die letter. De volledige spelling van de naam Ado-nai verwijst daarom naar de volledige manifestatie van G’D’s vermogen om de schepping onder Zijn heerschappij te verenigen. Dit, opnieuw, is de totale expressie van het idee van het Tabernakel in het algemeen: de verspreiding van het besef en bewustzijn van G’D door heel de Schepping. Om de waarde van 100 te bereiken, moet de naam Ado-nai letter voor letter dubbel worden gespeld, met andere woorden, elk van zijn constituerende letters moet volledig worden gespeld. Dit geeft zelf een grotere, meer volmaakte revelatie van malchoet gedurende Schepping aan.

SHABBAT SHALOM